Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202505857/1/A2

Uitspraak 202505857/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4712
Datum uitspraak
10 augustus 2026
Inhoudsindicatie
[appellante] woont samen met haar dochter aan de [locatie] in Leiden. De Dienst Toeslagen heeft de dochter van [appellante] aangemerkt als toeslagpartner, omdat zij de leeftijd van 27 jaar heeft bereikt. Dit heeft erin geresulteerd dat het eerder verleende voorschot zorgtoeslag over 2024 is herzien van € 1.483,00 naar nihil en het eerder verleende voorschot kindgebonden budget over 2024 van € 5.919,00 naar € 2.436,00. Dit heeft geleid tot een terugvordering van € 369,00 aan teveel uitbetaalde voorschotten zorgtoeslag. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen de dochter van [appellante] terecht als toeslagpartner heeft aangemerkt. De dochter van [appellante] is ouder dan 27 jaar en staat samen met [appellante] en nog één minderjarig kind van [appellante] ingeschreven op het adres. De terugvordering van de teveel uitbetaalde voorschotten zorgtoeslag is niet onevenredig, aldus de rechtbank.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202505857/1/A2.
Datum uitspraak: 10 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 16 oktober 2025 in zaak nr. 24/6622 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Dienst Toeslagen.

Openbare zitting gehouden op 10 augustus 2026 om 10:00 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad mr. W. den Ouden
Griffier: mr. A.J.Q. Oskam

Verschenen:
[appellante], vertegenwoordigd door mr. J. van den Beldt, advocaat in Zandvoort.
De Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden].

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24555, van de rechtbank Den Haag.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Motivering

1.       [appellante] woont samen met haar dochter aan de [locatie] in Leiden (het adres). De Dienst Toeslagen heeft de dochter van [appellante] aangemerkt als toeslagpartner, omdat zij de leeftijd van 27 jaar heeft bereikt. Dit heeft erin geresulteerd dat het eerder verleende voorschot zorgtoeslag over 2024 is herzien van € 1.483,00 naar nihil en het eerder verleende voorschot kindgebonden budget over 2024 van € 5.919,00 naar € 2.436,00. Dit heeft geleid tot een terugvordering van € 369,00 aan teveel uitbetaalde voorschotten zorgtoeslag.

2.       De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen de dochter van [appellante] terecht als toeslagpartner heeft aangemerkt. De dochter van [appellante] is ouder dan 27 jaar en staat samen met [appellante] en nog één minderjarig kind van [appellante] ingeschreven op het adres. De terugvordering van de teveel uitbetaalde voorschotten zorgtoeslag is niet onevenredig, aldus de rechtbank.

3.       [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen haar dochter terecht als toeslagpartner heeft aangemerkt. Verder betoogt [appellante] dat de rechtbank geen rekening heeft gehouden met haar persoonlijke omstandigheden. De terugvordering is onevenredig, aldus [appellante].

4.       De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de Dienst Toeslagen de dochter van [appellante] als toeslagpartner heeft aangemerkt. De Afdeling onderschrijft de onder 5-5.1 opgenomen overwegingen in de uitspraak van de rechtbank. Hoewel de Afdeling begrijpt dat de terugvordering voor [appellante] vervelend is, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de Dienst Toeslagen in de door [appellante] gestelde persoonlijke omstandigheden geen aanleiding heeft hoeven zien om van de terugvordering af te zien of de terugvordering te matigen. Daarbij overweegt de Afdeling dat de Dienst Toeslagen op de zitting heeft toegelicht dat het mogelijk is om een persoonlijke betalingsregeling aan te vragen, waarbij rekening wordt gehouden met haar betalingscapaciteit.

5.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

6.       De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Den Ouden
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Oskam
griffier

1067


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon