Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202100645/2/R2

Uitspraak 202100645/2/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4004
Datum uitspraak
4 oktober 2024
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2142, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan op de hoger beroepen van het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden en de stichting. De stichting heeft het college op 26 oktober 2018 verzocht om de op 6 november 2012 aan de veehouderij op het adres [locatie] te Reusel verleende omgevingsvergunning gedeeltelijk in te trekken. Het college heeft daarop op 20 december 2018 besloten het verzoek niet in behandeling te nemen. De stichting heeft daartegen op 24 januari 2019 een bezwaarschrift ingediend. Bij besluit van 2 juli 2019 heeft het college het bezwaar van de stichting gegrond verklaard en het verzoek afgewezen. De stichting heeft daartegen op 24 juli 2019 beroep ingesteld.
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202100645/2/R2.
Datum uitspraak: 4 oktober 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op een verzoek om schadevergoeding van:

Stichting Groen Kempenland, gevestigd in Netersel.

Procesverloop

Bij uitspraak van 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2142, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op de hoger beroepen van het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden en de stichting.

In die zaak heeft de stichting verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht op een zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.

Overwegingen

1.       De stichting heeft het college op 26 oktober 2018 verzocht om de op 6 november 2012 aan de veehouderij op het adres [locatie] te Reusel verleende omgevingsvergunning gedeeltelijk in te trekken. Het college heeft daarop op 20 december 2018 besloten het verzoek niet in behandeling te nemen. De stichting heeft daartegen op 24 januari 2019 een bezwaarschrift ingediend. Bij besluit van 2 juli 2019 heeft het college het bezwaar van de stichting gegrond verklaard en het verzoek afgewezen. De stichting heeft daartegen op 24 juli 2019 beroep ingesteld.

Op 13 augustus 2019 heeft de stichting het college verzocht de eerdergenoemde omgevingsvergunning geheel in te trekken. Het college heeft dit verzoek bij besluit van 2 maart 2020 afgewezen. De stichting heeft tegen dat besluit op 6 april 2020 beroep ingesteld.

De rechtbank heeft op 18 december 2020 uitspraak gedaan op beide beroepen. Het college en de stichting hebben (incidenteel) hoger beroep ingesteld. De Afdeling heeft daarop zoals vermeld op 22 mei 2024 uitspraak gedaan.

In dit geval wordt schadevergoeding verzocht voor beide zaken van dezelfde belanghebbende, die vanaf de beroepsfase tegelijk zijn behandeld. Beide zaken gaan over hetzelfde onderwerp. Daarom is niet aannemelijk dat door de tweede zaak extra spanning en frustratie is veroorzaakt. Dat betekent dat in één procedure kan worden volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn is geschonden, en dat voor de twee zaken samen slechts eenmaal het forfaitaire bedrag aan schadevergoeding wordt gehanteerd. Nu de rechtsmiddelen waarmee de procedure in de betrokken zaken is ingeleid, niet tegelijkertijd zijn aangewend, zal ter bepaling van de mate van overschrijding van de redelijke termijn worden gerekend vanaf het tijdstip van indiening van het eerst aangewende rechtsmiddel.

2.       De stichting betoogt terecht dat de procedure niet binnen een redelijke termijn is afgerond. De redelijke termijn bij een procedure als deze bedraagt namelijk vier jaar. In dit geval is deze aangevangen op 24 januari 2019 met de ontvangst door het college van het bezwaarschrift tegen het besluit van 20 december 2018. Vanaf die datum tot 22 mei 2024, de dag waarop de Afdeling uitspraak deed, zijn vijf jaar en bijna vier maanden verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn met een jaar en bijna vier maanden is overschreden. Dit is aan de Afdeling toe te rekenen, omdat de behandeling van het hoger beroep drie jaar en bijna vier maanden heeft geduurd. De Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) moet daarom een schadevergoeding betalen van € 1500,00.

3.       De Staat moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan Stichting Groen Kempenland een vergoeding van € 1.500,00 te betalen;

II.       veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tot vergoeding van bij Stichting Groen Kempenland in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.L. Bolleboom, griffier.

w.g. Minderhoud
voorzitter

w.g. Bolleboom
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2024

641


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon