Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.028
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202501348/1/A3

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [bedrijf] een bestuurlijke boete opgelegd. [bedrijf] exploiteert een onderneming gericht op personenvervoer met touringcars. Een werknemer heeft op 8 maart 2022, terwijl hij stond te wachten op een groep schoolkinderen, contact gezocht met de werkplaats van [bedrijf]. Daarbij werd, op basis van telefonisch overleg, appberichten en foto’s van de binnenzijde van de wielkast van de touringcar, duidelijk dat een stabilisatorstang defect was. De werknemer heeft, nadat de kinderen waren ingestapt geprobeerd om met de bus te rijden. Omdat duidelijk werd dat er niet goed gestuurd kon worden, hebben de begeleiders van de schoolkinderen besloten om zelf vervangend vervoer te regelen. De werknemer is vervolgens uitgestapt en heeft zijn hoofd en bovenlichaam in de wielkast gestoken. Omdat de motor van de touringcar niet was uitgeschakeld en de luchtvering is gaan zakken, is hij bekneld geraakt en overleden als gevolg van het hierdoor opgelopen letsel. Volgens de rechtbank heeft de minister ten onrechte op basis van artikel 7.5, tweede lid, van het Arbobesluit een bestuurlijke boete opgelegd. De touringcar werd namelijk gebruikt op de openbare weg voor het vervoer van personen en is daarom volgens de wetsgeschiedenis een arbeidsplaats en geen arbeidsmiddel. De minister betoogt in hoger beroep dat uit de wetsgeschiedenis wel blijkt dat de wetgever de door de rechtbank aangehaalde opvatting heeft verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4733
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202501348/1/A3

202502584/1/R1

Bij besluit van 29 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas een bedrag van € 1.000.000,00 aan dwangsommen ingevorderd bij Oostappen. Oostappen is eigenaar van vakantiepark De Berckt (vakantiepark), gelegen aan de Napoleonsbaan Noord 4 te Baarlo, gemeente Peel en Maas. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Napoleonsbaan Noord 4A te Baarlo". Uit artikel 4.1 van de planregels volgt dat het huisvesten van arbeidsmigranten niet is toegestaan op gronden met de bestemming "Recreatie-Verblijfsrecreatie". Het college heeft bij besluit van 23 juni 2020 Oostappen gelast het huisvesten van arbeidsmigranten op terreindelen van het vakantiepark waar dat niet is toegestaan, te beëindigen en beëindigd te houden, onder aanzegging van een dwangsom van € 250.000,00 per week dat niet aan de last is voldaan met een maximum van € 1.000.000,00. In beroep is vast komen te staan dat een bedrag van € 1.000.000,00 aan dwangsommen is verbeurd. De rechtbank heeft overwogen dat de rechtsvordering tot invordering van de dwangsom niet is verjaard en dat het college mocht invorderen. Oostappen betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de bevoegdheid van het college tot invordering van de dwangsommen niet is verjaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4736
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502584/1/R1

202503197/1/A2

Bij besluiten van 9 december 2022 heeft de burgemeester van Utrecht aanvragen van [appellante] om een exploitatievergunning en een vergunning tot het uitoefenen van een horecabedrijf met terras aan de [locatie 1] en de [locatie 2] in Utrecht, ingewilligd. [appellante] exploiteert een horecabedrijf met een terras aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht. Deze uitspraak gaat over het bekendmaken van een besluit via Zivver, een programma voor het beveiligd verzenden van e-mails. De burgemeester van Utrecht heeft een besluit op bezwaar met gebruik van Zivver beveiligd en digitaal verzonden aan de advocaat van een horecabedrijf in een zaak over een exploitatievergunning. Bij verzending van een bericht met gebruik van Zivver gaat automatisch een notificatiebericht uit naar de ontvanger waarin is vermeld dat het bericht klaarstaat in de Zivver omgeving. Volgens het bedrijf heeft de advocaat nooit een notificatiebericht per e-mail ontvangen. De advocaat heeft het bericht in de Zivver omgeving met het besluit volgens het bedrijf pas gezien en geopend bijna twee maanden daarna toen hij daarop inlogde om een ander bericht te openen. Drie dagen daarna stelde de advocaat beroep in tegen het besluit op bezwaar. Te laat, oordeelde de rechtbank Midden-Nederland. Het beroep is niet binnen de termijn van zes weken ingesteld en de termijn is niet verschoonbaar, aldus de rechtbank. Het bedrijf is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en is in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Volgens het bedrijf heeft het niet kenbaar gemaakt dat het voldoende bereikbaar is voor de ontvangst van een elektronisch verzonden bericht met gebruik van Zivver, zoals de Algemene wet bestuursrecht dat destijds voorschreef. In hoger beroep bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak nu de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er was sprake van een “bestendige e-mailpraktijk tussen bestuursorgaan en geadresseerde” en de verzending van het besluit met gebruik van Zivver is daarmee in overeenstemming. De burgemeester heeft het besluit op bezwaar dus op de juiste wijze bekendgemaakt. De beroepstermijn is overschreden en deze termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Het hoger beroep is ongegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4746
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202503197/1/A2

202503681/1/R2

Bij besluit van 6 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne aan [belanghebbende A] en [belanghebbende B] medegedeeld dat van rechtswege een omgevingsvergunning is gegeven voor het bouwen van een trainingsruimte voor paarden aan de [locatie 1] in Liessel. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Liessel tegenover het perceel waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. Weijers is het niet eens met deze vergunning, omdat hij vreest voor geuroverlast door het gebruik van de trainingsruimte voor paarden. Het geschil is beperkt tot de vraag of de trainingsruimte moet worden aangemerkt als dierenverblijf. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat de trainingsruimte zodanig wordt gebruikt dat sprake is van een dierenverblijf in de zin van artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij. Volgens [appellant] is de trainingsruimte voor paarden wel aan te merken als dierenverblijf en is deze binnen de in artikel 3.5.1, onder g, van het wijzigingsplan "[locatie 1], Liessel" gestelde afstand op het bouwvlak voorzien, waardoor de omgevingsvergunning in strijd is met het wijzigingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4731
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503681/1/R2

202503739/1/R1

Bij besluit van 18 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas een dwangsom ter hoogte van € 20.000,00 ingevorderd bij [appellant]. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie] te Horst. Hij verricht daarop bedrijfsactiviteiten die mede zien op de handel in en reparatie van voertuigen, en de handel in bulkgoederen en materialen. Het college heeft bij besluit van 28 november 2022 [appellant] onder meer gelast het opslaan van materialen en bulkgoederen waar dat niet is toegestaan, vóór 1 februari 2023 te beëindigen en beëindigd te houden onder aanzegging van een dwangsom van € 20.000,00. Tegen het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom heeft [appellant] geen bezwaar gemaakt, zodat het besluit in rechte onaantastbaar is geworden. Op verzoek van [appellant] heeft het college bij besluiten van 24 januari 2023 en 3 maart 2023 de begunstigingstermijn verlengd tot 1 mei 2023. Toezichthouders van de gemeente hebben bij controles op 15 mei 2023, 23 mei 2023, 26 mei 2023 en 15 juni 2023 geconstateerd dat er op het perceel van [appellant] opslag van diverse bulkgoederen en materialen, zoals pallets, stenen, metalen en huisraad, plaats vond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4742
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503739/1/R1

202503769/1/A2

Bij besluit van 7 september 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) aan [appellant] een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. [appellant] is geboren in India. Partijen zijn het erover eens dat [appellant] de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om een educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG), zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid (Regeling) in het Nederlands te volgen. [appellant] zou volgens de Regeling in beginsel deze cursus over verantwoord rijgedrag moeten volgen. Omdat hij onvoldoende Nederlands spreekt om die cursus te kunnen volgen, heeft het CBR in plaats daarvan aan hem een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. [appellant] stelt zich op het standpunt dat sprake is van discriminatie omdat het CBR op grond van de Regeling naar aanleiding van dezelfde gedraging een andere maatregel oplegt als betrokkenen de Nederlandse taal onvoldoende beheersen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4717
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503769/1/A2

202504197/1/R2

Bij besluit van 17 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende het verwijderen en verwijderd houden van een stacaravan en de opslag van hout in kratten op het perceel aan de [locatie 1] in Rijsbergen. Aan de [locatie 1] in Rijsbergen is een perceel gelegen dat wordt bewoond door [wederpartij]. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied Zundert" rust op het perceel de bestemming "Bos". [appellant] is bewoner van het perceel aan de [locatie 2] in Rijsbergen. Hij heeft een handhavingsverzoek gedaan vanwege de volgens hem met het bestemmingsplan strijdige aanwezigheid van een caravan en opslag van hout op het perceel [locatie 1]. Het college heeft op 2 november 2022 geconstateerd dat er een caravan stond op het perceel en dat vrijgekomen hout van de kap van bomen op het perceel werd opgeslagen in kratten en te koop werd aangeboden aan particulieren. Daarom heeft het college [wederpartij] op 17 januari 2023 een last onder dwangsom opgelegd wegens het aanwezig zijn van de caravan en het opslaan van hout in kratten op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4729
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504197/1/R2

202505044/1/A2

Bij beslissing van 9 juli 2025 heeft de examencommissie een tentamen van [appellante] ongeldig verklaard en haar uitgesloten van deelname aan alle tentamens in de periode van 1 september 2025 tot 25 januari 2026. Bij beslissing van 5 september 2025 heeft de voorzitter van het college van beroep voor de examens van Hogeschool Rotterdam een verzoek van [appellante] om een voorlopige voorziening toegewezen en een verzoek om vergoeding van de proceskosten afgewezen. De hoogste algemene bestuursrechter zag zich in deze zaak voor de vraag gesteld of zij bevoegd is kennis te nemen van een beroep tegen een beslissing van de voorzitter van een CBE op een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen. Het antwoord is: nee. Er staat geen zelfstandig beroep open bij de bestuursrechter tegen een beslissing van de voorzitter van het CBE. Vervolgens is de vraag: wie moet beslissen op een verzoek om vergoeding van de proceskosten in de voorlopige voorzieningenprocedure, is dat de voorzitter van het CBE of het CBE? Antwoord: het CBE. En daarbij geldt dan dat er in beginsel geen grond voor een proceskostenvergoeding bestaat als de voorzitter van het CBE uit coulance een voorziening treft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4628
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505044/1/A2

202505119/1/R2

Bij uitspraak van 25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1920, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 3 april 2020 in zaak nr. 19/47 ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. In de uitspraak van 25 augustus 2021 heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college bevoegd is om handhavend op te treden tegen de caravan, de overkapping, het meterhuisje en de containers op het perceel kadastraal bekend gemeente Sint Odiliënberg, [locatie] dat in mede-eigendom is van [verzoekster]. Er is namelijk sprake van een overtreding, omdat de bouwwerken op dat perceel zonder omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zijn gebouwd dan wel zonder die omgevingsvergunning in stand worden gehouden. Daarnaast heeft de Afdeling overwogen dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college geen aanleiding had moeten zien om af te wijken van het handhavend optreden, omdat het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. In het verzoek stelt [verzoekster] dat zij bekend is geworden met het schriftelijk verslag van een klantencontact uit 2017 waarin door de toezichthouder van de gemeente is genoteerd dat de caravan en de stalling op het perceel mogen en dat dit moet leiden tot herziening van de uitspraak van 25 augustus 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4718
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505119/1/R2

202505537/1/A3

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de burgemeester van Maastricht de woning aan [locatie] in Maastricht per 27 september 2023 voor drie maanden gesloten. [appellant] huurde de woning aan de [locatie] in Maastricht. Op 2 augustus 2023 heeft de politie 62 kilogram heroïne in de schuur bij deze woning aangetroffen. De politie heeft ook een ijzeren pers en verschillende mallen aangetroffen die gebruikt worden voor het persen van blokken heroïne. De burgemeester heeft vervolgens op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet besloten de woning van [appellant] per 27 september 2023 te zullen sluiten voor de duur van drie maanden. De burgemeester heeft het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank was de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten. Zij heeft hiertoe overwogen dat er een handelshoeveelheid harddrugs, te weten 62 kilogram heroïne, is aangetroffen in de schuur bij de woning op het adres [locatie] en dat er een zodanige relatie tussen de woning en de schuur bestaat dat die bouwwerken als één geheel moeten worden beschouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4740
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202505537/1/A3
vorige pagina1...121314...12.603volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon