Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.417
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202402130/1/A3

Bij besluit van 17 november 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag niet in behandeling genomen. [appellant] heeft in hoger beroep uiteengezet welke persoonlijke problemen zij in haar leven heeft ervaren. Met deze uiteenzetting wordt echter niet aangegeven wat er verkeerd is aan de overwegingen waarop de rechtbank haar uitspraak baseert. De Afdeling sluit zich bij deze overwegingen aan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4988
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202402130/1/A3

202402639/1/R4

Bij besluit van 29 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "Bergharen, Kerkenweide" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op gronden aan de westzijde van Bergharen. Het plangebied betreft een weide gelegen tussen de twee kerken van Bergharen. Het plangebied wordt aan de zuidzijde ontsloten via de Veldsestraat. Ter hoogte van de Dorpsstraat zal een ontsluiting voor langzaam verkeer gerealiseerd worden. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 23 grondgebonden woningen mogelijk. [appellant] en anderen wonen aangrenzend aan het plangebied. Zij maken zich zorgen over de gevolgen van het plan voor hun woonsituatie en de omgeving. ErfGoed is de ontwikkelaar van de woningen. Van Beijnum is eigenaar van twee kadastrale percelen in het plangebied en wil daar een woning bouwen. [appellant] en anderen betogen dat de in het plangebied aanwezige landschappelijke waarden die tot dusver met de bestemming "Agrarisch - Landschapswaarden" waren beschermd, door het plan onevenredig worden aangetast. De raad heeft volgens hen voor die aantasting geen goede motivering gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4811
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202402639/1/R4

202404441/1/R1

Bij besluit van 14 maart 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat vastgesteld dat het experiment als bedoeld in voorschrift 7 van de aan RWE verleende watervergunning van 20 september 2022 niet geslaagd is. RWE heeft op eigen initiatief, en voordat het besluit om de vergunning te verlenen was genomen, onderzoek gedaan naar de sterfte van zalmsmolts als gevolg van de WKC. In het rapport "Monitoring smoltmigratie bij WKC Linne, voorjaar 2021 en 2022" (hierna het vissterfteonderzoek 2021 - 2022), opgesteld door VisAdvies, zijn de resultaten van dat onderzoek neergelegd. Op dit rapport baseert RWE de conclusie dat sprake is van een geslaagd experiment als bedoeld in voorschrift 7, tweede lid, van de vergunning. De minister heeft in het besluit van 14 maart 2023 gesteld dat de sterfteproef uit 2022, waarop het vissterfteonderzoek 2021 - 2022 is gebaseerd, om diverse redenen niet representatief was. Hij heeft het experiment daarom niet als geslaagd aangemerkt. De minister heeft zich in zijn beslissing op het bezwaar mede gebaseerd op een op zijn verzoek uitgebracht advies van ATKB, gedateerd 16 maart 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4807
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202404441/1/R1

202406076/1/A2

Bij uitspraak van 23 augustus 2024 heeft de rechtbank het verzoek van het volkstuincomplex om het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk te veroordelen tot vergoeding van schade afgewezen. In geschil is of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het volkstuincomplex geen recht heeft op een schadevergoeding. Het volkstuincomplex heeft de rechtbank verzocht het college op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb te veroordelen tot vergoeding van de schade die zij als gevolg van het stilleggen van de graafwerkzaamheden zou hebben geleden. De schade bestaat onder andere uit herstelkosten van de PVC-riolering die in de afgegraven grond is geplaatst, kosten voor aan- en afvoer van materialen en hypotheekkosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4800
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202406076/1/A2

202406327/1/A3

Bij besluit van 26 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen een verzoek op grond van de Wet open overheid afgewezen. De procedure van [appellant] gaat over de Wet open overheid. De procedure is gestart met het indienen van een webformulier Woo-aanvraag. [appellant] maakte in beroep bij de rechtbank duidelijk dat hij erom vroeg de gegevens in de BAG te wijzigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4981
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202406327/1/A3

202406696/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2021 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens de klacht van [appellant] niet verder onderzocht. De AP heeft een zorgvuldig globaal bureauonderzoek verricht. Op grond van haar bevindingen heeft de AP gemotiveerd aangegeven waarom dit onderzoek niet uitwees dat regels op de naleving waarvan zij moet toezien, zijn overtreden. Deze motivering is niet onbegrijpelijk. Op grond van de haar gebleken feiten en omstandigheden mocht de AP beslissen af te zien van verder onderzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4982
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202406696/1/A3

202406795/1/R4

Bij besluit van 11 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 2 september 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 187,00, voor rekening van [appellante] komen. Bij besluit van 2 oktober 2024 heeft het college het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4809
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202406795/1/R4

202407172/1/V6

Bij besluit van 30 januari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 30.000,00 wegens zes overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingenen één overtreding van artikel 15a van de Wav. [appellante] is een groothandel in groente en fruit. Op 10 februari 2022 hebben opsporingsambtenaren van de Nationale Politie onderzoek gedaan bij een nevenvestiging van [appellante] in [plaats]. Op 5 april 2022 hebben inspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie nader onderzoek gedaan bij dezelfde nevenvestiging. De inspecteurs hebben op 22 september 2022 op ambtseed een boeterapport opgemaakt. Daarin constateerden zij dat [appellante] de Wav heeft overtreden door zes betrokkenen werkzaamheden te laten verrichten zonder dat [appellante] over tewerkstellingsvergunningen beschikte of de betrokkenen in het bezit waren van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. Deze werkzaamheden bestonden uit het sorteren, stapelen en vervoeren van goederen. Ook constateerden zij dat [appellante] voor een andere betrokkene niet heeft voldaan aan de vordering op grond van artikel 15a van de Wav.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4801
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202407172/1/V6

202407465/1/V6

Bij besluit van 5 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellante] heeft de staatssecretaris op 16 december 2022 verzocht om haar het Nederlanderschap te verlenen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat ernstige vermoedens bestaan dat [appellante] een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat de politierechter haar op 20 september 2021 heeft veroordeeld tot twee dagen gevangenisstraf en twintig uren taakstraf subsidiair tien dagen hechtenis, wegens wederspannigheid als bedoeld in artikel 181, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. De rehabilitatietermijn van vijf jaar, als bedoeld in de Handleiding RWN, paragraaf 5 van het beleid voor artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN, was ten tijde van het besluit van 7 december 2023 nog niet verstreken. Volgens de staatssecretaris doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die maken dat hij in afwijking van het beleid in de Handleiding RWN het Nederlanderschap aan [appellante] zou moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4818
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202407465/1/V6

202500480/1/V6

Bij besluit van 9 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] heeft de Angolese nationaliteit. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat er een ernstig vermoeden bestaat dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat uit zijn justitiële documentatie volgt dat [appellant] door de politierechter van de rechtbank Oost-Brabant op 2 februari 2023 is veroordeeld voor identiteitsfraude gepleegd op 21 augustus 2021. Hij heeft daarvoor een taakstraf van 80 uren gekregen, die hij op 16 mei 2023 heeft voltooid. Daarnaast heeft hij een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaar gekregen. [appellant] betoogt in zijn eerste hogerberoepsgrond dat de staatssecretaris het door hem overgelegde reclasseringsadvies van 16 september 2022 onvoldoende kenbaar heeft betrokken bij de belangenafweging in het besluit van 15 juni 2023 en dat de rechtbank dat niet heeft onderkend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4813
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202500480/1/V6

202501205/1/A3

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het Woo-verzoek afgewezen. De Afdeling onderschrijft de overwegingen 9 tot en met 17 van de rechtbank. Dit betekent: - dat het college terecht de reikwijdte van het verzoek heeft beperkt tot wat verzoeker zelf in diens verzoek heeft aangegeven; - dat voldoende zorgvuldig is gezocht naar het gevraagde document; - dat niet aannemelijk is dat de gevraagde rapportage en daarin opgenomen conclusies en aanbevelingen onder het college berustten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4983
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202501205/1/A3

202501402/1/A2

Bij beslissing van 26 juli 2023 heeft de toelatingscommissie namens de decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde aan [appellant] laten weten dat hij is toegelaten tot het schakelprogramma Actuariële Wetenschappen voor het studiejaar 2023-2024. Na zijn toelating is [appellant] in september 2023 met het schakelprogramma gestart. Na enkele weken de opleiding te hebben gevolgd, is hij tot de conclusie gekomen dat hij niet beschikte over het benodigde niveau aan voorkennis voor deze opleiding. Op 18 september 2023 heeft hij daarom besloten om zijn deelname hieraan te beëindigen. [appellant] heeft nog gevraagd of hij andere vakken buiten het schakelprogramma om kon volgen, maar dat was niet mogelijk. Ook kon zijn collegegeld niet gerestitueerd worden. Hij heeft zich uiteindelijk formeel per 1 maart 2024 voor de opleiding laten uitschrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4817
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501402/1/A2

202501855/1/A2

Bij beslissing van 30 augustus 2024 heeft de examencommissie Bouwkunde van de Technische Universiteit Eindhoven aan [appellant] een negatief bindend studievoortgangsbesluit gegeven. Bij beslissing van 20 januari 2025 heeft het college van beroep voor de examens het hiertegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] is in 2022-2023 begonnen met de premaster Bouwkunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Gedurende dit studiejaar is het hem niet gelukt de volledige premaster af te ronden. Bij beslissing van 18 september 2023 heeft de examencommissie hem uitstel verleend voor het behalen van de premaster op voorwaarde dat hij het volgende studiejaar het vak Calculus succesvol afrondt. Aan het einde van het studiejaar 2023-2024 had [appellant] het vak Calculus nog niet behaald. De examencommissie heeft hem het negatief bindend studievoortgangsbesluit gegeven. Dit betekent dat hij met de premaster moest stoppen en ook met de master, waarmee hij in 2023-2024 al was begonnen en waarvoor hij inmiddels 65 ECTS heeft behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4820
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501855/1/A2

202502414/1/R4

Bij besluit van 20 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op die dag spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 20 november 2024 is aangetroffen naast restafvalcontainer nummer 71448 aan de Vrieschgroenstraat in Zaandam. Niet in geschil is dat [appellant] de huisvuilzak daar heeft geplaatst. [appellant] betoogt dat het college de kosten van de verwijdering van de huisvuilzak niet redelijkerwijze bij hem in rekening heeft kunnen brengen. Hij wijst er op dat de afvalcontainer in kwestie vol of defect was en dat dat vaak zo is, volgens hem omdat de afvalcontainers worden gebruikt door de plaatselijke horecabedrijven. Hij heeft foto’s overgelegd, waarop te zien is dat er op verschillende tijdstippen veel huisvuil buiten de afvalcontainers ligt. Hij stelt dat het college hiervan op de hoogte is en in het verleden heeft toegezegd andere afvalcontainers te plaatsen, maar dat dat nooit is gebeurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4810
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202502414/1/R4

202504574/2/R4

Het college heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Klimaat en Groene Groei van 10 juli 2025, waarbij het door hem gemaakte bezwaar tegen het besluit van 11 december 2024, waarin de minister heeft ingestemd met het verzoek van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. tot verlenging van de productie uit gasveld Pieterzijl-Oost tot en met 2030, ongegrond is verklaard. Het college heeft op 12 augustus 2025 een pro forma beroepschrift ingediend. Hij heeft de gronden van zijn beroepschrift niet vermeld. Bij aangetekend verzonden brief van 13 augustus 2025 is het college gewezen op dit verzuim en is hij tot en met 10 september 2025 in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen. Hierbij is vermeld dat wanneer het college van deze gelegenheid geen gebruik maakt, hij ervan moet uitgaan dat niet-ontvankelijkverklaring zal volgen en dat zijn zaak dan niet inhoudelijk wordt behandeld. Het college heeft het verzuim niet tijdig hersteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4998
Datum uitspraak
8 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202504574/2/R4

202405560/2/R3

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Emmen, Centrum-Oost, Brandstoflocatie" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om 92 appartementen en 4 stadswoningen te realiseren aan de Wilhelminastraat, Julianastraat en de Molenstraat in Emmen. Het plangebied is momenteel braakliggend. Voorheen bevonden zich daar een bankgebouw met parkeervoorzieningen en woningen. Onderdeel van het plan is het realiseren van ondergrondse parkeerplaatsen ten behoeve van de woningbouwontwikkeling en een in- en uitrit vanaf het terrein op de Julianastraat. [verzoeker] en anderen kunnen zich niet met het plan verenigen wegens de gevolgen daarvan voor hun woon- en leefklimaat. Volgens hen is de beoogde bebouwing qua aard en schaal niet passend in de omgeving. Ook vrezen zij voor verkeer- en parkeeroverlast en stellen zij dat het plan afbreuk doet aan het historische en culturele erfgoed van de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4775
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202405560/2/R3

202406672/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4776
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406672/1/V1

202407453/1/V1

Referent heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4780
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407453/1/V1

202501452/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4752
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501452/1/V1

202501682/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4781
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501682/1/V1

202502961/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4782
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502961/1/V1

202502974/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4783
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502974/1/V1

202503219/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4784
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503219/1/V1

202503405/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4785
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503405/1/V1

202505049/2/V2

Bij besluit van 31 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoekster om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4834
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505049/2/V2

BRS.25.001130

Bij besluit van 1 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4724
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001130

BRS.25.001321

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 10 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door mr. G.J. van der Graaf, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4750
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001321

BRS.25.001370

Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 6 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4740
Datum uitspraak
7 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001370

202502661/1/V3

Bij besluit van 8 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4759
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502661/1/V3

202502924/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 6 mei 2025 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 1 april 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekend maakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E.G. Grigorjan, advocaat in 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4754
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502924/1/V1

202503335/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4761
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503335/1/V1

202504068/1/V3

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 22 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 18 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4763
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504068/1/V3

202504069/1/V3

Bij besluit van 29 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 17 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 18 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4767
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504069/1/V3

202504140/1/V3

Bij besluit van 10 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 19 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4766
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504140/1/V3

202504141/1/V3.

Bij besluit van 10 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4764
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504141/1/V3.

202504149/1/V3

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 1 maart 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4756
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504149/1/V3

202504153/1/V3

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 1 maart 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4758
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504153/1/V3

202504154/1/V3

Bij besluit van 23 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 11 maart 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4757
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504154/1/V3

202504498/1/V3

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4765
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504498/1/V3

202504742/1/V3

Bij brief van 25 augustus 2025 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om de uitspraak van 12 augustus 2025 te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4768
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Herziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202504742/1/V3

202504948/1/V3 en 202504948/2/V3

Bij besluit van 3 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 28 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door mr. T. der Bedrosian, advocaat in Enschede, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4748
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504948/1/V3 en 202504948/2/V3

202505049/1/V2

Bij besluit van 31 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 5 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N.R.H. Boon, advocaat in Roermond, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4755
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505049/1/V2

202505176/1/V2 en 202505176/2/V2.

Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4760
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505176/1/V2 en 202505176/2/V2.

BRS.24.000483

Bij besluit van 6 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4725
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000483

BRS.25.001231

Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4709
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001231

BRS.25.001296

Bij besluit van 19 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 9 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4727
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001296

202504087/1/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 3 juni 2025, waarbij de rechtbank zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 19 november 2024 ongegrond heeft verklaard. De uitspraak van de rechtbank van 3 juni 2025 is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. Gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, kan daartegen geen hoger beroep worden ingesteld. In haar uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447, heeft de Afdeling overwogen dat zij in het vervolg bij procedures die [appellant] bij haar aanhangig maakt steeds eerst zal onderzoeken of [appellant] ook met die nieuwe procedure misbruik van recht maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5027
Datum uitspraak
6 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504087/1/A3

202305864/1/V1

Bij besluit van 11 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 14 februari 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 8 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4742
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202305864/1/V1

202401042/1/V3

Bij besluit van 6 mei 2013 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken. Bij besluit van 16 maart 2015 heeft de staatssecretaris een herhaalde aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 14 november 2021 heeft de staatssecretaris een verzoek van appellant om bestuurlijke heroverweging van de besluiten van 6 mei 2013 en 16 maart 2015, afgewezen. Bij besluit van 10 september 2023 heeft de staatssecretaris het door appellant gemaakte bezwaar tegen het besluit van 14 november 2021 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4736
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401042/1/V3

202407227/1/V3

Bij brief van 25 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit). Bij uitspraak van 26 november 2024 heeft de rechtbank het door appellant tegen het verlengingsbesluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D.W.M. van Erp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4743
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407227/1/V3

202407463/1/V1

Betrokkenen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 19 november 2024 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 juni 2025 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4738
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407463/1/V1

202407464/1/V1

Betrokkenen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 9 december 2024 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 januari 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4747
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407464/1/V1

202407468/1/V1

Referent heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 21 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door referent ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 29 september 2025 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft referent, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4737
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407468/1/V1

202407470/1/V1

Referent, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 11 december 2024 in zaak nr. NL24.41577. De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend. Referent heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij referent opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4745
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407470/1/V1

202407672/1/V1

Referent heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 10 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door referent ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 29 september 2025 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft referent, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4732
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407672/1/V1

202502019/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 11 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 29 september 2025 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N.M. Weteling, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4741
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502019/1/V1

202502051/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 17 maart 2025 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 augustus 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Cetinkaya-Ahmad, advocaat in Den Haag, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4746
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502051/1/V1

202502146/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 17 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellanten ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 juni 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. H.J. Janse, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4734
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502146/1/V1

202502336/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 27 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 november 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.J. Janse, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4731
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502336/1/V1

202502607/1/V1

Referent heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 11 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door referent ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 1 april 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft referent, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4735
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502607/1/V1

202502666/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 7 mei 2025 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 januari 2027 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. P.L.M. Stieger, advocaat in 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4733
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502666/1/V1

202503061/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 2 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 november 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.J. Janse, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4730
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503061/1/V1

202505245/2/V2

Bij besluit van 16 oktober 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 29 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4751
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505245/2/V2

BRS.25.000752

Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4701
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000752

BRS.25.001329

Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4700
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001329

BRS.25.001331

Bij besluit van 21 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. Ook heeft zij geweigerd om verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 25 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4739
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001331

BRS.25.001336

Bij besluit van 20 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4699
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001336

202302394/1/R1

Bij besluit van 30 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een erfafscheiding aan de [locatie] in Heemskerk. [partij] heeft een erfafscheiding geplaatst op een plek waar voorheen een pad liep waarvan [appellant sub 1] en [appellant sub 2] jarenlang gebruik hebben gemaakt. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn het niet eens met de afsluiting van dit pad, omdat het pad volgens hen een openbare weg in de zin van de Wegenwet is. Volgens hen is de afsluiting zonder toestemming van de gemeenteraad in strijd met de Algemene plaatselijke verordening (APV). [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het pad geen openbare weg in de zin van de Wegenwet is en daarom artikel 2:10 van de APV niet is overtreden met de afsluiting van het pad. Volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] werd dit pad door veel bewoners en familie en vrienden van bewoners gebruikt en kan niet worden gezegd dat het pad geen grote, onbepaalde publieksgroep dient of geen functie vervult voor het afwikkelen van het openbare verkeer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4744
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202302394/1/R1

202406792/1/A2

[appellante] heeft bij de woningcorporatie Stichting Thuisvester verzocht om een urgentieverklaring. Vervolgens heeft zij vanwege het uitblijven van een reactie op haar verzoek om een urgentieverklaring beroep ingesteld bij de rechtbank. Drie dagen daarna heeft Thuisvester haar bericht dat zij een urgentieverklaring krijgt. Volgens haar heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucphen een dwangsom verbeurd, omdat niet tijdig op haar verzoek was beslist door Thuisvester.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4904
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202406792/1/A2

202407380/1/A2

[appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd op medische gronden. Hij is dakloos en heeft na een auto-ongeluk in 2022 te kampen met medische en psychische klachten, die invloed hebben op zijn dagelijkse functioneren. Het college heeft bij besluit van 21 december 2023 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van artikel 2.10.8, eerste lid, sub b van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. Volgens het college is de medische en psychische problematiek onvoldoende zwaarwegend en voldoet [appellant] niet aan de eis van een minimale behandelduur van zes maanden bij een psychiater of GGZ-instelling. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4887
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202407380/1/A2

202501413/1/A2

[appellante] woont samen met haar twee meerderjarige kinderen in een eengezinswoning die uit drie verdiepingen bestaat. Zij wil verhuizen naar een gelijkvloerse woning, omdat zij vanwege lichamelijke beperkingen niet meer lopend de trap op kan om de slaapkamer en de badkamer te bereiken. Zij wil geen traplift laten plaatsen, omdat dit voor haar een te grote psychische impact heeft. Ook wil zij met haar kinderen blijven wonen. Zij betoogt dat het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven desnoods toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4903
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501413/1/A2

202502000/1/A2

[appellant] verbleef ten tijde van belang in Amersfoort. Hij heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat hij na zijn scheiding graag een zelfstandige woning wil in de nabijheid van zijn kinderen die in Utrecht wonen. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 17 januari 2024 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd, omdat niet wordt voldaan aan verschillende voorwaarden uit artikel 28, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023. Het college heeft aan de afwijzing onder meer ten grondslag gelegd dat [appellant] niet aangemerkt kan worden als ingezetene en dat hij niet kan aantonen dat hij eerst zelf naar een oplossing heeft gezocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4905
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502000/1/A2

202503025/1/A2

Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het maken van bezwaar of het instellen van beroep zes weken. Die termijn is eveneens van toepassing voor het instellen van hoger beroep, zo volgt uit artikel 6:24 van de Awb. De Afdeling heeft het hogerberoepschrift pas op 27 mei 2025 ontvangen en daarmee is het ruimschoots te laat ingediend. [appellant] heeft daarover verklaard dat de uitspraak van de rechtbank naar zijn voormalige adres was verzonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4902
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503025/1/A2

202402680/1/V3

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4721
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402680/1/V3

202406686/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4720
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406686/1/V1

202407337/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4719
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407337/1/V1

202407347/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4712
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407347/1/V1

202407450/1/V1

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4718
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407450/1/V1

202407817/1/V3

Bij besluit van 9 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4723
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407817/1/V3

202407896/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4708
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407896/1/V1

202500898/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4706
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500898/1/V1

202501003/1/V1

Referent heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4710
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501003/1/V1

202502041/2/R1

Bij besluit van 13 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Gulpen-Wittemhet bestemmingsplan "Woningbouw Kleinveldjesweg Wijlre" vastgesteld. Het plan maakt het realiseren van zes levensloopbestendige woningen mogelijk. Het plangebied heeft betrekking op de locatie [locatie 1] in Wijlre, kadastraal bekend als Wijlre, sectie D, nummers 4041 en 4152 (gedeeltelijk). [partij is de initiatiefneemster van het plan en tevens eigenaresse van de betreffende gronden. [verzoeker] woont in de directe nabijheid van het plangebied op het adres [locatie 2] in Wijlre. Hij kan zich niet verenigen met het plan. [verzoeker] betoogt dat het bestemmingsplan in strijd met het verbod van vooringenomenheid van artikel 2:4 van de Awb en artikel 28 van de Gemeentewet is vastgesteld, omdat raadslid [persoon] zich had behoren te onthouden van deelname aan de beraadslaging en stemming over het besluit tot vaststelling van dit plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4702
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202502041/2/R1

202502165/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4713
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502165/1/V1

202502171/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4716
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502171/1/V1

202502277/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4703
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502277/1/V1

202502328/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4707
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502328/1/V1

202502430/1/V3

Bij besluit van 18 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4714
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502430/1/V3

202503099/1/V2

Bij besluit van 21 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4711
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503099/1/V2

202503591/1/V2

Bij besluit van 5 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4722
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503591/1/V2

202504178/1/V2

Bij besluit van 27 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4717
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504178/1/V2

202504696/1/V3

Bij besluit van 31 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4704
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504696/1/V3

202504710/2/A3

Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de burgemeester van Susteren onder aanzegging van bestuursdwang gelast het lokaal aan de [locatie] te Susteren te sluiten voor de duur van zes maanden. Archimede Holding, waarvan [persoon A] directeur is, is bestuurder en enig aandeelhouder van Archimede Trading, Archimede Real Estate en 2Clever Homeshopping. Archimede Real Estate is eigenaar van het pand. Archimede Trading exploiteert in het pand een onderneming die zich bezighoudt met handel, distributie, im- en export van tuinbouwproducten, electromaterialen en alle aanverwante producten, en het exploiteren van internetwinkels en homeshopping-sites van uiteenlopende producten. 2Clever Homeshopping exploiteert vanuit het pand een (web)shop in consumentengoederen. Op 10 september 2024 heeft een controle in het pand plaatsgevonden. De politie heeft de situatie ter plaatse opgenomen en een bestuurlijke rapportage opgesteld. Daarin wordt geconcludeerd dat [persoon A] wist of ernstige redenen had te vermoeden dat de ter plaatse te koop aangeboden en voorhanden zijnde voorwerpen bestemd waren voor de beroeps- of bedrijfsmatige dan wel grootschalige hennepteelt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4641
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504710/2/A3

202504766/1/V3

Bij besluit van 10 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 21 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.E.M. de Vries, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4753
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504766/1/V3

BRS.25.000451 en BRS.25.000486

Bij besluit van 25 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4635
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000451 en BRS.25.000486

BRS.25.000561

Bij besluit van 27 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4633
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000561

BRS.25.001160 en BRS.25.001167

Bij besluit van 6 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4628
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001160 en BRS.25.001167

BRS.25.001162 en BRS.25.001165

Bij besluit van 6 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4630
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001162 en BRS.25.001165

BRS.25.001313

Bij besluit van 14 december 2024 heeft de minister appellant opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij mondelinge uitspraak van 20 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D. Matadien, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4614
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001313

202302374/1/A2

De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 3.3 tot en met 3.7 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daaraan nog het volgende toe. Het gaat in deze zaak nog om compensatie op grond van de Wet herstel toeslagen van kosten van rechtsbijstand van [appellant] in een procedure over kinderopvangtoeslag. Het gaat in dit hoger beroep om toeslagjaar 2010.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4886
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202302374/1/A2
vorige pagina1...333435...1.245volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon