Overzicht zittingen in vreemdelingenzaken
In veel vreemdelingenzaken doet de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak zonder een zitting te houden. Maar in sommige gevallen is een zitting toch nodig. Bijvoorbeeld omdat de Afdeling voorgelicht wil worden over een algemeen punt dat in meer zaken speelt of als de individuele omstandigheden van een vreemdeling daarvoor aanleiding geven. Hieronder worden alle geplande zittingen in vreemdelingenzaken vermeld. Voorafgaand aan een zitting, stelt de Afdeling bestuursrechtspraak regelmatig vragen aan partijen. Als de vragen gaan over een algemeen punt, zullen ook die op deze pagina worden opgenomen. Elke vrijdag wordt dit overzicht bijgewerkt.
Dinsdag 27 oktober 2026
10.00 uur
Over de Russische dienstplicht en mobilisatie
In de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank van 12 maart 2025 (NL24.42712) en 28 november 2025 (NL25.28595) houdt de Afdeling bestuursrechtspraak een zitting over Russische asielzoekers die vrezen te moeten deelnemen aan de oorlog in Oekraïne als dienstplichtigen. De vraag die op de rechtszitting centraal staat is wat de wijzigingen in het Russische beleid, onder meer uiteengezet in het Thematisch Ambtsbericht inzake Rusland van februari 2025 en het EUAA-rapport van december 2025, betekenen voor de vrees voor vervolging of ernstige schade. De Afdeling bestuursrechtspraak gaat op de zitting in op de vraag in hoeverre de minister van Asiel en Migratie is gehouden om onderzoek te doen naar de exacte invulling van een dienstplicht als een asielzoeker dat ten grondslag legt aan zijn asielaanvraag. (202501590/1 en BRS.25.002642)
Maandag 9 november 2026
10.00 uur
Toetsingskader voor vergunningverlening specialiteitenkoks Aziatische horeca
In de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank van 26 mei 2026 (NL25.43424), 2 juni 2026 (NL26.8753) en 4 juni 2026 (NL25.59364) houdt de Afdeling bestuursrechtspraak een zitting over het gewijzigde toetsingskader voor vergunningverlening aan specialiteitenkoks in de Aziatische horecasector. Tot januari 2022 gold een uitzonderingspositie voor restaurants in de Aziatische horecasector, waardoor koks uit Azië eenvoudiger een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid of werkvergunning konden krijgen. Als onderdeel van de uitzonderingspositie voor restaurants in de Aziatische horeca, gebruikte het UWV bij de beoordeling van de aanvragen voor een vergunning zogenoemde ‘specifieke functie-eisen’. Door misstanden en een gewijzigde visie op arbeidsmigratie is de uitzonderingspositie voor Aziatische horeca met ingang van 1 juli 2024 definitief vervallen. Dit betekende het einde van het Convenant Aziatische Horeca (het zogeheten ‘Wokakkoord’). Het UWV beoordeelt daarom niet langer aan de hand van ‘specifieke functie-eisen’, maar het beoordeelt alle aanvragen die vanaf die datum zijn ingediend op dezelfde wijze als andere reguliere aanvragen voor een werkvergunning. De vraag die op de rechtszitting centraal staat is hoe het UWV het reguliere toetsingskader moet toepassen op de Aziatische horecasector. Daarbij gaat het onder meer om de vraag of de minister van Asiel en Migratie mocht uitgaan van het UWV-advies dat voldoende ‘prioriteitgenietend aanbod’ beschikbaar is en dat een in Nederland opgeleide kok binnen drie tot zes maanden kan worden ingewerkt in de Aziatische keuken. (BRS.26.003042, BRS.26.003122 en BRS.26.003299)

Bekijk ook het volledige overzicht van gepubliceerde vreemdelingenuitspraken en een overzicht van nieuwsberichten over vreemdelingenuitspraken.