Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202204294/1/A3

Uitspraak 202204294/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2133
Datum uitspraak
22 mei 2024
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 16 december 2020 heeft de commissie van advies voor bezwaarschriften Het Hogeland verzoeken van [appellanten] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ingewilligd. De commissie heeft duidelijk gemaakt dat zij niet beschikt over andere informatie dan de informatie die al aan [appellanten] is toegezonden en openbaar is gemaakt. [appellanten] hebben in hoger beroep in de kern, net als bij de rechtbank, procedurele en bevoegdheidsgebreken naar voren gebracht.
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202204294/1/A3.
Datum uitspraak: 22 mei 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], wonend te Den Andel, gemeente Het Hogeland,
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 20 mei 2022 in zaken nrs. 21/1967 en 21/1968 in het geding tussen:

[appellanten]

en

de commissie van advies voor bezwaarschriften Het Hogeland.

Procesverloop

Bij besluiten van 16 december 2020 heeft de commissie verzoeken van [appellanten] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) ingewilligd.

Bij besluiten van 4 mei 2021 heeft de commissie het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 mei 2022 heeft de rechtbank de door [appellanten] daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] hoger beroep ingesteld.

De commissie heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellanten] hebben een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 maart 2024, waar [appellanten] zijn verschenen.

Overwegingen

1.       De commissie heeft duidelijk gemaakt dat zij niet beschikt over andere informatie dan de informatie die al aan [appellanten] is toegezonden en openbaar is gemaakt. [appellanten] hebben in hoger beroep in de kern, net als bij de rechtbank, procedurele en bevoegdheidsgebreken naar voren gebracht. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in uitspraken van 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:646, 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1414 en 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4404), is de bestuursrechter echter slechts gehouden tot inhoudelijke beoordeling van een bij hem ingediend beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan indien de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Indien dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen vanwege de principiële betekenis daarvan. Niet is gebleken dat [appellanten] nog een actueel en reëel belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, aangezien zij in feite niet hebben bestreden dat er nog informatie onder de commissie berust die niet openbaar is gemaakt terwijl zij daar wel om hadden verzocht. [appellanten] hebben toegelicht dat het van belang is dat er goed gemotiveerde en rechtmatige besluiten worden genomen door bevoegde personen en dat volgens de regels wordt gehandeld, omdat de openbaarmaking van bepaalde informatie voor een ieder grote gevolgen kan hebben. Zoals volgt uit vaste jurisprudentie is de bestuursrechter echter niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan, als er zoals nu geen actueel en reëel belang bestaat bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De commissie hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.

w.g. Drop
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Sluis
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2024

802


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon