Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.629
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202402850/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Hij heeft op 3 december 2022 de minister gevraagd om hem vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. Hij stelt dat hij tussen 2007 en 2009 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse militaire missie in Afghanistan. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). Onder die speciale voorziening vallen twee groepen vreemdelingen. Niet in geschil is dat [appellant] niet is genomineerd door een ngo in het kader van de speciale voorziening en hij dus niet onder die groep van de speciale voorziening valt. De minister heeft zich in het besluit op het standpunt gesteld dat [appellant] ook niet onder de tweede groep valt van personen en hun kerngezinsleden die in de afgelopen twintig jaar hebben gewerkt voor Defensie en/of voor een Nederlandse functionaris van EUPOL.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2611
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202402850/1/V6

202404001/1/A2

Bij besluit van 28 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete van € 12.570,00 opgelegd voor het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte. [appellant] is sinds 15 april 2015 eigenaar van de woning op het adres [locatie]. De woning bestaat uit één woonlaag met vijf kamers met een oppervlakte van 93 m². Na een verzoek tot handhaving, omdat de woning bewoond zou worden door meer dan het aantal toegestane huishoudens, heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam onderzoek ingesteld naar het feitelijke gebruik van de woning. Volgens de Basisregistratie Personen (hierna: de Brp) stonden er ten tijde van het onderzoek vier personen ingeschreven op het adres. Op 31 mei 2022 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht en drie personen in de woning aangetroffen. De toezichthouders hebben van hun bevindingen een rapport opgemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2636
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202404001/1/A2

202404680/1/A2

Bij besluit van 9 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woonde ten tijde van de besluitvorming bij een broer en zijn gezin in een driekamerwoning. Hij heeft een urgentieaanvraag gedaan omdat de huidige woonsituatie gelet op zijn psychische gesteldheid volgens hem onhoudbaar is. [appellant] betoogt in hoger beroep dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. Hij is bekend met een agressie- en persoonlijkheidsstoornis en stemmingswisselingen. De huidige woonsituatie zorgt voor veel prikkels waar hij niet goed mee kan omgaan. Daarnaast heeft hij in het verleden in detentie gezeten. Dit maakt dat hij niet met verschillende mensen in één huis kan wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2641
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404680/1/A2

202404806/1/R2

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Roosendaal het bestemmingsplan "Norbartlaan" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de Norbartlaan, ten zuiden van het centrum van Roosendaal. Op dit moment ligt het plangebied braak. Er heeft zich een initiatiefnemer gemeld bij de gemeente met plannen om daar twee appartementencomplexen met in totaal 70 woningen te realiseren. De raad van de gemeente Roosendaal heeft het bestreden bestemmingsplan vastgesteld om dit initiatief mogelijk te maken. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen naast het plangebied. Zij kunnen zich om verschillende redenen niet vinden in het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2635
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404806/1/R2

202405571/1/A2

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont met zijn vrouw en vijf kinderen in een appartement in Den Haag. Hij wil verhuizen naar een grotere woning. De belangrijkste reden hiervoor is de kleine ruimte in zijn huidige woning, vooral nu de kinderen opgroeien en meer ruimte nodig hebben, onder meer om huiswerk te maken. Het college heeft de aanvraag afgewezen op grond van artikel 4:5, onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023 dat geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. Verder heeft het college aan de weigering ten grondslag gelegd dat [appellant] het huisvestingsprobleem redelijkerwijs kon voorkomen of op een andere wijze oplossen en dat hij niet eerst direct voorafgaand aan de aanvraag drie maanden zelf aantoonbaar heeft gereageerd op het beschikbare woningaanbod. Verder ziet het college geen reden voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2640
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405571/1/A2

202405641/1/A2

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellante] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] beschikt over een tweekamerappartement op de tweede etage zonder lift in Amsterdam. Rond 1 november 2021 is de moeder van [appellante] vanuit Marokko bij haar en haar dochter ingetrokken. Uit de e-mail van de verpleegkundige van 22 juli 2022 volgt dat de moeder van [appellante] volledig bedlegerig is, niet zelfstandig kan lopen of staan en 24-uurs zorg nodig heeft. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd voor een woning op de begane grond met drie slaapkamers, zodat zij met haar moeder in de rolstoel naar buiten kan en zij niet langer met haar moeder in de woonkamer hoeft te slapen. Het geschil gaat over de toepassing van de hardheidsclausule. Het college heeft de aanvraag afgewezen op grond van de algemene weigeringsgrond van artikel 2.6.5, eerste lid en onder i, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2629
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405641/1/A2

202405752/1/A2

Bij brief van 11 juli 2024 heeft het college van bestuur van het ROC Da Vinci College aan [appellant] een schriftelijke waarschuwing gegeven. Bij brieven van 26 augustus en 30 augustus 2024 heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen de brief van het college van 11 juli 2024 waarin het college hem een schriftelijke waarschuwing heeft gegeven en de beslissing van 30 augustus 2024 waarin het college hem de toegang tot de terreinen en gebouwen van het Da Vinci College voor de duur van één week heeft ontzegd. Op 6 september 2024 heeft [appellant] beroep ingesteld bij de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2509
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202405752/1/A2

202406234/1/A2

Bij besluit van 6 mei 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag voor [appellante] over 2021 vastgesteld op nihil en € 3.855,00 aan ontvangen voorschotten huurtoeslag over 2021 inclusief rente van haar teruggevorderd. Bij besluit van 25 september 2023 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, de terugvordering van rente laten vervallen en de terugvordering aangepast naar € 3.729,00. [appellante] heeft over 2021 € 3.729,00 aan voorschotten huurtoeslag ontvangen, gebaseerd op een geschat jaarinkomen van € 15.043,00. De Dienst Toeslagen heeft vervolgens een melding uit de Basisregistratie Inkomen (hierna: BRI) gekregen dat [appellante] over 2021 een rendementsgrondslag had van € 31.398,00, wat net boven de voor haar voor de huurtoeslag geldende vermogensgrens van € 31.340,00 is. [appellante] stelt dat een medewerker van de Dienst Toeslagen haar heeft verteld dat zij safe zat voor de huurtoeslag over 2021. [appellante] vindt verder dat er in haar geval bijzondere omstandigheden zijn die maken dat de Dienst Toeslagen had moeten afzien van de terugvordering of deze had moeten matigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2631
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406234/1/A2

202406250/1/A2

Bij besluit van 9 maart 2022 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag en het kindgebonden budget over 2017 voor [appellante] definitief vastgesteld op nihil. De Dienst Toeslagen heeft tevens de teveel ontvangen voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2017 van € 2.317,00 en € 2.778,00 van haar teruggevorderd. Bij besluit van 11 januari 2023 heeft de Dienst Toeslagen het kindgebonden budget over 2018 voor [appellante] definitief vastgesteld op nihil en het teveel ontvangen voorschot kindgebonden budget over 2018 van € 350,00 van haar teruggevorderd. Op basis van de Basisregistratie Inkomen heeft de Dienst Toeslagen het gezamenlijk toetsingsinkomen van [appellante] en haar toeslagpartner over 2017 vastgesteld op € 81.429,00 en over 2018 op € 86.846,00. De toeslagpartner van [appellante] heeft bezwaar- en beroepsprocedures aanhangig gemaakt tegen het inkomen dat de inspecteur van de Belastingdienst voor hem over 2017 en 2018 heeft vastgesteld. Volgens [appellante] moet de Dienst Toeslagen de uitkomst van deze procedures afwachten, alvorens over te gaan tot definitieve vaststelling van haar zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2017 en 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2626
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406250/1/A2

202406252/1/A2

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen de zorg- en huurtoeslag voor [appellant] over 2022 definitief vastgesteld op respectievelijk € 1.482,00 en € 2.338,00 en bepaald dat [appellant] de teveel ontvangen voorschotten zorg- en huurtoeslag van € 208,00 en € 410,00 moet terugbetalen. Bij besluit van 3 december 2024 heeft de Dienst Toeslagen de zorg- en huurtoeslag voor [appellant] over 2022 definitief vastgesteld op € 1.490,00 en € 2.354,00 en bepaald dat [appellant] € 105,00 en € 18,00 aan te weinig ontvangen zorg- en huurtoeslag terugkrijgt. Op 20 augustus 2024 heeft de inspecteur van de Belastingdienst het verzamelinkomen van [appellant] vastgesteld op € 17.102,00 en dat van zijn partner op € 13.067,00. Naar aanleiding hiervan heeft de Dienst Toeslagen bij het besluit van 3 december 2024 de in het besluit van 13 oktober 2023 vermelde definitieve vaststelling van de zorg- en huurtoeslag herzien. De vastgestelde zorg- en huurtoeslag over 2022 is herzien naar € 1.490,00 en € 2.354,00 en [appellant] krijgt € 105,00 en € 18,00 aan te weinig ontvangen zorg- en huurtoeslag terug.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2625
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406252/1/A2

202407077/1/A2

Bij besluit van 7 juni 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] per 14 juni 2023 ongeldig verklaard. Naar aanleiding van een mededeling van de politie heeft het CBR bij besluit van 5 augustus 2022 aan [appellant] een onderzoek naar zijn rijvaardigheid opgelegd. Uit het eerste onderzoek op 23 februari 2023 bleek dat [appellant] de praktijkonderdelen onvoldoende beheerst. Ook tijdens het tweede onderzoek op 6 juni 2023 bleek dat [appellant] onvoldoende rijvaardig is. Daarom heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] bij besluit van 7 juni 2023 ongeldig verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2610
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202407077/1/A2

202500164/1/A2

Bij besluit van 28 februari 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. [appellante] heeft op 13 oktober 2023 een uitkering uit het schadefonds aangevraagd. Daarbij heeft zij toegelicht dat zij regelmatig door haar toenmalige partner is geslagen en geschopt. Daaraan heeft zij onder meer blauwe plekken, kneuzingen en oogletsel overgehouden. Ook is zij daardoor depressief en angstig. De CSG heeft bij besluit van 28 februari 2024, gehandhaafd bij besluit van 11 juni 2024, de aanvraag afgewezen. De CSG vindt het weliswaar aannemelijk dat [appellante] in de opgegeven periode slachtoffer is geweest van meerdere mishandelingen, maar beschikt over onvoldoende objectieve aanwijzingen om aan te nemen dat deze mishandelingen ook stelselmatig plaatsvonden. Het letsel dat [appellante] aan de mishandelingen heeft overgehouden kan de CSG niet aanmerken als ernstig letsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2634
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500164/1/A2

202500236/1/A2

Bij beslissing van 20 september 2024 heeft het college van bestuur van het ROC Da Vinci College [appellant] verwijderd van de opleiding Pedagogisch Werk en van het Da Vinci College, inclusief ontzegging van de toegang tot de schoolgebouwen en terreinen van het Da Vinci College. [appellant] volgt sinds augustus 2023 de opleiding Pedagogisch Werk aan het Da Vinci College. Vanwege ontoelaatbaar gedrag heeft het college bij beslissing van 20 september 2024 [appellant] verwijderd van de opleiding Pedagogisch Werk en van het Da Vinci College, inclusief ontzegging van de toegang tot de schoolgebouwen en terreinen van het Da Vinci College. Hiermee is zijn recht om onderwijs te volgen, inspraak op het onderwijs te leveren en toegang tot de fysieke en digitale voorzieningen te hebben komen te vervallen. In deze beslissing heeft het college ook opgenomen dat [appellant] zich in de toekomst niet kan inschrijven voor andere opleidingen bij het Da Vinci College. Zijn verzoek tot herinschrijving voor de opleiding Pedagogisch Werk in augustus 2025 heeft het college daarom afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2510
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500236/1/A2

202502023/1/A2

Bij beslissing van 26 februari 2025 heeft het college van bestuur van de Universiteit Leiden [appellant] niet toegelaten tot de tweede selectieronde voor de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Universiteit Leiden. [appellant] heeft op 14 februari 2025 deelgenomen aan de eerste selectieronde voor de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Universiteit Leiden. Aan deze ronde, die bestaat uit een studievaardighedentest en een capaciteitentest, hebben 1.225 kandidaten deelgenomen, van wie het college de beste 500 kandidaten heeft geselecteerd voor de tweede ronde. [appellant] behoort niet tot die 500 kandidaten. [appellant] is het er niet mee eens dat hij niet is toegelaten tot de tweede selectieronde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2506
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502023/1/A2

202300509/1/V3

Bij besluit van 20 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van 10 december 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2600
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300509/1/V3

202306196/1/V3

Bij besluit van 13 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 7 december 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2598
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306196/1/V3

202307146/1/V3

Bij besluit van 14 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. Bij uitspraak van 26 oktober 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. V. Senczuk, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2583
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307146/1/V3

202406631/1/V3

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij mondelinge uitspraak van 22 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2596
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406631/1/V3

202500056/1/V3

Bij besluit van 28 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 27 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. A. Berends, advocaat in Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2595
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500056/1/V3

202500257/3/R4

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft raad van de gemeente Oude IJsselstreek het bestemmingsplan "Hoofdstraat 3 Varsselder-Veldhunten en Westelijke Oude Aaltenseweg 5 Varsseveld" vastgesteld. Het bestemmingsplan is ook bekend onder de naam "Hoofdstraat 3 te Varsselder vml Zaal De Zon en Westelijke Oude Aaltenseweg 5 te Varsseveld". Het plangebied betreft twee afzonderlijke locaties. De ene locatie ligt bij Varsseveld. De andere locatie ligt in buurtschap Veldhunten bij Varsselder. [verzoeker] woont aan de [locatie A] in Varsselder, nabij de planlocatie in buurtschap Veldhunten (hierna: de planlocatie). De planlocatie heeft een oppervlakte van 3.960 m². Op de planlocatie was café en feestzaal ‘De Zon’ gevestigd en gold een horecabestemming. [verzoeker] is het niet eens met het bestemmingsplan, voor zover dat betrekking heeft op de planlocatie, en verzoekt de voorzieningenrechter om bij wijze van voorlopige voorziening het bestemmingsplan in zoverre te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2593
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202500257/3/R4

202501432/3/R4 en 202501432/4/R4

Bij brief van 18 juni 2024 heeft het college het verzoek van Coöperatie Lochem Energie U.A., Walow B.V. en Pure Energie Wind B.V. om formeel de benodigde (project)procedure(s) te starten voor Windpark Papenslagweg afgewezen, waarmee volgens het college sprake is van een weigering een besluit te nemen. De initiatiefnemers wensen nabij de Papenslagweg in Lochem een windpark bestaande uit drie windturbines te realiseren. Om dat (juridisch) mogelijk te maken, hebben zij het college gevraagd de benodigde (project)procedure(s) te starten. Nadat het college initieel te kennen had gegeven niet op het verzoek van de initiatiefnemers in te gaan, heeft het college met het besluit van 3 december 2024 besloten de projectprocedure conform afdeling 5.2 van de Omgevingswet te starten. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] wonen in Lochem, in de (directe) omgeving van de Papenslagweg. Zij zijn het er niet mee eens dat het college een projectprocedure wil starten en hebben daarom beroep ingesteld tegen het besluit van 3 december 2024. Om te voorkomen dat het college op korte termijn de projectprocedure start, hebben zij verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2591
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501432/3/R4 en 202501432/4/R4

202502822/1/V3 en 202502822/3/V3

Bij besluiten van 7 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 9 mei 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. B.A. Palm, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2599
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502822/1/V3 en 202502822/3/V3

202502873/1/V1 en 202502873/2/V1

Bij besluit van 15 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 12 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I.M. Zuidhoek, advocaat in Gieten, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2601
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502873/1/V1 en 202502873/2/V1

202502889/1/V3 en 202502889/2/V3

Bij besluit van 19 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 14 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.T Gerbrandy, advocaat in Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2602
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502889/1/V3 en 202502889/2/V3

202503301/2/V3

Bij besluiten van 7 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2663
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503301/2/V3

BRS.25.000595

Bij besluit van 19 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2579
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000595

BRS.25.000605

Bij besluit van 3 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2574
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000605

202304784/1/A2

[appellante] heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen het besluit van 18 februari 2022. Wat er ook zij van het oordeel van de rechtbank over het procesbelang van [appellante] en de ontvankelijkheid van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen het besluit van 18 februari 2022, de Dienst Toeslagen heeft hangende het hoger beroep bij de Afdeling het besluit van 22 oktober 2024 genomen waarin onder meer is beslist op dit bezwaar. Daarmee is een reëel besluit genomen en is het doel van het hoger beroep van [appellante] bereikt. [appellante] heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar hoger beroep. De Afdeling ziet aanleiding om de Dienst Toeslagen te veroordelen tot de vergoeding van de proceskosten van [appellante] in hoger beroep. Voor zover [appellante] stelt dat de rechtbank abusievelijk tweemaal griffierecht heeft geheven, is dat niet gebleken. Zij kan zich daarvoor tot de rechtbank wenden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2699
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304784/1/A2

202306090/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 15 augustus 2023 van de rechtbank waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 9 maart 2023 ongegrond heeft verklaard. De minister heeft het verzoek om openbaarmaking afgewezen, omdat er volgens hem geen informatie beschikbaar is over evaluaties of onderzoeksresultaten over de implementaties van de Rijksbrede instructie voor het behandelen van Woo-verzoeken. De minister stelt zich op het standpunt dat de instructie (nog) niet is geëvalueerd en er berusten dus ook geen documenten onder de minister. De minister kan informatie die er niet is niet actief openbaar maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2594
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306090/1/A3

202306710/2/R4

Bij besluit, verzonden op 15 september 2021, heeft het college van gedeputeerde staten van Groningen aan RWE een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, in samenhang met artikel 2.6, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend voor haar energiecentrale aan de Synergieweg 1 in Eemshaven. In het bij het besluit van 11 maart 2025 vastgestelde voorschrift 6.1.1 is onder meer bepaald dat de emissies van waterstofchloride, fluorwaterstofgas en kwik vanaf één jaar na het onherroepelijk worden van dit besluit continu gemeten moeten worden. RWE heeft de voorzieningenrechter verzocht om deze termijn te verlengen tot twee jaar na het onherroepelijk worden van het besluit. In het voorschrift is verder onder meer bepaald dat de jaarvracht zwaveldioxiden maximaal 4% van de massa van de zwavel in de ingezette brandstof mag bedragen. RWE heeft de voorzieningenrechter verzocht om het voorschrift in zoverre te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2581
Datum uitspraak
6 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202306710/2/R4

202403063/1/V1

Bij besluit van 28 maart 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 9 juni 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar gegrond verklaard, voor zover gericht tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag, en opnieuw ongegrond verklaard, voor zover gericht tegen het niet toepassen van artikel 64 van de Vw 2000. Bij uitspraak van 26 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2586
Datum uitspraak
6 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403063/1/V1

202404649/1/V1

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 5 april 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij brief van 20 maart 2024 heeft de staatssecretaris het besluit van 5 april 2023 nader gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2589
Datum uitspraak
6 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404649/1/V1

202502928/2/V3

Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 15 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2584
Datum uitspraak
6 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502928/2/V3

202503046/1/V2 en 202503046/2/V2

Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 20 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D.W.M. van Erp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2585
Datum uitspraak
6 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503046/1/V2 en 202503046/2/V2

202503111/1/V3 en 202503111/2/V3

Bij besluit van 25 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2608
Datum uitspraak
6 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503111/1/V3 en 202503111/2/V3

202405514/1/V1

Bij besluit van 12 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van [appellant 3] om [appellant 1] en [appellant 2] een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2572
Datum uitspraak
5 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405514/1/V1

202501962/2/R4 en 202502194/2/R4

Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei ingestemd met het door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. ingediende winningsplan Warffum van 23 september 2022. Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister ingestemd met het door de NAM ingediende winningsplan Grijpskerk-Zuid van 14 maart 2023. Het winningsplan Warffum voorziet in verlenging van de gaswinning uit het bestaande gasveld Warffum tot en met 31 december 2032. Het winningsplan Grijpskerk-Zuid voorziet in verlenging van de gaswinning uit het bestaande gasveld Molenpolder tot en met 31 december 2031. De gaswinning uit deze gasvelden ligt op dit moment stil, omdat de in eerdere winningsplannen opgenomen winningsperioden zijn verstreken. Dorpsbelangen Warffum, GBB en gedeputeerde staten hebben verzocht om schorsing van de besluiten van 27 maart 2025, om te voorkomen dat de gaswinning wordt hervat voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2569
Datum uitspraak
5 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202501962/2/R4 en 202502194/2/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202501962/2/R4 en 202502194/2/R4

202502252/1/V3

Bij besluit van 26 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 15 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.B.J. Strooij, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2588
Datum uitspraak
5 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502252/1/V3

202502737/1/V3 en 202502737/2/V3

Bij besluit van 5 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 7 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.A. Pieters, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2597
Datum uitspraak
5 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502737/1/V3 en 202502737/2/V3

BRS.25.000590

Bij besluit van 26 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2577
Datum uitspraak
5 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000590

BRS.25.000599

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2511
Datum uitspraak
5 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000599

202403847/3/R1

Bij brief, ingekomen op 22 mei 2025, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. J.H. van Breda, als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van zaak nummer 202403847/1/R1. [verzoeker] heeft het verzoek om wraking gedaan naar aanleiding van de tussenuitspraak van 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1818. Hij verzoekt om gehoord te worden nadat het college van burgemeester en wethouders van Bergen het in voormelde tussenuitspraak geconstateerde gebrek heeft hersteld en voordat de Afdeling einduitspraak doet. [verzoeker] verzoekt ook dat de einduitspraak niet wordt gedaan door de staatsraad, omdat de tussenuitspraak niet objectief en onafhankelijk tot stand is gekomen. Volgens [verzoeker] is de tussenuitspraak in strijd met wat op de zitting is verhandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2570
Datum uitspraak
5 juni 2025
  • Wraking
  • Bouwen
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403847/3/R1

202400458/1/V2

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3941
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400458/1/V2

202501415/1/V3

Bij besluiten van 23 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2512
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501415/1/V3

202502059/1/V3

Bij besluiten van 24 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellanten in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2515
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502059/1/V3

202502313/1/V3

Bij besluit van 30 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2516
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502313/1/V3

202502560/1/V3

De minister van Asiel en Migratie heeft appellant op 11 april 2025 opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw 2000.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2517
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502560/1/V3

202502602/2/V2

Bij besluiten van 8 november 2024 heeft de minister minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2700
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502602/2/V2

202502706/2/V1

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2518
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502706/2/V1

202502800/1/V2 en 202502800/2/V2

Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2520
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502800/1/V2 en 202502800/2/V2

202502929/2/V1

Bij besluit van 15 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2519
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502929/2/V1

202503163/2/V2

Bij besluit van 21 februari 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 30 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2587
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503163/2/V2

BRS.25.000597

Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2502
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000597

202105000/1/R4

Bij besluit van 24 juni 2021 (hierna: het instemmingsbesluit) heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat, nu: de minister van Klimaat en Groene Groei ingestemd met het door Hydreco GeoMEC B.V. ingediende winningsplan "Aardwarmte Vierpolders". Aardyn B.V. wint sinds 2016 aardwarmte uit een reservoir met watervoerende zandsteenlagen op ongeveer 2 km diepte. Met een productieput wordt heet water gewonnen dat door warmtewisselaars wordt geleid. De warmte wordt gebruikt voor de glastuinbouw. Het afgekoelde water wordt met een injectieput weer in het reservoir gebracht. Op grond van de Mijnbouwwet, zoals deze luidde ten tijde van de instemmingsbesluiten, vindt aardwarmtewinning plaats op grond van een winningsplan waarmee de minister heeft ingestemd. Een winningsplan bevat onder meer informatie over de wijze van winning, de geschatte omvang van de winning, de effecten daarvan op de bodembeweging en de risico‘s die de winning met zich brengt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2556
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202105000/1/R4

202105350/1/R4

Bij besluit van 26 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond geweigerd handhavend op te treden tegen de door [appellant] gestelde woon- en geluidoverlast. [appellant] woont op de tweede verdieping van een appartementencomplex op het adres [locatie 1]. Hij heeft op 21 mei 2019 een brief gestuurd naar de gemeente Roermond, gericht aan de raad van de gemeente Roermond, het college en de burgemeester. In deze brief verzoekt hij, onder meer, om handhavend op te treden tegen woon- en geluidsoverlast van zijn bovenbuurman, [partij], wonend op de derde verdieping ([locatie 2]) omdat zijn woon- en leefklimaat op onaanvaardbare wijze wordt aangetast. [appellant] is van mening dat het college daar onvoldoende onderzoek naar heeft verricht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2526
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105350/1/R4

202107442/1/R4

Bij besluit van 17 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woonark met bijgebouw buiten behandeling gesteld. [appellant] is eigenaar van de woning en de jachthaven op het adres [locatie] in Kortenhoef. Op 30 januari 2020 heeft hij een omgevingsvergunning aangevraagd voor onder andere het bouwen van een woonark met bijgebouw op het perceel, kadastraal bekend als ’s Graveland, sectie B, nummer 3022, dat behoort bij het adres [locatie] in Kortenhoef. Bij brief van 11 februari 2020 heeft het college op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan [appellant] de gelegenheid geboden de aanvraag aan te vullen. Het college heeft [appellant] onder meer verzocht een ruimtelijke onderbouwing te overleggen. [appellant] heeft bij brief van 14 april 2020 aanvullende gegevens verstrekt. In deze brief staat dat [appellant] wat hem betreft geen ruimtelijke onderbouwing hoeft te overleggen, omdat de aanvraag niet in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Het Wijde Blik 2004".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2566
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202107442/1/R4

202107670/2/R4

Bij tussenuitspraak van 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2721, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken in het besluit van 14 oktober 2021 tot vaststelling van het exploitatieplan "Kerkdriel Noord, Paddenstoelenbuurt" te herstellen. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak onder 18.12, 18.15 en 18.16 gebreken vastgesteld in het besluit tot vaststelling van het exploitatieplan. Zij heeft de motivering ondeugdelijk geacht op de volgende drie punten: - op de raming van de inbrengwaarde van het perceel N3736 en de daarop staande woning [locatie 1] is uitgegaan van een afslag van 40% (18.16); - enige waardevermeerdering in de periode van 1 juli 2020 tot 14 oktober 2021 is uitgesloten geacht (18.12); - een volledige schadeloosstelling voor het perceel N3737 zal niet hoger uitvallen dan de geraamde werkelijke waarde (18.15).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2527
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202107670/2/R4

202200216/1/R4

Bij besluit van 30 november 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het saneringsplan "Noord-Nederland, fase 2" vastgesteld en geluidproductieplafonds verlaagd. Het saneringsplan heeft betrekking op diverse wegvlakken van de A6, A7, A28, A31, A32, A37, N31 en N48 in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Het saneringsplan bevat bronmaatregelen en afschermende maatregelen die ertoe leiden dat de geluidproductieplafonds op meerdere referentiepunten langs een aantal van de genoemde rijkswegen moeten worden verlaagd. Een geluidproductieplafond is de toegestane geluidproductie op een referentiepunt. [appellant] woont aan de [locatie] in Lemmer nabij de rijksweg A6. Zijn woning is als saneringsobject aangemerkt. In het saneringsplan wordt voorzien in de aanleg van stiller asfalt ter hoogte van de woning van [appellant]. Deze bronmaatregel zal leiden tot een afname van de berekende geluidsbelasting op de gevel van die woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2533
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202200216/1/R4

202202682/1/R4

Bij besluit van 22 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat op verzoek van ProRail de geluidproductieplafonds op 53 referentiepunten gewijzigd. Bij het bestreden besluit heeft de staatssecretaris dat verzoek ingewilligd. Bij de referentiepunten nabij voormelde 56 woningen worden de gpp’s verlaagd, omdat de geluiddempers zullen leiden tot een reductie van de geluidproductie vanwege het spoor. Bij de referentiepunten waar geen woningen staan, worden de gpp’s verhoogd. [appellante] en anderen wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Enschede. Zij wonen aan het spoortraject tussen Enschede en Glanerbrug, maar zij wonen niet aan de spoorgedeelten waar de nalevingsrapporten een overschrijding van de gpp’s hebben geconstateerd en waarop het bestreden besluit betrekking heeft. [appellante] en anderen kunnen zich niet verenigen met het bestreden besluit. Zij vrezen voor verdere toename van de geluidsoverlast als gevolg van het treinverkeer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2534
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202202682/1/R4

202203164/2/R2

Bij besluit van 24 november 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [belanghebbende] een natuurvergunning verleend voor de exploitatie en het wijzigen van een veehouderij aan de [locatie A] in Valkenswaard. [belanghebbende] exploiteert een melkvee- en varkensbedrijf aan de [locatie A] in Valkenswaard. Hij heeft in 2013 een natuurvergunning aangevraagd voor de exploitatie en wijziging van zijn bedrijf. De rechtbank heeft de besluiten op die aanvraag van 29 december 2020 en 20 juli 2021 vernietigd. Het college heeft vervolgens op 24 november 2022, nadat [belanghebbende] de aanvraag had aangepast en aangevuld, een nieuw besluit op de aanvraag genomen. De aangepaste en aangevulde aanvraag die ten grondslag ligt aan het besluit van 24 november 2022 heeft betrekking op de exploitatie van een melkvee- en varkenshouderij met 140 melk- en kalfkoeien, 97 stuks vrouwelijk jongvee en 1.350 vleesvarkens. De melk- en kalfkoeien worden beweid en 115 stuks zullen worden gehouden in een emissiearm stalsysteem A1.13.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2564
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202203164/2/R2

202204148/1/R3

Bij besluit van 14 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de situering van twaalf te plaatsen chalets op het perceel Pean 1 in Nes, gemeente Heerenveen. Bij besluit van 16 januari 2019 heeft het college aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend om in afwijking van het bestemmingsplan "Buitengebied 2018" twaalf chalets op het perceel Pean 1 in Nes te realiseren die voldoen aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen als bedoeld in het Besluit omgevingsrecht. Gedurende de bouwwerkzaamheden is gebleken dat onder andere de positionering van de op dat moment al deels gerealiseerde chalets niet in overeenstemming was met de omgevingsvergunning uit 2019. [appellanten] bezitten beiden een recreatiewoning ten noorden van het perceel. Zij kunnen zich niet verenigen met de omgevingsvergunning uit 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2560
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204148/1/R3

202205452/1/R3 en 202303248/1/R3

Bij besluit van 4 augustus 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan de gemeente Berg en Dal een vergunning verleend voor het ontgronden van verschillende percelen in Groesbeek ten behoeve van de aanleg van een nieuwe waterretentie en een graft. Het college heeft bij besluit van 4 augustus 2022 ontgrondingsactiviteiten vergund op de percelen sectie R, nummers 411, 606, 608, 667, 668 en 669 en sectie M, nummers 570 en 696. De ontgronding is nodig om een nieuwe waterretentie en een graft te kunnen aanleggen, met als doel het opvangen en vertraagd afvoeren van oppervlaktewater. Deze werkzaamheden maken onderdeel uit van het deelproject "Stroombaan 1" in Breedeweg, gemeente Berg en Dal, dat weer onderdeel uitmaakt van het bredere project "Breedeweg maakt Ruimte voor Water". Dit project moet ervoor zorgen dat de wateroverlast in Breedeweg wordt verminderd. Op 6 april 2023 heeft de gemeente Berg en Dal het college verzocht om een wijziging van de verleende ontgrondingenvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2565
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202205452/1/R3 en 202303248/1/R3

202300107/1/R1

Bij besluit van 12 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht geweigerd om aan [appellant A] en [appellant B] een omgevingsvergunning te verlenen voor een gebouw op het perceel [locatie] in Utrecht. [appellant A] en [appellant B] wonen op het perceel [locatie] in Utrecht. Op 21 mei 2021 heeft een toezichthouder van het college geconstateerd dat zij op het perceel een gebouw hebben gebouwd zonder de vereiste omgevingsvergunning. Het gaat om een vrijstaand gebouw in het achtererfgebied met een oppervlakte van 57,6 m2. Het gebouw heeft een zadeldak en heeft een hoogte van ongeveer 6,3 m. De afstand tot de perceelsgrens is 1,5 m. Het gebouw bevat aansluitingen voor een meterkast, wc-ruimte en een keuken. [appellant A] en [appellant B] hebben daarna een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning op de plek waar het gebouw staat. Het bouwplan ziet op een gebouw met een oppervlakte van 55,1 m2, zonder zadeldak en met een hoogte van 3,2 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2536
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300107/1/R1

202300533/1/R4

Bij besluit van 1 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Laren, naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van [appellant], grotendeels geweigerd handhavend op te treden tegen diverse overtredingen die volgens [appellant] plaatsvinden op het perceel, plaatselijk bekend gemeente Laren, sectie E, nummer 274. [appellant] woont aan de [locatie] in Laren. De achtertuin van [appellant] grenst aan het bosperceel. Het bosperceel grenst ook aan percelen van anderen, waaronder percelen van [partij]. De eigenaar van het bosperceel heeft [partij] toestemming gegeven het bosperceel te gebruiken en te onderhouden. [appellant] kan zich al geruime tijd niet vinden in de manier waarop [partij] het bosperceel onderhoudt en gebruikt. Op 18 december 2020 heeft [appellant] bij het college na eerdere verzoeken om handhaving opnieuw een verzoek om handhaving ingediend. [appellant] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de volgende activiteiten: - het plaatsen van houtril, waaronder zwaar materiaal zoals boomstronken; - het aanleggen en onderhouden van een grasveld door bijvoorbeeld te maaien; - het plaatsen van heesters, welke tuinplanten zijn; - het structureren van planten, waardoor hagen ontstaan; en - het plaatsen van een beregeningsinstallatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2539
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300533/1/R4

202300767/1/R1

Bij besluit van 23 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [wederpartij] onder oplegging van een dwangsom gelast voor 15 april 2021 de gevaarzettende gebruikerssituatie van de scheepselevator op te heffen door de toegang en daarmee het betreden van de scheepselevator voor het publiek geheel af te sluiten en afgesloten te houden middels het treffen van voorzieningen. [wederpartij] is eigenaar van een scheepselevator die langs het Merwedekanaal staat ter hoogte van het Shakespeareplein in Utrecht. De scheepselevator is een gemeentelijk monument. Volgens het college is de scheepselevator een veiligheidsrisico. De scheepselevator werd namelijk gebruikt door jongeren om erop te klimmen en ervan af te springen in het kanaal. Volgens het college is die gevaarlijke situatie een overtreding van artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet, gelezen samen met artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012. [wederpartij] is het niet eens met de opgelegde last onder dwangsom. De rechtbank heeft zijn beroep gegrond verklaard en de besluitvorming ongedaan gemaakt, omdat zij oordeelde dat er geen overtreding was. Het college is het daarmee niet eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2538
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300767/1/R1

202302269/1/A3

Bij besluit van 20 december 2021 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellant] tot inzage en verstrekking en vernietiging van politiegegevens als bedoeld in artikelen 25 en 28 van de Wet politiegegevens afgewezen. Bij een eerder besluit van 3 april 2020 heeft de korpschef een verzoek van [appellant] om inzage en verstrekking gedeeltelijk toegewezen en voor een deel afgewezen in het kader van de bescherming van de rechten en vrijheden van derden. De korpschef heeft verder geweigerd tot verwijdering over te gaan. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een lopende strafzaak heeft de korpschef verwezen naar het Openbaar Ministerie. Dit besluit staat in rechte vast. [appellant] heeft op 28 oktober 2021 de korpschef opnieuw verzocht om inzage en verstrekking en vernietiging van politiegegevens als bedoeld in de artikelen 25 en 28 van de Wpg. Hij wil in het bijzonder inzage in en verstrekking van het volledige strafrechtelijke dossier SummIT registratie ONRBD 16002. Daarnaast vordert hij vernietiging van dat gehele dossier.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2540
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202302269/1/A3

202302564/1/A3

Bij besluit van 10 oktober 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellant] is op [geboortedatum] 1962 in [plaats], Argentinië, geboren. Bij zijn geboorte heeft hij zowel de Nederlandse als de Argentijnse nationaliteit verkregen. [appellant] heeft op 3 oktober 2018 een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Buenos Aires. De minister heeft de aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen, omdat hij op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN) het Nederlanderschap van rechtswege op 1 april 2013 zou hebben verloren. De minister heeft het advies van 4 februari 2022 en het aanvullend advies van 7 juni 2022 van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan zijn besluit ten grondslag gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2541
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202302564/1/A3

202303048/1/A3

Bij besluit van 16 december 2021 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellant] tot verwijdering van zijn politiegegevens op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens afgewezen. [appellant] heeft verzocht om verwijdering van politiegegevens die over hem zijn verwerkt onder registratienummer PL 1500 2020381282 over een incident van [datum] 2020. De politiegegevens zijn opgenomen in de Basisvoorziening Handhaving (hierna: BVH) en zijn geregistreerd naar aanleiding van een melding over geschreeuw uit de woning van [appellant] en twee daaropvolgende huisbezoeken door de politie. Bij besluit van 16 december 2021 heeft de korpschef het verzoek van [appellant] tot verwijdering van de registratie afgewezen, omdat het noodzakelijk is om deze gegevens te verwerken voor de goede uitoefening van de dagelijkse politietaak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2542
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202303048/1/A3

202303361/1/R4

Bij besluit van 14 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe het wijzigingsplan "Dodewaard, [locatie 1]" vastgesteld. Het wijzigingsplan heeft betrekking op een gedeelte van het perceel [locatie 1] in Dodewaard. Het wijzigingsplan voorziet in een vrijstaande woning met bijgebouwen aan de zuidzijde van dat perceel. Het wijzigingsplangebied wordt ontsloten op de Dalwagen via een toegangsweg die in particulier eigendom is en die gedeeltelijk in het wijzigingsplangebied is gesitueerd. De toegangsweg wordt in de huidige situatie gebruikt als ontsluitingsweg voor verschillende woonpercelen. Het wijzigingsplan is vastgesteld krachtens de wijzigingsbevoegdheid in artikel 24.4.2 van de planregels van het bestemmingsplan "Kernen Neder-Betuwe" van 14 mei 2020. [appellant A] en[appellant B] wonen aan de [locatie 2] in Dodewaard. Het wijzigingsplangebied wordt tegen de wens van [appellant A] en[appellant B] via de toegangsweg, die gedeeltelijk op hun perceel is gesitueerd, ontsloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2528
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202303361/1/R4

202303737/1/R3

Bij besluit van 9 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis, nu Voorne aan Zee, aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een bedrijfspand op het perceel [locatie] in Hellevoetsluis. [vergunninghoudster] is eigenaar van het perceel en heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor uitbreiding van het bedrijfspand. De uitbreiding bestaat uit een gebouw van één bouwlaag met een kap met een hoogte van 7,92 m. Dat gebouw is aan de bestaande bebouwing verbonden door een tussenbouw van één bouwlaag met een hoogte van 3 m. Naast het bedrijfspand staat molen Zeezicht. De vereniging vreest voor een beperking van de draaimogelijkheden van de molen en is het niet eens met de toepassing van artikel 22.1.1, aanhef en onder d, van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2549
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303737/1/R3

202303767/1/R3

Bij besluit van 12 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een brug en het aanleggen van een in- en uitrit op het perceel [locatie 1] in Zoetermeer. [wederpartij] is eigenaar van het perceel. Hij heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een brug en het aanleggen van een in- en uitrit. Op 15 november 2019 heeft het college de termijn om op de aanvraag te beslissen met zes weken verlengd. Op 31 december 2019 heeft het college naar [wederpartij] een brief verzonden waarin is vermeld dat de beslistermijn tot 20 januari 2020 wordt opgeschort, omdat op 23 december 2019 een verzoek is ontvangen om de beslistermijn met vier weken te verlengen. Op 8 januari 2020 heeft het college wederom een brief verzonden naar [wederpartij]. In deze brief is vermeld dat de beslistermijn wordt opgeschort tot 17 februari 2020, omdat op 6 januari 2020 een verzoek is ontvangen om de beslistermijn tot die datum te verlengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2550
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303767/1/R3

202303853/1/R2

Bij besluit van 4 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen een bouwwerk aan de [locatie 1] in Liempde en het gebruik ter hoogte van [locatie 1] niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Liempde. Het perceel van [appellant] achter zijn woning grenst aan de Helstraat. [appellant] maakt gebruik van de Helstraat om met de fiets naar het dorp te gaan, als transportroute voor zijn paarden, materieel en bouwmaterialen en voor toegang met bepaalde grondbewerkingsmachines. De woning van [partij A] en [partij B] staat aan de andere kant aan het begin van de Helstraat en zij hebben naast de woning een schutting met overkapping gebouwd. Het college heeft hiervoor vervolgens alsnog een omgevingsvergunning verleend. [appellant] is niet blij met de gebouwde schutting met overkapping. Hij is bang dat de Helstraat niet meer openbaar toegankelijk is en dat de ruimtelijke uitstraling wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2567
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303853/1/R2

202304096/1/R3

Bij besluit van 3 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de kosten op Cervus Vastgoed verhaald die zijn gemaakt met het uitvoeren van bestuursdwang bij de panden aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Rotterdam. Bij besluit van 6 december 2016 heeft het college [partij] opgedragen om binnen zes maanden zijn panden aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Rotterdam op te knappen onder last van bestuursdwang. Daarbij is vermeld dat de kosten van bestuursdwang op hem zullen worden verhaald. Tevens is een lijst met gebreken en te nemen maatregelen bijgevoegd. Bij brief van 19 juli 2018 heeft het college aan Cervus Vastgoed meegedeeld dat het besluit van 6 december 2016 op haar van toepassing is, omdat zij volgens het kadaster sinds 24 mei 2018 eigenaar is van de panden. Bij brief van 17 april 2019 heeft het college aan Cervus Vastgoed meegedeeld dat op 13 maart 2019 door een inspecteur van de afdeling Bouw- en Woningtoezicht is vastgesteld dat zij niet volledig uitvoering heeft gegeven aan het besluit van 6 december 2016, dat het college daarom [bedrijf] opdracht zal geven de niet getroffen maatregelen uit te voeren en dat de kosten van de werkzaamheden en de extra kosten die de gemeente moet maken ter uitvoering van de bestuursdwang op haar of haar rechtsopvolgers zullen worden verhaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2551
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304096/1/R3

202304534/1/A2

Bij besluit van 16 juli 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellante] een schadevergoeding van € 15.510,46, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend voor schade aan haar gebouw. Onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie van 17 januari 2022 heeft het Instituut het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. [appellante] is eigenares van een boerderij met stal aan de [locatie] in Westerbroek. Op 26 juli 2020 heeft [appellante] een vergoeding voor schade aan de boerderij door mijnbouw aangevraagd. a een in opdracht van het Instituut uitgebracht advies van 18 juni 2021, opgesteld door deskundige W. Hartemink van het bedrijf CED, heeft het Instituut bij besluit van 16 juli 2021 een schadevergoeding van € 14.619,33, te vermeerderen met de bijkomende kosten en de wettelijke rente, toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2554
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304534/1/A2

202304657/1/R2 en 202306415/1/R2

Bij besluit van 11 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Goirle het bestemmingsplan "Bakertand" gewijzigd vastgesteld. Bij besluit van 8 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goirle hogere geluidgrenswaarden vastgesteld voor het bestemmingsplan "Bakertand". Het plangebied is sinds januari 2018 onderdeel van gemeente Goirle. Daarvoor was het onderdeel van gemeente Tilburg. Het gebied ligt aan de noordzijde van de kern van Goirle. De raad heeft het bestemmingsplan vastgesteld om in het plangebied de realisatie van een nieuwe woonwijk met maximaal 703 woningen mogelijk te maken. De Bewonersvereniging betoogt dat de raad tussen hun woningen en de nieuw te bouwen woningen een bufferzone van 30 m in het plan had moeten opnemen. De Bewonersvereniging betoogt dat de raad onvoldoende heeft onderbouwd dat de verkeerssituatie veilig is. [appellant sub 2] voert aan dat hij op grond van het voorgaande bestemmingsplan meer ontwikkelingsmogelijkheden had.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2558
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202304657/1/R2 en 202306415/1/R2

202304690/1/R1

Bij besluit van 8 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen gedeeltelijk en onder voorwaarden ingestemd met de door [appellant] op 20 oktober 2022 ingediende resultaten van een grondwatermonitoring. [appellant] heeft de bodem van een perceel dat kadastraal bekend staat als Heerlen, sectie V, nummer 2667 gesaneerd. Hij heeft het perceel verkocht aan een derde ten behoeve van de realisatie van elf appartementen en buitenbergingen. Daarbij is bedongen dat [appellant] niet de volledige koopsom ontvangt zolang onduidelijkheid bestaat over eventuele sanerings- en monitoringsverplichtingen. Het college heeft voor de bouw van de appartementen een omgevingsvergunning verleend en die is inmiddels onherroepelijk. [appellant] is het niet eens met de voorwaardelijke instemming. Hij vindt namelijk dat uit de ingediende resultaten al blijkt dat is voldaan aan de doelstelling uit het saneringsplan. Daarom had het college volgens hem onvoorwaardelijk met het saneringsverslag moeten instemmen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2414
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202304690/1/R1

202304831/1/A2

Bij besluit van 18 mei 2020 heeft de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen aan appellant] een vergoeding van € 46.520,18, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, voor schade aan zijn woning toegekend. De rechtbank heeft geoordeeld dat voldoende is gegarandeerd dat de STAB haar onafhankelijk en onpartijdig van advies heeft voorzien. [appellant] is eigenaar van de Oldambtster boerderij aan de [locatie] te Finsterwolde. Op 1 februari 2019 heeft [appellant] een vergoeding voor de schade aan de boerderij bij het Instituut aangevraagd. Bij besluit van 18 mei 2020, gehandhaafd bij besluit van 16 april 2021, heeft het Instituut, na een herzien advies van 28 april 2020, opgesteld door deskundige J. Gunnink van 10BE, een vergoeding van € 44.426,84, te vermeerderen met bijkomende kosten en wettelijke rente, aan [appellant] toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2557
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304831/1/A2

202304856/1/R4

Bij besluit van 23 december 2022 heeft de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming de aan Reym op grond van de Kernenergiewet verleende vergunning gewijzigd. Reym is een onderneming die actief is op het gebied van industriële reiniging, transport en afvalmanagement. Bij haar werkzaamheden heeft Reym te maken met verschillende schadelijke en gevaarlijke stoffen, waaronder natuurlijke radioactieve stoffen, de zogenoemde NORM stoffen (Naturally Occuring Radioactive Materials). Reym beschikt over een kernenergiewetvergunning voor het verrichten van handelingen met toestellen en materialen met van nature voorkomende radionucliden. Het beroep van Reym richt zich tegen het bij besluit van 23 december 2022 gewijzigde voorschrift II, onder 7, aanhef en onder c van de kernenergiewetvergunning, dat betrekking heeft op niet geplande werkzaamheden buiten de locaties van Reym door of onder direct toezicht van een stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige of algemeen coördinerend deskundige.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2561
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Kernenergie
  • uitspraakin de zaak202304856/1/R4

202305363/1/A3

Bij besluit van 9 september 2022 heeft de minister van Defensie beslist op het verzoek van [appellante] tot inzage in haar politiegegevens die door de Koninklijke Marechaussee zijn verwerkt op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens. De minister heeft bij besluit van 5 augustus 2020 beslist op een verzoek van [appellante] van 24 juli 2020 tot inzage in haar politiegegevens die door de KMar ter uitvoering van haar politietaak zijn verwerkt. De minister heeft dit verzoek aangemerkt als een verzoek om informatie zoals bedoeld in artikel 25 van de Wpg. [appellante] heeft tegen dit besluit geen beroep ingesteld. Dit besluit is in rechte komen vast te staan. [appellante] heeft op 14 juli 2022 de minister verzocht te beslissen op een gelijkluidend verzoek. De minister heeft de ter beschikking staande systemen van de KMar opnieuw geraadpleegd. Daaruit is volgens de minister niet gebleken dat de KMar na 5 augustus 2020 nog politiegegevens van [appellante] heeft verwerkt. De minister heeft beslist op het verzoek van 14 juli 2022 door te verwijzen naar het eerdere besluit van 5 augustus 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2543
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202305363/1/A3

202306531/1/R1

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pekela zijn beslissing van 1 juli 2022 om zeer spoedeisende bestuursdwang toe te passen in verband met brand op het perceel [locatie] in Oude Pekela op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten hiervan voor rekening van [appellant] komen. [appellant] was ten tijde van de besluitvorming eigenaar van het pand [locatie] in Oude Pekela. [appellant] verhuurde het pand. Uit een politierapport blijkt dat de huurster op [datum] 2022 is overleden. In de ochtend van 30 juni 2022 is een brand op het perceel ontstaan. Het pand met aangrenzende garage is daardoor zwaar aangetast. De hele bovenverdieping was weggebrand en delen van de gemetselde muren waren ingestort. Gebleken is dat in het pand een drugslaboratorium aanwezig was dat derden daar hadden gevestigd. Als gevolg van de brand zijn diverse stoffen vrijgekomen die schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2555
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306531/1/R1

202306942/1/R1

Bij besluit van 5 juli 2023 heeft het algemeen bestuur van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden op grond van artikel 5.4 van de Waterwet het projectplan "Dijkversterking Wijk bij Duurstede - Amerongen" vastgesteld. De dijkversterking is onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, waarin de waterschappen en het Rijk samenwerken om de primaire waterkeringen aan deze veiligheidsnorm te laten voldoen. De doelstelling van het project is het realiseren van een veilige en leefbare dijk die voldoet aan de normen en past binnen de randvoorwaarden van het HWBP en waarbij sprake is van behoud en voor zover mogelijk van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het hoogheemraadschap is beheerder van de dijk en voert de dijkversterking uit. [appellant sub 1] heeft een melkveehouderijbedrijf en een woning aan de [locatie 1] in Amerongen. De gronden en het erf met de opstallen grenzen aan de Lekdijk en maatregelen die aan de dijk worden genomen hebben volgens hem een directe negatieve invloed op zijn gronden en opstallen en daarmee hebben de voorgestelde maatregelen een negatieve invloed op zijn bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2530
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202306942/1/R1

202400189/1/A3

Bij besluit van 5 augustus 2022 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellante] tot verwijdering en vernietiging van haar politiegegevens op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens afgewezen. [appellante] verzoekt om vernietiging van haar politiegegevens omdat zij door de registraties als verdachte hinder ondervond bij grenscontroles en door de registraties van nog openstaande aangiften hinder heeft ondervonden bij het doen van aangifte van andere zaken. Bij besluit van 5 augustus 2022 heeft de korpschef haar verzoek afgewezen. Bij besluit van 19 juni 2023 heeft de korpschef het eerdere besluit vervangen. Hij wijst het verzoek van [appellante] deels af omdat de korpschef deze gegevens verwerkt voor de ondersteuning van de politietaak op grond van artikel 13 van de Wpg. De korpschef vindt dat de noodzaak en het doel van de verdere verwerking van deze politiegegevens voor de politietaak zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van [appellante] bij verwijdering en vernietiging ervan. Ook wijst hij het verzoek deels toe omdat de noodzaak en het doel van de verwerking voor bepaalde gegevens niet meer aanwezig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2544
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202400189/1/A3

202400354/1/A2

Bij besluit van 20 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een door [appellant] ingediend verzoek om handhaving afgewezen. [appellant] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de ervaren overlast van ouders en leerlingen van de Christelijke Basisschool (DBS) Jan van Nassau en van gebruikers van het naastgelegen Grevelingenveld. Direct naast de woning van [appellant] bevindt zich een zijingang van de school. Volgens [appellant] parkeren de ouders hun fietsen, brommers of auto’s op de in- en uitrit van het garagebedrijf van [appellant] en voor de tussen de school en het garagebedrijf ingeklemde woning van [appellant]. Verder ondervindt [appellant] geluidsoverlast door spelende kinderen op het Grevelingenveld. Het college heeft de afwijzing van het verzoek om handhaving in bezwaar gehandhaafd, omdat een gemeentelijk toezichthouder op 4 mei 2022 heeft bericht dat hij sinds lange tijd geen meldingen meer heeft ontvangen over overlast op het Grevelingenveld en zelf geen bijzondere overlast heeft kunnen waarnemen in de avonden en weekenden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2553
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400354/1/A2

202400441/1/A2

Bij besluit van 17 januari 2025 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een tegemoetkoming van € 2.360,03, inclusief wettelijke rente, toegekend. Deze tegemoetkoming komt bovenop de vergoeding die hij van de Nederlandse Aardolie Maatschappij heeft ontvangen voor de waardedaling van zijn (voormalige) woning. [appellant] was van 23 oktober 1989 tot 1 december 2017 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Siddeburen. De woning is door [appellant] verkocht voor € 400.000,-. De NAM heeft op 27 april 2017 aan [appellant] een schadevergoeding van € 13.000,-, te vermeerderen met wettelijke rente, voor de waardedaling van de woning toegekend tegen finale kwijting. Op 5 december 2022 heeft [appellant] een tegemoetkoming bovenop de vergoeding van € 13.000,- bij het Instituut aangevraagd voor de waardedaling van de woning. In hoger beroep bestrijdt [appellant] het oordeel van de rechtbank dat hij geen recht heeft op een hogere tegemoetkoming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2563
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202400441/1/A2

202400684/1/A2

Bij besluit van 7 oktober 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag van [appellant] om vergoeding van de schade aan zijn (voormalige) woning afgewezen. In hoger beroep is in geschil of [appellant] het recht op vergoeding van schade door mijnbouwactiviteiten aan een woning heeft overgedragen aan [bedrijf]. Op 1 oktober 2020 heeft [appellant] de eigendom van de tussenwoning aan de [locatie] te Groningen (hierna: de woning) verkregen. De koopprijs bedroeg € 250.000,-. Op 8 oktober 2020 heeft [appellant] een vergoeding aangevraagd voor fysieke schade aan de woning als gevolg van bodembeweging door mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld. [appellant] heeft bij koopovereenkomst van 18 december 2020 de woning verkocht aan [bedrijf] en bij akte van levering van 24 december 2020 de eigendom van de woning aan haar overgedragen. De koopprijs bedroeg € 280.000,-. Op dezelfde dag, op 24 december 2020, heeft [bedrijf] de woning verkocht aan San Fermin B.V. voor € 305.000,-. De woning is daarna nog twee keer doorverkocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2525
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202400684/1/A2

202401835/1/R2

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor de activiteit "planologische afwijking van het bestemmingsplan" ten behoeve van de legalisatie van kamerbewoning aan de [locatie] in Cuijk. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Cuijk. Toezichthouders van de voormalige gemeente Cuijk hebben op 3 december 2021 geconstateerd dat deze woning illegaal werd gebruikt voor kamerbewoning en vier kamers aan verschillende personen werden verhuurd. Naar aanleiding hiervan heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd. [appellant] kan zich er in het bijzonder niet mee verenigen dat de rechtbank heeft geoordeeld dat het college de vergunning terecht heeft geweigerd, omdat het project niet voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Het college kan zich er niet mee verenigen dat de rechtbank een dwangsom heeft vastgesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2532
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202401835/1/R2

202402092/1/A2

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft het CBR [appellant] niet rijgeschikt verklaard voor personenauto’s, bestelauto’s, bepaalde driewielers, vrachtauto of zware camper en het T-rijbewijs. Om te bepalen of [appellant] geestelijk en lichamelijk in staat is om te rijden heeft onder meer een psychiater op verzoek van het CBR op 8 februari 2023 onderzoek verricht en op 21 maart 2023 een advies uitgebracht. In het advies is vermeld dat uit dit onderzoek naar voren is gekomen dat [appellant] recent cannabis heeft gebruikt. De psychiater heeft de aanwezigheid van drugsproblematiek binnen de afgelopen twaalf maanden aannemelijk geacht, mede bezien in het licht van de voorgeschiedenis van [appellant] met drugsgerelateerde problematiek. De psychiater heeft geconcludeerd tot drugsmisbruik en [appellant] ongeschikt geacht voor het besturen van motorvoertuigen. Het CBR heeft het besluit van 23 maart 2023 gebaseerd op het advies van 21 maart 2023. Aan het besluit van 13 oktober 2023 heeft het CBR ten grondslag gelegd dat de psychiater in zijn aanvullende adviezen van 28 juni en 15 september 2023 zijn conclusie heeft gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2523
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202402092/1/A2

202402137/1/R2

Bij besluit van 23 november 2023 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan "De Huif" vastgesteld. Het plan maakt woningbouw mogelijk op het perceel aan de Hortensiastraat 2 in Sint-Michielsgestel. Vroeger stond daar het dorpshuis De Huif. Dit dorpshuis is gesloopt en sindsdien ligt het terrein braak. De gemeente Sint-Michielsgestel is eigenaar van deze grond en wil daar maximaal 36 woningen bouwen. Daarnaast maakt het plan het mogelijk dat 3 woningen worden gebouwd op het achterterrein van het perceel dat is gelegen aan de Theerestraat 7, 9 en 9A in Sint-Michielsgestel. Deze grond is in eigendom van een particuliere partij. Het plan voorziet in totaal in maximaal 39 woningen. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen naast het plangebied. Zij kunnen zich om verschillende redenen niet verenigen met het plan en hebben daarom, afzonderlijk van elkaar, beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2552
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402137/1/R2

202402387/1/R3

Bij besluit van 25 januari 2024 heeft de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Klazienaveen, Kruiwerk (woningbouw)" vastgesteld. In de plantoelichting staat dat het plan is vastgesteld om tegemoet te komen aan de grote vraag naar vrije bouwkavels in het dorp Klazienaveen. Het plan maakt het mogelijk 16 woningen te bouwen. [appellant] en anderen wonen naast het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met de keuze van de raad op deze locatie woningbouw mogelijk te maken. [appellant] en anderen betogen dat de raad bij het vaststellen van het plan onvoldoende rekening heeft gehouden met het Natura-2000 gebied "Bargerveen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2562
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202402387/1/R3

202402530/1/A2

Bij besluit van 10 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] huurt een kamer in een pand in Eindhoven. De kamer bevindt zich boven een café en de gemeenschappelijke voorzieningen deelt [appellant] met vijf huisgenoten. Volgens [appellant] is het pand luidruchtig en onhygiënisch, gebruiken zijn huisgenoten verdovende middelen en staat regelmatig de politie aan de deur. [appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat hij in zijn huidige woning zijn kinderen niet kan ontvangen en hij door zijn mentale probleem gebaat is bij een veilige en rustige leefomgeving. Naar aanleiding van de bij de aanvraag bijgevoegde stukken heeft het college bij Argonaut medisch advies opgevraagd. In de adviesrapportage van 28 juni 2023 heeft een arts van Argonaut vermeld dat geen sprake is van een medisch onhoudbare situatie waardoor verhuizing op korte termijn absoluut noodzakelijk is. Daarom is geen sprake van medische urgentie in de zin van artikel 5, derde lid en onder a, van de Huisvestingsverordening Eindhoven 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2548
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402530/1/A2

202402742/1/R2

Bij besluit van 12 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch)" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van 94 woningen aan het Rendierveld en de Sporkenhoutlaan in de wijk Schuttersbosch in Eindhoven. De woningen worden uitgevoerd als twee-onder-één-kap woningen. Het plangebied is opgedeeld in twee delen, een oostelijk deel aan het Rendierveld en een westelijk deel aan de Sporkenhoutlaan. Verder voorziet het plan in een geluidsscherm langs de Leenderweg, ten westen van de Sporkenhoutlaan. Op de planlocatie staat nog een aantal woningen, dat op een later moment wordt gesloopt. Het vorige bestemmingsplan maakte 33 woningen mogelijk in het plangebied. Met het bestemmingsplan zijn dus 61 meer woningen toegestaan. [appellant] woont aan de [locatie], grenzend aan het Rendierveld en het oostelijke deel van het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan, onder andere omdat hij vreest voor een vergaande aantasting van zijn leefomgeving. Stichting Woonbedrijf is de initiatiefnemer van de ontwikkeling en wil sociale huurwoningen realiseren in het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2531
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402742/1/R2

202404476/1/R4

Bij besluit van 16 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om de verharding op het perceel, kadastraal bekend gemeente Herwijnen, sectie T, nummer 1279 te verwijderen en verwijderd te (laten) houden. [appellant] heeft een eenmanszaak [bedrijf], gevestigd aan de [locatie] in Herwijnen. Hij heeft op het perceel achter het bedrijf over een oppervlakte van 1196 m2 bodemverharding aangebracht en daarop stelconplaten gelegd. [appellant] gebruikt het perceel om vrachtwagens te laden en te lossen en om die vrachtwagens achter op het perceel te laten keren, zodat ze niet achteruit de weg op hoeven. Op het perceel gelden op grond van de bestemmingsplannen "Bestemmingsplan Buitengebied 2012" en "Reparatieplan Bestemmingsplan Buitengebied 2014" onder meer de enkelbestemming "Agrarisch" en de dubbelbestemming "Waarde-Archeologische verwachting 3" en de gebiedsaanduiding "openheid". Verder geldt op grond van het bestemmingsplan "Parapluplan Nieuwe Hollandse Waterlinie" op het perceel de bestemming "Waarde-Nieuwe Hollandse Waterlinie" en de gebiedsaanduiding "overige zone-accessen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2529
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404476/1/R4

202404519/1/A2

Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een verzoek van [appellante] tot het met terugwerkende kracht intrekken van de aan [partij] verleende toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand afgewezen. Op 7 maart 2013 heeft een kantoorgenoot van [appellante] verzocht om afgifte van een toevoeging voor rechtsbijstand aan [partij] in een echtscheidingszaak. Bij besluit van 14 maart 2013 heeft de raad de toevoeging verleend. Bij besluit van 24 december 2019 heeft de raad de toevoeging op naam gesteld van een kantoorgenoot van [appellante] als opvolgend rechtsbijstandverlener. Aan de afwijzing van de aanvraag van [appellante] heeft de raad ten grondslag gelegd dat niet is voldaan aan de in artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de in de Wet op de rechtsbijstand gestelde voorwaarde voor intrekking van de toevoeging met terugwerkende kracht. Deze voorwaarde houdt in dat op het moment van de definitieve afhandeling van de zaak, waarvoor die toevoeging was verleend, de rechtzoekende als resultaat van die zaak een vordering met betrekking tot een geldsom ter hoogte van ten minste 50% van het heffingsvrije vermogen heeft verkregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2546
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202404519/1/A2

202404632/1/R1

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Ouder-Amstel het bestemmingsplan "Gijsbrechtkwartier" vastgesteld. In het noordelijke deel van het plangebied voorziet het plan in een transformatie van een manege naar een woningbouwlocatie met 34 woningen. [appellanten] wonen aan de [locatie 1] te Ouderkerk aan de Amstel op korte afstand van de nieuwbouwlocatie en richten zich daartegen. Kort gezegd vrezen zij nadelige gevolgen van de voorziene woningen voor hun woon- en leefklimaat. Vilarem 1 B.V. is de ontwikkelaar. [appellanten] betogen dat het plan ten onrechte in een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet buiten bestaand stedelijk gebied als bedoeld in de ladder duurzame verstedelijking als vervat in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijk ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2547
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202404632/1/R1

202404724/1/R1

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Venray het bestemmingsplan "Woningbouw Vlakwater II" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld. RvR Limburg is initiatiefnemer van het plan. Het plan maakt onder meer de bouw van 36 zelfstandige woningen met bijbehorende voorzieningen op de locatie genaamd "Vlakwater II" mogelijk. Deze woningen worden naast de bestaande wijk "Vlakwater I" gerealiseerd. Daarnaast maakt het plan de aanleg van een waterbuffer mogelijk die de gemeente wil realiseren tussen de locaties Vlakwater II en Handrik 3 en 5. [appellant] en anderen wonen aan de Ellerbecklaan ten oosten van het plangebied. Zij maken zich zorgen over de effecten van het nieuwe plan op de wateroverlast in hun wijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2568
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202404724/1/R1

202404845/1/R2

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Roosendaal het bestemmingsplan "Bedrijvenstrook bestemmingsplan Bulkstraat" vastgesteld. Bij besluiten van 10 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal omgevingsvergunningen verleend voor de bouw van 26 opslagboxen op het perceel aan De Hoogt tussen nummer 1 en 5 in Wouw, voor de bouw van 12 bedrijfsruimten op het perceel aan De Hoogt naast nummer 25 in Wouw en voor de bouw van een bedrijfsruimte met bijbehorende bouwwerken op de percelen De Hoogt nummers 5, 7, 9, 11 en 13 in Wouw. Het bestemmingsplan voorziet in een actualisering van het juridisch planologisch regime voor een deel van de gronden aan De Hoogt in Wouw met de bestemming "Bedrijf - 2". [partij A] is eigenaar van de percelen De Hoogt nummers 5, 7, 9, 11 en 13 in Wouw. De met laatstgenoemde omgevingsvergunning toegestane bedrijfsbebouwing op deze percelen is in 2020 al gerealiseerd en in gebruik genomen. [appellant] en anderen zijn sinds 2019 eigenaren van en wonen op de percelen De Hoogt nummers [locatie 1] en [locatie 2]. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan en de omgevingsvergunningen. Zij vrezen voor nadelige effecten van het plan op hun woon- en leefomgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2559
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404845/1/R2

202404977/1/A2

Bij besluit van 26 september 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een vergoeding voor verleende rechtsbijstand gewijzigd naar € 476,40. [appellant] nam ten tijde van belang deel aan het zogenoemde High Trust-programma van de raad. Bij dit programma staat gezamenlijke verantwoordelijkheid centraal en controleert de raad achteraf. Op 27 juli 2021 heeft een advocaat-kantoorgenoot van [appellant] bij de raad toevoeging aangevraagd voor een zaak in categorie A031 (loonvordering/secundaire arbeidsvoorwaarden). De raad heeft deze aanvraag ingewilligd en elf punten toegekend aan de zaak. Op 12 november 2021 heeft [appellant] bij de raad een mutatie van de toevoeging aangevraagd wegens opvolging van de advocaat. De raad heeft deze aanvraag ingewilligd en de toevoeging gemuteerd. Nadat de zaak is doorgehaald heeft [appellant] op 25 maart 2022 verzocht om een vergoeding voor verleende rechtsbijstand. De raad heeft op 29 maart 2022 een vergoeding toegekend van € 1.080,09, op basis van acht punten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2537
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202404977/1/A2

202405836/1/A2

Bij besluit van 4 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over 2021 definitief vastgesteld op nihil en meegedeeld dat hij een bedrag van € 2.851,00 aan verstrekte voorschotten huurtoeslag over dit jaar, inclusief rente, moet terugbetalen. De Dienst Toeslagen heeft [appellant] over 2021 voorschotten huurtoeslag verstrekt. Aan het besluit van 4 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen ten grondslag gelegd dat volgens de basisregistratie inkomen de rendementsgrondslag van [appellant] over 2021 € 58.308,00 bedraagt. Om in aanmerking te komen voor huurtoeslag mocht dit bedrag in 2021 maximaal € 31.340,00 zijn. In bezwaar heeft [appellant] een vaststellingsovereenkomst overgelegd, waaruit blijkt dat hij met een verzekeraar een vergoeding van materiële en immateriële schade van € 41.000,00 is overeengekomen, in verband met opgelopen letsel bij een verkeersongeval. De Dienst Toeslagen heeft vervolgens een bedrag van € 9.430,00 aangemerkt als vergoeding voor immateriële schade en dit tevens aangemerkt als bijzonder vermogen. Het resterende bedrag heeft hij aangemerkt als vergoeding voor materiële schade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2524
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405836/1/A2

202405906/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 5 augustus 2024 van de rechtbank waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 3 april 2023 ongegrond heeft verklaard. Het college heeft het verzoek om openbaarmaking van documenten van 29 maart 2022 toegewezen en diverse documenten openbaar gemaakt. Met het besluit van 3 april 2023 heeft het college de facturen naheffingsaanslagen P1 over januari 2022 en februari 2022 alsnog openbaar gemaakt. [appellant] betwist dat het college alle documenten die zien op zijn verzoek openbaar heeft gemaakt. Meer specifiek heeft het college de begroting van de kostprijs 2022 niet openbaar gemaakt. Dit heeft de rechtbank niet onderkend. Daarbij heeft de rechtbank ten onrechte zijn verzoek tot betaling van wettelijke rente over het griffierecht afgewezen. De rechtbank had moeten bepalen dat de wettelijke rente moet worden vergoed als er niet tijdig door het college wordt betaald, omdat [appellant] in een andere procedure lang heeft moeten wachten op de betaling van het griffierecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2582
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405906/1/A3

202406127/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 21 augustus 2024 van de rechtbank waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 12 juni 2023 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 1 april 2023, waarbij het betaald parkeren in het gebied Bankras Noord in Amstelveen is ingevoerd, ongegrond verklaard. Het college heeft op 31 maart 2023 het Aanwijzingsbesluit parkeerbelastingen Amstelveen 2023 gepubliceerd in het Gemeenteblad Amstelveen. In dit besluit staat dat per 24 april 2024 in het gebied Bankras Noord betaald parkeren met een vergunning wordt ingevoerd. [appellant] betoogt dat het aanwijzingsbesluit in strijd is met de Beleidsnota invoering betaald parkeren met vergunning Amstelveen 2018, omdat de metingen niet goed zijn verricht en niet is voldaan aan de eis van 85% parkeerdruk. Het college heeft alleen in de maanden november, december en januari gemeten. De automobiliteit is volgens [appellant] hoger in de wintermaanden en rondom de feestdagen. Daarnaast betoogt [appellant] dat er sprake is van misbruik van bevoegdheid, omdat het betaald parkeren alleen is ingevoerd vanwege financiële motieven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2661
Datum uitspraak
4 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202406127/1/A3
vorige pagina1...353637...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon