Overzicht zittingen in vreemdelingenzaken


In veel vreemdelingenzaken doet de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak zonder een zitting te houden. Maar in sommige gevallen is een zitting toch nodig. Bijvoorbeeld omdat de Afdeling voorgelicht wil worden over een algemeen punt dat in meer zaken speelt of als de individuele omstandigheden van een vreemdeling daarvoor aanleiding geven. Hieronder worden alle geplande zittingen in vreemdelingenzaken vermeld. Voorafgaand aan een zitting, stelt de Afdeling bestuursrechtspraak regelmatig vragen aan partijen. Als de vragen gaan over een algemeen punt, zullen ook die op deze pagina worden opgenomen. Elke vrijdag wordt dit overzicht bijgewerkt.

Dinsdag 17 mei 2022

10.00 uur

Leeftijdsregistratie in Dublinzaken

In het hoger beroep tegen de rechtbankuitspraak van 23 juni 2021 (NL 21.6802) houdt de Afdeling bestuursrechtspraak een zitting over de leeftijdsregistratie in Dublinzaken. In deze zaak staat een Guinese man in vier verschillende lidstaten geregistreerd met negen verschillende geboortedata. De staatssecretaris gaat ervan uit dat hij meerderjarig is, maar de man betwist dat en stelt minderjarig te zijn. Hij vindt dat hij zijn minderjarigheid met documenten aannemelijk heeft gemaakt. De zitting is bedoeld om meer duidelijkheid te verkrijgen over de werkwijze van de staatssecretaris in Dublinzaken als geen sprake is van een eenduidig beeld van de leeftijd doordat meer dan een geboortedatum is geregistreerd in een of meer lidstaten. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft voorafgaand aan de zitting vragen (pdf, 83 kB) gesteld aan de staatssecretaris. (zaaknummer 202104145/1/V1)

Dinsdag 17 mei 2022

14.00 uur

Verlenging overdrachtstermijn en mob ('met onbekende bestemming')-melding

In de hoger beroepen tegen de rechtbankuitspraken van 25 juni 2021 (NL21.7352 en 21/2885) houdt de Afdeling bestuursrechtspraak een zitting over de vraag of tegen de verlenging van de overdrachtstermijn op grond van de Dublinverordening beroep openstaat. Daarnaast zal de Afdeling bestuursrechtspraak zich buigen over de vraag of beroep openstaat tegen een melding van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers dat de vreemdeling 'met onbekende bestemming' is vertrokken. De zaken gaan over een Nigeriaanse man wiens overdrachtsbesluit in rechte vaststaat. De staatssecretaris heeft de overdrachtstermijn daarna verlengd met twaalf maanden, omdat de vreemdeling zou zijn ondergedoken. De vreemdeling heeft niet meegewerkt aan zijn uitzetting en is gemeld als 'met onbekende bestemming' vertrokken. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft voorafgaand aan de zitting vragen (pdf, 53 kB) gesteld aan de staatssecretaris en vragen (pdf, 48 kB) gesteld aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. (zaaknummers 202104246/1/V1 en 202104734/1/V1)

Dinsdag 24 mei 2022

10.00 uur

Voortzetting van bekering in opvolgende asielprocedures

In de hoger beroepen tegen de rechtbankuitspraken van 9 september 2020 (NL20.15951), 25 januari 2021 (NL20.869, NL20.871 en NL20.873), en 19 februari 2021 (NL21.743, NL21.745, NL21.747, NL21.749 en NL21.751) houdt de Afdeling bestuursrechtspraak een zitting over de wijze waarop de staatssecretaris opvolgende asielaanvragen onderzoekt en beoordeelt waaraan voortzetting van een eerder ongeloofwaardig geachte bekering ten grondslag is gelegd. De vraag is in hoeverre vreemdelingen in een opvolgende asielprocedure nog kunnen voortborduren op een bekering die de staatssecretaris eerder al niet heeft geloofd. In twee van de zaken heeft de staatssecretaris de asielaanvragen niet‑ontvankelijk verklaard, omdat hij de geloofwaardigheid van de gestelde bekeringen al in een eerdere procedure heeft beoordeeld. In de derde zaak heeft de staatssecretaris de asielaanvragen ongegrond verklaard, omdat hij niet gelooft dat de vreemdelingen zich sinds hun vorige asielprocedure hebben verdiept in het christendom. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft voorafgaand aan de zitting aan de staatssecretaris vragen (pdf, 889 kB) gesteld. (zaaknummers 202005072/1/V2, 202100736/1/V2 en 202101256/1/V2)

Dinsdag 14 juni 2022

10.00 uur

Gevolgen rechtmatig verblijf in andere EU-lidstaat voor inreisverbod

In de hoger beroepen tegen de rechtbankuitspraken van 7 december 2020 (AWB 20/3751) en 30 maart 2021 (AWB 20/2441) houdt de Afdeling bestuursrechtspraak een zitting over de vraag hoe de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid gebruikmaakt van zijn bevoegdheid om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die rechtmatig verblijft in een andere EU-lidstaat. In deze zaken gaat het om een Albanese en een Nigeriaanse man met een verblijfsrecht in respectievelijk Italië en Luxemburg. De staatssecretaris heeft tegen beide mannen een inreisverbod uitgevaardigd, omdat zij volgens hem een gevaar zijn voor de openbare orde. Op zitting zal worden onderzocht wat de gevolgen zijn voor een inreisverbod als een vreemdeling nog altijd een verblijfsvergunning in een andere EU-lidstaat heeft. Ook zal de Afdeling bestuursrechtspraak zich buigen over de vraag of de staatssecretaris het inreisverbod alleen via het nationale of ook het Europese signaleringssysteem moet registreren en op welk moment in de procedure hij dat moet doen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft voorafgaand aan de zitting vragen (pdf, 1.1 MB) gesteld aan de staatssecretaris. (202100009/1/V3 en 202102611/1/V3)


Zittingszaal bij de Raad van State

Bekijk ook het volledige overzicht van gepubliceerde vreemdelingenuitspraken en een overzicht van nieuwsberichten over vreemdelingenuitspraken.