Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.893
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202300349/1/R4

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas". Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Utrecht het bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van 700 woningen, een school, 1.250 m2 brutovloeroppervlak aan horeca, energie-eilanden en een recreatiegebied in het uiterste noordwesten van Leidsche Rijn, parallel aan de A2, kant van Utrecht. [appellanten sub 2], [appellant sub 1], de AUHV, de Vereniging en de Stichting kunnen zich niet verenigen met de voorziene ontwikkelingen. [appellant sub 1], [appellanten sub 2] vrezen een aantasting van hun woon- en leefklimaat, voornamelijk vanwege de toename van verkeerbewegingen op de Schoolstraat te Vleuten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4095
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202300349/1/R4

202300536/1/A3

Bij besluit van 11 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder vergunning exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf. Uit de rapportage bestuurlijk toezicht van de politie van 8 juli 2020 (hierna: de rapportage) blijkt dat op 23 mei 2020 een minderjarige vrouw van 17 jaar oud zich bij de politie heeft gemeld. Zij vertelde dat zij, samen met een andere vrouw, als prostituee werkzaam was in een woning aan de [locatie] in Apeldoorn en dat deze woning voor prostitutie-doeleinden beschikbaar was gesteld door [appellant], aldus de rapportage. De rapportage vermeldt verder dat de politie-eenheid Oost-Nederland op 24 mei 2020 onderzoek heeft gedaan op dat adres naar de exploitatie van een seksinrichting zonder vergunning. In de rapportage is vastgesteld dat er meerdere prostituees in de woning aanwezig waren, er geadverteerd wordt voor prostitutie, er derden betrokken zijn bij de activiteiten, de prostituees geen huurders of eigenaars zijn van de woning en niet op het adres waar ze werken staan ingeschreven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4054
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300536/1/A3

202301108/1/A2

Bij besluit van 6 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een boete opgelegd van € 20.750,-. [appellante] was ten tijde van belang eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. De woning bestaat uit één bouwlaag en heeft een oppervlak van 70 m2. [appellante] stond ten tijde van belang op het adres ingeschreven in de basisregistratie personen. Op 22 september 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht. Uit het rapport van bevindingen dat van dit bezoek is opgemaakt, blijkt dat de toezichthouders in de woning zeven Italiaanse toeristen hebben aangetroffen, die de woning naar eigen zeggen via booking.com hebben geboekt. Uit het boekingsbewijs dat de toeristen aan de toezichthouders hebben laten zien, blijkt dat zij de woning voor zeven personen hebben geboekt voor de periode van 21 september tot en met 25 september 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4078
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301108/1/A2

202301907/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2023, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek van 28 oktober 2020 om vernietiging van persoonsgegevens niet-ontvankelijk heeft verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4195
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202301907/1/A3

202302023/1/R3

Bij besluit van 24 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk [appellante] onder oplegging van een last onder dwangsom gelast om het gebruik van een bijgebouw aan de [locatie] te Noordwijk als zelfstandige woonruimte te voorkomen. [appellante] woont aan de [locatie] in Noordwijk (hierna: het perceel). Op het perceel staan een woning en een bijgebouw. Het bestemmingsplan "Noordwijk aan Zee" kent de bestemming "Wonen" toe aan de gronden van het perceel. Op grond van de planregels is zelfstandige bewoning van bijgebouwen enkel toegestaan als het betreffende bijgebouw binnen een bouwvlak staat. [appellante] heeft het bijgebouw op haar perceel in 2020 laten verbouwen. Het perceel is op 28 mei 2020, 9 juni 2020 en 7 juli 2020 door een toezichthouder van de gemeente bezocht. De toezichthouder heeft daarbij geconstateerd dat het bijgebouw vermoedelijk bewoond zou gaan worden, omdat zelfstandige bewoning volgens de toezichthouder mogelijk zou worden door de nieuwe inrichting van het bijgebouw. Zo beschikt het bijgebouw volgens de toezichthouder over sanitaire voorzieningen, een keuken, een brievenbus en een eigen huisnummer-aanduiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4060
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302023/1/R3

202302201/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant van 3 maart 2023, waarin de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van de minister van Defensie van 11 november 2021 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de minister het bezwaar tegen het besluit van 4 juni 2021, waarbij is beslist op het verzoek van [appellant] om inzage van zijn persoonsgegevens, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4196
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202302201/1/A3

202303019/1/A3

Bij besluit van 24 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden, afgewezen. Op 10 december 2021 heeft [appellant] het college verzocht om op grond van artikel 5:11, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrechtse Heuvelrug handhavend op te treden tegen het parkeren met auto’s op de strook aan de Kapelweg, schuin links tegenover de woning van [appellant]. [appellant] verzoekt om handhaving, omdat het volgens de APV verboden is om te parkeren in een groenstrook en hij van mening is dat de strook aan de Kapelweg als groenstrook moet worden gezien. Hij observeert dat vaak op deze strook geparkeerd wordt, onder meer door de bewoners van [locatie 1] en [locatie 2]. Het college heeft het verzoek tot handhaving afgewezen. Het college is van mening dat er geen sprake is van een overtreding van artikel 5:11, eerste lid, van de APV omdat de strook schuin tegenover de woning van [appellant] niet als groenstrook, maar als berm moet worden aangemerkt, waarin wel geparkeerd mag worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4084
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303019/1/A3

202303633/1/V2

Bij besluit van 18 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Op 3 oktober 2021 heeft de vreemdeling een asielaanvraag ingediend. Hij heeft de Syrische nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2004. De minister heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat hij de verklaringen van de vreemdeling over de algemene situatie in Syrië en de dienstplicht geloofwaardig acht. Daarom heeft hij de asielaanvraag op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 ingewilligd. Maar de minister heeft de gestelde geboortedatum, en daarmee de stelling van de vreemdeling dat hij minderjarig was ten tijde van de aanvraag, niet geloofwaardig geacht. De minister heeft zich hierover in het verweerschrift in beroep op het standpunt gesteld dat de vreemdeling tijdens zijn verhoor bij de politie heeft verklaard dat hij geboren is op 12 maart 2003 en dat heeft gestaafd met foto’s van zijn paspoort op zijn telefoon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4086
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303633/1/V2

202304000/1/R3

Bij besluit van 2 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas het wijzigingsplan "[locatie], Zevenhuizen" gewijzigd vastgesteld. Het wijzigingsplan heeft betrekking op de gronden van het perceel [locatie] in Zevenhuizen. Op dit perceel was een bedrijf gevestigd en staat een daarbij behorende en als zodanig bestemde bedrijfswoning, waarvan [partij] de eigenaar en bewoner is. Het wijzigingsplan voorziet in de omzetting van de op het perceel rustende bestemming "Bedrijf" in de bestemming "Wonen". Hiervoor heeft het college gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid van artikel 5.5.1 van de regels van het bestemmingsplan "Herziening Zuidplaspolder 1". [appellanten] zijn eigenaren van de gronden die rondom het plangebied liggen. [appellante sub 3B], de holding Arcamare B.V. en diens dochtermaatschappij [appellante sub 3A] huren een deel van deze gronden en exploiteren daarop teelt- en verpakkingsbedrijven. [appellante] en anderen kunnen zich niet met het plan verenigen, met name omdat zij vrezen dat het plan leidt tot een beperking van hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4056
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202304000/1/R3

202304568/1/A3

Bij besluit van 9 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goirle een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] wegens het op een openbare plaats bij zich dragen dan wel vervoeren van inbrekerswerktuigen. Uit een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van de politie van 8 november 2020 blijkt dat verbalisanten diezelfde nacht een elektrische fiets met twee fietstassen tegen de gevel aan het pand van de [locatie 1] in Goirle zagen staan. Het pand staat naast een slooppand, [locatie 2]. Omdat in Goirle vaker bij slooppanden wordt ingebroken, inspecteerden de verbalisanten de fiets en de omgeving. Zij troffen op het terrein met het slooppand, [locatie 2], afgeknipte kabels, afgeknipt lood en een kniptang aan. In het slooppand is [appellant] aangetroffen en aangehouden. In zijn broekzak zijn een schroevendraaier en een zaklamp aangetroffen. Het proces-verbaal vermeldt dat [appellant] verklaarde dat de kniptang en de metalen van hem waren en hij deze verzameld had.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4085
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304568/1/A3

202304624/1/A2

Bij besluit van 19 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de 19de -eeuwse villa van [appellant] aan de [locatie] in Rotterdam aangewezen als gemeentelijk monument. [appellant] is eigenaar van een 19de -eeuwse villa aan de [locatie] in Rotterdam. Hij heeft deze in 2015 in slechte staat gekocht en volledig authentiek gerestaureerd. [appellant] woont in de villa en gebruikt een deel ervan als dierenartspraktijk. [appellant] heeft de villa naar eigen zeggen gekocht, omdat er geen erfdienstbaarheden op zaten en hij vrij wilde zijn om het te kunnen verbouwen naar zijn wensen. In 2019 heeft het college besloten om zijn villa voorlopig aan te wijzen als gemeentelijk monument en daarvan een redengevende omschrijving te laten opstellen. De redengevende omschrijving van de villa van [appellant] is ter advies voorgelegd aan de Commissie voor Welstand en Monumenten Rotterdam. Deze heeft op 22 juli 2020 het college positief geadviseerd over de aanwijzing van de villa tot gemeentelijk monument overeenkomstig de redengevende omschrijving, waarna het college de villa heeft aangewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4082
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202304624/1/A2

202306490/1/R3

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Langeweg, Hoek van Holland" vastgesteld. Het plan voorziet in een mogelijkheid voor de bouw van maximaal 150 woningen in de vorm van appartementen. Er zijn maximaal zes appartementengebouwen toegestaan, bestaande uit maximaal acht bouwlagen aan de westkant, zeven in het midden en zes aan de oostkant van het plangebied. Het plangebied ligt aan de verlegde Langeweg (N211) aan de westzijde van Hoek van Holland. Het plangebied omvat een reststrook met gras en de voormalige N211, die is ontstaan na verlegging van de Langeweg aan de zuidzijde. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door het Roomse Duin, aan de oostzijde door de Harwichweg en aan de westzijde door de rotonde die grenst aan de Langeweg. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] en [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2]. Hun woningen liggen tegenover het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4092
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202306490/1/R3

202400646/1/A2

Bij besluit van 21 oktober 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] over 2022 herzien en vastgesteld op nihil. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluit van 28 december 2021 aan [appellant] een voorschot zorgtoeslag over 2022 verleend van € 1.336,-. De hoogte van het voorschot is gebaseerd op een geschat toetsingsinkomen over 2022 van € 3.628,-. Op 15 september 2022 heeft [appellant] aan de Belastingdienst/Toeslagen doorgegeven dat zijn geschatte toetsingsinkomen over 2022 € 47.000,- bedraagt. [appellant] heeft daarbij naar eigen zeggen rekening gehouden met een nabetaling van het UWV van bruto € 31.102,13. De dienst heeft op basis van dit geschatte toetsingsinkomen bij het besluit van 21 oktober 2022 het voorschot zorgtoeslag over 2022 herzien en vastgesteld op nihil, omdat dit inkomen te hoog is om voor zorgtoeslag in aanmerking te komen. De herziening van het voorschot heeft geleid tot een terugvordering van de over 2022 ten onrechte ontvangen voorschotten van € 1.112,-.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4094
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400646/1/A2

202400797/1/R4

Bij besluit van 19 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 14 augustus 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. [appellante] vindt het besluit onterecht en betoogt dat de inzamelvoorzieningen allemaal vol waren. Ze liep van container naar container en was genoodzaakt om de huisvuilzak naast een inzamelvoorziening neer te zetten. De containers zitten altijd vol waardoor het een bende is. Daarvan heeft ze ook foto’s gemaakt. De gemeente moet zorgen voor een oplossing en de containers vaker legen, aldus [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4058
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202400797/1/R4

202401573/1/R4

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 28 december 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 154,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 28 december 2023 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Nieuwedijk 2 in Pernis. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot haar herleidbaar document is aangetroffen. Het document is een zogenoemde groene kaart waarop onder 'naam en adres van verzekerde' [appellante] en haar adres staan vermeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4075
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401573/1/R4

202401770/1/A3

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de burgemeester van Wijchen zijn beslissing om met toepassing van spoedeisende bestuursdwang de hond van [appellant] in beslag te nemen, op schrift gesteld. De burgemeester heeft hond Buddy, waarvan [appellant] de eigenaar is, gevaarlijk verklaard en een kort aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd. De aanleiding daarvoor was een incident op 17 mei 2022, waarbij Buddy een andere hond heeft gebeten. Daarnaast heeft [appellant] verklaard dat Buddy op 8 april 2022 ook een andere hond heeft gebeten en dat [appellant] zelf op 2 juni 2022 door Buddy in zijn been is gebeten, waarna [appellant] naar de eerste hulp moest. Tegen het besluit van 17 juni 2022 is geen bezwaar gemaakt. Op 27 juli 2022 heeft er opnieuw een bijtincident plaatsgevonden, waarbij Buddy betrokken was. [appellant] heeft zich niet aan het kort aanlijn- en muilkorfgebod gehouden. Bij besluit van 9 augustus 2022 heeft de burgemeester Buddy tijdelijk in beslag genomen en een gedragsonderzoek laten uitvoeren. Naar aanleiding van het incident van 17 mei 2022 is [appellant] ook strafrechtelijk veroordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4083
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401770/1/A3

202402897/1/A2

Bij beslissing van 15 februari 2024 heeft de examencommissie van de sector Economie & Ondernemerschap het verzoek van [appellante] voor een extra herkansing voor het examen Specialistische kennis bestuursrecht afgewezen. Bij beslissing van 2 april 2024 heeft de commissie van beroep voor de examens van het Da Vinci College het hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] volgt sinds 1 augustus 2019 de driejarige opleiding tot juridisch administratief dienstverlener. Zij zit in het laatste jaar van deze opleiding. Tijdens de studie is zij geconfronteerd met diverse omstandigheden die volgens haar de studievoortgang negatief hebben beïnvloed. Zij heeft verschillende fysieke en mentale medische problemen, mede ten gevolge van een auto-ongeval. Ook waren er diverse familieomstandigheden, die haar mentale staat hebben beïnvloed. Deze omstandigheden maken volgens [appellante] dat de eerste en tweede poging om de examens voor de specialistische kennisvakken te halen niet zijn geslaagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4096
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402897/1/A2

202404639/1/V3

Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit. De minister heeft de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling genomen, omdat Kroatië daarvoor op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hierbij het uitgangspunt. Dat houdt het vermoeden in dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte EU-lidstaat in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister nog steeds voor Kroatië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en of de vreemdeling een reëel risico loopt dat hij bij terugkeer naar Kroatië terechtkomt in een situatie die in strijd is met artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM. De vreemdeling wil niet terug naar Kroatië, omdat hij vreest dat hij na overdracht het slachtoffer wordt van een zogeheten "pushback".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4037
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404639/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202404639/1/V3

202303907/1/V3

Bij besluit van 25 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4032
Datum uitspraak
8 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202303907/1/V3

202405659/1/V1 en 202405659/3/V1

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4041
Datum uitspraak
8 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405659/1/V1 en 202405659/3/V1

202406085/1/V3 en 202406085/2/V3

Bij besluit van 13 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4046
Datum uitspraak
8 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406085/1/V3 en 202406085/2/V3

BRS.24.000334

Bij besluit van 19 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4008
Datum uitspraak
8 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000334

202300340/1/V3

Bij besluit van 2 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 7 april 2022, aangevuld bij besluit van 18 oktober 2022, heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling en referent gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling en referent ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4033
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300340/1/V3

202402165/1/V2

Bij besluit van 28 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4016
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402165/1/V2

202403928/2/R1

Bij besluit van 9 april 2024 heeft de raad van de gemeente Horst aan de Maas het bestemmingsplan "Berry Briljant" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om het bestaande themapark "Aardbeienland", dat bestaat uit diverse bedrijven die zich richten op onderzoek binnen de fruitteelt, uit te breiden. Het plangebied wordt globaal begrensd door de A73 aan de westzijde, de Tienrayseweg aan de zuidzijde, de Doevenbosweg en Kreuzelweg aan de oostzijde en de Groote Molenbeek aan de noordzijde. [verzoeker] woont op het adres [locatie] te Horst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4025
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202403928/2/R1

202404996/1/V1

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4017
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404996/1/V1

202405155/1/V3

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4019
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405155/1/V3

202405278/2/R1

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas het bestemmingsplan "Vieruitersten 24 Meijel" vastgesteld. Het plan voorziet in een omzetting van een intensieve veehouderij naar een paardenhouderij. Daarvoor is onder meer het bestaande bouwvlak vergroot. Het plan voorziet in een omzetting van een intensieve veehouderij naar een paardenhouderij. Daarvoor is onder meer het bestaande bouwvlak vergroot. De stichtingen kunnen zich niet verenigen met het plan, omdat dit volgens hen onder meer een aantasting van de grondwaterstanden zal opleveren. Ook zal de voorziene ontwikkeling een toename van de stikstofdepositie op omliggende natuurgebieden met zich brengen. In dat kader hebben de stichtingen aangevoerd dat de raad bij het bepalen van de gevolgen voor de omliggende natuurgebieden van een verkeerde referentiesituatie is uitgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4024
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202405278/2/R1

202405787/2/V2

Bij besluit van 18 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4034
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405787/2/V2

202405842/1/V3

Bij besluit van 1 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4020
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405842/1/V3

202405980/1/V2 en 202405980/2/V2

Bij besluit van 29 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 17 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4031
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405980/1/V2 en 202405980/2/V2

BRS.24.000336

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4009
Datum uitspraak
7 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000336

202105188/1/V1

Bij besluit van 23 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4012
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202105188/1/V1

202205077/1/V3.

Bij besluiten van 12 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 29 juli 2022 heeft hij die besluiten ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4013
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205077/1/V3.

202305319/1/V2

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4014
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305319/1/V2

202305374/1/V2

Bij besluit van 4 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4026
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305374/1/V2

202402824/1/R4 en 202402824/2/R4

Bij besluit van 12 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Maurik, Valentijnstraat" gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van maximaal 21 appartementen op een locatie in Maurik waar voorheen een mortuarium was gevestigd. Witte Projecten is de initiatiefneemster van het plan. Het plangebied heeft een oppervlakte van 2.416 m² en grenst aan de oostzijde aan de Valentijnstraat, aan de zuidzijde aan het Gravensteinerhof, aan de westzijde aan een braakliggend kavel met een woonbestemming en aan de noordzijde aan bestaande woningen. Het plangebied zal aan de noordoostzijde worden ontsloten op de Valentijnstraat. [verzoeker] woont aan de [locatie] in Maurik, tegenover de plek waar de in- en uitrit van het plangebied is voorzien. [verzoeker] betoogt dat de raad niet heeft onderkend dat het plan in zijn huidige opzet zal leiden tot onaanvaardbare lichthinder. [verzoeker] voert aan dat koplampen van motorvoertuigen die het plangebied verlaten bij zijn woonkamer naar binnen zullen schijnen. Volgens [verzoeker] zijn er alternatieve oplossingen mogelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4023
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202402824/1/R4 en 202402824/2/R4

202403435/1/V2

Bij besluit van 14 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4015
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403435/1/V2

202404735/2/R3

Bij besluit van 1 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda aan de gemeente Gouda een omgevingsvergunning verleend voor het vellen van 14 bomen aan de Nieuwehaven in Gouda. Op 7 april 2022 heeft de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vellen van 14 bomen. Het gaat om 14 platanen die staan in de Nieuwehaven in Gouda. De omgevingsvergunning is aangevraagd vanwege wortel- en groeiproblematiek van de bomen en voorgenomen werkzaamheden aan kabels, leidingen, riolering en bestrating. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning verleend en onder meer daaraan het voorschrift 2.2 verbonden dat door of namens de vergunninghoud(st)er of zakelijk gerechtigde binnen zes maanden na het (doen) vellen, 14 bomen van passende grootte worden herplant, waarbij zorggedragen wordt voor een optimale groeiplaats. [verzoeker] en anderen wonen in de omgeving van de te vellen bomen. Zij zijn het niet eens met het vellen van de bomen. In de kern voeren zij aan dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mogelijkheden om de platanen te behouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4018
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Kappen
  • uitspraakin de zaak202404735/2/R3

202405810/1/V2 en 202405810/2/V2

Bij besluit van 8 augustus 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 9 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4030
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405810/1/V2 en 202405810/2/V2

202405811/1/V2 en 202405811/2/V2

Bij besluit van 8 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4029
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405811/1/V2 en 202405811/2/V2

202406082/2/V3

Bij besluit van 21 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4028
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406082/2/V3

202406143/2/V1

Bij besluit van 5 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4027
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406143/2/V1

202100645/2/R2

Bij uitspraak van 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2142, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan op de hoger beroepen van het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden en de stichting. De stichting heeft het college op 26 oktober 2018 verzocht om de op 6 november 2012 aan de veehouderij op het adres [locatie] te Reusel verleende omgevingsvergunning gedeeltelijk in te trekken. Het college heeft daarop op 20 december 2018 besloten het verzoek niet in behandeling te nemen. De stichting heeft daartegen op 24 januari 2019 een bezwaarschrift ingediend. Bij besluit van 2 juli 2019 heeft het college het bezwaar van de stichting gegrond verklaard en het verzoek afgewezen. De stichting heeft daartegen op 24 juli 2019 beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4004
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202100645/2/R2

202100648/2/R2

Bij uitspraak van 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2139, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan op de hoger beroepen van het college van burgemeester en wethouders van Bladel en de stichting. De stichting betoogt terecht dat de procedure niet binnen een redelijke termijn is afgerond. De redelijke termijn bij een procedure als deze bedraagt namelijk vier jaar. In dit geval is deze aangevangen op 20 maart 2020 met de ontvangst door de rechtbank van het beroepschrift van de stichting tegen het besluit van het college van 10 februari 2020. Vanaf die datum tot 22 mei 2024, de dag waarop de Afdeling uitspraak deed, zijn vier jaar en twee maanden verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn met twee maanden is overschreden. Dit is aan de Afdeling toe te rekenen, omdat de behandeling van het hoger beroep drie jaar en vier maanden heeft geduurd. De Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) moet daarom een schadevergoeding betalen van € 500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4006
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202100648/2/R2

202104049/1/R2

Bij besluit van 18 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het vestigen van een cafetaria, afhaalhoreca- en restaurant in het pand aan de [locatie] in Valkenswaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4005
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202104049/1/R2

202304960/2/R4

Bij tussenuitspraak van 3 juli 2024 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending daarvan het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De raad heeft gevraagd om verlenging van de hersteltermijn tot en met 17 december 2024 of 28 januari 2025, omdat hij niet in staat is binnen de gestelde termijn het bestreden besluit te herstellen. Daarbij geeft hij aan dat hij voor het herstel nog in afwachting is van nadere stukken van [wederpartij].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4003
Datum uitspraak
4 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202304960/2/R4

202304338/1/V3

Bij besluit van 27 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3996
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304338/1/V3

202403701/2/R2

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het wijzigingsplan "Buitengebied Zuid 2013, wijzigingsplan Rithsestraat 310" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de vormverandering en de uitbreiding van twee agrarische bouwvlakken; één aan de Rithsestraat 310 en één aan de Sprundelsebaan 145. Verder is de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch-teeltondersteunende voorzieningen" aan een deel van het plangebied toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3994
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403701/2/R2

202403864/1/V2

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3997
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403864/1/V2

202405501/1/V3 en 202405501/2/V3

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3998
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405501/1/V3 en 202405501/2/V3

202405695/1/V2 en 202405695/2/V2

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4011
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405695/1/V2 en 202405695/2/V2

202405795/1/V2 en 202405795/2/V2

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3999
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405795/1/V2 en 202405795/2/V2

202405809/1/V2 en 202405809/2/V2

Bij besluit van 2 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4000
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405809/1/V2 en 202405809/2/V2

202405851/2/V2

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4002
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405851/2/V2

202405971/1/V2

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4010
Datum uitspraak
3 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405971/1/V2

202203089/1/V1

Bij besluit van 1 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling geen uitstel van vertrek verleend krachtens artikel 64 van de Vw 2000.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3936
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203089/1/V1

202400940/1/V2

Bij besluit van 12 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3935
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400940/1/V2

202403537/1/V1

Bij besluit van 20 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3934
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403537/1/V1

202403575/1/V2

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3925
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403575/1/V2

202404022/1/V1

Bij besluit van 28 juni 2023, aangevuld bij brief van 29 juni 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd om ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3918
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404022/1/V1

202405031/1/R4

Bij e-mails van 5 juli 2024 en 25 juli 2024 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat medegedeeld dat Granuband een kennisgeving moet doen als zij geshredderde luchtbanden grensoverschrijdend gaat overbrengen. Granuband zamelt oude luchtbanden in en deze worden tot zogenaamde shreds verkleind. Bij e-mail van 5 juli 2024 heeft een inspecteur van de Inspectie Leefomgeving en Transport Granuband geïnformeerd dat de Douane de ILT heeft geïnformeerd over een grensoverschrijdende afvaloverbrenging van geshredderde luchtbanden in een container. De container was afkomstig van Granuband en had India als eindbestemming. Uit deze e-mail volgt het standpunt van de ILT dat geshredderde luchtbanden niet onder EVOA-code B3140 ingedeeld mogen worden, omdat deze code alleen geldt voor oude luchtbanden. Voor geshredderde banden waarvan het rubbercomponent nog niet verwijderd is, is er geen andere groene lijst afvalcode in de EVOA en daarom deelt de ILT de afvalstof in als "niet genoemde afvalstof". In de e-mail staat verder dat de kennisgevingsprocedure als bedoeld in de EVOA gevolgd moet worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3926
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202405031/1/R4

202405099/1/V3

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3924
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405099/1/V3

202405295/1/V3

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3933
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405295/1/V3

202405331/1/V3

Bij besluit van 10 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3932
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405331/1/V3

202405497/1/V1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3931
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405497/1/V1

202405642/1/V3

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3930
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405642/1/V3

202405848/1/V3 en 202405848/2/V3

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3929
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405848/1/V3 en 202405848/2/V3

201702813/21/R3

Bij uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:951, heeft de Afdeling de minister opgedragen om het daarin genoemde gebrek in het tracébesluit "A12/A15 Ressen-Oudbroeken (2021)" te herstellen met inachtneming van wat over dat gebrek in de tussenuitspraak van 6 maart 2024 is overwogen. Deze uitspraak is een vervolg op de tussenuitspraken van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:105, 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1299, en 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:951, over het tracébesluit voor het wegenproject ViA15. In de tussenuitspraak van 6 maart 2024 is vermeld dat in de aanvullende passende beoordeling die aan het TB2021 ten grondslag is gelegd, is geconcludeerd dat niet is uitgesloten dat het project voor een aantal Natura 2000-gebieden leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van die gebieden. Om die reden heeft de minister in het TB2021 extra mitigerende maatregelen opgenomen. Als mitigerende maatregel is uitgegaan van extern salderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3981
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Infrastructuur
  • uitspraakin de zaak201702813/21/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201702813/21/R3

202100844/1/R2

Bij besluit van 16 december 2020 heeft de raad van de gemeente Rucphen het bestemmingsplan "Buitengebied Rucphen 2020" vastgesteld. Voor het buitengebied van Rucphen gold voorheen het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2012'. Het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2012' is op 29 maart 2012 vastgesteld door de gemeenteraad en is daarna een aantal keer partieel herzien. De raad achtte het wenselijk om het bestemmingsplan voor het buitengebied (op onderdelen) te actualiseren, zodat weer sprake is van één actueel planologisch kader voor het buitengebied. Het plan voorziet in deze nieuwe regeling voor het buitengebied en maakt ook een aantal nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Een aantal bewoners en bedrijven is het niet eens met het plan. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of de raad het plan zorgvuldig heeft voorbereid en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3969
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202100844/1/R2

202103728/1/A3

Bij besluit van 8 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk ingewilligd. [appellant] heeft het college verzocht om openbaarmaking op grond van de Wob van alle bestuurlijke informatie die gaat over of betrekking heeft op 1) de ruimte gelegen op de eerste verdieping van het pand aan de Grote Markt 16 te Haarlem, alwaar een deel van het museum De Hallen Haarlem zich bevindt; en 2) de ruimte gelegen op de eerste verdieping van het pand aan de Grote Houtstraat 1A en 1B te Haarlem, alwaar een deel van het museum De Hallen Haarlem zich bevindt. Daaronder worden tevens begrepen de documenten die betrekking hebben op de verkoop van de begane grond van het pand aan de Grote Houtstraat 1A en 1B aan [appellant]. Het college heeft ruim 100 documenten, waarvan een deel geheel en een deel gedeeltelijk, openbaar gemaakt. Ook heeft het college geweigerd om een deel van de documenten openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3939
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202103728/1/A3

202106342/3/R4

Bij tussenuitspraak van 26 april 2023 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zes maanden na de verzending van die uitspraak met in achtneming van hetgeen daarin is overwogen de gebreken in het besluit van 14 juli 2021 te herstellen. Bij besluit van 25 januari 2024 heeft de raad een herstelbesluit genomen. Het bestemmingsplan "Binnenstad (City) Nieuwegein" heeft betrekking op een deel van de binnenstad van Nieuwegein. Het plan voorziet enerzijds in een planologische verankering van de bestaande situatie, waaronder een deel van de binnenstad dat al gereed is. Zoals het theater De Kom, het stadhuis, het winkelplein rondom Raadstede en de Markt. Anderzijds maakt dit plan op vier locaties nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De (her)ontwikkeling van de binnenstad van Nieuwegein wordt mede mogelijk gemaakt door vier andere recent vastgestelde bestemmingsplannen, deze gaan over niet-bestemde 'gaten' in het plangebied. Het gaat om bestemmingsplannen "Stationsgebied en Blok B1", "Doorslagzone", "HN-locatie" en "Binnenstad (City) Nieuwegein - Erfstede".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3943
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202106342/3/R4

202200230/1/A3

Bij besluit van 25 februari 2020 heeft de korpschef van politie de aanvraag van [appellant] om een wapen bij te schrijven op zijn wapenverlof, afgewezen. [appellant] heeft sinds 1993 een wapenverlof en is lid van de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie, de Nederlandse Parcours Schutters Associatie en schietsportvereniging H.S.V. De Helm. Op 20 november 2019 heeft hij een aanvraag ingediend voor een bijschrijving op zijn wapenverlof voor een door hem gekocht enkelloops hagelgeweer van het merk Remington, type 870, kaliber 12, ten behoeve van de schietsportdiscipline IPSC Shotgun. [appellant] heeft sinds 1993 een wapenverlof en is lid van de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie, de Nederlandse Parcours Schutters Associatie en schietsportvereniging H.S.V. De Helm. Op 20 november 2019 heeft hij een aanvraag ingediend voor een bijschrijving op zijn wapenverlof voor een door hem gekocht enkelloops hagelgeweer van het merk Remington, type 870, kaliber 12, ten behoeve van de schietsportdiscipline IPSC Shotgun.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3947
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202200230/1/A3

202200463/1/A3

Bij besluit van 19 juni 2019 heeft het college burgemeester en wethouders van Utrecht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur op verzoek van appellant een aantal documenten geheel of gedeeltelijk openbaar gemaakt. Op 24 maart 2019 heeft appellant het college verzocht om openbaarmaking van de complete asbestinventarisatierapportage van omgevingsvergunning WABO kenmerk 11-05726, inclusief onderliggende stukken die daarbij horen zoals analyserapporten. Het project met WABO kenmerk 11-05726 staat ook wel bekend als het saneringsproject Boerhaavelaan. Bij dat project heeft de woningcorporatie Mitros 350 woningen gerenoveerd. Omdat het bouwjaar van de woningen dateerde van vóór 1994 was het aannemelijk dat bij de bouw van de woningen asbest gebruikt was. Daarom moest voordat de woningen gerenoveerd konden worden een asbestinventarisatie uitgevoerd worden. Een asbestinventarisatie is een onderzoek van een gebouw naar de aanwezigheid van asbest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3959
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202200463/1/A3

202201344/1/R2

Bij besluit van 23 december 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder. een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming verleend aan Stichting Wooncompagnie voor de bouw en het gebruik van 17 woningen aan De Kooiker 1 tot en met 17 aan de Denneweg/Duinroosweg in Callantsoog. Volgens het college veroorzaken de bouw en het gebruik van de woningen stikstofdepositie. De stikstofdepositie tijdens de bouwfase blijft op grond van artikel 2.9a van de Wnb - de zogenoemde bouwvrijstelling - bij de beoordeling van de vergunning buiten beschouwing. De stikstofdepositie in de gebruiksfase wordt uitsluitend veroorzaakt door verkeer van en naar de woningen. Voor de stikstofdepositie in de gebruiksfase is voldoende depositieruimte beschikbaar in het SSRS. [appellant] en anderen zijn omwonenden van het woningbouwproject. Zij kunnen zich niet verenigen met de natuurvergunning, omdat zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat en van onder andere het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3949
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Natuurbescherming
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202201344/1/R2

202201614/1/A3

Bij vijf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan [appellant] verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor vijf vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Het hoger beroep van [appellant] had in eerste instantie betrekking op deze vijf vaartuigen. [appellant] heeft echter het vaartuig Suzanne verkocht aan Holy Boat. Bij de besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen voor de vaartuigen Sofia, Suzanne, Simon en Sarah verlengd met twee jaar. [appellant] en Holy Boat zijn twee van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3977
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201614/1/A3

202201779/1/A3

Bij zes besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Luxe Boten gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Luxe Boten had zes exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor zes vaartuigen. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd en deze lopen af op 1 maart 2030. Verder is gebleken dat de exploitatievergunningen nu op naam staan van Flagship Holding en Starboard Boats. Starboard Boats is onderdeel van hetzelfde concern als Luxe Boten. Bij besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3979
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201779/1/A3

202202019/1/A3

Bij tien besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Boot2Go gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Boot2Go had tien exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Booking.com, Champagne Shower, Gangster, Gast, Jochie, Koning, Ouwe, Papi, Shiner en The Dude. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024, 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college op verzoek van Boot2Go de rangschikking op grond waarvan is bepaald wanneer de exploitatievergunningen aflopen gewijzigd. Het hoger beroep van Boot2Go had in eerste instantie betrekking op de tien vaartuigen. Boot2Go heeft echter de exploitatievergunningen voor de vaartuigen Champagne Shower, Gast, Koning en Papi overgedragen aan Flagship Holding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3973
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202019/1/A3

202202031/1/A3

Bij 47 besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan de reders verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor 47 vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Stromma Nederland, Canal Bus, Canal Rondvaart en [appellante] zijn vier van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de besluiten van 22 april 2024 heeft het college de einddatum van 34 exploitatievergunningen die zouden verlopen op 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030 verlengd tot 1 maart 2028, 1 maart 2030 of 1 maart 2032. Stromma Nederland, Canal Bus, Canal Rondvaart en [appellante] zijn vier van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3982
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202031/1/A3

202202050/1/A3

Bij 31 besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan de reders verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor 31 vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. [appellante B] en [appellante C] zijn twee van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de besluiten van 22 april 2024 heeft het college de einddatum van 22 exploitatievergunningen die zouden verlopen op 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030 verlengd tot 1 maart 2028, 1 maart 2030 of 1 maart 2032. [appellante B] en [appellante C] zijn twee van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3980
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202050/1/A3

202202053/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Eco Boats Amsterdam gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Eco Boats Amsterdam had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning zou verlopen op 1 maart 2028. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar. Eco Boats Amsterdam behoort tot de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3983
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202053/1/A3

202202075/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan Sloepdelen verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor 30 vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij de wijzigingsbesluiten gericht aan Sloepdelen heeft het college bepaald dat de exploitatievergunning voor 10 fluisterboten afloopt op 1 maart 2024, voor 10 fluisterboten op 1 maart 2026 en voor 10 fluisterboten op 1 maart 2028. Bij het wijzigingsbesluit gericht aan Adam’s Boats heeft het college bepaald dat de exploitatievergunning voor 10 tuindersvletten afloopt op 1 maart 2026. Bij het wijzigingsbesluit gericht aan Adam’s Boats heeft het college bepaald dat de exploitatievergunning voor 10 tuindersvletten afloopt op 1 maart 2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3974
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202075/1/A3

202202077/1/A3

Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam twee exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Tulpa Tours gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Tulpa Tours had twee exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Andante en Buggy. Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen voor beide vaartuigen verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar. Tulpa Tours behoort tot de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3984
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202077/1/A3

202202078/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Holy Boat gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Holy Boat had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het gelijknamige vaartuig Holy Boat. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd met als einddatum 1 maart 2030. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor het vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar. Holy Boat behoort tot de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3985
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202078/1/A3

202202079/1/A3

Bij 28 besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. de eerder voor onbepaalde tijd aan de reders verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor 28 vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij de besluiten van 22 april 2024 heeft het college de einddatum van de exploitatievergunningen die zouden verlopen op 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030 verlengd tot 1 maart 2028, 1 maart 2030 of 1 maart 2032. Algemene Amsterdamse Rederij Noord-Zuid, Blue Boat Company, Amsterdam Canal Cruises, Rederij Nassau, Amsterdam Boothuur, [appellante A] en Rederij De Jordaan zijn zeven van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3975
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202079/1/A3

202202762/1/A3

Bij besluit van 29 juli 2019 heeft de minister voor Rechtsbescherming het verzoek van [appellant sub 1] om een afschrift te verstrekken van persoonsgegevens op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming, afgewezen. [appellant sub 1] heeft bij brief van 28 april 2019 aan het NIFP verzocht om hem op grond van artikel 15 van de AVG inzage te geven in de feedbackformulieren die betrekking hebben op de Pro Justitia rapportages van 15 april 2019 en 17 april 2019 en hem afschriften daarvan te verstrekken. De minister heeft geweigerd om inzage en afschriften te verstrekken. In het besluit van 13 maart 2020 stelt hij dat de AVG niet van toepassing is. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in het kader van een strafzaak tegen [appellant sub 1] een pro Justitia rapportage opgevraagd. In een Pro Justitia rapportage worden onderzoeken van een onafhankelijke psychiater of psycholoog naar een persoon die betrokken is in een rechtszaak, vastgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3948
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202202762/1/A3

202204543/1/A3

Bij besluit van 5 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beslist op een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. [appellant] heeft het college verzocht om openbaarmaking van alle omgevingsvergunningen met bijbehorende asbestrapportages die in de periode 2008 tot 2020 door de gemeente Utrecht aan woningcorporatie Mitros zijn verleend. Bij besluit van 6 mei 2021 heeft het college 23 omgevingsdossiers gedeeltelijk openbaar gemaakt. Volgens [appellant] zijn dat niet alle stukken waar hij om heeft gevraagd. De rechtbank heeft vastgesteld dat het college over het adres Oude Wulvenlaan 51-1 geen stukken heeft overgelegd. Over de asbestconvenanten heeft de rechtbank overwogen dat het college onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan omdat het alleen in zijn digitale systemen heeft gezocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3978
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202204543/1/A3

202204564/1/A2

Bij besluit van 21 september 2020 heeft de minister minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek van [appellant] om een integraal besluit te nemen over schadevergoeding, versterking en versterkingsmaatregelen, afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Groningen. [appellant] woont in een gebied waar aardbevingen als gevolg van gaswinning voorkomen. [appellant] heeft op 13 december 2019 een melding gedaan bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen van een acuut onveilige situatie (AOS). Op 14 december 2019 heeft een bouwkundig inspecteur van het bedrijf W2N Groningen B.V. in opdracht van het Instituut de woning bezocht. In het AOS-inspectieverslag is de situatie niet als acuut onveilig beoordeeld. Het Instituut heeft de AOS-melding ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3958
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202204564/1/A2

202204751/1/A2

Bij besluiten van 12 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel [partij A] en [partij B] tegemoetkomingen in planschade van € 10.600,00 en € 13.800,00 toegekend. Bij besluiten van 10 november 2021 heeft het college [partij C] (hierna: [partij C]) en [partij D] (hierna: [partij D]) tegemoetkomingen in planschade van € 8.400,00 en € 14.400,00 toegekend. In deze planschadezaak is in geschil of het college aan [partij A] en anderen terecht tegemoetkomingen in planschade heeft toegekend. Bij besluit van 25 juni 2018 heeft het college het wijzigingsplan Hoogstraat 162, Berlicum vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in het realiseren van een gebouw ten behoeve van een supermarkt op de begane grond en 43 woningen op de verdiepingen. [partij A] en anderen zijn eigenaren van woningen die in de buurt van het plangebied liggen. Zij hebben bij het college aanvragen om een tegemoetkoming in planschade ingediend. Aan deze aanvragen hebben zij ten grondslag gelegd dat de inwerkingtreding van het wijzigingsplan tot waardevermindering van de woningen heeft geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3945
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204751/1/A2

202204752/1/A2

Bij besluiten van 1 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel [appellant sub 2] en [partij] tegemoetkomingen in planschade van € 22.000,00 en € 10.400,00 toegekend. Bij besluit van 25 juni 2018 heeft het college het wijzigingsplan Hoogstraat 162, Berlicum vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in het realiseren van een gebouw ten behoeve van een supermarkt op de begane grond en 43 woningen op de verdiepingen. In deze planschadezaak is in geschil of het college aan [appellant sub 2] en [partij] terecht tegemoetkomingen in planschade heeft toegekend. Bij besluit van 25 juni 2018 heeft het college het wijzigingsplan Hoogstraat 162, Berlicum vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in het realiseren van een gebouw ten behoeve van een supermarkt op de begane grond en 43 woningen op de verdiepingen. [appellant sub 2] en [partij] zijn eigenaren van woningen die in de buurt van het plangebied liggen. Zij hebben bij het college aanvragen om een tegemoetkoming in planschade ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3944
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204752/1/A2

202205458/1/A3

Bij besluit van 29 april 2020 heeft de korpschef van de Nationale Politie de aan [appellant] verleende jachtakte ingetrokken. Bij besluit van 3 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het door [appellant] daartegen gemaakte administratief beroep ongegrond verklaard. Op 29 april 2020 heeft de korpschef de aan [appellant] verleende jachtakte ingetrokken, omdat sprake was van ‘vrees voor misbruik’/’het niet langer kunnen toevertrouwen’ van een wapenverlof aan [appellant]. Van zo'n vrees kan al sprake zijn als er geringe twijfel is of het onder zich hebben van wapens of munitie aan hem kan worden toevertrouwd, gelet op het maatschappelijk belang van bescherming van de veiligheid in de samenleving. De geringe twijfel of het nog verantwoord is dat [appellant] wapens en munitie voorhanden mag hebben, is bij de korpschef ontstaan naar aanleiding van een op 17 januari 2020 binnengekomen internationaal rechtshulpverzoek. In administratief beroep heeft de staatssecretaris geoordeeld dat de korpschef terecht de jachtakte heeft ingetrokken. Volgens de staatssecretaris staat vast dat [appellant] in Duitsland is veroordeeld wegens stroperij, waarvoor hij een strafbeschikking van € 1.000,- heeft betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3986
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202205458/1/A3

202207061/1/R2

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie 1] te Boxtel" opnieuw vastgesteld. Het plan maakt het mogelijk om de bedrijfswoning aan de [locatie 1] om te zetten naar een plattelandswoning. Het plan omvat zowel de percelen aan de [locatie 1] als de percelen aan de [locatie 2]. [partij] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie1] in Boxtel. Hij heeft in 1997 zijn agrarische bedrijf verkocht. Hij heeft inmiddels geen binding meer met het bedrijf, maar wil wel in de bedrijfswoning blijven wonen. Door de bedrijfswoning om te zetten naar een plattelandswoning wordt dit mogelijk gemaakt. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Boxtel, naast de plattelandswoning. Hij exploiteert daar een extensieve melkveehouderij. Op zijn percelen geldt op grond van het plan de functieaanduiding "intensieve veehouderij" en op een kleine strook aan de achterkant van de percelen de gebiedsaanduiding "reconstructiewetzone-extensiveringsgebied".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3963
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207061/1/R2

202207282/1/A2

Bij besluiten van 6 november 2019, 28 januari 2020 en 6 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen aan [partij A], [partij B] en [partij C] [partij D], [partij E] en [partij F] elk een tegemoetkoming in planschade toegekend. Bij besluiten van 12 november 2020 en 3 december 2020 heeft het college de door Hom Vastgoed daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.[partij A], [partij B en C], [partij D], [partij E], [appellant sub 1] en [partij F] (hierna: de aanvragers) hebben elk verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 3 mei 2018 in werking getreden bestemmingsplan Hollandscheveld, deelplan De Turfsteker 2017. Dit plan voorziet in woningbouw in een ten zuiden van de woningen van de aanvragers gelegen gebied (hierna: het plangebied). Volgens de aanvragers heeft dit geleid tot waardevermindering van hun woningen. Het college heeft de aanvraag van [appellant sub 1] afgewezen, omdat de nieuwe planologische ontwikkeling voorzienbaar was, toen hij op 4 mei 1992 de woning aan de [locatie 1] in Hollandscheveld kocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3952
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202207282/1/A2

202300273/1/R1

Bij besluit van 21 november 2022 heeft de raad van de gemeente Den Helder het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan supermarkten" vastgesteld. Met het parapluplan wordt de nieuwvestiging van supermarkten buiten de bestaande winkelgebieden met niet-perifere detailhandel in de gemeente Den Helder niet meer toegestaan. Aanleiding voor het parapluplan is de wens van de raad de bestaande detailhandelsstructuur te behouden en te optimaliseren door het tegengaan van perifere detailhandel vestigingen en zo leegstand in bestaande winkelgebieden te voorkomen. Met het parapluplan wordt de nieuwvestiging van supermarkten buiten de bestaande winkelgebieden met niet-perifere detailhandel in de gemeente Den Helder niet meer toegestaan. Aanleiding voor het parapluplan is de wens van de raad de bestaande detailhandelsstructuur te behouden en te optimaliseren door het tegengaan van perifere detailhandel vestigingen en zo leegstand in bestaande winkelgebieden te voorkomen. Aldi kan zich niet met het plan verenigen. Aldi wil een nieuw filiaal realiseren op het perceel aan het Ravelijncenter 1,5, 7 en 9. Die locatie is in het parapluplan uitgesloten voor het gebruik als supermarkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3970
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202300273/1/R1

202300517/1/A3

Bij brief van 7 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn aan [appellant] meegedeeld dat de door hem aan het college overgedragen vuurstenen niet aan hem worden teruggegeven. Op 27 augustus 2020 heeft [appellant] op de Uddelerheide ongeveer 700 vuurstenen meegenomen. Op 16 maart 2021 heeft hij de vuurstenen aan het college overhandigd voor onderzoek, naar hij stelt op basis van artikel 5.10, tweede lid, van de Erfgoedwet. Bij brief van 27 oktober 2021 heeft [appellant] het college verzocht de vuurstenen aan hem terug te geven. Hij stelt dat het gaat om een ‘toevalsvondst’, als bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, van de Erfgoedwet, en dat het college is gehouden de vondsten aan de gerechtigde terug te geven. In de brief van 7 december 2021 heeft het college [appellant] laten weten niet bereid te zijn om de vuurstenen terug te geven. Het college schrijft in de brief dat de vuurstenen zijn aangetroffen tijdens een opgraving (een lopend archeologisch onderzoek), als bedoeld in artikel 5.7 van de Erfgoedwet, en op grond van die bepaling eigendom zijn van de provincie Gelderland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3950
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300517/1/A3

202300795/1/A2

Bij besluit van 29 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een boete opgelegd van € 20.500,- vanwege het onttrekken van de woning aan de [locatie] in Amsterdam aan de woningvoorraad zonder de daarvoor benodigde vergunning. [appellante] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. De woning is gelegen op de derde en vierde verdieping van het pand, en bestaat uit een woonkamer, keuken, drie slaapkamers en twee badkamers. De woning was ten tijde van belang verhuurd aan [persoon]. Op 2 december 2019 hebben twee toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht. Uit het rapport van bevindingen dat van dat bezoek is opgemaakt, blijkt dat de toezichthouders in de woning geen toeristen hebben aangetroffen. De toezichthouders hebben de woning bekeken en hebben op de derde verdieping aan de achterzijde van het pand een afsluitbare toegangsdeur, een badkamer met inloopdouche en toilet, een tweepersoonsbed, een eenpersoonsbed, een matras, een keukenblok en een televisiemeubel met een televisie erop aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3938
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202300795/1/A2

202300996/1/R1

Bij besluit van 12 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad [appellant A] onder oplegging van een dwangsom onder meer gelast om twee opslagcontainers op het perceel achter [locatie]/Taandijk in Krommenie te verwijderen en verwijderd te houden. [appellanten] zijn eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Krommenie, waarop hun woning staat. Dit perceel heeft kadastraal nummer A2573. Zij zijn ook eigenaar van het perceel met kadastraal nummer A2552. Dat perceel ligt achter hun perceel aan de [locatie]. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving heeft de toezichthouder van de gemeente op 12 januari 2021 een controle op perceel A2552 uitgevoerd. Daarbij is geconstateerd dat er zonder omgevingsvergunning bouwwerken zijn gebouwd. Naast een paardrijbak gaat het om twee zeecontainers die dienst doen als stallen voor een of twee paarden en opslag van veevoer, gereedschap en kleding. De containers zijn voorzien van elektra, water en verlichting. Bij het dwangsombesluit heeft het college [appellant A] gelast deze bouwwerken te verwijderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3971
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300996/1/R1

202301944/1/R1.

Bij besluit van 13 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend aan [appellante] twee lasten onder dwangsom opgelegd vanwege het in stand houden van een zogenoemde modelwoning die is gebouwd zonder omgevingsvergunning en het gebruiken van die modelwoning in strijd met het bestemmingsplan. [appellante] is sinds 2015 eigenaar van het perceel [locatie] in Purmerend. Op dit perceel was ten tijde van de besluitvorming een machineverhuurbedrijf gevestigd. In de hoek van het perceel stond een modelwoning. Op 7 juni 2018 heeft het college een controle uitgevoerd bij deze woning. Tijdens deze controle bleek dat in de woning arbeidsmigranten verbleven die werkzaam waren bij het bedrijf. Het college heeft [appellante] in de brieven van 12 juli 2018 en van 27 november 2020 gewaarschuwd dat de woning zonder omgevingsvergunning is gebouwd buiten het bouwvlak en dat het volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan om de woning te gebruiken voor bewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3972
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202301944/1/R1.

202302265/1/A2

Bij besluit van 2 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer, voor zover hier van belang, [appellant] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 18.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag tot aan de dag van betaling van de tegemoetkoming. [appellant] is samen met zijn echtgenote sinds 1 oktober 1990 eigenaar van het pand op het perceel aan de [locatie 1]/[locatie 2] in Zwanenburg. Het pand is gesplitst in een woning met het huisnummer [locatie 1] en een bedrijfsgedeelte met het huisnummer [locatie 2]. Bij brief van 27 februari 2018 heeft[appellant] bij het college een aanvraag om tegemoetkoming in planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening ingediend. Ter toelichting van deze aanvraag heeft hij aangevoerd dat hij schade in de vorm van waardevermindering van een onroerende zaak heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het bij besluit van 13 juni 2013 vastgestelde bestemmingsplan Zwanenburg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3940
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202302265/1/A2

202302780/1/A2

Bij besluit van 21 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het voormalig stoomgemaal aan de [locatie 1] en de [locatie 2] in Rotterdam aangewezen als gemeentelijk monument. Op de hoek van de [locatie 1] en de [locatie 2] ligt een voormalig stoomgemaal dat bestond uit een machinelokaal, een ketelhuis en twee dienstwoningen. De twee dienstwoningen, die zijn gelegen aan de [locatie 2], zijn samengetrokken tot een bedrijfspand. [appellanten] heeft dit pand in 2013 gekocht en hier een advocatenkantoor gevestigd. De welstandscommissie heeft op 7 juli 2021 op basis van de door het college overgelegde redengevende omschrijving positief geadviseerd over de aanwijzing van het stoomgemaal met inbegrip van het pand van [appellanten]. Volgens het college volgt uit rechtspraak van de Afdeling dat als de eigenaar van het monument bij de belangenafweging in het kader van de aanwijzing concreet heeft gesteld dat de monumentenstatus negatieve financiële gevolgen heeft en hij dit genoegzaam heeft gemotiveerd, deze aspecten reeds bij de aanwijzing van belang zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3961
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202302780/1/A2
vorige pagina1...115116117...1.269volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon