Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.432
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202402443/1/A3

Bij besluit van 4 oktober 2023 heeft de burgemeester van Overbetuwe besloten om de woning aan de [locatie] in Elst voor één maand te sluiten. [wederpartijen] huren van woningcorporatie Vivare de woning aan de [locatie] in Elst. Naar aanleiding van binnengekomen informatie heeft de politie een onderzoek ingesteld naar drugshandel op straat door [wederpartij A]. Op 27 januari 2023 is hij aangehouden als verdachte van handel in harddrugs, waarbij in totaal acht wikkels met wit poeder zijn aangetroffen, waarvan vier in zijn kleding en vier in zijn auto. Het poeder is indicatief positief getest op cocaïne. Vervolgens heeft de politie op dezelfde dag de woning doorzocht. Daarbij heeft de politie 75 wikkels met wit poeder, 23 gr wit poeder in een sealbag en 32 pillen aangetroffen. Het poeder is later indicatief positief getest op cocaïne en de pillen op MDMA. Daarnaast heeft de politie vijfhonderd ongebruikte harddrugswikkels, een weegschaal met cocaïneresten, € 6.000,00 contant geld, een Breitling horloge, twee stuks illegaal vuurwerk en van diefstal afkomstige roldeurmotoren aangetroffen. De politie heeft de bevindingen vastgelegd in de bestuurlijke rapportage van 6 maart 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:755
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202402443/1/A3

202403353/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2022 heeft de burgemeester van Amsterdam aan SportWays Amsterdam B.V. een vergunning verleend voor het organiseren van het evenement ‘SportWays Hockeykampen’. Bij besluit van 1 juli 2022 heeft de burgemeester aan SportWays een vergunning verleend voor het organiseren van het evenement ‘SportWays Hockeykampen’ van 2 juli 2022 tot en met 30 juli 2022 op het sportveld aan de Sloterweg 1043 C. [appellant] heeft een pand aan de [locatie] op ongeveer 400 meter van het sportveld, en heeft bij brief van 12 augustus 2022 bezwaar gemaakt tegen de verlening van de vergunning. De burgemeester heeft dat bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:747
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403353/1/A3

202404333/1/R2

Bij besluit van 6 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena een omgevingsvergunning verleend aan Middenweg Agro voor de bouw van een kassencomplex voor glastuinbouw en het realiseren van een daarmee samenhangende huisvesting voor arbeidsmigranten aan de Middenweg 14 in Andel. Middenweg Agro is gevestigd aan de Middenweg 4 in Andel en exploiteert daar een agrarisch bedrijf in de vorm van een glastuinbouwbedrijf. Zij is voornemens haar bedrijf uit te breiden op het nabijgelegen perceel aan de Middenweg 14 in Andel. Zij heeft op 21 april 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een kassencomplex voor glastuinbouw en het realiseren van daarmee samenhangende huisvesting voor 274 arbeidsmigranten aan de Middenweg 14 in Andel. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend met toepassing van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid in artikel 3.5.8 van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied - Middenweg ong - 2017". [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] zijn omwonenden. Zij kunnen zich niet verenigen met de huisvesting van de arbeidsmigranten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:772
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404333/1/R2

202404976/1/R3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Rijswijk, verweerder het bestemmingsplan "Pasgeld-Oost" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van maximaal 110 woningen in Pasgeld-Oost mogelijk. Het plan is onderdeel van de grotere ontwikkeling van de woningbouwlocatie RijswijkBuiten. RijswijkBuiten bestaat uit de gebieden Sion, Parkrijk en Pasgeld. Het gebied Pasgeld bestaat uit Pasgeld-West, waarvoor een aparte planprocedure wordt doorlopen, en Pasgeld-Oost. Pasgeld-Oost bevindt zich ten oosten van de Lange Kleiweg en ten zuiden van de TNO-locatie. De Stichting is een stichting met als doel de bevordering van een goed leefklimaat in Rijswijk door het behouden van natuurwaarden c.q. het verbeteren van de toekomstige natuurwaarden in het gebied Pasgeld. Zij kan zich niet met het plan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:736
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404976/1/R3

202405122/1/R3

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel het bestemmingsplan "Kerkdreef" vastgesteld en op grond van artikel 6.12, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening (de Wro) voor dit bestemmingsplan geen exploitatieplan vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid 25 woningen te realiseren in het gebied gelegen aan de Kerkdreef in Krimpen aan den IJssel, net onder de IJsseldijk en ten oosten van de Burgemeester Aalberslaan. Het plangebied grenst aan het buitenterrein van de Admiraal de Ruyterschool. Het plangebied is op dit moment onbebouwd en doet dienst als groenstrook/park. [appellant] woont tegenover het plangebied, aan de [locatie]. De afstand tussen het plangebied en zijn woning bedraagt ruim 60 meter. Tussen het plangebied en zijn woning zijn twee wegen en een watergang gelegen. [appellant] kan zich niet verenigen met het plan en heeft hiertegen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:760
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405122/1/R3

202405351/1/R3

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Borne het bestemmingsplan "Algemene herziening Borne, Hertme, Zenderen, herziening De Horsten" vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Eén plandeel betreft de buurt "De Horsten" in de wijk "Bornsche Maten". Het plan maakt hier de bouw van 250 woningen mogelijk aan de oostzijde van Borne. De gronden van dit plandeel hadden de bestemming "Wonen - uit te werken" op grond van het voorgaande plan "Algemene herziening Borne, Hertme, Zenderen". [appellant] is het niet eens met het plan. Hij meent dat dit niet overeenkomt met de gemaakte afspraken en vreest voor een zodanige beperking van zijn bedrijfsvoering door de gevolgen van de uitsterfregeling, dat er geen levensvatbaar bedrijf meer resteert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:762
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202405351/1/R3

202405560/1/R3

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Emmen, Centrum-Oost, Brandstoflocatie" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om 92 appartementen en 4 stadswoningen te realiseren aan de Wilhelminastraat, Julianastraat en Molenstraat in Emmen. Het plangebied is momenteel braakliggend. Voorheen bevonden zich daar een bankgebouw met parkeervoorzieningen en woningen. Onderdeel van het plan is het realiseren van ondergrondse parkeerplaatsen ten behoeve van de woningbouwontwikkeling en een in- en uitrit vanaf het terrein naar de Julianastraat. [appellant] en anderen wonen aan de Julianastraat, tegenover het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan en hebben hiertegen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:765
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202405560/1/R3

202405647/1/A3

Bij besluit van 15 november 2022 heeft het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid een verzoek van [verzoeker] om documenten op grond van de Wet open overheid afgewezen. [verzoeker] heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid verzocht om documenten, waaronder verslagen en/of notulen, van vergaderingen van het Veiligheidsberaad die zijn opgesteld in de periode van 10 januari 2021 tot en met 10 juli 2021. Het ministerie heeft dit verzoek doorgestuurd naar het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, dat het verzoek bij besluit van 15 november 2022 heeft afgewezen. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid heeft aan deze afwijzing ten grondslag gelegd dat de verslagen een weergave zijn van intern beraad en dat ze persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is met zijn besluit van 30 januari 2023 bij dit standpunt gebleven. De rechtbank heeft het door [verzoeker] tegen dit besluit ingestelde beroep gegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft het NIPV de door [verzoeker] opgevraagde documenten niet in hun geheel kunnen weigeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:756
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405647/1/A3

202405712/1/R2

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Asten Verzamelplan 2023-1" vastgesteld. Het plan voorziet, voor zover relevant, op het perceel Slobeendweg ongenummerd, tussen [locatie 1] en [locatie 2] in Heusden, in de ontwikkeling van een woningbouwlocatie met drie ruimte-voor-ruimte woningen op voorheen agrarische gronden. [appellant] is de voormalig eigenaar van de gronden aan de [locatie 3], woonde voorheen in de bedrijfswoning aan [locatie 3] en exploiteerde het melkveebedrijf ter plaatse. Hij verzet zich tegen het plan, omdat hij vreest voor beperkingen in zijn bedrijfsvoering. [partijen] wonen aan [locatie 1], zijn initiatiefnemers van de ontwikkeling die met dit plan mogelijk wordt gemaakt en zijn de huidige eigenaren van de gronden aan [locatie 3].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:763
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202405712/1/R2

202406359/1/A2

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 10.000,00. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Den Haag (de woning). De woning verhuurde hij aan een vrouw met haar twee kinderen. Naar aanleiding van een melding van de Politie-eenheid heeft de Haagse Pandbrigade (de HPB) de woning op 20 september 2022 geïnspecteerd. De HPB constateerde dat de woning niet werd bewoond door de huurster en haar kinderen, maar onzelfstandig werd bewoond door vijf personen. Het college heeft de boete opgelegd, omdat appellant in strijd met artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 de woning onzelfstandig heeft verhuurd zonder de daarvoor benodigde vergunning. Als eigenaar kon [appellant] beschikken over de woning. Ook heeft hij de overtreding aanvaard. Gebleken is namelijk dat [appellant] op de hoogte was van de onzelfstandige bewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:737
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202406359/1/A2

202406431/1/R3

Bij besluit van 24 september 2024 heeft de raad van de gemeente Dordrecht het bestemmingsplan "10e herziening Schil, locatie Spuiboulevard 300" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van 350 woningen ter plaatse van het huidige stadskantoor en de directe omgeving in het centrum van Dordrecht. In het oosten van het plangebied is een woontoren met een maximum bouwhoogte van 34 m voorzien. [appellant] woont ten oosten van het plangebied en vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat en een waardedaling van zijn appartement als gevolg van deze woontoren. [appellant] voert aan dat het gemeentebestuur het bestemmingsplan heeft opgesteld zonder betrokkenheid van omwonenden. Volgens [appellant] hadden klankbordgroepen of inspraakmomenten georganiseerd moeten worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:764
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406431/1/R3

202407240/1/A2

Bij besluit van 19 mei 2023 heeft de raad een verzoek van [appellant] om wijziging van een eerder verleende toevoeging toegewezen en hem een eigen bijdrage van € 218,00 opgelegd. Op 9 mei 2023 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een wijziging van een eerder aan hem verleende toevoeging. Hij wil van gemachtigde wisselen. De raad heeft dit verzoek toegewezen. Daarbij heeft de raad [appellant] een eigen bijdrage van € 218,00 opgelegd, omdat er geen dwingende reden voor de overname door een andere advocaat is. De rechtbank heeft vastgesteld dat [appellant] niet heeft betwist dat de raad op grond van de geldende regels in beginsel een eigen bijdrage van € 218,00 mag opleggen. Volgens [appellant] mag de raad in dit geval echter geen eigen bijdrage opleggen, omdat de raad in andere zaken in afwijking van die regels geen eigen bijdrage heeft opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:754
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202407240/1/A2

202407576/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de burgemeester van Westland het zalencentrum aan de [locatie] in Honselersdijk met ingang van 17 maart 2023 voor de duur van één maand gesloten. Bij besluit van 6 januari 2022 heeft de burgemeester [appellante] een exploitatievergunning voor het zalencentrum verleend. Naar aanleiding van incidenten die op 16 april 2022 hebben plaatsgevonden, heeft de burgemeester, bij besluit van 25 mei 2022, de exploitatievergunning met ingang van 27 mei 2022 gewijzigd. Aan de gewijzigde vergunning heeft hij onder meer de voorschriften verbonden dat de vergunninghouder of leidinggevende ervoor zorgt dat het komen en gaan van bezoekers op een ordelijke wijze, zonder overlast voor de omgeving en verstoring van de openbare orde, plaatsvindt en dat geen (geluids)overlast voor omwonenden van de horeca-inrichting wordt veroorzaakt. Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de burgemeester aan [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd. Onder verwijzing naar meldingen van 12, 23 en 24 februari 2023 heeft de burgemeester zich op het standpunt gesteld dat [appellante] in strijd met voorschriften 4 en 5 heeft gehandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:740
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407576/1/A2

202500499/1/V6

Bij afzonderlijke besluiten van 1 februari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante sub 1] en [appellante sub 2] ieder een boete opgelegd van € 12.000,00, wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. [appellante sub 1] houdt zich bezig met de vervaardiging van gereedschapswerktuigen. Zij bestelt regelmatig onderdelen bij [appellante sub 2]. Naar aanleiding van een anonieme melding over de illegale tewerkstelling van personen met de Bosnische nationaliteit, hebben twee arbeidsinspecteurs op 9 september 2020 een controle uitgevoerd bij [appellante sub 1]. Hierbij hebben zij geen overtredingen geconstateerd. Naar aanleiding van een tweede anonieme melding, hebben arbeidsinspecteurs op 17 december 2020 een tweede controle uitgevoerd bij [appellante sub 1]. Appellanten betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de besluiten van 24 april 2024 een motiveringsgebrek bevatten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:773
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202500499/1/V6

202500629/2/A2

Bij besluit van 6 december 2023 heeft het college aan Stichting Faunabeheereenheid Flevoland voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 een ontheffing verleend als bedoeld in artikel 3.17 van de Wet natuurbescherming voor het doden van edelherten met een geweer en gebruikmaking van een demper in de Oostvaardersplassen en de gebieden daaromheen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 23 juli 2025 overwogen dat het college met het rapport ‘Herkomst en migratie van Nederlandse edelherten en wilde zwijnen’ van Alterra Wageningen UR van juni 2016 en de ‘Notitie: Gunstige Staat van Instandhouding edelherten Oostvaardersplassen’ van Staatsbosbeheer van mei 2023 niet aannemelijk heeft gemaakt dat een populatie van 500 edelherten in de Oostvaardersplassen voldoende genetisch divers zou zijn. Deze tekortkoming, zo vervolgt de tussenuitspraak, kan niet worden ondervangen door maatregelen om de populatie te monitoren en/of het via natuurlijke of kunstmatige weg zorgen voor nieuwe dieren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:766
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202500629/2/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202500629/2/A2

202501941/1/A2

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland een aanvraag van [appellant] om subsidie voor de kosten van een verduurzamingsmaatregel voor onderhoud of verbetering van zijn woning afgewezen. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank terecht geen aanleiding heeft gezien om het SNN te gelasten het door [appellant] voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:734
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202501941/1/A2

202501970/1/A2

Bij besluit van 22 november 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om compensatie van een afgeloste private schuld afgewezen. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister van Financiën verzocht om compensatie van een afgeloste schuld op grond van artikel 4.3 van de Wet hersteloperatie toeslagen. Het gaat om een lening van Defam B.V. van € 22.000,00. [appellante] heeft die lening afgelost met de compensatie die zij op grond van de Catshuisregeling heeft ontvangen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister de schuld van [appellante] aan Defam van € 22.000,00 terecht niet heeft overgenomen op grond van artikel 4.3 van de Wht, omdat de schuld niet opeisbaar is geworden vóór 1 juni 2021. [appellante] heeft geen betalingsachterstand laten ontstaan vóór die datum, zodat geen sprake is van een opeisbare schuld. De rechtbank heeft overwogen dat het begrijpelijk is dat [appellante] dit niet als rechtvaardig ervaart, omdat zij de lening bij Defam te goeder trouw heeft afgesloten om daarmee bestaande schulden af te lossen en deze schulden mogelijk wel voor overname in aanmerking zouden zijn gekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:761
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501970/1/A2

202502069/1/A2

Bij besluit van 4 oktober 2023, verzonden op 6 oktober 2023, heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellante] om een toevoeging afgewezen. [appellante] heeft een toevoeging aangevraagd voor rechtsbijstand in een hoger beroepsprocedure strekkende tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De raad heeft deze aanvraag afgewezen, omdat deze betrekking heeft op een rechtsbelang ter zake waarvan aanspraak kan worden gemaakt op rechtsbijstand op grond van een eerder verleende toevoeging, met kenmerk 1JT4965. Deze toevoeging zag op het hoger beroep in de procedure over het niet-tijdig beslissen op de aanvraag voor de verblijfsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:733
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202502069/1/A2

202502498/1/A2

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om compensatie van een afgeloste private schuld afgewezen. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Twee bestuursleden van de werkgever van [appellante] hebben haar in 2019 op persoonlijke titel geholpen met haar financiële problemen door de verstrekking van een renteloze lening van € 22.000,00. [appellante] heeft deze lening in maandelijkse termijnen afgelost. Zij heeft de minister van Financiën verzocht om compensatie van deze afgeloste schuld op grond van artikel 4.3 van de Wet hersteloperatie toeslagen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht heeft vastgesteld dat de schuld van [appellante] niet voldoet aan de vereisten van artikel 4.3 van de Wht. Er zijn geen betalingsachterstanden geweest, zodat de schuld niet opeisbaar is geworden. Daarnaast is de schuld niet vastgelegd in een notariële akte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:751
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502498/1/A2

202503238/1/A2

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellante] voor het jaar 2021 definitief vastgesteld op nihil. De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van [appellante] over 2021 definitief vastgesteld op nihil. [appellante] stond heel het jaar 2021 ingeschreven in de Basisregistratie Personen (Brp) op hetzelfde adres als haar moeder. De moeder is de eigenaar van deze woning. Volgens de Dienst Toeslagen is de woonruime van [appellante] geen zelfstandige woonruimte en had zij daarom geen recht op huurtoeslag, omdat het inkomen van haar moeder als haar medebewoner meetelt bij de vraag of daarop recht bestaat. De rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, geoordeeld dat de Dienst Toeslagen terecht heeft vastgesteld dat [appellante] niet beschikte over zelfstandige woonruimte, omdat zij niet het exclusieve gebruik had van keuken, toilet en badkamer. Op de zitting bij de Afdeling heeft de Dienst Toeslagen aangegeven dat zij niet heeft beoogd om tegen te werpen dat [appellante] geen exclusief gebruiksrecht van de badkamer had. Voor zover dit uit rechtsoverweging 8 van de uitspraak van de rechtbank kan worden afgeleid, berust dit niet op het standpunt van de Dienst Toeslagen. Gelet hierop is, zoals de Dienst Toeslagen op de zitting heeft bevestigd, in hoger beroep alleen in geschil of in 2021 het gebruik van de keuken exclusief aan [appellante] toekwamen wat dat betekent voor de vraag of de woonruimte van [appellante] als zelfstandige woonruimte kan worden aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:732
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503238/1/A2

202503241/1/A2

Bij besluit van 12 mei 2023 heeft Sociale Banken Nederland namens de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd een geldschuld over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om overname van een schuld van € 1.985,62 bij Swier CS Gerechtsdeurwaarders en een schuld van € 901,95 bij Stichting Kliniek Naaldwijk (SKN). De minister heeft de schulden als één schuld beoordeeld en de schuld niet overgenomen. Volgens de minister is de schuld niet opeisbaar geworden voor 1 juni 2021, zodat niet is voldaan aan de vereisten uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wht voor het overnemen van private schulden. De rechtbank heeft overwogen dat de minister de schuld terecht niet heeft overgenomen, omdat op de overeenkomst tussen [appellante] en SKN de algemene voorwaarden van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Tandheelkunde van toepassing zijn. Daarin staat in artikel 8 dat de patiënt de rekening binnen 30 dagen na de notadatum moet voldoen. De notadatum was 15 mei 2021, wat betekent dat SKN niet eerder dan 15 juni 2021 nakoming kon vorderen. De schuld was daarom naar het oordeel van de rechtbank niet opeisbaar voor 1 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:730
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503241/1/A2

202503522/1/A2

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard per 13 juni 2023. [appellant] is op 8 oktober 2022 aangehouden door de politie wegens slingerend rijgedrag. De politie heeft hiervan mededeling gedaan aan het CBR. Het CBR heeft [appellant] een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd, waarvoor hij een rijtest heeft afgelegd. De rijvaardigheidsadviseur heeft in zijn verslag daarvan opgenomen dat [appellant] voor vijftien onderdelen onvoldoende punten heeft behaald. Bij besluit van 6 juni 2023, aangevuld bij besluit van 7 juli 2023, heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] onder verwijzing naar het verslag van het rijvaardigheidsonderzoek ongeldig verklaard. Er is sprake van voldoende rijvaardigheid als er voor elk onderdeel voldoende punten zijn behaald. Volgens de rijvaardigheidsadviseur heeft [appellant] voor vijftien onderdelen onvoldoende punten behaald. Het CBR heeft daarom geconcludeerd dat [appellant] onvoldoende rijvaardig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:759
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503522/1/A2

202505531/1/A2

Bij beslissing van 2 juli 2025 heeft de examencommissie van Scalda (de examencommissie) aan [appellant] het cijfer voor het centraal examen Wiskunde B havo 2025, tweede tijdvak (het CE), vastgesteld en bekend gemaakt. [appellant] heeft in het schooljaar 2024-2025 als student een havo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan Scalda gevolgd. Hij heeft op 19 juni 2025 het CE afgelegd. Op 2 juli 2025 is bekendgemaakt dat hij niet is geslaagd voor zijn havo-diploma. [appellant] stelt dat als hij één punt extra had behaald voor het CE, hij voor het havo-diploma was geslaagd. Hij komt op tegen de vaststelling van het cijfer voor het CE.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:753
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505531/1/A2

202505577/1/A2

Het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten had de subsidieaanvraag van het Haagse dansgezelschap Another Kind of Blue niet mogen afwijzen op basis van het advies van een adviescommissie. Tegen twee leden van deze adviescommissie bestaat de schijn van belangenverstrengeling. Het Fonds had dus zijn besluit niet mogen baseren op dit advies. Een bestuursorgaan mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De Algemene wet bestuursrecht bepaalt ook dat een bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid vervult en de schijn van belangenverstrengeling moet vermijden. In dit geval bestaat naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak ten aanzien van twee adviseurs die deel uitmaakten van de adviescommissie de schijn van belangenverstrengeling, ondanks dat het Fonds vooraf verschillende procedurele waarborgen in de adviesprocedure heeft getroffen om dit te voorkomen. Deze waarborgen zijn in dit geval onvoldoende gebleken. Een van de twee adviseurs had een dusdanige binding met een concurrerende subsidieaanvrager van AKOB dat door haar betrokkenheid bij de advisering de schijn van belangenverstrengeling is gewekt. De andere adviseur heeft als recensent eerder kanttekeningen geplaatst bij uitvoeringen van AKOB en bij de persoon van de artistiek leider. Deze kanttekeningen vertonen een opvallende overlap met de kanttekeningen in het advies van de adviescommissie. Het advies is niet zorgvuldig genoeg tot stand gekomen. Het Fonds had zijn besluit om de subsidie af te wijzen daarom niet mogen baseren op dit advies. Het Fonds moet een nieuw besluit nemen dat berust op een nieuw advies. Er is inmiddels een geheel nieuwe adviescommissie samengesteld. Daarom draagt de Afdeling bestuursrechtspraak het Fonds op om al binnen vier weken met een nieuw besluit te komen op de subsidieaanvraag van AKOB.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:745
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202505577/1/A2

202505767/1/A2

Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202405023/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:147, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak zich onbevoegd verklaard om van het beroep van [verzoeker] kennis te nemen. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:749
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505767/1/A2

202505769/1/A2

Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202404255/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:145, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:752
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505769/1/A2

202505770/1/A2

Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202404251/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:145, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening kan niet worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:750
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505770/1/A2

202505772/1/A2

Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202402624/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:146, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:748
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505772/1/A2

202505922/1/A2

Bij beslissing van 26 mei 2025 heeft de examencommissie Erasmus MC het verzoek van [appellant] om de geldigheidsduur van de vervallen resultaten van zijn masteropleiding Geneeskunde te verlengen afgewezen. [appellant] volgt sinds het studiejaar 2015-2016 de masteropleiding geneeskunde aan de Erasmus Universiteit. Op 11 april 2025 heeft [appellant] de examencommissie verzocht om de geldigheidsduur van zijn vervallen studieresultaten te verlengen. In zijn verzoek heeft [appellant] toegelicht dat hij na een voorspoedige start van zijn opleiding geconfronteerd werd met verschillende persoonlijke omstandigheden die zijn studieverloop aanzienlijk hebben beïnvloed. In dit kader wijst hij op de echtscheiding van zijn ouders en de coronapandemie. De examencommissie heeft dit verzoek afgewezen. Aan deze beslissing heeft de examencommissie ten grondslag gelegd dat meerdere resultaten de geldigheidstermijn van vijf jaar ruimschoots hebben overschreden, waardoor de kennis en vaardigheden van [appellant] niet op niveau zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:767
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505922/1/A2

202506095/1/A2

Bij uitspraak van 3 december 2025, in zaak nr. 202505419/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:5802, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:677
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506095/1/A2

202407057/1/V3

Bij besluit van 27 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:715
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407057/1/V3

BRS.25.001701

Bij besluit van 12 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:700
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001701

BRS.25.001852

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:696
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001852

BRS.25.002317

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:690
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002317

BRS.25.002319

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:689
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002319

BRS.25.002589

Bij besluit van 26 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:699
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002589

BRS.26.000073 en BRS.26.000074

Bij besluit van 19 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:673
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000073 en BRS.26.000074

BRS.26.000367

Bij besluit van 25 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:688
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000367

BRS.26.000396 en BRS.26.000397

Bij besluit van 24 juni 2025 heeft de minister Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:702
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000396 en BRS.26.000397

202506197/2/A2

Bij beslissing van 20 augustus 2025 heeft de BSA-commissie namens het instellingsbestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam (het instellingsbestuur) [appellant] een bindend negatief studieadvies (BNSA) gegeven. [appellant] heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen. [appellant] wil met het stuk aantonen dat zijn persoonlijke omstandigheden zwaarwegend van aard zijn en dat het aannemelijk is dat dat die omstandigheden gedurende het gehele studiejaar hebben gespeeld, waardoor het causaal verband tussen die omstandigheden en het niet behalen van de BSA-norm kan worden aangenomen. Volgens [appellant] bevat het stuk gevoelige persoonsgegevens, waarvan hij niet wil dat dit met het CBE en de BSA-commissie wordt gedeeld. De BSA-commissie is, anders dan de studieadviseur, geen orgaan met een vertrouwensfunctie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:701
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506197/2/A2

202502345/1/V3

Bij besluit van 17 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:687
Datum uitspraak
9 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502345/1/V3

BRS.25.002657

Bij besluit van 12 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:675
Datum uitspraak
9 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002657

BRS.25.002761

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:676
Datum uitspraak
9 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002761

BRS.26.000014

Bij besluit van 7 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:674
Datum uitspraak
9 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000014

BRS.26.000377

Bij besluit van 24 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:678
Datum uitspraak
9 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000377

202600391/2/A3

Bij besluit van 1 september 2025 heeft de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten het verzoek van [verzoeker] om in aanmerking te komen voor een vierde toetskans voor het examenonderdeel 'integratieve dag 1' afgewezen. [verzoeker] is op 19 augustus 2022 beëdigd als advocaat en staat sindsdien voorwaardelijk ingeschreven op het tableau. Vanaf september 2022 volgt hij de beroepsopleiding voor advocaten. Onderdeel van deze beroepsopleiding is het vak ‘integratieve dag 1’. [verzoeker] heeft deze toets in totaal vier keer afgelegd. Het resultaat van de derde poging op 18 februari 2025 heeft de examencommissie na een verzoek om herbeoordeling aangepast van ‘onvoldoende’ naar ‘geen resultaat - met behoud van toetskans’. De nieuwe derde toetskans van 19 juni 2025 is opnieuw beoordeeld met een onvoldoende. [verzoeker] heeft de algemene raad vervolgens op 17 juli 2025 verzocht om in aanmerking te komen voor een vierde toetskans.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:693
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202600391/2/A3

BRS.25.001460

Bij besluit van 10 april 2025 heeft het COa de verstrekkingen aan appellant krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voor de duur van twee weken ingehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:591
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001460

BRS.25.002236

Bij besluiten van 9 september 2024 en 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:597
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002236

BRS.25.002424

Bij besluit van 4 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:664
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002424

BRS.26.000049

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:666
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000049

BRS.26.000050

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:667
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000050

BRS.26.000052

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:668
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000052

BRS.26.000056

Bij besluit van 19 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:665
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000056

BRS.26.000083

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:679
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000083

BRS.26.000100

Bij besluit van 26 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:656
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000100

BRS.26.000178 en BRS.26.000181

Bij besluit van 25 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:669
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000178 en BRS.26.000181

BRS.26.000314 en BRS.26.000315

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en hem opgedragen om Nederland binnen een maand te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:659
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000314 en BRS.26.000315

BRS.26.000316 en BRS.26.000317

Bij besluit van 28 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en hem opgedragen om Nederland binnen een maand te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:660
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000316 en BRS.26.000317

BRS.26.000332 en BRS.26.000337

Bij besluit van 23 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en hem opgedragen om Nederland binnen een maand te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:661
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000332 en BRS.26.000337

BRS.26.000399

Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:681
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000399

BRS.26.000510

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:594
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000510

202406022/2/R1

Bij besluit van 15 oktober 2020 heeft het dagelijks bestuur van het waterschap Scheldestromen aan de gemeente Reimerswaal ten behoeve van aansluitingen op de Sluisweg en de Zwarteweg in Kruiningen een ontheffing verleend van, naar het stelt, het in de Keur wegen waterschap Scheldestromen 2011 (de Keur) opgenomen verbod om een uitweg naar een weg te maken of te wijzigen. In hoger beroep erkent [appellant] dat het bezwaarschrift buiten de wettelijke termijn is ingediend. [appellant] betoogt echter dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht, gelet op de uitspraak van de grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:31. [appellant] betoogt verder dat uit overweging 4.2 van die uitspraak volgt dat binnen zes weken nadat van het besluit kennis is genomen, bezwaar moet worden gemaakt. Dat heeft hij gedaan, waardoor de rechtbank had moeten concluderen dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, aldus [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:717
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202406022/2/R1

202501768/1/A3

Zoals in de uitspraak van 31 december 2025 is geoordeeld, maken beam-naderingen geen onderdeel uit van de ontheffing. Dat geldt ook voor de ontheffing voor de oefening Falcon Leap. De Afdeling begrijpt dat [appellant] zorgen heeft over vliegtuigen die laag overvliegen, maar dit betekent niet dat het niet is toegestaan. Zoals uit de uitspraak van 31 december 2025 blijkt, kunnen beam-naderingen ook buiten een oefening worden toegepast en hoeft daar, zoals ook in het geval van de oefening Falcon Leap, geen specifieke ontheffing van de minimumvlieghoogte voor te worden verleend. Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:686
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202501768/1/A3

202504751/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2025 in zaak nr. 24/9379. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:670
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202504751/2/A3

202307612/1/V3

Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:671
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307612/1/V3

202404866/1/V3

Bij besluit 19 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:685
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404866/1/V3

BRS.25.000003

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:580
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000003

BRS.25.001144

Bij besluit van 18 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:583
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001144

202502419/2/A3

[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 12 maart 2025 in zaak nr. 23/1469. Die uitspraak gaat over de gedeeltelijke weigering door de korpschef van politie van het verzoek van [appellante] om inzage op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). Volgens de korpschef zou openbaarmaking de gerechtelijke onderzoeken en procedures belemmeren en nadelige gevolgen hebben voor de voorkoming, opsporing, onderzoek, vervolging en tenuitvoerlegging van straffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:684
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502419/2/A3

202403707/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:598
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403707/1/V1

202407031/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:596
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407031/1/V1

202501197/2/V1

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verzoeker opgedragen om Nederland en de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:592
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202501197/2/V1

BRS.25.000356

Bij besluit van 14 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:573
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000356

BRS.25.001649

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:572
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001649

BRS.25.002445

Bij besluit van 20 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:574
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002445

BRS.25.002675

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:571
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002675

BRS.26.000104

Bij besluit van 10 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:569
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000104

BRS.26.000196

Bij besluit van 4 september 2025 heeft de minister Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:584
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000196

BRS.26.000436

Bij besluit van 12 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:551
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000436

202201166/2/R2

Bij tussenuitspraak van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5431, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen het gebrek in het besluit van 26 januari 2021 te herstellen. Op 13 oktober 2018 heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd ter legalisering van het gebruik van een appartement/kantoor aan de [locatie] in Eindhoven als bedrijfswoning. Bij besluit van 18 december 2018 heeft het college deze aanvraag afgewezen. Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 26 januari 2021 is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat [appellant] aan een toezegging van het college het gerechtvaardigde vertrouwen mocht ontlenen dat het college aan hem een persoonsgebonden omgevingsvergunning zou verlenen voor een bedrijfswoning. De Afdeling heeft het college op grond van artikel 8:51d van de Awb opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het gebrek dat in de tussenuitspraak is geconstateerd te herstellen. Het college moet afwegen of, in het kader van de derde stap van het vertrouwensbeginsel, het gewekte vertrouwen moet worden nagekomen en, zo ja, wat de betekenis daarvan is voor de uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:634
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201166/2/R2

202201577/1/R4

Bij besluit van 27 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Epe het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, Herstelplan 2020" vastgesteld. Met het plan wordt het bestemmingsplan "Buitengebied Epe" uit 2017 op enkele onderdelen herzien. Nadat het besluit tot vaststelling van het moederplan bij uitspraak van de Afdeling van 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1887, gedeeltelijk is vernietigd heeft de raad met de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, herstelplan 2018" voor zes recreatiewoningen waarvoor sprake is van een Bewoning onder OVergangsrecht-situatie (BOV-status) de permanente bewoning van deze recreatiewoningen mogelijk gemaakt. Ook heeft de raad met het herstelplan uit 2018 voor de recreatiewoningen op twee recreatieparken het gebruik als tweede woning mogelijk gemaakt. Uit de toelichting van het voorliggende plan blijkt dat het plan is bedoeld om voor andere recreatiewoningen die ook binnen het plangebied van het moederplan zijn gelegen en gelijkgesteld kunnen worden aan de gevallen die in het herstelplan uit 2018 zijn meegenomen, dezelfde planologische regeling te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:608
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201577/1/R4

202203365/1/A3

Bij besluit van 24 juli 2019 heeft de minister van Buitenlandse Zaken [appellant] te kennen gegeven zijn aanvraag om een Nederlands paspoort niet in behandeling te nemen. [appellant] is op [geboortedatum] 1968 in [plaats] (Irak) geboren en verkreeg door geboorte de Iraakse nationaliteit. In de basisregistratie personen (hierna: de brp) is opgenomen dat hij op [datum] 1995 is getrouwd met [persoon A], met de Iraakse nationaliteit en geboren op [geboortedatum] 1971 in [plaats]. [appellant] vestigde zich op 11 juni 1997 in Nederland en verkreeg op 13 juni 2002 het Nederlanderschap. Op [datum] 2007 is [appellant] in Jordanië getrouwd met [persoon B], met de Iraakse nationaliteit en geboren op [geboortedatum] 1973 in [plaats] (Irak). Op 19 juli 2011 verkreeg [persoon B] de Canadese nationaliteit door naturalisatie. [appellant] is op 3 maart 2011 uitgeschreven uit de gemeente Amsterdam wegens emigratie naar Canada. Vervolgens heeft [appellant] op 22 februari 2016 vrijwillig ook de Canadese nationaliteit door naturalisatie verkregen. Op 11 oktober 2011 is voor het laatst een Nederlands paspoort aan [appellant] verstrekt. [appellant] heeft op 14 juni 2019 bij het Nederlandse consulaat in Toronto een Nederlands paspoort aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:642
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202203365/1/A3

202205063/1/R1

Bij besluit van 24 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer aan de Amsterdamsche Vastgoed Combinatie B.V. (AVC) een omgevingsvergunning verleend voor het transformeren van een kantoorgebouw tot 26 appartementen en een parkeergarage op de locatie Sloterweg 22 in Badhoevedorp. Deze uitspraak gaat over een kantoorgebouw aan de Sloterweg 22 in Badhoevedorp. Er is een omgevingsvergunning aangevraagd om dat gebouw te veranderen in een appartementengebouw met parkeergarage. Het bouwplan is meerdere keren gewijzigd. Uiteindelijk is aan Caransa een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van het kantoorgebouw in 24 appartementen met een parkeergarage. [appellant A], [appellant B] en [appellant C], [partij A] en [partij B], [partij C] en [partij D]wonen in de buurt van de locatie. Zij zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:606
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205063/1/R1

202205496/2/R2

Bij tussenuitspraak van 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4429, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Goirle opgedragen om binnen 8 weken na verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van wat onder 7.7 is overwogen, het besluit van 30 april 2021 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 7.7 geoordeeld dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het besluit op bezwaar van 30 april 2021 niet op een deugdelijke onderbouwing en motivering berust. De Afdeling heeft daartoe overwogen dat het college niet inzichtelijk heeft gemaakt dat aan de "Nota parkeernormen en uitvoeringsregels" van de gemeente Goirle van augustus 2011, wat betreft de wijze van verrekening, geen betekenis meer toekomt, niet inzichtelijk heeft gemaakt of in het licht van paragraaf 3.2.5 van de parkeernota de parkeerbehoefte van de sportschool mocht worden verrekend met de parkeerbehoefte van de fietsenwinkel, en onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe een parkeerbehoefte van 18 parkeerplaatsen dan wel 1 parkeerplaats in de openbare ruimte in de directe omgeving van de sportschool kan worden opgevangen op een wijze waarbij sprake is van een aanvaardbare parkeerdruk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:601
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205496/2/R2

202205612/1/R1

Bij besluit van 28 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor de legalisatie van een overstek en doorlopende luifel op het adres [locatie A] in Zaandam. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving van [appellanten], dat aan de orde is in de uitspraak van heden in zaak nr. 202306246/1 (ECLI:NL:RVS:2026:526), zijn overtredingen op het perceel geconstateerd die meer omvatten dan waar het handhavingsverzoek op ziet, waaronder de in deze uitspraak aan de orde zijnde overstek aan de voorzijde van de woning [locatie A] en de doorlopende luifel tussen [locatie A] en [locatie B]. [belanghebbende] heeft op 22 april 2021 een aanvraag gedaan om de overstek en de doorlopende luifel te legaliseren. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen weigeringsgronden zijn en heeft een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo verleend voor de overstek en de doorlopende luifel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:643
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205612/1/R1

202207125/1/A3

Het publieke belang van openbaarmaking van overheidsinformatie waaruit blijkt dat levende dieren aan een destructiebedrijf worden aangeboden is een zwaarwegend belang, omdat deze informatie inzicht geeft hoe wordt omgegaan met de voedselveiligheid en dierenwelzijn. Daarom mochten bedrijfsgegevens van desbetreffende veehouderijen openbaar worden gemaakt. Stichting Animal Rights had de toenmalige minister van LNV gevraagd om informatie openbaar te maken over destructiebedrijf Rendac. Het verzoek heeft onder andere betrekking op meldingen over welzijn en verwaarlozing van landbouwhuisdieren, meldingen van derden aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit over levende dieren tussen de kadavers en afschriften van waarschuwingen, boetes, boeterapporten en inspecties. Enkele veehouderijen verzetten zich daartegen. Zij vinden dat de minister hun bedrijfsgegevens, zoals het vestigingsadres, de bedrijfsnaam en het KvK-nummer, niet openbaar mag maken, omdat het om persoonsgegevens zou gaan. Zij vrezen voor sabotage en dierenrechtenactivisme. De informatie waar Animal Rights om heeft verzocht, heeft betrekking op de toezichthoudende taak van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit op voedselveiligheid en misstanden in de voedselketen. Het openbaar maken van informatie over de wijze waarop een toezichthouder toezicht houdt op bedrijven dient het publieke belang van een ‘goede en democratische bestuursvoering’. Openbaarmaking van deze informatie draagt bij aan het maatschappelijk debat en vergroot de transparantie van het toezicht door de NVWA. De gevraagde bedrijfsgegevens zijn milieu-informatie. Informatie over het aanbieden van levende dieren voor destructie zegt namelijk iets over de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens en de verontreiniging van de voedselketen. Hoewel de bedrijfsgegevens op zichzelf geen informatie bevatten over de toestand van elementen van het milieu, zijn ze in dit geval wel onlosmakelijk verbonden met de informatie over het ter destructie aanbieden van levende dieren. Dat is milieu-informatie. Openbaarmaking van zulke misstanden is weinig effectief als deze niet gerelateerd kunnen worden aan de bedrijfsgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:607
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202207125/1/A3

202207491/1/R3

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Kust Westland" vastgesteld. Het bestemmingsplan ziet op het strand van Molenslag in Monster en voorziet verschillende paviljoens van de mogelijkheid tot ondersteunende of ondergeschikte functiemenging. Het voorheen geldende bestemmingsplan maakte een strikte scheiding tussen strandpaviljoens met een horeca bestemming en een recreatiebedrijf zonder horeca. Met dit bestemmingsplan wordt van die strikte scheiding afgestapt. Westbeach Events B.V. is een kitesurfschool in het plangebied en kan zich niet met het plan verenigen, omdat zij vindt dat de horecamogelijkheden die het plan haar biedt te beperkt zijn, terwijl het plan wel ruimere recreatiemogelijkheden creëert voor de omliggende strandpaviljoens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:609
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207491/1/R3

202303567/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2022 heeft de staatssecretaris op grond van artikel 8 van het destijds geldende Besluit versterking gebouwen Groningen besloten dat de woning van [appellant] op het adres [locatie] in Siddeburen voldoet aan de veiligheidsnorm. [appellant] is eigenaar van een woning aan de [locatie] in Siddeburen, een gebied waar aardbevingen als gevolg van gaswinning voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen heeft laten onderzoeken of de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied. De NCG heeft op basis van enkele onderzoeken geconcludeerd dat dit het geval is. De staatssecretaris heeft daarom met zijn besluiten van 25 mei 2023 en 22 mei 2024 bepaald dat de woning van [appellant] niet voor versterking in aanmerking komt. [appellant] stelt dat de onderzoeken waarop de besluiten berusten onvoldoende aannemelijk maken dat zijn woning geen versterking behoeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:599
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303567/1/R1

202303828/1/A3

Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de minister van Landbouw, Visserij en Voedselzekerheid beslist op een verzoek van de maatschap om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en enkele documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. In een brief van 29 november 2020 heeft de maatschap op grond van de Wob verzocht om "openbaarmaking van de namen van alle ondernemingen die met haar concurreren en staatssteun in de vorm van schaarse verhandelbare rechten hebben verkregen." De minister heeft dit opgevat als een verzoek om de openbaarmaking van alle besluiten waarbij hij op basis van de peildatum 2 juli 2015 ambtshalve fosfaatrechten heeft toegekend aan melkveebedrijven. De minister heeft uit de ongeveer 30.000 fosfaatbeschikkingen een selectie van zestien beschikkingen openbaar gemaakt, met uitzondering van in deze beschikkingen genoemde persoonsgegevens, relatie- en beschikkingsnummers en nummers van de Kamer van Koophandel. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat niet is in te zien waarom de relatienummers van de geadresseerden van de fosfaatbeschikkingen en de beschikkingsnummers van de fosfaatbeschikkingen uit de openbaarheid moeten blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:600
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202303828/1/A3

202306246/1/R1

Bij besluit van 11 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [appellanten] van 20 augustus 2020 om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op de [locatie A] in Zaandam afgewezen. [appellanten] zijn eigenaar van de woning aan het adres [locatie B] te Zaandam. In 2018 heeft de eigenaar van de woning aan de [locatie A] te Zaandam (de woning), aan de zijde waar de woning aan het perceel van [appellanten] grenst, een dakopbouw geplaatst. [appellanten] hebben het college verzocht om tot handhaving over te gaan. [appellanten] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college hun brief van 20 augustus 2020 ten onrechte heeft aangemerkt als een verzoek om handhaving. Met deze brief is het college verzocht uitvoering te geven aan de last onder dwangsom van 13 november 2018. [appellanten] betogen verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college opnieuw op het bezwaar diende te beslissen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:526
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306246/1/R1

202306360/1/R3

Bij besluit van 8 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen het verzoek van [appellant] om de bij besluit van 20 mei 2021 opgelegde lasten onder dwangsom vanwege verschillende overtredingen op het perceel [locatie] in Reutum (kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie Q, nummer 2010 en 2011; hierna percelen Q2010 en 2011) (gedeeltelijk) in te trekken, afgewezen. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek hebben op 1 en 3 december 2020 controles op het perceel plaatsgevonden. Daarbij hebben toezichthouders van de gemeente verschillende overtredingen geconstateerd. [appellant] heeft aangevoerd dat hij belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep, omdat hij schade heeft geleden. Hij wijst daarbij op de kosten die hij heeft gemaakt om de overtredingen op zijn perceel te legaliseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:644
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306360/1/R3

202307145/1/R2

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de raad van Meierijstad de aanvraag van [appellante] om het bestemmingsplan "Veghel West, Deelgebied Eikelkamp-Hoogeind" voor het perceel [locatie 1] (hierna: perceel) in Veghel te wijzigen afgewezen. [appellante] was samen met haar echtgenoot eigenaar van het perceel [locatie 2] en van het perceel met daarop een voormalige garage, die behoorde bij [locatie 2]. In 1989 is onder bepaalde voorwaarden toestemming gegeven tot gebruik van die garage voor tijdelijke bewoning door de ouders van [appellante]. [appellante] is in 2013 gescheiden. Zij heeft toen haar echtgenoot uitgekocht, waarbij zij de volle eigendom verkreeg van [locatie 2]. Zij was in de veronderstelling dat zij daarmee ook de eigendom had verkregen van het perceel. De percelen bleken echter kadastraal te zijn gesplitst, als gevolg waarvan het perceel niet is genoemd in de eigendomsakte en niet in haar eigendom is overgegaan. Haar ex-echtgenoot is nog steeds mede-eigenaar van het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:611
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307145/1/R2

202400523/1/A3

Bij besluit van 28 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan PK Waterbouw een ligplaatsvergunning verleend voor drie jaar voor het bedrijfsvaartuig [naam vaartuig]. PK Waterbouw heeft het bedrijfsvaartuig [naam], dat sinds 1990 een ligplaatsvergunning had voor onbepaalde tijd, gekocht en op 16 december 2021 een aanvraag ingediend voor een ligplaatsvergunning ter hoogte van [locatie] te Amsterdam. Het college heeft bij het besluit van 28 januari 2022 een ligplaatsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor de duur van drie jaar. Volgens het college is de vergunning een schaars recht en kan daarom geen vergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Het college heeft de vergunningverlening voor bepaalde tijd bij het besluit op bezwaar van 30 maart 2022 gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet in strijd heeft gehandeld met het rechtszekerheidsbeginsel door een vergunning voor bepaalde tijd te verlenen. Het besluit is gebaseerd op beleid, namelijk de Uitvoeringsnota van het bedrijfsvoertuigenbeleid in de binnenstad, en dat beleid is volgens de rechtbank niet onredelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:605
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400523/1/A3

202400739/1/R4

Bij besluit van 2 november 2023 heeft de raad van de gemeente Bunschoten het bestemmingsplan “Eemdijk-Oost” vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 72 woningen op onbebouwde voormalige agrarische gronden ten oosten van de kern van Eemdijk mogelijk. Eemdijk is gelegen langs de Eem en ligt ten westen van Bunschoten-Spakenburg. Aan de oostzijde van Eemdijk ligt het buitengebied. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 36 rijwoningen, 18 twee-onder-een-kapwoningen en 18 vrijstaande woningen. De voorziene woningen grenzen aan de woningen gelegen aan het Kerkepad. De raad heeft eerder op 10 december 2015 een bestemmingsplan vastgesteld voor woningbouw op deze locatie. De Afdeling heeft dat bestemmingsplan in haar uitspraak van 16 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2184, vernietigd, omdat het bestemmingsplan niet voldeed aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Omwonenden betwisten de behoefte aan de woningbouw en maken zich zorgen over de gevolgen voor het landschap, de natuur en de flora en fauna. Stichting Behoud de Eemvallei vreest voor de gevolgen van het bestemmingsplan voor de natuur en betwist dat is voldaan aan de vereisten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:646
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202400739/1/R4

202400885/1/R2

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de raad van de gemeente Land van Cuijk het bestemmingsplan "Buitengebied, Langenboom, Maurikstraat 25/Campagnelaan 10" vastgesteld. De Woonvereniging en [appellanten sub 2] zijn initiatiefnemers van het plan om op het perceel aan de Maurikstraat 25, 25a en 25b in Langenboom een collectieve woonvorm te vestigen voor vier personen in de bestaande woning met bijgebouwen. Daarnaast houdt het plan in om aan de Campagnelaan 10 in Langenboom, tegenover de bestaande woning met bijgebouwen, twee recreatiewoningen te maken in de bestaande landbouwschuur, hier hobbymatig paarden te houden en een atelier voor beroep aan huis te vestigen. De raad heeft het bestemmingsplan vastgesteld om het initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken. [appellant sub 1] woont aan de [locatie] en is het niet eens met het plan, onder meer omdat het meer bewoning en bebouwing mogelijk maakt dan op dit moment op de gronden is toegestaan. [appellanten sub 2] zijn het met name niet eens met de planregel die gaat over de recreatiewoningen als een aan huis gebonden beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:604
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400885/1/R2

202401455/1/R1

Bij besluit van 18 december 2023 heeft de raad van de gemeente Gennep het bestemmingsplan "Thematische herziening verbod kamerbewoning" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. Het plan voorziet in een verbod op kamerbewoning in de gemeente Gennep. Aanleiding voor het plan is dat kamerbewoning ten onrechte niet overal in de gemeente in strijd is met het bestemmingsplan. Met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kan van het verbod worden afgeweken. [appellant] woont in Gennep en wenst geen toename van kamerbewoning binnen de gemeente. Hij verzet zich vooral tegen de in het plan opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. [appellant] betoogt dat in artikel 1 van de planregels ten onrechte definities van ‘bouwperceel’, ‘woning’, ‘bestemmingsplan’, ‘zelfstandige woonruimte’ en ‘onzelfstandige woonruimte’ ontbreken. Dit is volgens hem in strijd met de rechtszekerheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:635
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202401455/1/R1

202401905/1/R1

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de raad van de gemeente Gooise Meren de aanvraag van Gropa Fonds en [persoon] om een bestemmingsplan vast te stellen voor twee percelen aan de Koningslaan en Koningin Emmalaan afgewezen. De wijk ‘Het Spiegel’ in Bussum, gemeente Gooise Meren, heeft de status ‘beschermd dorpsgezicht’. Vanwege deze status heeft de raad het bestemmingsplan "Het Spiegel - Prins Hendrikpark 2010" vastgesteld, waarin de te beschermen waarden zijn omgeschreven. Gropa Fonds is eigenaar van een perceel in Het Spiegel. Gropa Fonds heeft, samen met de eigenaar van een aangrenzend perceel, een aanvraag ingediend om voor een perceel aan de Koningslaan en een perceel aan de Koningin Emmalaan een bestemmingsplan vast te stellen waardoor op beide percelen een woonhuis gerealiseerd kan worden. Aanvrager [naam persoon] is geen eigenaar meer van het perceel aan de Koningslaan. Volgens Gropa Fonds kan het geschil zich daarom beperken tot het perceel aan de Koningin Emmalaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:645
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202401905/1/R1

202402009/1/A3

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een paspoortaanvraag van [appellant] niet in behandeling genomen. [appellant] heeft sinds zijn geboorte in Turkije in 1961 de Turkse nationaliteit. [appellant] is in 1977 in Nederland komen wonen en hij heeft in 1989 de Nederlandse nationaliteit verkregen. In 1999 is [appellant] naar de Verenigde Staten verhuisd en in 2001 is hij uit het Nederlandse bevolkingsregister uitgeschreven. [appellant] heeft in 2008 de Amerikaanse nationaliteit verkregen. [appellant] woont op dit moment nog steeds in de Verenigde Staten. Op 7 juni 2005 is aan [appellant] door het consulaat-generaal in Los Angeles een Nederlands paspoort verstrekt, dat geldig was tot 7 juni 2010. Daarna is aan [appellant] geen Nederlands reisdocument meer verstrekt. [appellant] heeft op 28 februari 2020 bij het consulaat-generaal in San Francisco een Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat [appellant] niet meer in het bezit was van de Nederlandse nationaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:636
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202402009/1/A3

202403609/1/A3

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit twee verzoeken van [verzoeker] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid afgewezen. [verzoeker] heeft de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit op 15 november 2022 en 1 december 2022 onder meer verzocht om openbaarmaking van informatie over het houden van wilde zwijnen in een raster in Nederland en om openbaarmaking van een overzicht van werkzaamheden van de inspecteurs die bij [verzoeker] inspectie hebben gehouden, waaruit kan worden afgeleid welke bedrijven de inspecteurs hebben bezocht in de twaalf weken voorafgaand aan hun bezoek aan [verzoeker]. De minister heeft de verzoeken bij besluit van 23 maart 2023 afgewezen en dit besluit per aangetekende post verstuurd. De rechtbank heeft geoordeeld dat [verzoeker] aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen afhaalbericht van PostNL heeft ontvangen en dat het besluit van 23 maart 2023 niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Het gevolg hiervan is dat de bezwaartermijn is aangevangen op 21 april 2023, na de verzending van het besluit per gewone post, en dat [verzoeker] zijn bezwaarschrift van 1 juni 2023 binnen de termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift heeft ingediend. Het bezwaar was dus ontvankelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:618
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202403609/1/A3

202403808/1/A2

Bij besluit van 5 augustus 2021 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een compensatiebedrag van € 35.992,00 toegekend. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft recht op compensatie over het toeslagjaar 2009. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 5 augustus 2021 aan [appellante] een compensatiebedrag van € 35.992,00 toegekend. [appellante] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Naar aanleiding daarvan heeft de Dienst Toeslagen bij besluit van 16 mei 2023 het compensatiebedrag herzien en het bedrag verhoogd naar € 40.326,00. De vergoeding van immateriële schade is daarbij opnieuw berekend en gewijzigd van € 7.500,00 naar € 9.500,00, en de einddatum van de rentevergoeding is aangepast van de datum van het primaire besluit naar de datum van de beslissing op bezwaar. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat, omdat de Dienst Toeslagen haar niet het volledige persoonlijke dossier heeft verstrekt, het voor haar en de rechterlijke instanties onmogelijk is om de juistheid van de compensatieregeling te beoordelen of de volledige schade vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:612
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403808/1/A2
vorige pagina1...353637...1.265volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon