Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.554
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202505259/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 7 augustus 2025 van de rechtbank Midden­-Nederland. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit op bezwaar van 19 november 2024 ongegrond verklaard. In dat besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum de afwijzing van het verzoek van [appellant] om een bewonersparkeervergunning in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2964
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505259/1/A3

202505404/1/A2

De minister heeft op 3 augustus 2022, gehandhaafd bij besluit van 7 augustus 2023, vastgesteld dat de woning van [verzoekster] voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. Naar aanleiding van het daartegen door [verzoekster] ingestelde beroep heeft de Afdeling bij tussenuitspraak van 2 oktober 2024 de minister opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van de overwegingen ervan, de gebreken in het besluit van 7 augustus 2023 te herstellen. [verzoekster] heeft verzocht om herziening van de tussenuitspraak van 2 oktober 2024. Daarbij wijst [verzoekster] erop dat zij pas op 23 september 2025 ermee bekend is geworden dat de Tijdelijke commissie versterking (TCV) genoemd in artikel 8, gelezen in samenhang met artikel 15, van het Besluit versterking gebouwen Groningen (BvgG), niet is ingesteld om over versterkingszaken te beslissen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2763
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505404/1/A2

202505613/3/A3

Bij uitspraak van 23 februari 2026, in zaak nr. 202505613/2/A3, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling zich onbevoegd verklaard om van het hoger beroep van [oppossant] tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag in zaken nrs. 25/5469, 25/2187, 24/8125 en 25/2817 (lees: 25/5469, 25/2187, 24/8125 en 24/8125 V) en tegen een brief van de rechtbank van 20 oktober 2025 kennis te nemen. De Afdeling kan zich alleen zonder zitting onbevoegd verklaren om van een hoger beroep kennis te nemen als dat ‘kennelijk’ het geval is (artikel 8:54 van de Awb). Die term ‘kennelijk’ betekent dat er geen twijfel mogelijk is dat de Afdeling niet mag beslissen op het hoger beroep, omdat zij niet de bevoegde rechter is. Als tegen zo’n ‘kennelijk’-uitspraak verzet wordt ingesteld, moet de rechter die op dat verzet beslist beoordelen: (a) of de Afdeling terecht heeft geoordeeld dat zij niet de bevoegde rechter is, en (b) of daar geen twijfel over mogelijk is. Daarbij neemt de rechter alle argumenten van de indiener mee die te maken hebben met die onbevoegdverklaring. Dat kunnen ook nieuwe feiten of nieuwe argumenten zijn die daar over gaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2975
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505613/3/A3

202505669/1/A2

Bij besluit van 17 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard een bushalte ingesteld op de Binnenbaan ter hoogte van de kruising met de Ghijseland en bepaald dat deze maatregel ingaat vanaf het moment dat de bebording en markering zijn aangebracht. [appellanten] wonen in de woning aan de [locatie]. De woning ligt in de buurt van de Binnenbaan. [appellanten] hebben kennisgenomen van de publicatie van het verkeersbesluit nadat zij een melding kregen via Overheid.nl over de plaatsing van bushaltes op de Binnenbaan ter hoogte van de kruising van de Ghijseland. De bushalte is aanvankelijk, op 6 januari 2025, ter hoogte van de woning aan de Binnenbaan met huisnummer 13 aangelegd (de vorige locatie). Nadat de bushalte op 16 januari 2025 werd verplaatst naar de huidige locatie, hebben [appellanten] onderzoek naar het verkeersbesluit gedaan en, bij brief van 18 januari 2025, alsnog daartegen bezwaar gemaakt. [appellanten] hebben desgevraagd in een brief van 2 februari 2025 als reden voor het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift gegeven dat de inhoud van het verkeersbesluit onvoldoende duidelijk en concreet is. Verder hebben zij in die brief gewezen op persoonlijke omstandigheden, zoals een verhuizing, drukke banen en een druk gezinsleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2725
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202505669/1/A2

202505735/1/A2

Bij beslissing van 10 juni 2025 heeft de examencommissie van het Aventus Lyceum (examencommissie) de uitslag van het eindexamen van [appellant] vastgesteld. [appellant] heeft administratief beroep ingesteld tegen de beslissing van 10 juni 2025. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen de weigering een beslissing op het door hem ingestelde administratief beroep te nemen. [appellant] volgde in het schooljaar 2024-2025 een havo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) aan het Aventus Lyceum. [appellant] heeft geen beoordeling gekregen voor het schoolexamen van het vak Kunst, omdat hij voor vier onderdelen van het schoolexamen geen cijfer heeft behaald. Zonder beoordeling van het schoolexamen mocht hij niet deelnemen aan het centraal eindexamen voor het vak Kunst. Hierdoor heeft hij geen examenresultaat gekregen voor dat vak en is hij gezakt voor het eindexamen havo. Zonder havo-diploma kan hij de door hem gewenste vervolgopleiding tot docent biologie niet afronden. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen een brief van het Aventus Lyceum van 24 september 2025. Volgens [appellant] behelst die brief een weigering om een besluit te nemen als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht. Hij is het niet eens met deze weigering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2764
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505735/1/A2

202600091/1/R4

Bij besluit van 25 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen zijn beslissing om op 22 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 10 lid 1 sub b Afvalstoffenverordening Groningen en artikel 11 onder 1 en 5 van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Groningen 2025 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 212,10 voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 22 september 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van het Hyadenpad in Groningen. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop zijn adresgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2748
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600091/1/R4

202600213/1/A2

Bij beslissing van 20 juni 2025 heeft de examencommissie van de Academie Business en Communicatie van de HAN University of Applied Sciences (examencommissie) de tweede toetskans voor het tentamen Portfolio H-MAR van [appellant] beoordeeld met een 5. [appellant] was student aan de opleiding Commerciële Economie van de Academie Business en Communicatie van de HAN University of Applied Sciences. De examencommissie heeft het tentamen Portfolio H-MAR van [appellant] in de eerste kans beoordeeld met een 4. Dit tentamen is het afstudeerwerk van de opleiding Commerciële Economie, waarbij studenten een portfolio moeten indienen dat bestaat uit bewijsstukken waarmee zij aantonen dat zij de vereiste eindkwalificaties beheersen. Na de onvoldoende beoordeling van de eerste kans heeft een beoordelingsgesprek met de examinatoren plaatsgevonden, waarin [appellant] een toelichting kon vragen op deze beoordeling. Voor de tweede toetskans heeft [appellant] een aangepaste versie van het portfolio ingediend. Dit is door de examencommissie beoordeeld met een 5.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2735
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600213/1/A2

BRS.25.000567

Bij besluit van 2 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie bepaald dat betrokkene wordt overgedragen aan Duitsland. De minister was in eerste instantie voornemens om betrokkene over te dragen aan Duitsland nadat betrokkene in Nederland een asielverzoek had ingediend. De Duitse autoriteiten hadden het terugnameverzoek van de minister op 24 augustus 2023 afgewezen. Die autoriteiten gaven daarbij aan de minister te kennen dat Polen toen nog verantwoordelijk was voor de behandeling van het asielverzoek tot 21 september 2024, omdat de overdrachtstermijn dan zou verstrijken. De minister heeft naar aanleiding van deze reactie van de Duitse autoriteiten op 25 augustus 2023 bij de Poolse autoriteiten een terugnameverzoek ingediend. De Poolse autoriteiten hebben dat verzoek op 31 augustus 2023 geaccepteerd. De Poolse autoriteiten stelden daarbij voor dat de minister voor een eventuele overdracht aan Polen contact zou opnemen met de Duitse autoriteiten om te controleren of de verantwoordelijkheid niet inmiddels naar Duitsland was verschoven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2668
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000567

BRS.25.000720

Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie bepaald dat appellant wordt overgedragen aan Duitsland. De minister heeft op 8 augustus 2024 een terugnameverzoek ingediend bij de Roemeense autoriteiten. Die autoriteiten hebben dat verzoek op 14 augustus 2024 geweigerd, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van het asielverzoek. Naar aanleiding daarvan heeft de minister op 19 augustus 2024 een terugnameverzoek ingediend bij de Duitse autoriteiten, maar die autoriteiten weigerden dat verzoek op 21 augustus 2024, omdat Roemenië volgens de Duitse autoriteiten verantwoordelijk zou zijn. De overdrachtstermijn tussen Roemenië en Duitsland zou volgens de Duitse autoriteiten namelijk eindigen op 30 november 2024. Naar aanleiding van die weigering heeft de minister op 21 augustus 2024 aan de Roemeense autoriteiten verzocht om de eerdere weigering van 14 augustus 2024 te heroverwegen. De Roemeense autoriteiten hebben dat gedaan en het terugnameverzoek geaccepteerd op 27 augustus 2024. De minister stelt zich op het standpunt dat de termijn om een terugnameverzoek bij de Duitse autoriteiten in te dienen is aangevangen op 13 februari 2025, het moment dat de Roemeense autoriteiten aan de minister te kennen hebben gegeven dat de verantwoordelijkheid voor de behandeling van het asielverzoek van appellant op Duitsland is overgegaan. Appellant stelt zich op het standpunt dat de termijn is aangevangen op 1 december 2024, te weten het moment dat Duitsland verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van het asielverzoek van appellant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2679
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000720

202504485/1/V1

Verzoekers hebben het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Asiel en Migratie krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te vergoeden. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan verzoekers is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2699
Datum uitspraak
12 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504485/1/V1
vorige pagina1...217218219...12.656volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon