Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.946
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202300207/2/R2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij tussenuitspraak van 24 december 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:6391) heeft de Afdeling de raad van de gemeente Oirschot opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 18 oktober 2022, waarbij het bestemmingsplan "Stapakker / Oude Grintweg 59a te Oirschot" is vastgesteld, te herstellen. Bij besluit van 26 mei 2026 (het herstelbesluit) heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Stapakker / Oude Grintweg 59a te Oirschot" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. [appellant] en anderen hebben daarover een zienswijze naar voren gebracht. Met het herstelbesluit heeft de raad het bestemmingsplan "Stapakker / Oude Grintweg 59a te Oirschot" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De raad heeft een motivering toegevoegd en onder andere uitgelegd hoe het plan zich verhoudt tot de "Omgevingsvisie Oirschot" en het "Actieplan Woningbouw Oirschot 2.0", met verwerking van het addendum van 19 december 2023.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant

202304894/1/R3(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Leeuwarden - De Zuidlanden, plandeel De Hem" vastgesteld. In de toelichting bij het bestemmingsplan staat dat Leeuwarden groeit. Er is vraag naar meer woningen. Daarom wordt ten zuidoosten van het dorp Goutum een aantal buurtschappen gerealiseerd, met de overkoepelende naam "Zuidlanden". In de afgelopen jaren zijn de buurtschappen Goutum-Súd, Techum, Wiarda en De Klamp gebouwd. Buurtschap Unia is in voorbereiding. Buurtschap De Hem is het laatste te ontwikkelen buurtschap in Zuidlanden-Oost. In De Hem komen maximaal 395 woningen in verschillende typen en segmenten, variërend van rij- tot vrijstaande woningen en van dure koop tot sociale huur. De raad heeft het bestemmingsplan vastgesteld om deze ontwikkeling in juridisch-planologische zin mogelijk te maken. Dorpsbelang Goutum, [appellant sub 2] en It Fryske Gea en anderen kunnen zich alle niet verenigen met het bestemmingsplan en hebben daarom beroep ingesteld.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202304894/1/R3

202400103/1/R(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 21 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort geweigerd om aan [persoon A] en [persoon B] een omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van de garagegevel en het omzetten van het gebruik van de garage naar een logiesfunctie op het perceel [locatie 1] in Zandvoort, omdat voor de aangevraagde situatie geen omgevingsvergunning nodig was (de positieve weigering). [appellant] woont aan de [locatie 2] in Zandvoort. Haar buren, [persoon A] en [persoon B], hebben een omgevingsvergunning aangevraagd voor het wijzigen van de gevel van de garage van hun woning en het omzetten van het gebruik van die garage naar een logiesfunctie op het perceel [locatie 1]. Het college heeft geweigerd de vergunning te verlenen omdat er geen vergunning nodig is op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, van de Wabo. De aangevraagde situatie is volgens het college namelijk niet in strijd met het bestemmingsplan en voldoet aan de criteria van artikel 2, onderdeel 7, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) om als een geval te worden aangemerkt waarin geen omgevingsvergunning voor bouwen en planologische gebruiksactiviteiten vereist is. Inmiddels is de gevel gewijzigd en wordt de garage gebruikt als logiesruimte.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Omgevingsplan
  • RO - Noord-Holland

202400393/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) aan Vereniging Tennisclub Bergen N.H. (TC Bergen) omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van twee padelbanen op het adres Churchilllaan 2 in Bergen. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag in overeenstemming is met de op het perceel rustende bestemming "Doeleinden van sport en recreatie" en er verder geen andere weigeringsgronden zijn. Het college heeft op grond van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo een omgevingsvergunning verleend. Daarbij heeft het aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden dat een akoestisch onderzoek en lichtonderzoek noodzakelijk zijn als onderdeel van de melding Activiteitenbesluit milieubeheer. De vereniging en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan. Volgens hen is de evidente bedoeling van het bestemmingsplan om de aanleg van een sport of speelveld in de buitenlucht toe te staan met de daarbij horende voorzieningen, bestaande uit kantine, kleedkamers en dergelijke.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Omgevingsplan
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202400393/1/R1

202400460/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 20 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland aan [VOF] omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk plaatsen van containers voor opslag, een kantoor en een toiletunit voor de exploitatie van een voedselbos op het perceel [locatie 1] in Brouwershaven. [appellant A] en [appellant B] wonen op het perceel [locatie 2] in Brouwershaven en exploiteren op datzelfde adres een camping onder de naam [camping]. Dit perceel ligt naast het perceel waar de omgevingsvergunning op ziet. [appellant A] en [appellant B] vinden het voedselbosconcept ten behoeve waarvan de bebouwing is aangevraagd alsook de bebouwing zelf niet passen binnen de omgeving en vrezen een aantrekkende werking van het voedselbos met negatieve ruimtelijke gevolgen. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college ten onrechte en ongemotiveerd van het advies van de bezwaarschriftencommissie is afgeweken. Zij wijzen erop dat in het advies van de bezwaarschriftencommissie is opgenomen dat het besluit nog niet voldoende duidelijk is.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • RO - Zeeland
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202400460/1/R1

202401589/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 23 september 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellante] een compensatie toe te kennen voor de jaren 2005 tot en met 2011. [appellante] heeft verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. Bij het besluit van 23 september 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellante] voor de jaren 2005 tot en met 2011 een compensatie toe te kennen, waarbij de Dienst het advies van de Commissie van Wijzen van 8 september 2021 heeft overgenomen. Volgens de Dienst Toeslagen zijn de herstelregelingen voor het jaar 2005 niet van toepassing en is voor de jaren 2006 tot en met 2011 geen sprake van institutioneel vooringenomen handelen. Voor de jaren 2006, 2007, 2009 en 2011 is het voorschot kinderopvangtoeslag meermaals herzien naar aanleiding van wijzigingen die [appellante] zelf heeft doorgegeven. De kinderopvangtoeslag is vervolgens definitief vastgesteld aan de hand van de stukken die [appellante] heeft verstrekt, informatie van de kinderopvanginstellingen en het toetsingsinkomen.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Geld

202402405/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Sluis de aanvraag van Trusthave Management om een bestemmingsplan vast te stellen voor de realisatie van een hotel aan de Markt 3 en de Raamstraat 1 in Oostburg afgewezen. Trusthave Management is eigenaar van de gebouwen aan de Markt 3 en de Raamstraat 1 in Oostburg. Zij wil in deze gebouwen, die verbonden zijn door een luchtbrug, een hotel realiseren. Om de komst van het hotel mogelijk te maken, heeft zij de raad verzocht om het ontwerpbestemmingsplan "Markt 3 en Raamstraat 1, Oostburg" vast te stellen. In het ontwerpbestemmingsplan wordt aan de Raamstraat 1 de aanduiding "specifieke vorm van horeca - hotel" toegekend en wordt de maximale goothoogte van de achterzijde van de Markt 3 verhoogd tot 8 meter. In de bouwvlakken zijn maximaal 60 hotelkamers toegestaan. Aan het besluit om het plan niet vast te stellen heeft de raad ten grondslag gelegd dat het plan niet voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening, omdat het plan niet voorziet in het opvangen van de te verwachten parkeerbehoefte van het hotel. Trusthave Management betoogt dat de parkeerbehoefte onjuist is berekend.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202402405/1/R1

202402772/1/R2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 12 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught het wijzigingsplan "[locatie] Helvoirt" vastgesteld. Het wijzigingsplan maakt de bouw van een nieuwe woning mogelijk. [appellant A]en [appellant B] hebben alle aanwezige bebouwing van een agrarisch bedrijf en een bedrijfswoning gesloopt en zijn van plan een nieuwe woning met bijgebouwen te bouwen. [appellant A]en [appellant B] zijn het niet eens met het wijzigingsplan, omdat de woning die mogelijk wordt gemaakt kleiner is dan zij wensen. Zij vinden dat een woning met een inhoud van 850 m3 mogelijk moet worden gemaakt in plaats van de 750 m3 die het college mogelijk maakt. [appellant A] en [appellant B] betogen dat het wijzigingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening omdat geen woning met een inhoud van 850 m3 mogelijk is gemaakt.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant

202402898/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 16 april 2020 heeft de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) afgewezen. Op 23 juli 2019 heeft [appellant] de minister op grond van (onder meer) de Wob verzocht om informatie te verstrekken. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van alle documenten die betrekking hebben op een aantal specifiek genoemde exportvergunningen voor zogenaamde dual-use goederen, zoals formulieren, check-lijsten, puntenlijsten, aanwijzingen, briefings, digitale communicaties, interne communicatie (waaronder e-mail), meldingen, mutaties, databestanden, registraties en andere documenten. Met het besluit van 16 april 2020 heeft de minister besloten om de 89 documenten die zijn aangetroffen niet openbaar te maken op grond van artikel 12 van Verordening (EU) 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (het DWU).

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid

202403489/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij afzonderlijke besluiten van 17 november 2021 heeft de Dienst Toeslagen, voor zover van belang, geweigerd aan [appellant] een compensatie toe te kennen voor de jaren 2007 tot en met 2010.[appellant] heeft op 4 december 2019 verzocht om een herbeoordeling van zijn recht op kinderopvangtoeslag. Bij besluit van 26 mei 2021 is aan hem een compensatie van € 30.000,00 toegekend op grond van de zogenoemde Catshuisregeling. Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een compensatie van € 9.002,00 toegekend vanwege vooringenomen handelen in de maanden november en december 2006. Omdat al een voorlopig compensatiebedrag van € 30.000,00 aan [appellant] is toegekend, heeft hij hiervoor geen aanvullend bedrag uitbetaald gekregen.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Geld

202403518/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 31 juli 2023 heeft de burgemeester van Heerlen besloten het bedrijfspand en de daarbij behorende loods aan Uterweg 123 in Heerlen te sluiten voor de duur van zes maanden. rinacria Trading B.V. exploiteert aan Uterweg 123 in Heerlen een winkel in tuin- en bouwmarktproducten, een bloemenwinkel en een pakkettenservicepunt. Goederen zijn ook via de website www.all4plants.com te bestellen. Archimede Real Estate B.V. is eigenaresse van het perceel. Archimede Holding is de bestuurder en enig aandeelhouder van zowel Trinacria Trading, als van Archimede Real Estate. Op 25 mei 2023 is in het bedrijfspand een bestuurlijke controle uitgevoerd. Bij deze controle werden veel goederen aangetroffen die gebruikt (kunnen) worden bij de teelt van hennep. Daarop is de politie gevraagd ter plaatse te komen. De politie heeft onderzoek verricht en naar aanleiding daarvan de bestuurlijke rapportage van 30 juni 2023 opgesteld. In de bestuurlijke rapportage staat dat het vermoeden is ontstaan dat [gemachtigde], die bestuurder en enig aandeelhouder is van Archimede Holding is, wist dan wel op zijn minst ernstige redenen had om te vermoeden dat de te koop aangeboden en voorhanden zijnde voorwerpen bestemd waren voor de beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepteelt. Daarmee bestaat de verdenking dat artikel 11a van de Opiumwet is overtreden.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Wet Bibob
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202403518/1/A3

202403895/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 29 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van de nokhoogte van het bijgebouw aan de [locatie 1]. Het college heeft aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van de nokhoogte met een hoogte van 6,20 meter van een bijgebouw aan de [locatie 1] in Maastricht. [appellant sub 2] woont op het naburige perceel [locatie 2] en [appellante sub 1] was mede-eigenaresse van dit perceel. Volgens de erven van [appellante sub 1] en [appellant sub 2] is de nokhoogte van het bijgebouw aan de [locatie 1] meermaals verhoogd en zorgt dit voor een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat voor de bewoner(s) van het perceel [locatie 2]. Ook is volgens hen om verschillende redenen niet voldaan aan de redelijke eisen van welstand. te Maastricht.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen

202405264/1/R3(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Druten het bestemmingsplan "Groenemorgen Afferden" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de bouw van 60 grondgebonden woningen mogelijk op het terrein aan de Driemorgen in Afferden. Het gaat om aaneengebouwde woningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen, voor zowel starters als doorstromers binnen bestaand stedelijk gebied. [appellant] en anderen zijn omwonenden. Zij kunnen zich om meerdere redenen niet met het plan verenigen. [appellant] en anderen betogen dat de wijze waarop de raad invulling heeft gegeven aan participatie, in het licht van de belangen van omwonenden, gebrekkig en onvoldoende is. [appellant] en anderen hebben bezwaren tegen de gekozen locatie waar (zwaar) bouwverkeer het plangebied zal betreden vanwege de mogelijke overlast daarvan. Zij willen dat (zwaar) bouwverkeer via een andere route naar het plangebied zal rijden.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202405264/1/R3

202407139/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 30 september 2024 heeft de raad van de gemeente Noordoostpolder, voor zover nu van belang, het bestemmingsplan "Emmeloord, Rietstraat (noord)" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Emmeloord, Rietstraat (noord)" heeft betrekking op het woongebied rondom de Rietstraat ten noorden van de Moerasandijviestraat in Emmeloord. Woningbouwcorporatie Mercatus is initiatiefnemer van de woningbouwontwikkeling. In het plangebied zijn 41 grondgebonden woningen aanwezig, waarvan 36 sociale huurwoningen en vijf koopwoningen. De technische staat van de woningen is verouderd. Ook voldoen de woningen niet meer aan de hedendaagse duurzaamheidseisen en is de doelgroep van de woningcorporatie veranderd. Daarom wil Mercatus de woningen slopen en nieuwe woningen realiseren. De vijf koopwoningen blijven behouden. Huurwoningen die tegen bestaande koopwoningen zijn gebouwd worden niet gesloopt, maar gerenoveerd. Per saldo worden vier woningen toegevoegd.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Flevoland
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202407139/1/R1

202407880/1/R2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 14 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bernheze aan [partij], handelend onder de naam [paardenhouderij] (vergunninghoudster), een omgevingsvergunning verleend voor een bedrijfswoning met bijgebouw aan het adres [locatie 1] in Heeswijk-Dinther. Vergunninghoudster heeft een paardenhouderij aan de [locatie 1]. Zij wil ten behoeve van haar bedrijf op het perceel een bedrijfswoning met bijgebouw bouwen. Het college heeft daarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en handelen in strijd met de regels van ruimtelijke ordening verleend. Omdat het bestemmingsplan "Buitengebied Bernheze 2012-1" geen mogelijkheden biedt om de bedrijfswoning met bijgebouw mogelijk te maken, heeft het college de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wabo verleend. De rechtbank heeft het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de bedrijfswoning en het bijgebouw gegrond verklaard en deze omgevingsvergunning vernietigd. Volgens de rechtbank is de noodzaak voor een bedrijfswoning op het perceel als bedoeld in artikel 3.70, eerste lid, van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) niet aangetoond.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Omgevingsplan

202500438/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht aan Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland (Natuurmonumenten) een omgevingsvergunning verleend voor het uitvoeren van legakkerherstel in de Tienhovense plassen. Natuurmonumenten wil grootschalig onderhoud uitvoeren in de Tienhovense plassen om het open legakkerlandschap te behouden en de fauna te ondersteunen. Hiervoor heeft het college haar een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen van een bouwwerk, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo en het uitvoeren van werkzaamheden, als bedoeld in dat artikellid, onder b. De werkzaamheden omvatten onder meer het plaatsen van rasters en rietkorven voor ganzen, het aanbrengen van oeverbeschoeiing en het plaatsen van palen om afkalving van de legakkers tegen te gaan, het verwijderen van houtopstanden en het plaatsen van grasbetonstenen en damwanden.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • Omgevingsplan
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202500438/1/R4

202500779/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe een omgevingsvergunning verleend aan The Dutch Business Sport and Recreation Development II B.V. (The Dutch) voor het aanleggen van een tijdelijk waterbassin op de percelen met de kadastrale nummers [locatie 1] en [locatie 2] in Vuren. De vergunning is verleend tot en met 23 december 2028. The Dutch heeft in het verleden opdracht gegeven aan een grondbedrijf om een geluidwal aan te brengen, inclusief een ophoging van ongeveer 150 meter breed. Bij deze ophoging heeft het grondbedrijf staalslakken op de percelen gestort. Staalslakken zijn een restproduct van de staalproductie en mogen onder voorwaarden worden toegepast als bouwstof. De staalslakken zijn echter onjuist toegepast en in aanraking gekomen met grondwater waardoor een verontreiniging van de bodem en het grondwater is ontstaan. The Dutch moet maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat staalslakken niet meer met gronden of hemelwater in contact kunnen komen. Het verontreinigd raken van water moet daarmee worden beëindigd.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen

202500993/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 13 november 2024 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Zuidas - Zuidasdok 2023" vastgesteld. Op 18 maart 2016 heeft de toenmalige minister van Infrastructuur en Milieu het Tracébesluit 'Zuidasdok' vastgesteld. Hiertegen heeft onder andere de Vereniging van Eigenaars Zuidcirkel Pilotenstraat (de VvE) beroep ingesteld. Bij uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1141, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het beroep van de VvE over onder meer de beroepsgronden die van belang zijn voor de nu voorliggende procedure. Het gaat daarbij in het bijzonder over de beroepsgrond over geluid. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben in hun beroepen aangevoerd dat zij zich niet kunnen verenigen met de mogelijkheden die het plan biedt voor de oprichting van geluidschermen tegenover het bedrijfsgebouw. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben in hun beroepen aangevoerd dat zij zich niet kunnen verenigen met de mogelijkheden die het plan biedt voor de oprichting van geluidschermen tegenover het bedrijfsgebouw.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202500993/1/R1

202501123/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 28 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam beslist op een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Bij e-mail van 29 mei 2022, aangevuld op 1 juni 2022, heeft [appellant] het college verzocht om openbaarmaking van informatie die verband houdt met het beleid ten aanzien van onafhankelijke taxatiedeskundigen bij het vaststellen van een canonherziening einde tijdvak. Het college heeft 65 documenten aangetroffen die binnen de reikwijdte van het verzoek vallen en deze grotendeels openbaar gemaakt. [appellant] betoogt dat de rechtbank de mededeling van het college dat er niet meer documenten zijn die onder het verzoek vallen ten onrechte niet ongeloofwaardig heeft geacht en ten onrechte niet door hem aannemelijk gemaakt heeft geacht dat er toch meer documenten onder het college berusten.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202501123/1/A3

202501499/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 19 december 2024 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer het bestemmingsplan "Hoofddorp woongebieden en Buitenkaag" vastgesteld. Het bestemmingsplan gaat onder meer over het gebied Boseilanden en is grotendeels conserverend van aard. De [locatie] ligt in het plangebied Boseilanden. Ten opzichte van het vorige ter plaatse geldende bestemmingsplan "Zwaanshoek Noord en Boseilanden 2e herziening" leidt het bestemmingsplan er onder meer toe dat een groter gedeelte van de [locatie] de bestemming "Tuin" heeft en een kleiner deel de bestemming "Wonen". [appellant] woont aan de [locatie] en vreest onder meer voor een beperking van de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van haar perceel.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland

202501532/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd twee private schulden van [appellant] over te nemen. [appellant] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de minister van Financiën gevraagd om een schuld van € 6.134,20 bij de ING Bank en een schuld van € 518,97 bij Intrum over te nemen. De minister heeft geweigerd om de schuld van € 6.134,20 bij de ING Bank over te nemen, omdat het een schuld betreft bij een financiële instelling en er geen betalingsachterstanden zijn ontstaan tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021, waardoor de schuld opeisbaar zou zijn geworden. Ook de schuld van € 518,97 bij Intrum heeft de minister geweigerd over te nemen, omdat het een schuld betreft, ontstaan uit een krediet, die opeisbaar is geworden ná 31 mei 2021.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Geld

202501841/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 26 september 2022 heeft de burgemeester van Nijmegen de sluiting bevolen van het door [appellante] geëxploiteerde lunchcafé onder oplegging van een last onder bestuursdwang. [appellante] exploiteerde sinds 2019 twee in hetzelfde pand gevestigde horecagelegenheden aan het Jorens Ivensplein in Nijmegen. Het gaat om een cafetaria genaamd [cafetaria] en om een lunchcafé genaamd [lunchcafé]. Tot 1 maart 2022 waren [vennoot A] en [vennoot C] de vennoten van de vof. Zij beschikten voor het lunchcafé over een alcoholvergunning van 28 oktober 2019. Op 1 maart 2022 is [vennoot C] als vennoot uit de vof getreden. Op 22 maart 2022 is de zoon van [vennoot A], [vennoot B], als vennoot tot de vof toegetreden. Met het besluit van 26 september 2022 heeft de burgemeester bevolen het lunchcafé te sluiten onder oplegging van een last onder bestuursdwang. Door het uittreden van [vennoot C] en het intreden van [vennoot B] tot de vof is volgens de burgemeester sprake van een gewijzigde exploitatie, waardoor de alcoholvergunning niet langer geldig is. Volgens de burgemeester is daarmee artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet overtreden.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

202501844/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 31 juli 2023 heeft de burgemeester van Nijmegen de aanvraag van [appellante] voor een exploitatievergunning afgewezen. [appellante] exploiteerde sinds 2019 twee in hetzelfde pand gevestigde horecagelegenheden aan het Jorens Ivensplein in Nijmegen. Het gaat om een cafetaria genaamd [cafetaria] en om een lunchcafé genaamd [lunchcafé]. Tot 1 maart 2022 waren [vennoot A] en [vennoot C] de vennoten van de vof. Op 1 maart 2022 is [vennoot C] als vennoot uit de vof getreden. Op 22 maart 2022 is de zoon van [vennoot A], [vennoot B], als vennoot tot de vof toegetreden. Als gevolg van deze wijziging heeft de burgemeester de cafetaria bij besluit van 18 augustus 2022 gesloten, omdat [appellante] niet langer in het bezit was van een exploitatievergunning. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft onder meer geoordeeld dat de burgemeester de aanvraag mocht afwijzen op de grond dat aangenomen moest worden dat de inrichting de woon- en leefsituatie en de openbare orde in de omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig zal beïnvloeden.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

202501847/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft de burgemeester van Nijmegen, voor zover hier van belang, de sluiting bevolen van de door [vennoot] geëxploiteerde cafetaria onder oplegging van een last onder bestuursdwang. [vennoot] exploiteerde sinds 2019 twee in hetzelfde pand gevestigde horecagelegenheden aan het Jorens Ivensplein in Nijmegen. Het gaat om een cafetaria genaamd [cafetaria] en om een lunchcafé genaamd [lunchcafé]. Tot 1 maart 2022 waren [vennoot A] en [vennoot C] de vennoten van de vof. Zij hadden voor de cafetaria een exploitatievergunning van 10 januari 2019. Op 1 maart 2022 is [vennoot C] als vennoot uit de vof getreden. Op 22 maart 2022 is de zoon van [vennoot A], [vennoot B], als vennoot tot de vof toegetreden. Als gevolg van deze wijziging heeft de burgemeester op 21 juni 2022 aan [vennoot] het voornemen bekendgemaakt om de cafetaria onder oplegging van een last onder bestuursdwang te sluiten. Met het besluit van 18 augustus 2022 heeft de burgemeester de cafetaria gesloten, omdat [vennoot] niet langer in het bezit is van een exploitatievergunning. Volgens de burgemeester is de exploitatievergunning van [vennoot] door de uittreding van [vennoot C] uit de vof en de toetreding van de heer [vennoot] tot de vof van rechtswege vervallen in de zin van artikel 2.33b, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Algemene Plaatselijke Verordening Nijmegen.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

202501858/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

De erven hebben het college van burgemeester en wethouders van Putten op 1 januari 2023 verzocht om vergoeding van de schade die zij hebben geleden als gevolg van de aan [persoon B] en [persoon A] opgelegde last onder dwangsom. Het college heeft bij besluit van 20 oktober 2021 aan [persoon B] en [persoon A], de ouders van de erven, een last onder dwangsom opgelegd. De ouders bewoonden permanent een recreatiewoning op het perceel [locatie], wat in strijd was met het bestemmingsplan en waarvoor geen omgevingsvergunning was verleend. De last onder dwangsom beoogde het gebruiken van het perceel en de daarop aanwezige opstallen voor huisvesting van personen die het gebruiken als centrum van hun sociaal maatschappelijk leven te beëindigen. Bij besluit van 6 april 2022 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dat besluit is met de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 februari 2023 in rechte vast komen te staan.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Schadevergoeding

202502042/1/R2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [bedrijf] een ontheffing verleend van de verboden in artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wet natuurbescherming (de Wnb) voor het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (de Wnb-ontheffing). [bedrijf] wil aan de [locatie] een kantoorpand renoveren, dit omvormen tot wooneenheden en twee nieuwe grondgebonden woningen bouwen die samen met het gerenoveerde kantoorpand als woonhofje zullen worden ingericht. Uit onderzoek is gebleken dat er een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in het kantoorpand aanwezig is. Het college heeft ten behoeve van het project een Wnb-ontheffing verleend voor het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis. De ontheffing is verleend voor de periode tot en met 1 november 2028. [appellant A] en [appellant B] wonen direct naast het projectgebied en zijn het niet eens met de verleende ontheffing.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202502042/1/R2

202502552/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 27 maart 2023 heeft de burgemeester van Breda besloten het winkelpand aan [locatie 1] in Breda te sluiten voor de duur van twaalf maanden. [wederpartij] is eigenaar van het bedrijfspand aan [locatie 1] in Breda. Hij heeft het pand verhuurd aan het bedrijf ENRW Trading B.V., dat in het pand een winkel in bloemen, planten, zaden en tuinbenodigdheden exploiteerde. Bij een eerder besluit, van 31 maart 2021, heeft de burgemeester besloten het bedrijfspand op grond van artikel 11a van de Opiumwet te sluiten. Het pand is feitelijk gesloten geweest voor zes maanden, namelijk van 7 mei 2021 tot 7 november 2021. Op 2 december 2022 heeft de politie samen met de afdeling Toezicht en Handhaving van de gemeente bij ENRW Trading een bestuurlijke nacontrole uitgevoerd. Daarbij zijn opnieuw verschillende middelen aangetroffen die geschikt zijn om een hennepplantage op te zetten, waaronder bestrijdingsmiddelen, strijkzakken, elektrische verwarmingen, ventilatoren. afzuigbuizen, (omvormers voor) assimilatielampen en stroomkabels. De bevindingen zijn opgenomen in de bestuurlijke rapportage van 6 december 2022. Daarnaast heeft een hoofdagent die expertise geniet op het gebied van hennepzaken over de situatie een proces-verbaal van bevindingen opgesteld.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Drugs

202502660/3/R1

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de raad van de gemeente Echt-Susteren het bestemmingsplan "Woon-zorgcomplex Jozefstraat te Susteren" vastgesteld. Het plan voorziet in een woonzorgcomplex met 36 zorgappartementen met dagbesteding aan de Jozefstraat te Susteren. Daartoe is de bestemming "Maatschappelijk" en de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie 3" en "Waarde - Cultuurhistorie" en een bouwvlak aan de gronden toegekend. De maximaal toegestane bouw- en goothoogte is 7 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5998
Datum uitspraak
12 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202502660/3/R1

202502778/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij afzonderlijke besluiten van 15 juni 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een schriftelijke waarschuwing preventieve stillegging van werk gegeven en een boete van € 8.100,00 opgelegd vanwege het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet (de Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit (het Arbobesluit). [appellante] is een gecertificeerd asbestsaneringsbedrijf. Op 29 november 2022 werden door werknemers van [appellante] asbesthoudende dak- en plafondplaten verwijderd van een pand aan de [locatie]. Arbeidsinspecteurs bij de Nederlandse Arbeidsinspectie zijn naar aanleiding van een melding van een toezichthouder van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant een onderzoek bij [appellante] gestart, waarvan de bevindingen zijn vastgelegd in het boeterapport van 14 maart 2023. In het boeterapport is vermeld dat een deskundig asbestverwijderaar in dienst van [appellante] op een steiger vanaf een hoogte van ca 6 m een asbesthoudende dakplaat naar beneden heeft gegooid. Dit terwijl uit het werkplan voor de asbestsaneringswerkzaamheden volgt dat de afkomende dakplaten voorzichtig in platenzakken op de steiger zouden worden gelegd en na afloop van de saneringswerkzaamheden in de containerbak zouden worden gehesen.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Boete

202503691/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van het pand aan de [locatie 1] in Almere voor begeleid wonen. Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college [appellant sub 1], als huurder van het pand aan de [locatie 1] in Almere, een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van dat pand voor begeleid wonen van (jong)volwassenen met een verstandelijke beperking. Bij besluiten van 6 mei 2024 heeft het college [appellant sub 1], als huurder van het pand aan de [locatie 2] in Almere, en [appellant sub 2A], als (mede-)eigenaar van dat pand, elk een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van dat pand voor begeleid wonen van (jong)volwassenen met een verstandelijke beperking. Volgens het college staat het ter plaatse geldende bestemmingsplan het gebruik van de panden voor begeleid wonen niet toe, zodat zich een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voordoet. Bijzondere omstandigheden om af te zien van handhavend optreden zijn er volgens het college niet. De rechtbank is het college hierin gevolgd.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

202503916/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de raad van de gemeente Oude IJsselstreek het "TAM-omgevingsplan "kern Varsseveld, locatie Essenkamp"" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Oude IJsselstreek (het wijzigingsbesluit) vastgesteld. Het wijzigingsbesluit gaat over de wijk Essenkamp. Stichting Wonion is een wooncorporatie. Zij bezit een aantal huurwoningen in deze wijk. In de motivering bij het wijzigingsbesluit staat dat de stichting haar woningen wil verduurzamen. Voor een deel van de woningen betekent dit dat deze worden gerenoveerd. Daarnaast zullen 54 woningen worden gesloopt. Ter vervanging van de gesloopte woningen worden 69 woningen gebouwd. Verder wordt een schoolgebouw dat niet langer in gebruik is gesloopt. Daarvoor in de plaats komt of een gebouw met maximaal 22 gewone woningen of 22 zorgwoningen, of er komen acht twee-aaneen gebouwde reguliere woningen. Tot slot wordt de openbare ruimte heringericht met meer groen en klimaatadaptieve maatregelen. Om dit mogelijk te maken, heeft de raad het wijzigingsbesluit genomen. [appellant] en anderen wonen in de wijk Essenkamp. Zij kunnen zich niet verenigen met de ontwikkelingen die de raad voor ogen heeft op de locatie van het schoolgebouw.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202503916/1/R4

202504710/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de burgemeester van Echt-Susteren onder aanzegging van bestuursdwang gelast het lokaal aan de Rangeerweg 6 in Susteren (het bedrijfspand) te sluiten voor de duur van zes maanden. Archimede Real Estate B.V. is eigenaar van en gevestigd in het bedrijfspand. Op 10 september 2024 hebben toezichthouders van de gemeente Echt-Susteren een bestuurlijke controle uitgevoerd in het bedrijfspand. Uit een bestuurlijke rapportage daarover volgt dat op 5 december 2023 in een ander pand in de gemeente Echt-Susteren een growshop is aangetroffen. Dit pand is gesloten op grond van de Opiumwet. De eigenaar van deze growshop heeft verklaard dat hij de spullen, die te relateren zijn aan hennepteelt, heeft gekocht bij Archimede. Tijdens de bestuurlijke controle van 10 september 2024 zijn in het bedrijfspand van Archimede grote handelshoeveelheden van stoffen en producten aangetroffen die gebruikt kunnen worden bij de teelt van hennepplanten. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Zij heeft geoordeeld dat de burgemeester het pand mocht sluiten. Archimede betoogt dat de burgemeester niet bevoegd was om het bedrijfspand te sluiten. Archimede stelt dat zij geen growshop voert, maar een groothandel voor tuinartikelen met een zeer ruim assortiment.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

202505045/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren een aanvraag van [appellant sub 1] om vergoeding van de over de jaren 2016 tot en met 2023 aan de Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG) betaalde contributie afgewezen. [appellant sub 1] is raadslid in de gemeente Echt-Susteren. Hij is lid van de VPPG en is daarvoor jaarlijks contributie verschuldigd. [appellant sub 1] heeft het college bij e-mailbericht van 28 december 2022 verzocht om vergoeding van de contributie over de jaren 2016 tot en met 2023. Het college heeft dit geweigerd. Volgens het college is voor het jaar 2016 al eerder om een vergoeding van de contributie verzocht en is de afwijzing van die aanvraag in rechte onaantastbaar. Voor zover [appellant sub 1] opnieuw om vergoeding van de contributie over dat jaar heeft verzocht, heeft het college de aanvraag met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht afgewezen onder verwijzing naar het eerdere besluit van 11 mei 2016.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Geld

202600061/3/R1(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 29 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere de groenstrook aan de Daan Hoeksemastraat ter hoogte van de Flipjestraat in Almere, aangewezen voor het plaatsen van vier ondergrondse inzamelcontainers. Bij tussenuitspraak van 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3164, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen zes weken na verzending van die tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 29 december 2025 te herstellen en een eventueel nieuw of gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. In overweging 9.3 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het college het besluit van 29 december 2025 onvoldoende heeft gemotiveerd waar het gaat om de vraag waarom de alternatieve locatie aan de Jochem Jofelstraat niet zodanig geschikter is dan de aangewezen locatie dat geoordeeld moet worden dat het college niet heeft mogen vasthouden aan zijn keuze voor de aangewezen locatie, maar had moeten kiezen voor de alternatieve locatie.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval

202601518/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 18 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 december 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening 2010 en de daarop gebaseerde uitvoeringsregeling van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een stuk karton, dat op 10 december 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] het stuk karton verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam- en adresgegevens op het stuk karton staan. [appellant] betoogt dat hij het stuk karton niet heeft achtergelaten op de wijze waarop het is aangetroffen.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval

202601610/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij beslissing van 1 oktober 2025 heeft de examencommissie van de faculteit der Tandheelkunde van de Vrije Universiteit het verzoek van [appellante] om de geldigheidsduur van de resultaten van haar bacheloropleiding Tandheelkunde te verlengen afgewezen.[appellante] is in 2013 aan de Vrije Universiteit begonnen aan de bacheloropleiding Tandheelkunde. Tot en met 2015 heeft zij twee praktische vakken afgerond. In studiejaar 2018-2019 heeft [appellante] de studie opnieuw opgepakt. Door persoonlijke omstandigheden heeft zij vanaf 2021 geen resultaten meer behaald. Zij heeft op 25 september 2025 de examencommissie verzocht om de geldigheid van de door haar tot 2021 behaalde resultaten te verlengen. De examencommissie heeft het verzoek van [appellante] afgewezen, omdat vrijwel alle resultaten die [appellante] heeft behaald door tijdsverloop zijn vervallen. [appellante] moet de vakken daarom over doen, zoals is bepaald in de vastgestelde overgangsregeling. De resultaten voor de onderwijsonderdelen Cellen en weefsels, Introductie, Orgaansystemen en Wetenschappelijke stage kunnen worden verlengd of vrijgesteld, omdat de inhoud van deze vakken niet veel veranderd is.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken

202601622/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij beslissing van 16 december 2025 heeft de directeur van het Instituut voor Recht van de Hogeschool Utrecht het verzoek van [appellante] om verlaging van het instellingscollegegeldtarief afgewezen. [appellante] heeft in april 2025 de bacheloropleiding HBO-Rechten aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen afgerond. In september 2025 heeft zij zich ingeschreven voor de bacheloropleiding HBO-Rechten aan de Hogeschool Utrecht (HU), omdat zij de afstudeerrichting kandidaat-gerechtsdeurwaarder wil volgen. Door haar eerdere opleiding hoeft zij niet de volledige opleiding van in totaal 240 ECTS te volgen. Om de opleiding aan de HU met de afstudeerrichting kandidaat-gerechtsdeurwaarder af te ronden, moet zij in totaal 120 ECTS halen. Het college van bestuur van de Hogeschool Utrecht heeft in de beslissing van 16 april 2026 geconcludeerd dat het besluit van 16 december 2025 ten onrechte door de directeur van het Instituut voor Recht is genomen.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken

202602043/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij beslissing van 4 november 2025 heeft de examinator het door [appellant] gemaakte tentamen Inleiding Criminologie met het cijfer 6 beoordeeld. [appellant] volgt de masteropleiding Nederlands recht, specialisatie strafrecht, aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is het niet eens met zijn cijfer voor het vak Inleiding Criminologie en het verloop van de nabespreking van het tentamen voor dit vak. Het CBE heeft de beoordeling in stand gelaten en geconcludeerd dat de inzage en nabespreking van het tentamen voldoende zorgvuldig is verlopen. [appellant] betoogt dat het CBE niet heeft onderkend dat hij recht heeft op een individuele bespreking van het door hem gemaakte tentamen en dat die bespreking moet zijn gericht op het duidelijk maken van onjuistheden of gebreken in de gegeven antwoorden. Hoewel er een individuele bespreking is georganiseerd, was die bespreking niet gericht op het duidelijk maken van onjuistheden of gebreken in de gegeven antwoorden. Het CBE heeft ook niet onderkend dat de examinator uitgewerkte modelantwoorden beschikbaar had moeten stellen. Verder is het CBE ten onrechte voorbijgegaan aan zijn stelling dat de individuele nabespreking maar heel kort heeft geduurd, aldus [appellant].

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken

202602162/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij beslissing van 12 maart 2026 heeft de examencommissie het verzoek van [appellant] om te mogen deelnemen aan de graduation internschip afgewezen. [appellant] volgt de bacheloropleiding International Business aan de HZ University of Applied Sciences (HZ). In het derde studiejaar van deze bacheloropleiding moet in het buitenland een minor met een studielast van 30 ECTS worden gevolgd. Het was de bedoeling van [appellant] om vanaf september 2024 een minor te volgen aan CTU Prague. Vanwege een storm is zijn geplande vlucht naar Praag geannuleerd. [appellant] is ook daarna niet afgereisd naar Praag en hij heeft de minor niet gevolgd. Om aan de graduation internship in het vierde studiejaar van de bacheloropleiding te beginnen, moet de minor uit het derde studiejaar zijn afgerond. [appellant] heeft de examencommissie verzocht om de graduation internship te mogen starten, ondanks dat hij de minor niet heeft afgerond. Hij heeft daarbij een beroep gedaan op de hardheidsclausule. De toepassing van de instroomvoorwaarden voor de graduation internship leidt volgens [appellant] in zijn geval tot onevenredige studievertraging.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken

202602163/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 14 oktober 10:15 uur gepubliceerd)

Bij beslissing van 6 mei 2026 heeft de examencommissie de scriptie van [appellant] ongeldig verklaard en hem tot en met 29 juli 2026 uitgesloten van deelname aan het bachelorscriptietraject en enig ander tentamen van een door de faculteit Rechtsgeleerdheid verzorgde opleiding. Bij beslissing van 29 januari 2026 heeft de examencommissie de scriptie van [appellant] ongeldig verklaard en hem tot en met 28 januari 2027 uitgesloten van deelname aan het bachelorscriptietraject en enig ander tentamen van een door de faculteit Rechtsgeleerdheid verzorgde opleiding. De examencommissie heeft deze sanctie opgelegd omdat in het verwijzingsapparaat van zijn bachelorscriptie een aantal niet bestaande bronnen is opgenomen. Volgens de examencommissie duiden deze fictieve bronvermeldingen op ongeoorloofd gebruik van generatieve AI en dus fraude. Omdat [appellant] zich al twee keer eerder schuldig heeft gemaakt aan fraude, acht de examencommissie de opgelegde sanctie passend.

Datum uitspraak
14 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken

BRS.26.004694

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, verzoeker laten weten dat op hem een vertrekplicht rust en hem in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5986
Datum uitspraak
13 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004694

202600412/4/R4

Bij besluit van 15 december 2025 heeft de raad van de gemeente Hattem het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan ’t Veen" vastgesteld. Het plan voorziet in de transformatie van een bestaand bedrijventerrein naar een gebied met deels wonen en deels bedrijvigheid. Daarnaast voorziet het plan in het ondergronds brengen van een deel van een 150 kV hoogspanningsverbinding (verkabelen), waarvoor ongeveer 130 bomen langs de Koeweg en Veldweg in Hattem moeten worden gekapt. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het plan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Volgens hen bestaat spoedeisend belang, omdat de kap van ongeveer 130 bomen op zeer korte termijn is voorzien. Zij stellen dat de kap vooruitloopt op de uitvoering van onderdelen van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5978
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202600412/4/R4

202602968/1/A3 en 202602968/2/A3

Bij besluit van 3 augustus 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar de aanvraag van [appellante] voor een briefadres op het adres van de gemeente Alkmaar afgewezen. [appellante] woont vanaf het voorjaar van 2026 op [locatie] in Alkmaar. Zij mag daar tijdelijk verblijven tot mei 2027, maar mag zich van de hoofdbewoner niet op dit adres inschrijven in de basisregistratie personen. [appellante] heeft het college daarom verzocht om een briefadres op het adres van de gemeente Alkmaar in de basisregistratie personen op te nemen. Dat is volgens haar nodig voor haar zorgverzekering en om een bijstandsuitkering te kunnen krijgen. Het college heeft haar verzoek afgewezen. Het college neemt op grond van artikel 2.23 van de Wet basisregistratie personen (Wet brp) alleen een briefadres op als een woonadres ontbreekt. Die situatie doet zich niet voor, omdat [appellante] een woonadres heeft. Het college ziet ook geen reden om de hardheidsclausule uit de Regeling briefadres van de gemeente Alkmaar 2017 toe te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5954
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202602968/1/A3 en 202602968/2/A3

BRS.25.001022

Bij besluiten van 21 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5951
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001022

BRS.26.004013

Bij besluit van 20 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5953
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004013

BRS.26.004849

Bij besluiten van 31 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5890
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004849

BRS.26.004908

Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5947
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004908

BRS.26.004929

Bij besluit van 20 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5944
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004929

BRS.26.004940

Bij besluit van 27 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5949
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004940

BRS.26.004980

Bij besluit van 10 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5995
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004980

BRS.26.005044

Bij besluit van 22 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5945
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.005044

BRS.26.005083

Bij besluit van 22 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat betrokkene geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5952
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.005083

BRS.26.005086

Bij besluit van 13 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5975
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.005086

BRS.26.005132

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5997
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.005132

BRS.26.005258

Bij besluit van 5 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5964
Datum uitspraak
9 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.005258

202405369/1/V2

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5981
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405369/1/V2

BRS.26.000726

Bij besluit van 30 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5880
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000726

BRS.26.001725

Bij besluit van 23 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan van appellant ingetrokken en vastgesteld dat zij geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5876
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001725

BRS.26.001891

Bij besluit van 12 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5885
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001891

BRS.26.002316

Bij besluit van 24 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5863
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002316

BRS.26.004393

Bij besluit van 4 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5861
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004393

BRS.26.004623

Bij besluit van 28 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5877
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004623

BRS.26.004664

Bij besluit van 9 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5864
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004664

BRS.26.004874

Bij besluit van 28 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5878
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004874

BRS.26.004881

Bij besluit van 13 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5879
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004881

BRS.26.004998

Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister een inreisverbod tegen verzoekster uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5887
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004998

BRS.26.005008

Bij besluit van 10 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5886
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.005008

BRS.26.005073

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5946
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.005073

BRS.26.005322

Bij besluit van 2 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5974
Datum uitspraak
8 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.005322

202503948/1/V2

Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5889
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503948/1/V2

202601480/2/R1

Bij besluit van 24 maart 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het Definitief plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers Bezuidenhout-Oost (buurt 66) Haagse Hout, Den Haag vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie 66-56, ter hoogte van de kruising van de Gerard Reijnststraat en de Bezuidenhoutseweg aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC). [verzoeker A] en [verzoeker B] zijn eigenaar van woningen schuin tegenover de locatie die is aangewezen voor de plaatsing van de ORAC. Zij vrezen met name geuroverlast van de ORAC. Verder betogen zij dat het niet nodig is om een ORAC te plaatsen, omdat de huidige manier van aanbieden van huisvuil volstaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5888
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202601480/2/R1

BRS.26.001083

Bij besluit van 25 december 2025, aangevuld bij besluit van 26 december 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5857
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001083

BRS.26.001997

Bij besluit van 24 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5865
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001997

BRS.26.004884

Bij besluit van 26 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5882
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004884

BRS.26.004892

Bij besluit van 25 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5859
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004892

BRS.26.005062

Bij besluit van 10 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5870
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.005062

BRS.26.005227

Bij besluit van 20 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5881
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.005227

BRS.26.005266

Bij besluit van 12 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5938
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.005266

202300079/2/R4

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Maasdriel het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2022, Reparatieplan" vastgesteld. Met het reparatieplan is voor een aantal percelen in het buitengebied van Maasdriel een aangepaste planologische regeling getroffen na het besluit van 26 juni 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2016" (het moederplan). In de toelichting staat dat het alleen gaat om aanpassingen van geringe omvang om de juridische regeling in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. De Scheepswerf exploiteert een scheepswerf in de Maas, ter hoogte van de Steeg 1 en 2 in Heerewaarden. De Scheepswerf heeft beroep ingesteld tegen het reparatieplan omdat zij zich niet kan vinden in de aan- en afmeermogelijkheden voor vaartuigen die het reparatieplan biedt en vreest dat haar bedrijfsvoering hierdoor ernstig wordt belemmerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5926
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202300079/2/R4

202303861/1/A3

Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde aan [partij] een vergunning verleend voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg. [partij] heeft in de jaren 2015 tot en met 2018 een uitbouw gerealiseerd aan de horecagelegenheid [horecagelegenheid] aan de [locatie 1]. Bij brief van 3 september 2019 heeft zij een ontheffing aangevraagd op grond van artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare weg, om de reeds voltooide werkzaamheden te legaliseren. Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college de vergunning verleend. [appellant] is eigenaar van twee panden aan de [locatie 2], en heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende vergunning. Bij besluit van 24 juni 2021 heeft het college dat bezwaar gegrond verklaard. Vervolgens heeft het college bij brief van 15 juli 2021 aan [partij] laten weten dat zij een vergunning van rechtswege heeft. Het college heeft het bezwaar van [appellant] tegen die vergunning van rechtswege bij brief van 20 september 2021 doorgezonden aan de rechtbank als onderdeel van het aanhangige beroep tegen het besluit van 24 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5910
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303861/1/A3

202304490/1/R3

In het besluit van 23 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Ooststellingwerf het bestemmingsplan "Bruggelaan 62, Appelscha" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om een caravanstalling en 15 camperstandplaatsen met bijbehorende voorzieningen te realiseren op het perceel Bruggelaan 62 in Appelscha. Daarnaast voorziet het plan in de mogelijkheid om binnen de bestaande bebouwing een kampeerwinkel en een werkplaats voor onderhoud en reparatie van caravans en campers te vestigen, elk met een vloeroppervlak van maximaal 150 m2. Eerder gold voor een gedeelte van de gronden aan de noordwestelijke kant van het plangebied het bestemmingsplan "Buitengebied 2016" dat de bestemming "Agrarisch" en "Waarde - Cultuurhistorie 1" aan die gronden toekende. Op de overige gronden van het plangebied was de beheersverordening "Appelscha 2014" (de beheersverordening) van toepassing. De beheersverordening kende de besluitsubvlakken "randen" en "Bestaand" aan de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en het omliggende erf toe. Op 2 augustus 2022 heeft het college een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de duur van vijf jaar voor het realiseren van 5 camperstandplaatsen en een kampeerwinkel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5911
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202304490/1/R3

202306498/1/R1

Bij besluit van 12 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Gooise Meren het bestemmingsplan "1e herziening bestemmingsplan Buitengebied - Huizerstraatweg 113 b, Naarden" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 30 woningen mogelijk aan de Huizerstraatweg, op gronden waarop voorheen een tuincentrum was gevestigd. Het plangebied grenst aan de overzijde van de Huizerstraatweg aan een gezoneerd bedrijventerrein. In de directe omgeving van het plangebied liggen woningen en kantoren: ten noordwesten, aan de overzijde van de Huizerstraatweg, ligt een lint met in totaal tien woningen; ten zuidwesten van het plangebied liggen twee vrijstaande woningen, een kantoorgebouw, en een dubbele woning; en ten noordoosten en oosten van het plangebied liggen een vrijstaande woning, vijf geschakelde woningen en een kantoorgebouw. Givaudan is gevestigd op het aangrenzende bedrijventerrein. Zij vreest dat haar bedrijfsvoering door de woningbouw wordt beperkt, en betoogt dat de raad geen rekening heeft gehouden met haar actuele en geldende omgevingsvergunning. Volgens Givaudan heeft de raad onvoldoende gemotiveerd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woningen. Het college van GS heeft beroep ingesteld tegen het plan omdat het volgens hem in strijd is met instructieregels van de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 (OVNH 2020).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5928
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202306498/1/R1

202306891/3/R1

In de tussenuitspraak van 1 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4654, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 3 oktober 2023 te herstellen. In dat besluit heeft het college locatie RE499 en RE500 ter hoogte van de woning Pauwenkamp 210 in Maarssen aangewezen voor het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s). In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het college het besluit van 3 oktober 2023 voor zover dat betrekking heeft op de aanwijzing van locatie RE499 en RE500 niet deugdelijk heeft gemotiveerd. De Afdeling heeft het college opgedragen om de onder 8.2, 9.2 en 11.3 geconstateerde gebreken te herstellen. [appellant] en anderen hebben in hun zienswijze aangevoerd dat een ruimtelijke onderbouwing ontbreekt en dat het ontwerp van het aan te leggen pad niet past in het uitgewerkte bomenplan dat de afdeling Groen in 2025 heeft opgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5914
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306891/3/R1

202307992/1/A3

Bij besluit van 15 december 2021 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant] heeft het college op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van informatie over de gevolgen van de realisatie van een Multifunctionele Accommodatie (MFA) aan de Spoorlaan in Zwammerdam voor de waterafvoer en watercompensatie uit de jaren 2017 - 2021. Daarbij heeft [appellant] erop gewezen dat hij in ieder geval interne correspondentie van medewerkers van het Hoogheemraadschap Rijnland, correspondentie van die medewerkers met de gemeente Alphen aan den Rijn en interne documentatie over de bouw van de MFA wenst. Het college heeft het verzoek afgewezen, omdat het niet over de gevraagde documenten beschikt. Naar aanleiding van het gemaakte bezwaar, heeft het college een nieuw besluit genomen en het verzoek opnieuw afgewezen. Daarbij heeft het college aangegeven dat het ondanks een uitgebreidere zoekslag geen documenten heeft aangetroffen. Verder heeft het college het standpunt ingenomen dat het weliswaar verplicht is om redelijkerwijs al het mogelijke te doen om documenten te achterhalen die bij haar zouden moeten berusten, maar dat dat niet meer nodig is omdat [appellant] al over die documenten zou beschikken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5898
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202307992/1/A3

202400680/1/A3

Bij besluit van 21 juli 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming het verzoek van [appellant sub 2] om een kopie van zijn dossier bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en een afschrift van alle overige gegevens die de RvdK over hem heeft opgeslagen, gedeeltelijk afgewezen. Deze zaak gaat over het verzoek van [appellant sub 2] op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) om inzage in zijn persoonsgegevens die de RvdK verwerkt. De minister heeft [appellant sub 2] zijn zogenoemde raadsdossier verstrekt, maar daarin de gegevens van derden weggelakt. Andere persoonsgegevens van [appellant sub 2] heeft de minister niet gevonden. De minister vindt dat [appellant sub 2] volledige inzage heeft gehad. In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling of de minister [appellant sub 2] alles heeft laten zien waar hij recht op heeft. De rechtbank heeft de besluiten op bezwaar vernietigd en de minister opgedragen opnieuw op het bezwaar van [appellant sub 2] te beslissen. Volgens de rechtbank heeft de minister het verzoek van [appellant sub 2] te beperkt opgevat door alleen te zoeken naar gegevens in het raadsdossier en niet naar persoonsgegevens van hem daarbuiten. Verder overweegt de rechtbank dat de minister moet zoeken naar het volgens hem verwijderde e-mailbericht van 13 januari 2021. Tot slot oordeelt de rechtbank dat [appellant sub 2] geen recht heeft op schadevergoeding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5909
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202400680/1/A3

202401253/1/R3

In het besluit van 7 juli 2022, zoals gewijzigd met het besluit van 16 januari 2023, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle aan [appellanten sub 2] een last onder dwangsom opgelegd omdat in het pand op het perceel [locatie] in Zwolle drie zelfstandige wooneenheden zijn gerealiseerd, elk afzonderlijk bewoond door één huishouden, zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. De last onder dwangsom ziet op het ongedaan maken van de splitsing van de woning en strekt ertoe het gebruik van het pand terug te brengen tot één woning die bewoond wordt door één huishouden. [appellanten sub 2] zijn sinds 2019 eigenaar van het pand. Op 7 juli 2022 heeft het college aan hen op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 2.3a van de Wabo een last onder dwangsom opgelegd. Het gebruik van de woning is in strijd met het bestemmingsplan "Assendorp", omdat er alleen eengezinswoningen zijn toegestaan. [appellanten sub 2] hebben in een brief van 14 augustus 2025 gesteld dat het college geen procesbelang meer heeft bij het hoger beroep. Het gebruik van de woning is namelijk met de op 24 maart 2020 van rechtswege gegeven omgevingsvergunning gelegaliseerd en het handhavingsbesluit van 7 juli 2022 is met het besluit van 23 juli 2025 volledig ingetrokken omdat er geen sprake was van een overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5915
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401253/1/R3

202401677/1/R2

Bij besluit van 30 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel het wijzigingsplan "The Green Villa, Sint-Michielsgestel" .Villa Servatius wil aan het Adrianusplein 2 tot en met 16 in Sint-Michielsgestel een appartementencomplex realiseren met zeven wooneenheden, inclusief parkeervoorzieningen, verdeeld over de kelder en de begane grond met daarboven vier verdiepingen (The Green Villa). Om de ontwikkeling mogelijk te maken is het wijzigingsplan vastgesteld en de omgevingsvergunning verleend. Met het wijzigingsplan is voorzien in een wijziging van het bouwvlak voor wat betreft de ligging en een vergroting van het bouwvlak. De omgevingsvergunning gaat over de activiteiten het bouwen van appartementen, een planologische afwijking en het realiseren van een inrit/uitweg.vastgesteld. [appellant] woont aan het [locatie] in Sint-Michielsgestel. Hij kan zich niet verenigen met het wijzigingsplan en de omgevingsvergunning, omdat hij met name vreest voor parkeeroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5899
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202401677/1/R2

202404100/1/R4

Bij besluit van 27 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum de aanvraag van [appellante] om een omgevingsvergunning voor het gebruik van een monumentaal kantoorpand als woonhuis op het adres [locatie] in Hilversum afgewezen. [appellante] is de beheerder van het pand aan de [locatie] en heeft een aanvraag ingediend om het pand te verbouwen naar een woonhuis met kantoorruimte. Deze verbouwing is in strijd met het bestemmingsplan. Op grond van het bestemmingsplan "Noordwestelijk Villagebied" rust op de gronden de bestemming "Kantoordoeleinden". Volgens de bestemmingsregels mag in het pand niet worden gewoond. Het college vindt de aanvraag in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Uit het coalitieakkoord 2018-2020 volgt dat er voldoende werklocaties moeten blijven in Hilversum. In beginsel verleent het college geen medewerking aan transformatie van kantoorvilla's met economisch toekomstperspectief. Het economisch toekomstperspectief wordt bepaald door onder meer de ligging ten opzichte van andere villa's en kantoren, de bereikbaarheid, de zichtbaarheid en de nabijheid van centrumvoorzieningen. Het pand aan de [locatie] heeft als kantoor economisch toekomstperspectief. Daarom heeft het college de aanvraag afgewezen. Dit besluit heeft het in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5931
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404100/1/R4

202404541/1/R3

Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, omdat hij zonder omgevingsvergunning een berging, een vlonder en een schuilhut heeft opgericht op een eilandje in de Reeuwijkse plassen. [appellant] is eigenaar van een eilandje in het Reeuwijkse plassengebied, op het perceel kadastraal bekend gemeente Reeuwijk, sectie G, nummer 3131. Op 23 juni 2021 en op 15 september 2021 heeft een toezichthouder van de Omgevingsdienst Midden-Holland geconstateerd dat op het perceel een houten huisje op een houten vlonder en een vervallen schuilhut staan. Het huisje, wat door het college in de besluiten is aangeduid als een berging, heeft volgens het inspectierapport van de controle op 15 september 2021 een afmeting van 3,33 m breed, 1,67 m diep en de nokhoogte is 2,5 m. De vlonder heeft een afmeting van 4,08 m bij 4,2 m. De vervallen schuilhut is ongeveer 2,60 m breed en ongeveer 2,10 m diep en heeft een nokhoogte van ongeveer 1,85 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5925
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404541/1/R3

202405286/1/R3

In de brief van 23 september 2022 heeft [appellant] het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzocht om handhavend op te treden tegen de afsluiting van de Assumburgweg. Op 1 en 8 november 2022 heeft het college aan [appellant] laten weten hem niet als belanghebbende aan te merken. [appellant] woont aan het [locatie] in Den Haag. Tussen 1 augustus 2022 en 1 december 2022 zijn aan de Assumburgweg werkzaamheden uitgevoerd waardoor delen van de straat niet toegankelijk waren. Omdat volgens [appellant] geen vergunning voor deze werkzaamheden is verleend, heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen deze werkzaamheden. [appellant] betoogt dat hij, anders dan de rechtbank heeft overwogen, belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Daarover heeft hij op de zitting gezegd dat hij door de werkzaamheden moet omfietsen, mede omdat de werkzaamheden op de weg naar zijn huisarts plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5927
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405286/1/R3

202405437/1/R1

Bij besluit van 22 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant A] wegens permanente bewoning van een recreatiewoning op het adres Hoogerwerfsweg “De elf Boompjes” [nummer] in Bruinisse in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het college heeft aan [appellant A] twee lasten onder dwangsom opgelegd wegens permanente bewoning van een recreatiewoning in strijd met het geldende bestemmingsplan op het adres Hoogerwerfsweg “De elf Boompjes” [nummer] in Bruinisse. Op 22 december 2022 heeft het college onder verwijzing naar het rapport over de verrichte controle op 21 september 2022 het volgens het hem verbeurde bedrag van de eerste last onder dwangsom ingevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5901
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405437/1/R1

202405463/1/R2

Bij besluit van 13 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel een vergunning voor de huisvesting van 400 arbeidsmigranten op de locatie [locatie 1] verleend. De gemeente Boxtel kent een tekort aan huisvesting voor arbeidsmigranten. Op grond van de Verordening huisvesting arbeidsmigranten Boxtel 2022 (Vha 2022) geldt een verdelingsprocedure voor de huisvestingvergunningen voor arbeidsmigranten. Na de inschrijvingen voldeed één aanvraag aan de gronden voor verlening van de vergunning en is de keuze gevallen op SBA Euro B.V op de locatie [locatie 1]. [appellant sub 1] en anderen wonen in de nabije omgeving van dit perceel en vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid. De rechtbank heeft het beroep van [appellant sub 1] en anderen gegrond verklaard en de vergunning herroepen voor zover deze aan SBA Euro B.V. is verleend. De rechtbank heeft daarnaast bepaald dat de vergunning wordt verleend aan Flex Housing B.V. en heeft de vergunning voor het overige in stand gelaten. Daartoe overweegt de rechtbank dat de brief met daarin de vergunning is gericht aan SBA Euro B.V. en zij daarin wordt aangemerkt als de aanvrager, maar dat het college volgens het bestreden besluit de vergunning had willen verlenen aan Flex Housing B.V., die één van de aanvragers was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5916
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405463/1/R2

202406517/1/R3

In het besluit van 7 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen scootmobielbergingen op het [locatie 1] in Den Haag afgewezen. [appellant] woont aan het [locatie 2] in Den Haag. In 2011 en 2014 heeft woningcorporatie Stichting Staedion onder meer 20 betonnen scootmobielbergingen geplaatst bij het [locatie 1]. Op 4 mei 2018 heeft [appellant] het college verzocht om tegen de twintig scootmobielbergingen handhavend op te treden, omdat volgens hem de eerder verleende tijdelijke omgevingsvergunningen inmiddels waren verlopen en een deel van de gebruikers van de scootmobielbergingen was verhuisd of overleden. Het college heeft het handhavingsverzoek bij besluit van 7 juni 2018 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5924
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202406517/1/R3

202406699/1/A3

Bij besluit van 19 mei 2023 heeft de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers het verzoek van [appellant] om herstel van gegevens in de Basisregistratie Kadaster (BRK) op grond van artikel 7t van de Kadasterwet (Kw) afgewezen. [appellant] is samen met zijn partner eigenaar van een woning op [locatie]. Op 26 april 2006 is er een vonnis gewezen in een civiele procedure tussen de buren van [appellant] en de vorige eigenaar van de woning. In dat vonnis heeft de rechtbank bepaald dat een voormalige betonnen schutting de erfgrens vormt tussen het perceel van de woning die gekocht is door [appellant] en het perceel daarnaast. Daarna heeft er op 5 oktober 2006 een aanwijsprocedure plaatsgevonden. In het relaas van bevindingen dat daarvan is opgemaakt, staat dat [appellant] en zijn partner bij de aanwijs aanwezig waren. Het resultaat van de aanwijsprocedure is vervolgens bijgewerkt in de BRK.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5922
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202406699/1/A3

202407764/1/R2

Bij besluit van 31 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Bernheze het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d, De Bunders, Heesch" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze vastgesteld. [appellant] heeft een melkveebedrijf in Vinkel. Ook is [appellant] eigenaar van een perceel in het gebied waar het wijzigingsbesluit op ziet. Hij teelt op dit perceel gras en mais, om zijn vee mee te voeren. Hij kan zich niet verenigen met het wijzigingsbesluit, omdat de gebruiksmogelijkheden van zijn perceel worden beperkt. Artikel 6.3, onder h, van de regels van het wijzigingsbesluit zorgt er namelijk voor dat op het grootste gedeelte van zijn perceel het verboden is gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5905
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Omgevingsplan
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202407764/1/R2

202407867/1/R3

Het bestemmingsplan 'Havenmeester' van de gemeente Rijswijk is definitief. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de bezwaren van twee bedrijven tegen het plan ongegrond verklaard. Dat staat in een uitspraak van vandaag (7 oktober 2026). Daarmee is er groen licht voor een woningbouwproject dat bijna 200 woningen mogelijk maakt op de plek van een voormalig kantoorgebouw in het Havenkwartier in Rijswijk. De gemeente wil het bedrijventerrein Havenkwartier de komende jaren in fases ontwikkelen tot een gemengd werk- en woongebied. Op de begane grond van het woongebouw komt ruimte voor bedrijven, dienstverlening en horeca. Twee bedrijven in de omgeving vrezen nadelige gevolgen voor hun bedrijfsvoering. Ze zijn bang dat de toekomstige bewoners zullen gaan klagen over het geluid van hun bedrijfsactiviteiten. Ook zijn ze bang voor parkeeroverlast in de buurt. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de bezwaren van de bedrijven ongegrond verklaard. De gemeenteraad heeft geluidsonderzoek laten doen. Daaruit blijkt dat de bedrijven geen onaanvaardbare geluidhinder veroorzaken voor toekomstige bewoners van het woongebouw. Ook is onderzoek gedaan naar de parkeerbehoefte van het bestemmingsplan. Uit dat onderzoek volgt dat de bedrijven niet hoeven te vrezen voor parkeeroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5913
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202407867/1/R3

202407967/1/R1

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland aan United O.G. B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een hotel met restaurant en de aanleg van een uitweg op het perceel Laone 32 in Renesse. Het bouwplan voorziet in de bouw van een hotel met restaurant op het adres Laone 32 in Renesse. Dit hotel met 25 kamers en 33 appartementen met bijbehorende voorzieningen zal een bestaand restaurant vervangen. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar vernietigd, omdat daarin naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende is gemotiveerd dat afgeweken kan worden van de planregels uit het Parapluplan. Omdat het college dit naar het oordeel van de rechtbank na het besluit alsnog voldoende heeft gemotiveerd, heeft de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. [appellant A] en anderen wonen of hebben een vakantiehuis aan de Laone in de directe nabijheid van het voorziene hotel-restaurant. Zij verzetten zich tegen de verleende omgevingsvergunning. Zij vrezen voor aantasting van hun woongenot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5918
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202407967/1/R1

202407975/1/A3

Bij besluit van 11 maart 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een verzoek van [appellante] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels afgewezen. Op 28 juli 2021 heeft [appellante] op grond van de Wob de minister verzocht om openbaarmaking van informatie over een handhavingsverzoek dat haar zoon [persoon] op 8 december 2017 heeft ingediend bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). In het besluit van 11 maart 2022 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de informatie die [appellante] heeft gevraagd al openbaar is gemaakt met het besluit van 15 februari 2022, kenmerk 20-0393, dat is genomen op grond van een Wob-verzoek van 27 mei 2020 van de Stichting Diervriendelijk Nederland/Een Dier Een Vriend (de Stichting) dat gaat over handhavingsverzoeken van 19 oktober 2017.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5716
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202407975/1/A3

202500013/1/A3

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur een verzoek van de Stichting om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels ingewilligd. De Stichting heeft verzocht om openbaarmaking van alle documenten over het dossier dat is gevormd naar aanleiding van de verzoeken tot handhaving van 19 oktober 2017 met betrekking tot een kaaswinkel en een aantal margarinemerken met dierlijke ingrediënten die zich presenteren als plantaardig. Met het besluit van 15 februari 2022 heeft de minister het verzoek deels ingewilligd. De minister heeft geweigerd bepaalde persoonsgegevens openbaar te maken, omdat het om medische gegevens van een persoon gaat en dit bijzondere persoonsgegevens zijn. Ook heeft de minister geweigerd om informatie openbaar te maken die herleidbaar is naar de burger en de organisatie namens wie hij de handhavingsverzoeken heeft gedaan, omdat volgens hem het belang van inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. Verder heeft de minister openbaarmaking van namen van ambtenaren die werken bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit geweigerd, omdat het belang van openbaarheid volgens hem niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Ook heeft de minister openbaarmaking geweigerd van informatie over ondernemers, zoals bedrijfsnamen, productnamen en websites waar sprake zou zijn van misleidende voedselinformatie, omdat het belang van openbaarmaking volgens hem niet opweegt tegen het belang van voorkoming van onevenredige benadeling van de ondernemingen waarover de informatie gaat. Tot slot heeft de minister openbaarmaking geweigerd van persoonlijke beleidsopvattingen in documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5715
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500013/1/A3

202500968/1/R3

In het besluit van 27 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het handhavingsverzoek van [wederpartij] van 2 juni 2022 tegen een geplaatste zeecontainer in de nabijheid van [locatie 1] afgewezen. [wederpartij] woont aan het [locatie 2] in Den Haag. Op 2 juni 2022 heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen een zeecontainer die op het gras in de nabijheid van [locatie 1] was geplaatst. Bij een controle op 8 juli 2022 heeft het college geconstateerd dat de zeecontainer verwijderd was en er daarom geen sprake was van een overtreding. Het college heeft het verzoek van [wederpartij] daarom afgewezen. Bij besluit van 10 november 2022 heeft het college het door [wederpartij] hiertegen gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] ongegrond verklaard en het college veroordeeld in de proceskosten omdat het college volgens de rechtbank ten onrechte zelfstandig heeft beslist om [wederpartij] niet te horen. Het college heeft hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5923
Datum uitspraak
7 oktober 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500968/1/R3
12...1.270volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon