Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.854
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202600391/2/A3

Bij besluit van 1 september 2025 heeft de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten het verzoek van [verzoeker] om in aanmerking te komen voor een vierde toetskans voor het examenonderdeel 'integratieve dag 1' afgewezen. [verzoeker] is op 19 augustus 2022 beëdigd als advocaat en staat sindsdien voorwaardelijk ingeschreven op het tableau. Vanaf september 2022 volgt hij de beroepsopleiding voor advocaten. Onderdeel van deze beroepsopleiding is het vak ‘integratieve dag 1’. [verzoeker] heeft deze toets in totaal vier keer afgelegd. Het resultaat van de derde poging op 18 februari 2025 heeft de examencommissie na een verzoek om herbeoordeling aangepast van ‘onvoldoende’ naar ‘geen resultaat - met behoud van toetskans’. De nieuwe derde toetskans van 19 juni 2025 is opnieuw beoordeeld met een onvoldoende. [verzoeker] heeft de algemene raad vervolgens op 17 juli 2025 verzocht om in aanmerking te komen voor een vierde toetskans.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:693
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202600391/2/A3

202307612/1/V3

Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:671
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307612/1/V3

202404866/1/V3

Bij besluit 19 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:685
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404866/1/V3

BRS.25.000003

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:580
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000003

BRS.25.001144

Bij besluit van 18 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:583
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001144

202502419/2/A3

[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 12 maart 2025 in zaak nr. 23/1469. Die uitspraak gaat over de gedeeltelijke weigering door de korpschef van politie van het verzoek van [appellante] om inzage op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). Volgens de korpschef zou openbaarmaking de gerechtelijke onderzoeken en procedures belemmeren en nadelige gevolgen hebben voor de voorkoming, opsporing, onderzoek, vervolging en tenuitvoerlegging van straffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:684
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502419/2/A3

202403707/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:598
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403707/1/V1

202407031/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:596
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407031/1/V1

202501197/2/V1

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verzoeker opgedragen om Nederland en de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:592
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202501197/2/V1

BRS.25.000356

Bij besluit van 14 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:573
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000356

BRS.25.001649

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:572
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001649

BRS.25.002445

Bij besluit van 20 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:574
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002445

BRS.25.002675

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:571
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002675

BRS.26.000104

Bij besluit van 10 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:569
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000104

BRS.26.000196

Bij besluit van 4 september 2025 heeft de minister Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:584
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000196

BRS.26.000436

Bij besluit van 12 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:551
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000436

202201166/2/R2

Bij tussenuitspraak van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5431, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen het gebrek in het besluit van 26 januari 2021 te herstellen. Op 13 oktober 2018 heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd ter legalisering van het gebruik van een appartement/kantoor aan de [locatie] in Eindhoven als bedrijfswoning. Bij besluit van 18 december 2018 heeft het college deze aanvraag afgewezen. Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 26 januari 2021 is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat [appellant] aan een toezegging van het college het gerechtvaardigde vertrouwen mocht ontlenen dat het college aan hem een persoonsgebonden omgevingsvergunning zou verlenen voor een bedrijfswoning. De Afdeling heeft het college op grond van artikel 8:51d van de Awb opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het gebrek dat in de tussenuitspraak is geconstateerd te herstellen. Het college moet afwegen of, in het kader van de derde stap van het vertrouwensbeginsel, het gewekte vertrouwen moet worden nagekomen en, zo ja, wat de betekenis daarvan is voor de uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:634
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201166/2/R2

202201577/1/R4

Bij besluit van 27 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Epe het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, Herstelplan 2020" vastgesteld. Met het plan wordt het bestemmingsplan "Buitengebied Epe" uit 2017 op enkele onderdelen herzien. Nadat het besluit tot vaststelling van het moederplan bij uitspraak van de Afdeling van 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1887, gedeeltelijk is vernietigd heeft de raad met de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, herstelplan 2018" voor zes recreatiewoningen waarvoor sprake is van een Bewoning onder OVergangsrecht-situatie (BOV-status) de permanente bewoning van deze recreatiewoningen mogelijk gemaakt. Ook heeft de raad met het herstelplan uit 2018 voor de recreatiewoningen op twee recreatieparken het gebruik als tweede woning mogelijk gemaakt. Uit de toelichting van het voorliggende plan blijkt dat het plan is bedoeld om voor andere recreatiewoningen die ook binnen het plangebied van het moederplan zijn gelegen en gelijkgesteld kunnen worden aan de gevallen die in het herstelplan uit 2018 zijn meegenomen, dezelfde planologische regeling te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:608
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201577/1/R4

202203365/1/A3

Bij besluit van 24 juli 2019 heeft de minister van Buitenlandse Zaken [appellant] te kennen gegeven zijn aanvraag om een Nederlands paspoort niet in behandeling te nemen. [appellant] is op [geboortedatum] 1968 in [plaats] (Irak) geboren en verkreeg door geboorte de Iraakse nationaliteit. In de basisregistratie personen (hierna: de brp) is opgenomen dat hij op [datum] 1995 is getrouwd met [persoon A], met de Iraakse nationaliteit en geboren op [geboortedatum] 1971 in [plaats]. [appellant] vestigde zich op 11 juni 1997 in Nederland en verkreeg op 13 juni 2002 het Nederlanderschap. Op [datum] 2007 is [appellant] in Jordanië getrouwd met [persoon B], met de Iraakse nationaliteit en geboren op [geboortedatum] 1973 in [plaats] (Irak). Op 19 juli 2011 verkreeg [persoon B] de Canadese nationaliteit door naturalisatie. [appellant] is op 3 maart 2011 uitgeschreven uit de gemeente Amsterdam wegens emigratie naar Canada. Vervolgens heeft [appellant] op 22 februari 2016 vrijwillig ook de Canadese nationaliteit door naturalisatie verkregen. Op 11 oktober 2011 is voor het laatst een Nederlands paspoort aan [appellant] verstrekt. [appellant] heeft op 14 juni 2019 bij het Nederlandse consulaat in Toronto een Nederlands paspoort aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:642
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202203365/1/A3

202205063/1/R1

Bij besluit van 24 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer aan de Amsterdamsche Vastgoed Combinatie B.V. (AVC) een omgevingsvergunning verleend voor het transformeren van een kantoorgebouw tot 26 appartementen en een parkeergarage op de locatie Sloterweg 22 in Badhoevedorp. Deze uitspraak gaat over een kantoorgebouw aan de Sloterweg 22 in Badhoevedorp. Er is een omgevingsvergunning aangevraagd om dat gebouw te veranderen in een appartementengebouw met parkeergarage. Het bouwplan is meerdere keren gewijzigd. Uiteindelijk is aan Caransa een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van het kantoorgebouw in 24 appartementen met een parkeergarage. [appellant A], [appellant B] en [appellant C], [partij A] en [partij B], [partij C] en [partij D]wonen in de buurt van de locatie. Zij zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:606
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205063/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202205063/1/R1

202205496/2/R2

Bij tussenuitspraak van 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4429, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Goirle opgedragen om binnen 8 weken na verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van wat onder 7.7 is overwogen, het besluit van 30 april 2021 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 7.7 geoordeeld dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het besluit op bezwaar van 30 april 2021 niet op een deugdelijke onderbouwing en motivering berust. De Afdeling heeft daartoe overwogen dat het college niet inzichtelijk heeft gemaakt dat aan de "Nota parkeernormen en uitvoeringsregels" van de gemeente Goirle van augustus 2011, wat betreft de wijze van verrekening, geen betekenis meer toekomt, niet inzichtelijk heeft gemaakt of in het licht van paragraaf 3.2.5 van de parkeernota de parkeerbehoefte van de sportschool mocht worden verrekend met de parkeerbehoefte van de fietsenwinkel, en onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe een parkeerbehoefte van 18 parkeerplaatsen dan wel 1 parkeerplaats in de openbare ruimte in de directe omgeving van de sportschool kan worden opgevangen op een wijze waarbij sprake is van een aanvaardbare parkeerdruk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:601
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205496/2/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202205496/2/R2

202205612/1/R1

Bij besluit van 28 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor de legalisatie van een overstek en doorlopende luifel op het adres [locatie A] in Zaandam. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving van [appellanten], dat aan de orde is in de uitspraak van heden in zaak nr. 202306246/1 (ECLI:NL:RVS:2026:526), zijn overtredingen op het perceel geconstateerd die meer omvatten dan waar het handhavingsverzoek op ziet, waaronder de in deze uitspraak aan de orde zijnde overstek aan de voorzijde van de woning [locatie A] en de doorlopende luifel tussen [locatie A] en [locatie B]. [belanghebbende] heeft op 22 april 2021 een aanvraag gedaan om de overstek en de doorlopende luifel te legaliseren. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen weigeringsgronden zijn en heeft een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo verleend voor de overstek en de doorlopende luifel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:643
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205612/1/R1

202207125/1/A3

Op 11 december 2022 heeft Stichting Animals Rights een beroep niet tijdig beslissen bij de Afdeling ingesteld. Bij besluit van 4 januari 2023 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 18 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1432, opnieuw een besluit genomen op het verzoek van Stichting Animal Rights tot openbaarmaking van informatie over destructiebedrijf Rendac Son B.V. Met dit besluit worden er in de eerder verstrekte documenten aanvullende gegevens openbaar gemaakt. Stichting Animal Rights heeft de minister op 29 oktober 2020 verzocht om op grond van de Wob documenten openbaar te maken over destructiebedrijf Rendac Son B.V. over de periode 1 augustus 2018 tot en met 29 oktober 2020. Stichting Animal Rights betoogt dat de minister ten onrechte heeft geweigerd om de UBN-nummers openbaar te maken. Volgens Stichting Animal Rights is het UBN-nummer milieu-informatie, omdat het, net als een vestigingsadres, aangeeft waar de gevolgen voor het milieu mogelijk plaatsvinden. Zij wijst erop dat een UBN-nummer een uniek nummer is voor iedere locatie met runderen, varkens, schapen, geiten of paardachtigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:607
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202207125/1/A3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202207125/1/A3

202207491/1/R3

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Kust Westland" vastgesteld. Het bestemmingsplan ziet op het strand van Molenslag in Monster en voorziet verschillende paviljoens van de mogelijkheid tot ondersteunende of ondergeschikte functiemenging. Het voorheen geldende bestemmingsplan maakte een strikte scheiding tussen strandpaviljoens met een horeca bestemming en een recreatiebedrijf zonder horeca. Met dit bestemmingsplan wordt van die strikte scheiding afgestapt. Westbeach Events B.V. is een kitesurfschool in het plangebied en kan zich niet met het plan verenigen, omdat zij vindt dat de horecamogelijkheden die het plan haar biedt te beperkt zijn, terwijl het plan wel ruimere recreatiemogelijkheden creëert voor de omliggende strandpaviljoens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:609
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207491/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202207491/1/R3

202303567/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2022 heeft de staatssecretaris op grond van artikel 8 van het destijds geldende Besluit versterking gebouwen Groningen besloten dat de woning van [appellant] op het adres [locatie] in Siddeburen voldoet aan de veiligheidsnorm. [appellant] is eigenaar van een woning aan de [locatie] in Siddeburen, een gebied waar aardbevingen als gevolg van gaswinning voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen heeft laten onderzoeken of de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied. De NCG heeft op basis van enkele onderzoeken geconcludeerd dat dit het geval is. De staatssecretaris heeft daarom met zijn besluiten van 25 mei 2023 en 22 mei 2024 bepaald dat de woning van [appellant] niet voor versterking in aanmerking komt. [appellant] stelt dat de onderzoeken waarop de besluiten berusten onvoldoende aannemelijk maken dat zijn woning geen versterking behoeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:599
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303567/1/R1

202303828/1/A3

Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de minister van Landbouw, Visserij en Voedselzekerheid beslist op een verzoek van de maatschap om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en enkele documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. In een brief van 29 november 2020 heeft de maatschap op grond van de Wob verzocht om "openbaarmaking van de namen van alle ondernemingen die met haar concurreren en staatssteun in de vorm van schaarse verhandelbare rechten hebben verkregen." De minister heeft dit opgevat als een verzoek om de openbaarmaking van alle besluiten waarbij hij op basis van de peildatum 2 juli 2015 ambtshalve fosfaatrechten heeft toegekend aan melkveebedrijven. De minister heeft uit de ongeveer 30.000 fosfaatbeschikkingen een selectie van zestien beschikkingen openbaar gemaakt, met uitzondering van in deze beschikkingen genoemde persoonsgegevens, relatie- en beschikkingsnummers en nummers van de Kamer van Koophandel. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat niet is in te zien waarom de relatienummers van de geadresseerden van de fosfaatbeschikkingen en de beschikkingsnummers van de fosfaatbeschikkingen uit de openbaarheid moeten blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:600
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202303828/1/A3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202303828/1/A3

202306246/1/R1

Bij besluit van 11 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [appellanten] van 20 augustus 2020 om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op de [locatie A] in Zaandam afgewezen. [appellanten] zijn eigenaar van de woning aan het adres [locatie B] te Zaandam. In 2018 heeft de eigenaar van de woning aan de [locatie A] te Zaandam (de woning), aan de zijde waar de woning aan het perceel van [appellanten] grenst, een dakopbouw geplaatst. [appellanten] hebben het college verzocht om tot handhaving over te gaan. [appellanten] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college hun brief van 20 augustus 2020 ten onrechte heeft aangemerkt als een verzoek om handhaving. Met deze brief is het college verzocht uitvoering te geven aan de last onder dwangsom van 13 november 2018. [appellanten] betogen verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college opnieuw op het bezwaar diende te beslissen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:526
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306246/1/R1

202306360/1/R3

Bij besluit van 8 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen het verzoek van [appellant] om de bij besluit van 20 mei 2021 opgelegde lasten onder dwangsom vanwege verschillende overtredingen op het perceel [locatie] in Reutum (kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie Q, nummer 2010 en 2011; hierna percelen Q2010 en 2011) (gedeeltelijk) in te trekken, afgewezen. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek hebben op 1 en 3 december 2020 controles op het perceel plaatsgevonden. Daarbij hebben toezichthouders van de gemeente verschillende overtredingen geconstateerd. [appellant] heeft aangevoerd dat hij belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep, omdat hij schade heeft geleden. Hij wijst daarbij op de kosten die hij heeft gemaakt om de overtredingen op zijn perceel te legaliseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:644
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306360/1/R3

202307145/1/R2

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de raad van Meierijstad de aanvraag van [appellante] om het bestemmingsplan "Veghel West, Deelgebied Eikelkamp-Hoogeind" voor het perceel [locatie 1] (hierna: perceel) in Veghel te wijzigen afgewezen. [appellante] was samen met haar echtgenoot eigenaar van het perceel [locatie 2] en van het perceel met daarop een voormalige garage, die behoorde bij [locatie 2]. In 1989 is onder bepaalde voorwaarden toestemming gegeven tot gebruik van die garage voor tijdelijke bewoning door de ouders van [appellante]. [appellante] is in 2013 gescheiden. Zij heeft toen haar echtgenoot uitgekocht, waarbij zij de volle eigendom verkreeg van [locatie 2]. Zij was in de veronderstelling dat zij daarmee ook de eigendom had verkregen van het perceel. De percelen bleken echter kadastraal te zijn gesplitst, als gevolg waarvan het perceel niet is genoemd in de eigendomsakte en niet in haar eigendom is overgegaan. Haar ex-echtgenoot is nog steeds mede-eigenaar van het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:611
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307145/1/R2

202400523/1/A3

Bij besluit van 28 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan PK Waterbouw een ligplaatsvergunning verleend voor drie jaar voor het bedrijfsvaartuig [naam vaartuig]. PK Waterbouw heeft het bedrijfsvaartuig [naam], dat sinds 1990 een ligplaatsvergunning had voor onbepaalde tijd, gekocht en op 16 december 2021 een aanvraag ingediend voor een ligplaatsvergunning ter hoogte van [locatie] te Amsterdam. Het college heeft bij het besluit van 28 januari 2022 een ligplaatsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor de duur van drie jaar. Volgens het college is de vergunning een schaars recht en kan daarom geen vergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Het college heeft de vergunningverlening voor bepaalde tijd bij het besluit op bezwaar van 30 maart 2022 gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet in strijd heeft gehandeld met het rechtszekerheidsbeginsel door een vergunning voor bepaalde tijd te verlenen. Het besluit is gebaseerd op beleid, namelijk de Uitvoeringsnota van het bedrijfsvoertuigenbeleid in de binnenstad, en dat beleid is volgens de rechtbank niet onredelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:605
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400523/1/A3

202400739/1/R4

Bij besluit van 2 november 2023 heeft de raad van de gemeente Bunschoten het bestemmingsplan “Eemdijk-Oost” vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 72 woningen op onbebouwde voormalige agrarische gronden ten oosten van de kern van Eemdijk mogelijk. Eemdijk is gelegen langs de Eem en ligt ten westen van Bunschoten-Spakenburg. Aan de oostzijde van Eemdijk ligt het buitengebied. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 36 rijwoningen, 18 twee-onder-een-kapwoningen en 18 vrijstaande woningen. De voorziene woningen grenzen aan de woningen gelegen aan het Kerkepad. De raad heeft eerder op 10 december 2015 een bestemmingsplan vastgesteld voor woningbouw op deze locatie. De Afdeling heeft dat bestemmingsplan in haar uitspraak van 16 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2184, vernietigd, omdat het bestemmingsplan niet voldeed aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Omwonenden betwisten de behoefte aan de woningbouw en maken zich zorgen over de gevolgen voor het landschap, de natuur en de flora en fauna. Stichting Behoud de Eemvallei vreest voor de gevolgen van het bestemmingsplan voor de natuur en betwist dat is voldaan aan de vereisten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:646
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202400739/1/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202400739/1/R4

202400885/1/R2

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de raad van de gemeente Land van Cuijk het bestemmingsplan "Buitengebied, Langenboom, Maurikstraat 25/Campagnelaan 10" vastgesteld. De Woonvereniging en [appellanten sub 2] zijn initiatiefnemers van het plan om op het perceel aan de Maurikstraat 25, 25a en 25b in Langenboom een collectieve woonvorm te vestigen voor vier personen in de bestaande woning met bijgebouwen. Daarnaast houdt het plan in om aan de Campagnelaan 10 in Langenboom, tegenover de bestaande woning met bijgebouwen, twee recreatiewoningen te maken in de bestaande landbouwschuur, hier hobbymatig paarden te houden en een atelier voor beroep aan huis te vestigen. De raad heeft het bestemmingsplan vastgesteld om het initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken. [appellant sub 1] woont aan de [locatie] en is het niet eens met het plan, onder meer omdat het meer bewoning en bebouwing mogelijk maakt dan op dit moment op de gronden is toegestaan. [appellanten sub 2] zijn het met name niet eens met de planregel die gaat over de recreatiewoningen als een aan huis gebonden beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:604
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400885/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202400885/1/R2

202401455/1/R1

Bij besluit van 18 december 2023 heeft de raad van de gemeente Gennep het bestemmingsplan "Thematische herziening verbod kamerbewoning" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. Het plan voorziet in een verbod op kamerbewoning in de gemeente Gennep. Aanleiding voor het plan is dat kamerbewoning ten onrechte niet overal in de gemeente in strijd is met het bestemmingsplan. Met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kan van het verbod worden afgeweken. [appellant] woont in Gennep en wenst geen toename van kamerbewoning binnen de gemeente. Hij verzet zich vooral tegen de in het plan opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. [appellant] betoogt dat in artikel 1 van de planregels ten onrechte definities van ‘bouwperceel’, ‘woning’, ‘bestemmingsplan’, ‘zelfstandige woonruimte’ en ‘onzelfstandige woonruimte’ ontbreken. Dit is volgens hem in strijd met de rechtszekerheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:635
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202401455/1/R1

202401905/1/R1

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de raad van de gemeente Gooise Meren de aanvraag van Gropa Fonds en [persoon] om een bestemmingsplan vast te stellen voor twee percelen aan de Koningslaan en Koningin Emmalaan afgewezen. De wijk ‘Het Spiegel’ in Bussum, gemeente Gooise Meren, heeft de status ‘beschermd dorpsgezicht’. Vanwege deze status heeft de raad het bestemmingsplan "Het Spiegel - Prins Hendrikpark 2010" vastgesteld, waarin de te beschermen waarden zijn omgeschreven. Gropa Fonds is eigenaar van een perceel in Het Spiegel. Gropa Fonds heeft, samen met de eigenaar van een aangrenzend perceel, een aanvraag ingediend om voor een perceel aan de Koningslaan en een perceel aan de Koningin Emmalaan een bestemmingsplan vast te stellen waardoor op beide percelen een woonhuis gerealiseerd kan worden. Aanvrager [naam persoon] is geen eigenaar meer van het perceel aan de Koningslaan. Volgens Gropa Fonds kan het geschil zich daarom beperken tot het perceel aan de Koningin Emmalaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:645
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202401905/1/R1

202402009/1/A3

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een paspoortaanvraag van [appellant] niet in behandeling genomen. [appellant] heeft sinds zijn geboorte in Turkije in 1961 de Turkse nationaliteit. [appellant] is in 1977 in Nederland komen wonen en hij heeft in 1989 de Nederlandse nationaliteit verkregen. In 1999 is [appellant] naar de Verenigde Staten verhuisd en in 2001 is hij uit het Nederlandse bevolkingsregister uitgeschreven. [appellant] heeft in 2008 de Amerikaanse nationaliteit verkregen. [appellant] woont op dit moment nog steeds in de Verenigde Staten. Op 7 juni 2005 is aan [appellant] door het consulaat-generaal in Los Angeles een Nederlands paspoort verstrekt, dat geldig was tot 7 juni 2010. Daarna is aan [appellant] geen Nederlands reisdocument meer verstrekt. [appellant] heeft op 28 februari 2020 bij het consulaat-generaal in San Francisco een Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat [appellant] niet meer in het bezit was van de Nederlandse nationaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:636
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202402009/1/A3

202403609/1/A3

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit twee verzoeken van [verzoeker] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid afgewezen. [verzoeker] heeft de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit op 15 november 2022 en 1 december 2022 onder meer verzocht om openbaarmaking van informatie over het houden van wilde zwijnen in een raster in Nederland en om openbaarmaking van een overzicht van werkzaamheden van de inspecteurs die bij [verzoeker] inspectie hebben gehouden, waaruit kan worden afgeleid welke bedrijven de inspecteurs hebben bezocht in de twaalf weken voorafgaand aan hun bezoek aan [verzoeker]. De minister heeft de verzoeken bij besluit van 23 maart 2023 afgewezen en dit besluit per aangetekende post verstuurd. De rechtbank heeft geoordeeld dat [verzoeker] aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen afhaalbericht van PostNL heeft ontvangen en dat het besluit van 23 maart 2023 niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Het gevolg hiervan is dat de bezwaartermijn is aangevangen op 21 april 2023, na de verzending van het besluit per gewone post, en dat [verzoeker] zijn bezwaarschrift van 1 juni 2023 binnen de termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift heeft ingediend. Het bezwaar was dus ontvankelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:618
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202403609/1/A3

202403808/1/A2

Bij besluit van 5 augustus 2021 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een compensatiebedrag van € 35.992,00 toegekend. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft recht op compensatie over het toeslagjaar 2009. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 5 augustus 2021 aan [appellante] een compensatiebedrag van € 35.992,00 toegekend. [appellante] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Naar aanleiding daarvan heeft de Dienst Toeslagen bij besluit van 16 mei 2023 het compensatiebedrag herzien en het bedrag verhoogd naar € 40.326,00. De vergoeding van immateriële schade is daarbij opnieuw berekend en gewijzigd van € 7.500,00 naar € 9.500,00, en de einddatum van de rentevergoeding is aangepast van de datum van het primaire besluit naar de datum van de beslissing op bezwaar. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat, omdat de Dienst Toeslagen haar niet het volledige persoonlijke dossier heeft verstrekt, het voor haar en de rechterlijke instanties onmogelijk is om de juistheid van de compensatieregeling te beoordelen of de volledige schade vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:612
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403808/1/A2

202403879/1/A3

Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de raad van de Rotterdamse Orde van Advocaten (hierna: Rotterdamse Orde) het verzoek van [appellante] om afgifte van een stageverklaring afgewezen en het verzoek om verlenging van de stage ingewilligd. [appellante] is op 8 juni 2018 beëdigd als advocaat en is dat jaar begonnen aan haar stage ten behoeve van de beroepsopleiding voor de advocatuur. De duur van de stage liep wegens haar werk in deeltijd tot 8 maart 2022. Zij heeft op 28 december 2021 verzocht om haar stage met 12 maanden te verlengen. De reden hiervoor is dat haar patroon niet kon verklaren dat [appellante] over voldoende praktijkervaring beschikt, gelet op de verschillende perioden van afwezigheid wegens ziekte, re-integratie, zwangerschaps- en bevallingsverlof en een eerdere overname van het patronaat. Omdat niet duidelijk was wanneer [appellante] haar werk zou kunnen hervatten en in welk tempo zij kon re-integreren, heeft zij op 8 januari 2022 haar verzoek in die zin gewijzigd dat zij vraagt om een verlenging van haar stage met 24 maanden. Het verzoek heeft zij op 11 januari 2022 opnieuw gewijzigd in die zin dat zij primair verzoekt om afgifte van een stageverklaring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:613
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403879/1/A3

202404118/1/A3

Bij besluit van 14 april 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellante] een boete van € 83.000,00 opgelegd wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet (Atw). appellante] is een internationaal transportbedrijf dat zich onder meer bezighoudt met het transport van trucks en tractoren. De Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (ILT) heeft op 19 januari 2019 een onaangekondigd bedrijfsonderzoek ingesteld. De ILT controleert namelijk of bedrijven en personen de regels van de Atw en het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atbv) naleven. In dat kader heeft de ILT onderzoek gedaan bij [appellante] over de periode 3 september 2018 tot en met 30 september 2018. De resultaten van dat onderzoek zijn aanleiding geweest om het boeterapport van 28 februari 2020 op te stellen. Uit dit boeterapport volgt dat [appellante] geen goede registratie van de arbeids- en rusttijden heeft gevoerd, waardoor het toezicht op de naleving van de Atw niet mogelijk was. De minister heeft daarom een boete aan [appellante] opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:620
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202404118/1/A3

202404385/1/A3

Bij brief van 26 oktober 2023 heeft Scientist Rebellion de minister van Klimaat en Groene Groei in gebreke gesteld ten aanzien van het nemen van een beslissing op haar verzoeken. Scientist Rebellion is een internationale groep van wetenschappers die zich zorgen maakt over het klimaat en als belang heeft het beperken van de opwarming van de aarde. Scientist Rebellion voert actie en spoort de overheid aan tot het opstellen van wet- en regelgeving en het treffen van maatregelen. Bij brief van 26 augustus 2023 heeft Scientist Rebellion de minister verzocht enkele beslissingen te nemen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de brief van 26 augustus 2023 geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. De minister hoefde daarom geen besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:625
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202404385/1/A3

202404895/1/A2

Bij besluit van 20 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het illegaal verhuren aan studenten van kamers in het pand aan de [locatie A] in Rotterdam afgewezen. [appellant] is eigenaar van de naast het pand gelegen woning aan de [locatie B] in Rotterdam. Het pand wordt sinds 2018 gebruikt voor de huisvesting van negen studenten. [appellant] stelt dat hij hierdoor overlast ondervindt en dat de waarde van zijn woning wordt aangetast. Het pand wordt verhuurd aan negen studenten. Het college heeft op 24 juni 2021 de vergunning tot kamerbewoning alsnog geweigerd. Aan deze beslissing heeft het college ten grondslag gelegd dat vastgesteld is dat het pand sinds 2018 illegaal wordt bewoond door studenten die geen woongroep vormen en overlast veroorzaken. Vanwege de overlast leidt de bewoning niet tot een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid. In geschil is of is voldaan aan criterium b en of het college het besluit van 24 juni 2021 op dit punt voldoende zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:648
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404895/1/A2

202405350/1/R1

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het maken van een uitweg aan de Rijksstraatweg 30. Het plan maakt op het perceel Rijksstraatweg 30 in Heemskerk een supermarkt mogelijk ten behoeve van de verplaatsing van de Aldi aan de Gerrit van Assendelftstraat 32 in Heemskerk naar dit perceel. Op de gronden aan de Rijksstraatweg 30 is momenteel Motorhuis B.V. gevestigd. Het voornemen van de grondeigenaar is om de bebouwing te slopen en hier een moderne Aldi supermarkt te realiseren. Op de locatie Gerrit van Assendelftstraat 32 maakt het plan verder maximaal 32 woningen mogelijk. Motorhuis B.V. is huurder van de bedrijfsruimte gelegen aan de Rijksstraatweg 30. Zij exploiteert daar een showroom en werkplaats voor personenauto’s. Motorhuis B.V. kan zich niet verenigen met het plan voor zover dit voorziet in een supermarkt en vreest ervoor dat zij haar bedrijfsactiviteiten als gevolg daarvan niet meer kan voortzetten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:624
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405350/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202405350/1/R1

202406512/5/R1

Bij tussenuitspraak van 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3128, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Noordoostpolder opgedragen om binnen 16 weken het daarin beschreven gebrek in het besluit van de raad van 30 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Ens, Oost-fase 3" (bestemmingsplan) te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 4.1 overwogen dat [appellant] verplicht is om de bomen langs de erfgrens in stand te houden. Maar door het vaststellen van het bestemmingsplan wordt het erg lastig, zo niet onmogelijk om de bomen vanaf het naastgelegen perceel te onderhouden. Verder heeft de Afdeling overwogen dat de raad niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bomen redelijkerwijs vanaf het eigen perceel onderhouden kunnen worden. De Afdeling heeft overwogen dat het bestemmingsplan daarom onvoldoende is gemotiveerd. [appellant] betoogt dat de strook met de bestemming "Groen" mogelijk te smal is om de bomen op zijn perceel te onderhouden vanaf het naastgelegen perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:626
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202406512/5/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202406512/5/R1

202406943/3/R1

Bij tussenuitspraak van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:711, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken de daarin beschreven gebreken in het besluit van de raad van de gemeente Echt-Susteren van 26 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "[locatie] Susteren" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 8.2 overwogen dat partijen het ter zitting over eens zijn geworden dat het maximumaantal personen dat in de appartementen mag verblijven, beter handhaafbaar is door de opname van een maximumaantal appartementen in het bestemmingsplan. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling hierin aanleiding gezien om te oordelen dat het plan niet met de vereiste zorgvuldigheid is vastgesteld. Daarnaast heeft de Afdeling in de tussenuitspraak onder 9.2 overwogen dat uit de plantoelichting blijkt dat de raad een andere parkeernorm voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor ogen heeft dan die daarvoor geldt op grond van de planregels. De Afdeling heeft in verband daarmee overwogen dat het bestemmingsplan onvoldoende is gemotiveerd en ook in zoverre onzorgvuldig is vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:637
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202406943/3/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202406943/3/R1

202407192/1/A2

Bij besluit van 8 juli 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd twee private schulden van [appellante] over te nemen. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister gevraagd om, voor zover hier van belang, een schuld ter hoogte van € 1.000,00 die voortkomt uit een privé-schuld en een schuld van € 4.790,89 die voortkomt uit een doorlopend krediet bij ABN/AMRO, over te nemen. De minister heeft geweigerd om de schuld van € 4.790,89 over te nemen, omdat deze niet voor 1 juni 2021 opeisbaar is geworden. De schuld van € 1.000,00 heeft de minister geweigerd over te nemen omdat dit een informele schuld is die niet is vastgelegd in een notariële akte. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het vasthouden aan de vereisten van een notariële akte en van opeisbaarheid bij privaatrechtelijke of informele schulden, onrechtvaardig is en in strijd met het herstelproces van de gedupeerde ouders.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:614
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407192/1/A2

202407306/1/R3

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Oostvaarderskwartier Hazerswoude-Dorp" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van een voetbalveld van de voetbalvereniging Hazerswoudse Boys in Alphen aan de Rijn ten behoeve van woningbouw, waarbij de mogelijkheid voor 64 woningen wordt gecreëerd. Het woningbouwplan bestaat uit vrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen en gestapelde woningen. Daarbij zal het merendeel van het aanbod bestaan uit sociale huurwoningen en is een klein deel bestemd voor de vrije sector. Daarnaast voorziet het plan in een aansluiting van de Heerenlaan op de Sportparklaan. Naast het voetbalveld maakt de omliggende ontsluiting eveneens onderdeel uit van dit bestemmingsplan. [appellant] en anderen wonen ten zuiden van het plangebied aan de Burgemeester Warnaarkade. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen, met name omdat de raad volgens hen onvoldoende aandacht heeft gehad voor de verkeersveiligheid in en rondom het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:640
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202407306/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202407306/1/R3

202407825/1/R2

Bij besluit van 28 februari 2022 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de staatssecretaris van Defensie, een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleend voor militaire trainingsactiviteiten op de Vliehors Range op Vlieland. De Vliehors Range is een militair terrein op het westelijke deel van Vlieland, dat sinds 1948 door het ministerie van Defensie wordt geëxploiteerd. Op de Vliehors Range vinden het gehele jaar door militaire vliegoefeningen plaats. De range wordt door Nederland en haar NAVO-bondgenoten gebruikt om te oefenen met boordkanonnen, raketten en bommen. Tijdens die oefeningen wordt door jachtvliegtuigen en helikopters langs bepaalde routes gevlogen, waarbij doelen vanuit verschillende posities kunnen worden aangevallen. De Vliehors Range is het enige militaire terrein in Nederland waar dit soort oefeningen kunnen plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:615
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202407825/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202407825/1/R2

202407926/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft Raad van Bestuur van Maastricht UMC + het verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur deels afgewezen. [appellant] en MUMC hebben in de periode 2008 tot 2013 samengewerkt. MUMC wilde in het voormalig hotel Juliana in Valkenburg aan de Geul een nierdialyseafdeling vestigen in combinatie met een hotelaccommodatie (hierna: het project). MUMC huurde hiervoor een gedeelte van het hotel van [appellant]. Uiteindelijk is hierover een civielrechtelijk conflict ontstaan waarover is geprocedeerd en welk geschil grotendeels geëindigd met het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 21 mei 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1890. Op 20 juni 2020 heeft [appellant] MUMC met een beroep op de Wob verzocht om hem informatie te verstrekken over het project. Als toelichting heeft [appellant] een opsomming gegeven van de onderwerpen waarop de volgens [appellant] gevraagde informatie betrekking zou hebben. Hierop zijn gedurende de procedure steeds meer documenten (behoudens weggelakte persoonsgegevens) openbaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:617
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202407926/1/A3

202408009/1/R3

Bij besluit van 11 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Vlamingstraat Investment Beheer BV (de vergunninghoudster) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woongebouw met 76 woningen, commerciële ruimten en fietsenstalling in het centrum van Den Haag. De aanvraag heeft betrekking op - kort gezegd - de sloop van winkelruimten en de ontwikkeling van in totaal 76 woningen en appartementen, commerciële ruimten en een fietsenstalling in het zogenoemde Pribapand, gelegen aan de Grote Marktstraat 16-18, Vlamingstraat 20-24 en Raamstraat 2 in Den Haag (het Pribapand). Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "St. Jacobskerk e.o.". De stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat de motivering van de bestreden besluitvorming geen goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Het is evident dat de bedoelde vrijstellingsmogelijkheden niet bedoeld zijn om in een rijksbeschermd stadsgezicht de bouwhoogten te vergroten zonder ook maar te voorzien in een dragende ruimtelijke motivering, aldus de stichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:639
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202408009/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202408009/1/R3

202500014/1/A2

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft de burgemeester aan [appellant] een preventieve last onder dwangsom opgelegd. De last houdt in dat [appellant] geen drugs mag verhandelen, aanbieden of verwerven op een openbare plaats binnen de gemeente Bronckhorst en daarbij ook niet behulpzaam mag zijn of daarin mag bemiddelen. Voor elke geconstateerde overtreding zal de burgemeester een dwangsom van € 5.000,00 opleggen met een maximum van € 20.000,00. De burgemeester heeft van de politie een bestuurlijke rapportage ontvangen over [appellant] en een andere persoon (X). Volgens de burgemeester blijkt uit die rapportage dat X handelde in drugs op een openbare plaats in Bronckhorst en dat het zeer aannemelijk is dat [appellant] op de hoogte was van die handel of zelfs daaraan deelnam. [appellant] en X verbleven in een woning in Dieren, waar drugs zijn aangetroffen. Ook was [appellant] aanwezig in een auto in Bronckhorst waarin drugs zijn aangetroffen en is gezien dat er goederen over en weer overhandigd werden tussen [appellant] en X. De aangetroffen drugs in de woning en de auto wijzen op een handelsvoorraad. Verder staat in de bestuurlijke rapportage dat [appellant] in de afgelopen jaren meermaals is veroordeeld voor handel in harddrugs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:603
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500014/1/A2

202500064/1/A2

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg de aanvraag van [appellante] om brede ondersteuning gedeeltelijk ingewilligd. [appellante] is door het Brede Hulpteam vanuit de Belastingdienst aangemeld bij het college voor brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. In het besluit heeft het college onder het kopje ‘Te doorlopen stappen’ aangegeven dat [appellante] een offerte dient op te vragen bij Bzonder Psychologie. Deze informatie en informatie over welke kosten door de zorgverzekeraar worden vergoed, moet zij indienen bij haar contactpersoon. Onder hetzelfde kopje staat dat het college contact heeft gelegd met schuldeisers. De vorderingen zijn bevroren in afwachting van verder bericht. Onder het kopje ‘Voorzieningen’ heeft het college gesteld dat het niet mogelijk is om voorzieningen te verstrekken, omdat [appellante] geen verdere informatie wil verstrekken. Bij besluit van 21 december 2023 heeft het college het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. Het college stelt dat [appellante] onvoldoende informatie en medewerking heeft verleend om de noodzaak van de door haar aangevraagde voorzieningen aan te tonen. Niet is gebleken dat het door [appellante] gevraagde onderhoud in en rondom de woning acuut nodig is voor het maken van een nieuwe start.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:616
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500064/1/A2

202500377/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 24 januari 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de verzoeken van [dochter A], [dochter B] en [dochter C] (de dochters) om hun geslachtsnaam te wijzigen in [naam], de geslachtsnaam van hun moeder [moeder], toegewezen. De dochters van [appellant] hebben op 22 augustus 2022, toen zij alle drie meerderjarig waren, ieder afzonderlijk de minister verzocht om hun geslachtsnaam te wijzigen van [appellant] naar de naam van hun moeder. De dochters hebben in hun verzoek toegelicht dat zij geen contact meer hebben met hun vader en dat het dragen van zijn achternaam een negatief gevoel geeft. De minister heeft de verzoeken van de drie dochters van [appellant] op 24 januari 2023 in drie afzonderlijke besluiten toegewezen. [appellant] is het hier niet mee eens. Volgens [appellant] is er sprake van ouderverstoting en dat had de minister in de beoordeling van de verzoeken om geslachtsnaamwijziging moeten meewegen. [appellant] stelt dat de minister en ook de rechter te weinig kennis hebben over ouderverstoting en de effecten daarvan op slachtoffers, zodat zij wat hij hierover heeft aangevoerd niet juist hebben beoordeeld bij de beslissing op de verzoeken en zijn beroep daartegen. Ook betoogt hij dat de dochters de verzoeken niet uit vrije wil hebben gedaan, maar dat ze door hun moeder hiertoe zijn aangezet en dat de verzoeken daarom een uiting zijn van ouderverstoting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:638
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500377/1/A3

202500424/1/A2

Bij besluit van 9 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het weggedeelte na Bouvignedreef 1 tot aan de Bouvignelaan in Breda afgesloten voor gemotoriseerd verkeer en een parkeerverbod ingesteld voor de Huisdreef, de Stouwdreef en een gedeelte van de Bouvignedreef in Breda. Hotel Mastbosch en grand café Heeren van Oranje zijn gelegen aan de rand van het Mastbos aan de Burgemeester Kerstenslaan 20 te Breda. Old Brook Corner exploiteert het hotel. Het college, Staatsbosbeheer en Old Brook Corner zijn het erover eens dat de verkeersveiligheid, de natuur en het woon- en leefklimaat in dit gedeelde van het Mastbos onder druk staat door de hoge bezoekersaantallen. Staatsbosbeheer heeft het college verzocht gemotoriseerd verkeer door het bos te beperken en het parkeren in de bermen en op de rijbaan te voorkomen. Naar aanleiding daarvan heeft het college het verkeersbesluit genomen. Old Brook Corner kan zich niet vinden in het verkeersbesluit en heeft aangevoerd dat er onvoldoende openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving van het hotel overblijven om te voorzien in de parkeerbehoefte van het hotel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:602
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500424/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202500424/1/A2

202500432/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau een aanvraag van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 18 april 2007 eigenaar van het perceel met bebouwing aan de [locatie A] in Baarle-Nassau. [appellant] heeft het college op 18 februari 2021 verzocht om tegemoetkoming in planschade. Volgens [appellant] is hij in een nadeliger positie komen te verkeren als gevolg van het intrekkingsbesluit van 20 februari 2013, het bestemmingsplan "Dorpen", het bestemmingsplan "Dorpen 1e (correctieve) herziening" en het bestemmingsplan "Dorpen, 2e correctieve herziening" en lijdt hij ten gevolge daarvan schade in de vorm van waardevermindering van het perceel en inkomensderving. Ook is hij in een nadeliger positie komen te verkeren door de uitgebreide (bouw)mogelijkheden op het nabij gelegen perceel van de Albert Heijn. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade op goede gronden heeft afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:627
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500432/1/A2

202500461/1/A2

Bij besluit van 11 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellant] voor een woningvormingsvergunning om de woning op de [locatie] te Den Haag te verbouwen tot twee zelfstandige woonruimten afgewezen. Het college heeft bij besluit van 11 mei 2023 de aanvraag van [appellant] voor een woningvormingsvergunning geweigerd, omdat de woning is gelegen in Rustenburg en Oostbroek, een gebied waar volgens artikel 5:6, zevende lid, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en Bijlage III van die verordening een verbod op woningvorming geldt vanwege negatieve gevolgen door woningvorming op de kwaliteit van de woonruimtevoorraad of voor het karakter, dan wel leefbaarheid in het gebied. Er bestaat daarbij volgens het college geen reden om in dit geval de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank heeft vooropgesteld dat vóór 1 november 2015 in Den Haag geen woningvormingsvergunning nodig was voor het bouwkundig splitsen van woonruimten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat zijn woning al vóór 2015 bouwkundig was gesplitst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:628
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500461/1/A2

202500478/1/A2

Bij besluiten van 11 april 2023 heeft de RDW de keuringsbevoegdheid van [appellant sub 1] en de erkenning van APK Station Nijmegen voor de categorie voertuigen tot en met 3.500 kg voor de duur van vier weken ingetrokken (de sanctie). [appellant sub 1] is keuringsmeester bij APK Station Nijmegen. Op 17 februari 2023 heeft een steekproefcontroleur van de RDW een steekproef gehouden bij APK Station Nijmegen. Hierbij viel het voertuig met kenteken [...] in de steekproef, nadat het voertuig voor de APK was afgemeld. Bij aankomst van de steekproefcontroleur werd nog aan het voertuig gesleuteld. Wanneer een auto is afgemeld en in de steekproef valt, is het niet toegestaan om in een periode van 90 minuten na de afmelding, de zogenoemde quarantainetijd, aan het voertuig te sleutelen. De RDW heeft aan de besluiten van 11 april 2023 ten grondslag gelegd dat in quarantainetijd is gesleuteld. Dit is een overtreding van artikel 87, tweede lid, aanhef en onder f, van de Wegenverkeerswet 1994.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:641
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500478/1/A2

202500578/1/A2

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist de Huis ter Heideweg in Zeist, ter hoogte van het viaduct over de A28, afgesloten voor gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van lijnbussen. Huis ter Heide is een dorp in de gemeente Zeist. De gemeente wil hier, in een gebied tussen de A28 en de N237, twee woningbouwlocaties ontwikkelen. Ten behoeve van de ontsluiting van deze locaties via de Prins Alexanderweg en de Blanckenhagenweg wordt de Blanckenhagenweg vanaf de N238 verder in de richting van deze locaties doorgetrokken. In de huidige situatie wordt de Prins Alexanderweg ook gebruikt voor doorgaand verkeer van en naar het centrum van Zeist, via de Huis ter Heideweg, die door middel van een viaduct over de A28 doorloopt ten zuiden van de A28. Het college vindt dit onwenselijk in de nieuwe situatie. Het college heeft daarom het verkeersbesluit genomen om te bewerkstelligen dat doorgaand verkeer gebruik maakt van de Amersfoortseweg en de N238. De fysieke afsluiting wordt vormgegeven als bussluis. Volgens de rechtbank zijn het onderzoek naar en de onderbouwing van het verkeersbesluit onvoldoende.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:647
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500578/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202500578/1/A2

202500626/1/V6

Bij besluit van 27 oktober 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 1.250,00, omdat zij niet op tijd heeft voldaan aan de inburgeringsplicht. Met de brief van 19 februari 2018 heeft de staatssecretaris aan [appellant] laten weten dat zij inburgeringsplichtig is en dat haar inburgeringstermijn op 15 januari 2018 is gestart. De staatssecretaris heeft daarna de inburgeringstermijn een aantal keer verlengd. [appellant] moest uiterlijk op 28 juli 2023 aan haar inburgeringsplicht voldoen. Omdat [appellant] niet op tijd aan deze plicht heeft voldaan, heeft de staatssecretaris haar een boete van € 1.250,00 opgelegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit terecht is en dat er geen reden is om de boete te matigen. Inmiddels is [appellant] alsnog ingeburgerd. [appellant] voert aan dat de rechtbank ten onrechte de zitting niet heeft uitgesteld en uitspraak heeft gedaan op haar beroep. Zij had de rechtbank namelijk meegedeeld dat zij niet bij de zitting aanwezig kon zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:619
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202500626/1/V6

202501637/1/A3

Bij besluit van 24 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkelland de nummering [A] en [B] ingetrokken van het pand aan de J.W. Hagemanstraat in Eibergen en voor het pand het nummer [A] vastgesteld. [appellant] is eigenaar van het pand aan de J.W. Hagemanstraat in Eibergen. Dit pand bestaat uit twee verhuurbare gebruiksdelen. Vanwege de inwerkingtreding van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen op 1 juli 2009 heeft het college bij formaliseringsbesluit van 23 juni 2009 voor het pand de nummering [A] en [B] toegekend. Het college heeft nummer [B] evenwel niet opgenomen in de BAG-registratie. In 2013 en 2021 heeft [appellant] het college erop gewezen dat de nummers [A] en [B] wel geregistreerd stonden in het kadaster. [appellant] heeft de beheerder van het kadaster verzocht om dit aan te passen in de BAG-registratie, maar het college bleek hiertoe bevoegd te zijn. Naar aanleiding van een onderzoek ter plaatse op 21 april 2021 heeft het college vastgesteld dat er maar sprake is van één verblijfobject als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder m, van de Wet BAG. Maar bij besluit van 28 december 2021, heeft het college alsnog, naast nummer [A] nummer [B] toegekend. Volgens een medewerker van de afdeling BAG zou naar aanleiding van een inpandige opname en controle van het archief blijken dat er toch twee verblijfsobjecten waren op basis van een tekening uit 1980.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:623
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501637/1/A3

202501783/1/A3

Bij besluit van 13 december 2023 heeft de burgemeester van Barneveld aan Genot van Garderen B.V. een exploitatievergunning verleend. [appellant] woont op plusminus 12 tot 15 meter van brasserie en restaurant het Genot van Garderen aan de [locatie] in Garderen. De burgemeester heeft voor de horeca inrichting een exploitatievergunning verleend. [appellant] is het hiermee niet eens, omdat hij van mening is dat de verlening in strijd is met het ter plaatse van de horeca inrichting geldende bestemmingsplan "Garderen", vastgesteld door de raad van Barneveld op 12 november 2013 en hij geluids- en parkeeroverlast vreest. De burgemeester heeft hangende beroep een nieuwe exploitatievergunning verleend omdat een groter terras is aangevraagd. De vraag is of de burgemeester de beide exploitatievergunningen op goede gronden heeft verleend. Volgens de rechtbank is de verlening van de exploitatievergunning niet in strijd met het bestemmingsplan, omdat het Genot van Garderen, hoewel in de aanvraag café-restaurant staat, alles overziend geen avondhorecabedrijf is. De onderneming opent al om 10:00 uur, is niet na 00:00 uur ‘s nachts open en de hoofdactiviteit is de restaurant/brasseriefunctie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:622
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501783/1/A3

202502066/1/A2

Bij besluit van 18 december 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand aan [appellante] voor door haar verleende rechtsbijstand een vergoeding van € 1.163,54 toegekend. [appellante] heeft als advocaat [persoon] bijgestaan in zijn asielprocedure. De raad heeft voor de asielprocedure aan hem bij besluit van 16 februari 2023 een toevoeging verleend (V060 AA-procedure). Bij besluit van 2 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan hem een verblijfsvergunning asiel verleend. In het kader van de behandeling van de aanvraag van [persoon] hebben een aanmeldgehoor en een nader gehoor plaatsgevonden. Ten aanzien van beide gehoren zijn correcties en aanvullingen naar voren gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:610
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202502066/1/A2

202503719/1/A3

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen overschrijding van de afstandsgrens door het woonschip van [partij B], afgewezen. [appellante] woont op het woonschip "[naam]" op het adres [locatie 1] in Spaarndam. Op het adres [locatie 2], in zuidwestelijke richting ten opzichte van [locatie 1], ligt het woonschip van [partij B]. [appellante] heeft bij brief van 29 januari 2023 een verzoek om handhaving gedaan bij het college omdat volgens haar het woonschip op [locatie 2] te dicht op haar woonschip ligt. Het college heeft het verzoek afgewezen, omdat er geen overtreding is vastgesteld. In de vergunning van het woonschip van [partij B] op [locatie 2] is een afstandsgrens van 2 meter opgenomen ten opzichte van het in noordoostelijke richting gelegen woonschip van [appellante]. Naar aanleiding van het verzoek van [appellante] hebben toezichthouders van het college het constateringsrapport van 1 maart 2023 opgesteld. Hieruit volgt dat de afstand tussen deze woonschepen 2,15 meter bedraagt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:621
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503719/1/A3

202505603/1/A2

Bij beslissing van 15 april 2025 heeft de decaan van de faculteit Business en Economie van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) aan [appellant] een maatregel opgelegd, waarbij hem met directe ingang tot 1 september 2025 de toegang tot gebouwen, terreinen en andere voorzieningen van de HvA is ontzegd. De decaan heeft [appellant] vanaf 15 april 2025 tot 1 september 2025 de toegang tot gebouwen, terreinen en andere voorzieningen van de HvA ontzegd. Daaraan heeft zij ten grondslag gezegd dat [appellant] zich op 17 december 2024, 22 januari 2025 en 28 februari 2025 verbaal of schriftelijk in strijd met de huisregels heeft uitgelaten. Het college heeft dit besluit onder verwijzing naar een advies van de geschillenadviescommissie van 17 september 2025 gehandhaafd. [appellant] betoogt dat het college ten onrechte heeft besloten hem vanaf 15 april 2025 tot 1 september 2025 de toegang tot gebouwen, terreinen en andere voorzieningen van de HvA te ontzeggen. Allereerst betwist hij dat hij tegen een docent op 17 december 2024 heeft gezegd hem als de vijand te zien. Ook betwist hij dat hij in strijd heeft gehandeld met de Regeling ongewenst gedrag (de regeling).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:633
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505603/1/A2

202505661/1/A2

Bij beslissing van 21 juli 2025 heeft een teammanager, namens de decaan van de faculteit Creative Business, een bindend negatief studieadvies (BNSA) aan [appellante] gegeven. [appellante] is in het studiejaar 2023-2024 begonnen met de bacheloropleiding Business Innovation. Na het eerste jaar van haar studie heeft zij wegens persoonlijke omstandigheden een uitgesteld studieadvies gekregen. In het studiejaar 2024-2025 had zij haar volledige propedeuse moeten afronden om een positief studieadvies te krijgen. Omdat zij in dat studiejaar niet de vereiste studiepunten uit het propedeutisch jaar heeft behaald, heeft zij bij beslissing van 21 juli 2025 een BNSA gekregen. [appellante] heeft tegen die beslissing op 8 september 2025 administratief beroep ingesteld bij de afdeling Geschillen van Hogeschool Inholland. Het CBE heeft het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellante] buiten de termijn van zes weken, als bedoeld in artikel 9 van het Reglement, administratief beroep heeft ingesteld. Volgens het CBE heeft [appellante] het administratief beroep niet ingesteld zo snel als redelijkerwijs mogelijk was en is de overschrijding van de beroepstermijn daarom niet verschoonbaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:632
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505661/1/A2

202505692/1/A2

Bij uitspraak van 1 oktober 2025 heeft de rechtbank het verzoek van de raad van de gemeente Moerdijk om een onteigeningsbeschikking te bekrachtigen voor zover deze ziet op het perceel kadastraal bekend gemeente Moerdijk, sectie G, nummer 659, grondplannummer 6 (verder: perceel G659), deels afgewezen en deels toegewezen. De rechtbank heeft deze uitspraak, voor zover het betreft de kostenveroordeling ten behoeve van [persoon], hersteld bij uitspraak van 27 november 2025. De gemeente Moerdijk is voornemens om de Randweg Klundert te realiseren. Op het perceel G659 is een (deel van de) weg met aan weerszijden water voorzien. Perceel G659 is in eigendom van de Staat (Rijksvastgoedbedrijf). [persoon] pacht dit perceel (totaal groot 13.074 m2) van het Rijksvastgoedbedrijf en gebruikt het als grasland. De raad heeft op 30 januari 2025 een onteigeningsbeschikking gegeven. Hierin heeft de raad - voor zover in deze procedure van belang - besloten om het volledige perceel G659 ter onteigening aan te wijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:629
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Vereenvoudigde behandeling
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202505692/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202505692/1/A2

202505733/1/A2

Bij beslissing van 14 augustus 2025 heeft de BSA-commissie, namens de decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde, het verzoek van [appellante] om uitstel van de BSA-voortgangsnorm afgewezen en een bindend negatief studieadvies (BNSA) aan [appellante] gegeven. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 begonnen met de bacheloropleiding Economics and Business Economics aan de UvA. Bij beslissing van 14 augustus 2025 heeft [appellante] een BNSA gekregen, omdat zij 24 studiepunten van het propedeutisch jaar heeft gehaald en daarmee niet heeft voldaan aan de BSA-voortgangsnorm van 48 studiepunten. In het studiejaar 2024-2025 heeft [appellante] meerdere vakken van de opleiding Media and Information gevolgd en daarvoor tentamens afgelegd, wat heeft geresulteerd in 12 studiepunten. [appellante] betoogt dat het CBE de beslissing van de BSA-commissie ten onrechte in stand heeft gelaten. De besluitvorming is onvoldoende zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd tot stand gekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:630
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505733/1/A2

202505846/1/A2

Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de directeur van het domein Gezondheid, Sport en Welzijn (de directeur) aan [appellante] een negatief bindend studieadvies (NBSA) gegeven. [appellante] volgt sinds het studiejaar 2022-2023 de bacheloropleiding Mondzorgkunde aan de Hogeschool Inholland. Het bindend studieadvies is vanwege persoonlijke omstandigheden in het studiejaar 2022-2023 en 2023-2024 uitgesteld. Bij het uitstel is haar te kennen gegeven dat zij uiterlijk op 31 juli 2025 het gehele propedeutische programma van 60 studiepunten behaald moet hebben. Met het behalen van 57 studiepunten heeft [appellante] niet voldaan aan de uitgestelde norm. De directeur heeft op 17 juli 2025 na advies van de studentendecaan besloten dat de door [appellante] gemelde persoonlijke omstandigheden onvoldoende doorslaggevend zijn geweest voor het feit dat [appellante] het eerstejaarsprogramma niet succesvol heeft afgerond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:631
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505846/1/A2

202600367/2/A2

Op 18 maart 2026 zijn de gemeenteraadsverkiezingen. [appellant] is voornemens om in meerdere gemeenten aan de verkiezingen mee te doen door op de dag van de kandidaatstelling (blanco) kandidatenlijsten in te leveren namens verschillende politieke groeperingen. Voor het opstellen en inleveren van de kandidatenlijsten en bijbehorende documenten kan gebruik worden gemaakt van de ondersteunende software die door de Kiesraad ter beschikking wordt gesteld: Ondersteunende Software Verkiezingen 2020 (OSV2020). Het beroep van [appellant] komt er in de kern op neer dat er volgens hem (technische) gebreken in OSV2020 zitten waardoor hij problemen ervaart bij het kandidaatstellingsproces.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:578
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600367/2/A2

202403664/1/V1

Bij besluit van 9 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:581
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403664/1/V1

202407516/1/V3

Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:557
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407516/1/V3

202501130/1/V3

Bij besluit van 10 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:579
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501130/1/V3

BRS.25.001413

Bij besluiten van 1 september 2025 en 2 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:539
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001413

BRS.25.002593

Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene gesignaleerd in het systeem Executie en Signalering (E&S-signalering).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:543
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002593

BRS.25.002658

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:529
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002658

BRS.26.000097

Bij fax van 12 januari 2026 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 11 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4295.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:537
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000097

BRS.26.000347 en BRS.26.000348

Bij besluit van 8 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:545
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000347 en BRS.26.000348

BRS.26.000360 en BRS.26.000361

Bij besluit van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratieeen aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:549
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000360 en BRS.26.000361

BRS.26.000368

Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan verzoeker verleende afgeleide verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, een aanvraag van verzoeker om hem een zelfstandige verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:547
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000368

BRS.26.000387

Bij besluiten van 29 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:538
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000387

202404021/4/A3

Bij e-mailbericht, ingekomen op 23 januari 2026, heeft [verzoeker] in de procedure van de zaak nr. 202404021/4/A3 verzocht om wraking van de staatsraden mr. E.J. Daalder, mr. W. den Ouden en mr. J.M. Willems, dan wel de staatsraden mr. C.J. Borman, mr. C.C.W. Lange en mr. B. Meijer. [verzoeker] heeft erop gewezen dat de uitnodiging voor de wrakingszitting ten onrechte per email is verzonden, nu artikel 8:37, eerste lid Awb, bepaalt dat dit bij aangetekende brief geschiedt. De wrakingskamer wijst erop dat de bestuursrechter op basis van diezelfde bepaling de bevoegdheid heeft anders te bepalen. Daarvoor was in dit geval aanleiding, gelet op de korte duur tot de geplande behandeling van het verzet op de zitting van 3 februari 2026 om 15:15 uur. [verzoeker] heeft er verder op gewezen dat van hem niet kan worden gevergd dat hij op zo’n korte termijn afreist naar Den Haag. De wrakingskamer wijst erop dat in de uitnodiging voor de wrakingszitting wordt gewezen op de mogelijkheid digitaal aan de zitting deel te nemen. Een verzoek daartoe van [verzoeker] is evenwel niet ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:587
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202404021/4/A3

202305034/2/R2

Bij besluit van 9 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel het wijzigingsplan "[locatie] te Wintelre" vastgesteld. Het wijzigingsplan heeft betrekking op het perceel aan de [locatie] in Wintelre. De Maatschap exploiteert ter plaatse een varkenshouderij en is voornemens drie nieuwe stallen voor vleesvarkens te realiseren. De Maatschap wil haar varkenshouderij toekomstbestendig in gaan richten en wil op een diervriendelijke en duurzame manier varkens gaan houden. Het wijzigingsplan voorziet in het van vorm veranderen van het bouwvlak om de gewenste wijzigingen in de bedrijfsvoering mogelijk te maken, waarbij twee van de door de Maatschap beoogde drie nieuwe stallen zijn voorzien binnen het gewijzigde deel van het bouwvlak. De Stichtingen betogen onder meer dat het college bij het onderzoek naar de geurhinder en de stikstofdepositie niet is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van het wijzigingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:552
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202305034/2/R2

202307301/1/V3

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:562
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307301/1/V3

202401648/1/V3

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen als kennelijk ongegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:559
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401648/1/V3

202500947/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:555
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500947/1/V1

202502269/1/V3

Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:554
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502269/1/V3

202506028/1/A2

Bij beslissing van 8 december 2025 heeft de directeur van de Academie Bestuur, Recht en Ruimte, namens het college van bestuur van Saxion Hogeschool, [verzoeker] de toegang tot het (buitenschoolse) onderwijs ontzegd, hem het netwerkaccount van Saxion ontnomen, hem de toegang tot de Saxion Bibliotheek en ruimten waar zich ICT-voorzieningen bevinden ontzegd en hem de toegang tot gebouwen en terreinen van Saxion ontzegd voor de periode van 8 december 2025 tot en met 19 april 2026. [verzoeker] is student aan de bacheloropleiding Bedrijfskunde aan Saxion Hogeschool. Het college heeft aan de beslissing van 8 december 2025 ten grondslag gelegd dat op 19 november 2025 door meerdere betrokkenen is gemeld dat [verzoeker] ongewenst gedrag heeft vertoond, bestaande uit verbale en fysieke agressie richting een docent van Saxion Hogeschool. [verzoeker] verzoekt de voorzieningenrechter de beslissing van 8 december 2025 te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:533
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506028/1/A2

202506098/2/R1

Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland het verzoek van de Stichting tot intrekking van de vergunning van Vitens N.V. voor het onttrekken van maximaal 6.000.000 m3 grondwater per jaar op de locatie Hemmen, afgewezen. Op 19 februari 2001 heeft het college aan de rechtsvoorganger van Vitens een vergunning verleend voor onder meer het onttrekken van maximaal 6.000.000 m3 grondwater per jaar op de locatie Hemmen. Het Lijndensche Fonds is eigenaar van het perceel aan de Hemmensestraat 17 in Randwijk. Zij vreest schade als gevolg van de grondwateronttrekkingen. Zij heeft daarom al eerder verzocht om een gedeeltelijke intrekking van de vergunning. Dat verzoek heeft het college destijds bij besluit van 31 januari 2017 afgewezen. De afwijzing van dat verzoek is met de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1876 definitief geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:544
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202506098/2/R1

BRS.25.000410

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:515
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000410

BRS.25.001082

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:528
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001082

BRS.25.002620

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:525
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002620

202306348/1/V1

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat betrokkene geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:564
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306348/1/V1

202505724/2/A3

Bij besluit van 6 januari 2023 heeft de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur op verzoek van Stichting Animal Rights 29 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Stichting Animal Rights heeft de minister op 24 maart 2022 verzocht om informatie openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Zij heeft gevraagd om informatie over alle in Nederland gevestigde konijnenhouderijen, waar konijnen worden gehouden als landbouwhuisdieren, over de periode van 1 januari 20217 tot 24 maart 2022. Het gaat om alle documenten die gaan over uitgevoerde inspecties en andersoortige controles en bezoeken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:511
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202505724/2/A3

BRS.26.000152

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:521
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000152

BRS.26.000393

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:527
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000393

BRS.26.000410

Bij besluit van 28 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:454
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000410

BRS.26.000455

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:523
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000455

BRS.26.000460

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:522
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000460

202401508/2/V3

Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 15 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:532
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401508/2/V3

202404578/1/V3

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:517
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404578/1/V3

202405413/1/V1

Bij besluit van 29 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:516
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405413/1/V1
12...1.229volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon