Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 532
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202203505/1/A3

Als een belanghebbende meerdere samenhangende zaken heeft ingediend waarin de redelijke termijn is geschonden, kan de bestuursrechter volstaan met het in één zaak vaststellen dat die termijn is overschreden waarbij slechts eenmaal het forfaitaire bedrag aan schadevergoeding wordt toegekend. Het gaat in deze zaak om een AVG-verzoek van een man aan de burgemeester van Amsterdam. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde deze zaak eind april 2026 op een rechtszitting. Op diezelfde zitting boog de Afdeling bestuursrechtspraak zich achtereenvolgens over nog twee andere AVG-verzoeken en één zaak op grond van de Wet politiegegevens van dezelfde man. In alle vier de zaken voerde hij aan dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, is overschreden. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de rechtszaken die de man voert in de kern over hetzelfde onderwerp gaan, namelijk de gegevensverwerking naar aanleiding van zijn publieke optreden als demonstrant. Het gaat steeds om rectificatie-, verwijderings-, of inzageverzoeken op grond van de AVG, de Wet politiegegevens of de Wet open overheid. De man start vervolgens procedures over de gegevensverwerking die bij die demonstraties plaatsvindt, vaak bij dezelfde bestuursorganen. Aan zijn verzoeken ligt vaak een gelijkluidend juridisch betoog ten grondslag en zijn afzonderlijk ingediende rechtszaken vertonen dan ook veel inhoudelijke overlap. Door deze wijze van procederen wordt aan de bestuursorganen, maar ook de rechtbanken en de Afdeling bestuursrechtspraak een hoge administratieve last opgelegd omdat zij niet alleen die verzoeken moeten onderzoeken, beoordelen en toetsen maar ook steeds, ten behoeve van een efficiënte geschilbeslechting, moeten onderzoeken hoe de verzoeken zich tot elkaar verhouden. Zo zijn er inmiddels alleen al door de Afdeling bestuursrechtspraak ruim 40 uitspraken gedaan in zaken van de man en zijn er nog meer dan 30 zaken van hem in behandeling. Tot de uitspraak van vandaag heeft hij alleen al dit jaar € 10.000 aan schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend gekregen. Gelet op de bovengenoemde omstandigheden ziet de Afdeling bestuursrechtspraak aanleiding om voor de vier zaken die eind april op zitting werden behandeld, alleen in deze zaak een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe te kennen. Dat is ook de langstlopende zaak van de vier zaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5123
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202203505/1/A3

202204669/1/A3

Bij besluit van 11 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een verzoek van [appellant] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [voornaam] [achternaam appellant], geboren op [geboortedatum] 1986 in [plaats], China. Deze gegevens zijn ontleend aan een door [appellant] afgelegde verklaring onder ede. [appellant] heeft het college op 30 januari 2019 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp zijn voornaam, geboortedatum en geboorteplaats te wijzigen in: - voornaam: [voornaam]; - geboortedatum: [geboortedatum] 1978;- geboorteplaats: [plaats], China. Bij het besluit van 11 mei 2020 heeft het college het verzoek van [appellant] afgewezen, omdat volgens het college niet onomstotelijk vaststaat dat de huidige in de brp geregistreerde persoonsgegevens onjuist zijn, dat de nieuwe gegevens juist zijn en dat de nieuwe en de oude gegevens op dezelfde persoon betrekking hebben. Het college heeft het besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5319
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202204669/1/A3

202205512/1/R4

Bij besluit van 23 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam Olympia met een dwangsom gelast om afval op de juiste wijze aan te bieden. Olympia exploiteert een restaurant op het perceel Schiedamsevest 2 in Rotterdam. Tijdens een controle op 16 mei 2022 heeft een toezichthouder geconstateerd dat afval van dat restaurant was geplaatst naast een ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van Brandersplaats 7 in Rotterdam. Daarmee heeft Olympia volgens het college in strijd gehandeld met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2018. Om herhaling van deze overtreding te voorkomen, heeft het college Olympia met een dwangsom gelast haar afval voortaan op de juiste wijze aan te bieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5355
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205512/1/R4

202206777/1/A3

Bij besluit van 7 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel een verzoek van [appellant] om zijn in de basisregistratie personen geregistreerde nationaliteit van ‘onbekend’ te wijzigen naar ‘staatloos’, afgewezen. Het college heeft het verzoek van [appellant] afgewezen en heeft die afwijzing bij het besluit van 26 april 2022 gehandhaafd. Volgens het college heeft [appellant] niet alle vereiste documenten overgelegd om aan het correctieverzoek te kunnen voldoen. Bovendien valt het volgens het college niet uit te sluiten dat [appellant] via zijn ouders een andere dan de Palestijnse nationaliteit heeft verkregen. Het staat daarom volgens het college niet onomstotelijk vast dat de in de brp opgenomen nationaliteit ‘onbekend’ van [appellant] onjuist is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5308
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202206777/1/A3

202206997/1/R4

Bij besluit van 2 november 2021 heeft het college aan Eneco Heat Production & Industrials B.V. (Eneco) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een warmteoverdrachtsstation met een hulpwarmtecentrale op het perceel, kadastraal bekend gemeente Schiedam, sectie Q, nummer 9496. Eneco heeft op 19 februari 2021 een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor de realisatie van een warmteoverdrachtsstation op het perceel. Op het perceel geldt het bestemmingsplan "Kethel e.o." Het perceel heeft de bestemming "Verkeer-verblijfsgebied". Het realiseren van een warmteoverdrachtsstation is in strijd met deze bestemming. Ook voldoet het bouwplan niet aan de bouwregels van het bestemmingsplan. De rechtbank heeft het door Vereniging Milieudefensie daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Vereniging Milieudefensie kan zich niet vinden in deze uitspraak en heeft daartegen hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5325
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202206997/1/R4

202300277/1/R3

Bij besluit van 20 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse Mployment onder oplegging van een dwangsom gelast het gebruik van de woning aan de Heereweg 384A in Lisse door meer dan één huishouden te beëindigen en blijvend beëindigd te houden. Naar aanleiding van handhavingsverzoeken van [partij A] en andere omwonenden heeft het college controles uitgevoerd naar de bewoning van de woning aan de Heereweg 384A in Lisse (de woning). Tijdens deze controles is geconstateerd dat Mployment in de woning woonruimtes verhuurde aan verschillende huishoudens. Dit gebruik is volgens het college in strijd met artikel 2.12 onder b van het bestemmingsplan "Herziening begrippen", in samenhang met de bestemmingsplannen "Lisse Dorp" en "Eerste herziening Lisse Dorp". Daardoor overtreedt Mployment artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Het college heeft daarom een last onder dwangsom opgelegd, waarin Mployment is opgedragen om de overtreding voor 20 april 2022 te beëindigen en beëindigd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5324
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300277/1/R3

202301249/1/R1

Bij besluit van 15 december 2020 heeft het dagelijks bestuur van het waterschap Vechtstromen aan de gemeente Ommen een watervergunning verleend voor het realiseren van een brug over de Vecht nabij Junne, inclusief aansluitende infrastructuur en een duikerbrug in/over de vispassage naast de Vecht, gelegen op de percelen kadastraal bekend gemeente Ambt-Ommen, sectie P, nummers 132, 140 en 838, en sectie F, nummer 4084 en 4587, nabij de sluis en stuw in Junne. In de rivier de Vecht ligt, ten noorden van Junne, een stuw met primair een waterstaatkundige functie. Bovenop de stuw ligt een brug die is voorzien van een wegdek met een verkeerskundige functie. Doordat er de afgelopen jaren zwaar verkeer over de brug is gereden, zijn er scheuren in het metselwerk van de stuw ontstaan. In de periode 1998-2017 was het gebruik van de brug alleen toegestaan voor verkeer tot maximaal 3 ton, met een ontheffingsmogelijkheid voor lokaal zwaar verkeer tot maximaal 15 ton. Sinds 2017 is deze ontheffingsmogelijkheid afgeschaft. Om ervoor te zorgen dat al het gemotoriseerde verkeer, waaronder het zwaar verkeer, de Vecht weer kan oversteken, heeft de gemeente Ommen het voornemen een nieuwe brug te realiseren. De nieuwe brug komt op 15 meter afstand van de bestaande brug te liggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5109
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Water
  • uitspraakin de zaak202301249/1/R1

202301362/1/R3

Bij besluit van 21 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ommen aan de gemeente Ommen een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een brug over de Vecht, inclusief aansluitende infrastructuur en een duikerbrug in/over de vispassage naast de Vecht en het vellen van houtopstand(en), op de percelen kadastraal bekend als gemeente Ambt-Ommen, sectie P, nummers 132, 140, 838 en sectie F, nummers 4084 en 4587, nabij de sluis en stuw te Junne. In de rivier de Vecht ligt, ten noorden van Junne, een stuw, waarop een brug ligt. Door het zwaar verkeer dat in het verleden over de brug is gereden, zijn er scheuren in het metselwerk van de stuw ontstaan. In de periode 1998-2017 was gebruik van de brug alleen toegestaan voor verkeer tot maximaal 3 ton en, met ontheffing, voor lokaal verkeer zwaarder dan 3 ton tot maximaal 15 ton. In 2017 is de brug geheel afgesloten voor verkeer zwaarder dan 3 ton. De gemeente wil met de nieuwe brug de situatie van vóór 2017 herstellen, zodat al het verkeer, dus ook lokaal zwaar (landbouw)verkeer, weer gebruik kan maken van de brug. De nieuwe brug, die 15 m van de huidige brug (bovenstrooms/zuidoostelijk) komt te liggen, mag, net als de huidige brug, niet worden gebruikt door verkeer zwaarder dan 3 ton. Voor lokaal zwaar verkeer tot 60 ton is een ontheffingsstelsel ontwikkeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5108
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301362/1/R3

202303007/1/R2

Bij besluit van 30 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best een omgevingsvergunning voor de varkenshouderij, een KI-station en een hondenfokkerij aan de [locatie] in Best geweigerd. FCN en [appellant] exploiteren de veehouderij aan de [locatie] in Best. Zij hebben een omgevingsvergunning aangevraagd voor de varkenshouderij, een KI-station en een hondenfokkerij. Het college heeft deze omgevingsvergunning onder andere geweigerd, omdat een hondenfokkerij in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Best 2002" (het bestemmingsplan). FCN en [appellant] zijn het niet eens met dit besluit. De rechtbank heeft onder andere overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat een hondenfokkerij aan de [locatie] in Best in strijd is met het bestemmingsplan. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat die gronden uitsluitend bestemd zijn voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. Volgens de rechtbank voldoet een hondenfokkerij niet aan de begripsomschrijving van een grondgebonden agrarisch bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5239
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202303007/1/R2

202303114/1/R2

Bij besluit van 28 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best een omgevingsvergunning voor de varkenshouderij en de hondenfokkerij aan de [locatie] in Best geweigerd. FCN en [appellant] exploiteren de veehouderij aan de [locatie] (de veehouderij) in Best. Zij hebben een omgevingsvergunning aangevraagd voor de varkenshouderij en een hondenfokkerij. Het college heeft deze omgevingsvergunning op 28 september 2022 onder andere geweigerd, omdat een hondenfokkerij in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Best 2002" (het bestemmingsplan). FCN en [appellant] zijn het niet eens met dit besluit. [partij sub 1A] en de Maatschap en [partij sub 2] wonen of exploiteren een bedrijf op korte afstand van de veehouderij. Zij zijn het niet eens met het besluit van het college van 25 juli 2023 om de omgevingsvergunning partieel te verlenen voor het houden van varkens, onder meer omdat zij vrezen voor geur- en geluidoverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5349
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303114/1/R2
vorige pagina1...454647...54volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon