Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202400103/1/R

Uitspraak 202400103/1/R

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6082
Datum uitspraak
14 oktober 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort geweigerd om aan [persoon A] en [persoon B] een omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van de garagegevel en het omzetten van het gebruik van de garage naar een logiesfunctie op het perceel [locatie 1] in Zandvoort, omdat voor de aangevraagde situatie geen omgevingsvergunning nodig was (de positieve weigering). [appellant] woont aan de [locatie 2] in Zandvoort. Haar buren, [persoon A] en [persoon B], hebben een omgevingsvergunning aangevraagd voor het wijzigen van de gevel van de garage van hun woning en het omzetten van het gebruik van die garage naar een logiesfunctie op het perceel [locatie 1]. Het college heeft geweigerd de vergunning te verlenen omdat er geen vergunning nodig is op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, van de Wabo. De aangevraagde situatie is volgens het college namelijk niet in strijd met het bestemmingsplan en voldoet aan de criteria van artikel 2, onderdeel 7, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) om als een geval te worden aangemerkt waarin geen omgevingsvergunning voor bouwen en planologische gebruiksactiviteiten vereist is. Inmiddels is de gevel gewijzigd en wordt de garage gebruikt als logiesruimte.
  • Hoger beroep
  • Omgevingsplan
  • RO - Noord-Holland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202400103/1/R1.
Datum uitspraak: 14 oktober 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Zandvoort,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-­Holland van 24 november 2023 in zaak nr. 23/819 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort.

Procesverloop

Bij besluit van 21 april 2022 heeft het college geweigerd om aan [persoon A] en [persoon B] een omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van de garagegevel en het omzetten van het gebruik van de garage naar een logiesfunctie op het perceel [locatie 1] in Zandvoort, omdat voor de aangevraagde situatie geen omgevingsvergunning nodig was (de positieve weigering).

Bij besluit van 14 december 2022 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit onder aanvulling van de motivering in stand gelaten.

Bij uitspraak van 24 november 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak behandeld op de zitting van 1 september 2026, waar het college, vertegenwoordigd mr. M.A. Hoffman en W.L.C Boelema, zijn verschenen. Voorts is [persoon A] op die zitting als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding omgevingsrecht

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 25 januari 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2.       [appellant] woont aan de [locatie 2] in Zandvoort. Haar buren, [persoon A] en [persoon B], hebben een omgevingsvergunning aangevraagd voor het wijzigen van de gevel van de garage van hun woning en het omzetten van het gebruik van die garage naar een logiesfunctie op het perceel [locatie 1]. Het college heeft geweigerd de vergunning te verlenen omdat er geen vergunning nodig is op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, van de Wabo. De aangevraagde situatie is volgens het college namelijk niet in strijd met het bestemmingsplan en voldoet aan de criteria van artikel 2, onderdeel 7, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) om als een geval te worden aangemerkt waarin geen omgevingsvergunning voor bouwen en planologische gebruiksactiviteiten vereist is. Inmiddels is de gevel gewijzigd en wordt de garage gebruikt als logiesruimte.

De rechtbank heeft geoordeeld dat het college terecht heeft geconcludeerd dat voor het bouwplan geen omgevingsvergunning benodigd is.

[appellant] is het daar niet mee eens. Zij stelt dat dat de aangevraagde situatie niet mag worden gerealiseerd zonder omgevingsvergunning.

3.       Ter plaatse geldt het bestemmingsplan

"Stationsomgeving / Oud Noord." De garage bevindt zich op gronden met onder meer de bestemming "Wonen-1."

Wettelijk kader

4.       De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van de uitspraak.

Heeft de rechtbank terecht overwogen dat geen omgevingsvergunning nodig is?

5.       [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen omgevingsvergunning nodig is. Ten eerste is het beoogde gebruik van de garage als logiesruimte volgens haar in strijd met het bestemmingsplan omdat het nieuwe gebruik niet aan de definitie van logiesverstrekking of de voorwaarden van logiesverstrekking in het bestemmingsplan voldoet. Over de gevelwijziging stelt [appellant] dat de garage niet tegelijk een bijbehorend bouwwerk en een aanbouw kan zijn. [appellant] verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling van 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3377.

5.1.    De Afdeling zal hierna aan de hand van de gronden [appellant] bespreken of de rechtbank terecht tot die conclusie gekomen is. Daarbij zal de Afdeling allereerst op het gebruik van de garage ingaan.

- Logiesfunctie

5.2.    De rechtbank is in de overwegingen 6 tot en met 6.7 van de aangevallen uitspraak gemotiveerd ingegaan op de grond van [appellant] over het gebruik van de garage voor logiesverstrekking en de verenigbaarheid hiervan met het bestemmingsplan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de beoordeling van die grond in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank dat de wijziging van het bestaande gebruik van de garage naar een logiesfunctie niet in strijd is met het bestemmingsplan. De grond treft geen doel.

- Gevelwijziging

5.3.    De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat op grond van het Bor voor de gevelwijziging geen vergunning nodig is. De Afdeling ziet in wat [appellant] heeft aangevoerd geen grond om aan te nemen dat de logiesruimte geen bijbehorend bouwwerk is. Daarvoor is het volgende van belang. Niet in geschil is dat de gevel van de logiesruimte in achtererfgebied ligt op een afstand van meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied. Verder vindt de gevelwijziging aan de garage plaats en de garage is functioneel verbonden met het hoofdgebouw. Wat [appellant] over het begrip "aanbouw" heeft aangevoerd is voor de beoordeling van de vraag of in dit geval een omgevingsvergunning vereist is, niet relevant. Het gaat hier namelijk niet om de uitleg van het begrip aanbouw in het bestemmingsplan.

- Conclusie

5.4.    De conclusie is dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college terecht heeft geconcludeerd dat voor de aangevraagde situatie geen omgevingsvergunning nodig was.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie hoger beroep

6.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

6.1.    Het college hoeft geen proceskosten voor het hoger beroep te vergoeden.

Overschrijding redelijke termijn

7.       [appellant] heeft verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.

7.1.    De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar, anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep en twee jaar voor de behandeling van het hoger beroep. De termijn begint op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan.

7.2.    Het college heeft het bezwaarschrift van [appellant] ontvangen op 23 mei 2022. De redelijke termijn is in deze procedure dus met vijf maanden overschreden. Deze overschrijding moet aan het college en de Afdeling worden toegerekend. De overschrijding moet voor 1/10 deel aan het college en voor 9/10 deel aan de Afdeling worden toegerekend.

7.3.    De Afdeling hanteert een forfaitaire vergoeding van € 500,00 per half jaar waarmee de redelijke termijn is overschreden. Daarmee wordt de schadevergoeding vastgesteld op € 500,00.

7.4.    Het college moet de proceskosten voor het verzoek vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.       wijst het verzoek om schadevergoeding toe;

III.      veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad om aan [appellant] een schadevergoeding van € 50,00 te betalen;

IV.     veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan [appellant] een schadevergoeding van € 450,00 te betalen.

V.      veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort tot vergoeding van bij [appellant] in verband met het verzoek om schadevergoeding opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 467,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. Tieleman, griffier.

w.g. Van Breda
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Tieleman
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2026

817-1168

Bijlage

Bijlage II van het besluit algemene bepalingen omgevingsrecht

Artikel 1. In deze bijlage wordt verstaan onder:

[…];

bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

[…].

Artikel 2

Een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of c, van de wet is niet vereist, indien deze activiteiten betrekking hebben op:

[…];

7. een kozijn, kozijninvulling of gevelpaneel, mits in de achtergevel, of een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel van een hoofdgebouw, dan wel in een gevel van een bijbehorend bouwwerk, voor zover die gevel is gelegen in achtererfgebied op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn;

[…].

Bestemmingsplan "Stationsomgeving/Oud Noord"

Artikel 16.1

De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

[…];

c. logiesverstrekking;

[…].

Artikel 16.5.2

Het is toegestaan een gedeelte van een woning in te richten en te gebruiken ten behoeve van logiesverstrekking. Hieraan zijn de volgende voorwaarden verbonden:

a. de logiesverstrekking mag naar de aard en/of visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning;

b. de logiesverstrekking mag geen nadelige invloed uitoefenen op de normale afwikkeling van het verkeer en geen parkeerproblemen veroorzaken in de directe omgeving;

c. de logiesverstrekking mag geen afbreuk doen aan de woonfunctie en dient daaraan ondergeschikt te zijn, in die zin, dat de woonfunctie de belangrijkste functie dient te blijven;

d. de logiesverstrekking geen onevenredige afbreuk mag doen aan de gebruiks- en uitbreidingsmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken, waarbij de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het pand, perceel of complex behouden dienen te blijven.

e. per woning mag per nacht aan maximaal vier personen nachtverblijf worden verstrekt.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon