Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.629
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202302267/1/A2

Bij besluit van 7 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de woning van [appellant A] aan de [locatie] in Amsterdam aangewezen als gemeentelijk monument. [appellant A] is eigenaar van een woning aan de [locatie 1] in Amsterdam. De woning is in 1901 als arbeiderswoning gebouwd in opdracht van een veehouder, die eigenaar was van de hoeve aan de overzijde op [locatie 2]. [appellant A] heeft de woning in 2017 gekocht en, na het verkrijgen van de benodigde vergunningen van de gemeente, onder architectuur grondig verbouwd. Bij de verbouwing zijn de achtergevel en het dakvlak aan de achterzijde verdwenen. Het dak aan de voorzijde is vervangen door een nieuw geïsoleerd dak. Aan de achterzijde is een nieuwe aanbouw gemaakt, waardoor de oorspronkelijke verschijningsvorm onherkenbaar is geworden. De binnenzijde is volledig vernieuwd. De dakranden, windveren, makelaars en goot ornamenten zijn tussen 1954 en 1986 vervangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2196
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202302267/1/A2

202302276/1/R3

Bij besluit van 19 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden aan Koss Monumenten B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de kelder op het perceel Langebrug 12a te Leiden tot horecagelegenheid en opslagruimte. De bij besluit van 19 mei 2020 verleende omgevingsvergunning voor het verbouwen van de kelder op het perceel tot horecagelegenheid en opslagruimte, is verleend voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wabo. [appellanten] wonen op het perceel [locatie] in Leiden. Zij zijn het niet eens met de uitspraak van de rechtbank van 27 februari 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2205
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302276/1/R3

202303278/2/A3 en 202303388/2/A3

Bij brieven, ingekomen op 14 februari 2025, hebben [verzoekers] verzocht om wraking van staatsraad mr. C.C.W. Lange (hierna: de staatsraad) als lid van de enkelvoudige kamer van de Afdeling belast met de behandeling van zaken nrs. 202303278/1/A3 en 202303388/1/A3. [verzoekers] hebben aan de verzoeken om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraad, door een aantal procedurele beslissingen en de gang van zaken op de achtereenvolgende zittingen op 12 februari 2025, bij hen de indruk heeft gewekt vooringenomen te zijn. Zij betogen, samengevat, dat de staatsraad het verzoek om voeging van beide zaken minder dan een maand voor de zittingen heeft afgewezen, terwijl zij dit verzoek al in augustus 2024 hadden ingediend. Ook heeft de staatsraad geweigerd om twee producties, die zij op 2 februari 2025 hebben ingediend, aan het dossier toe te voegen. En zij heeft het verzoek om beide zaken aan een andere staatsraad toe te wijzen afgewezen, terwijl dit uit het oogpunt van procesefficiency beter was geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2120
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Wraking
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303278/2/A3 en 202303388/2/A3

202303592/1/A2

Bij besluit van 22 september 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kindgebonden budget over het jaar 2021 vastgesteld op € 0,00. Deze zaak gaat over de vraag of de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kindgebonden budget van [appellant] voor het derde kwartaal van 2021 terecht heeft vastgesteld op € 0,00. Het wettelijke kader staat in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak. [appellant] is in 2018 met haar vijf kinderen vanuit Nederland naar Turkije verhuisd. Volgens de Basisregistratie personen stond zij van 29 oktober 2018 t/m 15 juli 2021 ingeschreven op een adres in Turkije. De echtgenoot van [appellant] woont in Groot-Brittannië. Op 29 juni 2021 zijn [appellant] en haar kinderen weer naar Nederland gekomen. Zij hebben toen eerst bij een oom en in een vakantiewoning van een kennis gewoond. Op 6 september 2021 zijn zij verhuisd naar de noodopvang van de gemeente Velsen. [appellant] heeft op 29 juli 2021 een bijstandsuitkering aangevraagd en ontvangt sinds september 2021 een voorschot op die uitkering. Op 26 juli 2021 heeft zij een aanvraag gedaan om een urgentieverklaring voor een woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2210
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202303592/1/A2

202303914/1/A2

Bij besluit van 14 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellant] een boete van € 20.500,00 opgelegd en ingevorderd, omdat hij zijn woning aan de woonruimtevoorraad heeft onttrokken zonder vereiste vergunning. [appellant] is eigenaar van de woning op het adres [locatie 1]. De woning bestaat uit twee woonlagen. Eén op de derde en één op vierde verdieping. [appellant] heeft de woning op basis van een huurovereenkomst van 15 juni 2017 tot en met 14 juni 2018 verhuurd aan [persoon] met de afspraak dat hijzelf exclusief gebruik kon blijven maken van zijn werkkamer op de derde verdieping. In de Basisregistratie Personen stond [appellant] ingeschreven op het adres [locatie 2]. Naar aanleiding van een melding van woonfraude op 31 augustus 2017, waarbij de melder aangaf dat sprake zou zijn van toeristische verhuur in de woning, is besloten om een onderzoek in te stellen naar het feitelijk gebruik van de woning. Uit het uitgevoerde administratief vooronderzoek is onder meer gebleken dat [persoon] in de BRP stond ingeschreven op dit adres, en dat de woning op Airbnb werd aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2189
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202303914/1/A2

202304312/4/R4

Bij tussenuitspraak van 24 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2989, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Utrecht opgedragen om binnen twintig weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 8 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Pijlsweerd, Tuinwijk, Vogelenbuurt, Griftpark" te herstellen. De Afdeling heeft bij tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 8 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd. Het gaat hierbij om het volgende: het ontbreken in de verbeelding van een waterstaatkundige beschermingszone langs de Vecht en Weerdsingel W.Z., de reikwijdte van de afwijkingsbepaling in artikel 26.3 van de planregels, de voorwaarden voor bed & breakfast, de aanduiding "garagebox" voor het perceel [locatie] en de gebruiksmogelijkheden van het binnenterrein met de kadastrale nummers 6512 en 6369 tussen de woningen aan de Weerdsingel O.Z., Bellamystraat en Duifstraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2192
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202304312/4/R4

202304727/1/A3

Bij besluit van 10 november 2021 heeft de burgemeester van Leiden een last onder dwangsom niet naleving bevel afgifte hond aan [appellant] opgelegd.In 2019 is naar aanleiding van twee bijtincidenten een kort aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd voor de hond van [appellant]. Daarna hebben zich op 24 augustus 2020 en 21 september 2021 nog twee bijtincidenten voorgedaan, waarbij het laatste de dood van een andere hond tot gevolg had. Op 28 september 2021 is een last onder bestuursdwang opgelegd aan [appellant] om Tarzan voor 5 oktober 2021 af te geven. Omdat [appellant] hieraan niet heeft voldaan is op 10 november 2021 een last onder dwangsom opgelegd van € 1.000,- euro per dag met een maximum van € 5.000,- wegens het niet naleven van de last onder bestuursdwang. Tegen dit laatste besluit heeft [appellant] bezwaar gemaakt. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard omdat hij volgens de rechtbank op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat hij op 10 oktober 2021 (lees: november) niet meer over Tarzan beschikte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2174
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304727/1/A3

202306744/1/R1

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Eck en Wiel, Rijnbandijk 6a, 10a, 10b en Schans 3" vastgesteld. Aan de zuidelijke oever van de Nederrijn aan Rijnbandijk 10a, nabij het dorp Eck en Wiel, ligt camping Verkrema. V.O.F. Rijndijk is de exploitant van de camping en wil de camping herinrichten door onder meer recreatiewoningen te plaatsen. Het plan maakt dat mogelijk. Actiegroep Dijkwacht-Buren is het er niet mee eens dat het plan 106 recreatiewoningen in de uiterwaarden mogelijk maakt. Volgens Actiegroep Dijkwacht-Buren is de verplaatsbaarheid van de recreatiewoningen in het plan niet voldoende gewaarborgd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2208
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202306744/1/R1

202306905/1/A3

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft de burgemeester van Meierijstad aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd voor het overtreden van artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening Meierijstad. De burgemeester heeft aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd voor het overtreden van artikel 2:74 van de APV. Artikel 2:74 van de APV bepaalt dat, onverminderd het bepaalde in de Opiumwet, het verboden is zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijk doel, al dan niet tegen betaling, om middelen als bedoeld in artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. De burgemeester mocht volgens de rechtbank de last onder dwangsom opleggen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester uit de bestuurlijke rapportage terecht heeft afgeleid dat [appellant] zich op een openbare plaats in de Jan van Amstelstraat in Schijndel, gemeente Meierijstad, heeft opgehouden met het kennelijk doel drugs aan te bieden of daarbij te bemiddelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2206
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202306905/1/A3

202307225/1/A2

Bij besluit van 28 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [vergunninghouder] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal zes personen op het adres [locatie 1] in Rotterdam. [vergunninghouder] was de eigenaar van de woning en heeft op 21 april 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal zes personen. Het ging hierbij om legalisatie van een bestaande situatie. Het college heeft deze vergunning verleend. [wederpartij] woont op het adres [locatie 2] en heeft in bezwaar aangevoerd dat zij en andere buren veel overlast hebben van de huurders. Het college heeft bij besluit van 2 februari 2021 de vergunningverlening gehandhaafd. Op 29 juni 2021 is de eigendom van de woning overgegaan op Sara Maria Beheer B.V. De rechtbank heeft geoordeeld dat onvoldoende vast staat dat de kamerbewoning een positieve invloed heeft op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt als bedoeld in artikel 3.2.5, aanhef en onder b, van de Verordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2178
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202307225/1/A2

202307586/1/R4

Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Zeist het bestemmingsplan "Sortie 16" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van minimaal 150 en maximaal 200 woningen mogelijk. Het plangebied heeft een omvang van ongeveer 7 ha en grenst aan de kern van Soesterberg. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Vliegbasis Soesterberg en aan de zuidzijde door de Amersfoortseweg/Provincialeweg N237. Ten westen wordt het gebied begrensd door het woonwagencentrum Beukbergen en ten oosten door de nieuwe ontsluitingsweg en het bedrijventerrein Soesterberg-Noord. De ontwikkeling van het plan maakt deel uit van het programma Hart van de Heuvelrug. Binnen dit programma worden ruim 25 projecten uitgevoerd die variëren van nieuwe natuur tot woningbouw, van ecoducten tot duurzame bedrijventerreinen. Het doel is om de ruimtelijke kwaliteit en de belevingswaarde van de Heuvelrug te versterken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2204
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202307586/1/R4

202308002/1/R2

Bij besluit van 1 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning beperkte milieutoets verleend voor het oprichten van een pluimveehouderij op het perceel [locatie 1]. [vergunninghoudster] is voornemens een varkenshouderij met 872 dieren om te zetten naar een pluimveehouderij met 40.000 legkippen in een nieuw te bouwen stal op het perceel. Voor de varkenshouderij is bij besluit van 12 april 2005 een revisievergunning verleend. [vergunninghoudster] heeft in de eerste fase een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo. Het college heeft de aanvraag getoetst aan artikel 2.17 van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 2.2a, aanhef en onder e, van het Besluit omgevingsrecht en artikel 5.13b, eerste lid, van het Bor. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt en heeft de omgevingsvergunning voor de hiervoor genoemde activiteit verleend. [appellante] woont op het perceel [locatie 2]. Zij is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2195
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202308002/1/R2

202400105/1/R2

Bij besluit van 28 november 2023 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "II Strijp buiten de Ring 2019 (Hastelweg 287)" vastgesteld. Bij besluit van 8 maart 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "ll Strijp buiten de Ring 2019 (Hastelweg 287)" al eerder vastgesteld. Dat plan maakte de bouw mogelijk van een gebouw met in totaal 81 appartementen aan de Hastelweg 287 in Eindhoven. In haar uitspraak van 6 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3387, heeft de Afdeling geoordeeld dat het besluit tot vaststelling van dat bestemmingsplan wat betreft de parkeerberekening en parkeerdrukmeting niet berust op een deugdelijke motivering. De Afdeling heeft het besluit van 8 maart 2022 daarom vernietigd. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] ten zuiden van het plangebied. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2] ten oosten van het plangebied. Zij kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen omdat zij vrezen voor parkeeroverlast. Woningstichting Woningbelang is de initiatiefnemer van de ontwikkeling en wil de appartementen verhuren als sociale huurwoningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2193
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400105/1/R2

202400279/1/R2

Bij besluit van 28 november 2023 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "IV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan)" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van 157 appartementen, verdeeld over drie woontorens aan de Generaal Dibbetslaan in de Generalenbuurt in Eindhoven. Op de planlocatie stonden 46 grondgebonden woningen. Deze woningen zijn inmiddels gesloopt. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] en [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2]. Zij zijn het niet eens met het bestemmingsplan, omdat zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Stichting Woonbedrijf is de initiatiefnemer van de woningbouwontwikkeling. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat hun uitzicht negatief wordt beïnvloed door de woontorens en de inrichting van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2175
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400279/1/R2

202400322/1/A2

Bij besluit van 11 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [partij] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal zeven personen op het adres [locatie 1] in Rotterdam. [partij] is eigenaar van de woning en heeft op 14 april 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal zeven personen. Het ging hierbij om legalisatie van een bestaande situatie. Het college heeft deze vergunning verleend. [wederpartij] woont op het adres [locatie 2] in Rotterdam en heeft in bezwaar onder meer aangevoerd dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op de buurt en hij veel overlast van studenten ervaart. De rechtbank heeft geoordeeld dat het alleen afgaan op een clausule in het huurcontract over het verrichten van vrijwilligerswerk, zoals het college heeft gedaan, onvoldoende is om aan te nemen dat de kamerbewoning een positieve invloed heeft op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt als bedoeld in artikel 3.2.5, aanhef en onder b, van de Verordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2177
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400322/1/A2

202400927/1/R4

Bij besluit van 20 december 2023 heeft de raad van de gemeente Nijmegen het bestemmingsplan "Nijmegen Vossenpels Noord" vastgesteld. Bij besluit van 22 december 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Nijmegen Vossenpels Noord" vastgesteld. Dat bestemmingsplan maakt, door het omzetten van de huidige, veelal agrarische, bestemmingen naar een woonbestemming, de bouw van maximaal 635 woningen mogelijk. Ook is het sportpark in dat bestemmingsplan opgenomen. Bij uitspraak van 20 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3560, heeft de Afdeling dat bestemmingsplan vernietigd. Als gevolg van de uitspraak moest de raad opnieuw over de vaststelling van de voorziene ontwikkeling besluiten. De gebreken die de Afdeling in haar uitspraak heeft geconstateerd, worden volgens de raad met het bestreden bestemmingsplan hersteld. [appellant A] is eigenaar van de percelen [locatie 1] en [locatie 2]. Hij woont zelf op het perceel [locatie 1]. [appellant B] is huurder van het pand aan [locatie 2]. [appellanten] voeren aan dat de raad de bouwmogelijkheden op hun percelen ten onrechte weer niet goed heeft bestemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2202
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202400927/1/R4

202401495/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [vergunninghouder] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen op het adres [locatie 1] in Rotterdam. [vergunninghouder] is eigenaar van de woning en heeft op 29 januari 2021 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen. Het ging hierbij om legalisatie van een bestaande situatie. Het college heeft deze vergunning verleend. [appellant sub 2] woont op het adres [locatie 2] in Rotterdam en heeft in bezwaar onder meer aangevoerd dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op de buurt. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het Voorbereidingsbesluit buiten het wettelijk kader van de hier aan de orde zijnde vergunning voor kamerbewoning valt. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat het alleen afgaan op een clausule in het huurcontract over het verrichten van vrijwilligerswerk, zoals het college heeft gedaan, onvoldoende is om aan te nemen dat de kamerbewoning een positieve invloed heeft op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2200
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401495/1/A2

202402001/1/A2

Bij besluit van 30 september 2022 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over 2021 definitief vastgesteld op € 1.931,00. In deze zaak gaat het om de juistheid van het toetsingsinkomen dat de Dienst Toeslagen in aanmerking heeft genomen bij de berekening van de huurtoeslag over 2021 en van het voorschot huurtoeslag voor 2022. De Dienst Toeslagen heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] vanaf 1 december 2021 een medebewoner, [persoon], heeft en heeft het inkomen van die medebewoner daarom bij de berekening van het gezamenlijk toetsingsinkomen betrokken. De rechtbank heeft overwogen dat de Dienst Toeslagen dat terecht heeft gedaan en ook terecht is uitgegaan van het door [appellant] zelf opgegeven geschat inkomen voor 2022. [appellant] betoogt dat de Dienst Toeslagen de inkomsten van [persoon] ten onrechte betrokken heeft bij de berekening van de toeslag. [appellant] voert aan dat [persoon] Spaanse is, haar eigen vaste lasten heeft en hem op vrijwillige basis mantelzorg verleent. Daarnaast betoogt [appellant] dat de Dienst Toeslagen ten onrechte is uitgegaan van het door hem per abuis verkeerd opgegeven geschat inkomen van ruim een miljoen euro.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2179
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202402001/1/A2

202402992/1/R4

Bij besluit van 4 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Laren aan LLTC een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van vier padelbanen en het plaatsen van een afscheiding. LLTC heeft in 2021 een aanvraag ingediend voor het aanleggen van vier padelbanen op het terrein van de club en het aanleggen van een aarden wal aan weerszijden van de banen. Het college heeft de vergunning verleend. [appellant] woont in de directe omgeving van het terrein en vreest aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Na bezwaar van [appellant] en andere omwonenden heeft het college de vergunning herroepen en aangekondigd een nieuw besluit te zullen nemen met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. LLTC heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar vernietigd. Zij is van oordeel dat het college terecht heeft geconcludeerd dat de bouw van de glazen wanden rondom de padelbanen strijdig is met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2163
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402992/1/R4

202403034/1/R4

Bij besluit van 28 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel RKM Vastgoed B.V. onder oplegging van een dwangsom gelast om diverse overtredingen op het perceel Rooijensestraat 6 in Hoenzadriel te beëindigen en beëindigd te houden. RKM Vastgoed B.V. is eigenaresse van het perceel. Het college heeft haar onder oplegging van een dwangsom gelast om diverse bouwwerken te verwijderen op het perceel. RKM Vastgoed B.V. heeft namelijk een tijdelijk vergunde uitbreiding van een bestaand bijgebouw van 82 m2 naar 130 m2 niet tijdig verwijderd. Daarnaast heeft zij zonder de daarvoor benodigde omgevingsvergunning een kelder gerealiseerd en het bijgebouw verder uitgebreid tot een grootte van 320 m2. Volgens het college is dit in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, en artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo. RKM Vastgoed B.V. heeft hiermee volgens het college namelijk ook het maximaal toegestane bebouwingspercentage overschreden uit artikel 4.2.3, aanhef en onder d, van de planregels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Kerkdriel en Hoenzadriel 2013".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2194
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403034/1/R4

202403171/1/V6

Bij besluit van 12 december 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], zijn echtgenote en hun drie kinderen. Op 25 augustus 2021 heeft [appellant] de minister van Buitenlandse Zaken gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij in de periode van 2008 tot 2015 heeft gewerkt als vertaler of manager voor het bedrijf GSE/Bluegreenworld in Uruzgan. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat appellanten niet vallen onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). Volgens de minister vallen appellanten niet onder de groep medewerkers en hun kerngezinsleden van een ten laste van de begroting van de minister van Buitenlandse Zaken of de begroting van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gefinancierd project op het gebied van sociale vooruitgang, vrede en veiligheid of duurzame ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2201
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403171/1/V6

202403505/1/A2

Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont in een huurwoning in Maastricht. Na de echtscheiding is zijn ex-partner met de drie minderjarige kinderen in 2018 naar Wageningen verhuisd. Vanwege zijn beperkte financiële draagkracht is [appellant] niet in staat om uitvoering te geven aan de omgangsregeling en de kinderen om het weekend op te halen en weer terug te brengen. Voor de kinderen is de reistijd van ongeveer 3 uur erg belastend. [appellant] heeft in 2022 een urgentieverklaring in Veenendaal aangevraagd om dichter bij zijn kinderen te wonen en hen zodoende vaker te kunnen zien. Dit zal naar hij stelt ook bijdragen aan de vermindering van zijn psychische klachten. Het college heeft deze aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet voldoet aan de algemene criteria van artikel 19, eerste lid, aanhef en onder b, d, e en f, van de Huisvestingsverordening Veenendaal 2020 voor het verlenen van een urgentieverklaring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2188
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403505/1/A2

202404920/1/R4

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 16 maart 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een zwarte vuilniszak die op 16 maart 2024 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van Slinge 81 in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een grijze plastic verpakking met daarop een adreslabel van DHL met zijn naam en adres erop is aangetroffen. [appellant] betwist dat de aangetroffen huisvuilzak van hem afkomstig is. Hij voert aan dat hij een milieubewust persoon is die zijn huisvuil altijd gescheiden aanbiedt bij een container bij zijn huis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2182
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202404920/1/R4

202405749/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], zijn echtgenote en hun vijf kinderen. Op 13 september 2021 heeft [appellant] de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 17 oktober 2007 tot en met 15 mei 2017 als ‘senior transport officer’ heeft gewerkt voor de European Union Police Mission in Afghanistan. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). Volgens de minister valt [appellant] namelijk niet onder de groep medewerkers en hun kerngezinsleden van een ten laste van de begroting van de minister van Buitenlandse Zaken of de begroting van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gefinancierd project op het gebied van sociale vooruitgang, vrede en veiligheid of duurzame ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2199
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405749/1/V6

202406332/1/R4

Bij besluit van 27 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 15 augustus 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 187,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een platgemaakte doos die op 15 augustus 2024 is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de Veemarktstraat 162 in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adres op het adreslabel op de doos staat. [appellante] betwist dat de aangetroffen doos van haar afkomstig is. Zij voert aan dat zij nooit op de Veemarktstraat komt en dat zij haar afval op andere, aangewezen locaties aanbiedt, namelijk bij de container bij de Hesseplaats of bij de Albert Heijn in Nesselande.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2203
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202406332/1/R4

202406509/1/R4

Bij afzonderlijke besluiten van 25 september 2024 met onderscheidenlijk kenmerk 6469733 en kenmerk 6469735 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissingen om op 14 september 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 14 september 2024 is aangetroffen naast een bovengrondse papiercontainer ter hoogte van Bussinghstraat 40. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar stelt dat hij niet degene is geweest die hem naast de container heeft gezet. Hij voert aan dat hij de doos minder dan tien minuten op de openbare weg heeft geplaatst. Volgens hem was er geen sprake van een intentie om de doos als afval achter te laten, maar vond de tijdelijke plaatsing alleen plaats in het kader van laden en lossen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2183
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202406509/1/R4

202406765/1/R4

Bij afzonderlijke besluiten van 26 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissingen om op 13 september 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 13 september 2024 is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de Abraham Kuyperlaan 103 in Rotterdam. Het is niet in geschil dat [appellant] de doos daar verkeerd heeft aangeboden door hem naast de container te zetten. [appellant] vindt het niet terecht dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor zijn rekening komen. Hij verzoekt om kwijtschelding van de boete en voert daartoe aan dat de vuilcontainers ter hoogte van de Abraham Kuyperlaan 103 overvol waren. Hierdoor was het volgens hem fysiek onmogelijk om zijn afval op de gebruikelijke wijze in de container te deponeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2184
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202406765/1/R4

202406865/1/R4

Bij besluit van 25 september 2024 heeft de raad van de gemeente Barneveld het bestemmingsplan "Bloemendal IIB" vastgesteld. De gemeente wil ten noorden van Barneveld een nieuwe woonwijk ontwikkelen. Deze woonwijk krijgt de naam "Bloemendal". De nieuwe woonwijk wordt gefaseerd gerealiseerd. Het bestemmingsplan dat in deze procedure voorligt, maakt de bouw van 246 woningen mogelijk. [appellante] is op ruim 800 m van het plangebied gevestigd. Zij vreest in haar bedrijfsvoering te worden belemmerd door de komst van meer woningen in haar omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2191
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202406865/1/R4

202407253/1/R4

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 1 juli 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 1 juli 2024 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Reitzstraat 214 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan.[appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die hem naast de ORAC heeft gezet. Zij voert aan dat zij geen reden heeft om haar doos elders weg te gooien, omdat er bij het appartementencomplex waar zij woont een speciale afvalcontainer staat om dozen, papier en dergelijke te deponeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2186
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202407253/1/R4

202407559/1/A2

Bij beslissing van 7 juni 2024 heeft de directeur van de Academie voor Theater en Dans (hierna: de ATD) van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten namens het college van bestuur van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten [appellant] de toegang tot de gebouwen en terreinen van de AHK ontzegd tot het einde van het studiejaar 2023/24. [appellant] volgt sinds 2021 de opleiding Expanded Contemporary Dance aan de ATD van de AHK. In het studiejaar 2023/24 was [appellant] betrokken bij twee incidenten van grensoverschrijdend gedrag. Het tweede incident heeft uiteindelijk geleid tot de beslissing van 7 juni 2024, waarbij de directeur van de ATD namens het college van bestuur van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten hem voor de rest van het studiejaar de toegang tot de gebouwen en terreinen van de AHK heeft ontzegd. Het college van bestuur van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten heeft het door [appellant] hiertegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] stelt zich op het standpunt dat het college te lang heeft gewacht totdat het een beslissing nam over de tijdelijke ontzegging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2164
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202407559/1/A2

202407824/1/R4

Bij besluit van 13 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 8 juli 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 8 juli 2024 is aangetroffen naast een bovengrondse papiercontainer ter hoogte van Margarethaland 206 in Den Haag. Het is niet in geschil dat de twee minderjarige kinderen van [appellante] de doos daar verkeerd hebben aangeboden door hem naast de papiercontainer te zetten. [appellante] betwist niet dat zij er verantwoordelijk voor kan worden gehouden dat haar minderjarige kinderen de doos naast de papiercontainer hebben gezet. Zij vindt het echter niet terecht dat zij daarvoor een boete heeft gekregen, omdat zij volgens haar op 8 juli 2024 in een noodsituatie verkeerde die ervoor zorgde dat zij niet bij machte was ervoor te zorgen dat de doos op een goede manier werd aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2190
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202407824/1/R4

202407910/1/A2

Bij beslissing van 25 mei 2024 heeft de examinator de door [appellante] gevolgde cursus PM0206 ‘Stage Klinische Psychologie’ beoordeeld met een onvoldoende. [appellante] heeft ten behoeve van haar masteropleiding psychologie aan de Open Universiteit van november 2022 tot januari 2024 stage gelopen bij Triade Vitree in het kader van de cursus ‘Stage Klinische Psychologie’. [appellante] was gedurende haar stageperiode ook werkzaam als gedragsdeskundige in opleiding bij Triade Vitree. De cursus bestaat uit drie onderdelen: de stage, het stageverslag en het aanleveren van drie diagnostiekcasussen. Het stageverslag en de diagnostiekcasussen worden beoordeeld door de stagebegeleider van de Open Universiteit. De stage wordt beoordeeld door de twee medewerkers van Triade Vitree die [appellante] tijdens haar stage hebben begeleid (hierna: de praktijkbegeleiders). Om de cursus met succes af te ronden moeten alle drie cursusonderdelen met succes zijn afgerond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2166
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202407910/1/A2

202500073/1/R4

Bij besluit van 22 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 september 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 10 september 2024 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Van Drieststraat 6 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die de doos bij de ORAC heeft gezet. Zij voert aan dat zij deze te goeder trouw heeft achtergelaten bij de Albert Heijn aan de Hildo Kroplaan in Den Haag, omdat dit het advies was van een medewerker. De doos was namelijk veel te groot voor de door haar bestelde insulinespuit die erin zat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2187
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202500073/1/R4

202500365/1/A2

Bij beslissing van 16 oktober 2024 heeft het college van bestuur van ArtEZ University of the Arts het verzoek van [appellant] om herziening van vier besluiten over betaling van het instellingscollegegeld en om restitutie van het teveel betaalde bedrag, afgewezen. [appellant] is Amerikaans en Pools staatsburger. Hij heeft zich in studiejaar 2018-2019 aangemeld voor de opleiding Crossmedia Design aan de ArtEZ University of the Arts. Voor deze opleiding heeft [appellant] ingeschreven gestaan tot en met studiejaar 2021-2022. In dat laatste studiejaar heeft hij de opleiding afgerond. Omdat [appellant] niet beschikte over een Pools paspoort, heeft hij gedurende zijn opleiding het instellingscollegegeld betaald aan de ArtEZ University of Arts. [appellant] heeft in juli 2017 al een Pools paspoort aangevraagd, maar dit heeft hij pas op 19 maart 2024 gekregen. [appellant] stelt dat hij, omdat hij zijn hele leven al de Poolse nationaliteit heeft, door deze vertraging ten onrechte over de vier studiejaren een totaalbedrag van € 28.916,00 heeft betaald aan instellingscollegegeld in plaats van het wettelijk collegegeld tarief over die jaren van in totaal € 6.340,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2165
Datum uitspraak
14 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500365/1/A2

202402118/1/V2

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2142
Datum uitspraak
13 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402118/1/V2

202502226/2/A2

[verzoekster] volgde in het schooljaar 2024/2025 voortgezet algemeen volwassenenonderwijs in het vak Havo Wiskunde A aan de VAVO Haaglanden, onderdeel van ROC Mondriaan. Bij het derde schoolexamen van dit vak was zij afwezig zonder dat zij zich op de voorgeschreven wijze had afgemeld. Daarom heeft de examencommissie haar bij beslissing van 6 maart 2025 geen toestemming gegeven om dit schoolexamen in te halen. Als gevolg hiervan is zij uitgeschreven voor het vak. De CBE heeft het door haar ingestelde administratief beroep bij beslissing van 10 april 2025 ongegrond verklaard. Hangende het beroep bij de Afdeling tegen deze beslissing heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek houdt in dat zij voor 17 mei 2025 de gelegenheid krijgt om het derde schoolexamen (SE3) te maken om vervolgens deel te kunnen nemen aan het centraal examen (CE) op 20 mei 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2362
Datum uitspraak
13 mei 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502226/2/A2

202307828/2/A2

Ten aanzien van zaak nr. 202307828/1/A2, die op 16 mei 2025 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. J.W. van de Gronden, die als lid van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 12 mei 2025 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat een van de partijen, Pivot Park Screening B.V., onderdeel is van een consortium waar de Stichting Katholieke Universiteit-Radboud ook onderdeel van is. Deze Stichting heeft een belang bij de uitkomst van deze zaak. De staatsraad is hoogleraar Europees recht bij de Radboud Universiteit. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2155
Datum uitspraak
13 mei 2025
  • Verschoning
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202307828/2/A2

202402988/2/A3

appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 17 april 2024 in zaak nr. 23/851.De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2146
Datum uitspraak
13 mei 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402988/2/A3

202305308/1/V1

Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt (hierna: een artikel 9-document), afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2127
Datum uitspraak
12 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305308/1/V1

202402026/1/V3

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 maart 2024 het recht op bescherming eindigt dat betrokkene geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De minister van Asiel en Migratie heeft betrokkene ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2128
Datum uitspraak
12 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402026/1/V3

202501319/2/R4

Bij besluit van 16 januari 2025 heeft de raad van de gemeente Ede het bestemmingsplan "Ede, Elias Beeckmankazerne, nieuwbouw basisschool en gymzaal" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van een nieuwe basisschool met gymzaal aan de Elias Beeckmanlaan in Ede op het terrein van de voormalige Elias Beeckmankazerne. Het nieuwe schoolgebouw is bedoeld voor de huisvesting van de Koning Davidschool, die nu nog op een locatie op ongeveer 400 m ten noordwesten van het plangebied gevestigd is. Het nieuwe schoolgebouw zal bestaan uit 16 klaslokalen en daarmee ruimte bieden voor maximaal 400 leerlingen voor de hele gemeente Ede. SME en anderen vinden - kort samengevat - dat een school van deze omvang niet passend is op deze plek. Zij verzoeken het hele plan te schorsen, omdat inmiddels een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend voor de bouw van het schoolgebouw en gymzaal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2119
Datum uitspraak
12 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202501319/2/R4

202501594/1/V3

Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2122
Datum uitspraak
12 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501594/1/V3

202501684/1/V3

Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2130
Datum uitspraak
12 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501684/1/V3

202501755/1/V3

Bij besluit van 25 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2123
Datum uitspraak
12 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501755/1/V3

202502224/2/V2

Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2129
Datum uitspraak
12 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502224/2/V2

202502305/2/V3

Bij besluit van 10 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2159
Datum uitspraak
12 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502305/2/V3

202502306/1/V3 en 202502306/2/V3

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2126
Datum uitspraak
12 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502306/1/V3 en 202502306/2/V3

BRS.25.000113

Bij besluit van 23 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2115
Datum uitspraak
12 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000113

202402532/4/A3

Bij besluit van 3 juni 2022 heeft de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) het verzoek van [wederpartij] om openbaarmaking van het verslag van het looncomponentenoverleg, afgewezen. [wederpartij] heeft het UWV verzocht om op grond van de Wet open overheid het verslag van het looncomponentenoverleg openbaar te maken. Het UWV heeft dit verzoek afgewezen en haar besluit in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft bij uitspraak van 29 februari 2024 overwogen dat het verslag van het looncomponentenoverleg een stuk voor intern beraad is dat persoonlijke beleidsopvattingen bevat, zoals bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Woo, en ouder is dan vijf jaar. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het UWV in afwachting van de uitspraak in hoger beroep geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2266
Datum uitspraak
9 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402532/4/A3

202501868/1/R4

Bij besluit van 14 april 2025 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan Lintire een last onder dwangsom opgelegd. De aanleiding voor het besluit is dat bij een controle door de douane op 5 maart 2025 in totaal 157.780 kg geshredderde luchtbanden is aangetroffen in zes containers. De containers waren afkomstig van Lintire en onderweg naar India. Lintire heeft voor deze overbrenging van afvalstoffen geen kennisgeving gedaan. Lintire heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en de voorzieningenrechter gevraagd in afwachting van het besluit op dat bezwaar een voorlopige voorziening te treffen. Lintire heeft meer in het bijzonder verzocht om het besluit van 14 april 2025 te schorsen, omdat de partij geshredderde luchtbanden volgens haar een B3140-afvalstof is en te bepalen dat deze voorziening geldt tot zes weken na het besluit op het bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2118
Datum uitspraak
9 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501868/1/R4

BRS.25.000246 en BRS.25.000250

Bij besluit van 15 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2039
Datum uitspraak
9 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000246 en BRS.25.000250

BRS.25.000439 en BRS.25.000440

Bij besluit van 2 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2096
Datum uitspraak
9 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000439 en BRS.25.000440

BRS.25.000470 en BRS.25.000472

Bij besluit van 7 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2100
Datum uitspraak
9 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000470 en BRS.25.000472

BRS.25.000471

Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2099
Datum uitspraak
9 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000471

2025001/1/TW

Bij beslissing van 19 december 2024 heeft de minister van Defensie toestemming verleend voor de uitoefening van bijzondere bevoegdheden, onder de operatienaam […]. Bij beslissing van 17 maart 2025 heeft de TIB geoordeeld dat de toestemming van de minister niet rechtmatig is verleend. De minister heeft hiertegen beroep ingesteld. Op 12 december 2024 heeft de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst de minister verzocht om toestemming voor de uitoefening van de bevoegdheid tot onderzoeksopdrachtgerichte interceptie (OOG-interceptie; artikel 48 van de Wiv 2017), en onderzoek aan de geïntercepteerde gegevens (artikel 49, eerste lid, van de Wiv 2017), ten behoeve van het onderzoek naar […] binnen de onderzoeksopdrachten […].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2351
Datum uitspraak
9 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Andere zaken - Overige
  • uitspraakin de zaak2025001/1/TW

202306100/1/V2

Bij besluiten van 21 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2102
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306100/1/V2

202406495/1/V3

Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat betrokkene wordt overgedragen aan België.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2109
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406495/1/V3

202407182/1/V2.

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2108
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407182/1/V2.

202500316/1/V3

Bij besluit 30 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene de toegang tot Nederland geweigerd en bij besluit van 31 december 2024 heeft zij hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2106
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500316/1/V3

202500318/1/V3

Bij besluiten van 11 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2101
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500318/1/V3

202501109/1/V2

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2112
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501109/1/V2

202501366/1/V3

Bij besluit van 5 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2110
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501366/1/V3

202501584/1/V3

Bij besluit van 19 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2114
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501584/1/V3

202501797/1/V3

Bij besluit van 11 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2111
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501797/1/V3

202501977/1/V3

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2113
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501977/1/V3

202502195/1/V2

Bij besluit van 11 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2107
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502195/1/V2

202502209/1/V2 en 202502209/2/V2

Bij besluit van 22 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2104
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502209/1/V2 en 202502209/2/V2

202502271/1/V3 en 202502271/2/V3

Bij besluit van 23 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2125
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502271/1/V3 en 202502271/2/V3

202502314/1/V3 en 202502314/2/V3

Bij besluit van 19 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2105
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502314/1/V3 en 202502314/2/V3

202502372/1/V1 en 202502372/2/V1

Bij besluit van 28 februari 2025, aangevuld op dezelfde datum, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2121
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502372/1/V1 en 202502372/2/V1

BRS.25.000276

Bij besluit van 20 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2034
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000276

BRS.25.000331

Bij besluit van 7 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2033
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000331

BRS.25.000442

Bij besluit van 7 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2035
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000442

202405218/1/A2

Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van [appellant] om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor een chauffeurskaart bij Kiwa Register B.V. in Rijswijk afgewezen. Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft de staatssecretaris bij besluit van 23 november 2023 ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2360
Datum uitspraak
8 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202405218/1/A2

202304689/1/V1

Bij besluit van 22 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2006
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304689/1/V1

202406482/2/R4

Bij besluit van 3 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest het wijzigingsplan "Kerkstraat 56-58" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [verzoekers] beroep ingesteld. [verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1994
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202406482/2/R4

202406592/1/V1

Bij besluit van 1 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2020
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406592/1/V1

202406964/1/R4 en 202406964/2/R4

Bij besluit van 24 september 2024 heeft de raad van de gemeente Rheden het het bestemmingsplan "Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13-15" vastgesteld. Het plangebied ligt in het buitengebied ten westen van de kern Rheden aan de Lentsesteeg 13-15 in Rheden. Tot aan de inwerkingtreding van het plan gelden in het plangebied de bestemmingen "Bedrijven" en "Agrarisch gebied met landschappelijke en natuurwaarde" op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied 1995" en de bestemmingen "Agrarisch met waarden- natuur en Landschap" en "Verkeer" op grond van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied, locatie Lentsesteeg" uit 2015. Op grond van het plan gaat de bestemming "Wonen" gelden aan de westzijde van het plangebied, waardoor de bestaande bedrijfswoning een reguliere woning wordt. Op grond van het plan gaat op alle overige gronden in het plangebied, waaronder de gronden waarop een bedrijfsloods (hierna: de loods) staat, de bestemming "Agrarisch met waarden - natuur en landschap" gelden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1995
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202406964/1/R4 en 202406964/2/R4

202407654/2/R3

Bij besluit van 17 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Lisse het bestemmingsplan "Partiële herziening steigers Greveling" vastgesteld. Deze zaak gaat over een bestemmingsplan dat steigers mogelijk maakt in de Greveling, een watergang in Lisse die in verbinding staat met de ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. Het bestemmingsplan maakt, onder andere, negen steigers mogelijk ter plaatse van de woningen van nieuwbouwlocatie Kruishoorn van ontwikkelaar [bedrijf], gelegen ten noorden van het meest oostelijke punt van de Greveling. Roeivereniging IRIS is gevestigd op de zuidelijke oever aan de westkant van de Greveling en is het niet eens met dit bestemmingsplan. Zij gebruikt de Greveling voor het opleiden van beginnende roeiers en als passage voor meer ervaren roeiers om de bredere ringvaart te bereiken. Roeivereniging IRIS vreest voor de veiligheid van haar roeiers, omdat de Greveling wordt versmald door de aanleg van de steigers bij de nieuwbouwlocatie. Zij verzoekt de voorzieningenrechter daarom om het bestemmingsplan te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2037
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202407654/2/R3

202407779/1/V3

Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2032
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407779/1/V3

202407781/1/V3

Bij besluit van 30 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2027
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407781/1/V3

202500588/2/R3

Bij besluit van 23 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Emmen aan Boxkoning B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van 44 bedrijfsunits aan de Waanderweg 176 in Emmen. Bij besluit van 20 december 2022 heeft het college het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij tussenuitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank een gebrek in het besluit van 20 december 2022 geconstateerd, en het college in de gelegenheid gesteld om binnen 6 weken na verzending van de tussenuitspraak dit gebrek te herstellen met inachtneming van de in de tussenuitspraak gemaakte overwegingen en aanwijzingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2004
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202500588/2/R3

202500735/1/V2

Bij besluit van 21 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij ambtshalve bepaald dat uitzetting van appellant krachtens artikel 64 van de Vw 2000 achterwege blijft, en geweigerd appellant ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2036
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500735/1/V2

202500740/1/V2

Bij besluit van 18 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij ambtshalve bepaald dat uitzetting van appellant krachtens artikel 64 van de Vw 2000 achterwege blijft, en geweigerd appellant ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2103
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500740/1/V2

202501967/2/V2

Bij besluit van 26 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoekers verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2023
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501967/2/V2

202502204/1/V3 en 202502204/2/V3

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2024
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502204/1/V3 en 202502204/2/V3

202502250/2/V1

Bij besluit van 3 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2025
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502250/2/V1

BRS.25.000315

Bij besluit van 2 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2010
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000315

202105070/2/R2

Bij tussenuitspraak van 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3773 heeft de Afdeling de raad opgedragen om: a. binnen 26 weken na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van wat onder 14 is overwogen, de daar omschreven gebreken in het besluit van 24 juni 2021, waarbij het bestemmingsplan "Kom Mariaheide, herziening tennispark de Krekel" is vastgesteld, te herstellen en; b. de uitkomst aan de Afdeling en de andere partijen mee te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen. De gemeenteraad heeft in het besluit van 27 juni 2024 het bestemmingsplan op enkele onderdelen gewijzigd en voorzien van een nadere onderbouwing, onder meer in de vorm van een aanvullend akoestisch onderzoek, van Amitec, neergelegd in een notitie van 29 april 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2086
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202105070/2/R2

202105368/1/R2, 202105526/1/R2, 202105414/1/R2 en 202105402/1/R2.

Bij besluit van 3 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda Seminarie B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een retraitehotel in het voormalige klooster gelegen aan de Seminarieweg 26 te Bavel. Bij besluit van 15 mei 2019 heeft het college het door de Stichting Landschappelijke Driehoek daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, maar het besluit van 3 april 2018 herroepen voor zover dit ertoe strekt een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen te verlenen. Het college heeft de aanvraag voor die activiteit alsnog afgewezen op grond van artikel 2.20, eerste lid, van de Wabo en artikel 3, eerste lid, onder a en b, van de Wet bibob. Deze uitspraak gaat over vier zaken. Deze zaken gaan alle over de verbouwing tot hotel van een voormalig klooster aan de Seminarieweg 26 te Bavel. Bij deze verbouwing zijn diverse vennootschappen betrokken. Deze vennootschappen staan direct of indirect allemaal onder controle van [partij]. Het college heeft tegen [partij] ernstige bezwaren als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet bibob.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2078
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202105368/1/R2, 202105526/1/R2, 202105414/1/R2 en 202105402/1/R2.

202201981/1/R3

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Twenterand het bestemmingsplan "Buitengebied Twenterand PH [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]" vastgesteld. Het plan voorziet in een planologische regeling voor het perceel [locatie 2] in Westerhaar-Vriezenveensewijk, en de percelen [locatie 3] en [locatie 1] in Den Ham. De raad heeft het plan vastgesteld naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 16 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3514, over het bestemmingsplan "Buitengebied Twenterand". De Afdeling heeft in die uitspraak de beroepen van [appellant sub 1] en Manege De Lourenshoeve B.V. en anderen tegen het bestemmingsplan gegrond verklaard, en het besluit op een aantal onderdelen vernietigd. De Afdeling heeft de raad vervolgens opgedragen een nieuw besluit te nemen. Daaraan heeft de raad met dit plan gevolg gegeven. [appellant sub 1] is eigenaar van het perceel [locatie 2] in Westerhaar-Vriezenveensewijk. Het voorste deel van zijn perceel grenzend aan de Grintweg is onderdeel van het bestemmingsplan "Buitengebied Twenterand" en is bestemd als "Wonen". Dit gedeelte van het perceel maakt geen deel uit van het plangebied van het bestemmingsplan "Buitengebied Twenterand PH [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2090
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202201981/1/R3

202202275/1/R3

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg het bestemmingsplan "Stedelijk" vastgesteld. Het plan voorziet in een actueel planologisch-juridische regeling voor het stedelijk gebied van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Het plan vervangt verschillende ter plaatse geldende plannen en is ook vastgesteld in voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In de plantoelichting staat dat het plan conserverend is en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. [appellant sub 1] betoogt dat geen onderzoek is gedaan naar de gevolgen van het plan. Hij wijst erop dat omwonenden in de huidige situatie al hinder ondervinden van het verkeer afkomstig van het winkelcentrum, maar dat er desondanks geen actueel verkeersonderzoek aan het plan ten grondslag is gelegd. Evenmin is in het plan een oplossing voor de verkeersafwikkeling vastgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2049
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202202275/1/R3

202204372/1/R3

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Wierden besloten het bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening zonnepark Elsweide" niet vast te stellen. [appellant] is eigenaar van het perceel dat globaal begrensd is door de N347, de Rijssenseweg en de beek de Elsgraven in Enter. Voor de ontwikkeling en realisatie van een zonnepark op het perceel, heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan en voor de verlening van een omgevingsvergunning. Het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpomgevingsvergunning hebben vanaf 12 juli 2018 ter inzage gelegen. [appellant] is het er niet mee eens dat de raad en het college op grond van het "Beleidskader Grootschalige Duurzame Energie in Wierden", vastgesteld door de raad op 2 april 2019 (hierna: het beleidskader), hebben geweigerd om het plan vast te stellen en de vergunning te verlenen, nadat er in eerste instantie medewerking werd verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2077
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202204372/1/R3

202204563/1/R4

Bij besluit van 9 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn aan Algéra een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van gronden of bouwwerken op het perceel Papegaaiweg 35 in Wenum Wiesel in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Bij besluit van 9 november 2020 heeft het college aan Algéra op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1o, van de Wabo een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van het perceel voor de op- en overslag van goederen in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Wenum Wiesel en buitengebied". Aan de herroeping van de omgevingsvergunning bij besluit van 26 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn ten grondslag gelegd dat bij een aantal controles is geconstateerd dat op verschillende momenten vrachtwagens buiten de vergunde tijdstippen zijn vertrokken. Daarnaast heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn geconstateerd dat de feitelijke situatie en de ruimtelijke onderbouwing niet overeenstemden met de aangeleverde tekeningen ten aanzien van de contouren van de bebouwing en de omvang van de opslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2085
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204563/1/R4

202204810/1/A3

Bij besluit van 18 november 2019 heeft de burgemeester van Roosendaal de aanvraag van AVB voor een exploitatievergunning voor een autoverhuurbedrijf buiten behandeling gesteld. AVB exploiteert onder meer een autoverhuurbedrijf in Roosendaal. Bij besluit van 4 maart 2019 heeft de burgemeester van Roosendaal de autoverhuurbranche aangewezen als een bedrijfsmatige activiteit waarvoor een vergunning is vereist. Op 16 juli 2019 heeft AVB zo’n vergunning aangevraagd. De burgemeester heeft met de brief van 10 september 2019 gevraagd om aanvullende gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de aanvraag, waaronder: - betalingsbewijzen van de door AVB gedane investeringen; - een overzicht van alle voertuigen die door AVB worden verhuurd; - bewijsstukken uit de administratie waaruit blijkt hoe de identiteit van de huurders van de voertuigen is vastgesteld en hoe betalingen plaatsvinden; - betalingsbewijzen van de huur over de maanden juni en juli 2017. Volgens de burgemeester heeft AVB deze gegevens niet verstrekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2060
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204810/1/A3

202204904/1/V3

Bij besluit van 27 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd appellant ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Appellant heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Zij heeft onder andere aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij Nigeria is ontvlucht, omdat zij daar ritueel zal worden geofferd. De minister acht dit niet geloofwaardig. Verder vreest appellant bij terugkeer te worden gedood door een mensenhandelaar, met wiens hulp zij Nigeria is ontvlucht en naar Europa is gebracht. De minister van Asiel en Migratie acht geloofwaardig dat appellant slachtoffer is geworden van mensenhandel en een resterende geldschuld heeft bij de mensenhandelaar. Desondanks heeft zij de aanvraag afgewezen. Volgens de minister heeft appellant namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade door represailles van mensenhandelaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1996
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202204904/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202204904/1/V3

202205343/1/A3

Bij besluit van 24 november 2020 heeft de burgemeester van Almere de kantoorruimte van [wederpartij A] aan de [locatie] te Almere gesloten voor de duur van zes maanden. [wederpartij A] is enig aandeelhouder van [wederpartij B] en heeft gewerkt als notaris. Zijn kantoor bevond zich in een bedrijfsverzamelgebouw te Almere. Op 24 november 2020 heeft de burgemeester van Almere besloten om op grond van artikel 2:43a van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Almere 2011 het kantoorpand te sluiten voor de duur van zes maanden. Volgens de burgemeester van Almere is aannemelijk dat het notariskantoor een zekere reputatie en naamsbekendheid in criminele kringen heeft opgebouwd, dat door en vanuit het notariskantoor criminele activiteiten worden gefaciliteerd en dat deze gedragingen hebben geleid tot een gevaar voor de openbare orde. De burgemeester van Almere heeft zich daarbij gebaseerd op bestuurlijke rapportages die zijn opgesteld door de politie. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake was van een gevaar voor de openbare orde dat een sluiting van het kantoorpand rechtvaardigde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2063
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205343/1/A3

202205842/1/R3

Bij besluit van 1 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas aan [vergunninghouders] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een tuindeur op het perceel [locatie A] in Nieuwerkerk aan den IJssel. [vergunninghouders] wonen op het perceel. Het perceel grenst voor een deel aan een doodlopende weg. De omgevingsvergunning staat een tuindeur toe, die direct op deze doodlopende weg uitkomt. De tuindeur mag volgens de omgevingsvergunning een bouwhoogte van 1,80 m krijgen. Dit in afwijking van de bouwhoogte van 1 m die in het bestemmingsplan "Esse-Kleinpolder" is toegestaan op de bestemming "Wonen". [appellanten] wonen op het perceel aan de andere kant van de doodlopende weg, [locatie B]. Op dit perceel ligt een oprit van [appellanten], die ook grenst aan de doodlopende weg. [appellanten] hebben bezwaren tegen de omgevingsvergunning, onder meer omdat volgens hen de tuindeur onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersveiligheid oplevert. De rechtbank heeft het beroep van [appellanten] ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2088
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205842/1/R3

202205916/1/R1

Bij besluit van 8 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten aan [appellanten sub 2] een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan realiseren van een woning aan de [locatie 1] in Putten. [appellanten sub 2] zijn eigenaar van het perceel, waarop een woning en twee bijgebouwen staan. De woning is in 1991 gerealiseerd en later aan weerszijden uitgebreid. Zij willen hun woning vervangen door een duurzame woning en hebben daarom een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo aangevraagd. [appellant sub 3] woont op het perceel [locatie 2] te Putten. Hij oefent daar een restauratiebedrijf voor oldtimers uit. Dit perceel grenst aan het perceel van [appellanten sub 2].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2076
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202205916/1/R1

202300185/1/R3

Bij besluit van 13 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland het college van burgemeester en wethouders van Westland aan M III een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de ontwikkeling van 25 appartementen naast het perceel Kerklaan 63 in Wateringen. M III wil de voormalige bedrijfsbebouwing en woning op het perceel slopen en daar een appartementencomplex voor 25 woningen bouwen met een hoogte van ongeveer 15,5 m. M III heeft op 30 december 2019 een aanvraag ingediend voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de ontwikkeling van 25 appartementen op het perceel. Met de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan Kern Wateringen. De beoogde ontwikkeling is voorzien op gronden met de bestemming "Bedrijf", "Tuin" en "Wonen" en met de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie-2" en "Waarde - Karakteristiek". In het besluit tot verlenen van de omgevingsvergunning is overwogen dat de beoogde ontwikkeling in strijd is met de gebruiksregels die gelden voor de gronden met de bestemming "Bedrijf" en "Tuin" en dat de ontwikkeling past binnen de gebruiksregels van de bestemming "Wonen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2064
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202300185/1/R3
vorige pagina1...394041...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon