Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.650
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202204042/1/V3

Bij besluit van 6 mei 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van de vreemdeling om hem een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:568
Datum uitspraak
14 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202204042/1/V3

202307205/1/V1

Bij besluit van 20 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:576
Datum uitspraak
14 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307205/1/V1

202405372/3/V2

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:588
Datum uitspraak
14 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405372/3/V2

202405837/2/V2

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken en geweigerd hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:575
Datum uitspraak
14 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405837/2/V2

202500913/2/V3

Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:587
Datum uitspraak
14 februari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500913/2/V3

BRS.25.000160

Bij besluit van 3 september 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:584
Datum uitspraak
14 februari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000160

202203343/1/V1

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:567
Datum uitspraak
13 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202203343/1/V1

202500591/2/V2

Bij besluit van 22 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:566
Datum uitspraak
13 februari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500591/2/V2

202500601/1/V1 en 202500601/2/V1

Bij besluit van 21 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:565
Datum uitspraak
13 februari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500601/1/V1 en 202500601/2/V1

BRS.25.000065

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:483
Datum uitspraak
13 februari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000065

BRS.25.000091

Bij besluit van 4 december 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:558
Datum uitspraak
13 februari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000091

202306952/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 3 oktober 2023 in zaak nr. 23/1885. Daarin is de intrekking van een verklaring van geen bezwaar aan de orde. De minister van Defensie heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Als deze informatie bekend wordt, zou dat de effectieve taakuitvoering van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en lopende onderzoeken sterk bemoeilijken en frustreren. Ook kan het lopende onderzoeken van bronnen schaden. Verder wordt door kennisneming van de documenten inzicht gegeven in de wijze waarop veiligheidsonderzoeken worden uitgevoerd, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:572
Datum uitspraak
13 februari 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306952/2/A3

202306953/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 3 oktober 2023 in zaak nr. 23/1886. Daarin is de intrekking van een verklaring van geen bezwaar aan de orde. De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Als deze informatie bekend wordt, zou dat de effectieve taakuitvoering van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en lopende onderzoeken sterk bemoeilijken en frustreren. Ook kan het lopende onderzoeken van bronnen schaden. Verder wordt door kennisneming van de documenten inzicht gegeven in de wijze waarop veiligheidsonderzoeken worden uitgevoerd, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:571
Datum uitspraak
13 februari 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306953/2/A3

202206536/1/V1

Bij besluit van 7 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:500
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202206536/1/V1

202403262/1/V3

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:507
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403262/1/V3

202407937/1/V3

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:501
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407937/1/V3

202407961/3/V1

Bij besluit van 8 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:508
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407961/3/V1

202500378/1/V3

Bij besluit van 5 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:502
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500378/1/V3

202500780/1/V2 en 202500780/2/V2

Bij besluit van 21 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:564
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500780/1/V2 en 202500780/2/V2

BRS.24.000178

Bij besluit van 1 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:485
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000178

BRS.24.000194

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:486
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000194

BRS.24.000195

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:488
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000195

BRS.24.000457

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de minister de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:477
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000457

BRS.24.000484

Bij besluit van 4 december 2024 heeft de minister de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:482
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000484

BRS.25.000035

Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:478
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000035

BRS.25.000099

Bij besluit van 11 november 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:505
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000099

BRS.25.000101

Bij besluit van 12 november 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:484
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000101

201909080/2/A3

Bij besluit van 17 april 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist op een verzoek van RTL om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. RTL heeft bij brief van 10 januari 2018 op grond van de Wob verzocht om diverse stukken over het neerhalen van de vlucht MH17 boven Oost-Oekraïne op 17 juli 2014, waaronder de in dit geding van belang zijnde "alle meldingen uit Eccairs uit 2014 over Oekraïne". Eccairs staat voor "European Coordination Centre for Accident and Incident Reporting Systems". Het bestaat uit een geheel van Europese gegevensbanken waarin informatie en meldingen over incidenten of voorvallen in de burgerluchtvaart zijn opgenomen. RTL wil weten wat de Nederlandse overheid wist over voorvallen rondom de ramp met de MH17. De minister heeft twee meldingen aangetroffen, maar heeft het verzoek om openbaarmaking daarvan afgewezen. Volgens de minister is op de gevraagde informatie een bijzondere openbaarmakingsregeling van toepassing. Volgens de minister is artikel 7.2 van de Wet luchtvaart een uitputtende, de Wob opzij zettende bepaling. De rechtbank heeft het beroep van RTL ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:455
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201909080/2/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201909080/2/A3

202105809/1/R4

Bij besluit van 25 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 2.20, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer vastgesteld voor de inrichting van Bema Kunststoffen B.V. aan de Deltastraat 14 in Zierikzee. Bema exploiteert aan de Deltastraat 14 in Zierikzee een inrichting voor het ontwerp en de productie van kunststof producten door middel van thermoplastisch spuitgietwerk. De inrichting ligt op het gezoneerd industrieterrein "Zuidhoek". Op één referentiepunt op een afstand van 50 m vanaf de grens van de inrichting is een hogere geluidgrenswaarde vastgesteld in de nachtperiode. Voor het overige zijn enkele lagere geluidgrenswaarden vastgesteld. [appellant] woont aan de [locatie] in Zierikzee, hemelsbreed op ruim 1 km afstand van de inrichting van Bema. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 25 november 2019, omdat hij het niet eens is met de vastgestelde hogere geluidgrenswaarde in de nachtperiode en omdat het college volgens hem ook een voorschrift had moeten vaststellen ter beperking van laagfrequent geluid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:518
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202105809/1/R4

202200517/1/A3 en 202200517/4/A3

Bij drie deelbesluiten van 26 juni 2018, 3 december 2018 en 19 maart 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat besloten op een verzoek van AVROTROS op grond van de Wet openbaarheid van bestuur over de veiligheid van het vliegverkeer op Schiphol. Naar aanleiding van een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid van 6 april 2017 doet nieuws- en actualiteitenprogramma EenVandaag van de publieke omroep AVROTROS onderzoek naar de veiligheid van het vliegverkeer op Schiphol. In het Wob-verzoek van 15 februari 2018 heeft AVROTROS verzocht om de documenten die daarop betrekking hebben, over de periode "van 1 januari 2016 tot heden ex nunc". Zij heeft het verzoek in een bespreking in maart 2018 ingeperkt tot de periode van 1 januari 2017 tot 15 februari 2018. De minister heeft naar aanleiding van dit verzoek een zoekslag verricht en vele documenten aangetroffen. Vanwege de grote hoeveelheid aangetroffen documenten heeft de minister met deelbesluiten gewerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:541
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202200517/1/A3 en 202200517/4/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202200517/1/A3 en 202200517/4/A3

202201338/1/R1

Bij besluit van 14 december 2021 heeft de raad van de gemeente Vijfheerenlanden het bestemmingsplan "1e herziening Hoef en Haag" vastgesteld. Het plan voorziet vooral in woningbouw. Het plangebied ligt tussen de Lekdijk, de A27, de kern Hagestein en de recreatieplas Everstein. Het bedrijf [appellante] ligt in het plangebied aan de [locatie 1] te Hagestein. De gronden van dit bedrijf hebben de bestemming "Bedrijf" met de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf grond-, weg-, en waterbouw" gekregen. Het aannemersbedrijf is in heel Nederland actief en werkt aan wegen, op het water en doet onderhoud van terreinen en plantsoenen. Het bedrijf verricht vanuit dit perceel ook calamiteitendiensten in grote delen van Nederland. Dit houdt in dat het bedrijf bij een ongeval of andere calamiteit op (snel)wegen ter plaatse afzettingen regelt en herstelwerkzaamheden verricht, zoals het repareren van een vangrail. Deze calamiteitendienst draait 24 uur per dag en zeven dagen in de week. Het plan voorziet aan drie zijden van het bedrijf in een milieuzone van 100 m. In de milieuzone kunnen woningen worden gebouwd met toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:543
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202201338/1/R1

202202122/1/R3

Bij besluit van 4 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd. De last houdt in dat het college werkzaamheden zal laten verrichten om de geconstateerde overtredingen van het Bouwbesluit 2012 en de Woningwet in de woning aan de [locatie] in Capelle aan den IJssel te beëindigen. Daarbij heeft het college bepaald dat de kosten van de bestuursdwang op [appellant] zullen worden verhaald. [appellant] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [locatie]. Tijdens een bezoek op 19 november 2020, waarbij toezichthouders, de brandweer, de stadsmarinier, en de politie de woning zijn binnengetreden, is gebleken dat over de oppervlakte van de hele woning stapels spullen, waaronder karton, hout, papier, kunststof, lege gasflessen en elektronische apparaten, waren opgeslagen met een gemiddelde stapelhoogte van 1,30 m. [appellant] vindt dat er geen sprake is van een overtreding, dat de maatregelen in de last onduidelijk zijn, en dat er bijzondere omstandigheden bestaan waardoor de kosten van de ontruiming redelijkerwijs niet op hem verhaald kunnen worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:545
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202122/1/R3

202202430/1/R3

Bij besluit van 24 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van het achterste deel van zijn woning op het perceel [locatie A] in Bleiswijk voor een bed & breakfast. [belanghebbende] is eigenaar van het perceel. Op het perceel staat een woning met praktijkruimte en kantoor. [belanghebbende] wil de voormalige praktijkruimte in het achterste deel van zijn woning gebruiken als bed & breakfast, bestaande uit één ruimte met twee logeerbedden. Daarvoor heeft hij de omgevingsvergunning aangevraagd. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Kom Bleiswijk". Niet in geschil is dat het gebruiken van de woning als gastenverblijf op grond van artikel 12.2.1, onder a, van de planregels wordt gezien als met het bestemmingsplan strijdig gebruik. [appellant] woont op het perceel [locatie B], direct naast het perceel van [belanghebbende]. Hij is het er niet eens dat de omgevingsvergunning is verleend. Hij vreest dat zijn woon- en leefklimaat wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:554
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202202430/1/R3

202202630/1/A3

Bij besluit van 6 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad besloten de vrijgekomen plaats op de weekmarkt in Schijndel niet aan [appellant] toe te kennen. Bij besluit van gelijke datum heeft het college besloten de vrijgekomen plaats toe te kennen aan [persoon]. Op de weekmarkt van Schijndel is in 2019 een standplaats vrijgekomen, waarvoor het college inschrijvingen heeft geopend. Onder andere [appellant] en [persoon] hebben zich daarvoor ingeschreven door gebruikmaking van een digitaal formulier. [appellant] heeft in beroep aangevoerd dat er geen gelijke kansen zijn geweest bij de inschrijving. Op het digitale aanvraagformulier konden gegevens worden ingevuld over de locatie, branche, nevenartikelen, (grootte van de) verkoopinrichting en de benodigde stroomcapaciteit. Ook was er de mogelijkheid een foto toe te voegen. [appellant] heeft zich hieraan gehouden, maar [persoon] heeft een volledige presentatie toegevoegd waarin meer informatie staat dan waarom gevraagd werd. Door deze informatie is [persoon] hoger beoordeeld op het punt maatschappelijk verantwoord ondernemen, aldus [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:515
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202630/1/A3

202203355/1/R4

Bij besluit van 7 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland aan [bedrijf] een omgevingsvergunning verleend voor het milieuneutraal veranderen van haar inrichting aan de [locatie 1] in Zierikzee. [bedrijf] produceert ingrediënten voor brood- en banketbakkerijen in de inrichting aan de [locatie 1] in Zierikzee. De inrichting ligt op het gezoneerd industrieterrein "Zuidhoek". Bij het besluit van 7 april 2020 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het milieuneutraal veranderen van de inrichting. Deze omgevingsvergunning heeft betrekking op enkele veranderingen in en op het dak van de bestaande bedrijfsgebouwen. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Zierikzee, hemelsbreed op circa 1,5 km afstand van de inrichting van [bedrijf]. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 7 april 2020, omdat volgens hem onvoldoende onderzoek is gedaan naar het optreden van laagfrequent geluid vanwege de inrichting en ten onrechte geen voorschriften zijn gesteld ter beperking van laagfrequent geluid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:520
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203355/1/R4

202203402/1/R4

Bij besluit van 27 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde aan [appellant sub 3] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en wijzigen van een bedrijfspand met bedrijfswoning tot een grondgebonden woning en twee appartementen, op het perceel [locatie 1]-[locatie 2] in Zeewolde. [appellant sub 3] is eigenaar van het perceel en wil het bedrijfspand en de bedrijfswoning wijzigen in een grondgebonden woning en twee appartementen. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen op nabijgelegen percelen, respectievelijk [locatie 3] en [locatie 4]-[locatie 5], en hebben bezwaren tegen het plan van [appellant sub 3]. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] stellen zich op het standpunt dat de aanvraag van [appellant sub 3] niet kan worden aangemerkt als lopend initiatief. Het vóór 7 juli 2020 ingediende principeverzoek betrof een ander project dat uiteindelijk niet is vergund. Voor het plan waarvoor het college de onderhavige omgevingsvergunning heeft afgegeven, heeft [appellant sub 3] pas ná de datum waarop de aanvragenstop van kracht is geworden een principe-verzoek en een aanvraag ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:546
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203402/1/R4

202204082/1/R3

Bij besluit van 8 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn een omgevingsvergunning verleend aan [partij A] (hierna: [partij A]) voor de activiteiten bouwen, handelen in strijd met de regels van ruimtelijke ordening en het onderhouden etc. van gemeentelijke monumenten ten behoeve van het pand gelegen aan de [locatie 1] te Boskoop. [partij A] heeft op 17 juni 2019 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het verbouwen en uitbreiden van het pand aan de [locatie 1] in Boskoop in afwijking van het bestemmingsplan. Dit gebouw werd eerst gebruikt als partycentrum. Met de verbouwing, waarbij het achterste deel van het pand wordt gesloopt, en uitbreiding worden 9 appartementen gerealiseerd. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Boskoop, en daarmee tegenover het pand. Zij heeft vanuit haar woning zicht op het pand. [appellant] is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning omdat [appellant] van mening is dat de status van het pand als gemeentelijk monument onjuist is beoordeeld en dat bij de beoordeling ten onrechte ervan uit is gegaan dat enkel het voorste gedeelte van het pand een monumentale status heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:522
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202204082/1/R3

202204236/1/R1

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Vattenfall een watervergunning verleend voor het onttrekken aan en het brengen van water in de rivier de Maas door de waterkrachtcentrale te Alphen/Lith. In de Maas zijn drie waterkrachtcentrales, één in Borgharen, gemeente Maastricht, één in Linne, gemeente Maasgouw, en één in Alphen/Lith, gemeente West Maas en Waal. De centrales in Alphen/Lith en Linne zijn in bedrijf. Deze zaak gaat over de waterkrachtcentrale in Alphen/Lith. De wkc is in de jaren ’80 van de vorige eeuw gebouwd aan de rechteroever van de Maas, ter hoogte van het stuwcomplex Lith. De wkc heeft een vermogen van 14 megawatt en is sinds 1990 in bedrijf. Vattenfall en Sportvisserij Nederland kunnen zich niet verenigen met het bestreden besluit. Vattenfall betwist het hanteren door de minister van een norm voor vissterfte en een aantal aan de vergunning verbonden voorschriften. Sportvisserij Nederland behartigt de belangen van sportvissers en vreest voor aantasting van het belang van een goede en gevarieerde visstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:457
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202204236/1/R1

202204245/1/R4

Bij besluit van 21 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum [appellant] gelast om vóór 1 november 2021 de meervoudige bewoning van de woning aan de [locatie ]in Hilversum te beëindigen en beëindigd te houden, en de extra aangebrachte keukens, badkamers of andere faciliteiten bestemd voor meervoudige bewoning te verwijderen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Hilversum. Op 15 april 2021 heeft de toezichthouder van het college naar aanleiding van een verzoek tot handhaving een inspectie uitgevoerd en geconstateerd dat de woning is gesplitst in twee zelfstandige appartementen, ieder voorzien van een eigen toegangsdeur met cilinderslot, douche, toilet en keuken. Omdat meervoudige bewoning niet is toegestaan op grond van de ter plaatse geldende regels van het bestemmingsplan "Over ’t Spoor" en [appellant] niet beschikt over een omgevingsvergunning voor gebruik in afwijking van het bestemmingsplan, overtreedt [appellant] volgens het college het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:521
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204245/1/R4

202205531/1/R4

Bij besluit van 7 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [appellant] vier lasten onder dwangsom opgelegd om diverse overtredingen in het pand aan de [locatie] in Utrecht te beëindigen, beëindigd te houden en te voorkomen. [appellant] is eigenaar van een pand, een rijksmonument, aan de [locatie] in Utrecht. Hij verhuurt kamers in het pand. Voor het verbouwen van het pand heeft het college in het besluit van 23 maart 2016 een omgevingsvergunning verleend aan [appellant]. In het besluit van 30 april 2018 heeft het college aan [appellant] een vergunning op grond van de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg verleend voor het verdiepen van de bestaande kelder en het ontgraven van de huidige serre. In januari 2020 heeft een toezichthouder van de gemeente Utrecht een controle uitgevoerd. Volgens het college blijkt uit de controle dat er werkzaamheden zijn uitgevoerd in afwijking van de omgevingsvergunning en de archeologievergunning. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de gestelde overtredingen voldoende basis vormen om last 1, 2 en 4 op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:549
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205531/1/R4

202205983/1/A2

Bij besluit van 19 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [wederpartij] voor een woningvormingsvergunning om [locatie] te Den Haag te verbouwen tot drie zelfstandige woonruimten afgewezen. [wederpartij] is eigenaar van het pand aan [locatie] te Den Haag. Hij heeft een vergunning aangevraagd om de woning te verbouwen tot drie zelfstandige woonruimten. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, zoals deze gold van 1 juni 2021 tot en met 28 februari 2022, (Hv 2019, versie 4) en van toepassing was ten tijde van het besluit van 4 oktober 2021, mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet worden verbouwd tot twee of meer zelfstandige woonruimten zonder vergunning van het college. Het college heeft bij besluit van 19 april 2021 de woningvormingsvergunning geweigerd. Bij besluit van 4 oktober 2021 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:513
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205983/1/A2

202206200/1/R1

Bij besluit van 20 september 2022 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een watervergunning als bedoeld in artikel 6.5, aanhef en onder a, van de Waterwet verleend aan RWE voor het onttrekken aan en het brengen van water in de Maas door de waterkrachtcentrale te Linne. In de Maas zijn drie wkc’s gebouwd: één in Borgharen, één in Linne, en één in Alphen/Lith. De centrales in Alphen/Lith en Linne zijn in bedrijf. RWE exploiteert de wkc in Linne. Omdat de turbines van de wkc in bepaalde mate vissterfte veroorzaken, experimenteert RWE met maatregelen en voorzieningen om vissterfte tegen te gaan, zoals stillegging van de wkc in bepaalde periodes en een Early Warning System. RWE kan zich niet verenigen met de vergunningvoorschriften voor zover die zijn gebaseerd op het uitgangspunt van de minister dat een norm van 10% (cumulatief) voor sterfte van zalm smolts en schieraal moet worden aangehouden. Deze cumulatieve norm resulteert in een norm van 5% voor de wkc van RWE.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:454
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202206200/1/R1

202206380/1/R3

Bij besluit van 28 september 2022 heeft de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk het bestemmingsplan "Brandweerkazerne/volkstuinen, Driebruggen" vastgesteld. Het plan maakt een nieuwe brandweerkazerne mogelijk op De Groendijck 20h, tussen De Groendijck en het Westeinde in Driebruggen. In verband met de bouw van de brandweerkazerne zullen de volkstuinen die op deze locatie aanwezig zijn, worden opgeschoven naar het oosten, waar in de huidige situatie een grasveld ligt dat gebruikt wordt als speelweide voor de jaarlijkse kinderspelen. Aan de overzijde van De Groendijck, ten noordwesten van de nieuwe locatie van de brandweerkazerne, voorziet het plan daarnaast in een uitbreidingsmogelijkheid voor de volkstuinen. [appellant sub 1] en de bewoners namens wie het beroep van [appellant sub 2] en anderen is ingesteld, wonen in de directe omgeving aan het Westeinde. Er is ook beroep ingesteld namens enkele gebruikers van de volkstuinen en Speeltuinvereniging "De Wildebras". De volkstuinders huren de volkstuinen van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk en de speeltuinvereniging organiseert de jaarlijkse kinderspelen op de speelweide.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:551
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202206380/1/R3

202206511/1/A3

Bij besluit van 17 juni 2021 heeft de Ksa een aanvraag van Nederlandse Loterij om wijziging van de aan Lotto B.V. verleende vergunning Instantloterij 2017-2021 afgewezen. Lotto B.V. is een dochteronderneming van Nederlandse Loterij B.V. en heeft een vergunning voor het houden van een instantloterij. Dit is een loterij waarbij gebruik wordt gemaakt van krasloten. Nederlandse Loterij heeft de Ksa verzocht om de aan Lotto B.V. verleende vergunning Instantloterij 2017-2021 te wijzigen, in die zin dat het Lotto B.V. ook wordt toegestaan dat zij online krasloten kan aanbieden die ook online kunnen worden opengekrast. De Ksa heeft de aanvraag van Nederlandse Loterij afgewezen, omdat artikel 14a van de Wet op de Kansspelen in samenhang gelezen met artikel 31 van de Wok, geen grond biedt voor het toestaan van het aanbieden van online krasloten die online kunnen worden opengekrast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:511
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202206511/1/A3

202207155/1/R2

Bij besluit van 20 september 2022 heeft de raad van de gemeente Horst aan de Maas het bestemmingsplan "Veegplan 2021" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet onder meer in een wijziging van de bestemming van het perceel [locatie 2] in Meterik van "Agrarisch met waarden" naar "Wonen". De raad wil met deze wijziging het bestemmingsplan in overeenstemming brengen met de feitelijke situatie. Hierbij heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat met deze wijziging een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. [gemachtigde] is initiatiefnemer van dit plan en heeft dit initiatief genomen, omdat hij geen agrarische activiteiten meer verricht. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie 1] en hebben daar een glastuinbouwbedrijf. Zij zijn het niet eens met de wijzigingen. [appellant A] en [appellant B] vrezen namelijk voor een beperking van hun bedrijfsvoering. Daarnaast zijn zij het niet eens met het vervallen van de aanduiding ‘ontwikkelingsgebied glastuinbouw’ op hun perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:538
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202207155/1/R2

202207209/1/A3

Bij brief van 4 juni 2020 heeft de algemene raad gereageerd op een brief van [appellant] van 14 mei 2020. [appellant] is in het verleden bijgestaan door een advocaat [voormalig advocaat] en wil weer in contact met hem komen. [voormalig advocaat] is sinds 2018 niet meer werkzaam als advocaat. [appellant] heeft de algemene raad om informatie gevraagd in zijn brief van 14 mei 2020. De algemene raad heeft bij brief van 4 juni 2020 bepaalde informatie verstrekt, zoals over de periode waarin [voormalig advocaat] als advocaat ingeschreven heeft gestaan. Over actuele adresgegevens beschikt de algemene raad niet en ook andere persoonsgegevens heeft de algemene raad, onder verwijzing naar de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) niet verstrekt. Over het algemeen kan op grond van de Advocatenwet geen informatie over ex-advocaten worden verstrekt, aldus de algemene raad. Het bewaar van [appellant] tegen deze brief heeft de algemene raad bij besluit van 27 oktober 2020 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brief van 4 juni 2020 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:531
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202207209/1/A3

202300110/1/A2, 202304489/1/A2, 202305681/1/A2, 202306666/1/A2 en 202401758/1/A2

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft verschillende verkeersbesluiten genomen waartegen [appellante A] en/of [appellant B] bezwaar hebben gemaakt. [appellant B] is in 1956 aan de [locatie 1] in Amsterdam begonnen met een onderneming die zich richtte op het transport van melkbussen. Gaandeweg is de onderneming uitgebreid en is zij zich ook gaan richten op andere transporten met grote vrachtvoertuigen. [zoon], de zoon van [appellant B], is in 1993 een eenmanszaak begonnen waarbij hij dat transportdeel van de onderneming van [appellant B] heeft overgenomen. Vervolgens is op 24 maart 1998 [appellante A], een commanditaire vennootschap, opgericht. Volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel voert [appellante A] een handelsonderneming die onder andere vrachtvoertuigen verhuurt, leaset en repareert. De vennoot van [appellante A] is de op dezelfde datum opgerichte [stichting], waarvan [zoon] de enige bestuurder is. Zowel [appellante A] als [stichting] waren ten tijde hier van belang gevestigd aan de [locatie 1].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:542
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202300110/1/A2, 202304489/1/A2, 202305681/1/A2, 202306666/1/A2 en 202401758/1/A2

202300631/1/R1

Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat Vattenfall een last onder bestuursdwang opgelegd om binnen 24 uur na uitreiking van dit besluit haar waterkrachtcentrale bij Lith/Alphen stil te leggen tot en met 31 december 2021. Vattenfall exploiteert een wkc in de rivier de Maas, ter hoogte van het stuwcomplex Lith. De wkc is sinds 1990 in bedrijf. Niet in geschil is dat het gebruik van deze wkc een schieraalsterfte van gemiddeld 23% kan veroorzaken. In deze zaak gaat het over deze schieraal, die in het najaar stroomafwaarts trekt (het migratieseizoen). De schieraal is een zeer bedreigde vissoort en het aalbestand bevindt zich in een kritiek stadium. Partijen zijn het er dan ook over eens dat maatregelen vereist zijn om deze vissoort beter te beschermen. Bij uitspraak van 9 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2888, heeft de Afdeling de watervergunning vernietigd, omdat de 10%-norm voor vissterfte in strijd met artikel 2.10 van de Waterwet niet krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is vastgesteld. Als gevolg van deze uitspraak beschikte Vattenfall niet meer over de vereiste watervergunning voor het in bedrijf hebben van de wkc.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:539
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300631/1/R1

202300723/1/R2

Bij besluit van 23 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uden (nu: Maashorst) aan [partij] opgedragen de vestiging van [bedrijf] aan de [locatie] in Volkel binnen drie maanden te beëindigen en beëindigd te houden. Als zij dat niet doet, dan moet zij een dwangsom betalen van € 1.000,00 per week, met een maximum van € 20.000,00. [partij] is eigenaar van de loods die zij ten tijde van het besluit van 23 februari 2021 verhuurde aan [bedrijf]. T&W Bouw heeft in de buurt van de loods haar bedrijf gevestigd. [appellant] woont tegenover de loods. T&W Bouw en [appellant] stellen last te hebben van het verkeer door de vestiging van [bedrijf]. Zij hebben daarom het college gevraagd op te treden, omdat in de loods twee bedrijven zijn gevestigd en dat volgens hen niet mag. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de bedrijfsactiviteiten van [bedrijf] niet passen binnen de bestemmingsplanregels en ook niet vergund zijn. Deze zijn daarom niet toegestaan. Het college heeft daarom een zogenoemde ‘last onder dwangsom’ opgelegd. Deze houdt in dat [partij] de overtreding binnen drie maanden ongedaan moet maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:540
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300723/1/R2

202301248/1/R1

Bij besluit van 17 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst onder meer een locatie bij [locatie 1] in Vorden en een locatie bij [locatie 2] in Hengelo (Gld) aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant sub 1] woont aan [locatie 1] in Vorden. De ORAC-locatie bevindt zich aan de overkant van de weg, die ongeveer 5 m breed is. Hij is het er niet mee eens dat de ORAC in de buurt van zijn woning wordt geplaatst. [appellant sub 2] woont aan [locatie 2] in Hengelo. Hij is het er niet mee eens dat de ORAC-locatie naast zijn woning komt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:547
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202301248/1/R1

202301394/1/A2

Bij uitspraak van 20 april 2022, in zaak nr.202003079/1/A2, ECLI:NL:RVS:2022:1148, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 14 april 2020 in zaak nr. 19/3508 ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft verzocht om herziening van de uitspraak van 20 april 2022, omdat hij na die uitspraak erachter is gekomen dat staatsraad Daalder bij het integriteitsonderzoek in de gemeente Montfoort van 2015 betrokken is geweest. De staatsraad is in dat kader ook betrokken geweest bij een dossier van [verzoeker]s dochter en schoonzoon. Volgens [verzoeker] is staatsraad Daalder niet onpartijdig en heeft hij de planschadezaak richting een voor [verzoeker] nadelige uitkomst gestuurd. [verzoeker] heeft aangevoerd dat de gemeente bij de uitruil van ligplaatsen voor een bouwkavel onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld waardoor hij schade heeft geleden. Hij verzoekt de Afdeling hierover een oordeel te geven en de gemeente te veroordelen tot vergoeding van die schade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:526
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Herziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202301394/1/A2

202301406/1/A2

Bij uitspraak van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3151) heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 november 2021 in zaak nr. 21/1232 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft in de uitspraak van 2 november 2022 onder meer geoordeeld dat het Instituut niet in strijd heeft gehandeld met het verbod op belangenverstrengeling bij de beoordeling van het verzoek om vergoeding van schade door mijnbouwactiviteiten. Verder heeft de Afdeling geoordeeld dat het Instituut zijn taken niet onbehoorlijk heeft vervuld in die zin dat het Instituut heeft nagelaten onafhankelijk en onpartijdig onderzoek te verrichten. Ook heeft de Afdeling geoordeeld dat het Instituut toereikend heeft gemotiveerd dat drie schades identiek zijn aan de door de NAM eerder behandelde schades. Het Instituut is daarom niet bevoegd deze schades te behandelen. Op 4 maart 2023 heeft [verzoeker] verzocht om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:514
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Herziening
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202301406/1/A2

202302143/1/R1

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert, onder meer locatie "Lange Reep" in Rijsbergen aangewezen voor het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers. De containers zijn bedoeld voor de inzameling van huishoudelijk afval van de bewoners van het appartementencomplex naast [locatie A]. Het college heeft het besluit van 28 februari 2023 voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In het ontwerpbesluit heeft het college een gedeelte van het grasveld direct aan de overzijde van de weg bij [locatie B] aangewezen als locatie voor de plaatsing van containers. Het college heeft in het wijzigingsbesluit de oude locatie vervangen door de locatie ten westen van [locatie A]. Deze locatie ligt op een afstand van ongeveer 48 m van de oude locatie. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] wonen aan [locatie A] en zijn het niet eens met de nieuwe locatie, omdat zij overlast vrezen. [appellant sub 2] woont aan [locatie B]. Hij is het niet eens met de oude locatie, maar heeft geen bezwaar tegen de nieuwe locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:525
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202302143/1/R1

202302998/1/R1

Bij besluit van 8 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst aan Dutch Dairy Genetics B.V.een omgevingsvergunning verleend voor onder meer het vergroten van een werktuigenberging en de aanleg van een sleufsilo op het perceel Kuilenburgerstraat 4 in Steenderen. [appellant] woont een aantal percelen verderop en is het niet eens met de vergunning. Bij uitspraak van 28 maart 2023 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] gegrond verklaard en het besluit van 28 juli 2021 vernietigd, omdat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het heeft afgeweken van het bestemmingsplan. De rechtbank heeft desondanks aanleiding gezien om de rechtsgevolgen van dat besluit in stand te laten, gelet op de motivering van het college ter zitting. [appellant] is het hier niet mee eens. Volgens [appellant] is de werktuigenberging in strijd met redelijke eisen van welstand en is de sleufsilo in strijd met de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:512
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302998/1/R1

202303137/1/A3

Bij e-mail van 25 februari 2022 hebben de cao-partijen een verzoek van [appellant] om openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant] heeft de cao-partijen verzocht om openbaarmaking van alle documenten over de dispensatieregeling die is opgenomen in de CAO Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen. De cao-partijen hebben het verzoek van [appellant] afgewezen, omdat uit de Wob voor hen geen verplichtingen volgen. Zij zijn namelijk geen bestuursorganen, zo menen zij. De rechtbank is de cao-partijen gevolgd in dit standpunt. Zij heeft geoordeeld dat de cao-partijen geen bestuursorgaan zijn in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht. De Wob is daarom niet op de cao-partijen van toepassing. De rechtbank heeft zich daarom onbevoegd verklaard om van het beroep van [appellant] kennis te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:548
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202303137/1/A3

202303724/1/A2

Bij besluit van 24 februari 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] met ingang van 3 maart 2022 ongeldig verklaard. Het CBR heeft het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 24 februari 2022 niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] het bezwaarschrift niet tijdig heeft ingediend. Het CBR heeft het bezwaarschrift op 13 mei 2022 ontvangen, terwijl de termijn voor het indienen van bezwaar afliep op 7 april 2022. Het CBR heeft de door [appellant] aangevoerde reden waarom hij het bezwaar te laat heeft ingediend, namelijk omdat hij vanaf 9 maart 2023 in detentie zat, niet verschoonbaar geacht. De rechtbank heeft overwogen dat het [appellant] niet kan worden verweten dat hij niet binnen de termijn een bezwaarschrift heeft ingediend, omdat hij tot 8 april 2022 in volledige beperkingen zat. [appellant] kan wel worden verweten dat hij niet direct daarna een bezwaarschrift heeft ingediend. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat is geweest om direct na het opheffen op 8 april 2022 van de volledige beperkingen in detentie een bezwaarschrift in te dienen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:519
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202303724/1/A2

202304560/1/R1

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas aan [wederpartij] en anderen een last onder bestuursdwang opgelegd. Bij besluit van 3 april 2023 heeft het college het door [wederpartij] en anderen daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 18 oktober 2022 herroepen en [wederpartij] en anderen onder oplegging van een dwangsom gelast om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden door het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel aan de Kesselseweg in Helden op te heffen. [wederpartij] en anderen hebben op 27 september 2022 spandoeken opgehangen en caravans geplaatst op het perceel om aandacht te vragen voor meer standplaatsen voor woonwagens binnen de gemeente Peel en Maas. Volgens het college was geen sprake meer van een betoging, omdat het perceel niet meer werd gebruikt om het demonstratierecht uit te oefenen, maar om te verblijven, te overnachten, samen te komen en personen te ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:524
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304560/1/R1

202305137/1/A3

Bij besluit van 15 augustus 2022 heeft de burgemeester van Etten-Leur gelast de woning aan de [locatie] in Etten-Leur voor drie maanden te sluiten. [appellant] huurt van Stichting Alwel de woning aan de [locatie] in Etten-Leur. Op 3 juli 2022 is [appellant] op grond van de Wegenverkeerswet 1994 gecontroleerd, waarbij is geconstateerd dat hij een kleine hoeveelheid verdovende middelen bij zich had. Op dezelfde dag heeft de politie in de woning, schuur en tuin 37,2 g MDMA, 960 ml GHB en 977,5 g amfetamine aangetroffen. Daarnaast zijn diverse aan drugshandel gerelateerde goederen aangetroffen, zoals pepperspray, een veerdrukpistool, € 585,00 contant geld, een taser, maatbekers met GHB en gripzakjes. [appellant] betoogt dat de sluiting niet evenredig is. Het is niet aannemelijk dat er in de woning in drugs werd gehandeld. Daarvoor is onder andere van belang dat de rechtbank geen rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat de in de woning aangetroffen attributen ergens anders voor gebruikt zijn dan voor handel in drugs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:544
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202305137/1/A3

202305190/1/R3

Bij besluit van 19 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen de overlast op Camping Slingeland afgewezen. [appellante] heeft op 29 mei 2022 het college verzocht handhavend op te treden tegen de overlast op Camping Slingeland. [appellante] woont aan de Overslingeland te Noordeloos. Camping Slingeland is gevestigd aan de Slingelandseweg te Noordeloos. Tussen het perceel van [appellante] en Camping Slingeland bevindt zich de Paalweg. [appellante] ondervindt overlast vanwege door campinggasten geparkeerde auto’s op of aan de Paalweg en [appellante] heeft daarbij aangegeven dat op de camping te weinig parkeerplaatsen zijn en meer dan de vergunde 25 standplaatsen worden ingenomen. [appellante] betoogt dat de rechtbank de rechtsgevolgen niet in stand had mogen laten. In de eerste plaats omdat niet op een juiste wijze uitvoering is gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 7 december 2022. Om die reden maakt [appellante] ook aanspraak op verbeurde dwangsommen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:537
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305190/1/R3

202305805/1/A2

Bij besluit van 29 oktober 2021 heeft het college een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 20 januari 2022 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] woont met haar meerderjarige zoon en kleindochter in Amsterdam en heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij vindt dat haar driekamerwoning te klein is. Haar kleindochter heeft wegens psychische problemen namelijk een aparte ruimte nodig om zich terug te trekken. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. Daarnaast voldoet het huishouden niet aan de bindingseis van vier jaar. Ook op grond van de hardheidsclausule kan aan [appellant] geen urgentieverklaring worden verleend. [appellant] voert in hoger beroep aan dat de rechtbank eraan voorbij is gegaan dat het college bij het nemen van het besluit onvoldoende rekening heeft gehouden met de sociale en medische aspecten van haar kleindochter en stelt dat sprake is van schending van internationaal recht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:510
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305805/1/A2

202305817/1/A2

Bij besluit van 6 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel een aanvraag van [appellanten] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellanten] is sinds 1987 eigenaar van het perceel en de daarop gelegen woning aan de [locatie 1] in Sibrandahûs. Op het nabij gelegen perceel [locatie 2] is een veehouderij gevestigd waar vooral (melk)geiten worden gehouden. Op 27 januari 2020 heeft [appellanten] een aanvraagformulier voor een tegemoetkoming in planschade bij het college ingediend. Hij stelt schade te hebben geleden in de vorm van waardevermindering van zijn woning door de vestiging van een intensieve geitenhouderij op het perceel [locatie 2]. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het advies van de SAOZ aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen. De rechtbank heeft daarom het beroep, voor zover gericht tegen de in bezwaar gehandhaafde afwijzing van het verzoek om een tegemoetkoming in planschade, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:534
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305817/1/A2

202305828/1/R3

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Kampen het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kampen en IJsselmuiden 2022 (binnenstad en woongebieden)" vastgesteld. Het plan voorziet in een actualisatie van de bebouwde kommen van Kampen en IJsselmuiden, met uitzondering van de grote bedrijventerreinen. Het plan actualiseert hoofdzakelijk de bestemmingsplannen "Binnenstad", "Groene Hart 2013", "Woonwijken Kampen", "Stationsomgeving Hanzelijn", "Het Onderdijks 2013", "IJsselmuiden Oost", "IJsselmuiden West" en "IJsselmuiden Dorpsrand". Dolfijnenhuis Begeleiding B.V. is een zorgaanbieder in de gemeente Kampen voor jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking, psychische problemen of een combinatie van beide. Zij biedt aan haar cliëntenzorg aan waarbij een deelnemer zelfstandig of met anderen woont. Dolfijnenhuis Begeleiding vreest dat zij als gevolg van het plan haar bedrijfsactiviteiten niet goed meer kan uitoefenen. Voor haar is onduidelijk wanneer er nu sprake is van een zorgwoning op grond van het bestreden plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:553
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202305828/1/R3

202305994/1/R4

Bij besluit van 6 maart 2023 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] heeft in de gemeente Kerkwijk, sectie T, op het grensvlak van de percelen met nummers 1759 en 231 een bouwwerk gebouwd. Het betreft een bouwwerk van 7,65 m bij circa 12 m met een hoogte van 2,50 meter. Naar aanleiding van een anonieme klacht over het bouwwerk heeft het college zich op het standpunt gesteld dat het bouwwerk is gebouwd zonder omgevingsvergunning. Het college heeft [appellant] vervolgens gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo te beëindigen vóór 19 april 2023. Volgens [appellant] is het bouwwerk op grond van artikel 2, aanhef en onderdeel 3, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht omgevingsvergunningvrij opgericht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:536
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305994/1/R4

202307234/1/R4

Bij besluit van 27 september 2023 heeft de raad van de gemeente Nijmegen het bestemmingsplan "Chw-bestemmingsplan Nijmegen Winkelsteeg-Kanaalknoop Noord" vastgesteld. De raad wenst een herontwikkeling van het Winkelsteeggebied. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op een gedeelte van het Winkelsteeggebied, namelijk het gebied ten noorden van de Nieuwe Dukenburgseweg tussen het Maas-Waalkanaal en het terrein van NXP. Met dit bestemmingsplan wordt volgens de plantoelichting voorzien in een nieuw juridisch-planologisch kader voor de bouw van ongeveer 2.700 woningen, 57.600 m2 bedrijventerrein en ongeveer 15.000 m2 aan voorzieningen. Antargaz is gevestigd in het plangebied. Zij kan zich er niet mee verenigen dat haar bedrijf - een inrichting als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen - als gevolg van het bestemmingsplan niet langer als zodanig is bestemd. Lidl kan zich er niet mee verenigen dat is voorzien in een juridisch-planologisch kader voor een grote supermarkt in het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:535
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202307234/1/R4

202307696/1/A2

Bij besluit van 10 februari 2021, gehandhaafd bij besluit van 10 september 2021, heeft het Instituut een vergoeding van € 7.199,25, te vermeerderen met wettelijke rente, toegekend voor 50% van de waardedaling van de woning. Daarbij is het Instituut op basis van de openbare gegevens van de Basisregistratie Kadaster uitgegaan van een 50% eigendomsaandeel van [appellant] op 1 januari 2019, de peildatum voor het bepalen van de waardedaling. In het besluit is ter informatie vermeld dat de andere eigenaar zelf een vergoeding kan aanvragen voor de waardedaling die is ontstaan voor haar deel van de woning. De rechtbank heeft geoordeeld dat het Instituut terecht is uitgegaan van een 50% eigendomsaandeel van [appellant] in de periode van 16 augustus 2012 tot 1 januari 2019. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ex-echtgenote van [appellant] haar vordering op het Instituut niet aan [appellant] heeft gecedeerd. [appellant] heeft daarom geen recht op een schadevergoeding voor meer dan 50% van de waardedaling van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:516
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202307696/1/A2

202307726/1/A2

Bij besluit van 28 mei 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oude IJsselstreek het verzoek om schadevergoeding van [appellante] en wijlen [overledenen] (hierna: [appellante]) afgewezen. Bij brief van 31 december 2012 heeft [appellante] de gemeente Oude IJsselstreek aansprakelijk gesteld en het college verzocht om schadevergoeding. Zij stelt materiële en immateriële schade (in totaal € 2.147.000,-) te hebben geleden. De schade is volgens [appellante] het gevolg van beleid en besluiten over het al dan niet handhaven van de milieuwetgeving en regels van ruimtelijke ordening, het niet voorschrijven van maatwerkvoorschriften overeenkomstig het Activiteitenbesluit milieubeheer en het niet beschermen van de bodemkwaliteit op hun perceel. Ook stelt zij schade te lijden door het niet vervullen van alle andere plichten waartoe het college geroepen was op basis van de aan hem opgedragen taken en van alle overige wet- en regelgeving die het college ter beschikking stond om haar rechten en (im)materieel welzijn te beschermen. Bij brieven van 6 februari 2013 en van 21 maart 2013 heeft het college [appellante] verzocht om het verzoek om schadevergoeding nader te concretiseren en te onderbouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:530
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202307726/1/A2

202400714/5/A2

In voormelde uitspraak van 22 april 2024 heeft de Afdeling het hoger beroep van [opposante] kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht, ook na aanmaning, niet is betaald. [opposante] doet verzet tegen deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:555
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400714/5/A2

202400730/1/A2

Bij besluiten van 12 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bestuurlijke boetes aan [appellant] opgelegd voor het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woonruimte in meerdere onzelfstandige woonruimtes. [appellant] heeft tegen de besluiten van het college van 12 juli 2022 bezwaarschriften ingediend. Het college heeft zich in de besluiten van 29 september 2022 op het standpunt gesteld dat de bezwaren niet-ontvankelijk zijn. Het college ontving de bezwaarschriften op 24 augustus 2022, terwijl de termijn voor het indienen van bezwaar afliep op 23 augustus 2022. Het college heeft de door [appellant] aangevoerde reden dat de bezwaarperiode in de vakantie viel geen verschoonbare reden geacht voor overschrijding van de termijn voor het indienen van bezwaar. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van de termijn van zes weken en dat de omstandigheid dat de besluiten zijn genomen tijdens de vakantieperiode niet zeer uitzonderlijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:517
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202400730/1/A2

202401483/1/A2

Bij besluit van 8 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem de aanvraag van [appellante] om een noodurgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft een aanvraag om een noodurgentieverklaring ingediend vanwege haar woonsituatie, omdat die situatie volgens haar ongezond is voor haar, haar partner en haar kind. De studio waar zij wonen is te klein, er zijn vochtproblemen en er is geen aparte slaapkamer. Het college heeft aan de besluitvorming tot afwijzing van de aanvraag ten grondslag gelegd dat geen sprake is van een persoonlijke noodsituatie als bedoeld in artikel 10b, derde lid, van de Huisvestingsverordening gemeente Arnhem 2020. Voor zover wel sprake zou zijn van een persoonlijke noodsituatie, acht het college [appellante] zelf verantwoordelijk voor het ontstaan van deze noodsituatie. Tot slot ziet het college geen aanleiding voor het toepassen van de hardheidsclausule. [appellante] heeft in hoger beroep, onder verwijzing naar foto’s, betoogd dat zij zich in een persoonlijke noodsituatie bevindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:528
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401483/1/A2

202401634/1/A2

Bij besluit van 18 december 2020 heeft de minister van Financiën [appellante] laten weten dat hij niet beschikt over de informatie die [appellante] met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur heeft opgevraagd. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] om twee redenen niet-ontvankelijk verklaard. De eerste reden is dat [appellante] geen griffierecht heeft betaald en geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat zij redelijkerwijs niet in verzuim was om het griffierecht te betalen. De tweede reden is dat [appellante] met het instellen van het beroep misbruik van recht heeft gemaakt. [appellante] kan zich met het oordeel van de rechtbank niet verenigen en heeft hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:467
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401634/1/A2

202401701/1/A2, 202401703/1/A2, 202401708/1/A2 en 02401710/1/A2

[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2024, waarbij het door haar gedane verzet tegen de uitspraken van de rechtbank van 12 juli 2022 en 19 december 2022 niet-ontvankelijk is verklaard. [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2024, waarbij het door haar gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 2 oktober 2023 niet-ontvankelijk is verklaard. [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2024, waarbij het door haar gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 augustus 2022 niet-ontvankelijk is verklaard. [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2024, waarbij het door haar gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 9 november 2022 niet-ontvankelijk is verklaard. In de uitspraken van de rechtbank zijn de door [appellante] ingestelde beroepen niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellante] het griffierecht niet had betaald. De door [appellante] gedane verzetten zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:550
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401701/1/A2, 202401703/1/A2, 202401708/1/A2 en 02401710/1/A2

202402226/1/A2

Bij besluit van 30 november 2022 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellante] om compensatie voor een afgeloste geldschuld afgewezen. Deze uitspraak gaat over compensatie voor afgeloste private schulden in het kader van de Hersteloperatie Toeslagen. Deze regeling is onderdeel van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft, op basis van de zogenoemde Catshuisregeling, op 17 februari 2021 een bedrag van € 30.000,00 ontvangen. Zodra dit bedrag op haar rekening stond, heeft [appellante] daarvan drie schulden die zij had bij ING afgelost. [appellante] heeft daarna twee aanvragen gedaan om compensatie voor drie afgeloste schulden, zoals bedoeld in artikel 4.3 van de Wht. De rechtbank heeft geoordeeld dat de afgeloste schulden niet voldoen aan de voorwaarden die de Wht stelt aan compensatie daarvan. Uit het dossier blijkt niet dat de schulden op enig moment opeisbaar zijn geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:456
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202402226/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402226/1/A2

202402407/1/V6

Bij besluit van 6 december 2022 heeft de staatssecretaris een verzoek van appellant om hem het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. appellant is in het bezit van een verblijfsvergunning in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. Hij heeft samen met zijn echtgenote en kind op 12 november 2021 een verzoek om naturalisatie gedaan. Op 2 augustus 2022 is appellant samen met zijn echtgenote en kind aanwezig geweest bij een naturalisatieceremonie. Tijdens die ceremonie is een bekendmaking van verlening van het Nederlanderschap waarin de namen van appellant en zijn dochter zijn genoemd, aan zijn dochter uitgereikt. De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om naturalisatie afgewezen bij besluit van 6 december 2022, omdat er twijfel bestaat over de juistheid van de door appellant opgegeven identiteit en nationaliteit. Volgens de staatssecretaris slaagt het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel niet, omdat het Nederlanderschap niet verkregen kan worden door de werking van enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, waaronder het vertrouwensbeginsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:509
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202402407/1/V6

202402662/1/V6

Bij besluit van 25 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Sierra Leone en geboren te zijn op [geboortedatum]. Op 22 maart 1999 heeft hij in Nederland een asielverzoek ingediend. De staatssecretaris heeft hem met ingang van 15 juni 2007 een verblijfsvergunning verleend in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. Op 29 september 2020 heeft [appellant] het verzoek ingediend. Ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit heeft hij een kopie van een Sierra Leoons paspoort, afgegeven op [datum], en een afschrift van een geboorteakte met het nummer […], afgegeven op [datum], overgelegd. In het paspoort en de geboorteakte staat als geboorteplaats ‘[plaats]’ en als geboortedatum [geboortedatum]. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt over de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De staatssecretaris heeft zijn twijfel gebaseerd op een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 10 mei 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:533
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202402662/1/V6

202403200/1/A2

Bij besluit van 19 juli 2023 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellante] om compensatie voor een afgeloste geldschuld afgewezen. Deze uitspraak gaat over compensatie voor afgeloste private schulden in het kader van de Hersteloperatie Toeslagen. Deze regeling is onderdeel van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft, op basis van de zogenoemde Catshuisregeling, op 24 maart 2021 een bedrag van € 30.000,00 ontvangen. [appellante] heeft op 21 maart 2023 een aanvraag gedaan om compensatie voor afgeloste schulden. Het gaat om een bedrag van in totaal € 16.621,09. [appellante] heeft tot 1 augustus 2018 onder bewind gestaan. Deze schulden zijn in het kader van dit bewind voldaan. De minister heeft de aanvraag afgewezen. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de schulden niet zijn betaald na de ontvangst van de compensatie van de Catshuisregeling. De overlegde betaalbewijzen zijn namelijk van de jaren 2014 tot en met 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:532
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403200/1/A2

202403624/1/R3

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad van de gemeente Ooststellingwerf het bestemmingsplan "’t Hooge fase 2, Oldeberkoop" vastgesteld. In deze procedure is alleen het besluit van de raad van 23 april 2024, waarbij het bestemmingsplan "’t Hooge fase 2, Oldeberkoop" is vastgesteld, aan de orde. Dit plan maakt de bouw van 27 woningen mogelijk. [appellant] is het niet met het plan eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:523
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202403624/1/R3

202403645/1/V6

Bij besluit van 4 juli 2023 (hierna: het besluit) heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 20 februari en 23 april 2023 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 1 september 2007 tot en met 31 oktober 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het Ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en van hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De minister heeft niet beoordeeld of [appellant] daadwerkelijk als bewaker van ASG heeft gewerkt voor de Nederlandse krijgsmacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:529
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403645/1/V6

202403891/1/R1

Bij besluit van 24 februari 2023 heeft het college aan Energiepark Uitgeest B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark met een instandhoudingstermijn vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2049 aan de Koogdijk nabij nummer 1 in Uitgeest. Energiepark heeft een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van een zonnepark van ongeveer 10 hectare, genaamd Winterzon. De aanvraag ziet op de activiteiten bouwen van een bouwwerk en gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. [appellant] woont aan de [locatie] in Uitgeest. Hij heeft voorafgaand aan de termijn gedurende welke het ontwerpbesluit ter inzage heeft gelegen, een schriftelijke reactie op de vergunningaanvraag naar voren gebracht. [appellant] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] geen belanghebbende is bij de omgevingsvergunning en dat hem redelijkerwijs kan worden verweten dat hij niet binnen de daarvoor gestelde termijn een zienswijze heeft ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:527
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403891/1/R1

202403923/1/A2

Bij besluit van 10 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een aanvraag van de maatschap om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. De maatschap was van 26 november 1986 tot 1 juli 2019 eigenaar van het perceel [locatie] te Elsendorp. Zij was daar exploitant van een varkenshouderij. Op grond van het bestemmingsplan Gemert-Bakel Buitengebied 2010 van 27 mei 2010 was het toegestaan op 80 procent van de oppervlakte van het perceel bedrijfsbebouwing op te richten. Deze bouwmogelijkheid was feitelijk niet volledig benut. De maatschap betoogt dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij het risico van de voor haar nadelige planologische verandering heeft aanvaard. Volgens de maatschap heeft het college miskend dat die verandering voor haar niet voorzienbaar was op basis van een concreet beleidsvoornemen dat openbaar is gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:552
Datum uitspraak
12 februari 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403923/1/A2

202202398/1/V1

Bij besluit van 25 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:471
Datum uitspraak
11 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202202398/1/V1

202300864/1/V1

Bij besluit van 17 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:496
Datum uitspraak
11 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202300864/1/V1

202302599/1/V2

Bij besluit van 10 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:497
Datum uitspraak
11 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302599/1/V2

202307527/1/V2

Bij besluit van 21 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:492
Datum uitspraak
11 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307527/1/V2

202400353/1/V2

Bij besluit van 23 september 2022, aangevuld bij besluit van 27 juli 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:498
Datum uitspraak
11 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400353/1/V2

202405227/1/V3

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:723
Datum uitspraak
11 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405227/1/V3

202407162/1/V1

Bij besluit van 12 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:499
Datum uitspraak
11 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407162/1/V1

202500463/1/V3

Op 1 augustus 2019 heeft verzoeker de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, verzocht om herziening van de uitspraak van 27 mei 2019 in zaak nr. NL19.11005. Bij uitspraak van 19 juni 2019 heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 mei 2019 beslist. De rechtbank heeft het verzoek van de vreemdeling daarom terecht aangemerkt als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling, waarop de Afdeling moet beslissen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4821

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:493
Datum uitspraak
11 februari 2025
  • Herziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500463/1/V3

202500775/1/V2 en 202500775/2/V2

Bij besluit van 28 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:563
Datum uitspraak
11 februari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500775/1/V2 en 202500775/2/V2

202500803/1/V1 en 202500803/2/V1

Bij besluit van 8 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat de vreemdeling onmiddellijk moet terugkeren naar Kenia en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:561
Datum uitspraak
11 februari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500803/1/V1 en 202500803/2/V1

202500842/2/V3

Bij besluit van 28 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:560
Datum uitspraak
11 februari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500842/2/V3

202306712/1/V3

Bij besluiten van 20 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdelingen verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en hun opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten (terugkeerbesluit), en heeft hij tegen appellant een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:464
Datum uitspraak
10 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306712/1/V3

202401079/1/V2

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:489
Datum uitspraak
10 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401079/1/V2

202407983/1/V3

Bij besluit van 6 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:490
Datum uitspraak
10 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407983/1/V3

202408063/1/V1 en 202408063/2/V1

Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:487
Datum uitspraak
10 februari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202408063/1/V1 en 202408063/2/V1

202408078/1/R1 en 202408078/2/R1

Bij besluit van 6 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brunssum aan BPD Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 80 appartementen aan de Opzichter 2 tot en met 162 in Brunssum. BPD wil aan de Opzichter 2 tot en met 162 in Brunssum 80 appartementen realiseren voor de sociale en middenhuur. Het college heeft daarvoor een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit bouwen met toepassing van artikel 2.10 van de Wabo. [appellant] is het daar niet mee eens. Hij woont in de omgeving van het bouwplan en vreest met name dat de appartementen zullen leiden tot parkeeroverlast. [appellant] betoogt dat de beheersverordening uit 2017 onverbindend is, omdat BPD bij de totstandkoming van die beheersverordening ongeoorloofde invloed heeft uitgeoefend op de inhoud daarvan. In een conceptversie van beheersverordening was een beperking van het aantal woningen op de locatie opgenomen en was het niet mogelijk om daar appartementen te realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:469
Datum uitspraak
10 februari 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202408078/1/R1 en 202408078/2/R1

202408097/1/V3

Bij besluit van 15 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:465
Datum uitspraak
10 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202408097/1/V3

202408102/1/V3

Bij besluit van 14 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:452
Datum uitspraak
10 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202408102/1/V3

202408106/1/V3

Bij besluit van 7 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:462
Datum uitspraak
10 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202408106/1/V3

202500044/1/R4 en 202500045/1/R4

Bij besluit van 29 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd om herhaling van eerder geconstateerde overtredingen op de akker aan de [locatie] in Baarle-Nassau te voorkomen. [verzoeker] is eigenaar van de akkers aan de [locatie] (kadastrale aanduiding R765) en de kruising van de Tommel en Heimolen (kadastrale aanduiding Q203). Op 18 maart 2024 heeft de politie Zeeland-West-Brabant een anonieme melding ontvangen over dumping van met drugsafval verontreinigde mest op een akker aan de Eerste Dreef in Baarle-Nassau . Uit een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) van 30 april 2024 blijkt dat er op 20 maart 2024 grondmonsters zijn genomen van akker Q203. In een van die monsters is metamfetamine aangetoond in een concentratie die wijst op een lozing van (afval)stoffen die verband houden met de productie van metamfetamine. In drie andere grondmonsters is een aanwijzing gevonden voor de aanwezigheid van metamfetamine, aldus het NFI-rapport.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:468
Datum uitspraak
10 februari 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500044/1/R4 en 202500045/1/R4

202500284/1/V3

Bij besluit van 30 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:463
Datum uitspraak
10 februari 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500284/1/V3
vorige pagina1...545556...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon