Uitspraak 202601387/1/A3 en 202601387/2/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:5698
- Datum uitspraak
- 30 september 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 29 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder een verzoek van Omroep Flevoland om informatie gedeeltelijk toegewezen. Omroep Flevoland heeft op 21 oktober 2019 verzocht om openbaarmaking van: "1. Alle verslaglegging van overleggen, gesprekken en alle correspondentie over de gevolgde procedure(s) en de keuze(s) daarvan bij het onderzoek naar klachten, zowel in- als extern, over het mogelijk grensoverschrijdend gedrag van ex-burgemeester [appellant] en; 2. Enkel en alleen de eindconclusies uit de verslagen van de vertrouwenspersonen dan wel klankbordgroep dan wel de commissie die het onderzoek heeft gedaan." Het college heeft naar aanleiding van het verzoek 25 documenten aangetroffen. Het college heeft eerder besloten die documenten gedeeltelijk openbaar te maken, met dien verstande dat in de betreffende documenten heel veel passages zijn weggelakt. Voor de precieze voorgeschiedenis verwijst de voorzieningenrechter naar de tussenuitspraak van de Afdeling van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:894, en de einduitspraak van 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6388.
- Voorlopige voorziening / hoofdzaak
- Openbaarheid
Toon inhoud
202601387/1/A3 en 202601387/2/A3.
Datum uitspraak: 30 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)), en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, in het geding tussen:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 29 april 2021 heeft het college een verzoek van Omroep Flevoland om informatie gedeeltelijk toegewezen.
Bij besluit van 22 april 2026 heeft het college opnieuw besloten op de bezwaren van Omroep Flevoland en die gedeeltelijk gegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.
Ook heeft [appellant] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het college en Omroep Flevoland hebben schriftelijke uiteenzettingen gegeven.
Het college heeft stukken ingediend en verzocht om geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb. Op grond van artikel 8:29, zesde lid, van de Awb is van rechtswege toestemming verleend om mede op grondslag van de vertrouwelijke stukken uitspraak te doen.
De Afdeling heeft, in een andere samenstelling, bij beslissing van 23 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4318, het verzoek van het college tot beperkte kennisneming van één gedingstuk gerechtvaardigd geacht.
Omroep Flevoland en [appellant] hebben toestemming gegeven als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb om mede op grondslag van deze gedingstukken uitspraak te doen.
Het college heeft een nader stuk ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 augustus 2026, waar [appellant], via een digitale verbinding, bijgestaan door mr. G.P. Wempe, advocaat in Drachten, en het college, vertegenwoordigd door mr. A. Rispens, bijgestaan door mr. T.D. Polak, advocaat in Groningen, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Omroep Flevoland, vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.
Overwegingen
1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
Inleiding
2. Omroep Flevoland heeft op 21 oktober 2019 verzocht om openbaarmaking van:
"1. Alle verslaglegging van overleggen, gesprekken en alle correspondentie over de gevolgde procedure(s) en de keuze(s) daarvan bij het onderzoek naar klachten, zowel in- als extern, over het mogelijk grensoverschrijdend gedrag van ex-burgemeester [appellant] en;
2. Enkel en alleen de eindconclusies uit de verslagen van de vertrouwenspersonen dan wel klankbordgroep dan wel de commissie die het onderzoek heeft gedaan."
2.1. Het college heeft naar aanleiding van het verzoek 25 documenten aangetroffen. Het college heeft eerder besloten die documenten gedeeltelijk openbaar te maken, met dien verstande dat in de betreffende documenten heel veel passages zijn weggelakt. Voor de precieze voorgeschiedenis verwijst de voorzieningenrechter naar de tussenuitspraak van de Afdeling van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:894, en de einduitspraak van 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6388.
In de einduitspraak overwoog de Afdeling dat het ambt van burgemeester een openbaar ambt is en dat een burgemeester een essentiële rol vervult binnen elk van de organen van de gemeente. Zijn gedragingen in zijn rol als burgemeester zijn in beginsel te beschouwen als ambtelijke gedragingen. Juist wanneer gedragingen van een burgemeester aanleiding zijn voor onderzoek en bespreking in de raad, staat op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet open overheid (Woo) niet zonder meer, zoals door het college aangenomen, de persoonlijke levenssfeer van de burgemeester aan openbaarmaking van informatie over die gedragingen in de weg. En voor zover in de weggelakte passages wel sprake is van informatie waarbij de persoonlijke levenssfeer van de oud-burgemeester in het geding is, betekent dit niet dat deze informatie om die reden niet openbaar gemaakt hoeft te worden. In dat geval moet immers nog een afweging worden gemaakt tussen het belang van de persoonlijke levenssfeer van de oud-burgemeester en het algemene belang van openbaarmaking. De Afdeling heeft het college opgedragen in een nieuw besluit uitdrukkelijk te motiveren waarom aan het algemene belang bij openbaarmaking minder gewicht behoefde te worden toegekend.
Nieuw besluit op bezwaar
3. [appellant] heeft een zienswijze gegeven. In document 2 van de inventarislijst heeft hij passages gemarkeerd en van zijn opmerkingen voorzien. Dit zienswijzedocument heeft het college bij zijn besluitvorming betrokken. [appellant] verzet zich uitsluitend tegen openbaarmaking van de in dit zienswijzedocument gemarkeerde en becommentarieerde passages.
Bij het besluit op bezwaar van 22 april 2026 heeft het college, gevolg gevend aan de einduitspraak, opnieuw besloten de 25 aangetroffen documenten gedeeltelijk openbaar te maken. Vergeleken met de vorige procedure wil het college veel meer passages openbaren. Van een aantal passages in de documenten is openbaarmaking geweigerd omdat het om persoonlijke beleidsopvattingen of persoonsgegevens gaat. Voor zover het gaat om passages die zien op uitlatingen of gedragingen van de oud-burgemeester tijdens zijn ambtsuitoefening, heeft het college overwogen dat de oud-burgemeester slechts in beperkte mate een beroep op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer toekomt. Voor zover de informatie zijn persoonlijke levenssfeer raakt, is het college van oordeel dat aan het belang van openbaarheid meer gewicht moet worden toegekend.
Beroep
4. [appellant] heeft ook zijn beroep beperkt tot de voorgenomen openbaarmaking van de door hem in de zienswijzenfase gemarkeerde passages in document 2. Hij betoogt dat de door hem gemarkeerde passages niet openbaar mogen worden gemaakt, omdat hij daardoor in zijn persoonlijke levenssfeer wordt geraakt. Niet duidelijk is waarom het college het belang van openbaarheid laat prevaleren boven het belang van zijn persoonlijke levenssfeer. Het document is niet objectief, maar opgesteld door de ambtelijke top om de wethouders te bewegen stappen te zetten richting de burgemeester. [appellant] acht daarin genoemde als feiten gepresenteerde gedragingen en uitlatingen onjuist en door hem gedane uitspraken zijn uit hun context gehaald. Verschillende in dit document beschreven beschuldigingen zijn niet geverifieerd en hem is daarop geen wederhoor geboden. Openbaarmaking van de betreffende passages en daarin vervatte beschuldigingen raakt zijn persoonlijke levenssfeer aanzienlijk omdat die een vernietigend beeld van hem schetsen, en zal het lastig tot onmogelijk maken om elders in een openbare functie aan de slag te gaan. Het college had ervoor kunnen kiezen om toepassing te geven aan artikel 5.7 van de Woo waarin de toegang tot informatie voor onder meer journalistiek onderzoek is geregeld.
4.1. De geheimhoudingskamer heeft de beperkte kennisneming van het zienswijzedocument met de markeringen en opmerkingen van [appellant] gerechtvaardigd geacht. De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van het geheime document 2 en van het zienswijzedocument. Document 2 is een bijlage bij een brief van de gemeentedirectie aan het college uit juli 2019, dat als document 1 op de inventarislijst staat. Het beslaat zes pagina’s, bevat een weergave van uit de ambtelijke organisatie opgehaalde voorbeelden van gedrag en uitlatingen van [appellant] in zijn hoedanigheid van burgemeester en valt uiteen in de onderdelen "a. Verstoorde verhoudingen", "b. Ongepast gedrag" en "c. Rolinvulling burgemeester". In document 2 worden nadere concretiseringen gegeven van wat in de brief van de gemeentedirectie staat.
4.2. Een bestuursorgaan heeft bij de te maken afweging tussen het algemeen belang bij openbaarmaking en het door de uitzonderingsgrond beschermde belang beoordelingsruimte, waardoor de bestuursrechter de afweging van een bestuursorgaan terughoudend toetst. In dit licht bezien volgt de voorzieningenrechter het college in zijn oordeel dat artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo zich niet verzet tegen openbaarmaking van de door [appellant] gemarkeerde passages in de onderdelen a en c. Gelet op de aard en inhoud van die passages, waarvan naar het oordeel van de voorzieningenrechter de impact op de persoonlijke levenssfeer van [appellant] bij openbaarmaking niet anders is dan van passages met een gelijksoortige strekking in hetzelfde document onder a en c waartegen [appellant] zich niet verzet, mede bezien in het licht van de opmerkingen van [appellant] in het zienswijzedocument, hoefde het college het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer op deze onderdelen niet zwaarder te laten wegen dan het belang bij openbaarmaking. Dat belang is gelegen in de door het college gewenste transparantie omwille van het vertrouwen in de overheid en het publieke debat over de aanleiding van het vertrek van [appellant] als burgemeester. Delen van de gemarkeerde passages komen overigens ook al voor in de al openbaar te maken delen van de 25 documenten. Nu er geen beletsel is de door [appellant] gemarkeerde passages in de onderdelen a en c openbaar te maken, en zich in zoverre dus geen weigeringsgrond voordoet, bestaat ook geen grond voor het college om toepassing te geven aan artikel 5.7 van de Woo.
Het college heeft zich echter niet redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat het algemeen belang van openbaarmaking ook zwaarder weegt dan de belangen van [appellant] bij het vertrouwelijk houden van de door [appellant] gemarkeerde passages in onderdeel b van document 2. Deze passages in onderdeel b betreffen hoofdzakelijk een weergave van concrete gedragingen en uitlatingen met een seksuele connotatie die [appellant], onder meer jegens vrouwelijke medewerkers, zou hebben gedaan. [appellant] heeft er onweersproken op gewezen dat niet duidelijk is of en hoe de daarin beschreven uitlatingen en gebeurtenissen feitelijk zijn gedaan of hebben plaatsgevonden en dat context-informatie ontbreekt. In zoverre is sprake van een document dat rijpe en groene informatie door elkaar bevat, bedoeld als onderlegger voor een brief aan het college, die zich onder de te openbaren informatie bevindt en waarin deze informatie op een meer zakelijke wijze is verwerkt. De voorzieningenrechter stelt vast dat ook uit andere, door [appellant] niet bestreden passages uit zowel document 2 als de andere te openbaren informatie blijkt dat sprake was van ernstige verwijten van ongepast en grensoverschrijdend gedrag en ook van de seksuele aard van een deel daarvan. De passages tegen de openbaarmaking waarvan [appellant] zich verzet zijn een concretisering van die verwijten. Bij die stand van zaken ziet de voorzieningenrechter niet dat het belang van volledige transparantie zwaarder dient te wegen dan het belang van [appellant] bij het voorkomen dat ook juist deze passages, waarvan hij niet onbegrijpelijk stelt dat die hem in het bijzonder persoonlijk raken, openbaar worden gemaakt. Gelet op de impact die volledige openbaarmaking van de betreffende passages op [appellant] zou hebben, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het college het belang van [appellant] bij eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer op de desbetreffende onderdelen zwaarder had moeten laten wegen.
Het betoog slaagt.
Conclusie
5. Het beroep is gegrond. Het besluit van 22 april 2026, voor zover daarin is besloten tot openbaarmaking van de door [appellant] gemarkeerde passages in onderdeel b van document 2, is genomen in strijd met artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. Het besluit moet in zoverre worden vernietigd.
Zelf voorzien
6. De voorzieningenrechter zal het college niet opdragen een nieuw besluit te nemen over de openbaarmaking van de door [appellant] gemarkeerde passages in onderdeel b van document 2. Partijen hebben de voorzieningenrechter ook verzocht om zo mogelijk tot definitieve beslechting van het geschil over te gaan. Ondanks het tijdsverloop - het gaat in dit geval om informatie die ouder is dan vijf jaar - weegt het belang van [appellant] bij eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer op dit moment nog steeds zwaarder dan het algemeen belang van openbaarheid. De impact van volledige openbaarmaking, bezien in het licht van de aard van de beschreven gedragingen en uitlatingen, is nog steeds actueel. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moeten de door [appellant] in zijn zienswijzedocument gemarkeerde passages in onderdeel b van document 2 daarom niet openbaar worden gemaakt. Deze uitspraak zal in zoverre in de plaats treden van het besluit van 22 april 2026.
Verzoek om voorlopige voorziening
7. Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding een verzoek om voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
8. Het college moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep gegrond;
II. vernietigt het besluit op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder van 22 april 2026, voor zover daarin is besloten tot openbaarmaking van de door [appellant] in zijn zienswijzedocument gemarkeerde passages in onderdeel b van document 2;
III. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 22 april 2026, voor zover vernietigd;
IV. wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
V. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
VI. gelast het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder tot vergoeding van het door [appellant] voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht van € 200.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E.E. Konings, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Konings
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2026
612