Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.613
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202100607/1/R4 en 202100609/1/R4

Bij besluit van 22 september 2020 (hierna: het besluit hogere waarden) heeft het college van burgemeester en wethouders van Lochem hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Diekink, fase 1". Het plan maakt de ontwikkeling van de eerste fase van het bedrijventerrein Diekink mogelijk. In de plantoelichting staat dat het gaat om netto 6,4 ha nieuw bedrijventerrein die kan worden uitgegeven. De aanleiding voor het plan is volgens de plantoelichting onder meer gelegen in de transformatie van het bestaande bedrijventerrein aan de Hanzeweg in Lochem naar een woon- en werklocatie. De realisatie van het nieuwe bedrijventerrein Diekink maakt het mogelijk om bedrijven die gevestigd zijn op het bedrijventerrein Hanzeweg te verplaatsen. Het plan voorziet in de ontwikkeling door aan de gronden onder andere de bestemmingen "Bedrijventerrein", "Groen" en "Verkeer" toe te kennen. De Stichting is gevestigd in Lochem.[appellant A] en anderen wonen of woonden in de directe omgeving van het plangebied aan de Rossweg in Laren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3219
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202100607/1/R4 en 202100609/1/R4

202102265/1/R4

Bij besluit van 29 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Houten het verzoek van Windpark Houten B.V. om de voor Windpark Houten geldende maatwerkvoorschriften, zoals opgenomen in het besluit van 11 juli 2012, in te trekken, afgewezen. Op 15 februari 2019 heeft Windpark Houten B.V. het college verzocht om de maatwerkvoorschriften die gelden voor het Windpark Houten, voor zover deze gelden voor geluid, in te trekken. Zij meende dat haar bedrijfsvoering door de gestelde maatwerkvoorschriften te veel werd beperkt. Bij besluit van 29 april 2019 heeft het college dit verzoek afgewezen. Het college wilde dat de maatwerkvoorschriften bleven bestaan, om zo de omwonenden zo goed mogelijk te blijven beschermen tegen geluidhinder. Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft het college het besluit van 29 april 2019 in stand gelaten, onder aanvulling van de motivering daarvan. Windpark Houten B.V. kon zich hiermee niet verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3269
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202102265/1/R4

202106820/1/A3

Bij besluit van 7 november 2019 heeft de burgemeester van Ridderkerk de woning aan de [locatie] in Ridderkerk voor drie maanden gesloten. [appellant A] en [appellant B] woonden samen met hun kinderen in de woning aan de [locatie] in Ridderkerk. Zij huurden de woning van Wooncompas. Tijdens een verkeerscontrole op 17 juli 2019 zijn bij de zoon van [appellant A] en [appellant B] 10 ponypacks met netto 3,9 g cocaïne aangetroffen. Aangezien de zoon in 2018 al een keer was aangehouden voor handel in verdovende middelen en er sindsdien nieuwe informatie over hem was binnengekomen bij de politie, heeft de politie besloten om de woning van [appellant A] en [appellant B] te doorzoeken. In de slaapkamer van de zoon werd daarbij het volgende aangetroffen: 11 ponypacks met netto 4,8 g cocaïne, € 800,00 aan papiergeld in biljetten van € 5,00 tot € 50,00 en € 226,10 aan muntgeld. Daarnaast is in de schuur het volgende aangetroffen: 23 ponypacks met netto 9,9 g cocaïne in een ladekast en 15 ponypacks met netto 6,1 g cocaïne in een dekentas op de wasmand. De bevindingen zijn door de politie neergelegd in de bestuurlijke rapportage van 6 augustus 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3266
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202106820/1/A3

202107549/1/A3 en 202107552/1/A3

Bij besluiten van 30 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aanvragen van [appellante sub 1] voor een exploitatievergunning voor het vervoeren van passagiers op de Amsterdamse grachten met de vaartuigen [boot 1] en [boot 2] afgewezen. [appellante sub 1] en Demi Trading hebben het college op 22 juli 2018, 9 en 18 oktober 2018 verzocht om exploitatievergunningen af te geven om passagiers te mogen vervoeren op de grachten van Amsterdam met verschillende vaartuigen. Het college heeft de aanvragen afgewezen, omdat de aanvragen niet zijn ingediend in de periode tussen 1 maart 2020 om 8:00 uur en 31 maart 2020 om 18:00 uur. Dat dat wel moest staat in artikel 1 van de Regeling uitgifteronde 2022 voor exploitatievergunningen passagiersvaart. De bezwaren van [appellante sub 1] en Demi Trading tegen die besluiten heeft het college op 5 juli 2019 en 13 november 2019 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft die besluiten rechtmatig geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3230
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202107549/1/A3 en 202107552/1/A3

202200788/1/A3

Bij besluit van 19 mei 2020 heeft de minister voor Medische Zorg aan [appellant] een vergunning verleend voor het bereiden en ter hand stellen van geneesmiddelen aan patiënten van zijn huisartsenpraktijk in een bij het besluit nader geduid gebied. [appellant] is sinds juli 2015 huisarts in Rouveen. In Rouveen is geen apotheker gevestigd. [appellant] wil daarom zelf medicijnen aan zijn patiënten kunnen verstrekken. Daarvoor heeft hij een vergunning nodig van de minister. Eerder heeft [appellant] al een vergunning gekregen voor het gebied van de lintbebouwing ten zuiden van de dorpskern Rouveen. Dat gebied wil hij uitbreiden met Nieuwleusen waaronder (de woonkern) Rouveen, een deel van Staphorst, een deel van De Meele en met De Lichtmis. Hij heeft daarom de minister gevraagd zijn vergunning te wijzigen. De minister heeft dat gedaan en [appellant] een vergunning gegeven voor het gevraagde gebied. De minister vond dat de vergunning in het belang van de geneesmiddelenvoorziening was. Volgens de minister volgt uit de tekst van de wet dat hij bij die beoordeling alleen de meest nabijgelegen apotheek betrekt. Apotheek De Veenhorst vindt dat de minister de vergunning niet mocht verlenen. De rechtbank is het daarmee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3258
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202200788/1/A3

202203475/1/A3

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 21 april 2022 in zaaknummer 20/5185. Boot2Go heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij verzocht om een vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het college heeft het hoger beroep bij brief van 18 maart 2025 ingetrokken. Boot2Go heeft daarop haar incidenteel hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht het college te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3144
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202203475/1/A3

202203859/1/R4

Bij besluit van 20 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe geweigerd aan Vabo een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een appartementencomplex met elf appartementen en het aanleggen van een uitweg in het plan Herenland op de locatie Nannenbergstraat in Opheusden. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning geweigerd omdat het bouwplan in strijd is met de in artikel 7, derde lid, onder 2, onderdeel a, van de planvoorschriften opgenomen beschrijving in hoofdlijnen en met het in artikel 10 van de planvoorschriften opgenomen bouwverbod. Ook als het bouwverbod niet zou gelden, is er volgens het college strijd met artikel 10 van de planvoorschriften, omdat het daarin opgenomen maximum aantal woningen zal worden overschreden na realisering van het bouwplan. Het college heeft verder aan de weigering ten grondslag gelegd dat het bouwplan niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Vabo stelt zich op het standpunt dat het college niet bevoegd was het weigeringsbesluit te nemen omdat al op 6 november 2019 een omgevingsvergunning van rechtswege was verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3259
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203859/1/R4

202204456/1/R4

Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren een omgevingsvergunning aan Naarden Vastgoed verleend voor het gedeeltelijk slopen en vergroten van het pand op het perceel Sint Annastraat 3 in Naarden, gemeente Gooise Meren. Naarden Vastgoed is eigenaar van het perceel. Het perceel ligt binnen de omwalling van de vesting Naarden. Naarden Vastgoed heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om de oude bebouwing op het perceel, waarin een restaurant werd geëxploiteerd, gedeeltelijk te slopen en te vergroten ten behoeve van een nieuw restaurant en vier appartementen. Door deze nieuwe ontwikkeling neemt de parkeerbehoefte toe. [partij A] en anderen wonen in de directe omgeving van het perceel. De nieuwe bebouwing is inmiddels gerealiseerd en de appartementen zijn in gebruik genomen. Naarden Vastgoed betoogt dat de rechtbank ten onrechte de omgevingsvergunning heeft herroepen. Volgens Naarden Vastgoed bestond geen aanleiding voor de rechtbank om zelf in de zaak te voorzien, omdat geenszins vaststaat dat het college alsnog zal weigeren om de omgevingsvergunning te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3210
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204456/1/R4

202204726/1/A3

Bij besluit van 8 december 2021 heeft de burgemeester van Maastricht de woning aan de [locatie] in Maastricht voor drie maanden gesloten. [appellant] huurde de woning aan de [locatie] in Maastricht. Naar aanleiding van een binnengekomen melding van energieleverancier Enexis heeft de politie op 3 augustus 2021 een onderzoek in de woning ingesteld. In de daarover op ambtseed opgemaakte sluitingsrapportage van 21 augustus 2021 staat dat in de woning in twee kamers een inrichting bestemd voor de kweek van hennepplanten werd aangetroffen. In de ene kamer werden 60 hennepplanten aangetroffen en in de andere 64. Uit onderzoek bleek dat de stroom illegaal werd afgenomen. De burgemeester heeft met het besluit van 8 december 2021 besloten om de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet en overeenkomstig het Damoclesbeleid Lokalen en Woningen 2019 Artikel 13b Opiumwet voor drie maanden te sluiten. Volgens de burgemeester gaat het om een ernstig geval dat een zichtbaar en effectief optreden tegen drugshandel noodzakelijk maakt. De woning maakt deel uit van het criminele circuit en met de sluiting wordt de woning daaraan onttrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2923
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202204726/1/A3

202205033/1/A3

Bij besluit van 15 januari 2021 heeft de burgemeester van De Wolden zijn beslissing om met toepassing van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, de herdershonden van [appellant sub 2A] en/of [appellant sub 2B] op 14 januari 2021 in beslag te nemen, op schrift gesteld. Sinds 2014 krijgt de burgemeester meldingen van incidenten waarbij honden van [appellant sub 2A] en/of [appellant sub 2B] zijn betrokken. In 2020 heeft de burgemeester meerdere meldingen over twee herdershonden van [appellant sub 2A] en/of [appellant sub 2B] genaamd Rex en Max ontvangen. Rex en Max zouden buiten het perceel van [appellant sub 2A] rondzwerven, ook in de nacht. Op 31 december 2020 hebben Rex en Max vijf schapen verwond waarna twee schapen zijn omgekomen. Naar aanleiding van dit incident heeft de burgemeester de herdershonden op 14 januari 2021 in beslag genomen op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, ook wel de lichte bevelsbevoegdheid genoemd. De burgemeester heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3223
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202205033/1/A3

202205234/1/A3

Bij vier afzonderlijke besluiten van 23 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam [appellante] en haar drie kinderen ambtshalve uitgeschreven uit de Basisregistratie personen en ingeschreven in de Registratie Niet-Ingezetenen. [appellante] en haar drie minderjarige kinderen stonden voorheen in de Brp ingeschreven op het adres [locatie] in Rotterdam. Op 22 november 2019 heeft woningcorporatie Stichting Woonbron aan het Centraal Meldpunt Persoonsgegevens gemeld dat [appellante] de zelfbewoningsplicht schaadt. De afdeling Burgerzaken is vervolgens op 2 december 2019 een adresonderzoek gestart. Na onderzoek was het college geen feitelijke verblijfplaats van [appellante] en haar kinderen bekend. Ook het adres [locatie] kon niet als zodanig gelden. [appellante] heeft volgens het college ook geen aangifte van adreswijziging doorgegeven. Bij afzonderlijke besluiten van 23 maart 2020 heeft het college [appellante] daarom per 2 december 2019 en haar kinderen per 10 januari 2020 ambtshalve uitgeschreven uit de Brp. Bij besluit van 20 juli 2020 heeft het college het bezwaar van [appellante] tegen de besluiten van 23 maart 2020 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3241
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202205234/1/A3

202205443/1/A3

Bij besluit van 29 juni 2021 heeft de burgemeester van Alkmaar besloten om de woning aan de [locatie] in Alkmaar voor twaalf maanden te sluiten. [wederpartij] woonde aan de [locatie] in Alkmaar. Deze woning huurde hij van Woonwaard. Naar aanleiding van een melding via Meld Misdaad Anoniem over de handel in drugs vanuit de woning van [wederpartij] heeft de politie een onderzoek ingesteld. De politie heeft tijdens observaties waargenomen dat [wederpartij] meerdere korte bezoekjes van enkele minuten aan zijn woning ontving. Sommige van deze personen waren bij de politie ambtshalve bekend in verband met antecedenten op het gebied van de Opiumwet. Tijdens het onderzoek heeft de politie daarnaast meerdere meldingen via Meld Misdaad Anoniem ontvangen over de handel in drugs vanuit de woning. De meldingen en de politieobservaties hebben op 24 maart 2021 geleid tot een onderzoek in de woning. In de daarover op ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage van 25 maart 2021 staat dat in de woning € 436,11 aan brief- en muntgeld is aangetroffen, evenals 9,43 g cocaïne, 18,01 g heroïne en 4 XTC-pillen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3262
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202205443/1/A3

202205713/1/A3

Bij besluit van 14 augustus 2020 heeft de burgemeester van Uithoorn de woning aan de [locatie] in De Kwakel voor drie maanden gesloten. [appellant A] en [appellant B] woonden met hun minderjarige dochter in de vrijstaande woning aan de [locatie] in De Kwakel. Op 16 juli 2020 is de politie de woning binnengevallen. Aanleiding daarvoor was dat de auto die op naam van [appellant B] stond, werd gesignaleerd bij een tuinbouwwinkel waarvan ambtshalve bekend is dat deze goederen levert die gebruikt kunnen worden voor hennepteelt en dat [appellant A] antecedenten heeft, onder andere voor het vervaardigen van softdrugs. Bij de doorzoeking van de woning is in een ondergrondse ruimte een kweekruimte aangetroffen. Die ondergrondse ruimte was met een losse ladder bereikbaar via een met een houten plank afgedekt gat in de grond. In het daarover op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van 16 juli 2020 staat dat in die ruimte een kweektent met 76 hennepplanten, een droogtent met een lamp, een sealbag met 227 gr gedroogde henneptoppen en vier assimilatielampen, twee koolstoffilters en een aan- of afzuiginstallatie zijn aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3265
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202205713/1/A3

202206002/1/R3

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk aan De Witte Raaf een last onder dwangsom opgelegd voor het gebruik in strijd met het bestemmingsplan van de recreatiewoningen aan De Witte Raaflaan 49, 62 en 68A en Ravenhof 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 10, 11, 12 (lees: 13), 14, 15 en 16 te Noordwijk. De Witte Raaf is exploitant van de recreatiewoningen op Duinpark de Witte Raaf in Noordwijk. De recreatiewoningen worden verhuurd aan particuliere derden. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Duinrand" geldt voor de gronden waarop de recreatiewoningen gesitueerd zijn de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie". Naar aanleiding van meerdere handhavingsverzoeken heeft de Omgevingsdienst West-Holland op 30 april 2019 en 6 mei 2019 controles uitgevoerd bij de recreatiewoningen gelegen aan De Witte Raaflaan en het Ravenhof. Tijdens deze controle is geconstateerd dat meerdere recreatiewoningen aan De Witte Raaflaan en het Ravenhof worden bewoond door arbeidsmigranten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3224
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206002/1/R3

202206003/1/R3

Bij besluit van 5 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk een last onder dwangsom opgelegd voor het gebruik in strijd met het bestemmingsplan van de recreatiewoningen aan Ravenhof 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 10, 11, 12 (lees: 13), 14, 15 en 16 te Noordwijk. Ravenhof is eigenaar van de recreatiewoningen aan het Ravenhof op Duinpark de Witte Raaf in Noordwijk. De recreatiewoningen worden verhuurd aan particuliere derden. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Duinrand" geldt voor de gronden waarop de recreatiewoningen gesitueerd zijn de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie". Naar aanleiding van meerdere handhavingsverzoeken heeft de Omgevingsdienst West-Holland op 30 april 2019 en 6 mei 2019 controles uitgevoerd bij de recreatiewoningen gelegen aan het Ravenhof. Tijdens deze controle is geconstateerd dat meerdere recreatiewoningen aan het Ravenhof worden bewoond door arbeidsmigranten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3225
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206003/1/R3

202206218/1/A3

Bij besluit van 15 september 2021 heeft de minister voor Rechtsbescherming het verzoek van [appellante] om verwijdering van persoonsgegevens afgewezen. [appellante] heeft een verzoek bij de minister ingediend om de bij de Raad voor de Kinderbescherming aanwezige dossiers van haar twee zonen te vernietigen. Dit verzoek heeft zij gedaan op grond van artikel 17 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De minister heeft het verwijderverzoek afgewezen, omdat de gegevens volgens hem bewaard moeten blijven op grond van de Archiefwet. Hij heeft de afwijzing van het verwijderverzoek in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft overwogen dat de verwerking van persoonsgegevens van de zonen van [appellante] in dit geval nodig is voor het nakomen van een wettelijke verwerkingsplicht zoals bedoeld in artikel 17, derde lid, aanhef en onder b, van de AVG. Naar het oordeel van de rechtbank rust op de RvdK een wettelijke verwerkingsverplichting op grond van de Archiefwet 1995.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3268
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202206218/1/A3

202206525/1/A3

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor zes maanden gesloten. [appellante] woonde samen met haar vader [persoon] in de woning aan de [locatie] in Rotterdam. Op 9 maart 2021 heeft er een grootschalig witwasonderzoek door de regionale recherche plaatsgevonden. Bij dit onderzoek werd [persoon] aangehouden en werd de woning doorzocht. In de door de politie aan de burgemeester gerichte brief van 15 april 2021 en de bestuurlijke rapportage van 7 april 2021 staat dat in de woning het volgende is aangetroffen: € 44.580,00, vijf pistolen, een minipistool, een vuurwapen in de vorm van een wandelstok, een wapenstok, een hakbijl, een wurgstok, een kruisboog, een boksbeugel, elf verschillende messen, vijf kobra’s, een gripzakje met netto 8 g MDMA, een gripzakje met netto 9,8 g cocaïne, een zakje met netto 4,5 g inositol en een zakje met netto 35,7 g lactose. De burgemeester heeft besloten om de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor zes maanden te sluiten. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat het gaat om een ernstig geval en dat de woning bekend is in het criminele circuit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2922
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Overzichtsuitspraak
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202206525/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202206525/1/A3

202206993/1/A3

Bij besluit van 23 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda een verzoek van [appellant] om [kind] als zijn kind in de basisregistratie personen te registreren, afgewezen. [appellant] heeft het college verzocht om [kind] in de brp te registreren als zijn kind. Hij heeft daartoe een geboorteakte van [kind] en een toestemmingsverklaring van de moeder overgelegd. De IND heeft deze documenten onderzocht en geconcludeerd dat zij echt zijn. Op 14 mei 2020 heeft het college met [appellant] een informatiegesprek gehouden. Tijdens dit gesprek heeft [appellant] onder meer verklaard dat [kind] bij zijn zus in Ghana woont, dat hij in 2002 is getrouwd met de moeder, maar inmiddels van haar is gescheiden, en dat hij niet bij de zogenoemde ‘Naming ceremony’ van [kind] aanwezig was. Van het huwelijk, de scheiding en de naamgevingsceremonie zijn geen officiële documenten aanwezig, aldus [appellant]. Aanvullend heeft [appellant] wel een ‘groei-‘ of ‘consultatieboekje’ met als titel ‘Child health records’ overgelegd. De IND heeft dit document onderzocht en geconcludeerd dat het waarschijnlijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven door de in het document genoemde instantie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3255
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202206993/1/A3

202207042/1/R3

Bij besluit van 30 maart 2020 heeft het college geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een in- en uitrit op het perceel [locatie] Rijnsburg. [appellant] woont aan het einde van de Monetstraat in een hoekwoning met een zijtuin. Hij wil zijn auto in de zijtuin parkeren. Om deze parkeerplaats met de auto te kunnen bereiken, is het nodig dat een uitweg wordt aangelegd. Hij heeft hiervoor een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend. Het college heeft zich in het besluit op bezwaar op het standpunt gesteld dat de omgevingsvergunning moet worden geweigerd ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg, als bedoeld in artikel 2:12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Katwijk. [appellant] is het niet eens met deze weigering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3227
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207042/1/R3

202207133/1/R1

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders Oost Gelre aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning op het perceel [locatie] in Lichtenvoorde. Op het perceel is in de bestaande situatie een bedrijf gevestigd. Het voorterrein is verhard en achterop het perceel staat een bedrijfsgebouw. Het perceel is gelegen in het bestemmingsplan "Woonwijken Lichtenvoorde" en heeft de bestemming "Bedrijf". Volgens die bestemming mag er ter plaatse een bedrijf van milieucategorie 1 of 2 gevestigd zijn. Ook het deel van het perceel van [appellant], gelegen achter zijn woning, heeft die bestemming. In de nabijheid van de beide bedrijfspercelen bevinden zich percelen met een woonbestemming. Het betreft al met al een gemengd gebied. [partij] wil op het voorterrein van zijn perceel een vrijstaande woning bouwen en een deel van het bedrijfsgebouw slopen. Hij heeft hiervoor een omgevingsvergunning aangevraagd die voorziet in de bouw van de woning. [appellant] woont op het naastgelegen perceel. Hij exploiteert op het perceel, achter zijn woning, een bedrijf in de handel en reparatie van motoren. Hij vreest voor een aantasting van zijn bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3226
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207133/1/R1

202207331/1/R2

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Venlo het bestemmingsplan "Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van huisvesting mogelijk voor 768 internationale werknemers die tijdelijk in Nederland verblijven. Daarnaast maakt het plan een herdenkingspark en een resomeercentrum mogelijk. Resomeren is een vorm van lijkbezorging. Deze is op dit moment niet toegestaan op grond van de Wet op de lijkbezorging. Sormac B.V. en anderen kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen. Akarton B.V. vreest dat haar uitbreidingsplannen geen doorgang kunnen vinden als gevolg van het bestemmingsplan. Sormac B.V. vreest voor beperkingen in haar bedrijfsvoering. Ook [appellant sub 1] en anderen kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen. Zij vrezen dat hun woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt aangetast door de komst van de huisvestingslocatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3197
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202207331/1/R2

202207489/1/R2

Bij besluit van 16 november 2022 heeft de raad van de gemeente Weert het bestemmingsplan "Zevensprong" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 67 appartementen in drie gebouwen met bijbehorende bergingen, parkeer- en groenvoorzieningen mogelijk in de wijk Moesel in Weert. De maximale bouw- en goothoogte van de gebouwen is 17 m. De woningen zijn bedoeld voor de sociale huur. [appellante sub 1] en anderen, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] wonen in de buurt van het plangebied. Zij vinden dat de appartementengebouwen te massaal zijn en niet passen binnen de wijk. Ook vrezen zij dat hun woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt aangetast door de komst van de woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3232
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202207489/1/R2

202300909/1/R3

Bij besluit van 9 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan aan de [locatie] in Leiden. [vergunninghouder] wil de aanbouw aan zijn woning aan de achterzijde vervangen en vergroten. Het college heeft hiervoor een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend. [appellanten] wonen naast [vergunninghouder] en zijn het hier niet mee eens, omdat zij vinden dat de aanbouw van vier meter te diep is en dit te veel (zon)licht wegneemt in hun woning en tuin.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3222
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202300909/1/R3

202301382/1/R1

Bij besluit van 10 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad geweigerd om aan [partij] in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen voor een aanbouw ten behoeve van mantelzorg op het perceel [locatie 1] in Koog aan de Zaan. Bij besluit van 7 augustus 2020 heeft het college [partij] onder oplegging van een dwangsom gelast om de aanbouw op het perceel te verwijderen en verwijderd te houden en het met het bestemmingsplan strijdige gebruik daarvan te beëindigen en beëindigd te houden. [partij] is eigenaar van het perceel en woont daar ook. In februari 2016 is aan de zij- en achterkant van de woning op het perceel een aanbouw gerealiseerd die de woning met de schuur verbindt. In de aanbouw en de schuur zijn een leefruimte en een badkamer gerealiseerd, zodat de woning geschikt werd voor het verlenen van mantelzorg voor de echtgenoot van [partij].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3229
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202301382/1/R1

202301921/1/A3

Bij besluit van 9 juli 2020 heeft de burgemeester van Nijmegen de woning aan de [locatie] in Nijmegen voor drie maanden gesloten. [wederpartij A] en [wederpartij B] huurden de woning aan de [locatie] in Nijmegen. Naar aanleiding van een politieonderzoek naar [wederpartij A] in verband met de handel in hennep is hij op 11 maart 2020 bij het verlaten van een coffeeshop aangehouden met een tas met 1,045 kg henneptoppen en een geldbedrag van € 9.870,00. Naar aanleiding daarvan heeft de politie de woning doorzocht. De bevindingen daarvan heeft de politie vastgelegd in de bestuurlijke rapportage van 28 april 2020. De burgemeester heeft naar aanleiding van de aangetroffen zaken in de woning besloten om de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor drie maanden te sluiten. Volgens de burgemeester is dat noodzakelijk omdat de woning onderdeel is van het criminele drugscircuit en de handel in drugs kan leiden tot openbare-ordeverstoringen en overlast, wat aantasting van het woon- en leefklimaat met zich brengt. De woning is feitelijk gesloten geweest van 17 augustus 2020 tot 17 november 2020. Het tegen de sluiting door [wederpartij A] en [wederpartij B] gemaakte bezwaar heeft de burgemeester ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3264
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202301921/1/A3

202302036/1/R1

Bij besluit van 10 juni 2020 heeft het college aan [appellant A en B] een omgevingsvergunning verleend voor het vergroten van de woning op het perceel [locatie] in Apeldoorn. De aangevraagde omgevingsvergunning heeft betrekking op het vergroten van de zolder van de woning op het perceel door het doortrekken van de kap. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak onder meer tot het oordeel gekomen dat het college niet bevoegd was te beslissen op het bezwaar van [appellant A en B] tegen het besluit van 6 oktober 2020, omdat daartegen alleen beroep openstond. Om die reden is het besluit van 3 mei 2021 vernietigd. Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat [appellant A en B] tijdig beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 6 oktober 2020 en heeft dat beroep ongegrond verklaard. [appellant A en B] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank als het gaat om haar oordelen of het college heeft verzuimd een omgevingsvergunning van rechtswege bekend te maken en of het college terecht heeft geweigerd de door [appellant A en B] aangevraagde omgevingsvergunning te weigeren, en het door de rechtbank uitgesproken schadevergoedingsbedrag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3253
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302036/1/R1

202302100/1/A3

Bij besluit van 6 mei 2021 heeft de burgemeester van Nijmegen de woning aan het [locatie] in Nijmegen vanaf 28 juni 2021 voor drie maanden gesloten. [appellant A] en [appellant B] huurden de woning aan het [locatie 1] in Nijmegen. Naar aanleiding van een melding via Meld Misdaad Anoniem is de woning van [appellant A] en [appellant B] op 23 maart 2021 doorzocht. In het daarover op ambtseed/ambtsbelofte opgestelde hennepbericht van de politie van 24 maart 2021 staat dat in een grote houten kast die stond in een gedeelde aanbouw achter de garages van [locatie 1] en 3324, een in werking zijnde hennepkwekerij met 25 hennepplanten is aangetroffen. Daarnaast werd in een soort van houten bouwwerk tegen de buitenmuur van de woning van [appellant A] en [appellant B] een doorgang gevonden naar een uitgegraven kruipruimte onder hun woning waar een volledig ingerichte, maar niet in werking zijnde, hennepkwekerij met 20 gevulde potten zonder hennepplanten werd aangetroffen. De stroomaanvoer was niet gemanipuleerd, maar na enig onderzoek bleek dat er een stroomkabel naar de buren op [locatie 2] liep. Daar was de stroommeter wel gemanipuleerd. In totaal heeft de politie 25 hennepplanten, 7 assimilatielampen, 3 koolstoffilters en een aan-/afzuiginstallatie in beslag genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3263
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202302100/1/A3

202302396/1/R3

Bij besluit van 9 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Raalte het bestemmingsplan "Buitengebied Raalte, part. herz. nr 59, omgeving Schanebroeksweg 11 en 13" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt op initiatief van [partij] de bouw van twee nieuwe burgerwoningen aan de Schanebroeksweg 11 en 13 in Luttenberg mogelijk. Dit is gebeurd met toepassing van de zogenoemde rood voor rood-regeling uit de gemeentelijke "Beleidsnota erven in beweging". Momenteel staan op deze locatie twee schuren en twee bedrijfswoningen van een voormalige melkveehouderij. De twee oude schuren zullen worden gesloopt en in de plaats daarvan worden de twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt. De twee bedrijfswoningen krijgen een reguliere woonbestemming. [appellant] en anderen zijn eigenaren, gebruikers en bewoners van de percelen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Zij zijn het niet eens met het mogelijk maken van de vier woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3245
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202302396/1/R3

202302651/1/A2

Bij besluit van 26 juli 2021 heeft de RDW aan CVE Holding medegedeeld haar verzoek om de in het kentekenregister geregistreerde CO2-uitstoot van het voertuig met kenteken […] te wijzigen, niet verder in behandeling te nemen. CVE Holding heeft het voertuig, een in Amerika geproduceerde Ford Mustang, uit Duitsland ingevoerd. Bij de inschrijving in het Nederlandse kentekenregister heeft zij het Duitse kentekenbewijs overgelegd, waarop een CO2-uitstoot van 179 gr/km stond. De RDW heeft in afwijking van het Duitse kentekenbewijs een CO2-uitstoot van 257 gr/km geregistreerd. De CO2-uitstoot van een voertuig is van belang voor de hoogte van de Belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992. Hoe hoger de uitstoot, hoe hoger de bpm. CVE Holding heeft een naheffingsaanslag bpm ontvangen van de inspecteur van de Belastingdienst. Volgens de Belastingdienst blijkt namelijk uit het kentekenregister van de RDW dat de CO2-uitstoot van het voertuig hoger is dan CVE Holding bij de bpm-aangifte heeft opgegeven. CVE Holding is van mening dat de geregistreerde CO2-uitstoot in het kentekenregister onjuist is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3220
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302651/1/A2

202302743/1/R2

Bij besluit van 28 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg het verzoek van [appellant] om onder meer handhavend op te treden tegen de verbodsborden bij de Avenhornstraat en het slot dat om het hek naast de Witbrantlaan Oost 36 is geplaatst, afgewezen. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Tilburg. Langs zijn perceel loopt een zaksloot met daarachter een omheind natuurgebied. [appellant] is sinds december 2020 voornemens een brug over de zaksloot te realiseren om het natuurgebied te kunnen bereiken. [appellant] heeft het college verzocht om het project, bekend onder MJP 176873, waarbij de zaksloot wordt omgevormd tot een permanente waterhoudende singel, onmiddellijk stop te zetten en maatregelen te treffen om de oorspronkelijke planologische opzet van het natuurgebied in de wijk Witbrant Oost te herstellen en obstakels, zoals verbodsborden, aan beiden kanten van de Avenhornstraat en het slot bij het hek aan de Witbrantlaan Oost te verwijderen. Verder heeft hij het college verzocht om energie te steken in het toegankelijk maken van het openbare gebied van Witbrant Oost.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3257
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302743/1/R2

202303107/1/A2

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand een door [appellant A] namens [appellant B] ingediende aanvraag om een toevoeging afgewezen. [appellant B] en zijn partner huurden een woning in Amsterdam. Zij zijn door hun voormalige verhuurder aansprakelijk gesteld voor de kosten die de verhuurder heeft gemaakt om gestelde schade aan het verhuurde te herstellen. [appellant B] en zijn partner hebben zich gewend tot [appellant A] om hen bij te staan in de procedure tegen verhuurder. [appellant A] heeft zowel namens [appellant B] als namens de partner van [appellant B] een aanvraag om een toevoeging ingediend bij de raad. De aanvraag om een toevoeging voor de partner is door de raad toegewezen en de aanvraag om een toevoeging voor [appellant B] is afgewezen. [appellant A] en [appellant B] zijn van mening dat deze afwijzing onterecht is en dat de raad twee toevoegingen had moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3159
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202303107/1/A2

202303330/1/A2

Bij besluit van 3 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] huurde sinds oktober 2014 een kamer in een woning in Nieuw-Vennep. Op 22 juli 2021 heeft de verhuurder samen met derden de woning betreden en [appellant] en zijn huisgenoten uit de woning gezet. Omdat [appellant] toen dakloos was heeft hij eind juli 2021 een urgentieverklaring aangevraagd. Hij woont sinds 25 augustus 2021 in een kamer in [plaats]. Tijdens het urgentiegesprek op 26 augustus 2021 heeft [appellant] aangegeven dat hij een kamer had gevonden in [plaats]. Op 13 september 2021 is zijn aanvraag besproken in de urgentiecommissie. De urgentiecommissie heeft besloten om medisch advies te vragen. Een arts van Argonaut heeft in de adviesrapportage van 23 november 2021 geconcludeerd dat de huidige woonsituatie in de kamer in [plaats] voor [appellant] geen acute bedreiging voor zijn gezondheid vormt en dat een verhuizing op korte termijn voor hem medisch niet noodzakelijk is. Het college heeft de aanvraag afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 september 2022 is het college bij die afwijzing gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3246
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303330/1/A2

202303402/1/R1

Bij besluit van 7 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van de twee bedrijfswoningen op het adres [locatie 1] en [locatie 2] in Egmond-Binnen in het gebruik als burgerwoningen. [appellante] is een groothandel in bloemen en planten en is gevestigd op het adres [locatie 3] in Egmond-Binnen. Zij heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om haar twee bedrijfswoningen op het adres [locatie 1] en [locatie 2] in Egmond-Binnen als burgerwoningen te gebruiken. [partij] heeft een tuincentrum op het naastgelegen adres [locatie 4] in Egmond-Binnen. Zij vreest dat de verruiming van de mogelijkheid om de woningen te bewonen haar zal beperken in haar bedrijfsvoering. De rechtbank heeft de omgevingsvergunning vernietigd naar aanleiding van het daartegen door [partij] ingestelde beroep. [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. [partij] heeft daartegen voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld. Het college heeft, hangende deze procedure, opnieuw de omgevingsvergunning verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3228
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303402/1/R1

202304050/1/A3

Bij besluit van 10 juni 2022 heeft de burgemeester van Rotterdam met een last onder bestuursdwang de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. Op 11 maart 2022 heeft de politie op basis van belastende informatie over de woning aan de [locatie] in Rotterdam en haar gebruikers een zogenoemde instap in de woning gedaan. Daarbij zijn in de woning acht Albanese mannen aangehouden op verdenking van het vervaardigen en/of bewerken van verdovende middelen. Bij doorzoeking van de woning zijn diverse oplosmiddelen voor extractie en kristallisatie van cocaïne aangetroffen, waaronder: 726 l ethylacetaat, 14,5 l ethanol, 42 l isopropylalcohol, 2 l ligroïne, 7 l zwavelzuur, 5 l methanol, 21 l aceton, 18 l zoutzuur, 16 kg boorzuur en zakken met fenacetine, piccaïne, tetromisole en cyclisch olefine copolymeer. Daarnaast zijn verpakkingsmaterialen en materialen ten behoeve van het persen aangetroffen. De bevindingen zijn door de politie vastgelegd in een bestuurlijke rapportage van 26 maart 2022 en een aanvullende bestuurlijke rapportage van 20 april 2022. [appellant] woonde op het moment van de instap door de politie op 11 maart 2022 nog niet in de woning. Hij is op 1 april 2022 een huurovereenkomst aangegaan met de eigenaar van de woning. Op 15 april 2022 is hij in het bezit gesteld van de sleutel van de woning. Per 2 mei 2022 staat hij op het adres ingeschreven in de Basisregistratie personen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3261
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304050/1/A3

202304133/1/R1

Op 8 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen [melkveehouderij], gelegen aan de [locatie 1] in Stiens, buiten behandeling gelaten. [melkveehouderij] heeft naast het perceel [locatie 1] in Stiens ook de percelen [locatie 2] en [locatie 3] in gebruik. Deze percelen hebben volgens het bestemmingsplan "Bûtengebiet en Doarpen" de bestemming "Agrarisch" met de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - bedrijfskavel grondgebonden agrarisch bedrijf". [appellant] woont aan de [locatie 4] in Stiens. [appellant] heeft het college op 7 september 2020, aangevuld op 23 september 2020, verzocht handhavend op te treden tegen het niet naleven van het bestemmingsplan "Bûtengebiet en Doarpen" door [melkveehouderij]. Volgens [appellant] kan [melkveehouderij] niet als grondgebonden bedrijf worden aangemerkt, omdat [melkveehouderij] meer koeien en mestkalveren houdt dan volgens de planregels bij een grondgebonden bedrijf is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3221
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304133/1/R1

202304477/1/A3

Bij besluit van 19 juli 2021 heeft de minister voor Rechtsbescherming een verzoek van [verzoeker] om de geslachtsnaam van het minderjarige kind [kind], geboren op [geboortedatum] 2014, te wijzigen van [achternaam appellant] in [achternaam verzoeker], ingewilligd. [verzoeker] heeft bij de minister een verzoek ingediend om de geslachtsnaam van [kind] te wijzigen van [achternaam appellant] in [achternaam verzoeker]. De minister heeft vastgesteld dat [verzoeker] onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek een aaneengesloten periode van vijf jaren heeft verzorgd en opgevoed en dat uit de gegevens in de basisregistratie personen blijkt dat [verzoeker] en [kind] nooit op hetzelfde adres ingeschreven hebben gestaan als [appellant]. Daarom heeft de minister met het besluit van 19 juli 2021 het verzoek, na een belangenafweging te hebben gemaakt, ingewilligd. Met het besluit van 16 december 2021 heeft de minister zijn standpunt gehandhaafd. [appellant] is het daarmee niet eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3234
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304477/1/A3

202306121/1/A3

Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming (thans: de staatssecretaris voor Rechtsbescherming) een verzoek van [wederpartij] om inzage in haar persoonsgegevens gedeeltelijk toegewezen. In 2019 heeft het Verwey-Jonker Instituut (hierna: VJI) in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna: het ministerie) onderzoek gedaan naar het binnenlandse adoptieproces van 1956 tot en met 1984 (hierna: het onderzoek). In het kader van het onderzoek werd het Aanmeldpunt afstand en adoptie (hierna: het Aanmeldpunt) opgericht. Het Aanmeldpunt was bedoeld om afstandsmoeders en -vaders, geadopteerden, adoptieouders en hulpverleners die hun verhaal wilden doen, te werven voor het onderzoek. Van de gesprekken met mensen die zich hadden aangemeld voor deelname aan het onderzoek zijn aanmeldverslagen opgemaakt door de instantie Fiom. Fiom heeft de aanmeldverslagen niet alleen verstuurd naar het VJI, maar ook naar het ministerie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3260
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202306121/1/A3

202306441/1/V1

Op 3 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem. Appellant heeft de Britse nationaliteit. De minister heeft hem op 3 november 2022 gesignaleerd in het SIS voor de duur van twee jaren. Volgens de minister van Asiel en Migratie zijn er concrete aanwijzingen dat de komst van appellant naar Nederland een gevaar vormt voor de openbare orde en de openbare rust. De minister heeft dat standpunt gebaseerd op het informatierapport van 31 oktober 2022 van de Dienst Regionale Informatie Organisatie van de politie Amsterdam. In dat rapport staat het volgende: ‘Op 6 december 2022 zal er in Amsterdam een demonstratie worden gehouden door ‘Samen voor Nederland’. Bij deze demonstratie is [appellant] door de organisatie uitgenodigd om te komen spreken. Deze uitnodiging leidde tot verontwaardiging bij onder andere Joodse organisaties en linkse groeperingen. Bij de gemeente Amsterdam zijn er drie kennisgevingen ingediend voor tegendemonstraties. Om de demonstratie in goede banen te leiden is er bij de Politie Eenheid Amsterdam een Groot Bijzonder Optreden (GBO) opgestart.’

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3254
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Verwijzingsuitspraak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306441/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202306441/1/V1

202306521/1/R2

Bij besluit van 24 november 2021 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de Bruine Bank aangewezen als een als Natura 2000-gebied aan te duiden speciale beschermingszone ter uitvoering van artikel 4, eerste en tweede lid, van de Vogelrichtlijn. De Bruine Bank is een zeegebied, dat ligt aan de westrand van het Nederlands Continentaal Plat ter hoogte van IJmuiden. De Bruine Bank is het leefgebied van verschillende vogelsoorten en functioneert als foerageer-, rui- en rustgebied van verschillende trekvogels. In de winter is het een belangrijk foerageergebied en in het najaar een belangrijk migratiegebied. De vraag die de Vogelbescherming en de staatssecretaris verdeeld houdt en die in deze uitspraak centraal staat, is of de staatssecretaris op grond van de Vogelrichtlijn alle vogels moet aanwijzen die in significante/meer dan verwaarloosbare aantallen voorkomen in een gebied of dat hij mag vasthouden aan zijn beleid waarbij de aanwijzing van een gebied voor ‘overige kwalificerende soorten’ afhankelijk is van de relatieve aanwezigheid van vogelsoorten in het Natura 2000-gebied ten opzichte van de Nederlandse of internationale biogeografische populatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3212
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • uitspraakin de zaak202306521/1/R2

202307056/1/A3

Bij besluit van 29 juni 2021 heeft de korpschef van politie (hierna: de korpschef) het verzoek van [appellant] tot inzage en verstrekking van politiegegevens deels toegewezen en deels afgewezen. [appellant] heeft op 23 mei 2017 kennis kunnen nemen van zijn politiegegevens. Bij een eerder besluit van 11 februari 2020 heeft de korpschef beslist op een verzoek van [appellant] van 9 juni 2019 als bedoeld in artikel 25 van de Wet politiegegevens om kennis te nemen van de door de politie over hem verwerkte politiegegevens. Dit besluit staat in rechte vast. Op 8 april 2021 heeft [appellant] de korpschef opnieuw verzocht om inzage en informatie op grond van de Wpg. Dit keer had [appellant] nadrukkelijk verzocht om de politiegegevens die de eenheid Rotterdam in het kader van haar politieonderzoek over hem heeft verwerkt. De korpschef heeft op dit verzoek beslist door te verwijzen naar het besluit van 11 februari 2020. De korpschef wijst erop dat het verzoek alleen kan zien op gegevens die na de laatste kennisneming door [appellant] op 23 mei 2017 zijn verwerkt of waarvan kennisneming eerder geweigerd is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3251
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202307056/1/A3

202307091/1/A3

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brunssum aan [appellant A] een last onder bestuursdwang opgelegd. Daarbij heeft het college bepaald dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening van [appellant A] komen. De last onder bestuursdwang is opgelegd wegens het stallen van caravans op een terrein aan de Emmaweg (bij de telefoonmast) in Brunssum. Dat is volgens het college in strijd met artikel 5:6, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Brunssum. In het besluit van 30 maart 2021 heeft het college de grondslag van de last onder bestuursdwang uitgebreid met overtreding van de beheersverordening "Woongebied 2e herziening". De last houdt in dat de overtreding van de APV vóór 1 november 2020 wordt beëindigd. Als gevolg van de uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank van 30 oktober 2020 en 16 november 2020 moest de last uiterlijk op 24 november 2020 zijn uitgevoerd. Omdat volgens het college niet aan de last was voldaan, heeft het college op 1 december 2020 bestuursdwang toegepast door twee op het perceel aanwezige caravans weg te slepen en op te slaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3252
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307091/1/A3

202307494/1/R3

Bij besluit van 15 september 2021 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor een tijdelijke woonunit, luifel en berging tot 1 januari 2023 op het perceel [locatie] in Zweeloo. Op 5 september 2013 is aan[partij] van rechtswege omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning met garage en paardenstal op het perceel. Deze omgevingsvergunning is bij uitspraak van de Afdeling van 4 november 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3377) onherroepelijk geworden. Op 14 juni 2021 heeft [partij] gevraagd om een verlenging van de looptijd van de omgevingsvergunningen met één jaar, omdat de bouw van de woning is vertraagd. Het perceel van [partij] grenst aan het perceel van [appellant]. [appellant] stelt door de woonunit te worden beperkt in zijn bedrijfsbelangen, omdat de woonunit binnen een afstand van 50 m van de mestplaats op zijn perceel staat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3211
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307494/1/R3

202401182/1/A3

Bij besluit van 26 juli 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming een verzoek van [partij], geboren op [geboortedatum] 1998, (hierna: [voornaam]) om zijn geslachtsnaam te wijzigen in [achternaam], toegewezen. [voornaam] heeft de minister verzocht om zijn geslachtsnaam te wijzigen van [appellant] in [achternaam]. De minister heeft vastgesteld dat uit de gegevens in de basisregistratie personen blijkt dat het huwelijk tussen de vader, [appellant], en de moeder, [naam moeder], van [voornaam] op 4 november 2008 is ontbonden. Ook is gebleken dat [voornaam] tijdens zijn minderjarigheid enige tijd is verzorgd en opgevoed door zijn moeder. Met het besluit van 26 juli 2022 heeft de minister het verzoek daarom, na een belangenafweging te hebben gemaakt, toegewezen. Met het besluit van 30 november 2022 heeft de minister zijn standpunt gehandhaafd, omdat het besluit volgens de minister niet onzorgvuldig tot stand is gekomen. Ook zijn de bedenkingen van [appellant] geen reden om het verzoek af te wijzen. Bij verzoeken om wijziging van de geslachtsnaam spelen problemen als ruzie, geen of slechte communicatie en/of verstandhouding geen rol, aldus de minister. [appellant] is het daarmee niet eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3233
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401182/1/A3

202401186/1/A3

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming een verzoek van [partij], om de geslachtsnaam van het toen nog minderjarige kind [kind], geboren op [geboortedatum] 2004, (hierna: [kind]) te wijzigen van [naam appellant] in [naam ex-partner], toegewezen. [naam ex-partner] heeft bij de minister een aanvraag ingediend om de geslachtsnaam van [kind] te wijzigen van [appellant] in [naam ex-partner]. [kind] heeft schriftelijk ingestemd met het verzoek en is, ondanks de bedenkingen van [appellant], daarbij gebleven. De minister heeft vastgesteld dat uit de gegevens in de basisregistratie personen blijkt dat het huwelijk tussen de vader, [appellant], en de moeder, [naam ex-partner], van [kind] op 4 november 2008 is ontbonden. Ook is gebleken dat [naam ex-partner] [kind] een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek heeft verzorgd en opgevoed. Met het besluit van 26 juli 2022 heeft de minister het verzoek daarom, na een belangenafweging te hebben gemaakt, toegewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3235
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401186/1/A3

202401334/1/A2

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd een private schuld van [appellant A] over te nemen. Bij uitspraak van 24 januari 2024 heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. In deze uitspraak zal de Afdeling eerst ingaan op de vraag of de rechtbank een onderzoek ter zitting achterwege heeft mogen laten op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Vervolgens zal de Afdeling ingaan op de vraag of de minister het bezwaar van [appellanten] niet-ontvankelijk heeft mogen verklaren wegens overschrijding van de termijn voor het maken van bezwaar. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb, het onderzoek ter zitting achterwege heeft gelaten. Zij betogen dat zij anders dan de rechtbank heeft aangenomen hebben verklaard dat zij gebruik willen maken van het recht op zitting te worden gehoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3244
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401334/1/A2

202401560/1/A2

[appellant] heeft de Dienst Toeslagen verzocht om herbeoordeling van zijn recht op kinderopvangtoeslag. Bij besluit van 7 februari 2022 heeft de Dienst Toeslagen dat verzoek afgewezen. [appellant] heeft zich bij de Dienst Toeslagen gemeld als ouder van wie ten onrechte de kinderopvangtoeslag is stopgezet en teruggevorderd. De Dienst Toeslagen heeft beslist dat [appellant] geen compensatie krijgt. Volgens de Dienst Toeslagen is er geen aanvraag van kinderopvangtoeslag van [appellant] bij haar bekend. Ook is niet gebleken dat aan [appellant] kinderopvangtoeslag is uitbetaald of van hem is teruggevorderd. Daarom is volgens de Dienst Toeslagen niet gebleken dat er bij [appellant] in de beoordeling van kinderopvangtoeslag fouten zijn gemaakt. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Zij heeft, kort samengevat, geoordeeld dat de Dienst Toeslagen zich op basis van zorgvuldig onderzoek terecht op het standpunt heeft gesteld dat [appellant] geen aanvrager van kinderopvangtoeslag is geweest en niet in aanmerking komt voor compensatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3256
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401560/1/A2

202402157/1/A2

Bij besluit van 10 maart 2022 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] voor een uitkering uit het schadefonds afgewezen. In de nacht van vrijdag 8 oktober 2021 op zaterdag 9 oktober 2021 is [appellant] in het Vondelpark bestolen van zijn elektrische fiets en telefoon. Daarbij is hij met een scherp voorwerp gestoken in zijn handen en arm. Vrijwel direct daarna heeft hij aangifte gedaan bij de politie. Op 19 november 2021 heeft [appellant] een aanvraag voor een uitkering ingediend bij de commissie. Deze aanvraag is op 10 maart 2022 afgewezen, omdat het lichamelijke letsel niet kan worden aangemerkt als ernstig. De ernst van de psychische klachten heeft de commissie niet kunnen beoordelen, omdat [appellant] daarvoor niet in behandeling is. Vervolgens heeft de commissie beoordeeld of het - zonder beoordeling van medische informatie - ernstig psychisch letsel op basis van het geweldsmisdrijf kan vooronderstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3236
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202402157/1/A2

202403153/1/V6

Bij besluit van 30 november 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 17 september 2021 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij in 2008 heeft gewerkt als tolk voor [persoon], voormalig commandant van Afghan Security Guard voor Kamp Holland in Uruzgan, Afghanistan. [appellant] stelt dat hij in die hoedanigheid gedurende vijf maanden heeft samengewerkt met de Nederlandse overheid, omdat hij heeft getolkt tussen de Nederlandse militairen en ASG. De minister heeft het verzoek afgewezen. [appellant] heeft tijdens de evacuatiefase namelijk geen oproep gekregen naar aanleiding van de motie Belhaj (Kamerstukken II 2020/21, 27 925, nr. 788). Ook behoort [appellant] niet tot een van de twee groepen waarvoor het kabinet bij brief van 11 oktober 2021 (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; hierna: de Kamerbrief) een speciale voorziening in het leven heeft geroepen, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3217
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403153/1/V6

202403177/1/R2

Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda geweigerd handhavend op te treden tegen het gebruik van een bosperceel als mountainbikeparcours in het Cadettenkamp in Teteringen, gemeente Tilburg. [wederpartij] is eigenaar van een bosperceel in het Cadettenkamp in Teteringen. Over zijn perceel loopt een deel van een mountainbikeparcours. Het parcours heeft een totale lengte van ongeveer 35 km en loopt over het grondgebied van de gemeenten Breda en Oosterhout. Op 14 februari 2023 heeft [wederpartij] het college verzocht om handhavend op te treden tegen het gebruik van zijn bosperceel en dat van omliggende bospercelen als mountainbikeparcours. Volgens [wederpartij] is het parcours in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Noordoost", op grond waarvan op de percelen de bestemming "Natuur" rust. Extensief recreatief medegebruik is op de percelen toegestaan. Volgens [wederpartij] is er geen sprake van extensief recreatief medegebruik.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3218
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403177/1/R2

202403319/1/R2

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de raad van de gemeente Meierijstad het bestemmingsplan "Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de planologische basis voor de bouw van 241 woningen in het gebied tussen Plein, Langstraat en Venushoek in Schijndel. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] wonen aan de Langstraat en Spoorlaan, in de directe nabijheid van het plangebied. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefomgeving, door onder meer overlast van het extra verkeer. De raad heeft volgens hen onvoldoende rekening gehouden met de belangen van omwonenden. Ruimte voor Ruimte C.V. is de initiatiefnemer van de planontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3231
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403319/1/R2

202403333/1/V6

Bij besluit van 24 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [wederpartij] om hem het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [wederpartij], zijn vrouw en oudste dochter komen uit Mongolië. Zijn jongste dochter is in Nederland geboren. Het gezin is in het bezit van verblijfsvergunningen regulier op grond van de Definitieve regeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen. Op 3 december 2020 heeft [wederpartij] samen met zijn vrouw en meerderjarige dochter naturalisatieverzoeken ingediend, waarbij hij ook heeft verzocht om medenaturalisatie van zijn destijds minderjarige dochter. De staatssecretaris heeft de naturalisatieverzoeken van zijn vrouw en oudste dochter ingewilligd, maar het verzoek van [wederpartij] zelf en van zijn jongste dochter afgewezen. De staatssecretaris heeft aan de afwijzing van het verzoek van [wederpartij] ten grondslag gelegd dat hij zijn nationaliteit niet heeft aangetoond, omdat hij geen geldig paspoort heeft overgelegd. Hiermee heeft [wederpartij] niet voldaan aan de documenteis die geldt voor de verlening van het Nederlanderschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3267
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202403333/1/V6

202403466/1/A2

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om een toevoeging van [appellant A] namens [appellant B] afgewezen. [appellant B] en haar partner hadden een geschil met het college van burgemeesters en wethouders van Amsterdam, waarbij hen samen een bestuurlijke boete was opgelegd. Het daartegen gemaakte bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat was ingediend. [appellant A] heeft hen bijgestaan in de hoger beroepsprocedure, waarvoor hij twee toevoegingen heeft aangevraagd bij de raad. De raad heeft de toevoeging voor de partner ingewilligd en de aanvraag om een toevoeging voor [appellant B] afgewezen. [appellant A] en [appellant B] zijn van mening dat deze afwijzing onterecht is en dat de raad ook aan [appellant B] een toevoeging had moeten verlenen. De raad heeft op grond van artikel 28, aanhef en onder b, en artikel 32 van de Wet op de rechtsbijstand, de aanvraag voor een toevoeging voor [appellant B] afgewezen. Volgens de raad heeft [appellant B] hetzelfde rechtsbelang als haar partner en vallen de werkzaamheden van [appellant A] onder het bereik van de toevoeging die is verleend aan de partner van [appellant B].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3247
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202403466/1/A2

202403762/1/R3

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de raad van de gemeente Nissewaard het bestemmingsplan "Gemeenlandsedijk Noord Abbenbroek" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de noordzijde van de bebouwde kom van Abbenbroek. Abacus Civiel B.V. wil daar 46 woningen bouwen. Omdat op grond van de beheersverordening "Gemeenlandsedijk Noord 23, 25 en 31 te Abbenbroek" geen woningbouw is toegestaan, heeft de raad het bestemmingsplan vastgesteld. [appellant A] en [appellant B] wonen naast het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan en hebben daarom beroep ingesteld. [appellant A] en [appellant B] hebben in hun nadere stuk van 16 april 2025 aangevoerd dat de raad had moeten kiezen voor een alternatieve inrichting van het plangebied en dat in het plan ten onrechte niet is geborgd dat de huizen worden voorzien van een zadeldak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3215
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202403762/1/R3

202404210/1/A3

Bij besluit van 13 april 2023 heeft de burgemeester van Delft de woning aan het [locatie] in Delft voor drie maanden gesloten. [appellant] huurde de woning aan het [locatie] in Delft van Stichting Woonbron. Hij stond ook op dit adres ingeschreven, net als zijn zoon [naam zoon 1]. In een bestuurlijke rapportage van de politie van 29 januari 2023 staat dat op 26 januari 2023 drie personen - waaronder de vriendin van de zoon van [appellant] - staande zijn gehouden omdat zij drugs en daaraan gerelateerde goederen bij zich hadden op het moment dat zij de woning verlieten terwijl zij die spullen niet bij zich hadden toen zij de woning betraden. Zo was een man in het bezit van een doos met daarin meerdere blokken cannabis/hasj (bruto 2.967,3 g) met daarop roodgroengekleurde stickers waarop stond ‘Cherry Breeze’ en ‘Rolls Royce’. Een tweede man droeg een bigshopper met daarin roodgroengekleurde stickers met daarop de tekst ‘Cherry Breeze’. Ook bleek deze man € 1.058,55 aan contant geld op zak te hebben. De vriendin van de zoon van [appellant] verliet de woning met een bigshopper waarin meer dan de toegestane gebruikershoeveelheid henneptoppen zaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2924
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202404210/1/A3

202404436/1/R4

Bij besluit van 7 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 14 mei 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 14 mei 2024 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Van Ruysbroekstraat 171 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar zij stelt dat zij niet degene is geweest die hem naast de ORAC heeft gezet. Zij voert aan dat zij de doos naar haar weten op een daarvoor bestemde ophaaldag in maart 2024 bij haar in de straat heeft aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3242
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202404436/1/R4

202405370/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Hulst het bestemmingsplan "Absdaalseweg 19, Zoetevaart 8 Hulst" vastgesteld. [appellant] woont aan de [locatie] in Hulst. Een deel van het plangebied bevindt zich aan de overkant van de Zoetevaart. Lafoma Projectontwikkeling wil op deze locatie woningen bouwen en heeft om dat mogelijk te maken een aanvraag ingediend voor het wijzigen van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voorziet daarin. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan erin om de supermarkt die nu op die locatie is gevestigd, te verplaatsen naar een locatie aan de Absdaalseweg. Die laatste locatie vormt het andere deel van het plangebied. appellant] maakt zich zorgen over de mogelijkheid dat tegenover zijn woning een gebouw van 15 m hoog mag worden gebouwd. Ook vindt hij dat hij onvoldoende is betrokken bij de besluitvorming. [appellant] maakt zich zorgen over de mogelijkheid dat tegenover zijn woning een gebouw van 15 m hoog mag worden gebouwd. Ook vindt hij dat hij onvoldoende is betrokken bij de besluitvorming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3216
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202405370/1/R1

202405626/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer het bestemmingsplan "Vijfhuizen d’Yserinckweg 1" vastgesteld. Op het perceel aan de d’Yserinckweg 1 in Vijfhuizen staat een hoofdgebouw met uitbouw. Op de begane grond bevindt zich een vestiging van detailhandel en daarboven bevindt zich een woning. Dos Hombres is initiatiefnemer van de bouw van een appartementencomplex met zes woningen op het perceel d’Yserinckweg 1 in Vijfhuizen. Het bestemmingsplan voorziet in die ontwikkeling. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan in parkeerplekken. Het huidige hoofdgebouw blijft staan, maar de detailhandel op de begane grond maakt plaats voor een woning. [appellant] woont naast het voorziene appartementencomplex op het perceel aan [locatie]. Hij is het niet eens met het besluit, omdat hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat als gevolg van de voorziene ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3214
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405626/1/R1

202407336/1/V2

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkene heeft de Jemenitische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2003. Hij is geboren en opgegroeid in Saoedi-Arabië, waar hij tot 2022 legaal heeft gewoond, omdat zijn vader daar een verblijfsvergunning had. Hij heeft nooit in Jemen verbleven. Betrokkene heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zijn vader zijn destijds minderjarige zus heeft uitgehuwelijkt aan een familielid in Jemen en dat zij samen naar Europa zijn gevlucht om dit huwelijk te voorkomen. Bij terugkeer naar Jemen vreest hij door zijn vader en familie te worden vermoord en hij stelt niet naar Jemen te kunnen wegens de algemene humanitaire omstandigheden en oorlogssituatie daar. Verder vreest hij gedwongen te worden gerekruteerd door de Houthi-rebellen, die de macht hebben in het gebied waar zijn familie woont en dat hij gevangengezet wordt, omdat hij als verrader of spion wordt gezien vanwege zijn verblijf in Saoedi-Arabië.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3154
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407336/1/V2

202407906/1/V2

Bij besluit van 26 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft de Jemenitische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2006. Hij komt uit Aden en hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij vreest voor de oorlog, bombardementen en rekrutering in Jemen. Ook zijn vader is bedreigd wegens zijn werk in het onderwijs. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen. Volgens haar heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege individuele omstandigheden een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van ernstige schade wegens het willekeurige geweld in Jemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3153
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407906/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202407906/1/V2

202500607/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2024 heeft een examinator het eindwerkstuk Rechtsgeleerdheid (hierna: het eindwerkstuk) van [appellant] met het cijfer 4,5 beoordeeld. [appellant] was in studiejaar 2023-2024 student bij de bacheloropleiding rechtsgeleerdheid. Naar aanleiding van een minnelijke schikking met de examencommissie mocht [appellant] een aangepast traject volgen om zijn eindwerkstuk voor deze opleiding te schrijven. Het traject had tot doel dat hij alsnog in dat studiejaar zijn eindwerkstuk zou afronden. Aan dit traject heeft de examencommissie voorwaarden verbonden, die [appellant] met het aanvaarden van de minnelijke schikking heeft geaccepteerd. Als voorwaarde is onder meer gesteld dat [appellant] een nieuw onderzoeksvoorstel mocht schrijven, met als deadline 20 mei 2024. Bij goedkeuring mocht hij zijn eindwerkstuk schrijven, waarvoor 15 augustus 2024 als deadline gold. De presentatie zou dan in de laatste week van augustus plaatsvinden. Verder staat in het schikkingsvoorstel dat [persoon] als begeleider zou fungeren en de tweede beoordelaar door de universiteit zou worden gekozen. In de minnelijke schikking is verder uitdrukkelijk vermeld dat van bovengenoemde data niet kon worden afgeweken om een afronding voor 1 september 2024 te kunnen realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3250
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500607/1/A2

202501086/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2024 heeft de BSA-commissie UvA Economie en Bedrijfskunde, namens het instellingsbestuur, aan [appellant] een bindend negatief studieadvies uitgebracht. Bij beslissing van 14 januari 2025 heeft het college van beroep voor de examens het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] is in het studiejaar 2023-2024 gestart met de bacheloropleiding Business Administration. Aan het eind van het eerste studiejaar heeft hij 42 van de 60 EC behaald. Niet in geschil is dat hij daarmee niet aan de eis van 48 EC voor een positief advies voldeed. Het CBE heeft het administratief beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] te laat was met het indienen ervan en hij geen goede reden hiervoor heeft gegeven. [appellant] betoogt dat de examencommissie zijn e-mailbericht van 18 september 2024 had moeten opvatten als een administratief beroep gericht tegen het afgegeven BNSA.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3248
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501086/1/A2

202501575/1/A2

Bij beslissing van 3 september 2024 is aan [appellant] het cijfer 5,5 toegekend voor tentamendeel 2 van de cursus Inleiding privaatrecht. [appellant] heeft bij de Open Universiteit de cursus ‘Inleiding privaatrecht’ gevolgd. Voor deze cursus geldt dat per 1 september 2023 de lesstof niet meer wordt getoetst in één tentamen, maar dat de lesstof is opgesplitst en wordt getoetst over meerdere tentamens. Dit wordt binnen de OU ‘just-in-time’-toetsen genoemd. De tentaminering van de cursus bestaat daarom per 1 september 2023 uit het afleggen van twee digitaal individueel tentamens (DIT) en een bijzondere verplichting in de vorm van een opdracht. De twee deeltentamens tellen samen mee voor 80% van het eindcijfer voor de cursus. De bijzondere verplichting telt mee voor 20% van het eindcijfer. Deeltentamen 1 bestaat uit alleen meerkeuzevragen. Deeltentamen 2 bestaat uit meerkeuzevragen en een open vraag. In geschil is de wijze waarop vorm is gegeven aan deeltentamen 2 en de beoordeling daarvan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3249
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501575/1/A2

202501645/1/A2

Bij beslissing van 25 augustus 2024 heeft de examinator van de masteropleiding Communicatie- en Informatiewetenschappen (track Digital Humanities) van de faculteit der letteren van de Rijksuniversiteit Groningen de masterscriptie van [appellante] met het cijfer 5,1 beoordeeld. [appellante] heeft voor de masteropleiding Communicatie- en Informatiewetenschappen een masterscriptie ingeleverd, die met een onvoldoende is beoordeeld. De herkansing is ook met een onvoldoende beoordeeld. Tegen de vaststelling van het cijfer van de herkansing heeft [appellante] administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens van de Rijksuniversiteit Groningen, waarna een schikkingsgesprek heeft plaatsgevonden. De uitkomst van dat gesprek was dat de scriptie wordt beoordeeld door een nieuwe beoordelaar. Deze beoordelaar heeft de scriptie vervolgens met het cijfer 4,3 beoordeeld. De beoordelaar heeft twee van de drie onderdelen opnieuw beoordeeld, te weten ‘Content’ en ‘Rapportage’. [appellante] heeft op de zitting bij het CBE aangegeven dat het door haar ingestelde administratief beroep zich nog enkel richt tegen deze derde/laatste beoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3243
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501645/1/A2

202501969/1/A2

Bij beslissing van 28 augustus 2024 heeft de HU Immigration Unit, namens het College van Bestuur van de Hogeschool Utrecht, aan [appellant] meegedeeld dat hij is afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst en dat zijn verzoek om herinschrijving per 1 september 2024 is afgewezen. [appellant] is een internationale student. Hij is in 2022-2023 begonnen met de bacheloropleiding International Business aan de Hogeschool Utrecht. De Hogeschool Utrecht is een erkende referent als bedoeld in artikel 2c van de Vreemdelingwet 2000, die de mogelijkheid heeft om via een vereenvoudigde procedure de benodigde documenten voor haar studenten aan te vragen. Middels die procedure heeft [appellant] een verblijfsvergunning voor het doel ‘studie’ gekregen. Om zijn verblijfsvergunning te behouden moet [appellant] in het kader van de Wet modern migratiebeleid voldoen aan de jaarlijkse studievoortgangsnorm, zoals uitgewerkt in de artikelen 3.87a en 3.91b van het Vreemdelingenbesluit 2000, artikel 1 van de Regeling normering studievoortgang vanwege verblijfsvergunningen in verband met studie en de artikelen 6.5 en 6.6 van de Gedragscode internationale student hoger onderwijs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3240
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501969/1/A2

202502045/1/A2

Bij beslissing van 19 juli 2024 is aan [appellant] medegedeeld dat zij voor de tweede gelegenheid behorend bij het vak GLB: Conflict of Laws het eindcijfer 4,5 heeft behaald. Het in het procesverloop genoemde vak heeft twee tentamengelegenheden. De eerste gelegenheid bestaat uit een paper dat voor 30% meetelt voor het eindcijfer en een schriftelijk tentamen dat voor 70% meetelt voor het eindcijfer van het vak. De tweede gelegenheid bestaat alleen uit een schriftelijk tentamen. Deze telt voor 100% mee voor het eindcijfer voor het vak. De tweede gelegenheid van het vak vond plaats op 10 juli 2024. De normering van het schriftelijk tentamen van de eerste gelegenheid van het vak is aangepast, waardoor de cijfers van de eerste gelegenheid zijn verhoogd met één punt voor alle deelnemende studenten. De cijfers van de tweede gelegenheid zijn niet aangepast. [appellant] heeft voor de tweede gelegenheid van het vak het eindcijfer 4,5 behaald. Zij heeft hiertegen administratief beroep ingesteld. Het CBE heeft dit beroep ongegrond verklaard en daarbij, kort gezegd, geoordeeld dat de vaststelling van het cijfer op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Hiertegen heeft [appellant] beroep ingesteld bij de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3239
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502045/1/A2

202502189/1/A2

Bij beslissing van 4 september 2024 heeft de directeur van de Dienst Student- en Onderwijszaken, namens het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam, het verzoek van [appellant] om het instellingstarief voor de master Geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam te verlagen ter hoogte van het wettelijk tarief, afgewezen. [appellant] heeft de bachelor en master Tandheelkunde afgerond aan de VU. In studiejaar 2023-2024 heeft hij de pre-master Geneeskunde aan de VU afgerond, waarna hij in september 2024 is begonnen aan de master Geneeskunde; ook aan de VU. Hij beoogt daarmee specialist te worden in mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie. [appellant] heeft het CvB verzocht het instellingstarief voor de master Geneeskunde aan de VU te verlagen naar het wettelijk tarief. Hij beoogt namelijk hetzelfde doel en voldoet aan dezelfde criteria als de studenten met een medische achtergrond die het zij-instroomprogramma tandheelkunde volgen aan de VU; voor die studenten is het verlaagde instellingstarief van toepassing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3238
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502189/1/A2

202502777/1/A2

Bij beslissing van 4 december 2024 hebben de examinatoren van de masteropleiding Rechtsgeleerdheid de herkansing van [appellant] van zijn masterthesis beoordeeld met een 5,1. Bij beslissing van 3 april 2025 heeft het college van beroep voor de examens van Tilburg University het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard [appellant] staat sinds september 2020 ingeschreven voor de masteropleiding Rechtsgeleerdheid. Om zijn opleiding af te kunnen ronden moet hij alleen nog het vak Masterthesis Strafrecht behalen. Hij heeft op 4 november 2024 een 5,2 behaald voor de eerste gelegenheid van de masterthesis. Hij heeft na de herkansingsfase een nieuwe versie van zijn masterthesis ingeleverd. Voor deze herkansing heeft hij op 4 december 2024 een 5,1 behaald. [appellant] heeft hiertegen administratief beroep ingesteld. Het CBE heeft dit beroep ongegrond verklaard en daarbij, kort gezegd, geoordeeld dat de vaststelling van het cijfer op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Hiertegen heeft [appellant] beroep ingesteld bij de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3237
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502777/1/A2

202503181/1/A2

Bij uitspraak van 28 mei 2025, in zaak nr. 202501533/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:2440, heeft de Afdeling het beroep van [verzoekster] tegen het besluit van 23 januari 2025 ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt: "De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3213
Datum uitspraak
16 juli 2025
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202503181/1/A2

202303412/1/V3

Bij besluit van 21 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3195
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202303412/1/V3

202407503/1/V3

Bij besluit van 11 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 12 december 2024 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de maatregel door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van 12 december 2024 bevolen en schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3182
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407503/1/V3

202502410/2/R3

Bij besluit van 20 februari 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Lumière" vastgesteld. Verder heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor onder meer de bouw van 263 woningen en een hotel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3303
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202502410/2/R3

202503491/2/R4

Bij besluit van 27 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd om een perceelafscheiding, twee overkappingen, een poort met gesloten hekwerk en twee poeren op het perceel [locatie] in Arnhem te verwijderen en verwijderd te houden. [verzoeker] is eigenaar van het landgoed [landgoed] gelegen aan de [locatie] in Arnhem. Naar aanleiding van een klacht van omwonenden heeft een toezichthouder van de Omgevingsdienst Regio Arnhem op 12 mei 2023 een controle verricht op het perceel van [verzoeker]. Tijdens die controle heeft de toezichthouder geconstateerd dat op het perceel van [verzoeker] een aantal bouwwerken zonder omgevingsvergunning zijn gebouwd. Het gaat om een perceelafscheiding in de vorm van planken, twee overkappingen, een poort met gesloten hekwerk aan de zijde van de Kemperbergerweg en twee poeren aan de zijde van de Menthenbergseweg. Bij besluit van 27 december 2023 heeft het college [verzoeker] gelast om de overtredingen te beëindigen en beëindigd te houden door de bouwwerken te verwijderen en verwijderd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3157
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503491/2/R4

202503583/2/V2

Bij besluit van 10 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3283
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503583/2/V2

202503672/2/V2

Bij besluit van 19 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3282
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503672/2/V2

BRS.25.000303

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3161
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000303

202300730/2/R3

Bij brief, ingekomen op 23 juni 2025 heeft de Stichting verzocht om wraking van staatsraad mr. C.H. Bangma als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202300730/1/R3. De Stichting heeft aan haar verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraad zich bij de behandeling van haar zaak op de zitting vooringenomen en partijdig heeft gedragen. Zij voert aan dat de staatsraad op voorhand een voorkeur voor het gemeentelijk standpunt heeft gegeven. Volgens de Stichting zei de staatsraad op de zitting weliswaar dat hij onafhankelijk was, maar, in het kader van het verwachtingspatroon, ook dat hij meeging in het oordeel van de rechtbank Noord-Nederland en de gemeente dat de in de zaak aan de orde zijnde werkzaamheden zonder omgevingsvergunning konden worden uitgevoerd. Volgens de Stichting is de staatsraad vervolgens op al haar argumenten niet ingegaan en heeft die niet besproken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3194
Datum uitspraak
15 juli 2025
  • Wraking
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300730/2/R3

202305739/1/V1 en 202305739/2/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3199
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305739/1/V1 en 202305739/2/V1

202400281/1/V1

Bij besluit van 16 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 12 juni 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3168
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400281/1/V1

202400373/1/V3

Bij besluit van 22 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3175
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400373/1/V3

202402159/1/V3

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat betrokkene geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft betrokkene ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2023 te verlaten. De staatssecretaris heeft dit besluit op 13 februari 2024 ingetrokken. Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris vastgesteld dat betrokkene met ingang van 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en heeft zij betrokkene opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3178
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402159/1/V3

202402161/1/V3

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat betrokkene geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft betrokkene ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2023 te verlaten. De staatssecretaris heeft dit besluit op 6 februari 2024 ingetrokken. Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris vastgesteld dat betrokkene met ingang van 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en heeft zij betrokkene opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3179
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402161/1/V3

202403972/1/V2

Bij besluit van 22 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N.C. Blomjous, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3180
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403972/1/V2

202500553/1/V2

Bij besluit van 16 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.J.M. Nijholt, advocaat in Emmen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3181
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500553/1/V2

202502707/2/R3

Bij besluit van 25 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Smallingerland het bestemmingsplan "Drachten - Tussendiepen Vaartzijde" gewijzigd vastgesteld. Deze zaak gaat over het bestemmingsplan "Drachten - Tussendiepen Vaartzijde". Dit bestemmingsplan maakt op een aantal bestaande bedrijfspercelen aan het Tussendiepen (oneven nummers) in Drachten de realisatie van bedrijfswoningen, schiphuizen, scheepshellingen en insteekhavens met ligplaatsen mogelijk. De bedrijfspercelen grenzen aan de achterzijden aan de Drachtster Feart. Een deel van de Drachtster Feart maakt eveneens deel uit van het plangebied. [verzoeker] en anderen wonen aan de [locatie 1] tot en met [locatie 2] in Drachten. De achterzijden van hun percelen grenzen aan de Drachtster Feart. Zij zijn het niet eens met het bestemmingsplan en hebben daarom beroep ingesteld. Ze hebben daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Zij willen zo onomkeerbare gevolgen voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3172
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202502707/2/R3

202503381/1/V2 en 202503381/2/V2

Bij besluit van 17 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3176
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503381/1/V2 en 202503381/2/V2

202503559/1/V3 en 202503559/2/V3

Bij besluit van 25 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 17 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. van Werven, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3169
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503559/1/V3 en 202503559/2/V3

202503659/2/V1

Bij besluit van 26 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3177
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503659/2/V1

BRS.25.000478

Bij besluit van 29 maart 2025 heeft een ambtenaar van de Koninklijke Marechaussee appellant opgedragen om zich op te houden in de internationale lounge op de luchthaven Schiphol.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3156
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000478

BRS.25.000566

Bij besluiten van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkenen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3158
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000566

BRS.25.000630

Bij besluit van 14 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3160
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000630

BRS.25.000776

Bij besluit van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3152
Datum uitspraak
14 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000776

202305715/1/V1

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3166
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202305715/1/V1

202501657/1/V3

Bij besluit van 4 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3163
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501657/1/V3

202502648/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 11 april 2025 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister vóór 1 april 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt en dat de minister aan appellanten een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag dat zij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3167
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502648/1/V1

202503416/1/V1

Bij besluit van 10 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 15 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Appellant is in de gelegenheid gesteld om zich nader uit te laten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3165
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503416/1/V1

202503560/2/V2

Bij besluit van 18 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3164
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503560/2/V2

BRS.25.000797

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3077
Datum uitspraak
11 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000797

202500437/1/V3.

Bij besluit van 12 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3148
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500437/1/V3.

202502356/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3082
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502356/1/V1

202503099/2/V2

Bij besluit van 21 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 22 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3151
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503099/2/V2
vorige pagina1...293031...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon