Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 493
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202503077/1/A2

Bij besluiten van 26 juli 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] meegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2010 en 2011. [appellant] heeft zich op 12 februari 2021 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2010 en 2011. De Dienst Toeslagen heeft dit verzoek voorgelegd aan de Commissie van Wijzen (hierna: CvW). De CvW is in haar advies van 7 juni 2022 tot de conclusie gekomen dat [appellant] geen recht heeft op compensatie. De Dienst Toeslagen heeft onder verwijzing naar dit advies het verzoek om compensatie van [appellant] afgewezen. De rechtbank heeft overwogen dat de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie aan [appellant] heeft toegekend voor het jaar 2010. Omdat de tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau wettelijk verplicht was om aanspraak te kunnen maken op kinderopvangtoeslag en [appellant] destijds in de gelegenheid is gesteld om aannemelijk te maken dat aan deze eis werd voldaan, heeft de Dienst Toeslagen bij een gebrek aan bewijs van de registratie van het gastouderbureau in het Landelijk Register Kinderopvang kunnen aannemen dat er evident geen recht op kinderopvangtoeslag bestond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1700
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503077/1/A2

202503121/1/A2

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de minister van Financiën geweigerd een private schuld van [appellant] over te nemen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een schuld van € 20.000,00. Deze schuld komt voort uit een overeenkomst van geldlening die hij op 2 december 2011 is aangegaan. De minister heeft de schuld niet overgenomen, omdat sprake is van een privé-schuld die niet is vastgelegd in een notariële akte. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister op juiste gronden de schuld niet heeft overgenomen. Omdat de schuld niet is vastgelegd in een notariële akte is niet aan het vereiste van artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) voldaan. Verder blijkt uit de parlementaire stukken dat de wetgever de eis van een notariële akte bewust heeft gesteld, waardoor er voor de rechter gelet op het toetsingsverbod geen ruimte bestaat om artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht aan algemene rechtsbeginselen te toetsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1698
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503121/1/A2

202503679/1/A2

Bij besluit van 28 april 2023 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen een aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling van een woning afgewezen. [appellant] was tot 22 november 2019 voor 100% eigenaar van de woning aan de [locatie] te Oldehove (postcodegebied [...]). Op 24 maart 2023 heeft het Instituut de aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling ontvangen. Het Instituut heeft de aanvraag afgewezen, omdat de woning valt buiten het gebied waarvan is vastgesteld dat de waardedaling door gaswinning uit het Groningenveld of de gasopslag Norg wordt veroorzaakt. Dit besluit van 28 april 2023 is gehandhaafd bij besluit van 1 december 2023. Het Instituut heeft Atlas gevraagd het waardedalingsonderzoek te actualiseren. De afbakening van het waardedalingsgebied is minder bruikbaar geworden door de verdubbeling van het aantal toegekende schadevergoedingen, onder meer op basis van de Stuwmeerregeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1689
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202503679/1/A2

202503817/1/A2

Bij besluit van 1 juni 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat geweigerd om aan [wederpartij] een medisch certificaat klasse 3 te verlenen. In geschil is of de minister op grond van artikel ATCO.MED.B.001 in bijlage IV, subdeel B, afdeling 1, van de Verordening (ATCO.MED.B.001) moet beoordelen of aan [wederpartij] ondanks dat hij niet normaal trichromatisch ziet toch een medisch certificaat kan worden afgegeven. Volgens [wederpartij] kan het luchtvaartgeneeskundig centrum of de luchtvaartgeneeskundige keuringsarts beoordelen of hij ondanks zijn kleurenzienstoornis de vergunde taken veilig kan uitvoeren (zie artikel ATCO.MED.B.001, onder a sub 1, onder ii, in bijlage IV, subdeel B, afdeling 1, van de Verordening (ATCO.MED.B.001, onder a sub 1, onder ii)). Volgens de minister bestaat die mogelijkheid niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1712
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Luchtvaart
  • uitspraakin de zaak202503817/1/A2

202504391/1/A2

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) de aanvraag van [appellant] om een uitkering van het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. [appellant] heeft een uitkering aangevraagd uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Hij heeft in 2014 lichamelijk en psychisch letsel opgelopen door een aanhouding door de politie. De aanhouding bleek achteraf te berusten op een valse aangifte van zijn ex-partner. [appellant] heeft vervolgens aangifte gedaan van (zware) mishandeling door één of meer politieambten(a)r(en). De CSG heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij slachtoffer is geweest van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. Dat de politie handelde naar aanleiding van een aangifte die later vals bleek, maakt niet dat het optreden van de politie daarom een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf is. Verder is niet gebleken dat de politie bij de aanhouding disproportioneel geweld heeft gebruikt. Ook volgt uit de beschikbare informatie niet dat de ex-partner met het doen van de valse aangifte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [appellant] letsel zou oplopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1718
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504391/1/A2

202504921/1/R4

Bij besluit van 8 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 28 april 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een grote kartonnen doos die op 28 april 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel van de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij de doos wel juist heeft aangeboden en in de ondergrondse papiercontainer heeft gedaan. Zij vermoedt dat de doos er vervolgens uit is gehaald door derden en naast de ondergrondse papiercontainer is beland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1717
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504921/1/R4

202505024/1/R4

Bij besluit van 23 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 13 mei 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die op 13 mei 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) ter hoogte van de [locatie 1] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel van de doos staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1715
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505024/1/R4

202505032/1/A2

Bij uitspraak van 16 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4381, heeft de Afdeling met toepassing van artikel 8:88 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 8:91 van deze wet het onderzoek heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over een verzoek van [verzoeker] om schadevergoeding. [verzoeker] heeft de Eritrese nationaliteit. Bij de indiening van zijn asielaanvraag, op 5 november 2022, heeft hij gesteld dat hij is geboren op [geboortedatum A] 2007. De minister van Asiel en Migratie heeft naar aanleiding van een treffer in Eurodac de registratie van de geboortedatum van [verzoeker] op 29 november 2022 gewijzigd in [geboortedatum B] 1998. Volgens de minister was [verzoeker] daarom meerderjarig op het moment van zijn asielaanvraag. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft hem vervolgens op 13 maart 2023 overgeplaatst van de minderjarigenopvang naar de meerderjarigenopvang. [verzoeker] heeft vervolgens op 24 mei 2023 verzocht om terugplaatsing naar een opvangvoorziening voor minderjarigen. Het COa heeft dit verzoek afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1697
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202505032/1/A2

202505188/1/A2

Bij uitspraak van 3 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4240, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 mei 2024 in zaak nr. 23/2079 ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de minister van Financiën gevraagd om schulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). De minister heeft geweigerd om een aantal van die schulden over te nemen, waaronder een schuld aan de gemeente Den Haag die voorkomt uit de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (de Tozo-schuld), een schuld aan ING Bank N.V. Incasso (de ING-schuld) en vier privéschulden. De minister heeft daarbij toegelicht dat de Tozo-schuld een publieke en geen private schuld is, waardoor hij niet bevoegd is deze op grond van artikel 4.1 van de Wht over te nemen. Verder heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de ING-schuld niet opeisbaar was voor 1 juni 2021 en dat de privéschulden niet zijn vastgelegd in notariële akten, waardoor deze schulden niet voldoen aan de eisen die voor het overnemen zijn gesteld in respectievelijk artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, en artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1694
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Herziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202505188/1/A2

202505569/1/R4

Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op 19 augustus 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 210,00, voor rekening van [appellante] komen. [appellante] stelt vanwege verhuizing vanuit Voorburg naar Zaandam niet tijdig voldoende informatie te hebben ontvangen over hoe het afvalinzamelsysteem functioneert in Zaandam en hoe de afvalpas moet worden gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1711
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505569/1/R4
vorige pagina1...91011...50volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon