Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.756
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202405532/1/V3

Bij besluit van 8 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 23 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3915
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405532/1/V3

202405789/2/V3

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 6 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3916
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405789/2/V3

202405876/1/V3 en 202405876/2/V3

Bij besluit van 30 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 11 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.C. Kaptein, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3912
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405876/1/V3 en 202405876/2/V3

202405911/1/V3 en 202405911/2/V3

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 18 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3911
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405911/1/V3 en 202405911/2/V3

202000913/2/R2, 202101508/4/R2 en 202101642/5/R2

Ten aanzien van de samenhangende zaken nrs. 202000913/1/R2, 202101508/1/R2 en 202101642/1/R2, die op 4 oktober 2024 op zitting zullen worden behandeld, heeft staatsraad mr. H.J.M. Besselink, het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hem bij de voorbereiding van bovenvermelde zaken is gebleken dat recent in één van die zaken een advocaat van een kantoor waar de staatsraad aan was verbonden voorafgaand aan zijn benoeming als staatsraad, heeft aangekondigd dat hij als gemachtigde van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland ter zitting zal optreden. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3927
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Verschoning
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202000913/2/R2, 202101508/4/R2 en 202101642/5/R2

202305443/1/A2

Bij onderscheiden besluiten van 21 april 2022 heeft de raad van de gemeente Rotterdam de bezwaren van appellanten tegen het opnemen van de eis van een verklaring omtrent gedrag in artikel 23 van het Kiesreglement wijkraden 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 27 juli 2023 heeft de rechtbank de hiertegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. In hoger beroep voeren appellanten aan dat de uitspraak van de rechtbank niet coherent is, omdat de rechtbank in een brief van 3 juli 2023 heeft vermeld dat eerst de bezwaarprocedure moet worden gevolgd. Ook betogen appellanten dat de hoorplicht is geschonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4050
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202305443/1/A2

202306086/1/A2

De achtergrond van het geschil is dat Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen volgens [appellant] ook na in gebreke te zijn gesteld niet-tijdig heeft beslist op zijn aanvraag om een vrijstelling van de module ‘Personeelsmanagement’. [appellant] stelt dat hij al op 14 oktober 2021 een ingebrekestelling heeft verzonden, zodat CBR hem een hogere dwangsom had moeten betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4051
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202306086/1/A2

202202176/1/V2

Bij besluit van 2 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3894
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202176/1/V2

202304629/1/V3

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3895
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304629/1/V3

202305740/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3896
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305740/1/V1

202305741/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3897
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305741/1/V1

202306581/1/V2

Bij besluit van 26 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3898
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306581/1/V2

202400489/1/V2

Bij besluit van 13 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3891
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400489/1/V2

202404131/2/R4

Bij besluit van 23 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe het wijzigingsplan "[locatie], Tricht" vastgesteld. Het perceel aan de [locatie] in Tricht had op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied 2022" de bestemming "Agrarisch" met de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - grondgebonden veehouderij". Het wijzigingsplan verandert de bestemming in "Bedrijf" met de functieaanduiding "opslag". Overeenkomstig de voorwaarden uit artikel 38.1, onder i, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2022" zal een deel van de bestaande bedrijfsbebouwing worden gesloopt. [verzoeker] en anderen zijn omwonenden en hebben bezwaar tegen de bestemmingswijziging, omdat zij van de opslag die tot nu toe op het perceel heeft plaatsgevonden veel hinder hebben ervaren. Zij vrezen dat de opstallen zullen worden gebruikt voor illegale praktijken en willen dat de agrarische bestemming behouden blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3815
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404131/2/R4

202405416/2/V3

Bij besluit van 30 april 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 20 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3909
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405416/2/V3

202405431/2/R1

Bij besluit van 14 april 2022 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd ten aanzien van het zonder vereiste watervergunning oprichten van een muur in de beschermingszone van een zogeheten A-watergang. Het dagelijks bestuur heeft gesteld dat [verzoekster] geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat haar belang financieel van aard is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3902
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202405431/2/R1

202405970/1/V3 en 202405970/2/V3

Bij besluit van 24 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 17 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3910
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405970/1/V3 en 202405970/2/V3

202206796/3/R3

Bij tussenuitspraak van 29 mei 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending daarvan het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De raad heeft gevraagd om verlenging van de hersteltermijn tot en met 13 november 2024, omdat de raad niet in staat is binnen de gestelde termijn het bestreden besluit te herstellen. Daarbij geeft de raad aan dat het onder meer in verband met de vakantieperiode niet mogelijk is om het gebrek, dat betrekking heeft op het niet verrichten van onderzoek naar de gevolgen van het plan voor het uitzicht vanuit het appartement van Kroeze, de lichtinval in dat appartement en de mogelijkheid tot onderhoud van de zijgevel van dat appartement, binnen de gestelde termijn te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3904
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202206796/3/R3

202302952/1/V1

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3890
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202302952/1/V1

202304005/3/R4

Bij besluit van 19 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [verzoeker] onder meer een last onder bestuursdwang opgelegd om de achtergevel van het pand aan de [locatie 1] in Utrecht in de originele staat te (laten) herstellen en hersteld te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3903
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304005/3/R4

202305014/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3808
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305014/1/V1

202400645/1/V1

Bij besluit van 27 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een opvolgende aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd en een verzoek om bestuurlijke heroverweging van het eerste in rechte onaantastbare afwijzende besluit van 14 april 2017 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3889
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400645/1/V1

202402750/1/V2

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3888
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402750/1/V2

202403223/1/V2

Bij besluit van 9 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3887
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403223/1/V2

202403796/1/V1

Bij besluiten van 11 en 30 maart 2024 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3886
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403796/1/V1

202403858/3/R4

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Ingen, Nieuwe Weg ongenummerd (ong.)" vastgesteld. Op 23 augustus 2024 is een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning met bijgebouw aan de Nieuwe Weg (LDN04 I 588) in Ingen ingediend. Met het verzoek om het bestemmingsplan te schorsen, beoogt [verzoeker] te voorkomen dat deze omgevingsvergunning wordt verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4179
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403858/3/R4

202403936/1/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3885
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403936/1/V3

202404512/1/V3

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vreemdeling op 5 juni 2024 opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw 2000.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3884
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404512/1/V3

202404795/2/V3

Bij besluit van 23 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3883
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404795/2/V3

202405634/2/V2

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de richtlijn tijdelijke bescherming).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3882
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405634/2/V2

202405699/1/V2 en 202405699/2/V2

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3893
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405699/1/V2 en 202405699/2/V2

202405730/1/V1 en 202405730/2/V1

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3881
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405730/1/V1 en 202405730/2/V1

202405891/1/V2 en 202405891/2/V2

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 11 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3908
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405891/1/V2 en 202405891/2/V2

202405958/1/V3 en 202405958/2/V3

Bij besluit van 26 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 17 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3906
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405958/1/V3 en 202405958/2/V3

202406000/2/V3

Bij besluit van 6 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 23 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3907
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406000/2/V3

202300434/1/R2

Bij besluit van 30 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het woonhuis op het perceel [locatie] in Maastricht. Het geschil spitst zich toe op de toepasselijkheid van het overgangsrecht met betrekking tot het gebruik van een dakterras op het perceel. Dit overgangsrecht is geregeld in artikel 34.2 van de planregels van het bestemmingsplan "Maastricht Zuidwest". De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant A] en [appellant B]n geen geslaagd beroep op het gebruiksovergangsrecht toekomt. Bovendien heeft zij geoordeeld dat ook als dat wel zo zou zijn, dit niet met zich meebrengt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van de van het dakterras deel uitmakende balustrade kon worden verleend. Het gebruiksovergangsrecht is daarvoor niet relevant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4022
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300434/1/R2

202300451/1/R2

Bij besluit van 10 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard aan De Klapbrug B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en uitbreiden van het pand Peperstraat 1 t/m 5a in Valkenswaard naar negen appartementen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4001
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300451/1/R2

202300600/1/R2

Bij besluit van 12 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen besloten de op 25 juli 1995 aan de toenmalig directeur van wegrestaurant "Gilze" verleende bouwvergunning met nummer B1995/146, voor het verbouwen en uitbreiden van het wegrestaurant met motel-accommodatie aan de Rijksweg A58 in Gilze, in te trekken. Niet in geschil is dat na het onherroepelijk worden van de op 25 juli 1995 aan de toenmalig directeur van wegrestaurant "Gilze" verleende omgevingsvergunning, aan die vergunning ten tijde van de intrekking ervan, al ruim 25 jaar geen uitvoering was gegeven. De rechtbank heeft reeds daarom terecht geoordeeld dat het college bevoegd was om de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.33, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wabo, in te trekken. Het betoog van het wegrestaurant en [appellant] dat de rechtbank onvoldoende intensief aan het evenredigheidscriterium heeft getoetst en dat zij mede daardoor heeft miskend dat het besluit in strijd is met het recht, slaagt niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4021
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300600/1/R2

202304741/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3810
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304741/1/V1

202306183/2/A3, 202306185/2/A3, 202306186/2/A3, 202306187/2/A3, 02306188/2/A3, 202306189/2/A3, 202306190/2/A3 en 202306191/2/A3

[verzoeker] heeft hoger beroepen ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2023. Tevens heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoeker] heeft tegen deze uitspraken van 31 juli 2023 hoger beroepen ingesteld. Tegen tussenuitspraken staat geen zelfstandig beroep open. Daartegen kan wel tegelijkertijd met het hoger beroep tegen een einduitspraak van de rechtbank hoger beroep worden ingesteld (zie artikel 8:104, derde lid, van de Awb). De bodemrechter zal een oordeel geven over de ontvankelijkheid van de hoger beroepen tegen de tussenuitspraken van 31 juli 2023 in zaken nrs. 19/678 en 21/1537 en in dat verband bezien of er gevolgen zijn voor de hoger beroepen die [verzoeker] heeft beoogd in te stellen tegen de einduitspraken van 4 maart 2024 in die zaken. [verzoeker] verzoekt de voorzieningenrechter om maatregelen te nemen om de gegevens die onder de gerechtelijke procedures vallen veilig te stellen, om te voorkomen dat de gegevens definitief verdwijnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3806
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202306183/2/A3, 202306185/2/A3, 202306186/2/A3, 202306187/2/A3, 02306188/2/A3, 202306189/2/A3, 202306190/2/A3 en 202306191/2/A3

202402589/1/V2

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3811
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402589/1/V2

202405048/2/V2

Bij besluit van 3 oktober 2022 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3812
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405048/2/V2

202405520/2/V3

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3813
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405520/2/V3

202405793/1/V2 en 202405793/2/V2

Bij besluit van 5 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3900
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405793/1/V2 en 202405793/2/V2

202405898/3/V2

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3899
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405898/3/V2

202106456/1/R4

Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om het bijgebouw (een kapschuur) op het perceel [locatie] in Epe te verwijderen. Op 1 september 2020 heeft het college een controle uitgevoerd op het perceel van [appellant] aan de [locatie] in Epe. Tijdens de controle heeft het college vastgesteld dat [appellant] op het perceel een kapschuur van 3 bij 6 m en 3 m hoog had gebouwd. Deze kapschuur staat op de plek waar voorheen een prieel stond. Volgens het college heeft [appellant] de kapschuur zonder de vereiste omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied Epe" gebouwd. Het college is niet bereid om alsnog een omgevingsvergunning voor de kapschuur te verlenen. Daarom heeft het college bij besluit van 26 januari 2021 [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast de kapschuur te verwijderen. [appellant] heeft in afwachting van het hoger beroep de kapschuur nog niet verwijderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3834
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106456/1/R4

202106620/1/A3

Bij brief van 23 november 2019 heeft [belanghebbende] de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verzocht om een vergunning te verlenen voor het kweken van schelpdieren door middel van hangcultuur in de Betonhaven in de Oosterschelde in de gemeente Veere. De minister heeft dat verzoek aangemerkt als een verzoek om een toestemming en bij brief van 20 december 2019 afgewezen. Volgens de rechtbank ontleent de minister de bevoegdheid om de gevraagde schriftelijke toestemming te weigeren niet aan een specifieke publiekrechtelijke grondslag. Toch is de brief van 20 december 2019 een besluit in de zin van de Awb, omdat de minister die beslissing heeft genomen in het kader van een aan hem toegekende publieke taak. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de brief van 20 december 2019 een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3868
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202106620/1/A3

202200824/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bepaald dat voor de periode van 8 juni 2019 tot 8 juli 2019 geen dagvergunning aan [appellante] wordt verleend voor de Pek-ambachtenmarkt en de Pek-algemene warenmarkt op de zaterdag. [appellante] is marktkraamhouder en heeft op zaterdag 23 maart 2019 en zaterdag 11 mei 2019 met haar partner op de Pek-ambachtenmarkt in Amsterdam gestaan. Zij heeft een biologische groente- en fruitkraam die ze op de markt uitbaat. Toezichthouders van het college hebben [appellante] en haar partner erop aangesproken dat de uitstalling niet in orde was en de handelswaar buiten de vergunde marktplaats stond uitgestald. Van beide incidenten hebben de toezichthouders een rapport van bevindingen opgemaakt. Het college heeft bij besluit van 4 juni 2019 bepaald dat voor de periode van 8 juni 2019 tot 8 juli 2019 geen dagvergunning aan [appellante] wordt verleend voor de Pek-ambachtenmarkt en de Pek-algemene warenmarkt op de zaterdag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3825
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200824/1/A3

202201294/1/R3

Bij besluit van 23 december 2021 heeft de raad van de gemeente Hoogeveen het bestemmingsplan "Stadscentrum, deelplan Detailhandel" vastgesteld. Het plan voorziet in het verdwijnen van detailhandel in de aanloopstraten naar het kernwinkelgebied met als doel de versterking van het kernwinkelgebied. Hieraan ligt het beleid ten grondslag dat is opgenomen in de "Ontwikkelvisie Stadscentrum" van 2017. Merwehave is eigenaar en verhuurder van diverse panden in het centrum van Hoogeveen, waaronder de panden aan de Schutstraat 65, 67 en 69. Ook is zij eigenaar en verhuurder van de winkelruimte aan het Schutsplein 100 waar de supermarkt Nettorama is gevestigd. Merwehave is het er niet mee eens dat de detailhandelsfunctie in haar panden aan de Schutstraat 65, 67 en 69 moet verdwijnen. Hierbij beroept zij zich op de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PG 2006, L 376/36; hierna: de Dienstenrichtlijn) Verder is zij het er niet mee eens dat een deel van de winkelruimte aan het Schutsplein 100 is opgenomen in het plan. Daarom heeft Merwehave beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3827
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202201294/1/R3

202201765/1/A3

Bij zeven besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Mokumboot gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij afzonderlijk besluit van 4 juni 2020 heeft het college op verzoek van Mokumboot de einddata van het aflopen van de exploitatievergunningen van de verschillende vaartuigen opnieuw vastgesteld. Mokumboot had zeven exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor 68 fluisterboten. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024, 1 maart 2026 of 1 maart 2028. Mokumboot is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3840
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201765/1/A3

202201766/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor het vaartuig "Mr. Brown" van Mokumboot gewijzigd in een exploitatievergunning die op 1 maart 2024 verliep. Mokumboot had een exploitatievergunning voor het vaartuig Mr. Brown. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze vergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verliep op 1 maart 2024. Mokumboot had ook zeven exploitatievergunningen voor 68 fluisterboten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3835
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201766/1/A3

202201777/1/A3

Bij twaalf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Flagship gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Flagship had twaalf exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Anne Bonney, Apsara, Barracuda, Flagship, Freewilly, Green Marine, Lucky Stripper, Manhattan, Meike (voorheen: Dutchman), Nomag, Rosalie en Vörding. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024, 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3836
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201777/1/A3

202201778/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor het vaartuig ‘Hannekes Boot’ van IndySign gewijzigd in een exploitatievergunning die op 1 maart 2024 verliep. IndySign had een exploitatievergunning voor het vaartuig Hannekes Boot. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze vergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. Het door IndySign en Rederij Nassau daartegen gemaakte bezwaar heeft het college ongegrond verklaard, voor zover het IndySign betreft. Het college heeft Rederij Nassau niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij niet de geadresseerde is van het besluit van 4 juni 2020. Volgens het college heeft Rederij Nassau slechts een afgeleid belang en is daarom geen belanghebbende. IndySign en Rederij Nassau zijn een van de partijen die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3837
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201778/1/A3

202201780/1/A3

Bij zes besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Rederij Friendship gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Rederij Friendship had zes exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Curacao, Dyos, Friendship, HAL, Oceans en Sunshine. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verlopen op 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen voor deze vaartuigen verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3838
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201780/1/A3

202201781/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Paping gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. [appellant] had twee exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Blue in Green en Gordita. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024 en 1 maart 2028. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor het vaartuig Gordita verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3839
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201781/1/A3

202201783/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Starboard Boats gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Starboard Boats had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig De Manke Monnik. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt op 1 maart 2028. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor dat vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar. Starboard Boats is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3841
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201783/1/A3

202201785/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [appellant] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [appellant] had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Mr. Grey. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt op 1 maart 2030. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor dat vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3842
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201785/1/A3

202201786/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Jonckvrouw gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Jonckvrouw had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig De Jonckvrouw. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt op 1 maart 2026. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor dat vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar. Jonckvrouw is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3843
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201786/1/A3

202201788/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [appellant] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [appellant] had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Britannia 2. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt op 1 maart 2026. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor dat vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3844
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201788/1/A3

202201801/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de voor onbepaalde tijd aan [appellant] verleende exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor het vaartuig YB II ambtshalve gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd, met als einddatum 1 maart 2024. Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3853
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201801/1/A3

202201829/1/A3

Bij vijf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van [appellant] gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij besluit van 29 december 2020 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] had vijf exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Apollo, Blue Ocean, Johnny Kraaijkamp, Radius en Shipdock. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op: - Apollo - 1 maart 2024; - Blue Ocean - 1 maart 2028; - Johnny Kraaijkamp - 1 maart 2030; - Radius - 1 maart 2026; - Shipdock - 1 maart 2026. Bij besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen voor de vaartuigen Blue Ocean, Johnny Kraaijkamp, Radius en Shipdock verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3854
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201829/1/A3

202201834/1/A3

Bij zes besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van DEMI Trading gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. DEMI Trading had zes exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor Boot I t/m X (10 vaartuigen) en de vaartuigen Bad Boat, Boozzer, Royalty, Saloonsloep en Titanic. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024, 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college op verzoek van DEMI Trading de rangschikking op grond waarvan is bepaald wanneer de exploitatievergunningen aflopen gewijzigd. Het hoger beroep van DEMI Trading had in eerste instantie betrekking op de zes exploitatievergunningen. DEMI Trading heeft echter de exploitatievergunning en bijbehorende vaartuigen voor Boot I t/m X verkocht aan Eco Boats Amsterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3847
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201834/1/A3

202201937/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de voor onbepaalde tijd aan [appellant] verleende exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor het vaartuig .38 ambtshalve gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd, met als einddatum 1 maart 2026. Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3855
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201937/1/A3

202201941/1/A3

Bij vier besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Boaty gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Boaty had vier exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor 30 fluisterboten en 10 solarboaty’s. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024, 1 maart 2026 of 1 maart 2028. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen die niet op 1 maart 2024 zijn verlopen verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3849
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201941/1/A3

202201971/1/R3

Bij besluit van 3 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft geweigerd om aan Duin Vastgoed een omgevingsvergunning te verlenen voor het transformeren van het kantoorgebouw aan de Motorenweg 5 in Delft naar tijdelijke studentenwoningen. Duin Vastgoed wil het bestaande kantoorgebouw op de locatie transformeren naar 79 tijdelijke studentenwoningen, voor de duur van tien jaar. Hiervoor is een omgevingsvergunning nodig voor de activiteiten bouwen en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, omdat de locatie op grond van het bestemmingsplan "Zuidwest 3 Tanthof" de bestemming "Kantoor" heeft. Volgens het college moest de aanvraag om omgevingsvergunning worden beoordeeld op grondslag van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wabo. Het college heeft het besluit op de aanvraag daarom voorbereid met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld in paragraaf 3.3 van de Wabo, en de aanvraag voorgelegd aan de raad. De raad heeft bij besluit van 19 december 2019 geweigerd om een verklaring van geen bedenkingen af te geven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3817
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201971/1/R3

202202049/1/A3

Bij 53 besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Lovers en anderen gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Rederij Lovers B.V. had 26 exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Aimee, André van Duin, Athene, Bern, Boedapest, BZN 2, BZN 3, BZN 4, BZN 5, BZN 6, Floating Dutchman, Flying Enterprise, Jannes Lovers, Lissabon, Monaco, Moskou, Nemo, New York, Pierre Jansen, Praag, Shadow, Sydney, Toon Hermans, Washington, Wim Kan en Wim Sonneveld. Smidtje Exploitatie B.V. had negen exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Cornelis Schuyt, Da Vinci, Gaudi, Henri Matisse, Michelangelo, Mon Ami, Nicolaas Maes, P.C. Hooft en Rijk de Gooyer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3848
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202049/1/A3

202202112/1/A3

Bij vijf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan Paradis Private Boat Tours verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor vijf vaartuigen ambtshalve gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Alle appellanten zijn exploitanten van rederijen voor passagiersvaart op de Amsterdamse binnenwateren. Het college wilde het aantal exploitatievergunningen nog steeds maximeren en heeft het nieuw beleid vastgesteld voor de passagiersvaart op de Amsterdamse binnenwateren. Dat beleid is neergelegd in de Nota Varen deel 1 van maart 2019. Hierin is onder meer een volumebeleid voor de passagiersvaart opgenomen, waarbij het maximum aantal exploitatievergunningen is vastgesteld op 550. Volgens het college brengt het volumebeleid mee dat de in het verleden voor onbepaalde tijd verleende exploitatievergunningen moeten worden gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd, omdat het college anders in strijd met de Dienstenrichtlijn zou handelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3732
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202112/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202202112/1/A3

202202114/1/A3

Bij drie besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan De Wolfsburght verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor drie vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij het besluit van 10 februari 2021 heeft het college De Wolfsburght medegedeeld dat de einddata van de vergunning voor het vaartuig Libelle als gevolg van het herstel van feitelijke onjuistheden in de uitgiftedata van andere exploitatievergunningen is gewijzigd in 1 maart 2028. Bij het besluit van 15 april 2021 heeft het college op verzoek van De Wolfsburght de einddata van de vaartuigen Prix d’Eau en Libelle opnieuw gewisseld. Bij de besluiten van 22 april 2024 heeft het college de einddata van de exploitatievergunningen voor de vaartuigen Prix d’Eau en Libelle verlengd met twee jaar en gewijzigd in 1 maart 2030.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3845
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202114/1/A3

202202115/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de voor onbepaalde tijd aan Sop verleende exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor het vaartuig WM 1 ambtshalve gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd, met als einddatum 1 maart 2026. Rederij Nassau is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure voert tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3851
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202115/1/A3

202202139/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Amsterdamse Salonboot Rederij gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Amsterdamse Salonboot Rederij had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Jean Schmitz. Bij het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt daarmee op 1 maart 2026. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3852
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202139/1/A3

202202151/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan Edutech verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor de vaartuigen Staets 1 en Staets 2 ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd, met als einddata 1 maart 2026 en 1 maart 2028. Edutech is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3856
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202151/1/A3

202202152/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan De Kalefater verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor de vaartuigen Najade en Proost van St. Jan ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd, met als einddata 1 maart 2024 en 1 maart 2026. De Kalefater is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3859
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202152/1/A3

202202153/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan [appellant] verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor de vaartuigen Tourist en Belle ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd, met als einddata 1 maart 2024 en 1 maart 2026. [appellant] is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3858
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202153/1/A3

202202160/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan JoMart verleende exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor het vaartuig Henry Schmitz ambtshalve gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd, met als einddatum 1 maart 2028. JoMart is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3867
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202160/1/A3

202202163/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Rederij Aemstelland gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Rederij Aemstelland had twee exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Elisabeth en Monne de Miranda. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024 of 1 maart 2030. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor het vaartuig Monne de Miranda verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3860
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202163/1/A3

202202180/1/A3

Bij vijf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan Rederij de Nederlanden verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor vijf vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij de besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen voor de vaartuigen Jacob van Lennep, Bredero, Hildebrand en Multatuli verlengd met twee jaar. Rederij de Nederlanden is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3866
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202180/1/A3

202202233/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de voor onbepaalde tijd aan de stichting verleende exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor het vaartuig Avanti ambtshalve gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd, met als einddatum 1 maart 2030. De stichting is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3846
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202233/1/A3

202202263/1/R2

Bij besluit van 31 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Gilze en Rijen het bestemmingsplan "Tussen de Leijen" vastgesteld. In paragraaf 1.1 van de plantoelichting staat dat binnen de gemeente Gilze en Rijen de komende jaren een sterke plaatselijke en regionale behoefte is aan de realisatie van nieuwe woningen. Beschikbare inbreidingslocaties in de bebouwde kommen van Gilze en Rijen kunnen niet voorzien in de totale behoefte. Om toch aan de behoefte tegemoet te kunnen komen, wil de gemeente Gilze en Rijen de kern Rijen aan de noordoostzijde uitbreiden met een nieuwe woonwijk. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan geldt voor deze gronden grotendeels de bestemming "agrarisch", wat betekent dat de nieuwe woonwijk daar in planologische zin niet is toegestaan. Daarom heeft de raad het bestemmingsplan "Tussen de Leijen" vastgesteld. Binnen het plangebied worden maximaal 375 woningen mogelijk gemaakt. [appellante] ligt op zo’n 410 m afstand van het plangebied. [appellante] heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan, omdat zij vreest in haar bedrijfsvoering te worden belemmerd door de komst van de woonwijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3828
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202202263/1/R2

202204366/1/R3

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Noordwijk het exploitatieplan "Bronsgeest" vastgesteld. Het exploitatieplan heeft betrekking op de gronden die op de verbeelding van het bestemmingsplan "Bronsgeest 2021" de bestemming "Woongebied - Uit te werken" hebben gekregen. Deze gronden bestaan momenteel voornamelijk uit bollenvelden. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om deze gronden te transformeren naar een woongebied. De gemeente heeft kosten gemaakt voor het opstellen van het bestemmingsplan "Bronsgeest 2021". Ook zullen kosten worden gemaakt om de woningen en openbare voorzieningen te kunnen realiseren. Het exploitatieplan vormt de basis om deze exploitatiekosten te kunnen verhalen. TGH Ontwikkeling en Beleggingen B.V. is eigenaar van een deel van de gronden waar woningbouw mogelijk wordt gemaakt. TGH is van plan zelf woningen te bouwen op haar gronden. De gemeente is eigenaar van de rest van de gronden waar het exploitatieplan op ziet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3869
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202204366/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202204366/1/R3

202204461/1/R3

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Noordwijk het bestemmingsplan "Bronsgeest 2021" vastgesteld. Het plangebied bestaat op dit moment grotendeels uit bollenvelden. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om een deel van deze gronden te transformeren tot een woonwijk met maximaal 350 woningen. Verder loopt er een aantal bestaande wegen door het plangebied, staat in het plangebied al een aantal woningen en is er een tenniscomplex met een schaatsbaan. Ook valt een deel van een landgoed binnen het plangebied. Deze bestaande functies zijn als zodanig in het plan bestemd. Tot slot is aan een gedeelte van de gronden dat voor de bollenteelt in gebruik blijft, de bestemming "Agrarisch - Bollenteelt" toegekend. [appellant sub 7] voert aan dat er binnen de gemeente geen maatschappelijk draagvlak is om de gronden binnen Bronsgeest te bebouwen. Het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en de meerderheid van de inwoners van de gemeente is tegen het bebouwen van Bronsgeest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3874
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202204461/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202204461/1/R3

202205884/1/A3

Bij besluit van 2 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere aan [wederpartij] medegedeeld dat zijn parkeervergunning voor 2020 geldig blijft tot en met 31 maart 2021. De gemeenteraad heeft op 10 december 2020 de Parkeerverordening gemeente Veere 2021 en het Uitvoeringsbesluit Parkeren Gemeente Veere 2021 vastgesteld. Op grond van het Uitvoeringsbesluit 2021 kunnen aan bewoners ten hoogste twee parkeervergunningen op kenteken worden verstrekt. Voor hun bezoek kunnen bewoners gebruik maken van de Visite-app, waarin zij de kentekens van de visite registreren. Verblijfsaccommodaties kunnen gebruik maken van de Accommodatie-app, waarin accommodaties de kentekens van overnachtingsgasten registreren. Het college heeft bij brief van 2 december 2020 aan bewoners, onder wie ook [wederpartij], medegedeeld dat de bestaande parkeervergunningen voor de kern Veere, die zijn uitgegeven voor het jaar 2020, tot en met 31 maart 2021 geldig blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3829
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205884/1/A3

202206638/1/R3

Bij besluit van 21 september 2022 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Leeuwarden de Zuidlanden, bouw woning ten zuiden [locatie]" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op een onbebouwd perceel aan de Wergeasterdyk te Goutum. [partij] is eigenaar van dit perceel en wil op het perceel een woning bouwen. Het bestemmingsplan maakt deze woning mogelijk. [appellant] woont aan de [locatie] te Goutum, op gronden grenzend aan het perceel. Hij kan zich niet met het plan verenigen en heeft daarom beroep ingesteld. [appellant] vreest dat hij overlast zal ondervinden door de komst van de woning op het perceel. Op dit moment is het perceel onbebouwd en is sprake van een rustige omgeving. Door de komst van de woning zal er geluidhinder optreden, onder andere door de aanwezigheid van personen op het perceel, aan- en afrijdend verkeer en het gebruik van warmtepompen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3830
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202206638/1/R3

202206735/1/A2

Bij besluit van 25 augustus 2021 is een verzoek van [appellante] om herziening van een besluit van 2 december 2020 afgewezen. Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Op 24 november 2020 heeft [appellante] een aanvraag ingediend tot het verlenen van erkenning van beroepskwalificaties om te kunnen werken als gastouder in de kinderopvang. Zij heeft haar in Canada behaalde opleidingstitels overgelegd en zich op het standpunt gesteld dat zij een geslaagd beroep kan doen op de Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties kinderopvangpersoneel. Bij besluit van 2 december 2020 is deze aanvraag afgewezen. Volgens dat besluit heeft de regeling betrekking op opleidingstitels die zijn behaald in de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, zodat de opleidingstitels die door [appellante] zijn behaald in Canada niet onder de reikwijdte van de regeling vallen. [appellante] heeft op 2 maart 2021 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 2 december 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3877
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202206735/1/A2

202206930/1/R3

Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland besloten om de raad een aanwijzing te geven als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Deze houdt in dat de raad voor de locatie Bronsgeest binnen één jaar na de bekendmaking van de proactieve aanwijzing een herziening op het bestemmingsplan vast moet stellen, zodat op die locatie minimaal 240 sociale huurwoningen mogelijk worden gemaakt. Het college stelt zich op het standpunt dat het plangebied van het bestemmingsplan "Bronsgeest 2021" ruimte biedt aan minimaal 240 sociale huurwoningen. Gelet op het tekort aan sociale huurwoningen heeft het college besloten om een proactieve aanwijzing te geven. De proactieve aanwijzing houdt in dat het bestemmingsplan "Bronsgeest 2021" moet worden herzien, zodat alsnog in de realisatie van minimaal 240 sociale huurwoningen op die locatie wordt voorzien. De gemeenteraad, Werkgroep Behoud van Bronsgeest , [appellant sub 3] en [appellant sub 4] zijn het allen niet eens met het besluit van het college en hebben daartegen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3870
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202206930/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202206930/1/R3

202207046/1/R3

Bij besluit van 24 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Katwijk aan In den Blauwen Bock een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van verlichte gevelreclame op het perceel Badstraat 9 in Katwijk. In den Blauwen Bock is eigenaar van het pand op het perceel. Op de begane grond is een café gevestigd en op de verdiepingen daarboven een hotel. In den Blauwen Bock heeft tussen de tweede en derde verdieping van het pand een lichtreclame aangebracht, bestaande uit de tekst 'Beach Hotel Katwijk'. De letters zijn aangebracht op een aluminium plaat. In de letters is LED-verlichting aangebracht. Op 20 augustus 2019 heeft In den Blauwen Bock hiervoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Het college heeft, mede op basis van het advies van de stadsbouwmeester van Katwijk van 23 augustus 2019, de gevraagde omgevingsvergunning verleend. In het besluit op bezwaar heeft het college, gelet op de bezwaren van [partij] en het naar aanleiding daarvan gevraagde advies van de stadsbouwmeester van 14 januari 2020, alsnog geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3818
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207046/1/R3

202207204/1/A2

Bij het besluit van 5 november 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand [wederpartij] een reistijdvergoeding toegekend van 0,5 punt (tegen een tarief van € 121,50 per punt) op basis van een totale reisafstand van 99 km. Het geschil tussen [wederpartij] en de raad ziet op de hoogte van deze reistijdvergoeding. Uit de werkinstructie Reistijdvergoeding Binnenland volgt dat een rechtsbijstandverlener de declaratie voor de verleende rechtsbijstand kan indienen via MijnRvR, waarbij de reisafstand automatisch wordt berekend op basis van de postcode via de Application Programming Interface Google Distance Matrix van Google Maps. [wederpartij] is in het kader van de rechtsbijstand, waarvoor de toevoeging is verleend twee keer van zijn kantoor in Tilburg naar het aanmeldcentrum in ’s-Hertogenbosch gereisd. De raad heeft de afstand van de heen- en terugreis vastgesteld op 49,6 kilometer, waardoor de totale afstand is vastgesteld op 99 kilometer. Dit betekent dat [wederpartij] 0,5 punt krijgt als reistijdvergoeding. [wederpartij] vindt dat de raad ten onrechte is uitgegaan van een reisafstand van 49,6 kilometer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3878
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202207204/1/A2

202300028/1/A2

Bij besluit van 14 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een boete van € 20.500,- opgelegd. [appellante] is eigenaresse van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. De woning bestaat uit vier bouwlagen en twaalf kamers en heeft een oppervlak van 242 m2. Op het adres stonden vijf personen ingeschreven in de basisregistratie personen. Naar aanleiding van een melding woonfraude hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning op 19 juni 2019 bezocht. Van dit bezoek hebben zij een rapport opgesteld. Daarin is vermeld dat één van de bewoners, [persoon A], heeft verklaard dat in de woning acht personen wonen. Zij werken of lopen stage bij [appellante], die eigenaar is van de woning. Volgens [persoon A] heeft iedereen een eigen kamer, die ook op slot kan. Iedereen heeft ook een eigen huurcontract. De benedenverdieping wordt gedeeld. Ook de twee badkamers en drie toiletten worden gedeeld. Volgens het college is een deel van de woning in strijd met de Huisvestingswet 2014 onttrokken aan de bestemming tot bewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3783
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300028/1/A2

202300287/1/A2

Bij besluit van 2 juli 2021 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het besluit van 24 juni 2019, waarin het CBR aan [appellant] een verklaring van rijgeschiktheid voor rijbewijscategorie B heeft verleend, ingetrokken. Op 24 juni 2019 heeft het CBR aan [appellant] een verklaring van geschiktheid afgegeven als bedoeld in artikel 97, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen. [appellant] heeft volgens het CBR tijdens zijn praktijkexamen aan de examinator gemeld dat hij Asperger heeft. Asperger is een autismespectrumstoornis. Het viel de examinator verder op dat [appellant] opvallend afwijkend (rij)gedrag vertoonde tijdens het praktijkexamen. De examinator heeft hiervan melding gemaakt bij het CBR. Naar aanleiding van die melding heeft het CBR het besluit van 24 juni 2019 ingetrokken. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het CBR het besluit van 24 juni 2019 had mogen intrekken, omdat het CBR niet had mogen afgaan op de melding van de examinator. De examinator is immers geen onafhankelijk specialist of arts.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3875
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202300287/1/A2

202300443/1/A2

Bij besluit van 17 maart 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aan [appellant] verleende toevoeging voor rechtsbijstand ingetrokken. [appellante] is tijdens haar echtscheidingsprocedure bijgestaan door Glaudemans op basis van een toevoeging verleend door de raad. Door toedoen van haar ex-partner kwam zij niet in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Om toch te kunnen voorzien in haar levensonderhoud en dat van haar twee kinderen heeft zij zich genoodzaakt gezien om twee geldleningen af te sluiten, samen ter waarde van € 20.500,00 bij [naam B.V.]. Volgens [appellante] kon zij niet terecht bij andere financiële instellingen. De leningen zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst waarin de hoofdsom, de verschuldigde rente, de looptijd, en de opeisbaarheid zijn opgenomen. De directeur van de B.V. was toentertijd haar vader. Naast deze leningen ontving [appellante] een uitkering op grond van de Participatiewet. Het maximale bedrag wat [appellante] aan leenbijstand zou kunnen krijgen is € 10.732,00. [appellante] heeft daar niet volledig gebruik van gemaakt, maar dit is wel het bedrag waar de raad rekening mee heeft gehouden bij de berekening van het resultaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3865
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202300443/1/A2

202300522/1/R1

Bij besluit van 25 juni 2021 heeft het college [appellant sub 1] onder oplegging van een dwangsom gelast om de keetunit ten behoeve van de verkoop van auto’s van het perceel [locatie 1] in Heemskerk voor 23 augustus 2021 te (laten) verwijderen en verwijderd te (laten) houden en de verkoop van auto’s op dat perceel te (laten) staken en gestaakt te (laten) houden. Het perceel [locatie 1] in Heemskerk ligt op het bedrijventerrein De Houtwegen. Op het perceel staan een woning met een berging en een werkplaats. In de werkplaats verricht [appellant sub 1] reparaties aan auto’s. Niet in geschil is dat [appellant sub 1] op het perceel ook auto’s in - en verkoopt, van en aan particulieren (hierna: de handel in auto’s). De auto’s staan uitgestald op het perceel en worden via de website Marktplaats te koop aangeboden. Op het perceel stond ten tijde van het besluit van 25 juni 2021 een keetunit met daarop een bord met de tekst "Beta Occasions in- verkoop gebruikte auto’s". [appellant sub 1] huurt het perceel van [appellante sub 2A] die eigenaar is. [appellante sub 2B] heeft een groothandel in consumptieaardappelen, groenten en fruit op het perceel [locatie 2] dat tegenover het perceel ligt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3831
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300522/1/R1

202300776/1/A2

Bij besluit van 6 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bestuurlijke boete van € 18.000,00 aan [appellant] opgelegd, wegens omzetting van de woning aan de [locatie]in Amsterdam in onzelfstandige woonruimte zonder de daarvoor benodigde vergunning. Bij besluit van 9 september 2020 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Deze zaak gaat over omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, in de zin van artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingwet 2014. Toezichthouders van de gemeente Amsterdam hebben de woning ter controle op 8 oktober 2019 bezocht. Op dat moment stonden er vier personen ingeschreven op het adres van de woning in de basisregistratie personen en waren er drie personen in de woning aanwezig die ten overstaan van de toezichthouders verklaringen hebben afgelegd. De toezichthouders hebben deze verklaringen en andere bevindingen neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport en een beeldverslag. Daaruit volgt onder meer dat de bewoners van de woning ieder een eigen kamer in de woning hadden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3824
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202300776/1/A2

202300777/1/A2

Bij besluit van 4 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bestuurlijke boete van € 6.000,00 aan [appellant] opgelegd wegens omzetting van de woning aan de [locatie] in Amsterdam in onzelfstandige woonruimte zonder de daarvoor benodigde vergunning. Deze zaak gaat over omzetting van de woning in onzelfstandige woonruimte, in de zin van artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingwet 2014. Toezichthouders van de gemeente Amsterdam hebben de woning ter controle op 4 juli 2019 bezocht. Zij hebben hun bevindingen neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport (hierna: het rapport) en een beeldverslag. Ten tijde van het huisbezoek stonden er vier personen ingeschreven op het adres van de woning in de basisregistratie personen, te weten [partij 1], [partij 2], [partij 3] en [partij 4]. Tijdens het huisbezoek waren [partij 2] en [partij 1] aanwezig. [partij 2] heeft ten overstaan van de toezichthouders verklaard dat de hierboven genoemde personen die in de brp staan ingeschreven allen in de woning wonen en dat [partij 3] en [partij 4] hoofdbewoners zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3864
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300777/1/A2

202302767/1/R3

Bij besluit van 21 februari 2023 heeft raad van de gemeente Smallingerland het bestemmingsplan "Drachten - De Drift" vastgesteld. De raad heeft het bestemmingsplan "Drachten - De Drift" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een appartementengebouw met maximaal 25 woningen op het terrein van de voormalige Ambachtsschool aan De Drift in Drachten. De toegestane maximale bouwhoogte is 11 m. Ook maakt het plan het mogelijk om aan de noordzijde van het appartementengebouw parkeervoorzieningen te realiseren. Aan de oostzijde van het appartementsgebouw is voorzien in een groenbestemming. [appellant] woont in de nabijheid, aan de oostzijde van het terrein en kan zich niet verenigen met de in het plan mogelijk gemaakte bebouwing, omdat hierdoor zijn woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt aangetast. Ook stelt [appellant] dat er alternatieven bestaan voor de door de raad gewenste ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3833
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202302767/1/R3

202303934/1/R4

Bij besluit van 20 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden een verzoek van [appellant] om handhaving afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie] te Vianen (hierna: de woning) nabij passantenhaven Blankenborch (hierna: de passantenhaven). Tussen de woning en de aanlegsteiger van de passantenhaven liggen een fietspad en een groenstrook. Op grond van artikel 6.1, aanhef en onder c, van de regels van het bestemmingsplan is het gebruik van de aanlegsteiger in de passantenhaven voor aaneengesloten nachtverblijf in een vaartuig toegestaan voor de duur van maximaal 3x24 uur. Onder verwijzing naar deze planregel heeft [appellant] het college op 15 september 2022 verzocht om handhavend op te treden tegen een zeilboot die tegenover de woning aan de aanlegsteiger lag en die volgens [appellant] toen al enige maanden permanent werd bewoond door [persoon]. In april 2024 heeft het college bestuursdwang toegepast en de zeilboot uit de passantenhaven laten verwijderen. [appellant] vreest dat [persoon] de overtreding hervat of herhaalt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3876
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303934/1/R4

202304399/1/R4

Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren aan Beheersmaatschappij Steenbel B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de eerste verdieping van een voormalig bankfiliaal naar een appartement op het perceel Voorstraat 18 te Nederhorst den Berg. Om het gebruik van de eerste verdieping als appartement mogelijk te maken, heeft het college met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚ van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 4, aanhef en onder 4 en 9 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht de gevraagde omgevingsvergunning aan Steenbel verleend. [appellante] woont naast het perceel, aan de Voorstraat 20 in Nederhorst den Berg. Zij stelt zich op het standpunt dat met het verlenen van de omgevingsvergunning een onevenredige inbreuk wordt gemaakt op haar privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3819
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304399/1/R4

202304569/1/A3

Bij besluit van 15 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een verzoek van [appellant] om verstrekking van stukken op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) afgewezen. [appellant] is verdacht geweest van bijstandsfraude. Hij heeft het college gevraagd om alle informatie over degene die de melding van bijstandsfraude heeft gedaan. Het college heeft geweigerd deze informatie aan [appellant] te verstrekken. Volgens het college is de informatie direct te herleiden tot de melder. Het belang van verstrekking van de gewenste gegevens weegt niet zwaarder dan de privacy van de melder. Daarbij moeten burgers in volledige vrijheid en vertrouwelijkheid kunnen communiceren met de overheid en worden brieven van burgers vertrouwelijk behandeld. Openbaarmaking van de melding kan voor burgers een drempel opwerpen om zich in de toekomst tot de overheid te wenden en een melding te doen. Hierdoor zou niet alleen de desbetreffende burger benadeeld worden, maar zou ook de gemeente in haar functioneren geschaad worden omdat signalen uit de samenleving haar niet meer bereiken, aldus het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3823
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202304569/1/A3

202305816/1/V6

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voormalige vennoten van vennootschap onder firma [vennootschap] een boete opgelegd van € 16.000,00 wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, voor zover het bezwaar zag op de hoogte van de boete, en de boete vastgesteld op € 12.000,00. Op 16 mei 2019 hebben arbeidsinspecteurs van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een controle verricht bij de VOF. Zij hebben daarbij in de keuken van de VOF een vreemdeling aangetroffen. De inspecteurs hebben op 4 december 2020 op ambtsbelofte een boeterapport opgemaakt. Daarin hebben zij geconstateerd dat de VOF in de periode van 1 november 2018 tot en met 30 april 2019 de Wav heeft overtreden door twee vreemdelingen werkzaamheden te laten verrichten zonder dat de VOF over tewerkstellingsvergunningen beschikte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3879
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202305816/1/V6

202305900/1/R1

Bij besluit van 19 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam aan [vennoot A] een bouwstop en een last onder dwangsom opgelegd vanwege het bouwen van een bouwwerk in afwijking van een eerder verleende omgevingsvergunning. [appellante] is eigenaar van het perceel [locatie] in Edam. Op 24 december 2019 is een aanvraag ingediend bij het college voor de bouw van een schapenstal op dit perceel. Het college heeft de gevraagde vergunning bij besluit van 23 november 2020 aan [appellante] verleend. Nadat het college een melding had ontvangen dat het bouwwerk afwijkt van de bouwtekeningen, is het college op 15 februari 2022 gaan kijken bij de bouwwerkzaamheden. In het verslag van deze controle staat - kort gezegd - dat de toezichthouders hebben geconstateerd dat in afwijking van de bouwtekeningen wordt gebouwd. Het college is vervolgens een handhavingsprocedure gestart. Het college heeft bij besluit van 1 september 2022 de bouwstop gehandhaafd en aanvullend artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo en artikel 5.17 van de Wabo hieraan ten grondslag gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3826
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305900/1/R1

202306088/1/A2

Bij besluit van 22 december 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de toevoeging voor rechtsbijstand in de echtscheidingsprocedure van [appellant] ingetrokken. De raad heeft [appellant] in 2021 rechtsbijstand verleend tijdens zijn echtscheidingsprocedure middels een toevoeging. Na afloop van de echtscheidingsprocedure heeft de raad de toevoeging ingetrokken, omdat het resultaat van die procedure meer bedroeg dan de helft van het drempelbedrag, namelijk € 61.645,20. [appellant] is het daarmee niet eens. Volgens hem heeft er in 2009/2010 een soortgelijke procedure plaatsgevonden, waarin de toevoeging niet is ingetrokken. [appellant] heeft van het resultaat direct een huis gekocht, omdat de hoofdverblijfplaats van zijn dochter bij hem zou zijn. Hij wilde zijn dochter naar dezelfde school laten gaan als voor de scheiding. Hij zag zich genoodzaakt het hele bedrag hiervoor te gebruiken vanwege de stijgende huizenprijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3863
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202306088/1/A2

202306089/1/A2

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer opgelegd. Op 5 oktober 2022 heeft de politie een mededeling gedaan van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid, dan wel de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, zoals vereist voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. Volgens een bij deze mededeling gevoegd mutatierapport van 5 oktober 2022 heeft [appellant] op die dag op de A12 de maximumsnelheid met 27 kilometer per uur overschreden, bij het wisselen van rijbaan herhaaldelijk geen richting aangegeven en rechts ingehaald. [appellant] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. Hij heeft bij brief van 20 september 2023, als aangevuld bij brief van27 juli 2024, de gronden van het hoger beroep aangevoerd. In die laatste brief heeft hij ook een verzoek om schadevergoeding ingediend. De Afdeling zal hierna de gronden van het hoger beroep bespreken en afsluiten met een conclusie. Zij merkt op voorhand op dat zij slechts een oordeel kan geven over de rechtmatigheid van de EMG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3832
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202306089/1/A2
vorige pagina1...858687...1.238volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon