Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202306086/1/A2

Uitspraak 202306086/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4051
Datum uitspraak
30 september 2024
Inhoudsindicatie
De achtergrond van het geschil is dat Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen volgens [appellant] ook na in gebreke te zijn gesteld niet-tijdig heeft beslist op zijn aanvraag om een vrijstelling van de module ‘Personeelsmanagement’. [appellant] stelt dat hij al op 14 oktober 2021 een ingebrekestelling heeft verzonden, zodat CBR hem een hogere dwangsom had moeten betalen.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202306086/1/A2.
Datum uitspraak: 30 september 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 augustus 2023 in zaak nr. 22/4872 in het geding tussen:

[appellant]

en

Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR).

Openbare zitting gehouden op 30 september 2024 om 10:45 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad: mr. J.M. Willems
Griffier: mr. T. van Goeverden-Clarenbeek
Jurist: mr. A.J.Q. Oskam

Verschenen:
[appellant], met een digitale verbinding;
CBR, vertegenwoordigd door mr. A.I.H. Smit en mr. R. Rodenrijs.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 9 augustus 2023 van de rechtbank Rotterdam.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Motivering

De achtergrond van het geschil is dat CBR volgens [appellant] ook na in gebreke te zijn gesteld niet-tijdig heeft beslist op zijn aanvraag om een vrijstelling van de module ‘Personeelsmanagement’. [appellant] stelt dat hij al op 14 oktober 2021 een ingebrekestelling heeft verzonden, zodat CBR hem een hogere dwangsom had moeten betalen.

Bij besluit op bezwaar van 22 september 2022 heeft CBR zijn standpunt gehandhaafd dat het de ingebrekestelling pas op 29 april 2022 heeft ontvangen. De rechtbank heeft in de uitspraak van 9 augustus 2023 het door [appellant] tegen het besluit van 22 september 2022 ingestelde beroep ongegrond verklaard. Zij heeft inzichtelijk gemotiveerd waarom, zakelijk weergegeven, a) geen sprake is van schending van de hoorplicht, en b) dat en waarom [appellant] met de verzendbewijzen van de niet aangetekend verzonden en niet nader omschreven poststukken aan CBR, niet aannemelijk heeft gemaakt dat de ingebrekestelling van 14 oktober 2021 aan CBR is verzonden.

[appellant] voert in hoger beroep aan dat de rechtbank heeft miskend dat hij met de door hem overgelegde verzendbewijzen aannemelijk heeft gemaakt dat hij op 14 oktober 2021 een ingebrekestelling heeft verzonden. Verder betoogt [appellant] opnieuw dat CBR de hoorplicht heeft geschonden. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd, zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft op de zitting van de Afdeling ook desgevraagd geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn, anders dan dat hij het met die uitspraak niet eens is en dat hij de gang van zaken rondom het telefonisch horen niet chic vindt. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en de motivering daarvan, onder overwegingen 3.1, 3.2 en 4.2. en ziet geen aanleiding om anders te oordelen.

Het hoger beroep is ongegrond. CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
griffier

488-1067


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon