Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 487
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202503697/1/A2

Bij besluit van 28 augustus 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellant] een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) van € 2.500 toegekend. [appellant] heeft op 16 mei 2024 bij de CSG een uitkering uit het Schadefonds aangevraagd, omdat hij aan een mishandeling ernstig fysiek letsel heeft overgehouden. De CSG heeft op 28 augustus 2024, gehandhaafd bij besluit van 4 november 2024, een uitkering ter hoogte van € 2.500 toegekend. Dit bedrag hoort bij letselcategorie 2. De rechtbank heeft geoordeeld dat de CSG zich op het standpunt mocht stellen dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat het letsel is ontstaan als gevolg van het geweldsmisdrijf waar de aanvraag betrekking op heeft en dat hij op basis van deze aanvraag eigenlijk in het geheel niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming uit het Schadefonds.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4598
Datum uitspraak
5 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202503697/1/A2

202503701/1/A3

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de bestuurderskaart van [appellant] ingetrokken. Tijdens een controle van de rij- en rusttijden van een werknemer van het bedrijf van [appellant] is gebleken dat op 3 en 6 oktober 2023 een snelle bestuurderskaartwissel heeft plaatsgevonden met de kaart van de werknemer en de kaart van [appellant]. In het door de verbalisanten op ambtsbelofte, dan wel ambtseed opgestelde boeterapport staat dat uit tachograafgegevens onder meer het volgende is gebleken. Tijdens de kaartwissel op 3 oktober 2023 werd om 00:07 uur de kaart van [appellant] uitgenomen en die van de werknemer ingevoerd en de landcode werd gewijzigd naar Duitsland. Op 4, 5 en 6 oktober 2023 werd door de werknemer in Duitsland gereden. Op 6 oktober 2023 vond na een rit van 9 uur en 4 minuten weer een kaartwissel plaats, waarbij de kaart van de werknemer werd uitgenomen, die van [appellant] werd ingevoerd en de landcode werd gewijzigd naar Nederland. Daarna werd nog 53 minuten en 63 kilometer gereden. Ook staat in het boeterapport dat de werknemer heeft verklaard dat hij op 6 oktober 2023 het laatste stukje van zijn rit in Nederland op de kaart van zijn werkgever, [appellant], heeft gereden, omdat hij niet veel rijtijd meer over had en graag naar huis wilde op de vrijdagavond voor zijn vrije weekend. Nadat de verbalisanten hebben laten weten dat fraude is gepleegd met de bestuurderskaart van [appellant] omdat door een andere chauffeur van deze kaart gebruik is gemaakt, heeft de minister besloten om de bestuurderskaart in te trekken. In bezwaar is hij hierbij gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4597
Datum uitspraak
5 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503701/1/A3

202504018/1/A2

Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Den Haag de aanwijzing van De Dreven tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht ingetrokken. Deze uitspraak gaat over de Drevenbuurt in de wijk Bouwlust-Vrederust van het stadsdeel Escamp in Den Haag. Een gedeelte van de Drevenbuurt is sinds 2004 aangewezen als gemeentelijk beschermd stadsgezicht (De Dreven). Deze buurt is kenmerkend voor naoorlogse uitbreidingswijken en heeft vanwege zijn oorspronkelijke karakter en bijzondere verkaveling cultuurhistorische waarde. Binnen de Drevenbuurt zijn er volgens de raad echter grote sociaal-maatschappelijke problemen en liggen er opgaven in het kader van volkshuisvesting en verduurzaming. Met een meer gedifferentieerde en toekomstbestendige woningvoorraad beoogt de raad de neerwaartse spiraal te keren waar de buurt qua leerbaarheid in is geraakt. Omdat deze gewenste woningdifferentiatie en uitbreiding van het huidige sociale huurprogramma volgens de raad niet mogelijk is binnen de kaders van het beschermd stadsgezicht, heeft hij besloten de aanwijzing van De Dreven tot beschermd stadsgezicht in te trekken. De Vereniging Vrienden van Den Haag en anderen zijn het hiermee niet eens en willen dat het beschermd stadsgezicht behouden blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4474
Datum uitspraak
5 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202504018/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202504018/1/A2

202504110/1/A3

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd. Tijdens een controle van het binnenschip [naam schip] op 2 februari 2023 hebben toezichthouders diverse overtredingen geconstateerd. Deze zijn neergelegd in een door hun op ambtseed opgemaakt boeterapport. In de besluitvorming heeft de minister aan [appellant], als schipper/gezagvoerder van het schip, een boete van in totaal € 2.230,00 opgelegd wegens zeven overtredingen ten aanzien van het vaartijdenboek. De overtredingen betreffen voor 1 februari 2023 het niet juist invullen van de tijden waarop de bemanning aan boord komt, het niet juist invullen van de kolommen van het begin van de vaart en het niet juist invullen van de exploitatiewijze. Ten aanzien van 2 februari 2023 gaat het om het niet aanwezig hebben van het vaartijdenboek in de stuurhut, het niet juist invullen van de kolommen van het begin en van het einde van de vaart en het niet juist invullen van de kolommen ten aanzien van de rusttijden van de bemanning. De rechtbank heeft overwogen dat de minister deze overtredingen terecht heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4592
Datum uitspraak
5 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202504110/1/A3

202504160/1/A2

Bij besluit van 24 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [appellant] een bestuurlijke boete van € 4.000,00 opgelegd. Ook is het college overgegaan tot invordering van deze boete. [appellant] stond sinds 8 februari 2023 in de basisregistratie personen (brp) ingeschreven op het adres [locatie] in Tilburg. Op 29 maart 2023 constateerde een toezichthouder van de gemeente Tilburg dat er in de woning een hennepkwekerij aanwezig was. De woonkamer was opgesplitst in twee delen waarin kweekappartuur en materialen werden aangetroffen. Een deel van de woning was daardoor niet meer geschikt voor bewoning. Het college heeft [appellant] bij besluit van 24 november 2023 een bestuurlijke boete opgelegd van € 4.000,00 voor het bedrijfsmatig onttrekken van woonruimte zonder vergunning. Ook heeft het college beslist tot invordering van deze boete.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4595
Datum uitspraak
5 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202504160/1/A2

202504371/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 juli 2025 in zaak nr. 25/3876. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Het gaat om stukken die ten grondslag liggen aan een besluit van de minister op grond van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (Twbmt). Volgens [appellant] is het verzoek om beperkte kennisneming niet gerechtvaardigd, omdat - kortgezegd - geen sprake is van een eerlijk proces. Hij verzoekt daarom ook primair het verzoek om beperkte kennisneming af te wijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4646
Datum uitspraak
5 augustus 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504371/2/A3

202505420/1/A2

Bij besluit van 17 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen een verzoek van [appellant] om terug te komen van een besluit van 5 augustus 2019, waarbij hij is toegelaten tot de schuldhulpverlening, afgewezen. Bij besluit van 5 augustus 2019 heeft het college een aanvraag van [appellant] om toelating tot schuldhulpverlening ingewilligd. Op 4 september 2019 heeft [appellant] verzocht om intrekking van de schuldhulpverlening. Bij brief van 12 september 2019 heeft het college de intrekking bevestigd en de schuldhulpverlening beëindigd. Op 24 september 2020 heeft [appellant] opnieuw een aanvraag om toelating tot schuldhulpverlening ingediend. Het college heeft deze aanvraag ingewilligd. Bij brief van 25 januari 2021 heeft [appellant] het college verzocht om herziening van het besluit van 5 augustus 2019. [appellant] betoogt dat de rechtbank zijn verzoek om schadevergoeding ten onrechte heeft afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4581
Datum uitspraak
5 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202505420/1/A2

202506108/1/A2

Bij beslissing van 5 augustus 2025 heeft de examencommissie Data Science and Artificial Intelligence aan [appellant] een bindend negatief studieadvies (BNSA) gegeven voor de bacheloropleiding Data Science and Artificial Intelligence. Bij beslissing van 26 november 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden (CBE) het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft in het studiejaar 2024-2025 de bacheloropleiding Data Science and Artificial Intelligence gevolgd. De norm voor een positief bindend studieadvies voor deze opleiding is 45 studiepunten. De examencommissie heeft aan de beslissing van 5 augustus 2025 ten grondslag gelegd dat [appellant] slechts 6 studiepunten heeft gehaald in zijn eerste jaar van de bacheloropleiding en dat zij [appellant] daarom niet geschikt acht voor de opleiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4594
Datum uitspraak
5 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506108/1/A2

202506110/1/A2

Bij beslissing van 19 augustus 2025 is aan [appellant] meegedeeld dat aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wordt gemeld dat hij gedurende het studiejaar 2024-2025 niet heeft voldaan aan de studievoortgangseis en dat niet is gebleken van een hiervoor bestaande verschoonbare reden. Bij beslissing van 26 november 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden (CBE) het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft in het studiejaar 2024-2025 de bacheloropleiding Data Science and Artificial Intelligence gevolgd. Aan de beslissing van 19 augustus 2025 is ten grondslag gelegd dat [appellant] een verblijfsvergunning voor studie heeft, dat hij daarom ieder studiejaar moet voldoen aan de norm die voortvloeit uit de Wet Modern Migratiebeleid (de MoMi-norm), dat deze norm gelijk is aan 50% van het in dat jaar te halen aantal studiepunten, dat [appellant] deze norm niet heeft gehaald en dat de onvoldoende studievoortgang niet is veroorzaakt door bijzondere omstandigheden. De universiteit zal daarom bij de IND melden dat [appellant] de MoMi-norm niet heeft gehaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4512
Datum uitspraak
5 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506110/1/A2

202600112/1/A2

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (Schadefonds) afgewezen. [appellant] heeft op 10 maart 2023 bij de CSG een uitkering uit het Schadefonds aangevraagd. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij is mishandeld en daardoor ernstig letsel heeft bekomen. De CSG heeft op 12 oktober 2023, gehandhaafd bij besluit van 12 april 2024, geweigerd aan [appellant] een uitkering uit het Schadefonds toe te kennen. Volgens de CSG heeft [appellant] een eigen aandeel gehad in het opzettelijk gepleegde geweldsmisdrijf waarvan hij slachtoffer is geworden, doordat hij als eerste een duw gaf aan de partner van de dader. Verder vindt zij dat het geweld dat tegen hem is gebruikt in verhouding staat tot hetgeen hem te verwijten valt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4571
Datum uitspraak
5 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202600112/1/A2
vorige pagina1...789...49volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon