Uitspraak 202303219/2/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2023:2878
- Datum uitspraak
- 27 juli 2023
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 28 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Almelo het bestemmingsplan "Ary Schefferstraat" vastgesteld.
- Voorlopige voorziening
- RO - Overijssel
Toon inhoud
202303219/2/R3.
Datum uitspraak: 27 juli 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te Almelo, en anderen,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Almelo,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 28 maart 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Ary Schefferstraat" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld.
[verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 18 juli 2023, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde A], en de raad, vertegenwoordigd door A.J. van Essen en P. Jonkman, zijn verschenen. Verder is op de zitting [partij], vertegenwoordigd door [gemachtigde B], als partij gehoord.
Overwegingen
Inleiding
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het bestemmingsplan voorziet in 8 twee-onder-één-kapwoningen en 2 halfvrijstaande woningen aan de Ary Schefferstraat en de Jan Tooropstraat te Almelo op de locatie van een voormalige school.
3. [verzoeker] en anderen zijn omwonenden. Zij zijn het niet eens met het planologisch mogelijk maken van de woningen.
Spoedeisend belang
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er een spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat de raad heeft toegelicht dat met de inwerkingtreding van het plan op korte termijn zal worden gestart met sanering van verontreinigde grond in het plangebied.
Procedureel
5. [verzoeker] en anderen betogen dat het in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur dat het ontwerpbestemmingsplan kort voor de vakantieperiode ter inzage is gelegd.
5.1. De Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en de Awb verzetten zich niet tegen deze handelwijze. Voor zover [verzoeker] en anderen van mening zijn dat belanghebbenden persoonlijk in kennis hadden moeten worden gesteld van de terinzagelegging van het ontwerpplan, overweegt de voorzieningenrechter dat in de Wro of in een ander wettelijk voorschrift geen bepaling valt aan te wijzen op grond waarvan het gemeentebestuur in een geval als hier aan de orde daartoe verplicht is. Wat [verzoeker] en anderen over strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur naar voren brengen kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet leiden tot een vernietiging van het plan in de bodemprocedure.
Het betoog slaagt niet.
Strijd met de Omgevingsvisie?
6. [verzoeker] en anderen voeren aan dat het plan is vastgesteld in strijd met de "Omgevingsvisie 2020-2040 Mijn Almelo Onze Omgeving" van de raad van 29 september 2020 (hierna: de Omgevingsvisie), omdat met het plan een trapveldje met een speeltoestel wordt onttrokken aan de bestaande wijk en wordt opgeofferd ten behoeve van nieuwe woningen.
6.1. In de plantoelichting is in de paragrafen 3.4.1 en 3.4.2 uiteengezet hoe het plan zich verhoudt tot de Omgevingsvisie. De voorzieningenrechter overweegt dat [verzoeker] en anderen op de zitting geen passage in de Omgevingsvisie hebben kunnen noemen waaruit blijkt dat het in strijd is met de Omgevingsvisie om een trapveldje met een speeltoestel te onttrekken aan de bestaande wijk en het op te offeren voor nieuwe woningen. De Omgevingsvisie laat ruimte aan de raad om in de belangenafweging een zwaarder gewicht toe te kennen aan het belang bij de bouw van woningen in het plangebied dan aan het belang bij behoud van het trapveldje. [verzoeker] en anderen hebben niets aangevoerd waaruit blijkt dat de door de raad gemaakte afweging in strijd is met het recht.
Het betoog slaagt niet.
Uitvoerbaarheid Wet natuurbescherming
7. [verzoeker] en anderen twijfelen aan de uitvoerbaarheid van het plan. Zij stellen dat niet duidelijk is of een ontheffing kan worden verleend van het soortbeschermingsregime in de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) in verband met verlichting in of behorend bij de woningen.
7.1. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wnb nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wnb. Maar de raad mag het plan niet vaststellen indien en voor zover hij op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.
7.2. In paragraaf 4.10.3 van de plantoelichting staat dat de Wnb niet aan het plan in de weg staat indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen van algemene broedvogels worden gestart of op een moment dat geen broedvogel aanwezig is. Aan deze conclusie ligt de "Quickscan flora en fauna inclusief stikstofberekening" van Eelerwoude van 3 maart 2022 ten grondslag.
7.3. De voorzieningenrechter overweegt dat [verzoeker] en anderen geen concrete aanknopingspunten naar voren hebben gebracht voor twijfel aan de juistheid van deze conclusie in de plantoelichting. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de raad op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het plan.
Het betoog slaagt niet.
Alternatieven
8. [verzoeker] en anderen voeren aan dat drie percelen aan de Frans Halsstraat geschikter zijn voor de bouw van woningen.
8.1. De raad stelt dat het alternatief van [verzoeker] en anderen om aan de Frans Halsstraat woningen te realiseren op dit moment niet de voorkeur heeft, omdat die percelen in eigendom zijn van Woningstichting Beter Wonen en niet is gebleken dat deze stichting concrete plannen heeft voor woningbouw. De raad sluit echter niet uit dat ook op de percelen aan de Frans Halsstraat in de toekomst woningen zullen worden gebouwd om te voldoen aan de woningbouwopgave van meer dan 4.000 woningen in de gemeente Almelo. Er zijn volgens de raad in de toekomst meerdere locaties nodig en het is dus niet een kwestie van de ene of de andere locatie.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de raad het door [verzoeker] en anderen genoemde voorstel hiermee voldoende heeft afgewogen bij de vaststelling van het plan en toereikend heeft gemotiveerd waarom de keuze op dit moment niet op die locatie is gevallen. Wat [verzoeker] en anderen stellen over privaatrechtelijke overeenkomsten die in het verleden zijn gesloten en een bouwclaim van [partij] doet hierbij niet ter zake.
Het betoog slaagt niet.
Hittestress
9. De voorzieningenrechter verwacht niet dat het betoog van [verzoeker] en anderen dat de wijk in de zomer heter en benauwder zal worden, zal leiden tot een vernietiging van het plan. Afgezien van het antwoord op de vraag of het zo is dat de wijk in de zomer heter en benauwder wordt als gevolg van het plan en zo ja, of dit aanvaardbaar is, stelt de raad dat de bouwmogelijkheden in dit plan zijn verminderd ten opzichte van de bouwmogelijkheden in het vorige plan, wat ten goede komt aan hittestress. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de raad dit aspect mee heeft mogen wegen.
Bufferzone
10. [verzoeker] en anderen betogen dat een bestaande bufferzone wordt vernield. Hierbij wijzen [verzoeker] en anderen op een stedenbouwkundig plan dat begin jaren ’60 van de 20e eeuw de basis vormde voor de ontwikkeling van de wijk Ossenkoppelerhoek.
10.1. Ter zitting heeft de raad verklaard dat de ruimtelijke inzichten zijn gewijzigd ten opzichte van de jaren ’60 van de 20e eeuw. De voorzieningenrechter overweegt dat het verdwijnen van een ongeveer 60 jaar geleden beoogde bufferzone niet met zich brengt dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Het betoog slaagt niet.
Richtafstand
11. [verzoeker] en anderen betogen dat vanwege het aspect geluid een ruimere afstand had moeten worden aangehouden dan 30 m tussen Sportpark Ossenkoppelerhoek en de nieuw te bouwen woningen, namelijk een afstand van 50 m.
11.1. De raad heeft bij het vaststellen van het plan betekenis toegekend aan de richtafstanden als aanbevolen in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse gemeenten uit 2009. De aanbevolen richtafstanden zijn een hulpmiddel bij het bepalen van de norm van een goede ruimtelijke ordening bij het bestemmen van nieuwe woningen in de buurt van bestaande bedrijven of bij het bestemmen van nieuwe bedrijven in de omgeving van woningen (zie uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:685, onder 4.5). De richtafstanden strekken dus niet tot bescherming van het belang van [verzoeker] en anderen in deze procedure, namelijk het voorkomen van een aantasting van hun eigen woon- en leefklimaat (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 8 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3600, onder 9.5). Deze beroepsgrond van [verzoeker] en anderen kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit, gelet op artikel 8:69a van de Awb.
Overige gronden
12. In wat [verzoeker] en anderen over de aspecten parkeren en de vormvrije m.e.r.-beoordeling hebben aangevoerd ziet de voorzieningenrechter ook geen aanleiding voor de verwachting dat de Afdeling in de bodemprocedure het besluit zal vernietigen. [verzoeker] en anderen hebben hun standpunten dat de vormvrije m.e.r.-beoordeling onjuist is uitgevoerd en dat wordt voorzien in te weinig parkeerplaatsen niet of nauwelijks onderbouwd, terwijl de raad uitvoerig heeft gemotiveerd waarom het plan in zoverre niet gebrekkig is.
De betogen slagen niet.
Conclusie
13. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.
Proceskosten
14. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Priem, griffier.
w.g. Van Ravels
voorzieningenrechter
w.g. Priem
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2023
646