Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.258
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202500095/1/A2

Bij besluit van 16 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellant] om verlening van een woningvormingsvergunning voor het verbouwen van de woning aan de [locatie] tot drie zelfstandige appartementen afgewezen. [appellant] is eigenaar van een oud herenhuis aan de [locatie] (hierna: de woning), waar hij zes onzelfstandige woonruimten heeft gecreëerd ten behoeve van kamerverhuur. [appellant] verhuurt deze kamers sinds 2006. Hiervoor heeft hij een gebruiksvergunning. Hij heeft bij het college een aanvraag ingediend om de woning te mogen verbouwen naar drie zelfstandige appartementen. Het college heeft aan de afwijzing van de aanvraag ten grondslag gelegd dat de woning in het Statenkwartier ligt en in dat gebied op grond van artikel 5:2 van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 in samenhang gelezen met artikel 5:6, tweede lid, en bijlage III bij die verordening een verbod op woningvorming geldt. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de woningvormingsvergunning mocht weigeren. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college afdoende heeft gemotiveerd waarom geen aanleiding bestaat om de hardheidsclausule toe te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4438
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500095/1/A2

202500299/1/A3

Bij besluit van 15 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een verzoek van [appellant] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. Bij besluit van 8 juni 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 13 december 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4440
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202500299/1/A3

202500628/1/A3

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de burgemeester de sluitingstijd van [café] voor de duur van één maand teruggebracht met drie uur. [appellant] is de exploitant van [café], gelegen aan de [locatie] in Rotterdam. In de op 15 december 2019 verleende exploitatievergunning zijn voorschriften gesteld aan de openingstijden en geluidsnormen. Ook is in de exploitatievergunning een waarschuwing opgenomen naar aanleiding van een eerdere overtreding van de geluidsnormen. Op 20 november 2022 zijn politieagenten om 01:11 uur ter plaatse geweest naar aanleiding van een melding van geluidsoverlast. Zij constateerden dat er op dat moment zonder ontheffing livemuziek werd gespeeld. Om 02:20 uur bleek het café nog niet gesloten, ondanks de verplichte sluitingstijd van 02:00 uur, en was de muziek nog steeds buiten hoorbaar. De politie heeft de constateringen van die avond opgenomen in de bestuurlijke rapportage van 29 november 2022. De burgemeester heeft bij het besluit van 9 maart 2023 [café] geheel gesloten voor de duur van één maand, omdat geen gevolg is gegeven aan de eerder opgelegde bestuurlijke maatregel van 26 januari 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4427
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500628/1/A3

202500646/1/A3

Bij besluit van 20 januari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sluis het door [appellante] gemaakte bezwaar tegen het besluit van 30 juni 2020 opnieuw ongegrond verklaard. [appellante] is in de brp opgenomen met de voornaam [voornaam A], geslachtsnaam [naam appellante], nationaliteit onbekend, geboren op [geboortedatum] 1986 in [plaats] (China). Dit is gebeurd op basis van een op 26 oktober 2000 door haar onder belofte afgelegde verklaring tijdens haar asielprocedure in Nederland. Op 13 maart 2019 heeft [appellante] een verzoek om rectificatie gedaan als bedoeld in artikel 2:58, eerste lid, van de Wet Basisregistratie personen (Wet Brp). [appellante] heeft verzocht om deze gegevens te wijzigen in de voornaam [voornaam B], geslachtsnaam [naam], Chinese nationaliteit, geboren op [geboortedatum] 1983 in [plaats], China. Zij heeft hiertoe onder andere kopieën overgelegd van een verlopen Chinees paspoort uit 1996 en een geldig Chinees paspoort uit 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4332
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202500646/1/A3

202500724/1/A3

Bij brief van 24 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg op verzoek van [wederpartij] een dossier toegestuurd dat het college heeft opgesteld in het kader van de Wet basisregistratie personen. Bij brief van 20 januari 2023 heeft het college aan [wederpartij] laten weten dat het op grond van een adresonderzoek voornemens is om haar uit te schrijven uit de basisregistratie persoonsgegevens. Daarop heeft [wederpartij] verzocht om inzage in dat adresonderzoek. Omdat het college volgens [wederpartij] niet alle informatie over dat adresonderzoek naar haar heeft opgestuurd in de brief van 24 maart 2023, heeft zij tegen die brief bezwaar gemaakt. Bij besluit van 21 augustus 2023 heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het volgens het college in het bezwaarschrift niet duidelijk is omschreven waartegen het bezwaar is gericht. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat het bezwaarschrift een voldoende omschrijving bevat van het besluit waartegen het is gericht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4415
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202500724/1/A3

202500804/1/A3

Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft de korpschef van politie de aanvraag van [appellant] om verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens ten behoeve van verzameldoeleinden, afgewezen. [appellant] heeft op 5 januari 2021 een aanvraag ingediend bij de korpschef voor een verlof voor het voorhanden hebben van vuurwapens ten behoeve van verzameldoeleinden. De korpschef heeft deze aanvraag afgewezen. Daarna heeft de minister het administratief beroep ongegrond verklaard, omdat [appellant] niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 3.1.1. ad b, van de Circulaire wapens en munitie (Cwm). De minister heeft aan dat besluit een verklaring van 10 februari 2021 ten grondslag gelegd van de Nederlandse Vereniging ter Bevordering en Instandhouding van Wapenverzamelingen, Edouard de Beaumont (EdB). Volgens die verklaring kan zij geen positief advies geven over [appellant]. Daarnaast beschikt [appellant] niet over een goedgekeurd verzamelplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4395
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202500804/1/A3

202501126/1/A3

Bij besluit van 21 juli 2023 heeft de burgemeester van Zeewolde de loods aan de [locatie] in Zeewolde voor zes maanden gesloten. [bedrijf] verricht (ver)bouwwerkzaamheden en verhuurt marktkramen voor dagmarkten, weekmarkten en kerstmarkten. [bedrijf] huurt een loods gelegen aan de [locatie] in Zeewolde, die gebruikt wordt als opslag voor de marktkramen. De burgemeester heeft de loods met spoed voor de duur van 6 maanden gesloten omdat hij op 20 juli 2023 een bestuurlijke rapportage heeft ontvangen van de politie waarin staat dat op 11 juli 2023 in totaal 235 kilo cocaïne is aangetroffen in de loods en in een vrachtwagen en dat de eigenaar van de loods met een vuurwapen is bedreigd. In het besluit op bezwaar van 17 januari 2024 heeft de burgemeester de sluiting drie dagen eerder opgeheven. Er waren sinds het besluit van 21 juli 2023 geen nieuwe meldingen of verdachte situaties die sluiting van de loods ten tijde van het besluit op bezwaar nog rechtvaardigde. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was de loods te sluiten en deze sluiting evenredig was, maar niet voor de duur van zes maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4416
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202501126/1/A3

202501189/1/R2

Gemeente Meierijstad mag voor een periode van maximaal vijftien jaar 500 arbeidsmigranten huisvesten in het Veghelse buurtschap Dorshout. Bezwaren van omwonenden tegen de omgevingsvergunning die de gemeente heeft verleend voor honderd vier- tot zespersoons logiesverblijven, zijn ongegrond. Volgens de omwonenden is geen sprake van logies, maar heeft de bewoning van de tiny houses een duurzaam karakter. Bovendien zouden er meer geschikte alternatieve locaties zijn. De grootschalige huisvesting geeft overlast in het buurtschap, aldus de bezwaarmakers. Zij kwamen eerder tegen de omgevingsvergunning in beroep bij de rechtbank Oost-Brabant, maar die verklaarde hun bezwaren ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt vandaag dus de eerdere uitspraak van de rechtbank op dit punt. Maar ontwikkelaar Het Knokert Kwartier die initiatiefnemer is van het project, kwam ook in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. Zij is het niet eens met het moment waarop de tijdelijke vergunning ingaat. Volgens haar ziet het project op de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten voor een periode van maximaal vijftien jaar en niet alleen op het laten staan van de gebouwen voor vijftien jaar. Anders zou de exploitatie financieel niet rendabel zijn. Uit de uitspraak van de rechtbank volgt dat de bouwwerkzaamheden deel uitmaken van die vijftien jaar. Anders dan de rechtbank maakt de Afdeling bestuursrechtspraak uit de aanvraag voor de vergunning op dat deze is ingediend om gedurende vijftien jaar daadwerkelijk arbeidsmigranten te huisvesten: “beoogd is dus een exploitatietermijn van de short stay van vijftien jaar.” De ontwikkelaar krijgt dus gelijk van de Afdeling bestuursrechtspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4407
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501189/1/R2

202501268/1/R1

Bij besluit van 24 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een locatie op de hoek van de Mauritsstraat en de Dillenburgstraat ter hoogte van huisnummer 9 aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC). [appellant] en anderen wonen allen in de omgeving van het kruispunt Dillenburgstraat - Mauritsstraat. Het college heeft eerder, bij besluit van 23 juni 2021, de locatie Mauritsstraat tegenover Dillenburgstraat 11-11 bis aangewezen als locatie voor een ORAC. Het college heeft dit besluit op 4 augustus 2022 ingetrokken. De nu aangewezen locatie ligt op een afstand van ongeveer 3,5 m van de locatie die bij besluit van 23 juni 2021 was aangewezen. [appellant] en anderen betogen dat de gegrondverklaring van het bezwaar in de eerdere procedure betekent dat de locatie niet geschikt is om een ORAC te plaatsten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4442
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202501268/1/R1

202501680/1/A2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar verzoek aan het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland om handhavend op te treden op grond van de Monumentenverordening gemeente Smallingerland 2010. Het college heeft de Noorderbegraafplaats, gelegen aan de Stationsweg 1446 te Drachten, op 26 april 2001 aangewezen als monument. De Protestantse Gemeente te Drachten is eigenaar van de begraafplaats. De Protestantse Gemeente heeft de gedenksteen van het graf van de oma van [appellant] verwijderd van de begraafplaats op 1 januari 2023. Volgens [appellant] heeft het college de gedenksteen (mede) aangewezen als monument en mocht de Protestantse Gemeente daarom niet de gedenksteen verwijderen zonder een vergunning van het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4410
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202501680/1/A2
vorige pagina1...575859...12.626volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon