Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.893
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202302923/1/R1

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) onder meer locatie EB006 aan het Luilaantje in Egmond-Binnen aangewezen als clusterplaats voor het plaatsen van rolcontainers ten behoeve van huishoudelijk afval. Het college heeft op 27 oktober 2022 het "Ontwerpbesluit aanwijzing locaties clusterplaatsen ten behoeve van afvalinzameling in Egmond Binnen en Egmond aan den Hoef, gemeente Bergen (Fase 2)" (hierna: het ontwerpbesluit) ter inzage gelegd. Volgens het ontwerpbesluit bevonden de clusterplaatsen waarop [appellant] en anderen waren aangewezen zich aan de Ruygekroft in Egmond-Binnen. Die clusterplaatsen bevonden zich op minder dan 20 m afstand van de percelen waar [appellant] en anderen wonen. Bij het bestreden besluit heeft het college in plaats van die locaties de locatie langs het Luilaantje aangewezen als clusterplaats voor [appellant] en anderen. Deze clusterplaats bevindt zich op ongeveer 130 m afstand van de percelen van [appellant] en anderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3989
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202302923/1/R1

202302927/1/R1

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college onder meer locatie AH137 (hierna: de aangewezen locatie) aan de Egmonderstraatweg ter hoogte van [locatie 1] en [locatie 2] aangewezen als clusterplaats voor het plaatsen van rolcontainers ten behoeve van huishoudelijk afval. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie 1]. De aangewezen locatie bevindt zich dus gedeeltelijk ter hoogte van hun perceel. Zij zijn het niet eens met het besluit van het college, omdat het opstellen van rolcontainers op de aangewezen locatie volgens hen het gebruik van hun inrit bemoeilijkt en een gevaarlijke verkeerssituatie veroorzaakt. Daarnaast bestaan er volgens [appellant A] en [appellant B] alternatieve locaties die geschikter zijn. De aangewezen locatie moet worden opgeheven of ten minste worden verkleind tot een locatie voor maximaal drie containers, zo betogen zij. Bij de keuze van een locatie voor een clusterplaats moet het college een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het aanwijzingsbesluit. Daarbij heeft het college beleidsruimte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3990
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202302927/1/R1

202304070/1/R1

Bij besluit van 2 april 2020 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta onder oplegging van een dwangsom Comgoed gelast om de lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater vanaf haar perceel, dat ligt op het bedrijvenpark Oostflakkee in Oude-Tonge, te beëindigen en beëindigd te houden. Comgoed is eigenaar van het perceel en wil daarop een bioboardfabriek vestigen. Voor de fundering van de bedrijfshallen en aan te leggen wegen zijn op het perceel staalslakken toegepast. De staalslakken heeft Comgoed met folie afgedekt. Het perceel is onbebouwd, omdat Comgoed door vertraagde vergunningverlening nog niet heeft kunnen beginnen met de aanleg van de wegen en de bouw van de fabriek. Tussen Comgoed en het college is niet in geschil, en ook de Afdeling gaat daarvan uit, dat er op 6 maart 2020 vanaf het perceel een lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater heeft plaatsgevonden. Vast staat verder dat Comgoed daarvoor geen vergunning heeft en dat daarom artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet is overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3942
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202304070/1/R1

202304224/1/A2

Bij besluit van 20 april 2021 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besloten dat de woning van [appellant A] niet voor beoordeling in aanmerking komt. Bij afzonderlijke besluiten van 25 januari 2022 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat de door [appellant A] en [appellant B] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. [appellant A] is eigenaar van de woning op het adres [locatie] te Appingedam. De woning is gebouwd in 2006. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. De Nederlandse organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) heeft het risicoprofiel van de woning beoordeeld aan de hand van de Seismische Dreigings- en Risicoanalyse (SDRA). Aan de hand van de SDRA en een handmatige verrijking is vastgesteld dat de woning een normaal risicoprofiel heeft en niet wordt beoordeeld binnen het versterkingsprogramma van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3946
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304224/1/A2

202304654/1/A2

Bij besluit van 9 november 2020 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel de verzoeken van de maatschap om nadeelcompensatie afgewezen. De maatschap exploiteert een melkveebedrijf op het perceel [locatie A] te Bergeijk. Zij beschikt daarnaast over een veldkavel van 9,5 hectare tegenover het perceel en een kavel van 1 hectare ten zuiden van het perceel. Op de kavels worden gras en maïs geteeld. Op 22 januari 2019 en 13 maart 2020 heeft de maatschap een verzoek om nadeelcompensatie gedaan op grond van artikel 7.14 van de Waterwet voor de jaren 2018 en 2019. De maatschap heeft aan de verzoeken ten grondslag gelegd dat zij door de afsluiting van de Keunensloop droogteschade heeft geleden in de vorm van een verminderde opbrengst van gewassen op de kavels. De droogteschade heeft zij begroot op € 2.372,60 voor 2018 en € 10.287,20 voor 2019 (inclusief deskundigenkosten). Aan het besluit van 29 juni 2021 heeft het dagelijks bestuur ten grondslag gelegd dat er geen causaal verband is tussen de geleden schade en het tijdelijk afsluiten van de Keunensloop in 2018 en 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3987
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202304654/1/A2

202305063/1/R1

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Amstelveen het bestemmingsplan "Haagbeuklaan 1-3" vastgesteld. Het plan en de omgevingsvergunning voorzien in de herontwikkeling van het perceel dat ten tijde van de besluitvorming werd aangeduid als Haagbeuklaan 1-3 in Amstelveen. De besluiten maken op de locatie van een dagkerk en pastorie de bouw van een appartementengebouw met 57 woningen mogelijk. Daarvoor zullen de dagkerk en de pastorie worden gesloopt. Op het perceel staat ook de Heilige Geestkerk, een gemeentelijk monument. De besluiten strekken er toe de Heilige Geestkerk te restaureren en geschikt te maken voor een kinderdagverblijf. CAD 3 B.V. is de initiatiefnemer van de ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3968
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202305063/1/R1

202305126/1/R1

Bij afzonderlijke besluiten van 10 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Middelburg de verzoeken van onder andere [partij A] en [partij B] om handhavend op te treden tegen het gebruik van de woning aan de [locatie] in Middelburg afgewezen. [appellant A] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Middelburg (hierna: de woning). [appellant A] woont niet in de woning; hij woont in Vlissingen. Hij heeft de woning gekocht om daar op termijn te gaan wonen. [appellant A] verhuurt de woning aan [appellant C]. [appellant C] heeft zijn hoofdverblijf in een woning in Aken in Duitsland. Hij maakt gebruik van de woning. De woning is gelegen in een appartementencomplex, waarin [partij A] en [partij B] elk ook een woning bewonen. Zij vinden dat de woning in strijd met de geldende woonbestemming recreatief wordt gebruikt en hebben daarom het college verzocht om handhavend op te treden tegen dat gebruik. Het college heeft de verzoeken om handhaving afgewezen, omdat het gebruik dat [appellant C] van de woning maakt volgens hem in overeenstemming met de woonbestemming is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3953
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305126/1/R1

202305592/1/R1

Bij besluit van 13 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) onder meer locatie BC022 aan de Doorntjes ter hoogte van huisnummer [locatie] aangewezen als clusterlocatie voor het plaatsen van rolcontainers ten behoeve van huishoudelijk afval. [appellant] is eigenaar van het perceel aan [locatie]. Hij is voornemens om op dit perceel een nieuwe woning te bouwen. De woning die voorheen op het perceel stond is daarom gesloopt. Met de bouw van de nieuwe woning wordt de ingang verplaatst van de westzijde van het perceel naar de oostzijde, zo stelt hij. Het pad naar de hoofdingang van de nieuwe woning komt dan uit op de clusterplaats. De clusterplaats zou daardoor volgens [appellant] voor een inrit komen te liggen. Bij de keuze van een locatie voor een clusterlocatie moet het college een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het aanwijzingsbesluit. Daarbij heeft het college beleidsruimte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3991
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202305592/1/R1

202305728/1/R4

Bij onderscheiden besluiten van 20 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel zijn beslissing om op 8 en 15 oktober 2022 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Krimpen aan den IJssel aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van huisvuilzakken die op 8 en 15 oktober 2022 zijn aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de [locatie] te Krimpen aan den IJssel. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] deze huisvuilzakken verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een of meerdere documenten waarop [appellant] is vermeld als geadresseerde zijn aangetroffen. [appellant] weerspreekt niet dat hij de vuilniszakken op onjuiste wijze heeft aangeboden. [appellant] betoogt dat de afvalcontainer buiten gebruik was toen hij de afvalzakken wilde wegbrengen. Volgens hem is dat veelvuldig het geval bij deze ondergrondse afvalcontainer en is er ook geen alternatieve container in de omgeving aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3967
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202305728/1/R4

202306308/1/A2

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft de staatssecretaris Herstel Groningen vastgesteld dat de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. Door middel van de HRA is vastgesteld dat de woning van [appellant] een licht verhoogd risicoprofiel heeft en dat opname en beoordeling binnen het versterkingsprogramma van de NCG nodig was. Het adres is vervolgens toegevoegd aan het jaarlijks op te stellen plan van aanpak van de gemeente Oldambt. In het plan staat welke woningen dat jaar moeten worden onderzocht. Het is aan de gemeente om de planning en volgorde van het onderzoek te bepalen. [appellant] is eigenaar van een vrijstaande woning (een villaboerderij en rijksmonument uit 1870) met schuur aan de [locatie] te Midwolda. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. In het kader van het versterkingsproces is het risicoprofiel van de woning bepaald op basis van de Hazard and Risk Assessment. De HRA geeft een beoordeling van de seismische dreiging en het daaruit volgende seismische risico.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3951
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202306308/1/A2

202307269/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de staatssecretaris Herstel Groningen vastgesteld dat de woning voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Groningen. [appellant] woont in een gebied waar aardbevingen als gevolg van gaswinning voorkomen. [appellant] heeft op 13 december 2019 een melding gedaan bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen van een acuut onveilige situatie. Op 14 december 2019 heeft een bouwkundig inspecteur van het bedrijf W2N Groningen B.V. in opdracht van het Instituut de woning bezocht. In het AOS-inspectieverslag is de situatie niet als acuut onveilig beoordeeld. Het Instituut heeft de AOS-melding ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3976
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202307269/1/A2

202307465/1/R1

Bij besluit van 18 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Amstelveen het bestemmingsplan "De Scheg West" vastgesteld. Het bestemmingsplan "De Scheg West" voorziet in het juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van de locatie De Scheg West in Amstelveen. Het maakt de realisatie van maximaal 800 nieuwe woningen, een school en kinderdagopvang mogelijk, in combinatie met verkeersfuncties, groenvoorzieningen en watergangen. Het plangebied bestaat in de huidige situatie voor het grootste deel uit agrarische percelen en onbebouwde glastuinbouwpercelen. BPD is initiatiefnemer en ontwikkelaar van het bestemmingsplan. Orchidiva exploiteert een orchideeënkwekerij en is gevestigd op het perceel Legmeerdijk 216, dat direct ten zuiden van het plangebied ligt. Zij vreest negatieve gevolgen van het bestemmingsplan en daarmee voor de toekomst van haar bedrijf ter plaatse. Hierbij gaat het onder meer om verminderde mogelijkheden voor uitbreiding en verduurzaming, wateroverlast en stofoverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3954
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202307465/1/R1

202400673/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], geboren op [geboortedatum] 1958, zijn echtgenote, geboren op [geboortedatum] 1967, en hun negen kinderen. Op 23 augustus 2021 heeft [appellant] de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van ongeveer 2012 tot 2016 als monteur heeft gewerkt voor de Nederlandse functionarissen van de European Union Police Mission in Afghanistan (EUPOL). De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3955
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400673/1/V6

202400675/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant A], geboren op [geboortedatum] 1981, zijn echtgenote, geboren op [geboortedatum] 1984, en hun zes kinderen. Op 25 augustus 2021 heeft [appellant A] de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant A] stelt dat hij van ongeveer 2009 tot 2016 als schoonmaker heeft gewerkt voor de Nederlandse functionarissen van de European Union Police Mission in Afghanistan (EUPOL). De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant A] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3956
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400675/1/V6

202400678/1/V6

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Iran. Zij zijn [appellant], geboren op [geboortedatum] 1981, en haar drie kinderen. Op 17 maart 2022 heeft [appellant] de minister gevraagd om haar en haar gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat zij van juli 2007 tot en met december 2016 als schoonmaakster heeft gewerkt voor de European Union Police Mission in Afghanistan (EUPOL). De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3962
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400678/1/V6

202400679/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], zijn vrouw [appellant A] en hun vier kinderen. Op 17 maart 2022 heeft [appellant] de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van september 2007 tot en met december 2016 als elektricien heeft gewerkt voor de European Union Police Mission in Afghanistan (hierna: EUPOL). De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; hierna: de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3957
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400679/1/V6

202401444/1/R4

Bij besluit van 25 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 3 november 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een ingedeukte kartonnen doos die op 3 november 2023 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die hem naast de ORAC heeft gezet. Zij stelt dat in de doos kattenbaksteentjes zaten die zij op 9 maart 2022 had besteld bij ZooPlus en dat zij diezelfde maand nog de doos heeft weggegooid in de container onderaan haar flat aan de Zeesluisweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3964
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401444/1/R4

202401541/1/R4

Bij besluit van 18 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk zijn beslissing om op 10 december 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2021 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 10 december 2023 is aangetroffen naast een ondergrondse container ter hoogte van de [locatie] in Rijswijk. Het is niet in geschil dat [appellant] de huisvuilzak daar verkeerd heeft aangeboden door hem naast de container te zetten. [appellant] is het er niet mee eens dat zij een boete van € 159,05 heeft gekregen. Zij stelt dat de container voor de zoveelste keer vol was en was in de overtuiging dat het daarom was toegestaan om de zak netjes naast de container te zetten zodat hij gewoon opgehaald kon worden. Ze licht in haar beroepschrift toe dat ze nu weet dat dat niet mag en dat ze voortaan een andere container zal zoeken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3966
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401541/1/R4

202401577/1/R4

Bij besluit van 8 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 26 september 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos met oud papier die op 26 september 2023 is aangetroffen naast een papierbak ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het is niet in geschil dat [appellant] de doos daar verkeerd heeft aangeboden door hem naast de papierbak te zetten. [appellant] vindt het niet terecht dat € 199,57 van de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor zijn rekening komt, vanwege zijn slechts beperkte aandeel in de ontstane situatie. Hij licht toe dat hij de doos met oud papier aanvankelijk om 24 september 2023 op straat had gezet om de volgende dag, de maandelijkse ophaaldag voor oud papier, te worden opgehaald. Daarbij wijst hij erop dat in het besluit van 31 januari 2024 ten onrechte staat dat de ophaaldag op 23 september was, terwijl dat volgens de afvalkalender 25 september was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3965
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401577/1/R4

202402747/1/V6

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 12 december 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij heeft gewerkt als tolk van de ‘Afghan Security Guard’ voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De gronden die [appellant] aanvoert over de speciale voorziening, gaan over een rechtsvraag die de Afdeling eerder heeft beantwoord (zie de uitspraak van 14 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3298, onder 2.2, over het begrip data). Wat [appellant] aanvoert, biedt geen reden om hierover in dit geval anders te oordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3988
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202402747/1/V6

202404173/1/A2

Bij beslissing van 19 februari 2024 heeft de examencommissie namens de decaan van de Erasmus School of Economics het verzoek van [appellante] om toelating tot de master Economics and Business met de specialisatie Financial Economics afgewezen. Bij beslissing van 11 juni 2024 heeft het het college van beroep voor de examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] heeft de bachelor Business Administration afgerond aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Op 17 januari 2024 heeft zij een verzoek gedaan tot inschrijving bij de master Economics and Business met de specialisatie Financial Economics. Deze masteropleiding valt onder de faculteit Erasmus School of Economics. Bij beslissing van 19 februari 2024 heeft de examencommissie dit verzoek tot inschrijving afgewezen omdat het door [appellante] behaalde bachelor gemiddelde van 7,46 niet voldoet aan het in artikel 10, tweede lid, onder b, van de Onderwijs- en Examenregeling Masteropleidingen ESE Studiejaar 2023-2024 voorgeschreven cijfergemiddelde van een 7,5 of hoger.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3960
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404173/1/A2

202404614/1/A2

Bij beslissing van 6 februari 2024 heeft het college bepaald dat [appellante] voor de bacheloropleiding Geschiedenis voor het studiejaar 2023-2024, in haar situatie, bij een inschrijving per 1 februari 2024 een instellingscollegegeld van € 5.016,67 is verschuldigd. Bij afzonderlijke beslissing van 6 februari 2024 heeft het college het verzoek van [appellante] om per 1 februari 2024 als extraneus te worden ingeschreven voor de bacheloropleiding Geschiedenis afgewezen. [appellante] heeft op 30 augustus 2010 haar doctoraaldiploma Nederlands Recht aan de UvA behaald. Op 1 februari 2011 is zij aan die universiteit in deeltijd begonnen aan de bacheloropleiding Geschiedenis. Tot en met het studiejaar 2016-2017 heeft [appellante] gebruik kunnen maken van de overgangsregeling voor studenten die geen aanspraak kunnen maken op het wettelijk (lager) tarief collegegeld. Vervolgens heeft het college voor het studiejaar 2017-2018 aanleiding gezien om [appellante] op basis van de hardheidsclausule nog een extra jaar te laten studeren tegen het wettelijk tarief collegegeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3941
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404614/1/A2

202302733/1/V1

Bij besluit van 24 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen en hem ongewenst verklaard. Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakt bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3917
Datum uitspraak
1 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302733/1/V1

202403381/2/R4

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2023" (hierna: het plan) gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in een herziene en geactualiseerde planologisch-juridische regeling voor het buitengebied van de gemeente Nunspeet en vervangt het bestemmingsplan "Buitengebied 2019". Het plan 2023 heeft betrekking op het hele buitengebied van Nunspeet. [verzoeker] komt op tegen het plan, voor zover dat betrekking heeft op het naast zijn woonperceel gelegen perceel [locatie 2] te Elspeet. [partij] is eigenaar van het perceel. Op het perceel staan een woning en bijgebouwen. Op grond van het plan rust op het perceel, binnen de bestemming "Wonen", de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - caravanopslag met ondergeschikte verkoop" op een grondoppervlak van ongeveer 1.150 m². Op ongeveer 770 m² van dit grondoppervlak staan aaneengesloten bijgebouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3921
Datum uitspraak
1 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403381/2/R4

202405303/1/V1

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3923
Datum uitspraak
1 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405303/1/V1

202405990/1/V2 en 202405990/2/V2

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3995
Datum uitspraak
1 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405990/1/V2 en 202405990/2/V2

202406012/1/V2 en 202406012/2/V2

Bij besluit van 12 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3922
Datum uitspraak
1 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406012/1/V2 en 202406012/2/V2

202306031/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 31 augustus 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.A. Krikke, advocaat in Bussum, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3913
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306031/1/V1

202404762/1/V2

Bij besluit van 2 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 26 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3914
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404762/1/V2

202405203/1/V3 en 202405203/2/V3

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3901
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405203/1/V3 en 202405203/2/V3

202405532/1/V3

Bij besluit van 8 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 23 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3915
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405532/1/V3

202405789/2/V3

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 6 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3916
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405789/2/V3

202405876/1/V3 en 202405876/2/V3

Bij besluit van 30 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 11 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.C. Kaptein, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3912
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405876/1/V3 en 202405876/2/V3

202405911/1/V3 en 202405911/2/V3

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 18 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3911
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405911/1/V3 en 202405911/2/V3

202000913/2/R2, 202101508/4/R2 en 202101642/5/R2

Ten aanzien van de samenhangende zaken nrs. 202000913/1/R2, 202101508/1/R2 en 202101642/1/R2, die op 4 oktober 2024 op zitting zullen worden behandeld, heeft staatsraad mr. H.J.M. Besselink, het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hem bij de voorbereiding van bovenvermelde zaken is gebleken dat recent in één van die zaken een advocaat van een kantoor waar de staatsraad aan was verbonden voorafgaand aan zijn benoeming als staatsraad, heeft aangekondigd dat hij als gemachtigde van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland ter zitting zal optreden. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3927
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Verschoning
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202000913/2/R2, 202101508/4/R2 en 202101642/5/R2

202305443/1/A2

Bij onderscheiden besluiten van 21 april 2022 heeft de raad van de gemeente Rotterdam de bezwaren van appellanten tegen het opnemen van de eis van een verklaring omtrent gedrag in artikel 23 van het Kiesreglement wijkraden 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 27 juli 2023 heeft de rechtbank de hiertegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. In hoger beroep voeren appellanten aan dat de uitspraak van de rechtbank niet coherent is, omdat de rechtbank in een brief van 3 juli 2023 heeft vermeld dat eerst de bezwaarprocedure moet worden gevolgd. Ook betogen appellanten dat de hoorplicht is geschonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4050
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202305443/1/A2

202306086/1/A2

De achtergrond van het geschil is dat Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen volgens [appellant] ook na in gebreke te zijn gesteld niet-tijdig heeft beslist op zijn aanvraag om een vrijstelling van de module ‘Personeelsmanagement’. [appellant] stelt dat hij al op 14 oktober 2021 een ingebrekestelling heeft verzonden, zodat CBR hem een hogere dwangsom had moeten betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4051
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202306086/1/A2

202202176/1/V2

Bij besluit van 2 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3894
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202176/1/V2

202304629/1/V3

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3895
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304629/1/V3

202305740/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3896
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305740/1/V1

202305741/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3897
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305741/1/V1

202306581/1/V2

Bij besluit van 26 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3898
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306581/1/V2

202400489/1/V2

Bij besluit van 13 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3891
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400489/1/V2

202404131/2/R4

Bij besluit van 23 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe het wijzigingsplan "[locatie], Tricht" vastgesteld. Het perceel aan de [locatie] in Tricht had op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied 2022" de bestemming "Agrarisch" met de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - grondgebonden veehouderij". Het wijzigingsplan verandert de bestemming in "Bedrijf" met de functieaanduiding "opslag". Overeenkomstig de voorwaarden uit artikel 38.1, onder i, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2022" zal een deel van de bestaande bedrijfsbebouwing worden gesloopt. [verzoeker] en anderen zijn omwonenden en hebben bezwaar tegen de bestemmingswijziging, omdat zij van de opslag die tot nu toe op het perceel heeft plaatsgevonden veel hinder hebben ervaren. Zij vrezen dat de opstallen zullen worden gebruikt voor illegale praktijken en willen dat de agrarische bestemming behouden blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3815
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404131/2/R4

202405416/2/V3

Bij besluit van 30 april 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 20 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3909
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405416/2/V3

202405431/2/R1

Bij besluit van 14 april 2022 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd ten aanzien van het zonder vereiste watervergunning oprichten van een muur in de beschermingszone van een zogeheten A-watergang. Het dagelijks bestuur heeft gesteld dat [verzoekster] geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat haar belang financieel van aard is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3902
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202405431/2/R1

202405970/1/V3 en 202405970/2/V3

Bij besluit van 24 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 17 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3910
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405970/1/V3 en 202405970/2/V3

202206796/3/R3

Bij tussenuitspraak van 29 mei 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending daarvan het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De raad heeft gevraagd om verlenging van de hersteltermijn tot en met 13 november 2024, omdat de raad niet in staat is binnen de gestelde termijn het bestreden besluit te herstellen. Daarbij geeft de raad aan dat het onder meer in verband met de vakantieperiode niet mogelijk is om het gebrek, dat betrekking heeft op het niet verrichten van onderzoek naar de gevolgen van het plan voor het uitzicht vanuit het appartement van Kroeze, de lichtinval in dat appartement en de mogelijkheid tot onderhoud van de zijgevel van dat appartement, binnen de gestelde termijn te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3904
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202206796/3/R3

202302952/1/V1

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3890
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202302952/1/V1

202304005/3/R4

Bij besluit van 19 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [verzoeker] onder meer een last onder bestuursdwang opgelegd om de achtergevel van het pand aan de [locatie 1] in Utrecht in de originele staat te (laten) herstellen en hersteld te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3903
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304005/3/R4

202305014/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3808
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305014/1/V1

202400645/1/V1

Bij besluit van 27 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een opvolgende aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd en een verzoek om bestuurlijke heroverweging van het eerste in rechte onaantastbare afwijzende besluit van 14 april 2017 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3889
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400645/1/V1

202402750/1/V2

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3888
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402750/1/V2

202403223/1/V2

Bij besluit van 9 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3887
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403223/1/V2

202403796/1/V1

Bij besluiten van 11 en 30 maart 2024 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3886
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403796/1/V1

202403858/3/R4

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Ingen, Nieuwe Weg ongenummerd (ong.)" vastgesteld. Op 23 augustus 2024 is een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning met bijgebouw aan de Nieuwe Weg (LDN04 I 588) in Ingen ingediend. Met het verzoek om het bestemmingsplan te schorsen, beoogt [verzoeker] te voorkomen dat deze omgevingsvergunning wordt verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4179
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403858/3/R4

202403936/1/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3885
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403936/1/V3

202404512/1/V3

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vreemdeling op 5 juni 2024 opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw 2000.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3884
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404512/1/V3

202404795/2/V3

Bij besluit van 23 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3883
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404795/2/V3

202405634/2/V2

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de richtlijn tijdelijke bescherming).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3882
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405634/2/V2

202405699/1/V2 en 202405699/2/V2

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3893
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405699/1/V2 en 202405699/2/V2

202405730/1/V1 en 202405730/2/V1

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3881
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405730/1/V1 en 202405730/2/V1

202405891/1/V2 en 202405891/2/V2

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 11 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3908
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405891/1/V2 en 202405891/2/V2

202405958/1/V3 en 202405958/2/V3

Bij besluit van 26 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 17 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3906
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405958/1/V3 en 202405958/2/V3

202406000/2/V3

Bij besluit van 6 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 23 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3907
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406000/2/V3

202300434/1/R2

Bij besluit van 30 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het woonhuis op het perceel [locatie] in Maastricht. Het geschil spitst zich toe op de toepasselijkheid van het overgangsrecht met betrekking tot het gebruik van een dakterras op het perceel. Dit overgangsrecht is geregeld in artikel 34.2 van de planregels van het bestemmingsplan "Maastricht Zuidwest". De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant A] en [appellant B]n geen geslaagd beroep op het gebruiksovergangsrecht toekomt. Bovendien heeft zij geoordeeld dat ook als dat wel zo zou zijn, dit niet met zich meebrengt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van de van het dakterras deel uitmakende balustrade kon worden verleend. Het gebruiksovergangsrecht is daarvoor niet relevant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4022
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300434/1/R2

202300451/1/R2

Bij besluit van 10 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard aan De Klapbrug B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en uitbreiden van het pand Peperstraat 1 t/m 5a in Valkenswaard naar negen appartementen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4001
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300451/1/R2

202300600/1/R2

Bij besluit van 12 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen besloten de op 25 juli 1995 aan de toenmalig directeur van wegrestaurant "Gilze" verleende bouwvergunning met nummer B1995/146, voor het verbouwen en uitbreiden van het wegrestaurant met motel-accommodatie aan de Rijksweg A58 in Gilze, in te trekken. Niet in geschil is dat na het onherroepelijk worden van de op 25 juli 1995 aan de toenmalig directeur van wegrestaurant "Gilze" verleende omgevingsvergunning, aan die vergunning ten tijde van de intrekking ervan, al ruim 25 jaar geen uitvoering was gegeven. De rechtbank heeft reeds daarom terecht geoordeeld dat het college bevoegd was om de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.33, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wabo, in te trekken. Het betoog van het wegrestaurant en [appellant] dat de rechtbank onvoldoende intensief aan het evenredigheidscriterium heeft getoetst en dat zij mede daardoor heeft miskend dat het besluit in strijd is met het recht, slaagt niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4021
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300600/1/R2

202304741/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3810
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304741/1/V1

202306183/2/A3, 202306185/2/A3, 202306186/2/A3, 202306187/2/A3, 02306188/2/A3, 202306189/2/A3, 202306190/2/A3 en 202306191/2/A3

[verzoeker] heeft hoger beroepen ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2023. Tevens heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoeker] heeft tegen deze uitspraken van 31 juli 2023 hoger beroepen ingesteld. Tegen tussenuitspraken staat geen zelfstandig beroep open. Daartegen kan wel tegelijkertijd met het hoger beroep tegen een einduitspraak van de rechtbank hoger beroep worden ingesteld (zie artikel 8:104, derde lid, van de Awb). De bodemrechter zal een oordeel geven over de ontvankelijkheid van de hoger beroepen tegen de tussenuitspraken van 31 juli 2023 in zaken nrs. 19/678 en 21/1537 en in dat verband bezien of er gevolgen zijn voor de hoger beroepen die [verzoeker] heeft beoogd in te stellen tegen de einduitspraken van 4 maart 2024 in die zaken. [verzoeker] verzoekt de voorzieningenrechter om maatregelen te nemen om de gegevens die onder de gerechtelijke procedures vallen veilig te stellen, om te voorkomen dat de gegevens definitief verdwijnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3806
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202306183/2/A3, 202306185/2/A3, 202306186/2/A3, 202306187/2/A3, 02306188/2/A3, 202306189/2/A3, 202306190/2/A3 en 202306191/2/A3

202402589/1/V2

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3811
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402589/1/V2

202405048/2/V2

Bij besluit van 3 oktober 2022 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3812
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405048/2/V2

202405520/2/V3

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3813
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405520/2/V3

202405793/1/V2 en 202405793/2/V2

Bij besluit van 5 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3900
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405793/1/V2 en 202405793/2/V2

202405898/3/V2

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3899
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405898/3/V2

202106456/1/R4

Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om het bijgebouw (een kapschuur) op het perceel [locatie] in Epe te verwijderen. Op 1 september 2020 heeft het college een controle uitgevoerd op het perceel van [appellant] aan de [locatie] in Epe. Tijdens de controle heeft het college vastgesteld dat [appellant] op het perceel een kapschuur van 3 bij 6 m en 3 m hoog had gebouwd. Deze kapschuur staat op de plek waar voorheen een prieel stond. Volgens het college heeft [appellant] de kapschuur zonder de vereiste omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied Epe" gebouwd. Het college is niet bereid om alsnog een omgevingsvergunning voor de kapschuur te verlenen. Daarom heeft het college bij besluit van 26 januari 2021 [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast de kapschuur te verwijderen. [appellant] heeft in afwachting van het hoger beroep de kapschuur nog niet verwijderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3834
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106456/1/R4

202106620/1/A3

Bij brief van 23 november 2019 heeft [belanghebbende] de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verzocht om een vergunning te verlenen voor het kweken van schelpdieren door middel van hangcultuur in de Betonhaven in de Oosterschelde in de gemeente Veere. De minister heeft dat verzoek aangemerkt als een verzoek om een toestemming en bij brief van 20 december 2019 afgewezen. Volgens de rechtbank ontleent de minister de bevoegdheid om de gevraagde schriftelijke toestemming te weigeren niet aan een specifieke publiekrechtelijke grondslag. Toch is de brief van 20 december 2019 een besluit in de zin van de Awb, omdat de minister die beslissing heeft genomen in het kader van een aan hem toegekende publieke taak. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de brief van 20 december 2019 een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3868
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202106620/1/A3

202200824/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bepaald dat voor de periode van 8 juni 2019 tot 8 juli 2019 geen dagvergunning aan [appellante] wordt verleend voor de Pek-ambachtenmarkt en de Pek-algemene warenmarkt op de zaterdag. [appellante] is marktkraamhouder en heeft op zaterdag 23 maart 2019 en zaterdag 11 mei 2019 met haar partner op de Pek-ambachtenmarkt in Amsterdam gestaan. Zij heeft een biologische groente- en fruitkraam die ze op de markt uitbaat. Toezichthouders van het college hebben [appellante] en haar partner erop aangesproken dat de uitstalling niet in orde was en de handelswaar buiten de vergunde marktplaats stond uitgestald. Van beide incidenten hebben de toezichthouders een rapport van bevindingen opgemaakt. Het college heeft bij besluit van 4 juni 2019 bepaald dat voor de periode van 8 juni 2019 tot 8 juli 2019 geen dagvergunning aan [appellante] wordt verleend voor de Pek-ambachtenmarkt en de Pek-algemene warenmarkt op de zaterdag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3825
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200824/1/A3

202201294/1/R3

Bij besluit van 23 december 2021 heeft de raad van de gemeente Hoogeveen het bestemmingsplan "Stadscentrum, deelplan Detailhandel" vastgesteld. Het plan voorziet in het verdwijnen van detailhandel in de aanloopstraten naar het kernwinkelgebied met als doel de versterking van het kernwinkelgebied. Hieraan ligt het beleid ten grondslag dat is opgenomen in de "Ontwikkelvisie Stadscentrum" van 2017. Merwehave is eigenaar en verhuurder van diverse panden in het centrum van Hoogeveen, waaronder de panden aan de Schutstraat 65, 67 en 69. Ook is zij eigenaar en verhuurder van de winkelruimte aan het Schutsplein 100 waar de supermarkt Nettorama is gevestigd. Merwehave is het er niet mee eens dat de detailhandelsfunctie in haar panden aan de Schutstraat 65, 67 en 69 moet verdwijnen. Hierbij beroept zij zich op de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PG 2006, L 376/36; hierna: de Dienstenrichtlijn) Verder is zij het er niet mee eens dat een deel van de winkelruimte aan het Schutsplein 100 is opgenomen in het plan. Daarom heeft Merwehave beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3827
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202201294/1/R3

202201765/1/A3

Bij zeven besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Mokumboot gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij afzonderlijk besluit van 4 juni 2020 heeft het college op verzoek van Mokumboot de einddata van het aflopen van de exploitatievergunningen van de verschillende vaartuigen opnieuw vastgesteld. Mokumboot had zeven exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor 68 fluisterboten. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024, 1 maart 2026 of 1 maart 2028. Mokumboot is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3840
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201765/1/A3

202201766/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor het vaartuig "Mr. Brown" van Mokumboot gewijzigd in een exploitatievergunning die op 1 maart 2024 verliep. Mokumboot had een exploitatievergunning voor het vaartuig Mr. Brown. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze vergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verliep op 1 maart 2024. Mokumboot had ook zeven exploitatievergunningen voor 68 fluisterboten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3835
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201766/1/A3

202201777/1/A3

Bij twaalf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Flagship gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Flagship had twaalf exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Anne Bonney, Apsara, Barracuda, Flagship, Freewilly, Green Marine, Lucky Stripper, Manhattan, Meike (voorheen: Dutchman), Nomag, Rosalie en Vörding. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024, 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3836
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201777/1/A3

202201778/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor het vaartuig ‘Hannekes Boot’ van IndySign gewijzigd in een exploitatievergunning die op 1 maart 2024 verliep. IndySign had een exploitatievergunning voor het vaartuig Hannekes Boot. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze vergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. Het door IndySign en Rederij Nassau daartegen gemaakte bezwaar heeft het college ongegrond verklaard, voor zover het IndySign betreft. Het college heeft Rederij Nassau niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij niet de geadresseerde is van het besluit van 4 juni 2020. Volgens het college heeft Rederij Nassau slechts een afgeleid belang en is daarom geen belanghebbende. IndySign en Rederij Nassau zijn een van de partijen die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3837
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201778/1/A3

202201780/1/A3

Bij zes besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Rederij Friendship gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Rederij Friendship had zes exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Curacao, Dyos, Friendship, HAL, Oceans en Sunshine. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verlopen op 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen voor deze vaartuigen verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3838
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201780/1/A3

202201781/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Paping gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. [appellant] had twee exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Blue in Green en Gordita. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024 en 1 maart 2028. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor het vaartuig Gordita verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3839
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201781/1/A3

202201783/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Starboard Boats gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Starboard Boats had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig De Manke Monnik. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt op 1 maart 2028. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor dat vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar. Starboard Boats is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3841
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201783/1/A3

202201785/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [appellant] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [appellant] had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Mr. Grey. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt op 1 maart 2030. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor dat vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3842
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201785/1/A3

202201786/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Jonckvrouw gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Jonckvrouw had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig De Jonckvrouw. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt op 1 maart 2026. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor dat vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar. Jonckvrouw is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3843
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201786/1/A3

202201788/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [appellant] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [appellant] had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Britannia 2. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt op 1 maart 2026. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor dat vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3844
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201788/1/A3

202201801/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de voor onbepaalde tijd aan [appellant] verleende exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor het vaartuig YB II ambtshalve gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd, met als einddatum 1 maart 2024. Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3853
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201801/1/A3

202201829/1/A3

Bij vijf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van [appellant] gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij besluit van 29 december 2020 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] had vijf exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Apollo, Blue Ocean, Johnny Kraaijkamp, Radius en Shipdock. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op: - Apollo - 1 maart 2024; - Blue Ocean - 1 maart 2028; - Johnny Kraaijkamp - 1 maart 2030; - Radius - 1 maart 2026; - Shipdock - 1 maart 2026. Bij besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen voor de vaartuigen Blue Ocean, Johnny Kraaijkamp, Radius en Shipdock verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3854
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201829/1/A3

202201834/1/A3

Bij zes besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van DEMI Trading gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. DEMI Trading had zes exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor Boot I t/m X (10 vaartuigen) en de vaartuigen Bad Boat, Boozzer, Royalty, Saloonsloep en Titanic. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024, 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college op verzoek van DEMI Trading de rangschikking op grond waarvan is bepaald wanneer de exploitatievergunningen aflopen gewijzigd. Het hoger beroep van DEMI Trading had in eerste instantie betrekking op de zes exploitatievergunningen. DEMI Trading heeft echter de exploitatievergunning en bijbehorende vaartuigen voor Boot I t/m X verkocht aan Eco Boats Amsterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3847
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201834/1/A3

202201937/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de voor onbepaalde tijd aan [appellant] verleende exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor het vaartuig .38 ambtshalve gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd, met als einddatum 1 maart 2026. Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3855
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201937/1/A3

202201941/1/A3

Bij vier besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Boaty gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Boaty had vier exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor 30 fluisterboten en 10 solarboaty’s. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024, 1 maart 2026 of 1 maart 2028. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen die niet op 1 maart 2024 zijn verlopen verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3849
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201941/1/A3

202201971/1/R3

Bij besluit van 3 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft geweigerd om aan Duin Vastgoed een omgevingsvergunning te verlenen voor het transformeren van het kantoorgebouw aan de Motorenweg 5 in Delft naar tijdelijke studentenwoningen. Duin Vastgoed wil het bestaande kantoorgebouw op de locatie transformeren naar 79 tijdelijke studentenwoningen, voor de duur van tien jaar. Hiervoor is een omgevingsvergunning nodig voor de activiteiten bouwen en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, omdat de locatie op grond van het bestemmingsplan "Zuidwest 3 Tanthof" de bestemming "Kantoor" heeft. Volgens het college moest de aanvraag om omgevingsvergunning worden beoordeeld op grondslag van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wabo. Het college heeft het besluit op de aanvraag daarom voorbereid met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld in paragraaf 3.3 van de Wabo, en de aanvraag voorgelegd aan de raad. De raad heeft bij besluit van 19 december 2019 geweigerd om een verklaring van geen bedenkingen af te geven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3817
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201971/1/R3

202202049/1/A3

Bij 53 besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Lovers en anderen gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Rederij Lovers B.V. had 26 exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Aimee, André van Duin, Athene, Bern, Boedapest, BZN 2, BZN 3, BZN 4, BZN 5, BZN 6, Floating Dutchman, Flying Enterprise, Jannes Lovers, Lissabon, Monaco, Moskou, Nemo, New York, Pierre Jansen, Praag, Shadow, Sydney, Toon Hermans, Washington, Wim Kan en Wim Sonneveld. Smidtje Exploitatie B.V. had negen exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Cornelis Schuyt, Da Vinci, Gaudi, Henri Matisse, Michelangelo, Mon Ami, Nicolaas Maes, P.C. Hooft en Rijk de Gooyer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3848
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202049/1/A3

202202112/1/A3

Bij vijf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan Paradis Private Boat Tours verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor vijf vaartuigen ambtshalve gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Alle appellanten zijn exploitanten van rederijen voor passagiersvaart op de Amsterdamse binnenwateren. Het college wilde het aantal exploitatievergunningen nog steeds maximeren en heeft het nieuw beleid vastgesteld voor de passagiersvaart op de Amsterdamse binnenwateren. Dat beleid is neergelegd in de Nota Varen deel 1 van maart 2019. Hierin is onder meer een volumebeleid voor de passagiersvaart opgenomen, waarbij het maximum aantal exploitatievergunningen is vastgesteld op 550. Volgens het college brengt het volumebeleid mee dat de in het verleden voor onbepaalde tijd verleende exploitatievergunningen moeten worden gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd, omdat het college anders in strijd met de Dienstenrichtlijn zou handelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3732
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202112/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202202112/1/A3

202202114/1/A3

Bij drie besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan De Wolfsburght verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor drie vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij het besluit van 10 februari 2021 heeft het college De Wolfsburght medegedeeld dat de einddata van de vergunning voor het vaartuig Libelle als gevolg van het herstel van feitelijke onjuistheden in de uitgiftedata van andere exploitatievergunningen is gewijzigd in 1 maart 2028. Bij het besluit van 15 april 2021 heeft het college op verzoek van De Wolfsburght de einddata van de vaartuigen Prix d’Eau en Libelle opnieuw gewisseld. Bij de besluiten van 22 april 2024 heeft het college de einddata van de exploitatievergunningen voor de vaartuigen Prix d’Eau en Libelle verlengd met twee jaar en gewijzigd in 1 maart 2030.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3845
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202114/1/A3

202202115/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de voor onbepaalde tijd aan Sop verleende exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor het vaartuig WM 1 ambtshalve gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd, met als einddatum 1 maart 2026. Rederij Nassau is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure voert tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3851
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202115/1/A3

202202139/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Amsterdamse Salonboot Rederij gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Amsterdamse Salonboot Rederij had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Jean Schmitz. Bij het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt daarmee op 1 maart 2026. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3852
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202139/1/A3
vorige pagina1...116117118...1.269volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon