Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.554
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202206714/1/A3

Bij besluit van 19 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist een aan [wederpartij] verleende parkeervergunning ingetrokken. [wederpartij] woont op de [locatie 1] in Zeist en maakt samen met haar partner voor het parkeren van de auto gebruik van een parkeerabonnement voor parkeergarage "Gemeentehuis". Zij heeft voor een tweede voertuig een aanvraag gedaan voor een bewonersparkeervergunning in het vergunningengebied G, waarin de woning [locatie 1] is gelegen. Bij besluit van 11 december 2020 heeft het college de vergunning verleend. Bij besluit van 19 december 2020 heeft het college de vergunning ingetrokken op grond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder n, van het Besluit uitgifte parkeervergunningen Zeist 2019. De rechtbank heeft artikel 4, eerste lid, onder n, van het Uitgiftebesluit 2019 in dit geval buiten toepassing verklaard. Op grond van deze bepaling komen bewoners van de Maurikstraat, met uitzondering van [locatie 2], alleen in aanmerking voor één parkeerabonnement in de parkeergarage Gemeentehuis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1038
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206714/1/A3

202206753/1/A3

Bij besluit van 2 september 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht het verzoek van [gemachtigde] om ontheffing van het verbod op het innemen van een ligplaats afgewezen. [appellant] heeft vanaf het jaar 2000 naast zijn woonark een sloep liggen van 7,5 meter lang met open karakter. Naar aanleiding van een brief van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht met een voornemen tot handhaving heeft hij een ontheffing hiervoor aangevraagd. Deze ontheffing is nodig omdat de sloep valt onder het verbod tot het innemen van een ligplaats dat voor deze aanvraag geldt ingevolge de Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017. Als de sloep niet meer dan 7 meter lang zou zijn geweest, dan zou geen ontheffing nodig zijn. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat de NLCA-waarden van het gebied (NLCA=de natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuurhistorische of archeologische waarden) volgens het college onaanvaardbaar worden aangetast door de aanwezigheid van de sloep. Dit is volgens artikel 5.6.1, tweede lid, van de verordening reden om de ontheffing niet te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1046
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Provinciale verordening
  • uitspraakin de zaak202206753/1/A3

202207000/1/A3

Bij besluit van 14 oktober 2020 heeft de burgemeester van Rotterdam het verzoek van Amusementcenter om de openingstijden van drie speelautomatenhallen te verruimen afgewezen. Op 16 januari 2020 heeft Amusementscenter verzocht om verruiming van de openingstijden voor de speelautomatenhallen aan de Oude Binnenweg 59, de Botersloot 9-11 en de Kolk 50, te Rotterdam. De burgemeester heeft het verzoek op grond van artikel 2:39a, vijfde lid, aanhef en onder e, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 afgewezen, omdat uit een advies van de politie van 20 april 2020 blijkt dat de woon- en leefsituatie en de openbare orde in de omgeving van de speelautomatenhallen op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de verruiming van de openings- en sluitingstijden. De burgemeester heeft de afwijzing in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:992
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207000/1/A3

202300008/1/A3

Bij besluit van 24 oktober 2017 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Waterschap Vallei en Veluwe een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur om documenten openbaar te maken gedeeltelijk ingewilligd en gedeeltelijk geweigerd. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van alle correspondentie en alle overige documenten over de archeologische onderzoeken naar dijkverleggingen in Cortenoever en Voorsterklei. Het college heeft aan de openbaarmaking van de documenten artikel 11, eerste lid, van de Wob ten grondslag gelegd. Het college heeft in de verstrekte documenten persoonsgegevens onleesbaar gemaakt op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob. Bij het besluit op bezwaar van 2 februari 2021 heeft het college meer documenten openbaar gemaakt, maar zijn standpunt over artikel 11, eerste lid, van de Wob niet gewijzigd. De rechtbank heeft het beroep van Verbeek tegen het besluit van 2 februari 2021 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1043
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202300008/1/A3

202300128/1/A3

Bij brief van 25 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag gereageerd op een verzoek van [appellant] om handhaving. Bij uitspraak van 23 november 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn handhavingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft het college bij brief van 11 februari 2021, ontvangen op 17 februari 2021, verzocht om handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van een bouwhek, een bouwlift en een afvalcontainer in het Willem Dreespark in Den Haag. Het college heeft op dit verzoek gereageerd bij brief van 25 mei 2021. [appellant] stelt dat het college met deze brief ten onrechte niet heeft beslist op zijn handhavingsverzoek. [appellant] heeft daarom een beroep niet tijdig beslissen ingediend bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1010
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300128/1/A3

202300237/1/R2

Bij besluit van 27 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Halderberge een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het houden en berijden van paarden op het perceel aan de [locatie] in Bosschenhoofd afgewezen. [partij A] en [partij B] wonen op het perceel. Ook houden en berijden zij een paard en een pony op het perceel. Op de zitting is vastgesteld dat het paard en de pony worden gehouden in een paddock aan het zuideinde van het perceel en worden bereden op het middendeel ervan. Het paard en de pony worden beide in de regel op afwisselende dagen twee keer per week bereden. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Bosschenhoofd. Hij heeft overlast van de paarden en heeft daarom het college gevraagd handhavend op te treden. Het college heeft het verzoek om handhavend op te treden afgewezen, omdat het hobbymatig houden en berijden volgens het college niet in strijd is met de bestemming "Wonen" van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Kom Bosschenhoofd".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1022
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300237/1/R2

202300268/1/R3

Bij besluit van 8 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Twenterand [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de illegale bewoning door buitenlandse werknemers op het perceel gelegen aan de [locatie] te Vriezenveen te staken en gestaakt te houden. [appellant] is eigenaar van de woning aan het [locatie 1] in Vriezenveen. Hij heeft deze woning verhuurd aan [persoon A] & [persoon B] Naar aanleiding van klachten van omwonenden heeft het college controles uitgevoerd op het perceel van [appellant] en vastgesteld dat er in strijd met het bestemmingsplan arbeidsmigranten wonen in de woning. Het college heeft bij besluit van 8 december 2020 aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en heeft, nadat zijn bezwaar door het college ongegrond was verklaard bij besluit van 12 oktober 2021, beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college terecht geconstateerd dat de bewoning door arbeidsmigranten niet valt onder de begripsomschrijving van "wonen" van het facetplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1036
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300268/1/R3

202300270/1/A3

Bij besluit van 11 augustus 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant] een boete opgelegd van € 1.500 wegens het overtreden van het Arbeidstijdenbesluit vervoer. [appellant] is vrachtwagenchauffeur. Tijdens een controle bleek dat in de tachograaf, waarmee in het belang van de verkeersveiligheid gecontroleerd kan worden of chauffeurs de arbeids- en rusttijden in acht nemen, een bestuurderskaart van een andere persoon zat. Om die reden heeft de minister een boete opgelegd. De rechtbank heeft overwogen dat de hoorzitting in bezwaar deugdelijk heeft plaatsgevonden en dat, door het niet beboeten van de werkgever, geen sprake is van een tegenstrijdig besluit over hetzelfde feitencomplex, omdat voor het beboeten van de werkgever andere regels gelden en dus ook andere omstandigheden bewezen moeten worden. Verder heeft zij overwogen dat de minister ook zonder de eigen verklaring van [appellant] heeft aangetoond dat hij een niet op zijn naam gestelde bestuurderskaart heeft gebruikt, zodat sprake is van een overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:999
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202300270/1/A3

202300385/1/A3

Bij besluit van 25 augustus 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen en medegedeeld dat het College ter beoordeling van geneesmiddelen het verzoek van [appellant] in behandeling heeft genomen. [appellant] heeft de minister op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van: - een afschrift van de vergunningsaanvraag voor Pfizer-Biontech Tozinameran en de daarbij horende afgegeven voorlopige vergunning toelating handelsmarkt; - een afschrift van de vergunningsaanvraag voor Moderna CX024414 en de daarbij horende afgegeven voorlopige vergunning toelating handelsmarkt; - een afschrift van de vergunningsaanvraag voor Astrazeneca/Vaxzevria CHADOX1 en de daarbij horende afgegeven voorlopige vergunning toelating handelsmarkt; - een afschrift van de vergunningsaanvraag voor Janssen AD26.COV2.S en daarbij horende afgegeven voorlopige vergunning toelating handelsmarkt. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat hij niet over documenten beschikt waarop het verzoek is gericht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:996
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202300385/1/A3

202300884/1/A3

Bij besluit van 9 augustus 2021 heeft de minister aan [appellante] een boete opgelegd van € 9.000 wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft [appellante] op 20 maart 2020 op grond van artikel 18b, tweede lid, van de Wml gevorderd om stukken te verstrekken waaruit onder meer blijkt welk loon en welke vakantiebijslag aan vijf werknemers is voldaan en hoeveel (over)uren zij hebben gewerkt. Omdat [appellante] hieraan ten aanzien van één werknemer niet heeft voldaan, heeft de minister een boete van € 9.000 opgelegd. De minister heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft overwogen dat niet vaststaat dat [appellante] artikel 18b, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wml heeft overtreden. De minister heeft eerst op de zitting van de Afdeling laten weten dat hij het niet eens is met dit oordeel, maar dat hij geen hoger beroep heeft ingesteld omdat de boete wegens overtreding van onderdeel b van die bepaling volgens de rechtbank wel terecht is opgelegd en het beroep van [appellante] daarom ongegrond is verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1001
Datum uitspraak
12 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202300884/1/A3
vorige pagina1...889890891...12.656volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon