Overzicht zittingen in vreemdelingenzaken
In veel vreemdelingenzaken doet de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak zonder een zitting te houden. Maar in sommige gevallen is een zitting toch nodig. Bijvoorbeeld omdat de Afdeling voorgelicht wil worden over een algemeen punt dat in meer zaken speelt of als de individuele omstandigheden van een vreemdeling daarvoor aanleiding geven. Hieronder worden alle geplande zittingen in vreemdelingenzaken vermeld. Voorafgaand aan een zitting, stelt de Afdeling bestuursrechtspraak regelmatig vragen aan partijen. Als de vragen gaan over een algemeen punt, zullen ook die op deze pagina worden opgenomen. Elke vrijdag wordt dit overzicht bijgewerkt.
Dinsdag 9 juni 2026
13.00 uur
Over de zorgvuldigheid van de beoordeling van een opvolgende asielaanvraag
In het hoger beroep tegen de rechtbankuitspraak van 4 oktober 2024 (NL22.25858) houdt de Afdeling bestuursrechtspraak een zitting over de opvolgende asielaanvraag van een man uit Nigeria die zegt dat hij homoseksueel is. De minister van Asiel en Migratie heeft de opvolgende asielaanvraag afgewezen, omdat de minister niet gelooft dat de man homoseksueel is en in Nigeria gevaar loopt. De rechtbank oordeelde dat de minister de man asiel had moeten verlenen en heeft de minister opgedragen om dat alsnog te doen. De minister is het daar niet mee eens en is in hoger beroep gekomen tegen de uitspraak van de rechtbank. De vraag die op de zitting centraal staat is of de rechtbank terecht heeft overwogen dat de besluitvorming van de minister onzorgvuldig is geweest. (zaaknummer 202406294/1)
Woensdag 10 juni 2026
10.00 uur
Een bestuurlijke boete voor een erkend referent die een kennismigrant in dienst heeft
In het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van 5 september 2025 (24/2703) houdt de Afdeling bestuursrechtspraak een zitting. De zaak gaat over een bestuurlijke boete die de minister van Asiel en Migratie aan een besloten vennootschap heeft opgelegd. De B.V. houdt zich bezig met het beleggen in onroerend goed en is een zogenoemde ‘erkende referent’. Voor erkende referenten geldt een aantal plichten. Volgens de minister heeft het bedrijf zich niet gehouden aan zijn administratie- en informatieplicht en heeft hij daarom een boete opgelegd van € 1.800. Na bezwaar van het bedrijf heeft de minister de boete verlaagd naar € 900. De B.V. is het daar nog steeds niet mee eens en is daarom bij de rechtbank in beroep gegaan. De rechtbank heeft de boete vervolgens vastgesteld op € 855. Het bedrijf is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en is hiertegen in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. (zaaknummer 202505307/1)
Woensdag 10 juni 2026
10.45 uur
Een bestuurlijke boete voor een erkend referent die jongerenuitwisselingen begeleidt
In het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van 31 maart 2025 (nr. 23/7807) houdt de Afdeling bestuursrechtspraak een zitting. De zaak gaat over een bestuurlijke boete die de minister van Asiel en Migratie aan een stichting heeft opgelegd. De stichting houdt zich bezig met uitwisselingsjongeren en is een zogenoemde ‘erkende referent’. Voor erkende referenten geldt een aantal plichten. Volgens de minister heeft de stichting zich niet gehouden aan haar zorg- en informatieplicht en heeft hij haar daarom een boete opgelegd van € 61.050. Na bezwaar van de stichting heeft de minister de boete verlaagd naar € 44.550. De stichting is het daar nog steeds niet mee eens en is daarom bij de rechtbank in beroep gegaan. De rechtbank heeft de boete vervolgens vastgesteld op € 14.850. De stichting is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en is hiertegen in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. (zaaknummer 202502547/1)
Donderdag 18 juni 2026
10.00 uur
Over de bewijslast in het kader van echt bevonden paspoorten die frauduleus zijn verkregen
In de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank van 23 januari 2025 (NL.24.49898), 27 januari 2025 (NL.24.47894), 4 februari 2025 (NL.24.49900), en 28 april 2025 (NL.24.48839) houdt de Afdeling bestuursrechtspraak een zitting over nadere vragen die gerezen zijn bij de toepassing van het toetsingskader dat de Afdeling bestuursrechtspraak heeft uitgewerkt in haar uitspraak van 14 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1071. De vraag die op zitting centraal staat gaat over wanneer een vreemdeling wiens asielaanvraag in de grensprocedure wordt behandeld, heeft voldaan aan zijn bewijslast om aannemelijk te maken dat het echt bevonden paspoort waarmee hij Nederland is ingereisd op frauduleuze wijze is verkregen. De asielzoekers zeggen namelijk een andere nationaliteit te hebben dan de nationaliteit waarvan de minister van Asiel en Migratie op basis van het echt bevonden paspoort is uitgegaan bij de behandeling van hun asielaanvragen. Op de zitting zal worden ingegaan op de omvang en timing van het bewijs en de inspanningsverplichting van de asielzoekers, de samenhang tussen deze inspanningsverplichting en de samenwerkingsplicht van de minister en hoe de procedurele zorgvuldigheid is gewaarborgd in de grensprocedure. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft voorafgaand aan de zitting partijen vragen (pdf, 42 kB) gesteld. (zaaknummers 202500537/1, 202500801/1, 202500814/1 en BRS.25.000517)
Dinsdag 7 juli 2026
10.00 uur
Over zelfstandig verblijfsrecht en de belangen van het kind
In de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank van 31 mei 2024 (AWB 24/316 en AWB 24/494), 17 januari 2025 (AWB 24/13617) en 7 augustus 2025 (NL24.5291), houdt de Afdeling bestuursrechtspraak een zitting over het zelfstandig verblijfsrecht op grond van artikel 3.50, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000. In alle drie de zaken hebben kinderen een zelfstandig verblijfsrecht. De minister heeft de ouder(s) opgedragen om terug te keren naar het land van herkomst en hij verwacht van de kinderen dat zij met hun ouder(s) zullen meegaan. De Afdeling bestuursrechtspraak gaat op de zitting onder meer in op de vraag hoe de minister rekening houdt met het belang van het kind en met het zelfstandig verblijfsrecht van het kind op grond van het Vreemdelingenbesluit 2000, bij de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft voorafgaand aan de zitting aan de minister van Asiel en Migratie vragen (pdf, 46 kB) gesteld. (zakennummers 202404026/1, 202500908/1 en BRS.25.001239).
Maandag 27 juli 2026
10.00 uur
Over aanwezigheid Nidos aanmeldgehoor alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Zitting over het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van 8 oktober 2024 (NL24.24861). In deze zaak houdt de Afdeling bestuursrechtspraak een zitting over de aanwezigheid van Nidos bij het aanmeldgehoor van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. De vraag is of er een Unierechtelijke plicht voor de minister van Asiel en Migratie bestaat om te garanderen dat er altijd een voogd aanwezig is bij het aanmeldgehoor van de IND en als dat niet zo is, of het aanmeldgehoor en de daarin verrichte schouw als onzorgvuldig kunnen worden aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft voorafgaand aan de zitting de minister vragen (pdf, 46 kB) gesteld. (202406352/1)

Bekijk ook het volledige overzicht van gepubliceerde vreemdelingenuitspraken en een overzicht van nieuwsberichten over vreemdelingenuitspraken.