Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.554
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202301145/1/A3

Bij besluit van 19 januari 2021 heeft de leerplichtambtenaar van de gemeente Den Haag het verzoek van [appellante] om inzage van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming afgewezen. Het AVG-verzoek van 22 december 2020 ziet op de persoonsgegevens van de kinderen van [appellante] in de dossiers bij de leerplichtambtenaar. De leerplichtambtenaar heeft in het verweerschrift in beroep uitgelegd hoe is gezocht naar de persoonsgegevens, en gesteld dat inzage is gegeven in alle persoonsgegevens van de kinderen van [appellante] die bij de leerplichtambtenaar aanwezig zijn. [appellante] heeft dat in hoger beroep betwist, en verwezen naar een e-mailwisseling van 21 december 2017 en een e-mailwisseling in de periode 8 mei tot en met 22 mei 2017 die niet op het overzicht van 7 november 2019 voorkomen. Ook heeft zij verwezen naar een e-mail van 2 april 2021 en naar het "Overzicht wat ontbreekt uit LPA van oktober 2015 t/m november 2019". Daaruit zou moeten blijken dat er meer persoonsgegevens zijn verwerkt waarin inzage gegeven had moeten worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:986
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202301145/1/A3

202301623/1/A3

Bij besluit van 3 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het verzoek van [appellant] om een schadevergoeding van € 1000,00, afgewezen. Bij brief van 26 april 2020 heeft [appellant] het college op grond van artikel 17 van de Algemene verordening gegevensbescherming verzocht om vernietiging van foto’s die een taxateur heeft gemaakt van zijn woning, en een schadevergoeding van € 1000,00. Bij brief van 15 mei 2020 heeft het college dat verzoek afgewezen, op de grond dat de foto’s niet meer bij het college aanwezig zijn. Bij brief van 2 september 2020 heeft [appellant] opnieuw een verzoek om een schadevergoeding van € 1000,00 gedaan. Dit geding gaat over dat nieuwe verzoek. Bij besluit van 3 december 2021 heeft het college het verzoek van [appellant] afgewezen. Het college heeft er daarbij op gewezen dat al een gelijkluidend verzoek van [appellant] in behandeling was. Bij brief van 4 mei 2022 heeft het college het door [appellant] tegen het besluit van 3 december 2021 gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:989
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202301623/1/A3

202301751/1/R2

Bij besluit van 20 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda een omgevingsvergunning verleend aan [partij] voor het verbouwen van een woning aan de [locatie] (hierna: het perceel). [partij] is eigenaar van de woning op het perceel. Hij heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van de woning. Het bouwplan voorziet in een uitbreiding van de woning aan de achterzijde. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het bouwplan niet in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Overakker-Blauwe Kei" (hierna: het bestemmingsplan). Op het perceel rust de bestemming "Wonen". Het bouwplan voldoet volgens het college aan de bouwregels in artikel 15.2.2 van het bestemmingsplan. Verder is er volgens het college geen strijd met redelijke eisen van welstand, zodat het de gevraagde omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen van een bouwwerk’ moest verlenen. [appellante] woont op het naastgelegen perceel aan de [locatie] in Breda. Zij vreest voor nadelige gevolgen voor haar woon- en leefklimaat door de verbouwing. Het bouwplan is inmiddels gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1024
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301751/1/R2

202302337/1/A3

Bij besluit van 19 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een verzoek van [appellant] om handhaving afgewezen.[appellant] heeft het college op 27 november 2020 verzocht om handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van een bouwlift in het Willem Dreespark in Den Haag. Het college heeft dit verzoek afgewezen. Volgens het college hangt deze bouwlift namelijk boven particuliere grond en daarom bestaat er geen reden om handhavend op te treden. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank. In beroep heeft [appellant] niet alleen inhoudelijke gronden aangevoerd tegen de besluitvorming van het college, hij heeft ook aangevoerd dat het college hem ten onrechte niet heeft gehoord naar aanleiding van het door hem gemaakte bezwaar. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het verzoek om handhaving op goede gronden heeft afgewezen. Het college mocht er volgens de rechtbank verder van afzien om [appellant] te horen in de bezwaarfase, omdat er redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk was dat de aangevoerde bezwaren niet zouden kunnen leiden tot een ander besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1012
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302337/1/A3

202302402/1/A3

Bij besluit van 7 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen gestalde voertuigen aan het Willem Dreespark in Den Haag afgewezen. [appellant] heeft het college op 19 januari 2021 verzocht om handhavend op te treden tegen een bouwplaats op het grasveld aan het Willem Dreespark. Op 4 februari 2021 heeft [appellant] het college verzocht om handhavend op te treden tegen een reclamebord dat geplaatst is in de nabijheid van het Willem Dreespark. Ten slotte heeft [appellant] het college op 9 april 2021 verzocht om handhavend op te treden tegen de aanleg van een parkeerterrein aan het Willem Dreespark. Het college heeft de verzoeken van 19 januari en 9 april 2021 afgewezen. Volgens het college vinden de activiteiten die [appellant] graag beëindigd wil hebben plaats op een niet openbare weg. Handhaving tegen deze activiteiten doorkruist het stelsel van de Wegenwet. Het college heeft het handhavingsverzoek van 4 februari 2021 wel toegewezen. Voor alle drie de verzoeken is een dwangsom verbeurd omdat het college te laat heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1013
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302402/1/A3

202302649/1/A2

Met de twee besluiten van 27 augustus 2021 heeft de Dienst Wegverkeer aan [appellante] medegedeeld haar verzoek om de in het kentekenregister geregistreerde CO2-uitstoot van de voertuigen met kentekens [A] en [B] te wijzigen, niet verder in behandeling te nemen. [appellante] heeft twee voertuigen uit Duitsland ingevoerd. Bij de inschrijving in het Nederlandse kentekenregister heeft de RDW overeenkomstig de Duitse kentekenbewijzen een C02-uitstoot van 277 gr/km voor het voertuig met kenteken [A] en een CO2-uitstoot van 262 gr/km voor het voertuig met kenteken [B] geregistreerd. De CO2-uitstoot van een voertuig is van belang voor de hoogte van de Belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (hierna: bpm). Hoe hoger de uitstoot, hoe hoger de bpm. [appellante] heeft een naheffingsaanslag bpm ontvangen van de inspecteur van de Belastingdienst. Volgens de Belastingdienst blijkt namelijk uit het kentekenregister van de RDW dat de CO2-uitstoot van de twee voertuigen hoger is dan [appellante] bij de bpm-aangifte heeft opgegeven. Maar [appellante] is van mening dat de geregistreerde CO2-uitstoot in het kentekenregister onjuist is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1026
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302649/1/A2

202302667/1/R1

Bij besluit van 2 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Echt-Susteren het bestemmingsplan "Molenweg 42a Koningsbosch" vastgesteld. Op het perceel aan de Molenweg 42a in Koningsbosch is paardenhouderij Stal Bosserheide gevestigd. Stal Bosserheide wil de paardenhouderij uitbreiden met een overdekte rijpiste met kantine en juryruimte, zodat onafhankelijk van de weersomstandigheden evenementen kunnen plaatsvinden. Het plan voorziet daarin. Met het plan wordt het bestaande bouwvlak vergroot en krijgt een deel van de gronden de bestemming "Sport" in plaats van "Agrarisch". Verder mag met het plan 2 keer per jaar in plaats van 1 keer per jaar een evenement plaatsvinden. Ook mogen met het plan het hele jaar door 80 trainingsbijeenkomsten en -wedstrijden, waarvan maximaal 60 tussen maart en oktober, plaatsvinden. In het vorige plan mochten de trainingsbijeenkomsten en -wedstrijden alleen tussen maart en oktober maximaal 60 keer plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1039
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202302667/1/R1

202302975/1/A3

Bij brief van 24 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen gereageerd op het verzoek van [appellant] om rectificatie van gegevens op grond van artikel 16 van de Algemene verordening gegevensbescherming. [appellant] heeft op 4 november 2021 het college verzocht om correctie en verwijderen van een uitlating in een verweerschrift in een bezwaarprocedure, dat er sprake zou zijn van "een patroon in de afgelopen jaren, waarin belanghebbende consumeert, zijn rekeningen niet betaalt en vervolgens probeert bijstand te krijgen voor de (bijkomende) kosten.". Het college heeft de brief van [appellant] als klacht doorgestuurd naar de Klachtencommissie Sociaal Consortium Friesland. De klachtencommissie heeft bij brief van 24 november 2021 aan het college laten weten dat de brief niet als klacht wordt beschouwd en dat de klachtencommissie die niet verder zou behandelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:987
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202302975/1/A3

202302986/1/A3

[appellante] heeft een horecaonderneming, [horecaonderneming], aan de [locatie] in Amersfoort. Bij besluit van 13 september 2022 heeft de burgemeester van Amersfoort de aanvraag van [appellante] voor een terras op de kadestrook aan de Havik afgewezen. [appellante] heeft een horecaonderneming, [horecaonderneming], aan de [locatie] in Amersfoort. Bij besluit van 13 september 2022 heeft de burgemeester de aanvraag van [appellante] voor een terras op de kadestrook aan de Havik afgewezen. Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de burgemeester het door [appellante] ingediende bezwaar ongegrond verklaard. Bij mondelinge uitspraak van 11 april 2023 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het door [appellante] ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat het gebruik van het aangevraagde terras een gevaar kan opleveren voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1112
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302986/1/A3

202303064/1/A2

Bij besluit van 7 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen de schuldhulpverlening aan [appellant] beëindigd. Op 21 mei 2019 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om te worden toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject. Bij besluit van 10 september 2019 heeft het college hem toegelaten. Bij besluit van 7 april 2021 heeft het college het schuldhulpverleningstraject beëindigd op de grond dat [appellant] niet heeft voldaan aan de uit de Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Nijmegen 2021 voortvloeiende verplichtingen, die nader zijn gespecificeerd in de schuldregelingsovereenkomst, om mee te werken aan zijn schuldhulpverleningstraject. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat de bijstandsuitkering van [appellant] is stopgezet en hij schulden heeft laten ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1007
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202303064/1/A2
vorige pagina1...890891892...12.656volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon