Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.827
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202406964/3/R4 en 202406964/4/R4

Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1995, heeft de voorzieningenrechter de raad van de gemeente Rheden opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 24 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13-15" (het plan) te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de voorzieningenrechter het besluit van 24 september 2024 getoetst aan het in de Omgevingsvisie buitengebied Rheden opgenomen functieveranderingsbeleid. De voorzieningenrechter heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 24 september 2024, voor zover daarbij een verandering van een niet-agrarische bedrijfsfunctie naar een woonfunctie mogelijk wordt gemaakt, niet voldoet aan het functieveranderingsbeleid en dat de raad ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het handelen in overeenstemming met dat beleid voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met dat beleid te dienen doelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1864
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202406964/3/R4 en 202406964/4/R4

202201436/1/V6

Bij besluit van 25 april 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verzoek van [appellant] om verlenging van de inburgeringstermijn afgewezen. Bij besluit van 23 juni 2021 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verzoek van [appellant] om terug te komen van het besluit van 25 april 2019 afgewezen. Bij brief van 27 november 2015 heeft de minister [appellant] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is, haar inburgeringstermijn op 24 september 2015 is gestart en zij voor 18 november 2018 aan deze plicht moet hebben voldaan. De minister heeft de inburgeringstermijn bij brief van 20 mei 2016 ambtshalve verlengd tot 16 december 2018, omdat [appellant] langer dan acht weken in een asielzoekerscentrum heeft verbleven. Op 9 juli 2018 heeft [appellant] de minister een machtiging voor het opvragen van gezondheidsgegevens gestuurd en hem verzocht de inburgeringstermijn te verlengen op medische gronden. De minister heeft dit verzoek afgewezen bij besluit van 25 april 2019. [appellant] heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit, waardoor dit in rechte onaantastbaar is. Bij brief van 24 februari 2021 heeft zij de minister verzocht om het besluit van 25 april 2019 te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1921
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202201436/1/V6

202203530/1/V6

Op 12 november 2025 heeft [verzoeker] het hoger beroep ingetrokken en tegelijk het verzoek aan de Afdeling gehandhaafd om de minister van Werk en Participatie te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding wegens het overschrijden van de redelijke termijn. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar, anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep en twee jaar voor de behandeling van het hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1940
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202203530/1/V6

202205193/1/A3

Bij besluit van 28 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. Na het verzoek eerst te hebben afgewezen met het besluit van 28 augustus 2019, heeft het college met het besluit van 8 februari 2021 alsnog een deel van de gevraagde informatie al dan niet gedeeltelijk openbaar gemaakt en de overige informatie wederom in het geheel geweigerd openbaar te maken. Het college heeft daarbij een beroep gedaan op de uitzonderingen van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, e en g, en artikel 11 van de Wob. Volgens het college wegen de financiële belangen van het college zwaarder dan het belang van openbaarheid, omdat de gemeentelijke onderhandelingspositie zou kunnen verslechteren door openbaarmaking. Daarnaast weegt volgens het college het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van bij de bestuurlijke aangelegenheid betrokken personen zwaarder dan het belang van openbaarmaking, omdat de in de documenten genoemde personen niet uit hoofde van hun functie in de openbaarheid treden. Verder zou openbaarmaking de bij deze zaak betrokken partijen onevenredig kunnen benadelen, omdat concurrenten dan kennis kunnen nemen van de werkwijze van deze partijen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1961
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202205193/1/A3

202205256/1/R2

Bij besluit van 15 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen zijn mondelinge beslissing op 14 mei 2020 om [appellant] te gelasten de plaatsing van een woonwagen op het perceel [perceel] in Sittard (het perceel) te staken en gestaakt te houden, op schrift gesteld en aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Als [appellant] de plaatsing van de woonwagen niet staakt, verbeurt hij een dwangsom van € 10.000,- ineens. Op 11 mei 2020 heeft het college [appellant] gewaarschuwd dat hij op het perceel geen woonwagen mag plaatsen, omdat daarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied Sittard" (het bestemmingsplan) geldt voor het perceel de bestemming "Natuur". Binnen deze bestemming is het plaatsen van een woonwagen niet toegestaan. Op 14 mei 2020 heeft [appellant] het eerste gedeelte van de woonwagen zonder omgevingsvergunning laten plaatsen. Op diezelfde dag heeft het college aan [appellant] mondeling een bouwstop opgelegd. Het tweede gedeelte van de woonwagen heeft [appellant] daarom wel geplaatst, maar niet aan het eerste gedeelte laten verbinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1951
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205256/1/R2

202301264/1/R3

Bij besluit van 25 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Terschelling de aanvraag van Gooische Hart om een omgevingsvergunning afgewezen. Gooische Hart is eigenaar van twee percelen met bijbehorende opstallen die zijn gelegen aan de Boddelenweg 5 in Hoorn (Terschelling). De percelen zijn kadastraal bekend gemeente Terschelling, sectie K, 1379 (perceel 1379) en sectie K, 1039 (perceel 1039). De percelen 1379 en 1039 grenzen niet aan elkaar, maar worden gescheiden door een ander perceel. [partij A] en [partij B] wonen in de buurt van de percelen, aan de [locatie] in Hoorn. Op 5 februari 2020 heeft Gooische Hart een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de bouw en het gebruik van een manege met mestplaat en verlichting, opslagruimte, paardenstallen, logiesruimte, kantine en receptie. De aanvraag ziet meer specifiek op de realisatie van een gebouw met 53 appartementen met een receptie en kantine (bedrijfsgebouw 1), een gebouw met 18 paardenboxen en opslagruimte (bedrijfsgebouw 2) en 37 parkeerplaatsen op perceel 1379 en de realisatie van een niet-overdekte paardenbak, een longeercirkel en een mestplaat met toebehoren op perceel 1039.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1923
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301264/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202301264/1/R3

202301494/1/R2

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft Het college van gedeputeerde staten van Groningen het verzoek van Milieudefensie om intrekking op grond van artikel 5.4, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) van de vergunning van 17 november 2017 die is verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb aan [appellant sub 2], afgewezen. Op 20 november 2017 is een vergunning op grond van de Wnb verleend aan [appellant sub 2] gevestigd aan de [locatie] in [appellant sub 2]. De vergunning is verleend op basis van het Programma Aanpak Stikstof (PAS-vergunning) voor het houden van 760 melkkoeien en 490 stuks jongvee en het oprichten en het gebruiken van een nieuwe stal met emissiearm stalsysteem A1.28. Milieudefensie heeft verzocht om gedeeltelijke intrekking op grond van artikel 5.4, tweede lid, van de Wnb, omdat volgens haar het bedrijf stikstofdepositie veroorzaakt op het Natura 2000-gebied "Lieftinghsbroek", terwijl niet uitgesloten is dat sprake is van een (dreigende) verslechtering of significante verstoring van dat gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1953
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202301494/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202301494/1/R2

202301565/4/R3

De gemeenteraad van Rotterdam heeft het bestemmingsplan ‘Parkhaven’ succesvol hersteld. In juli vorig jaar droeg de Afdeling bestuursrechtspraak de gemeenteraad nog op om het plan op enkele punten te herstellen. Dat is succesvol gebeurd, zo blijkt uit deze einduitspraak. Dat betekent dat er groen licht is voor dit woningbouwplan dat de bouw van 650 woningen in acht woontorens aan weerszijden van de Euromast mogelijk maakt. Onder meer Stichting Groen Parkhaven, Stichting Rotterdam Natuurlijk en enkele omwonenden kwamen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak omdat zij onder meer vrezen voor de exploitatiemogelijkheden en bereikbaarheid van hun bedrijven in de Parkhaven en voor het groen en de monumenten in het gebied, zoals Het Park en de Euromast. De Afdeling bestuursrechtspraak kwam in juli 2025 in een tussenuitspraak tot de conclusie dat de gemeenteraad verschillende aspecten die betrekking hebben op de groene inrichting van het gebied aan de westzijde van het Scheepvaartkwartier nader moest uitwerken en moest borgen in het bestemmingsplan. Ook waren er enkele zaken rondom het parkeren in het plan niet goed geregeld. In december 2025 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan aangepast, waarbij onder meer een inrichtingsplan op hoofdlijnen aan het plan is toegevoegd. Dit plan, waarin onder meer de exacte locaties en aantallen bomen en groenpartijen en parkeerplaatsen zullen worden vastgelegd, zal in de komende jaren in samenspraak met omgeving verder worden uitgewerkt. Ook zijn er enkele regels over parkeren aan het bestemmingsplan toegevoegd. Stichting Groen Parkhaven, Stichting Rotterdam Natuurlijk en enkele omwonenden konden zich niet vinden in deze herstelmaatregelen. Zij vinden het inrichtingsplan op hoofdlijnen onvoldoende en ook de door de gemeenteraad aangepaste regels over parkeren zouden tekortschieten om toekomstige parkeerproblemen te voorkomen. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak heeft hun bezwaren tegen het herstelbesluit van de gemeente Rotterdam ongegrond verklaard. Dat betekent dat het aangepaste bestemmingsplan 'Parkhaven' nu definitief is en de gemeente kan starten met de uitvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1931
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202301565/4/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202301565/4/R3

202302980/3/R3

Bij tussenuitspraak van 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1178, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Kampen opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 23 maart 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan De Bakkerij" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opdracht gegeven om met inachtneming van wat is overwogen onder 27.5, 28.1 en 28.5 alsnog concreet te regelen wat hij heeft beoogd met artikel 6.1, aanhef en lid m, van de planregels. Daarnaast heeft de Afdeling de raad opdracht gegeven om met inachtneming van wat is overwogen onder 29.3 alsnog in de planregels op te nemen aan welke voorwaarden het materiaal waaruit het geluidscherm zal bestaan, moet voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1918
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202302980/3/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202302980/3/R3

202303522/1/R2

Op 30 november 2021 heeft Sunvest Ontwikkeling B.V. (hierna: Sunvest) namens Zonnepark Aardbrandsven B.V. een aanvraag om een omgevingsvergunning bij het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck ingediend voor de aanleg van het zonnepark "Aardbrandsven". Het project is voorzien in een gebied tussen de Ruilverkavelingsweg en de Randweg Oost in Budel, in de gemeente Cranendonck. Uit de bij de aanvraag behorende ruimtelijke onderbouwing volgt dat het beoogde zonnepark een omvang heeft van 76,5 ha, waarvan ongeveer 49 ha voor zonnepanelen wordt aangewend. De zonnepanelen leveren samen een vermogen van ongeveer 104 MWp, waarmee ongeveer 35.000 huishoudens van duurzaam opgewerkte energie kunnen worden voorzien. Het projectgebied voorziet daarnaast in ruimte voor 6 batterijen, 16 transformatorstations, 30 cameramasten, een hekwerk, 2 informatieborden en een inkoopstation. De overige ruimte wordt aangewend voor onderhoudspaden en een landschappelijke inpassing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1949
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303522/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202303522/1/R2

202304442/1/R2

Bij besluit van 13 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda aan [appellanten], onder oplegging van een dwangsom van € 20.000,00, gelast om voor 26 juli 2022 de bewoning van het pand aan de [locatie] in Breda door meer dan één huishouden te beëindigen en beëindigd te houden. [appellanten] zijn eigenaar van het pand aan de [locatie] te Breda. Zij verhuren deze twee-onder-een-kapwoning met vijf slaapkamers aan maximaal vijf personen. Volgens het college handelen [appellanten] in strijd met bestemmingsplan omdat zij in hun pand meer dan één huishouden hebben gehuisvest. Op grond van het bestemmingsplan is het pand echter uitsluitend bedoeld voor de huisvesting door één huishouden. In deze zaak speelt onder meer de vraag of het pand wordt bewoond door meer dan één huishouden. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat aan de invorderingsbeschikking deugdelijke inspectierapporten ten grondslag liggen. Uit de inspectierapporten blijkt volgens [appellanten] niet duidelijk wat de bewoners hebben verklaard over hun woon- en leefsituatie en wat de feitelijke situatie in het pand is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1795
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304442/1/R2

202305689/1/A3

Bij besluit van 9 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede de vergunning van [appellante] voor een deel van een warmteleiding ingetrokken en daaraan de verplichting verbonden de betreffende leiding te verleggen. Ennatuurlijk is een commercieel warmtebedrijf dat warmtenetten realiseert en exploiteert. Het college heeft Ennatuurlijk verzocht om aanpassing van een van haar warmtetransportleidingen. Het gaat om een leiding in de zuidoostelijke hoek van de Usseler Es - ook wel: de Oostkrans - die in 1986 is aangelegd. Deze leiding ligt er gedeeltelijk op grond van een publiekrechtelijke vergunning van het gemeentebestuur, en gedeeltelijk op grond van de Belemmeringenwet privaatrecht. Met de leiding worden ongeveer 9.000 huishoudens en zakelijke verbruikers in de regio Enschede voorzien van warmte. Een leidingdeel van 390 m moet worden verwijderd en na verlegging beslaat het nieuwe tracé 490 m. De aanleiding voor het verzoek tot aanpassen is dat de gemeente bedrijfskavels op de Oostkrans bouwrijp wil maken. Het college heeft de besluiten gebaseerd op de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur Enschede 2018 (AVOI 2018). Ennatuurlijk heeft de verlegging uitgevoerd en in de zomer van 2023 afgerond. Zij stelt voor de werkzaamheden ongeveer € 2,4 miljoen aan kosten te hebben gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1919
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305689/1/A3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202305689/1/A3

202306414/1/R3

Bij besluit van 28 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân geweigerd om aan [appellant A] een omgevingsvergunning voor het legaliseren van de bedrijfswoning op het perceel [locatie 1] en [locatie 2] te Easternijtsjerk (het perceel) te verlenen. Het perceel ligt op het bedrijventerrein 't Oogh. [appellant A] is eigenaar van het perceel. Hij verhuurt dit aan [appellant B]. Zij exploiteert daar een [bedrijf]j en woont daar. Op het perceel is het bestemmingsplan "Doarpen", vastgesteld op 25 juni 2010, van toepassing. De gronden op het perceel hebben de bestemming "Bedrijventerrein" met de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2". Daar zijn bedrijven in de categorieën 1, 2, 3.1 en 3.2 toegestaan zoals genoemd op de bedrijvenlijst die als bijlage 1 bij de planregels is gevoegd. Een bedrijfswoning is alleen toegestaan binnen de aanduiding "bedrijfswoning" of "specifieke vorm van wonen - bedrijfswoningen". Het perceel heeft deze aanduidingen niet. [partij] en anderen zijn ondernemers op het bedrijventerrein. Zij hebben het college in maart 2022 verzocht handhavend op te treden tegen de volgens hen illegale woonsituatie op het perceel. Zij stellen dat de bewoning leidt tot belemmering van hun bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1957
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306414/1/R3

202306779/1/R1

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het plaatsingsplan "Definitief plaatsingsplan gewijzigde locatie ondergrondse restafvalcontainers Geuzenkwartier III (buurt 8)" vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) op locatie 08-16B in het stadsdeel Scheveningen in de wijk Geuzenkwartier in Den Haag. Het college heeft door vaststelling van het plaatsingsplan (het bestreden besluit) locatie 08-16B aangewezen voor de plaatsing van twee ORAC’s in het Geuzenkwartier in Den Haag. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1]. De tuin aan de zijkant van haar woning ligt op ongeveer een meter van de aangewezen locatie. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2]. Haar voordeur ligt op enkele meters van locatie 08-16B. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn het niet eens met de aangewezen locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1935
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306779/1/R1

202400592/1/R3

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling besloten de aanvraag van Camping Veldzicht van 10 november 2020 tot binnenplanse wijziging van het bestemmingsplan "Midsland Noord", af te wijzen. Camping Veldzicht is gevestigd op de Noordlandweg 6 in Midsland. Camping Veldzicht is ook eigenaar van het kadastraal perceel, sectie H, nummer 2477, aan de Tijs Smitweg in Midsland (het perceel). Het perceel is gelegen in de zuidoostelijke hoek van het plangebied van het bestemmingsplan "Midsland Noord", los van de andere percelen van Camping Veldzicht. Op het perceel geldt de bestemming "Agrarisch" met de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 6 (Recreatie - 1)". De gronden ten westen en ten noorden van het perceel hebben de bestemming "Recreatie -1 (kampeerterreinen)". Op deze gronden zijn kampeerterreinen aanwezig. Deze zijn in eigendom van andere campings. Camping Veldzicht en het perceel zijn van elkaar gescheiden door Camping Hoeve ’t Noord dat aan de westzijde van het perceel ligt. De afstand tussen Camping Veldzicht en het perceel is ongeveer 85 meter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1958
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202400592/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202400592/1/R3

202401696/1/R2

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda [appellant A] en [appellant B], onder oplegging van een dwangsom van € 40.000,00 ineens, gelast om voor 15 november 2022 de bewoning van het pand aan de [locatie] in Breda door meer dan één huishouden te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van het pand aan de [locatie] te Breda. Zij verhuren deze twee-onder-een-kapwoning met vijf slaapkamers aan maximaal vijf personen. Volgens het college handelen [appellant A] en [appellant B] in strijd met bestemmingsplan omdat zij in hun pand meer dan één huishouden hebben gehuisvest. Op grond van het bestemmingsplan is de woning echter uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden. In deze zaak speelt onder meer de vraag of de woning wordt bewoond door meer dan één huishouden. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de huurders niet kunnen worden aangemerkt als één huishouden en het pand daarom wordt verhuurd aan meer dan één huishouden en daarmee in strijd met het bestemmingsplan wordt gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1796
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401696/1/R2

202401815/1/R3

Bij besluit van 30 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Kerk & Co B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van het pand aan de Stationsweg 6 in Den Haag door het maken van een constructieve doorbraak. Het pand aan de Stationsweg 6 in Den Haag bestaat uit twee delen. Kerk & Co B.V. is huurder van dit pand en wil tussen die delen een constructieve doorbraak realiseren. Bij de aanvraag heeft Kerk & Co B.V. te kennen gegeven dat het voorste gedeelte in het pand (de plint) zal worden gebruikt voor maatschappelijke doeleinden en de ruimte achter de te verwijderen muur gebruikt zal worden als kantoor. Met het besluit van 30 juni 2023, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 13 november 2023, heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend. [appellant] kan zich als omwonende niet vinden in deze verlening, omdat het pand in zijn geheel wordt gebruikt als kantoor en vanwege de gevolgen van het wijzigen van de constructie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1955
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401815/1/R3

202401891/1/A3

Bij besluit van 12 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren, voor zover voor deze zaak van belang, aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening Wijdemeren 2018 (APV). De last is opgelegd naar aanleiding van een verzoek om handhaving van [partij A] en [partij B] (hierna tezamen in enkelvoud: [partij]). [appellant] is eigenaar van de weg en de berm over een lengte van 31 meter voor de woning van [partij] aan [locatie] in Nederhorst den Berg. [partij] eigende zich volgens [appellant] tijdens de bouw van zijn woning de berm toe, onder meer door graafwerkzaamheden en het willen aanleggen van een inrit. Daarom wilde [appellant] zijn eigendom afbakenen en voorkomen dat de berm opnieuw door [partij] ten onrechte wordt gebruikt. [appellant] heeft daarvoor in de berm, langs de erfgrens met [locatie], stalen palen in de grond aangebracht en liggend daarvoor betonnen balken geplaatst. Het college stelt dat de palen en balken de bruikbaarheid van de weg aantasten, omdat de situatie verkeersonveilig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1926
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401891/1/A3

202402134/1/A3

[appellanten] hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1345. In die uitspraak heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, bevestigd en het besluit van 13 september 2021 vernietigd en is de burgemeester van Amsterdam opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen. In de uitspraak van 5 april 2023 heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, bevestigd. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit van de burgemeester van 13 september 2021 vernietigd. De Afdeling heeft de burgemeester opgedragen een nieuw besluit op de bezwaren te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1962
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202402134/1/A3

202402944/1/R1

Bij besluit van 28 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Haarlem het bestemmingsplan "Domus Plus - Fuikvaartweg" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van een bijzondere woonzorgvoorziening ter hoogte van de Fuikvaartweg en Nieuweweg in Haarlem mogelijk. Deze woonzorgvoorziening is bedoeld voor het beschermd en begeleid wonen van mensen die lijden aan een psychische stoornis dan wel kampen met een verslaving. Het plan voorziet daarnaast in een omvorming van het agrarisch bouwperceel met bestaande boerderij aan de Nieuweweg 2 tot buurttuinderij of agrarische buurtfunctie. Met de herbestemming van de boerderij kan het perceel worden ingezet voor gemeenschapslandbouw en worden gebruikt voor de dagbesteding van bewoners van de woonzorgvoorziening. De stichting kan zich niet verenigen met dit plan. Zij vreest dat de bouw van de woonzorgvoorziening de natuur en de omgeving van beschermde diersoorten zal verstoren. Verder meent zij dat de locatie Nieuweweg 2 ongeschikt is voor de bouw van een dergelijke woonzorgvoorziening, vanwege het risico op overlast voor de omgeving van die locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1960
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202402944/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202402944/1/R1

202403312/1/R3

Bij besluit van 8 april 2022 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat met toepassing van artikel 90 in samenhang met artikel 111b, derde lid, van de Wet geluidhinder (Wgh) voor de gevels van de te saneren woningen gelegen binnen de geluidszone langs de wegen "Nieuwe Zeeweg, Herenweg en Oude Zeeweg" in Noordwijk een ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting vanwege die wegen vastgesteld en tevens maatregelen vastgesteld die strekken tot het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege die wegen binnen de betrokken woningen, voor zover niet wordt voldaan aan de in artikel 111b, derde lid, van de Wgh genoemde binnenwaarde van 43 dB. [appellant] woont op de [locatie]. De staatssecretaris heeft bij besluit van 8 april 2022 voor de woning van [appellant] een ten hoogste toelaatbare waarde van 60 dB vastgesteld. Volgens [appellant] had de staatssecretaris dit besluit niet mogen nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1920
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202403312/1/R3

202403470/1/R1

Bij besluit van 5 april 2024 heeft het algemeen bestuur van waterschap Aa en Maas in het kader van het project "Meanderende Maas" het projectplan "Dijkversterking Ravenstein-Lith" vastgesteld. Het waterschap Aa en Maas beoogt met het projectplan de Maasdijk tussen Ravenstein en de stuw bij Lith aan de Brabantse zijde te versterken. De aanleiding hiervoor is dat de dijk aan Brabantse zijde van dit riviertraject niet voldoet aan de veiligheidsnormen, zoals vastgelegd in de Waterwet. Het belangrijkste doel van het project "Meanderende Maas", waar het projectplan "Dijkversterking Ravenstein-Lith" onderdeel van is, is het vergroten van de waterveiligheid in het gebied tussen Ravenstein en Lith. Om dit te realiseren wil het waterschap de dijk over een lengte van 26,6 kilometer versterken en waterstandsverlaging realiseren. Ook ziet het projectplan op versterking van gebiedskwaliteiten en de benutting van mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling. Het te versterken dijkgedeelte van de Maasdijk aan de Brabantse zijde ligt zuidelijk van de Maas en is gelegen in de provincie Noord-Brabant en de gemeente Oss.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1959
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202403470/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202403470/1/R1

202404232/1/R4

Bij besluit van 9 april 2024 heeft de raad van de gemeente Beuningen geweigerd om het bestemmingsplan "locatie] Winssen" vast te stellen. [appellant A ] en [appellante B] zijn de eigenaren van het perceel [locatie] in Winssen. Om de bouw van één vrijstaand woonhuis mogelijk te maken nadat hun perceel is gesplitst, hebben [appellant A ] en [appellante B] een aanvraag ingediend voor de vaststelling van een nieuw plan. Het ontwerpplan heeft vanaf 21 oktober 2022 ter inzage gelegen maar de raad heeft geweigerd het plan vast te stellen. [appellant A ] en [appellante B] zijn het niet eens met deze weigering. [appellant A ] en [appellante B] betogen dat de raad het plan ten onrechte niet heeft vastgesteld vanwege strijd met het structuurmodel Winssen (het structuurmodel) en de gemeentelijke woonvisie. [appellant A ] en [appellante B] voeren aan dat in paragraaf 4.4.2 van de toelichting bij het ontwerpplan is toegelicht dat er in dit specifieke geval geen sprake is van een beperking van omliggende agrarische bedrijven, waardoor de gevraagde ontwikkeling niet in strijd is met het structuurmodel. Gelet op paragraaf 3.3.3 van de toelichting bij het ontwerpplan is juist sprake van een kwaliteitsimpuls vanwege de landschappelijke inpassing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1943
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404232/1/R4

202404248/1/R2

Bij besluit van 24 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [appellante sub 2] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 6 buitenbanen voor padel, inclusief het plaatsen van een geluidscherm en lichtmasten aan de [locatie] in Tilburg. [appellante sub 2] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van 6 buitenbanen voor het spelen van padel, inclusief het plaatsen van een geluidscherm met een hoogte van 4 m en lichtmasten met een hoogte van 6 m. Het college heeft bij besluit van 24 juli 2023 met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo de gevraagde omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en onder c, van de Wabo verleend voor de activiteiten bouwen en gebruiken van gronden in strijd met de bestemmingsplannen "Stadsrand Dalem - Reeshofweide 2013" en "Stadsrand Dalem - Reeshofweide 2013, 1e wijziging (Spaubeekstraat 201)".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1925
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404248/1/R2

202404376/1/R2

Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een sporthal voor 8 padelbanen met horeca, fysiotherapie en kantoorruimtes aan de [locatie] in Tilburg. [appellante] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van 8 binnenbanen voor het spelen van padel, inclusief horeca, fysiotherapie en kantoorruimtes. Het college heeft bij besluit van 17 maart 2022 met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1o en 2o, van de Wabo de gevraagde omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wabo verleend voor de activiteiten bouwen en gebruiken van gronden in strijd met de bestemmingsplannen "Stadsrand Dalem - Reeshofweide 2013" en "Stadsrand Dalem - Reeshofweide 2013, 1e wijziging". [partij I] en anderen, [partij A] en anderen, [partij Q] en anderen, [partij O] en [partij P], en [partij R] en [partij S] wonen allen vlakbij de ontwikkellocatie in de wijk Dalem en vrezen onder meer voor parkeeroverlast als gevolg van het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1922
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404376/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202404376/1/R2

202404638/1/R1

De gemeenteraad van Echt-Susteren moet binnen 26 weken gebreken in het bestemmingsplan ‘Swaantjes- en Zandweg’ herstellen. Het bestemmingsplan maakt een zogenoemd ‘Livar Experience Centre’ mogelijk in Maria Hoop. Dit is een concept rondom het Limburgse kloostervarken, oftewel Livar-varken, bestaande uit varkenshouderijactiviteiten, gecombineerd met een bezoekerscentrum, een vleesatelier en een slachterij. Maar de gemeenteraad heeft naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak onvoldoende inzichtelijk gemaakt welke maatregelen hij uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk vindt om de overdracht van infectieziekten op mens en dier tot een aanvaardbaar niveau te beperken en in hoeverre het treffen van die maatregelen is gewaarborgd in het bestemmingsplan. Hiermee heeft de gemeenteraad onvoldoende gemotiveerd dat het bestemmingsplan getuigt van een goede ruimtelijke ordening, aldus de hoogste bestuursrechter. Een varkenshouderij op een kleine driehonderd meter afstand van de locatie waar het ‘Livar Experience Centre’ moet komen, had de zaak aangespannen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Volgens haar wordt het risico op dierziektes door het bestemmingsplan vergroot en vreest zij voor de gevolgen daarvan voor haar varkenshouderij. De gemeenteraad vindt dat de komst van het experience center in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, omdat maatregelen genomen kunnen worden om de overdracht van infectieziekten op mens en dier tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De gemeenteraad heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt welke gevolgen bezoekers van het experience center hebben voor het risico dat een besmetting met een dierziekte plaatsvindt, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. “De gemeenteraad heeft immers niet inzichtelijk gemaakt welke maatregelen nodig zijn om besmettingen met dierziektes te voorkomen. Het is daarom ook onduidelijk of er in het licht van het risico op besmettingen met dierziektes een veilige hoeveelheid bezoekers is, en als dit zo is, of de hoeveelheid bezoekers die de gemeenteraad voor ogen heeft, ook als veilig te beschouwen is. Of de gemeenteraad in het bijzonder een maatregel had moeten treffen voor een maximum aantal bezoekers van het experience center kan nog niet worden beoordeeld. Als de gemeenteraad het ‘Livar Experience Centre’ alsnog mogelijk wil maken, zal hij het bestemmingsplan binnen 26 weken beter moeten motiveren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1952
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202404638/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202404638/1/R1

202404954/1/V6

[appellante] stelt afkomstig te zijn uit de Democratische Republiek Congo (DRC) en geboren te zijn op [geboortedatum] 1988. Zij heeft de minister van Justitie en Veiligheid op 23 november 2020 verzocht om haar het Nederlanderschap te verlenen. Ter onderbouwing van haar identiteit en nationaliteit heeft zij een Congolees paspoort overgelegd dat is afgegeven op 11 februari 2014. Bureau Documenten heeft het paspoort onderzocht en geconcludeerd dat het echt is. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellante]. Hij heeft deze twijfel gebaseerd op een rapport taalanalyse en een nader rapport van Bureau Land en Taal (nu: Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT)). Uit deze rapporten volgt dat [appellante] niet eenduidig is te herleiden tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen de DRC en waarschijnlijk is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Rwanda. Volgens de minister heeft [appellante] de twijfel aan haar identiteit en nationaliteit niet weggenomen met het overleggen van het paspoort, omdat hij niet kan vaststellen of voorafgaand aan de afgifte daarvan een deugdelijk identificatieproces heeft plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1936
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202404954/1/V6

202405585/1/R2

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Maashorst het bestemmingsplan [locatie] vastgesteld. [appellant] woont aan de [locatie] in Uden in een voormalige agrarische bedrijfswoning. Naast de woning van [appellant] staat de cultuurhistorisch waardevolle boerderij van [partij]. [partij] wil de boerderij restaureren en verbouwen tot woonhuis. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Partiële herziening buitengebied 2017" rustte op beide percelen een woonbestemming en mocht er niet meer dan één woning per bestemmingsvlak aanwezig zijn. De voormalige agrarische bedrijfswoning en de boerderij liggen in hetzelfde bestemmingsvlak. Op initiatief van [partij] heeft de raad het bestemmingsplan [locatie] vastgesteld, dat ter plaatse van de boerderij een extra woning op het bestemmingsvlak toestaat en voorziet in het behoud en herstel van de karakteristieke bebouwing. In dit plan is de aanduiding "voormalige agrarische bedrijfsbebouwing", die op het gehele bestemmingsvlak lag, niet meer opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1950
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202405585/1/R2

202406018/1/R1

Bij besluit van 25 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder, voor zover hier van belang, geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het oprichten van een schuilstal op het perceel B1763, ter hoogte van het perceel [locatie] in Huisduinen. [partij] is eigenaar van het perceel B1763 en gebruikt het perceel voor zijn paarden. Op het perceel B1763 staat een stenen schuur met daarin acht afsluitbare paardenboxen. Het college heeft bij besluit van 25 april 2023, voor zover hier van belang, geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het oprichten van een schuilstal voor die paarden op het perceel B1763 ter hoogte van het perceel [locatie] in Huisduinen. [appellant] heeft van de eigenaar van het perceel toestemming gekregen om de aanvraag in te dienen en een schuilstal te realiseren. De schuilstal is volgens het college in strijd met het bestemmingsplan, omdat het niet gaat om een gebouw ten behoeve van een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Evenmin is de aanduiding "agrarisch" aan het perceel toegekend, zodat gelet op artikel 3.1, onder c, stallen of bebouwing ten behoeve van opslag niet zijn toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1928
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406018/1/R1

202406728/1/A3

Bij besluit van 12 oktober 2023 is de burgemeester van Rotterdam overgegaan tot invordering van een dwangsom van € 2.500,00. [wederpartij] exploiteert een inrichting voor avondhoreca. Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft de burgemeester aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd inhoudende dat als zij nogmaals de sluitingstijden van de APV overtreedt, zij € 2.500,00 moet betalen. In dit besluit staat dat er een politiecontrole heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een melding van geluidsoverlast vanuit de inrichting, dat er tien personen op het terras aanwezig waren en dat (ook) toen door de beheerder is verklaard dat het collega’s waren. Tegen dit besluit is [wederpartij] niet opgekomen, zodat dit besluit in rechte vaststaat. Op dinsdag 22 augustus 2023 hebben politieagenten geconstateerd dat om 02.12 uur zeven personen op het terras van [wederpartij] aanwezig waren en dat op tafel meerdere wijnflessen en glazen gevuld met wijn stonden. De burgemeester betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij de last niet mocht invorderen, omdat [wederpartij] de sluitingstijd niet zou hebben overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1929
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202406728/1/A3

202406858/1/R3

Bij besluit van 17 september 2024 heeft de raad van de gemeente Hoeksche Waard het bestemmingsplan "Dr. Bossersstraat 11 en Strijensedijk 22 's-Gravendeel" (het bestemmingsplan) vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om op twee locaties woningbouw te realiseren. Het gaat om 11 woningen, waarvan 8 goedkope huur- of koopwoningen en 3 middeldure koopwoningen, aan de Strijensedijk 22 in ’s-Gravendeel en om 20 sociale huurwoningen aan de Dr. Bossersstraat 11 in ’s-Gravendeel. Aan de Strijensedijk 22 staat nu (nog) een woning met grote schuur. Aan de Dr. Bossersstraat 11 staat het voormalig partycentrum Concordia. [appellant A] en [appellant B] betogen dat het plan leidt tot een onaanvaardbare parkeerdruk bij hun woning. Zij voeren aan dat bij het parkeeronderzoek, waarbij cijfers uit 2022 zijn gebruikt, niet van de juiste data is uitgegaan. Zo wordt een onjuist aantal bestaande parkeerplekken aan de Strijensedijk meegenomen en is de huidige parkeersituatie veranderd ten opzichte van 2022. Verder heeft de raad de door hen aangedragen alternatieven, waaronder het privatiseren van de bestaande parkeerplaatsen voor de [locatie 2] tot en met [locatie 3], het realiseren van een ondergrondse parkeergarage onder de te bouwen woningen aan de Strijensedijk, het opofferen van de bestaande groenstrook voor schuine parkeerplaatsen en het uitbreiden van de bestaande parkeerplaatsen voor de [locatie 4], niet onderzocht en is slechts ongemotiveerd gesteld dat deze alternatieven onwenselijk of financieel niet haalbaar zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1954
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406858/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202406858/1/R3

202406991/1/A2

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] om overname van haar private schulden afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). Het overnemen van private schulden werd namens de Belastingdienst/Toeslagen en wordt nu namens de minister uitgevoerd door de uitvoeringsorganisatie Sociale Banken Nederland (SBN). [appellante] is een erkend gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft SBN in het kader van de hersteloperatie toeslagen verzocht om overname van haar private schulden. Het gaat onder meer om een schuld van € 124.922,27 die zij is aangegaan bij [bedrijf].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1927
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406991/1/A2

202407767/1/V6

Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de minister een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren (het verzoek), afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 29 december 2021 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij als bewaker van Afghan Security Guard (hierna: ASG) voor de Nederlandse overheid heeft gewerkt op Tarin Kowt Air Field bij Kamp Holland in Uruzgan, Afghanistan, in de periode 2007 tot 2010. Volgens [appellant] loopt hij door deze werkzaamheden gevaar in Afghanistan. De minister heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Werkafspraken tolken (de Tolkenregeling). Zij heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] volgens haar niet voldoet aan de vereisten om naar Nederland te worden overgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1945
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407767/1/V6

202500535/1/R1

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de raad van de gemeente Sluis het bestemmingsplan "Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1956
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202500535/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202500535/1/R1

202500692/1/A3

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [appellant] om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) afgewezen. [appellant] heeft op 14 maart 2023 een VOG aangevraagd voor de functie van planner op een opvanglocatie voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV) via TFP-Support in Arnhem. De planner is onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van de dienstverlening op een AMV-opvanglocatie waarbij hij verantwoordelijk is voor een veilige en prettige leefomgeving voor jongeren en begeleiders. De planner bewaakt de naleving van de normen en de huisregels en treft passende maatregelen bij afwijkingen. Daarnaast houdt hij zich bezig met de organisatorische cultuur, het optimaliseren van de kwaliteit en veiligheid en verdere professionalisering van de organisatie. Daarnaast moet hij administratief werk doen dat te maken heeft met de zorgverlening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1948
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202500692/1/A3

202501363/1/A2

Bij besluit van 15 november 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten tot invordering van de door [appellante] verbeurde dwangsom van € 45.125,00. Deze uitspraak gaat over het besluit van de minister tot invordering van verbeurde dwangsommen en opeising van onverschuldigde betalingen van [appellante] op grond van de Wet normering topinkomens (WNT). Aan zowel het invorderingbesluit als het opeisingsbesluit ligt een last onder dwangsom van 26 januari 2022 ten grondslag. In die last onder dwangsom is, kort gezegd, een overtreding van de WNT vastgesteld, welke overtreding binnen de gestelde begunstigingstermijn door [appellante] moest worden beëindigd. De rechtbank heeft overwogen dat een belanghebbende in de procedure tegen de invorderingsbeschikking in beginsel niet met succes gronden naar voren kan brengen die hij tegen de last onder dwangsom of bestuursdwang naar voren heeft gebracht of had kunnen brengen. Dit kan slechts in uitzonderlijke gevallen. De rechtbank heeft overwogen dat zij deze rechtspraak ook toepast ten aanzien van de twee beschikkingen tot opeisen van onverschuldigde betalingen, aangezien deze beschikkingen gelet op artikel 5.5, eerste lid, van de WNT direct samenhangen met de lasten onder dwangsom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1941
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501363/1/A2

202501603/1/A2

Bij besluit van 6 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [wederpartij] een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan [locatie] in Den Haag (de woning). Op 14 september 2022 heeft een inspecteur van de Haagse Pandbrigade de woning bezocht en een inspectie uitgevoerd. Hiervan is een rapport van bevindingen opgesteld waarin, onder andere, is vermeld dat in de woning dertien personen onzelfstandig wonen, terwijl in de basisregistratie personen niemand op dit adres is ingeschreven. Omdat [wederpartij] niet in het bezit is van een omzettingsvergunning en kamerbewoning door meer dan twee personen die geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden vormen niet is toegestaan zonder vergunning, heeft het college, bij besluit van 6 december 2022, een boete opgelegd van € 10.000,00 wegens overtreding van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet, gelezen in verbinding met artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (Hvv). Daarbij is uitgegaan van een bedrijfsmatige exploitatie van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1942
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202501603/1/A2

202501710/1/R4

Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere aan VORM Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van twee appartementencomplexen met half-verdiepte parkeergarage op het perceel [perceel] aan de Vitus Beringstraat in Almere (het perceel). Het perceel is gesitueerd aan de oostzijde van de Vitus Beringstraat. VORM wil daar twee appartementencomplexen met een half-verdiepte parkeergarage bouwen. De appartementencomplexen zullen volgens de aanvraag om de omgevingsvergunning in totaal ruimte bieden aan 113 appartementen. [appellant sub 1A], [appellant sub 1B] en [appellant sub 1C] wonen aan westzijde van de Vitus Beringstraat en zij vrezen overlast van de tegenover hen voorziene gebouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1930
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501710/1/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202501710/1/R4

202501825/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda, door het plaatsen en verwijderen van verkeersborden, vanaf het Zandbergplein richting de Zandbergweg éénrichtingsverkeer ingesteld en het éénrichtingsverkeer tussen de Maanstraat en de Komeetstraat opgeheven. [appellant] woont op de Zandbergweg in Breda. Naar aanleiding van de herinrichting van het Zandbergplein, dat ligt tussen de Zandbergweg, de Maanstraat, de Zonstraat en de Komeetstraat, heeft het college een verkeersbesluit genomen. [appellant] vreest aantasting van zijn leefomgeving en de (verkeers)veiligheid. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet de absolute noodzaak van de verkeersmaatregelen hoeft aan te tonen, zoals de aanwezigheid van sluipverkeer en de effectiviteit van het instellen van éénrichtingsverkeer daarop. Het college mocht dus, gelet op de beleidsruimte, besluiten éénrichtingsverkeer in te stellen. Hierbij mocht het college de belangen van de leefbaarheid en veiligheid van de wijk zwaarder laten wegen dan de individuele belangen van de omwonenden die verder moeten rijden om een parkeerplaats te vinden, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1938
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202501825/1/A2

202501972/1/A2

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven de subsidieaanvraag van [appellant] voor de kosten van de bodemsanering op zijn perceel [locatie] (voorheen: De Presstraat) in Eindhoven (het perceel) afgewezen. [appellant] is sinds 2007 eigenaar van het perceel. Het college heeft naar aanleiding van een bodemonderzoek geconstateerd dat er op het perceel sprake is van ernstige bodemverontreiniging. De bodemverontreiniging is op meerdere plekken ingetreden, die grofweg zijn in te delen in twee gebieden: 1) de ontstaansbron van de verontreiniging, te weten het (bron)perceel, en 2) de uitloop van de bodemverontreiniging naar de omgeving buiten het bronperceel (de pluim). Het college heeft bij besluit van 27 juni 2022 op grond van artikel 55b van de Wet bodembescherming (thans vervallen) [appellant] als eigenaar van het perceel opgedragen de verontreinigde grond van zowel het bronperceel als de pluim zo spoedig mogelijk te saneren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1939
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bodembescherming
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202501972/1/A2

202502278/1/A3

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer twee kinderen van [appellant] met ingang van 2 maart 2022 ambtshalve uitgeschreven uit de basisregistratie personen (de brp) wegens vertrek naar Rusland. De kinderen van [appellant] stonden voorheen in de brp ingeschreven op het adres [locatie] in Badhoevedorp. Op 3 november 2021 heeft een leerplichtambtenaar gemeld dat de kinderen, anders dan voorgaande jaren, geen vrijstelling van de leerplicht wegens onderwijs in het buitenland hebben aangevraagd. Naar aanleiding daarvan is het college een adresonderzoek gestart en heeft zij op basis daarvan de kinderen ambtshalve uitgeschreven naar Rusland. De rechtbank heeft dat besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft overwogen dat het college uit het uitgevoerde adresonderzoek het redelijke vermoeden heeft kunnen afleiden dat de kinderen van [appellant] meer dan 2/3 van het jaar buiten Nederland verblijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1934
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202502278/1/A3

202502289/1/A2

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van wijlen [wederpartij] over 2022 definitief vastgesteld op € 0,00 en het betaalde voorschot van € 4.063,00 teruggevorderd. [wederpartij] was de weduwe van [persoon]. [persoon] heeft op 13 september 2013, kort voor zijn overlijden op [datum] 2013, een uitkering van € 18.907,00 ontvangen op grond van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose. Bij de vaststelling van het recht op huurtoeslag van [wederpartij] voor het jaar 2022 is de Dienst Toeslagen uitgegaan van een rendementsgrondslag van € 32.968,00. Voor het jaar 2022 was een bedrag van € 31.747,00 toegestaan. De Dienst Toeslagen heeft daarom het besluit van 11 augustus 2023 genomen. In het besluit van 19 januari 2024, waarbij de Dienst Toeslagen die beslissing in stand heeft gelaten, heeft de Dienst Toeslagen het standpunt ingenomen dat geen aanleiding bestaat om de TNS-uitkering als bijzonder vermogen buiten beschouwing te laten bij de berekening van de rendementsgrondslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1937
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502289/1/A2

202502638/1/A2

Bij besluit van 27 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] is sinds 23 november 2017 mede-eigenaar van een perceel aan het Wilsveen te Leidschendam. De noordkant van zijn perceel bevat een geasfalteerde strook grond, die grenst aan de openbare weg. Bij een controle op 5 januari 2024 hebben toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat er op de parkeerstrook plantenbakken en boomstammen, en een bord met de tekst ‘Eigen terrein, art. 461 WvS’ waren geplaatst. Hiervan is een rapport van bevindingen opgesteld. Voor het plaatsen van de voorwerpen was geen vergunning verleend. Het college heeft aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, wegens overtreding van artikel 2:10 van de APV. De last houdt in dat de plantenbakken, boomstammen en de geplaatste borden ‘eigen terrein’ op de parkeerstrook ter hoogte van [locatie] in Leidschendam moeten worden verwijderd en dat er geen voorwerpen worden teruggeplaatst. [appellant] moet de overtreding binnen twee weken beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1933
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502638/1/A2

202502705/1/V6

Bij besluit van 30 november 2021 heeft de minister van Defensie een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren (het verzoek), afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 17 september 2021 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij in 2008 gedurende vijf maanden in dienst van Afghan Security Guard op Kamp Holland in Uruzgan, Afghanistan, heeft gewerkt als tolk. Volgens [appellant] loopt hij door deze werkzaamheden gevaar in Afghanistan. De minister heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Werkafspraken tolken (de Tolkenregeling). Zij heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] volgens haar niet voldoet aan de vereisten om naar Nederland te worden overgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1869
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202502705/1/V6
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202502705/1/V6

202502843/1/A2

Op 30 september 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aanvraag van het UMCU om het Regionaal Academisch Kankercentrum Utrecht (RAKU) te erkennen als een expertisecentrum voor zeldzame aandoeningen (ECZA) voor de aangevraagde clusters van aandoeningen, waaronder de aandoening ‘gastro-intestinale stromale tumor’ (GIST), ingewilligd. Expertisecentra met veel kennis van zeldzame aandoeningen delen hun kennis in Europa via Europese referentienetwerken (ERN). Ieder ERN heeft een specialisme. Artikel 12, eerste lid, van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (de patiëntenrichtlijn) bepaalt dat de Europese Commissie de lidstaten ondersteunt bij het opzetten van ERN’s. De rechtbank heeft geoordeeld dat de erkenning van een zorgaanbieder als ECZA een besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1932
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202502843/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202502843/1/A2

202503638/1/A2

Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze een handhavingsverzoek van de Stichting niet in behandeling genomen. De Stichting is een belangenbehartiger voor de ontwikkeling van beleid op het terrein van homo/lesbische emancipatie. De Stichting heeft volgens de statuten onder meer als doel te streven naar het open houden van openbare verzorgingsplaatsen, parkeerplaatsen en andere plaatsen zonder voorzieningen en behartigt de belangen van al de bezoekers daarvan. Ook heeft de Stichting tot doel het open houden van homo-ontmoetingsplaatsen (hop) en de behartiging van de belangen van de bezoekers van deze plaatsen. De Stichting heeft verschillende handhavingsverzoeken ingediend die betrekking hebben op activiteiten die worden uitgevoerd rondom de Grote Moere in Grolloo, waar volgens de Stichting ook een hop is gelegen. Onder meer is verzocht handhavend op te treden tegen het dempen van de plas ‘de Grote Moere’ en de aanleg van een permanente mountainbike-route. De activiteiten zouden volgens de Stichting plaatsvinden zonder dat de uitvoerder daarvan beschikt over de daarvoor noodzakelijke vergunning. In geschil is of de Stichting belanghebbende is bij de verzoeken tot handhaving in de zin van artikel 1:2 van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1946
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503638/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202503638/1/A2

202503808/1/A3

Bij besluit van 26 februari 2024 heeft de burgemeester van Utrecht aan de Vof een last onder dwangsom opgelegd. [vennoot A], [vennoot B] en [vennoot C] zijn de vennoten van de Vof en exploiteren twee horecagelegenheden, een afhaalzaak en een restaurant. [bedrijf] is een afhaalzaak aan de [locatie 1] in Utrecht en aan de overkant van de afhaalzaak, aan de [locatie 2], ligt [appellante]. Op 18 november 2023 en 20 januari 2024 is door een toezichthouder van de gemeente Utrecht geconstateerd dat het horecabedrijf aan de [locatie 1], de afhaalzaak, voor het publiek geopend was zonder dat er een leidinggevende aanwezig was. Bij besluit van 26 februari 2024 heeft de burgemeester aan de Vof daarom een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 14, eerste lid, van de Verordening horeca gemeente Utrecht (Verordening). In dit besluit wordt de Vof gelast de afhaalzaak niet voor het publiek geopend te hebben en te houden als er geen leidinggevende aanwezig is die op het aanhangsel bij de exploitatievergunning staat vermeld of een persoon wiens bijschrijving is gemeld en die melding is bevestigd. Op 20 juli en 19 december 2024 heeft een toezichthouder van de gemeente Utrecht geconstateerd dat weer geen leidinggevende aanwezig was in de afhaalzaak toen deze open was voor publiek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1947
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503808/1/A3

202503859/1/A2

Bij besluit van 12 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de aan [appellant] verleende subsidie vastgesteld op nihil. [appellant] is eigenaar van [pand] in Loosdrecht, rijksmonumentnummer 506228 (het monument). Hij heeft in het kader van de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim) een aanvraag ingediend voor een instandhoudingssubsidie. De staatssecretaris heeft de aanvraag bij besluit van 30 augustus 2016 toegewezen tot een bedrag van € 40.614,00. De staatssecretaris heeft na afloop van de subsidieperiode op grond van artikel 4:46, tweede lid, onder a en b, van de Algemene wet bestuursrecht de subsidie vastgesteld op nihil. [appellant] heeft volgens de staatssecretaris de subsidie niet verantwoord met het overleggen van een prestatieverklaring en inspectierapport van de gesubsidieerde werkzaamheden. Daarbij komt dat de door [appellant] gestelde verbouwingswerkzaamheden zijn uitgevoerd in 2015 en andere werkzaamheden zijn dan die in het instandhoudingsplan zijn opgenomen. Die kosten zijn daarom niet subsidiabel in het kader van de Sim.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1917
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202503859/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202503859/1/A2

202504587/1/A2

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellante] een uitkering van € 5.000,00 uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (schadefonds) toegekend. Op 7 maart 2024 heeft [appellante] een aanvraag om een uitkering uit het schadefonds ingediend. Ter toelichting van deze aanvraag heeft zij aangevoerd dat zij tussen 1994 en 2014 het slachtoffer is geworden van stelselmatige ernstige mishandeling, waarbij zij is geschopt, geslagen, opgesloten, geen eten kreeg en buiten moest slapen. De CSG heeft [appellante] een uitkering in letselcategorie 3 toegekend. De CSG heeft daartoe In het besluit van 1 juli 2024, onder verwijzing naar de door [appellante] gestelde mishandelingen, uiteengezet dat dit misdrijf op zichzelf zo ernstig is, dat het bijna altijd grote gevolgen voor het slachtoffer heeft en dat er daarom van wordt uitgegaan dat [appellante] door dit geweld ernstig psychisch letsel heeft opgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1944
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504587/1/A2

202506203/1/A2

Bij beslissing van 14 augustus 2025 heeft de examencommissie van de School of Business and Economics van de VU het verzoek van [appellant] om een extra herkansing van het tentamen van het vak ‘Investments’ van de pre-master Finance afgewezen. [appellant] volgde de pre-master Finance van februari 2025 tot juli 2025. Om toegelaten te worden tot de masteropleiding Finance moest hij alle vakken van de pre-master behalen. Voor ieder vak van de pre-master zijn er twee tentamengelegenheden. [appellant] heeft beide tentamens van één vak niet behaald, namelijk het vak ‘Investments’. Voor zijn hertentamen van 30 juni 2025 is het cijfer 5,37 toegekend. De overige vakken van de pre-master heeft hij wel behaald. [appellant] heeft op 14 juli 2025 verzocht om een extra herkansing van het tentamen van het vak wegens persoonlijke omstandigheden. Hij heeft in de voorafgaande weken het nieuws gehad dat zijn stiefvader ongeneeslijk ziek is. Bij beslissing van 14 augustus 2025 heeft de examencommissie het verzoek van [appellant] om een extra herkansing afgewezen. Zij heeft daarbij het standpunt ingenomen dat er in een pre-master geen uitzonderingen mogelijk zijn op de regel dat studenten alle vakken moeten behalen en er geen extra herkansingen worden aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1924
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506203/1/A2

202600733/2/A2

Bij besluit van 29 augustus 2024 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] afgewezen. [wederpartij] heeft op 1 augustus 2024 een zogenoemde herbeoordeling van kinderopvangtoeslag aangevraagd in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag niet inhoudelijk beoordeeld, omdat de aanvraag na afloop van de wettelijke termijn op 2 januari 2024 is ingediend (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)) en er geen bijzondere omstandigheden zijn om een uitzondering te maken. [wederpartij] heeft met een beroep op de hardheidsclausule (artikel 9.1 van de Wht) aangevoerd dat haar aanvraag toch inhoudelijk moet worden beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1910
Datum uitspraak
7 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202600733/2/A2

202600737/2/A2

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] afgewezen. [wederpartij] heeft op 12 augustus 2024 een zogenoemde herbeoordeling van kinderopvangtoeslag aangevraagd in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag niet inhoudelijk beoordeeld, omdat de aanvraag na afloop van de wettelijke termijn op 2 januari 2024 is ingediend (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)) en er geen bijzondere omstandigheden zijn om een uitzondering te maken. [wederpartij] heeft met een beroep op de hardheidsclausule (artikel 9.1 van de Wht) aangevoerd dat haar aanvraag toch inhoudelijk moet worden beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1911
Datum uitspraak
7 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202600737/2/A2

BRS.26.001242

Bij besluit van 20 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1871
Datum uitspraak
7 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001242

BRS.26.001515

Bij besluit van 28 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1907
Datum uitspraak
7 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001515

BRS.26.001589

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1904
Datum uitspraak
7 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001589

202501173/1/V3

Bij besluit van 22 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1878
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501173/1/V3

202501593/1/V1

Bij besluit van 12 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1877
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501593/1/V1

202600522/3/R1

Bij besluit van 15 december 2025 heeft de raad van de gemeente Beesel het "TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Integraal Kindcentrum Beesel" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Beesel vastgesteld. Het wijzigingsbesluit voorziet in een integraal kindcentrum (IKC) op de helft van het meest zuidwestelijk gelegen voetbalveld op het terrein van het sportpark "De Solberg" aan de Sint Antoniusstraat in Beesel. De andere helft van het voetbalveld wordt ingezet voor een sportfunctie. Het IKC biedt huisvestiging aan de basisschool ’t Spick, een gymzaal, een kinderopvang en een dagbesteding voor ouderen. Het terrein rondom het IKC wordt ingericht met onder andere speelplaatsen, natuur, hemelwaterberging en parkeervoorzieningen. Het wijzigingsbesluit voorziet niet in de wijziging van de overige voetbalvelden van het sportpark. [verzoeker] woont op ongeveer 150 meter afstand van de locatie waar het besluit tot wijziging op ziet. [verzoeker] is niet tegen de komst van het IKC, maar hij heeft wel bezwaren tegen de besluitvorming en hij heeft bezwaar tegen een deel van het bouwprogramma.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1863
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202600522/3/R1

BRS.26.001095

Bij besluit van 26 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1857
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001095

BRS.26.001190

Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1799
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001190

BRS.26.001233

Bij besluit van 13 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1861
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001233

BRS.26.001265

Bij besluit van 14 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1797
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001265

BRS.26.001283 en BRS.26.001284

Bij besluit van 2 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1868
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001283 en BRS.26.001284

BRS.26.001316 en BRS.26.001317

Bij besluit van 22 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1874
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001316 en BRS.26.001317

BRS.26.001327

Bij besluit van 19 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1875
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001327

BRS.26.001444

Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1886
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001444

BRS.26.001449

Bij besluit van 9 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1798
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001449

BRS.26.001580

Bij besluit van 19 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1870
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001580

BRS.26.001604

Bij besluiten van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1873
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001604

BRS.26.001620

Bij besluiten van 16 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1885
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001620

202505791/2/A2

Ten aanzien van zaak nr. 202505791/1/A2, die op 9 april 2026 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. G.T.J.M. Jurgens (de staatsraad), die als lid van de enkelvoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 1 april 2026 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat zij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat het College van Beroep voor de Examens van de Universiteit Utrecht een van de partijen is. De staatraad is als hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht verbonden. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1865
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Verschoning
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505791/2/A2

202505260/2/R3

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het projectbesluit "Optimalisatie waterberging De Onlanden" vastgesteld. Het projectbesluit heeft betrekking op het gebied "De Onlanden". De Onlanden is een gebied van ongeveer 1.750 hectare dat ten zuidwesten van de stad Groningen is gelegen, op de grens van Groningen en Drenthe. In de huidige situatie wordt het gebied al gebruikt om water op te vangen bij extreme neerslag. Het gebied heeft een waterbergingscapaciteit van ongeveer 7,5 miljoen m3 water. Het projectbesluit voorziet in de maatregelen die nodig zijn om het extra water in het gebied te kunnen bergen. Het gaat onder meer om het plaatsen van twee nieuwe stuurbare stuwen aan de Hooiweg, het aanpassen van de Doolhofstuw en het ophogen van kades. [verzoeker sub 1] en [verzoekster sub 2] hebben een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, omdat er werkzaamheden plaatsvinden waarmee de maatregelen waar het projectbesluit in voorziet worden verricht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1862
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202505260/2/R3

BRS.26.001105

Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1849
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001105

BRS.26.001246

Bij besluit van 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1853
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001246

BRS.26.001341

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1854
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001341

BRS.26.001367 en BRS.26.001369

Bij besluit van 6 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1872
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001367 en BRS.26.001369

BRS.26.001569

Bij besluit van 1 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1855
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001569

202305313/3/R4

[appellanten] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van de gemeente Nunspeet van 29 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Functieverandering omgeving [locatie] gemeente Nunspeet". De raad heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de ongeschoonde versies van de interne memo en de overeenkomsten kennis zal nemen. Volgens de raad zou openbaarmaking van de namen die in de interne memo staan vermeld de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen onevenredig aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1866
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202305313/3/R4

BRS.26.000422

Bij besluit van 14 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1785
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000422

BRS.26.001119 en BRS.26.001474

Bij besluiten van 16 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1801
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001119 en BRS.26.001474

BRS.26.001173

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1784
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001173

BRS.26.001226

Bij besluit van 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1786
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001226

BRS.26.001366

Bij besluit van 12 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1787
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001366

BRS.26.001532

Bij besluit van 30 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem (SIS).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1850
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001532

202201857/1/A3 en 202201863/1/A3

Bij besluiten van 15 mei 2020 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten de eindrapporten van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over [bedrijf A] en [bedrijf B] (de eindrapporten) openbaar te maken. [bedrijf A] en [bedrijf B] zijn bedrijven die melatonine-houdende producten verhandelen. In een brief van 31 oktober 2019, gericht aan bedrijven in deze branche, heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat producten met een dagdosering van 0,3 mg melatonine of meer op farmacologische wijze meerdere fysiologische functies van het menselijk lichaam beïnvloeden. Producten met een doseeradvies die leidt tot inname van 0,3 mg melatonine of meer worden daarom beschouwd als een geneesmiddel, mits voldaan is aan de criteria die voortvloeien uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU. Dat betekent dat zulke producten, voordat ze in de handel worden gebracht, geregistreerd moeten zijn als geneesmiddel en dat voor het in de handel brengen van het product een vergunning is vereist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1846
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202201857/1/A3 en 202201863/1/A3

202202196/1/A3

Bij besluit van 31 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht aan de Faunabeheereenheid Utrecht ontheffing verleend het voor verjagen en doden van knobbelzwanen en het onklaar maken van eieren van knobbelzwanen. In de provincie Utrecht ontstaat regelmatig schade aan landbouwgewassen. Schade die wordt toegeschreven aan begrazing door knobbelzwanen. Faunabeheereenheid Utrecht heeft daarom ontheffing gevraagd aan het college van gedeputeerde staten van Utrecht om knobbelzwanen in de provincie Utrecht te mogen verjagen en doden. Het college heeft deze ontheffing verleend, omdat het doden van knobbelzwanen volgens het college nodig is om belangrijke schade aan gewassen te voorkomen. Stichting Animal Rights en Stichting Fauna4Life zijn het hier niet mee eens. In deze rechtszaak staat de vraag centraal wat ‘belangrijke schade’ is. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak moet het gaan om schade die meer is dan ongemak en het normale bedrijfsrisico overtreft. De schadecijfers per geval, per bedrijf of per wildbeheereenheid moeten dat aannemelijk maken, samen met de daarbij gegeven onderbouwing ten aanzien van de bedrijfstak of het gewas waarbij de schade optreedt. De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van belangrijke schade in de jaren voorafgaand aan het verlenen van de ontheffing. De schadecijfers voor 2018 en 2019 die specifiek betrekking hebben op het grasland ontbreken. Ook heeft het college de schadebedragen aan grasland per melding of per wildbeheereenheid onvoldoende onderbouwd. De opsomming van schadegevallen die het college heeft gegeven is niet te verifiëren aan de hand van ambtelijke rapportages of andere stukken. Bovendien verschillen het aantal schadegevallen en bedragen met de aantallen en bedragen die in het Faunabeheerplan zijn weergeven, zonder dat wordt toegelicht waarom dit zo is. Gevolg van de uitspraak is dat het college van gedeputeerde staten opnieuw moet beslissen op de bezwaren van Animal Rights en Fauna4Life tegen de ontheffing om de knobbelzwanen te mogen verjagen en te doden. Deze procedure is dus nog niet afgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1827
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • uitspraakin de zaak202202196/1/A3

202300076/1/A3

Bij vier afzonderlijke besluiten van 16 april 2021 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de bezwaren van [appellante] tegen voornoemde bekendmakingen niet-ontvankelijk verklaard. [appellante] is een onderneming mede gericht op advisering, opleiding, examinering en uitvoering op het gebied van opsporing en vernietiging van explosieven. Door de inwerkingtreding van de wijzigingen van de Regeling, het Registratieschema, het Certificatieschema en het Besluit aanwijzing kan [appellante] geen examens meer afnemen die bij een positief resultaat van de examenkandidaat kunnen leiden tot registratie van die persoon in het Register veilig werken met explosieve stoffen. [appellante] heeft bezwaar gemaakt tegen de bekendmakingen. De staatssecretaris heeft de bezwaren van [appellante] niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de staatssecretaris is de Regeling een algemeen verbindend voorschrift waartegen op grond van artikel 7:1 en artikel 8:3 van de Algemene wet bestuursrecht geen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. De bekendmakingen van het Registratieschema en het Certificatieschema zijn volgens de staatssecretaris geen besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb dan wel beleidsregels waartegen geen bezwaar of beroep kan worden ingesteld. Ten aanzien van het Besluit aanwijzing is [appellante] volgens de staatssecretaris geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1841
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300076/1/A3

202303220/1/R3

Bij besluit van 26 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan [appellant sub 2] een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een vaarverbinding en pad naar de woonhuizen [locatie 1]-[locatie 2] te Haren (Gn) en voor het kappen van veertien bomen. De eigenaren van de recreatiewoningen aan de [locatie 1], [locatie 3], [locatie 4] en [locatie 2] in Haren willen een vaarverbinding realiseren tussen het Paterswoldsemeer en hun percelen. Om de percelen met het meer te verbinden, worden bestaande sloten verlengd en verbreed en wordt een nieuwe watergang gegraven. Ook wordt een onderhoudspaadje aangelegd. Om de bestaande toegang naar de ten noorden van de vaarverbinding gelegen zeven recreatiewoningen in stand te houden, wordt een ophaalbrug geplaatst. [appellant sub 2], eigenaar van het perceel [locatie 4], heeft hiervoor, mede namens de eigenaren van de drie andere recreatiewoningen aan de Meerweg, aanvragen om omgevingsvergunning ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1805
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202303220/1/R3

202303575/1/R4

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel besloten tot invordering van een dwangsom van € 60.000,00 bij [appellante]. [appellante] exploiteert een aannemingsbedrijf op de percelen aan de [locatie] in Velddriel (de percelen). De percelen zijn kadastraal bekend onder gemeente Maasdriel, sectie M, nummers 1894, 1896, 1898, 2114 en 2115. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2016". Op grond van het plan heeft een groot deel van de percelen de bestemming "Bedrijf" met de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - loonbedrijf" en een kleiner deel heeft de bestemming "Agrarisch". Het college heeft bij besluit van 25 november 2021 aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd, vanwege de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De last strekt tot het staken en gestaakt houden van het exploiteren van een aannemingsbedrijf en het verwijderen en verwijderd houden van de opslag van goederen, materialen en stoffen in strijd met de bestemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1816
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303575/1/R4

202304393/1/R3

Bij besluit van 18 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân de door Badpaviljoen Hindeloopen verbeurde dwangsom van € 110.000,- ingevorderd. Badpaviljoen Hindeloopen is eigenaar van het badpaviljoen dat is gelegen aan de Westerdijk 2 in Hindeloopen. Het badpaviljoen is een rijksmonument. Bij besluit van 21 februari 2019 heeft het college Badpaviljoen Hindeloopen gelast om de door haar uitgevoerde werkzaamheden binnen twee maanden na de verzenddatum van het besluit ongedaan te maken. Als dat niet is gebeurd, verbeurt Badpaviljoen Hindeloopen volgens dit besluit een dwangsom van in totaal € 60.000,- ineens. Badpaviljoen Hindeloopen betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college niet van invordering af hoefde te zien, omdat volgens de rechtbank het tijdig opstellen van het herstelplan niet onmogelijk zou zijn, noch qua tijd noch qua complexiteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1819
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304393/1/R3

202305047/1/R2

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne aan [vergunningshoudster] op grond van artikel 4.6.2 van het bestemmingsplan "Derde herziening bestemmingsplan Buitengebied" en artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning verleend voor het huisvesten van arbeidsmigranten voor de duur van 5 jaar op het perceel [locatie] te Helenaveen. De omgevingsvergunning zoals verleend op 22 februari 2021 zag op het oprichten van een gebouw voor het huisvesten van 24 arbeidsmigranten voor de duur van 5 jaar op het perceel (een glastuinbouwlocatie) en (na deze periode) voor het permanent gebruik van dit gebouw als kantoor/kantine.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1802
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305047/1/R2

202305143/1/R1

Bij besluit van 31 maart 2021, gewijzigd bij besluit van 8 april 2021, heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk aan [appellante sub 1A] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een bedrijfspand met kantoor ten behoeve van de vestiging van een waspeencentrum op de locatie [locatie 1] in Noordwijk. [appellante sub 1] exploiteert een onderneming voor het wassen, polijsten en verpakken van waspenen. Omdat de huidige locatie van de onderneming op een bedrijventerrein in Rijnsburg beperkingen in de bedrijfsvoering kent en onvoldoende uitbreidingsmogelijkheden heeft, heeft [appellante sub 1] op de locatie [locatie 1] grond gekocht. Het gaat om de kadastrale percelen 258 en 259. [appellante sub 1] is van plan om haar bedrijfsactiviteiten naar deze locatie te verplaatsen en uit te breiden. Het bouwplan voorziet in de bouw van een bedrijfspand met kantoor voor de vestiging van het waspeencentrum. De voorziene bebouwing heeft een oppervlakte van ongeveer 6.381 m², een goothoogte van 10,7 m en een bouwhoogte van 12,2 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1815
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305143/1/R1

202305187/1/R2

Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van het zonnepark "Nyrstar II" op de locatie tussen de Fabrieksstraat en de Hoofdstraat in Budel-Dorplein, in de gemeente Cranendonck. Kempen Airport exploiteert luchthaven Budel aan Luchthavenweg 20 in Budel. De luchthaven is gelegen direct ten noorden van het industrieterrein en zonneveld "Nyrstar II". Kempen Airport kan zich niet verenigen met de verleende omgevingsvergunning, omdat het zonneveld volgens haar zal leiden tot onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van inzittenden van kleine luchtvaartuigen van en naar de luchthaven. Kempen Airport is daarom in beroep gekomen tegen het besluit van 5 oktober 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1814
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305187/1/R2

202305243/1/R2

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen aan KPN voor het plaatsen van diverse reclame items aan de Hooge Zijde 28 in Eindhoven. KPN heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om aanpassingen aan te brengen aan het pand dat zij huurt en gebruikt aan de Hooge Zijde 28 in Eindhoven. KPN wil haar bedrijfsnaam en -logo aanbrengen en ook parkeer- en verwijsborden in eigen bedrijfsstijl plaatsen. KPN gebruikt het pand in strijd met het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Kapelbeemd Acht 2007". Het pand van KPN is namelijk bestemd voor bedrijven met de milieucategorie 3 en 4, terwijl de bedrijfsactiviteiten van KPN in een lagere milieucategorie vallen. Het college heeft de omgevingsvergunning geweigerd, omdat het geen aanpassingen aan het pand wil toestaan voor een gebruik dat het bestemmingsplan niet toestaat. KPN kan zich niet verenigen met de weigering van de omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1821
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305243/1/R2

202307532/1/R2

Bij brief van 20 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena aan [appellante] meegedeeld dat haar verzoek om handhavend op te treden tegen de permanente bewoning van de recreatiewoning op het perceel [locatie] in Veen en het op dat perceel bouwen zonder een omgevingsvergunning, niet inhoudelijk wordt behandeld. [appellante] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de permanente bewoning van de recreatiewoning op het perceel [locatie] in Veen (perceel) en het op dat perceel bouwen zonder een omgevingsvergunning. Het college heeft dat verzoek niet inhoudelijk behandeld, omdat [appellante] door het college niet wordt aangemerkt als een belanghebbende bij dat verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1824
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307532/1/R2

202307542/1/R1

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem geweigerd aan [appellanten sub 2] een omgevingsvergunning eerste fase te verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van hun woning op het perceel [locatie] te Haarlem. [appellanten sub 2] hebben een omgevingsvergunning eerste fase aangevraagd om met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo van het bestemmingsplan af te wijken om hun woning uit te breiden. Het bouwplan voorziet in een vergroting van de verdieping aan de achterzijde van de woning door de recht opgetrokken achtergevel op die verdieping 2,5 m naar achteren op te schuiven. Aan de achterzijde wordt verder de kap verhoogd en komt er een plat dak, zodat daar een tweede verdieping met stahoogte wordt gerealiseerd. Het bouwplan voorziet verder in een verlenging in hoogte van 1,36 m van het schuine dakvlak aan de voorzijde van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1825
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307542/1/R1

202307728/1/R1

Bij besluit van 30 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Heiloo het bestemmingsplan "[locatie 1]" vastgesteld. [transportbedrijf] is gevestigd op het adres [locatie 2] in Heiloo. Het bedrijf wordt verplaatst om woningbouw mogelijk te maken in het gebied Zuiderloo in de kern Heiloo. Het plan maakt de hervestiging van het transportbedrijf op het perceel [locatie 1] in Heiloo mogelijk. Op dit perceel was een glastuinbouwbedrijf gevestigd. De kassen zijn inmiddels gesloopt. De schuur en de bedrijfswoning zullen blijven staan. Het perceel heeft grotendeels een enkelbestemming "Bedrijf" gekregen met de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - transportbedrijf". Het plan voorziet in verspreid liggende bouwvlakken die de oprichting van bedrijfsgebouwen en twee bedrijfswoningen mogelijk maken. Langs de randen van het perceel ligt een enkelbestemming "Groen". De gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor de landschappelijke inpassing. De stichting richt zich op het behoud en de verbetering van onder meer de kwaliteit van natuur en milieu in de omgeving van Heiloo. Zij vreest dat het plan daarvoor nadelige gevolgen zal hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1842
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202307728/1/R1

202307934/1/A2

Bij besluit van 22 april 2022 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag en de huurtoeslag voor [appellante] over het jaar 2022 herzien en vastgesteld op € 213,00 respectievelijk € 687,00. Op [datum] 2018 is [appellante] getrouwd met [persoon] (de toeslagpartner). Op 22 november 2021 heeft de toeslagpartner een aanvraag ingediend bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (de IND) voor een verblijfsvergunning. Vanaf 26 januari 2022 staan [appellante] en haar toeslagpartner, samen met haar meerderjarige kind, ingeschreven op haar adres. Op 16 februari 2022 heeft de IND de aanvraag van de toeslagpartner voor een verblijfsvergunning afgewezen. De Dienst Toeslagen heeft aan het besluit van 22 april 2022 ten grondslag gelegd dat [appellante] vanaf 1 maart 2022 geen recht heeft op zorg- en huurtoeslag, omdat de toeslagpartner vanaf 16 februari 2022 niet rechtmatig in Nederland verblijft. Op grond van artikel 9, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (de Awir) heeft [appellante] geen aanspraak op deze toeslagen als de toeslagpartner een vreemdeling is die niet rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 (de Vw 2000).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1831
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202307934/1/A2

202401440/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2023 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei voor Klimaat en Energie het door Laka tegen vier subsidiebeschikkingen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In deze zaak is in geschil of Laka belanghebbende is bij een procedure tegen vier verleende begrotingssubsidies voor de versterking van de innovatie-en kennisinfrastructuur op het gebied van nucleaire technologie. Ook is de vraag, als Laka belanghebbende zou zijn, of zij ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld om een aanvraag in te dienen. De minister heeft in een brief aan de Tweede Kamer van 18 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 32 645, nr. 101) toegelicht hoe hij invulling wil geven aan het aangenomen amendement. In de brief staat, in de kern weergegeven, het volgende. De minister heeft een ronde-tafelbijeenkomst gehouden met de nucleaire sector. Nucleair Nederland heeft tijdens deze bijeenkomst een voorstel gepresenteerd dat al op korte termijn zorgt voor extra versterking van de nucleaire kennisbasis en infrastructuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1809
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202401440/1/A2

202401756/1/A2

Bij besluit van 18 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemstede het voormalig postkantoor gelegen aan de Binnenweg 160 (het postkantoor) in Heemstede aangewezen als gemeentelijke monument. Op 29 juni 2010 en in heroverweging op 13 februari 2018 heeft het college verzoeken om het postkantoor als gemeentelijk monument aan te wijzen afgewezen. Sportveldweg Project BV is eigenaar van het postkantoor en wil dit slopen en op de locatie woningen bouwen. Hiervoor zijn de sloop- en woningbouwplannen voorgelegd. MOOI Noord-Holland heeft op verzoek van het college een advies uitgebracht over de aanwezigheid en herkenbaarheid van eventuele monumentale waarden in het postkantoor. Volgens dat advies heeft het postkantoor een hoge zeldzaamheidswaarde voor Heemstede. De erfgoedcoalitie heeft vervolgens het college gevraagd om het pand alsnog aan te wijzen als monument. In beroep was in geschil of er wel of geen aanwijzing kon volgen na de eerdere weigeringen om het postkantoor aan te wijzen als gemeentelijk monument. Daarbij is de centrale vraag of er een eerder inhoudelijk oordeel is gegeven over de cultuurhistorische en/of stedenbouwkundige en/of architectuurhistorische waarden van het postkantoor. Sportveldweg betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op de beroepsgrond dat het college in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (het Protocol) heeft gehandeld. De aanwijzing door het college legt volgens Sportveldweg een excessieve en buitensporige financiële last op haar schouders.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1813
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202401756/1/A2
12...1.239volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon