Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.745
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202304371/1/R1

Bij besluit van 27 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan In2Retail een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een geldautomaat in de voorgevel van het gebouw op het perceel Ferdinand Bolstraat 8-H in Amsterdam. In2Retail is een bedrijf dat is gespecialiseerd in de exploitatie van geldautomaten. Zij heeft geldautomaten geplaatst op verschillende locaties in Amsterdam. Zij wil ook een automaat plaatsen in de voorgevel van het pand op het perceel. In het pand is een winkel gevestigd. Die functie blijft behouden. Het pand is aangewezen als een gemeentelijk monument. In2Retail betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college heeft kunnen weigeren om voor het bouwplan van het bestemmingsplan af te wijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5344
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202304371/1/R1

202304392/1/A3

Bij besluit van 2 mei 2022 heeft de raad van de orde van advocaten Gelderland aan [appellante] medegedeeld dat zij op grond van artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet voor 2022 een financiële bijdrage is verschuldigd van € 915,00. De raad stelt op grond van artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet voor haar leden elk jaar een financiële bijdrage vast. Dit doet de raad op basis van artikel 2 van de Beleidsregel financiële bijdrage arrondissement Gelderland aan de hand van het bruto-inkomen van de advocaat en een door de leden daartoe ingediende categorieverklaring. De raad stuurt elk jaar per e-mail een verzoek om die categorieverklaring binnen een bepaalde termijn in te dienen. Advocaten die geen categorieverklaring indienen worden ingedeeld in de hoogste categorie en moeten de hoogste financiële bijdrage betalen. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat het bericht om een categorieverklaring in te dienen op behoorlijke wijze bekend is gemaakt door de raad. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de raad van haar de hoogste financiële bijdrage mocht vragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5322
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304392/1/A3

202304463/1/A3

Bij besluit van 18 augustus 2021 heeft het college beslist op een verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens. [appellant] heeft in de periode 2016 tot en met 2017 een conflict gehad dat er toe heeft geleid dat hij zijn woning moest verlaten. Op 26 juli 2021 heeft hij het college verzocht om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens door het college bij het Meldpunt Zorg en Woonoverlast. Volgens [appellant] zijn er in het verleden verschillende meldingen over hem gedaan en is zijn dossier ook besproken tijdens een groot overleg. [appellant] wil een kopie van zijn gehele dossier hebben. Het college heeft het verzoek opgevat als een verzoek op grond van artikel 15, eerste lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming. Het college heeft, beslissend op het verzoek, een overzicht verstrekt van de verwerkingen van de persoonsgegevens van [appellant] en een kopie van het dossier van het Meldpunt verstrekt. Het dossier bestaat uit 68 deels gelakte pagina’s en bestrijkt de periode 3 mei 2016 tot en met 9 maart 2017. Een aantal delen van het verstrekte dossier is zwartgelakt vanwege de bescherming van rechten van derden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5323
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202304463/1/A3

202304991/1/R1

Bij besluit van 20 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een hotel met parkeergarage op het perceel Fogostraat 10A tot en met 10C ingetrokken. In 2013 hebben China Center Amsterdam en het college een intentieovereenkomst gesloten met als doel de ontwikkeling van een hotel met parkeervoorzieningen in drie fasen in de Lutkemeerpolder in Amsterdam. Omdat het college niet tijdig heeft beslist op de aanvraag van China Center Amsterdam voor het bouwen van een hotel met parkeergarage ten behoeve van fase 2 en 3 van het hotel, is daarvoor op 29 januari 2019 van rechtswege een omgevingsvergunning verleend. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college gelet op de bij het besluit betrokken belangen redelijkerwijs gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om de omgevingsvergunning in te trekken. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat China Center Amsterdam niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij alsnog binnen korte termijn de omgevingsvergunning zal benutten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5332
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304991/1/R1

202305167/1/R1

Bij besluit van 22 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om de overtredingen van de artikelen 2.1, eerste lid, aanhef, en onder a en c, en 2.3a, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het adres [locatie] te Zwanenburg te beëindigen en beëindigd te houden. [appellante] is eigenaar van het perceel. Op het perceel bevindt zich een gebouw, bestaande uit een hoofdgebouw, met daarin een zelfstandige woning, en verschillende aanbouwen, namelijk een voorheen als loods aangeduide ruimte die in gebruik is geweest als slachtplaats, een achter die ruimte gerealiseerde aanbouw, een voormalige winkelruimte en een tuinkamer. In het besluit wordt de voormalige winkelruimte aangeduid als ’ruimte A’, de voormalige loods en slachtplaats als ‘ruimte B’ en de daarachter gerealiseerde aanbouw als ‘ruimte C’. De tussen de voormalige loods en de hoofdwoning gerealiseerde tuinkamer wordt aangeduid als ‘ruimte T’. De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van overtredingen waartegen het college handhavend kon optreden. De rechtbank heeft geen bijzondere omstandigheden aanwezig geacht op grond waarvan het college in dit geval had moeten afzien van handhaving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5333
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305167/1/R1

202305479/1/A3

Bij besluit van 14 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Coevorden het verzoek van de Stichting om handhavend op te treden tegen de afsluiting van een parkeerterrein door Staatsbosbeheer, afgewezen. Staatsbosbeheer heeft bij een aantal parkeerterreinen bij recreatiegebied De Kibbelkoele in Coevorden borden geplaatst met de tekst "Verboden toegang van zonsondergang tot zonsopkomst art. 461 wetb. v. strafr". Volgens Staatsbosbeheer is dat gedaan om ’s nachts de rust in het gebied te waarborgen. De Stichting heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen het plaatsen van de verbodsborden, omdat het afsluiten van de parkeerterreinen in de nachtelijke uren in de weg zit aan het gebruik van die parkeerterreinen en het aangrenzende bos als een homo-ontmoetingsplaats. Volgens de Stichting is Staatsbosbeheer niet bevoegd de parkeerterreinen ’s nachts af te sluiten zonder dat het college daartoe een verkeersbesluit heeft genomen. Het college stelt zich op het standpunt dat het niet bevoegd is om handhavend op te treden tegen het plaatsen van de verbodsborden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5334
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202305479/1/A3

202305658/1/R2

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2]" vastgesteld. Het plan maakt op het perceel [locatie 1] en [locatie 2] twee burgerwoningen mogelijk. Ter plaatse is een gemengd agrarisch bedrijf gevestigd met bedrijfsgebouwen en twee bedrijfswoningen. De initiatiefnemer is voornemens de veehouderij te staken. De burgerwoningen krijgen een eigen bestemmingsvlak. De agrarische bedrijfsgebouwen worden gesaneerd en de milieuvergunning wordt ingetrokken. [appellant] woont op het perceel [locatie 3] dat direct grenst aan het plangebied. Hij komt op tegen het plan voor zover dat de realisering van een woning op korte afstand van zijn woning mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5336
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305658/1/R2

202306948/1/R3

Bij besluit van 31 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee aan [partij] een last onder dwangsom opgelegd omdat zij de recreatiewoning gelegen aan de [locatie] in Ooltgensplaat permanent bewoont. [partij] woont sinds 2014 permanent in de recreatiewoning. [appellant] is sinds 2019 eigenaar van de recreatiewoning. Hij verhuurt deze aan [partij]. Het college heeft aan [partij] een last onder dwangsom opgelegd om de permanente bewoning van de recreatiewoning te beëindigen en beëindigd te houden. Het college heeft deze last vervolgens ingetrokken. Volgens het college is handhavend optreden onevenredig vanwege de psychische en medische situatie van [partij]. Hieraan heeft het college het onderzoek naar de psychische en medische situatie van [partij] zoals opgenomen in een rapport van de stichting SAP van 23 maart 2022 ten grondslag gelegd. Het geschil beperkt zich tot de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt mocht stellen dat sprake is van een bijzonder geval om van handhavend optreden af te zien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5335
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306948/1/R3

202400313/1/A3

Bij besluit van 12 februari 2021 heeft de minister van Justitie en Veiligheid op verzoek van [appellant] meerdere documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt en openbaarmaking van een aantal documenten geweigerd. [appellant] heeft de minister op 3 december 2020 op grond van de Wet openbaarheid van bestuur kort samengevat verzocht om openbaarmaking van informatie over het onderzoek naar aanleiding van de moord van een Arubaanse journalist en presentator. In hoger beroep spitst het geding zich toe op de door [appellant] ook gevraagde openbaarmaking van onderzoeksgegevens van het Nederlands Forensisch Instituut. De minister heeft met het besluit van 12 februari 2021 in eerste instantie 36 documenten aangetroffen en een deel gedeeltelijk openbaar gemaakt en met een aanvullend besluit nog eens achttien documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Van een deel van de documenten heeft de minister openbaarmaking in zijn geheel geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5312
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400313/1/A3

202400468/1/R1

Bij besluit van 6 december 2023 heeft de raad van de gemeente Arnhem het bestemmingsplan "Facetplan Vakantiepark Kemperbergerweg 771" vastgesteld. De raad wil permanente bewoning van recreatiewoningen in strijd met het bestemmingsplan aanpakken op Oostappen Vakantiepark Arnhem. Op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied Arnhem Noord 2007" kon volgens de raad alleen de gebruiker rechtstreeks als overtreder worden aangemerkt. Met het vastgestelde bestemmingsplan beoogt de raad ook de eigenaar van Vakantiepark Arnhem rechtstreeks aan te kunnen spreken als overtreder indien een recreatiewoning in strijd met de planregels permanent wordt bewoond. Oostappen is het niet eens met het bestemmingsplan en heeft daarom beroep ingesteld tegen het besluit. Oostappen betoogt dat raad in de plantoelichting uitgaat van een onjuiste opvatting van het begrip overtreder. De raad miskent dat ook een functioneel pleger overtreder kan zijn. Volgens Oostappen betekent dit dat de eigenaar onder het vorige bestemmingsplan ook als overtreder kon worden aangesproken. Om die reden is het niet nodig het hier voorliggende bestemmingsplan vast te stellen, aldus Oostappen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5315
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202400468/1/R1

202400784/1/A2

Bij besluit van 20 augustus 2022 heeft de Dienst Toeslagen het verzoek van [appellant] om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2010, 2011 en 2012 afgewezen. Deze uitspraak gaat over de door [appellant] gevraagde compensatie in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De compensatieregeling in de Wet hersteloperatie toeslagen is bedoeld voor gedupeerden van zowel institutionele vooringenomenheid als hardheid van het stelsel. Het geschil gaat over de vraag of de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld bij de herbeoordeling van de terugvordering van de voorschotten kinderopvangtoeslag die [appellant] in de toeslagjaren 2011 en 2012 voor haar drie kinderen heeft gekregen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van institutioneel vooringenomen handelen door de Dienst Toeslagen. [appellant] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zij de kinderopvangtoeslag al vóór 1 januari 2012 had willen stopzetten en dat het aan de Dienst Toeslagen is te wijten dat dit later is ingegaan, waardoor zij met een terugvordering van € 4.140,00 te maken kreeg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5319
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400784/1/A2

202401017/1/R4

Bij besluit van 18 december 2019 heeft het college geweigerd [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor de aanleg van een waterpartij op het perceel aan de [locatie] in Nieuwer Ter Aa. [appellant] woont op het perceel [locatie] in Nieuwer Ter Aa (hierna: het perceel) en exploiteert daar onder meer een kampeerterrein. Hij wil op het perceel een waterpartij aanleggen, door hem aangeduid als een poel, van ongeveer 12 m breed, 28 m lang en 1,5 m diep, en heeft hiervoor een aanvraag om omgevingsvergunning gedaan. Het college heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen, omdat volgens het college de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapswaarden van het gebied onevenredig worden aangetast door de waterpartij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5347
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401017/1/R4

202401636/1/R2

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk)" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van twee woongebouwen van 45 en 17 m hoog met 120 appartementen en een gezondheidscentrum en in de realisatie van 45 studentenwoningen en een kleinschalige horecavoorziening in het monumentale gebouw Diagnostiek voor U aan de Stratumsedijk 28a. Tussen de gebouwen komt een stadstuin. Het plangebied wordt omgeven door de Stratumsedijk, de P.Czn. Hooftlaan, de Tesselschadelaan, de Vondellaan en de Bomanshof. [appellant] en anderen zijn omwonenden. Zij kunnen zich met name niet verenigen met de bouwhoogte van 45 m voor een van de twee woongebouwen. BPD Ontwikkeling is de ontwikkelaar van het bestemmingsplan. [appellant] en anderen vinden de bouwhoogte van 45 meter niet passend in de omgeving. Het gaat hier om de rand van een ruim opgezette villawijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5306
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202401636/1/R2

202402138/1/A2

Bij besluit van 8 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de panden aan de Weteringschans 26, 28 en 28a in Amsterdam aangewezen als gemeentelijk monument. Peper & Zout Beheer B.V. is de eigenaar van de panden, bekend als Peper en Zout. Het college heeft deze panden aangewezen als gemeentelijk monument. Dit is gedaan naar aanleiding van een aanvraag van Erfgoedvereniging Heemschut en na een positief advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Het college heeft daarbij gebruik gemaakt van de selectiecriteria in de Handleiding voor de aanwijzing van zaken en terreinen als gemeentelijk monument en gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. Tussen partijen is niet in geschil dat de panden voldoen aan deze selectiecriteria. In beroep bij de rechtbank ging het om de vraag of de Handleiding de juiste wettelijke grondslag biedt voor het bepalen van criteria voor de aanwijzing van gemeentelijke monumenten, of het advies van de CRK, dat gebaseerd is op de Handleiding, voldoende basis biedt voor het besluit en of de mate van bescherming die het college met de aanwijzing van de panden beoogt te bereiken, ook met een minder vergaande maatregel kan worden bereikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5309
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202402138/1/A2

202402190/1/A2

Bij besluit van 5 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de aanvraag van [belanghebbende] om een vergunning voor kamerbewoning voor maximaal elf personen op het adres [locatie A] in Rotterdam afgewezen. [belanghebbende] is de eigenaar van de woning aan de [locatie A] en heeft op 26 juli 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal elf personen. Het college heeft de vergunningaanvraag afgewezen omdat niet wordt voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening als neergelegd in artikel 3.2.5 van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. [belanghebbende] heeft in bezwaar aangevoerd dat het college ten onrechte haar aanvraag heeft afgewezen. Het college heeft de afwijzing van de vergunningaanvraag bij besluit van 31 mei 2021 gehandhaafd. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt als neergelegd in artikel 3.2.5, aanhef en onder b, van de Verordening 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5352
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402190/1/A2

202402566/1/A2

Bij besluit van 22 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellant sub II] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen op het adres [locatie A] in Rotterdam. [appellant sub II] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] en heeft in juni 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen. [appellant sub III] woont op het adres [locatie B] in Rotterdam en heeft in bezwaar onder meer aangevoerd dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op de buurt en daarmee niet voldoet aan de vereisten voor vergunningverlening uit de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Het college heeft aan het besluit van 16 februari 2021 ten grondslag gelegd dat wordt voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening als neergelegd in artikel 3.2.5 van de Verordening 2019. Het betreft namelijk kamerbewoning door studenten, de kamerbewoning heeft naar het oordeel van het college een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt en in de woonruimte is ten minste 18 m2 gebruiksoppervlak gemiddeld per persoon aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5351
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402566/1/A2

202402623/1/A2

Bij besluit van 25 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [belanghebbende] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal zes personen op het adres [locatie A] in Rotterdam. [belanghebbende] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] en heeft op 22 mei 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal zes personen. Het college heeft de vergunning verleend. [appellante] woont op het adres [locatie B] in Rotterdam en heeft in bezwaar onder meer aangevoerd dat de kamerbewoning door studenten geen positieve invloed heeft op de buurt en daarmee niet voldoet aan de vereisten voor vergunningverlening uit de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Het college heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat wordt voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening als neergelegd in artikel 3.2.5 van de Verordening 2019. Het betreft namelijk kamerbewoning door studenten, de kamerbewoning heeft naar het oordeel van het college een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt en in de woonruimte is ten minste 18 m2 gebruiksoppervlak gemiddeld per persoon aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5355
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402623/1/A2

202402630/1/A2

Bij besluit van 11 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [belanghebbende] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen op het adres [locatie A] in Rotterdam. [belanghebbende] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] en heeft op 6 mei 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen. Het college heeft de vergunning verleend. [appellant sub II] woont op het adres [locatie B] in Rotterdam en heeft in bezwaar onder meer aangevoerd dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op de buurt en daarmee niet voldoet aan de vereisten voor vergunningverlening uit de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Het college heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat wordt voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening als neergelegd in artikel 3.2.5 van de Verordening 2019. Het betreft namelijk kamerbewoning door studenten, de kamerbewoning heeft naar het oordeel van het college een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt en in de woonruimte is ten minste 18 m2 gebruiksoppervlak gemiddeld per persoon aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5356
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402630/1/A2

202402636/1/A2

Bij besluit van 29 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [belanghebbende] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen op het adres [locatie A] in Rotterdam. [belanghebbende] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] en heeft op 2 juni 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen. Het college heeft de vergunning verleend. [appellant sub II] woont op het adres [locatie B] in Rotterdam en heeft in bezwaar onder meer aangevoerd dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op de buurt en daarmee niet voldoet aan de vereisten voor vergunningverlening uit de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. Het college heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat wordt voldaan aan de vereisten voor vergunningverlening als neergelegd in artikel 3.2.5 van de Verordening 2019. Het betreft namelijk kamerbewoning door studenten, de kamerbewoning heeft naar het oordeel van het college een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt en in de woonruimte is ten minste 18 m2 gebruiksoppervlak gemiddeld per persoon aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5354
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Provinciale verordening
  • uitspraakin de zaak202402636/1/A2

202404356/1/V6

Bij besluit van 17 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [appellante] stelt afkomstig te zijn uit Burundi en geboren te zijn op [geboortedatum] 1990. Zij is in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij haar echtgenoot. [appellante] heeft het verzoek op 6 januari 2020 ingediend. Ter staving van haar identiteit en nationaliteit heeft zij een gelegaliseerde geboorteakte en een Burundese identiteitskaart, alsmede een Burundees paspoort dat is afgegeven op 13 mei 2016 en geldig was tot 13 mei 2021, overgelegd. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellante] haar identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond. Hieraan heeft de staatssecretaris ten grondslag gelegd dat uit een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 27 mei 2021 volgt dat de door [appellante] overgelegde Burundese identiteitskaart met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5321
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202404356/1/V6

202404453/1/A2

Bij besluit van 25 april 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de subsidie van de stichting vastgesteld op € 448.298,- en € 62.455,- aan te veel uitbetaalde voorschotten van haar teruggevorderd. Bij besluit van 15 augustus 2019 heeft de minister aan de stichting op grond van de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014-2020 een subsidie ten bedrage van € 638.442,- verleend voor het theaterproject ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ (hierna: het project). De totale kosten van het project waren door de stichting begroot op € 851.227,- en aan de stichting is een voorschot van € 510.753,- betaald. Naar aanleiding van het verzoek van de stichting om de subsidie definitief vast te stellen heeft de minister een financiële controle uitgevoerd. De bevindingen hiervan zijn neergelegd in een verslag van bevindingen van 20 april 2022. Aan de hand van het verslag heeft de minister bij besluit van 25 april 2022 de subsidie van de stichting vastgesteld op € 448.298,- en € 62.455,- aan te veel uitbetaalde voorschotten van haar teruggevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5324
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202404453/1/A2

202405391/1/A3

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de minister voor Medische Zorg aan [appellant] een boete van € 3.000,00 opgelegd. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft geconstateerd dat [appellant] in de periode van 28 oktober tot en met 1 november 2021 zeven keer het geneesmiddel ivermectine off-label heeft voorgeschreven voor de behandeling van patiënten met COVID-19. Het off-label voorschrijven van een geneesmiddel houdt in dat dit geneesmiddel wordt voorgeschreven buiten de door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen geregistreerde indicaties. De minister heeft zich naar aanleiding van het boeterapport van 14 juni 2022 van de Inspectie op het standpunt gesteld dat [appellant] artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet zeven keer heeft overtreden. De minister heeft daarom aan [appellant] een boete van € 3.000,00 opgelegd. [appellant] heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat artikel 68, eerste lid, van de Gnw voldoende duidelijk is. De tekst van deze bepaling verbiedt een arts niet om af te wijken van protocollen of standaarden die het off-label gebruik afraden. Dat volgt ook niet uit de totstandkomingsgeschiedenis ervan. De rechtbank heeft ten onrechte zonder nadere motivering anders geoordeeld dan in haar eerdere uitspraak en in uitspraken van andere rechtbanken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5349
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202405391/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202405391/1/A3

202405725/1/A2

Bij besluiten van 22 juli 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd om private schulden van [appellante] over te nemen. In deze zaak gaat het om een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister verzocht om overname van haar schulden bij Pidpa en de Beobank. De minister heeft de afwijzing van deze aanvraag in bezwaar gehandhaafd. Hij heeft de schulden niet overgenomen, omdat deze niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5318
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405725/1/A2

202405955/1/A3

Bij besluit van 15 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Rechtsbescherming een boete van € 2.000,00 opgelegd aan [appellante] wegens overtreding van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. [eigenaar] is eigenaar van het beveiligingsbedrijf [naam appellante] en van het bedrijf [naam bedrijf B]. Op 15 maart 2023 heeft de staatssecretaris aan [appellante] een boete opgelegd op grond van artikel 7, tweede lid, van de Wpbr. Volgens de staatssecretaris heeft [appellante] de heer [persoon] tewerkgesteld als beveiliger zonder dat de korpschef hiervoor toestemming had verleend. De staatssecretaris heeft aan de boetebeschikking een proces-verbaal van twee politieambtenaren ten grondslag gelegd. In dit proces-verbaal staat vermeld dat de politieambtenaren op zaterdag 16 juli 2022 omstreeks 23:00 twee beveiligers, waaronder [persoon], hebben gecontroleerd bij de horecagelegenheid [naam horecagelegenheid] in Rotterdam. In het proces-verbaal staat verder vermeld dat [persoon] een polo droeg met het opschrift [naam appellante] en een beveiligersembleem, maar niet in het bezit was van een beveiligerspas.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5353
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202405955/1/A3

202406166/1/A2

Bij besluit van 9 september 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een verzoek van [appellante] om herziening van een besluit van 7 oktober 2020 afgewezen. [appellante] heeft verzocht om herziening van een besluit waarbij haar op grond van artikel 5a, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand een vergoeding voor verlening van rechtsbijstand is toegekend. Zij wil naast deze vergoeding ook een toeslag op grond van het tweede lid van deze bepaling. De raad heeft dit verzoek afgewezen, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. De rechtbank is de raad gevolgd in zijn standpunt dat niet is gebleken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank heeft overwogen dat voorafgaand aan de door [appellante] ingediende declaratie, de Immigratie- en Naturalisatiedienst de door [appellante] vertegenwoordigde rechtzoekende de aangevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend. Daarom kon de vraag of [appellante] recht had op een toeslag op grond van artikel 5a, tweede lid, van het Bvr ten tijde van de aanvullende declaratie van 27 september 2020 op basis van de toen vaststaande feiten en omstandigheden al worden beantwoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5329
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202406166/1/A2

202406190/1/A2

Bij besluit van 7 november 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd om een private schuld van [appellant] over te nemen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de minister verzocht om overname van een schuld aan zijn schoonvader van € 25.000,00. De minister heeft de afwijzing van deze aanvraag in bezwaar gehandhaafd. Hij heeft deze schuld niet overgenomen, omdat niet is voldaan aan de vereisten in artikel 4.1 van de Wht. In dit geval gaat het om het vereiste dat de lening in een notariële akte moet zijn vastgelegd en dat deze vóór 1 juni 2021 opeisbaar moet zijn geweest. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de minister verzocht om overname van een schuld aan zijn schoonvader van € 25.000,00. De minister heeft de afwijzing van deze aanvraag in bezwaar gehandhaafd. Hij heeft deze schuld niet overgenomen, omdat niet is voldaan aan de vereisten in artikel 4.1 van de Wht. In dit geval gaat het om het vereiste dat de lening in een notariële akte moet zijn vastgelegd en dat deze vóór 1 juni 2021 opeisbaar moet zijn geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5175
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406190/1/A2

202407105/1/R4

Bij besluit van 4 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 29 juli 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die op 29 juli 2024 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer aan de Voltastraat in Den Haag bij huisnummer 51. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat op de doos een adreslabel zat waar zijn naam en adres op stonden. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar wel dat hij de doos verkeerd heeft aangeboden. Hij stelt dat de doos zonder zijn medeweten naast de ORAC is geplaatst door zijn minderjarige zoon. Omdat zijn zoon op dat moment nog maar zes of zeven jaar oud was, en bovendien nauwelijks Nederlands spreekt, meent [appellant] dat de overtreding hem niet kan worden aangerekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5328
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202407105/1/R4

202407259/1/V6

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft de burgemeester van Utrecht de door [appellant] afgelegde verklaring ter verkrijging van het Nederlanderschap geweigerd te bevestigen. [appellant] heeft de Marokkaanse nationaliteit. Op 31 maart 2023 heeft [appellant] de optieverklaring afgelegd. De burgemeester heeft de bevestiging van de optieverklaring op grond van artikel 6, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap geweigerd, omdat er ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat de politierechter [appellant] op 4 juli 2018 heeft veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis, heeft opgelegd. [appellant] heeft op 5 december 2019 zijn taakstraf vervuld. De rehabilitatietermijn van vijf jaar als bedoeld in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 was hierdoor ten tijde van het besluit van 20 december 2023 nog niet verstreken. [appellant] betoogt dat de door hem aangevoerde omstandigheden wel zo bijzonder zijn dat de burgemeester van het beleid had moeten afwijken. De rechtbank heeft volgens [appellant] in haar oordeel te weinig rekening gehouden met zijn persoonlijke situatie, het verloop van de procedure en zijn medische klachten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5308
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202407259/1/V6

202407442/1/V6

Bij besluit van 25 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Mauritanië en geboren te zijn op [geboortedatum] 1984 in Kadi-el-Abou in Mauritanië. Met ingang van 15 juni 2008 is hij in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De rechtbank heeft geoordeeld dat de door [appellant] overgelegde contra-expertise van Sprakab onvoldoende is om te twijfelen aan de door TOELT getrokken conclusies over zijn herkomst. De rechtbank heeft vastgesteld dat zowel TOELT als Sprakab van mening zijn dat [appellant] een vorm van Pular op moedertaalniveau beheerst en dat hij het Toucouleur dialect spreekt. Omdat [appellant] geen kennis heeft van het Hassaniya-Arabisch en daarnaast Franse leenwoorden gebruikt, is hij volgens TOELT eenduidig niet herleidbaar tot Mauritanië.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5320
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202407442/1/V6

202407842/1/A2

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade de aanvraag van Limburg Real Estate B.V. om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. LRE heeft op 10 mei 2019 een aantal percelen, gelegen aan de Steenbergstraat 42, aan de Parallelweg (ongenummerd) en aan de Grisenstraat (ongenummerd) in Kerkrade, gekocht. De percelen zijn op 9 december 2019 aan haar geleverd. Op 7 oktober 2021 heeft LRE de percelen weer verkocht. De levering van deze percelen heeft vervolgens op 16 maart 2023 plaatsgevonden. Op 29 mei 2020 heeft LRE bij het college een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in planschade. LRE heeft daarin, voor zover nog van belang, gesteld vermogensschade te hebben geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Willem Sophia" op 9 januari 2020. Volgens LRE zijn met het nieuwe bestemmingsplan de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de percelen beperkt ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan "Industrieterrein Spekholzerheide-Willem Sophia".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5307
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202407842/1/A2

202408082/1/A2

Bij besluit van 22 november 2021 heeft de CSG de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. In de aanvraag heeft [appellant] kenbaar gemaakt dat hij op 13 november 1995 slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf, een schietpartij in Heerlen, waardoor hij fysiek en psychisch letsel heeft opgelopen. De broer van [appellant] is bij de schietpartij op 13 november 1995 om het leven gekomen. Eerder heeft [appellant], op 22 mei 2020, een aanvraag ingediend om een nabestaandenuitkering. Bij besluit van 10 augustus 2020 heeft de CSG deze uitkering toegekend. De CSG achtte de termijnoverschrijding voor indiening van die aanvraag verschoonbaar, omdat [appellant] pas sinds november 2019 op de hoogte is van het bestaan van het schadefonds. De aanvraag van 22 mei 2020 is zo spoedig mogelijk ingediend als redelijkerwijs van hem kon worden verlangd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5346
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202408082/1/A2

202500119/1/A3

Bij brief van 1 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen een aantal mededelingen gedaan aan [appellant]. De brief gaat over het gedrag van [appellant] richting de gemeente Heerlen en haar medewerkers en over het zeer grote aantal door hem geïnitieerde bestuursrechtelijke procedures en ingediende klachten. In de brief heeft het college ook de volgende mededelingen gedaan over de wijze waarop het college wil dat het contact tussen [appellant] en (medewerkers van) het college voortaan zal plaatsvinden. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen de brief. Het college heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Volgens het college is de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht omdat de mededelingen in de brief niet op enig rechtsgevolg zijn gericht. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5348
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500119/1/A3

202500640/1/A3

Bij besluit van 30 oktober 2023 heeft de korpschef van politie een aanvraag van [bedrijf] om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te mogen laten verrichten voor dat bedrijf afgewezen. Op 4 maart 2023 heeft [bedrijf] toestemming verzocht als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus om [appellant] werkzaamheden voor haar te laten verrichten. De korpschef heeft de toestemming onthouden, omdat [appellant] volgens hem niet beschikt over de betrouwbaarheid die nodig is voor het te verrichten beveiligerswerk. Op 27 april 2021 heeft een incident plaatsgevonden waarbij [appellant] en zijn zoon en twee andere personen betrokken waren. Hierbij heeft [appellant] een van de twee personen bij zijn kaak en nek gepakt. Ook heeft hij de andere persoon een duw gegeven zodat die ten val kwam. Deze personen hebben aangifte gedaan van mishandeling. [appellant] is hierop vervolgd voor openlijke geweldpleging en mishandeling. In hoger beroep is hij vrijgesproken. De korpschef heeft het handelen van [appellant] tijdens dit incident op basis van zijn eigen verklaringen daarover aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5325
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202500640/1/A3

202500691/1/A3

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de burgemeester van Eindhoven de aanvraag van [wederpartij] voor een Nederlandse identiteitskaart buiten behandeling gesteld. Op 29 februari 2024 heeft [wederpartij] een Nederlandse identiteitskaart aangevraagd. Daarbij heeft [wederpartij] toegelicht geen vingerafdrukken te willen afgeven vanwege religieuze overwegingen. Omdat de afgifte van vingerafdrukken verplicht is, omdat deze in de chip van de identiteitskaart moeten worden opgenomen, heeft de burgemeester geweigerd de aanvraag in behandeling te nemen. De burgemeester heeft dit besluit op 7 maart 2024 per aangetekende post naar [wederpartij] verzonden. Nadat de bezorging op 9 maart 2024 niet is gelukt, is de post naar een PostNL afhaalpunt gebracht. [wederpartij] heeft de aangetekende post niet opgehaald bij het PostNL afhaalpunt. Hij stelt dat hij niet wist dat het besluit naar het PostNL afhaalpunt is gebracht, omdat hij geen afhaalbericht heeft ontvangen. Op 26 maart 2024 is het stuk retour gezonden naar de burgemeester.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5343
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202500691/1/A3

202501349/1/A2

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellant] € 2.500,- uitgekeerd uit het schadefonds geweldsmisdrijven. [appellant] heeft op 6 juni 2023 een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het schadefonds, omdat hij van 1 oktober 2015 tot en met 4 december 2016 stelselmatig met de dood is bedreigd en een keer is mishandeld. De door de CSG toegekende uitkering van € 2.500,- is gebaseerd op letselcategorie 2 van de zogenoemde Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven van 1 november 2022. Volgens de CSG is het aannemelijk dat [appellant] in de genoemde periode het slachtoffer was van stalking. De rechtbank is van oordeel dat er geen aanleiding bestaat voor het toekennen van een uitkering in letselcategorie 3. De CSG heeft bij [appellant] psychisch letsel verondersteld en hem een uitkering toegekend voor letselcategorie 2, omdat hij van 1 oktober 2015 tot en met 4 december 2016 stelselmatig werd bedreigd door zijn buurman. De periode en daarmee de duur van de belaging volgen uit de aanvraag van [appellant] en zijn aangifte van 4 december 2016.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5342
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501349/1/A2

202501929/1/A2

Bij besluit van 28 april 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de vaststelling van de subsidie van [wederpartij] gewijzigd en op nihil gesteld en een bedrag aan ten onrechte uitbetaalde subsidie van € 100.000,- van [wederpartij] teruggevorderd. [wederpartij] is met ingang van 1 januari 2015 als KNO-arts in dienst getreden van het Ommelander Ziekenhuis Groningen. Daarvoor was hij daar werkzaam als vrijgevestigd specialist. Voor de overgang van vrijgevestigd medisch specialist naar specialist in loondienst heeft het Ommelander Ziekenhuis namens [wederpartij] op 18 februari 2015 subsidie aangevraagd op grond van de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg 2015 (Stcrt. 2014, nr. 26413). Bij besluit van 16 september 2015 heeft de minister de gevraagde subsidie ten bedrage van € 100.000,- verleend. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] gegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat MSN NON, MSCT en Laboris Medici BV als medisch specialistische bedrijven moet worden aangemerkt en dus geen instelling zijn als bedoeld in artikel 1 van de SOIT.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5327
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202501929/1/A2

202502282/1/R2

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het "TAM-imro-omgevingsplan, hoofdstuk 22a Veldstraat ong. in Den Dungen" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel vastgesteld. Het besluit tot wijziging heeft specifiek betrekking op de braakliggende gronden aan de Veldstraat in Den Dungen. Op die locatie was een basisschool aanwezig. Het voorliggende besluit voorziet erin dat op de locatie 24 woningen mogen worden gebouwd, bestaande uit 16 appartementen en 8 grondgebonden woningen. De locatie grenst aan woonpercelen die liggen aan de Veldstraat, het Groot Grinsel, de Litserstraat en het Wilgenpad en ligt ingeklemd tussen woningen variërend van vrijstaande woningen, twee-onder-een kap woningen en appartementen. [appellant] en anderen zijn omwonenden van de locatie en wonen aan de Veldstraat of aan het Wilgenpad. Zij kunnen zich niet verenigen met het besluit tot wijziging, in het bijzonder vanwege de omvang van het geprojecteerde bouwprogramma. Ze zijn bang voor de gevolgen die het aantal woningen zal hebben op de leefbaarheid in de wijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5339
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Omgevingsplan
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202502282/1/R2

202502615/1/R1

BTV Rotterdam heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een luchthavenbesluit voor de luchthaven Rotterdam The Hague Airport door de Kroon. Rotterdam The Hague Airport is een "overige burgerluchthaven van nationale betekenis" als is bedoeld in artikel 8.1, tweede lid, van de Wet luchtvaart. Op grond van de Wlv is het verboden een overige burgerluchthaven in bedrijf te hebben, indien voor deze luchthaven geen luchthavenbesluit of luchthavenregeling geldt. Het luchthavenbesluit voor een overige luchthaven van nationale betekenis moet op grond van de Wlv worden vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur, dus door de Kroon. Niet in geschil is dat voor Rotterdam The Hague Airport een luchthavenbesluit is vereist en dat tot nu toe geen luchthavenbesluit is vastgesteld. BTV Rotterdam is een vereniging die de belangen behartigt van omwonenden van de luchthaven Rotterdam. Zij is het er niet mee eens dat er tot nu toe geen luchthavenbesluit is vastgesteld. De tijdelijke Omzettingsregeling biedt volgens haar onvoldoende bescherming aan omwonenden. Zij acht dit nadelig voor omwonenden, onder meer uit een oogpunt van voorkoming of beperking van geluidsoverlast en luchtvervuiling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5326
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Luchtvaart
  • uitspraakin de zaak202502615/1/R1

202502773/1/A2

Bij besluit van 28 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woonde samen met haar man in bij haar ouders en zus. Na conflicten zijn [appellante] en haar man in december 2022 uit het huis gezet. Sindsdien heeft [appellante] geen vaste verblijfsplek. Het college heeft de aanvraag bij besluit van 28 september 2023, aangevuld bij besluit van 8 april 2024, afgewezen omdat [appellante] het huisvestingsprobleem redelijkerwijs kon voorkomen. [appellante] heeft haar echtgenoot naar Amsterdam gehaald zonder te beschikken over adequate woonruimte. Vervolgens heeft zij een gezin gesticht zonder te beschikken over een zelfstandige woonruimte. Het college heeft hierover opgemerkt dat het tijdens de bezwaarfase in 2023 geprobeerd heeft om [appellante] ertoe te bewegen om hulp te zoeken voor opvang. Zij heeft aangegeven hiervan geen gebruik te willen maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5316
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502773/1/A2

202503667/1/A2

Bij besluiten van 23 maart 2023 heeft Dienst Toeslagen aanvragen van [appellant] van huur- en zorgtoeslag voor de jaren 2018 en 2019 afgewezen. [appellant] heeft op 15 december 2022 bij Dienst Toeslagen verzocht om herziening van huur- en zorgtoeslag voor de jaren 2018 en 2019. Hij heeft daarbij naar voren gebracht dat hij de toeslagen niet eerder kon aanvragen, omdat hij vanaf 2017 in een moeilijke situatie zat. Zo is hij in 2017 failliet verklaard, raakte hij dakloos en werd er een postblokkade opgelegd. Ook heeft de Belastingdienst voor de jaren 2018 en 2019 ambtshalve aanslagen opgelegd, waaruit hij heeft afgeleid dat hij geen recht heeft op toeslagen. Omdat Dienst Toeslagen geen eerdere aanvraag om huur- en zorgtoeslag over die jaren had ontvangen, is het verzoek aangemerkt als een eerste aanvraag om toekenning van deze toeslagen. Dienst Toeslagen heeft deze aanvraag afgewezen, omdat de aanvraag te laat is ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5311
Datum uitspraak
5 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503667/1/A2

202504345/2/R2

Bij besluit van 18 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Altena het bestemmingsplan "Kern Sleeuwijk: Tienhont" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 60 woningen mogelijk in de kern van Sleeuwijk op een voormalige schoollocatie. [verzoeker] woont tegenover het plangebied en kan zich niet vinden in de ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, zodat het bestemmingsplan niet in werking treedt. Voor de bouw van de woningen zullen meerdere bomen in het plangebied gekapt moeten worden. Ook zullen 11 parkeerplaatsen aan de Vijfmorgen verdwijnen. Omdat [verzoeker] binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening heeft ingediend, is het bestemmingsplan op dit moment nog niet in werking getreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5279
Datum uitspraak
4 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202504345/2/R2

BRS.25.001335

Bij besluit van 20 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5253
Datum uitspraak
4 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001335

BRS.25.001385

Bij brief van 14 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen,

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5234
Datum uitspraak
4 november 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001385

BRS.25.001651 en BRS.25.001769

Bij besluit van 12 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5278
Datum uitspraak
4 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001651 en BRS.25.001769

BRS.25.001708

Bij besluit van 29 april 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 21 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door mr. D. van Elp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5251
Datum uitspraak
4 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001708

202406005/1/V1

Bij besluit van 18 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5258
Datum uitspraak
3 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406005/1/V1

202407571/1/V3

Bij besluit van 16 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5263
Datum uitspraak
3 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407571/1/V3

202500075/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 11 december 2024 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 november 2025 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. N. Imminga, advocaat in Zwolle, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5264
Datum uitspraak
3 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500075/1/V1

202500503/1/V1

Referent heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen. Bij uitspraak van 31 december 2024 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, bepaald dat de minister vóór 30 november 2025 alsnog een besluit op de mvv-aanvraag bekendmaakt en dat de minister een dwangsom moet betalen van € 100,00 voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. D. de Vries, advocaat in Leeuwarden, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5265
Datum uitspraak
3 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500503/1/V1

202504904/1/V3

Bij besluiten van 12 juli 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij besluiten van 5 augustus 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 14 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod van 5 augustus 2025 vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5261
Datum uitspraak
3 november 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202504904/1/V3

202505089/1/V3

Bij besluit van 19 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5241
Datum uitspraak
3 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202505089/1/V3

202505162/1/V2

Bij besluit van 7 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij mondelinge uitspraak van 5 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N.R.H. Boon, advocaat in Roermond, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop de gemachtigde van appellant heeft gereageerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5260
Datum uitspraak
3 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505162/1/V2

BRS.25.001357 en BRS.25.001358

Bij besluit van 5 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5235
Datum uitspraak
3 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001357 en BRS.25.001358

BRS.25.001503

Bij besluit van 4 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5248
Datum uitspraak
3 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001503

BRS.25.001564 en BRS.25.001577

Bij besluit van 12 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5232
Datum uitspraak
3 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001564 en BRS.25.001577

BRS.25.001759

Bij besluit van 1 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5275
Datum uitspraak
3 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001759

202206432/1/V1

Bij besluiten van 6 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten 2 en 3 om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld en een aanvraag van appellant 1 om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5239
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202206432/1/V1

202404733/2/R3

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Dorpsstraat 97-111, Benthuizen" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van maximaal 40 woningen en appartementen aan de Dorpsstraat 97-111 in Benthuizen. Het plangebied wordt in het noorden begrensd door de Ringvaart en in het zuiden door de Dorpsstraat. Binnen het plangebied gold eerder de bestemming "Bedrijf" en voor een klein deel "Wonen". ASB is de initiatiefnemer en ontwikkelaar van het plan. [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] en anderen wonen allemaal aan de Dorpsstraat. Zij kunnen zich om meerdere redenen niet vinden in de huidige vorm van het plan. Op 9 juli 2025 zijn twee omgevingsvergunningen aangevraagd voor de uitvoering van het plan. Naar aanleiding hiervan hebben [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] en anderen de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5242
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404733/2/R3

202404816/3/V2

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5257
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404816/3/V2

202503906/1/R2 en 202503906/2/R2

Bij besluit van 22 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam [appellant] opgedragen de permanente bewoning van de recreatiewoning aan de [locatie] in Chaam te beëindigen en beëindigd te houden. Als hij dat niet doet, dan moet [appellant] € 20.000,- betalen. [appellant] heeft zijn hoofdverblijf in een recreatiewoning in Chaam, terwijl dat niet is toegestaan (artikel 7.3 van de Beheersverordening Recreatieterreinen Alphen-Chaam). Het college heeft daarom [appellant] opgedragen om zijn hoofdverblijf te verplaatsen en daarvoor een zogenoemde ‘last onder dwangsom’ opgelegd. [appellant] is het daar niet mee eens, omdat hij vindt dat het college willekeurig handelt door niet tegen iedereen die permanent op het vakantiepark woont, handhavend op te treden. De rechtbank heeft gemotiveerd overwogen dat [appellant] zijn stelling dat het college in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur handelt door handhavend op te treden, niet nader heeft geconcretiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5238
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503906/1/R2 en 202503906/2/R2

202504118/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5240
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504118/1/V1

202504581/2/R3

Bij besluit van 7 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke [verzoekers] gelast om twee overtredingen op hun perceel [locatie] in Franeker te beëindigen en daaraan een dwangsom verbonden. Het gaat om bouwen in afwijking van een verleende omgevingsvergunning en een rookgasafvoer in strijd met het Bouwbesluit 2012. Met het invorderingsbesluit heeft het college dwangsommen ingevorderd die, volgens het college, zijn verbeurd door overtreding van de last onder dwangsom. [verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht het invorderingsbesluit te schorsen, zodat zij de dwangsommen niet hoeven te betalen in afwachting van de uitspraak in de bodemprocedure over de last onder dwangsom. [verzoekers] voeren in hun verzoekschrift aan dat invordering onevenredig is omdat de last onder dwangsom nog in procedure is bij de Afdeling, dat invordering hun financiële stabiliteit ernstig bedreigt en dat de opgelegde boete onevenredig hoog is ten opzichte van de overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5237
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504581/2/R3

202505226/2/R3

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd om de hondenopvang op de [locatie] in Heerenveen (hierna: het perceel) te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoekster] woont op het perceel en runt vanuit haar woning op het perceel een hondenoppas- en uitlaatservice. Het college heeft handhavend opgetreden tegen de hondenopvang vanwege strijd met het bestemmingsplan "Heerenveen-De Greiden", dat onderdeel is van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente. Volgens het college is een bedrijfsmatige hondenopvang niet toegestaan binnen de woonbestemming op het perceel. Een hondenopvang is namelijk niet genoemd bijlage 1 bij de planregels als aan huis verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit. Ook is een bedrijfsmatige hondenopvang volgens het college naar aard en invloed op de omgeving niet gelijk te stellen met de beroepen en activiteiten die wel in bijlage 1 van de planregels staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5236
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505226/2/R3

BRS.25.000495

Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5220
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000495

BRS.25.000695

Bij besluit van 25 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5171
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000695

BRS.25.001492

Bij besluit van 18 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5218
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001492

BRS.25.001552 en BRS.25.001554

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5213
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001552 en BRS.25.001554

BRS.25.001556 en BRS.25.001558

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5214
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001556 en BRS.25.001558

BRS.25.001587 en BRS.25.001588

Bij besluit van 19 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5231
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001587 en BRS.25.001588

BRS.25.001591 en BRS.25.001693

Bij besluit van 16 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5221
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001591 en BRS.25.001693

202404175/1/A2

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft Zuidweg & Partners namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aan [appellant] verleende schuldhulp beëindigd. Zuidweg en Partners heeft namens het college de schuldhulpverlening aan [appellant] beëindigd, omdat hij niet de gevraagde stukken heeft aangeleverd. Op 20 mei 2022 heeft Zuidweg in een e-mail aan [appellant] de mogelijkheden voor het voortzetten van het schuldhulptraject opgesomd. Hierop heeft [appellant] niet gereageerd. Hierna heeft Zuidweg [appellant] diverse keren expliciet in de gelegenheid gesteld om alsnog te reageren. Ook hierop heeft [appellant] niet gereageerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5299
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404175/1/A2

202406118/1/A2

Bij brieven van 30 augustus 2022 en 1 november 2022 heeft [appellant] het college van burgemeester en wethouders van Roermond verzocht om een straatgenoot, die zijn hond volgens [appellant] niet-aangelijnd over straat laat lopen, te verbieden een hond te houden dan wel te verplichten om naar het platteland te verhuizen. Het college heeft bij brief van 29 november 2022 gereageerd dat het college geen bevoegdheid heeft om de door [appellant] gevraagde maatregelen te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5291
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202406118/1/A2

202407885/1/A2

Bij besluit van 14 juli 2023 heeft het dagelijks bestuur van het waterschap Aa en Maas het verzoek van [appellant] om toekenning van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen afgewezen. [appellant] heeft het waterschap op 24 juni 2023 in gebreke gesteld, omdat het waterschap nog niet had beslist op zijn bezwaar. De ingebrekestelling is door het waterschap ontvangen op 29 juni 2023. Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het waterschap alsnog beslist op het bezwaar van [appellant]. Dit besluit is per e-mail aan [appellant] gestuurd. Omdat het waterschap vergeten was om hierin een beroepsclausule op te nemen, heeft het waterschap op 13 juli 2023 nogmaals het besluit op bezwaar aan [appellant] gestuurd, deze keer mét beroepsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5296
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407885/1/A2

202500103/1/A2

Bij besluit van 30 november 2023 heeft de raad van de gemeente Winterswijk een deel van de Hanekampweg in Winterswijk Meddo aan de openbaarheid onttrokken. De raad heeft bij besluit van 30 november 2023 een deel van de Hanekampweg in Winterswijk Meddo aan de openbaarheid onttrokken. In geschil is of de raad dit mocht doen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de raad de wegonttrekking voldoende heeft gemotiveerd. Uit de nota onder het besluit volgt dat het onttrokken deel van de Hanekampweg een functie had in de bereikbaarheid van de daaraan gelegen bedrijfspercelen, maar deze functie is vervallen omdat deze bedrijven zijn verplaatst. De bedrijfspercelen van [appellante] blijven vanaf de openbare weg bereikbaar. De bedrijfsvoering van [appellante] wordt door de wegonttrekking daarom niet in onevenredige mate verstoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5289
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202500103/1/A2

202502047/1/A2

Bij besluit van 24 november 2023 heeft hhet Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] een onderzoek naar zijn alcoholgebruik opgelegd en zijn rijbewijs geschorst. Het CBR heeft [appellant] een onderzoek naar zijn alcoholgebruik opgelegd, omdat hij volgens de politie op 12 november 2023 onder invloed van teveel alcohol een auto heeft bestuurd en een aanrijding heeft veroorzaakt. [appellant] is na het ongeval door de politie op de bestuurdersstoel aangetroffen. Na een positieve alcoholtest is hij meegenomen naar het bureau, waar hij een uur later heeft verklaard dat hij de auto niet heeft bestuurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5293
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202502047/1/A2

202307643/1/V2

Bij besluit van 27 december 2022, aangevuld bij besluit van 10 augustus 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. Ook heeft hij geweigerd betrokkene ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem opgedragen om Nederland binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5223
Datum uitspraak
30 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307643/1/V2

202407733/1/V3

Bij besluit van 11 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5224
Datum uitspraak
30 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407733/1/V3

202504378/1/V2

Bij besluit van 29 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5225
Datum uitspraak
30 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504378/1/V2

202504379/1/V2

Bij besluit van 29 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5226
Datum uitspraak
30 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504379/1/V2

BRS.25.001439

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5168
Datum uitspraak
30 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001439

BRS.25.001605 en BRS.25.001606

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5167
Datum uitspraak
30 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001605 en BRS.25.001606

202500263/1/V3

Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie van Asiel een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5172
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500263/1/V3

202500649/1/V3

Bij besluit van 29 december 2024 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5174
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500649/1/V3

BRS.25.000790

Bij brief van 6 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5150
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000790

BRS.25.001476 en BRS.25.001481

Bij besluit van 24 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5165
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001476 en BRS.25.001481

BRS.25.001507

Bij besluit van 29 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5149
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001507

BRS.25.001527

Bij besluit van 16 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5156
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001527

BRS.25.001548 en BRS.25.001550

Bij besluit van 12 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5127
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001548 en BRS.25.001550

BRS.25.001593

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5170
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001593

202104694/1/R2 en 202104695/1/R2

Bij besluit van 10 april 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (1) op verzoek van Vattenfall de maximale NOx-emissie van de DM33 en de HWC 4 en HWC 5 in de Nbw-vergunning van 15 september 2015 gecorrigeerd (besluitonderdeel 1), en (2) aan Vattenfall een natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming verleend voor de bouw en exploitatie van een biomassacentrale en voor de wijziging van de aardgasgestookte centrales DM33 en DM34 en van de vijf hulpwarmteketels van de inrichting aan de Overdiemerweg 35 in Diemen (besluitonderdeel 2). MOB en Natuurmonumenten betogen in hoger beroep dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak ten onrechte voorbij is gegaan aan hun betoog dat de jaarvracht NOx in de vergunning van 2015 niet voldoende naar beneden is bijgesteld. De bijgestelde jaarvracht is volgens MOB en Natuurmonumenten geen realistische weergave van de werkelijkheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5185
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202104694/1/R2 en 202104695/1/R2

202107943/1/R4

Bij besluit van 8 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder een verzoek van [appellant] afgewezen. [appellant] is sinds 2008 eigenaar van de woningen aan [12 locaties] in Den Helder. De woningen zijn gesitueerd in woongebouwen uit de jaren ’30, die nadien met een bouwvergunning zijn gesplitst en verbouwd. Op 9 mei 2017 heeft het college het saneringsprogramma wegverkeerslawaai "project Binnenhaven-Zuidstraat (N250)" vastgesteld. Dit is een saneringsprogramma als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de Wgh. De woningen maken geen deel uit van het saneringsprogramma, omdat het college de woningen niet vóór 1 januari 2007 heeft gemeld op grond van artikel 88, eerste lid, van de Wgh, zoals op grond van artikel 89, eerste lid van de Wgh was vereist. [appellant] betoogt dat de brief van het college van 27 juni 2018 geen besluit is op zijn eerdere verzoek van 2 mei 2018. [appellant] voert aan dat die brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, omdat die brief geen rechtsmiddelenclausule bevat. Daarnaast wijst [appellant] erop dat hij na 27 juni 2018 met de gemeente heeft gecorrespondeerd over zijn verzoek van 2 mei 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5188
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202107943/1/R4

202202463/1/A3

Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Jachthaven Schellingwoude een last onder dwangsom opgelegd. Jachthaven Schellingwoude heeft een omgevingsvergunning voor het gebruik van het water langs de Schellingwouderdijk voor een jachthaven met ligplaatsen van recreatie- en zeilschepen. Jachthaven Schellingwoude verhuurt de gronden voor het permanent neerleggen van onder meer woonboten. Short Stay Manager bemiddelt in opdracht van de eigenaren van de woonboten en verhuurt deze aan toeristen. De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van een overtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Verordening op het binnenwater 2010 en dat het college in beginsel verplicht was om over te gaan tot handhaving. Volgens de rechtbank is Jachthaven Schellingwoude wel ten onrechte aangemerkt als overtreder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5205
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202463/1/A3

202202968/1/R2

Bij besluit van 10 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas een omgevingsvergunning verleend aan [partij] voor het gebruiken van een perceel aan de [locatie 1] in Baarlo voor detailhandel. [appellanten] wonen op de [locatie 2] in Baarlo. Eerder woonden zij op de [locatie 3], dus naast het perceel waarom het in deze zaak gaat. Ten tijde van het besluit op bezwaar, dus op 11 november 2020, was dat al niet meer het geval. De vraag is daarom of zij nog belang hebben bij de uitkomst van deze zaak (procesbelang). [appellanten] zijn niet op de zitting verschenen, maar hebben die dag wel een brief gestuurd. Daarin staat over deze vraag: "Zij hebben onverkort gebruiksaanspraken op de bedrijfswoning en gebruiken die ook daadwerkelijk nog, maar zonder daar te wonen."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5190
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202202968/1/R2

202301220/1/R4

Bij besluit van 4 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een woning op het perceel [locatie] in Amersfoort. [appellante] is eigenaresse van de woning. Op grond van het bestemmingsplan "Soesterkwartier" geldt op het perceel de bestemming " Wonen - 1". [appellante] heeft op 15 december 2021 bij het college een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het verbouwen van de woning tot vier zelfstandige wooneenheden die uit meerdere ruimten bestaan, te weten twee studio’s op de begane grond en twee studio’s op de eerste etage met daarboven elk een slaapkamer onder de kap van de woning. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bouwplan geen betrekking heeft op aaneen gebouwde woningen, maar op gestapelde woningen en dat het bouwplan daarom in strijd is met artikel 17.2.1, aanhef en onder a, van de regels van het bestemmingsplan (hierna: de planregels). [appellante] voert aan dat de vier studio’s woningen zijn als bedoeld in het bestemmingsplan en dat uit het bestemmingsplan niet volgt dat aaneen gebouwde woningen niet mogen worden gestapeld, maar grondgebonden moeten zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5037
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301220/1/R4

202303261/1/A3

Bij besluit van 19 februari 2021 heeft de minister van Justitie en Veiligheid aan [appellant] een meldplicht opgelegd voor de duur van zes maanden. De minister heeft op grond van artikel 2, eerste en tweede lid, van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding aan [appellant] een meldplicht voor zes maanden opgelegd. [appellant] moest zich vanaf 22 februari 2021 tweemaal per week melden op het bureau van de politie aan de Hoefkade in Den Haag. De minister heeft deze maatregel opgelegd omdat [appellant] onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld voor het begaan van terroristische misdrijven en volgens de minister een acute dreiging vormt voor de nationale veiligheid. De minister heeft zich mede gebaseerd op een bestuurlijke rapportage van de politie-eenheid Den Haag van 14 januari 2021. Tegen het besluit van 19 februari 2021 heeft [appellant] beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister zich op de bestuurlijke rapportage mocht baseren, omdat deze inzichtelijk en concludent is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5184
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303261/1/A3

202304059/1/R1

Bij besluit van 6 oktober 2022, verzonden 17 oktober 2022, heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda De Eland gelast de overtredingen van artikel 55b van de Wet bodembescherming, in samenhang gelezen met artikel 37, tweede lid, en 39a, van de Wbb op het perceel Aardenhoek 10 te Breda te beëindigen en beëindigd te houden. Bij besluit van 26 april 2023 heeft het college het daartegen door De Eland gemaakte bezwaar, onder aanvulling van de motivering met betrekking tot de hoogte van de dwangsom, ongegrond verklaard. Bij besluit van 3 mei 2023 is het college overgegaan tot invordering van de door De Eland verbeurde dwangsommen met een totale hoogte van € 25.000,00. De Eland heeft op het perceel Aardenhoek 10 in Breda een chemische wasserij geëxploiteerd. Er is geconstateerd dat op het perceel sprake is van een bodemverontreiniging met perchloorethyleen die is veroorzaakt door deze wasserij. De exploitatie van de wasserij is gestaakt. De Eland verhuurt het perceel thans aan een textieldrukkerij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5187
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304059/1/R1

202305113/1/A3

Bij besluit van 5 februari 2021 hebben de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Justitie en Veiligheid de aanvraag van Outernet tot aanwijzing als teler aan de Liesboslaan in Breda afgewezen. Het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen is een uitwerking van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen, die als doel heeft de productie, levering en verkoop van hennep of hasjiesj te reguleren in deelnemende gemeenten door telers aan te wijzen. In de tien deelnemende gemeenten mochten tien aangewezen telers de hennep of hasjiesj telen. Zij konden hiervoor een aanvraag indienen van 1 juli 2020 tot en met 28 juli 2020. Outernet heeft een aanvraag ingediend tot aanwijzing als teler voor in totaal 51 locaties, waaronder de locatie aan de Liesboslaan in Breda. Alle locaties behalve de Liesboslaan zijn op 27 november 2020 door de ministers afgewezen. Op 20 oktober 2020 is door de burgemeester van Breda een positief advies uitgebracht over de aanvraag voor de Liesboslaan. De aanvraag voor de Lieboslaan heeft vervolgens meegedaan aan de loting voor de selectie van telers en op basis van die loting heeft de notaris aan de aanvraag het rangnummer 9 toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5183
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202305113/1/A3

202305376/1/R1

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Kess Corporation een last onder dwangsom opgelegd wegens het bouwen in afwijking van een aan haar verleende omgevingsvergunning voor onder meer het aanbrengen van drie afvoerbuizen aan de achterzijde van de linker zijgevel van het gebouw aan de Jan Pieter Heijestraat 110 in Amsterdam. Kess Corporation is eigenaar van het pand aan de Jan Pieter Heijestraat 112 en de bedrijfsruimte aan de Jan Pieter Heijestraat 110-begane grond in Amsterdam. Bij besluit van 8 oktober 2012 heeft het college aan de voormalige huurder van de bedrijfsruimte een omgevingsvergunning verleend voor het aanbrengen van drie afvoerbuizen aan de achterzijde van de linker zijgevel van het pand aan de Jan Pieter Heijestraat 110. Kess Corporation verhuurt de bedrijfsruimte op 110 en 112 begane grond sinds 1 juli 2017 aan Cohones B.V. die daar een café-restaurant exploiteert. De rechtbank heeft geoordeeld dat Kess Corporation overtreder is en dat het college handhavend mocht optreden. Over het beroep op het vertrouwensbeginsel heeft de rechtbank overwogen dat onvoldoende blijkt dat er sprake is geweest van een toezegging dat niet handhavend zou worden opgetreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5198
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305376/1/R1

202306220/1/R3

Bij besluit van 26 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp de bij besluit van 7 mei 1974 verleende bouwvergunning voor de bouw van een bedrijfswoning op het perceel [locatie], ingetrokken. In mei 1974 heeft het college aan de toenmalige eigenaar van het perceel een bouwvergunning verleend voor de bouw van een bedrijfswoning ten behoeve van een varkenshouderij. De bedrijfswoning is niet gerealiseerd. [appellant] is sinds 2015 eigenaar van het perceel. Hij heeft het college verzocht om een afschrift van de destijds verleende bouwvergunning. Na diverse zoekpogingen in het archief heeft het college de vergunning gevonden en op 9 maart 2021 aan [appellant] overhandigd, tegelijk met het voornemen om deze vergunning in te trekken. Het college heeft de omgevingsvergunning vervolgens ingetrokken. [appellant] is het niet eens met het in bezwaar in stand gelaten intrekkingsbesluit. Hij wil een bedrijfswoning bouwen bij de inmiddels op het perceel gevestigde paardenfokkerij. De rechtbank heeft overwogen dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat het college vooringenomen is geweest bij de totstandkoming van het besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5186
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306220/1/R3

202306969/1/A2

Bij besluit van 6 juli 2020 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] om een overtreding van de Wet normering topinkomens te beëindigen en besloten om de last onder dwangsom openbaar te maken. De stichting Helicon Opleidingen was het bevoegd gezag van meerdere vmbo- en mbo-scholen. [appellant] was in dienst van Helicon sinds 1983 en sinds 1997 was hij lid van het college van bestuur. Naar aanleiding van interne conflicten in het college van bestuur in 2014 is het dienstverband van [appellant] beëindigd op initiatief van de raad van toezicht van Helicon. Hiertoe hebben [appellant] en Helicon op 23 oktober 2014 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Hierin staat dat het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2015 en dat [appellant] meerdere vergoedingen ontvangt. Hij was op dat moment 62 jaar en Helicon en [appellant] waren het eens dat de kans dat hij nieuw werk kon vinden, nihil was. Overeengekomen is dat [appellant] een vergoeding krijgt van € € 397.524,00. In een rapport van 27 mei 2019 heeft de inspectie geconcludeerd dat de vergoedingen ten gunste van [appellant] de normen van de Wnt overschrijden met een (bruto) bedrag van € 137.524,00. De inspectie heeft erop aangestuurd dat [appellant] dit bedrag terugbetaalt aan Helicon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5202
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306969/1/A2
vorige pagina1...525354...1.268volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon