Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak ​201208675/2/R4

Uitspraak ​201208675/2/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:3219
Datum uitspraak
26 juni 2013
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 juni 2012 heeft het college besloten voor het perceel [locatie] te Oldeberkoop geen toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid zoals neergelegd in artikel 20, onder a, sub 3b, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied".
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

​201208675/2/R4.
Datum uitspraak: 26 juni 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Oldeberkoop, gemeente Ooststellingwerf,

en

het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 juni 2012 heeft het college besloten voor het perceel [locatie] te Oldeberkoop geen toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid zoals neergelegd in artikel 20, onder a, sub 3b, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied".

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Bij besluit van 25 september 2012 heeft het college het besluit van
26 juni 2012 ingetrokken.

[appellant] en het college hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 april 2013, waar het college, vertegenwoordigd door P. Doeven, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Overwegingen

1. Het college betoogt dat [appellant] geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep tegen het besluit van 26 juni 2012, nu dat besluit bij besluit van 25 september 2012 is ingetrokken en bij besluit van 20 november 2012 alsnog toepassing is gegeven aan de wijzigingsbevoegdheid zoals neergelegd in artikel 20, onder a, sub 3b, van de planregels van bestemmingsplan "Buitengebied" en het wijzigingsplan "[locatie]" is vastgesteld zodat volledig tegemoet is gekomen aan zijn beroep. Voorts is volgens het college overleg gaande omtrent compensatie en kostenvergoeding.

1.1. [appellant] betoogt dat hij, gezien de door hem geleden schade en gemaakte kosten als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming, belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep tegen het besluit van 26 juni 2012.

1.2. Ingevolge artikel 6:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), zoals deze luidde ten tijde van belang, brengt het aanhangig zijn van bezwaar of beroep tegen een besluit geen verandering in een los van het bezwaar of beroep reeds bestaande bevoegdheid tot intrekking of wijziging van het besluit.

Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, wordt, indien een bestuursorgaan een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 6:18, het bezwaar of beroep geacht mede te zijn gericht tegen het nieuwe besluit, tenzij dat besluit aan het bezwaar of beroep geheel tegemoet komt.

Ingevolge het derde lid staat intrekking van het bestreden besluit niet in de weg aan vernietiging van dat besluit indien de indiener van het bezwaar- of beroepschrift daarbij belang heeft.

1.3. Het beroep van [appellant] richt zich tegen het besluit van 26 juni 2012. Ingevolge de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van de Awb, zoals deze luidden ten tijde van belang, wordt het besluit van 25 september 2012 geacht mede onderwerp te zijn van het geding. Het besluit van 20 november 2012 ligt in deze procedure niet ter toetsing voor.

1.4. Nu het college het besluit van 26 juni 2012 heeft ingetrokken, rijst de vraag of [appellant] nog belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep tegen dat besluit. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 7 oktober 2009 in zaak nr. 200902638/1/H3), kan belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep onder meer bestaan indien wordt gesteld dat schade is geleden ten gevolge van de betrokken bestuurlijke besluitvorming. Daartoe is vereist dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat dergelijke schade is geleden als gevolg van het besluit.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft [appellant] de door hem gestelde schade als gevolg van het besluit van 26 juni 2012 tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt. Gelet op het voorgaande heeft [appellant] belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep tegen voornoemd besluit.

2. [appellant] kan zich niet verenigen met het besluit van 26 juni 2012 waarbij ten behoeve van zijn perceel [locatie] geen toepassing is gegeven aan de wijzigingsbevoegdheid zoals neergelegd in artikel 20, onder a, sub 3b, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied" waarmee de vestiging van een nevenberoepsbedrijf op een locatie waar een agrarisch bedrijf is of wordt beëindigd mogelijk wordt gemaakt. [appellant] betoogt dat geen concreet planologisch beletsel in de weg staat aan de toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid en dat het college niet inzichtelijk heeft gemaakt zijn belangen te hebben meegewogen.

2.1. Het college heeft het besluit van 26 juni 2012 bij besluit van 25 september 2012 ingetrokken en bij besluit van 20 november 2012 alsnog het wijzigingsplan "[locatie]" vastgesteld. Het college heeft zich thans derhalve op een ander standpunt gesteld dan in het besluit van 26 juni 2012. De Afdeling is niet gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven.

Onder deze omstandigheden ziet de Afdeling dan ook aanleiding voor het oordeel dat het besluit van 26 juni 2012 is genomen in strijd met de ingevolge artikel 3:2 van de Awb te betrachten zorgvuldigheid bij het voorbereiden van een besluit. Het beroep tegen het besluit van 26 juni 2012 is gegrond. Dit besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb te worden vernietigd.

3. De Afdeling overweegt dat [appellant] geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 25 september 2012, nu met het besluit van 20 november 2012 volledig tegemoet is gekomen aan zijn beroep en het niet aannemelijk is dat [appellant] schade heeft geleden als gevolg van het besluit van 25 september 2012.

Het beroep tegen het besluit van 25 september 2012 is dan ook niet-ontvankelijk.

4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf van 25 september 2012 waarbij het besluit van 26 juni 2012 is ingetrokken niet-ontvankelijk;

II. verklaart het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf van 26 juni 2012 waarbij voor het perceel [locatie] te Oldeberkoop is geweigerd toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid zoals neergelegd in artikel 20, onder a, sub 3b, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied" gegrond;

III. vernietigt dat besluit;

IV. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 156,00 (zegge: honderdzesenvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.A. Oudenaarden, ambtenaar van staat.

w.g. Hoekstra w.g. Oudenaarden
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2013

568-690.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon