Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.564
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404546/1/A3

Bij besluit van 18 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ameland het verzoek van [appellant] om documenten openbaar te maken op grond van de Wet open overheid ingewilligd. Bij brief van 24 oktober 2022 heeft [appellant] het college verzocht om openbaarmaking van documenten waarin de onderbouwing staat voor de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing in de gemeente Ameland over de jaren 2018 tot en met 2021, en een raming voor 2022. Bij het besluit van 18 januari 2023 heeft het college een aantal documenten openbaargemaakt. Het college heeft het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat [appellant] geen belang had bij een besluit op het bezwaar aangezien alle door hem verzochte documenten zijn openbaargemaakt. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat hij geen procesbelang meer had in bezwaar. Volgens de rechtbank komt de stelling van [appellant] dat meer documenten aanwezig moeten zijn eruit voort uit dat hij van mening is dat de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing in die documenten niet voldoende is onderbouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4209
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202404546/1/A3

202404840/1/R2

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek aan KS NL32 B.V. (Kronos Solar) een omgevingsvergunning verleend voor de duur van 25 jaar voor het bouwen van een zonnepark op de percelen met de kadastrale aanduidingen Q 1235, Q 1424 en Q 1425 aan de Ansbaldweg in Diessen. Kronos Solar wil een zonnepark ontwikkelen aan de Ansbaldweg in Diessen. Bij besluit van 20 november 2020 heeft het college voor dit zonnepark een omgevingsvergunning verleend. Over die omgevingsvergunning heeft de Afdeling uitspraak gedaan op 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1291. De Afdeling overwoog in die uitspraak dat het college niet heeft gemotiveerd waarom het zonnepark wordt toegestaan op een plek die in de voorkeursvolgorde van de zonneladder op de laatste plaats komt, namelijk in het buitengebied. De omgevingsvergunning is daarom in strijd met artikel 3.41, eerste lid, aanhef en onder a, van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4218
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404840/1/R2

202404841/1/R2

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek aan KS NL34 B.V. (Kronos Solar) een omgevingsvergunning verleend voor de duur van 25 jaar voor het bouwen van een zonnepark op de percelen met de kadastrale aanduidingen N 1670, N1676, N1679 en N1680 aan de Oirschotsedijk in Haghorst. Kronos Solar wil een zonnepark ontwikkelen aan de Oirschotsedijk in Haghorst. Bij besluit van 20 november 2020 heeft het college voor dit zonnepark een omgevingsvergunning verleend. Over die omgevingsvergunning heeft de Afdeling uitspraak gedaan op 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1290. De Afdeling overwoog in die uitspraak dat het college niet heeft gemotiveerd waarom het zonnepark wordt toegestaan op een plek die in de voorkeursvolgorde van de zonneladder op de laatste plaats komt, namelijk in het buitengebied. De omgevingsvergunning is daarom in strijd met artikel 3.41, eerste lid, aanhef en onder a, van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4219
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404841/1/R2

202404877/1/R3

Bij besluit van 28 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Dinkelland het bestemmingsplan "Denekamp, Brandlichterweg Diekmanweg" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om ten hoogste 21 woningen te realiseren op de locatie Brandlichterweg/Diekmanweg ten noordoosten van het centrum van Denekamp. De locatie is in de huidige situatie onbebouwd en ingericht als grasland. [appellant] is eigenaar van een aantal percelen rondom het perceel [locatie], waarop zijn woning zich bevindt. [appellant] kan zich niet verenigen met het plan omdat hij vreest voor een verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie op enkele van zijn percelen. De percelen waarop hij stelt wateroverlast te ondervinden zijn kadastraal aangeduid als gemeente Denekamp, Sectie O, nummers 176 en 181. Deze percelen bevinden zich ten (zuid)westen van het plangebied. Ter plaatse is de waterhuishoudkundige situatie volgens [appellant] in de bestaande situatie al slecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4205
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202404877/1/R3

202405240/1/V6

Bij besluit van 24 januari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 1.250,00, omdat zij niet op tijd heeft voldaan aan de inburgeringsplicht. In een brief van 8 oktober 2018 heeft de staatssecretaris [appellante] laten weten dat zij inburgeringsplichtig is. Zij is in het bezit van een verblijfsvergunning op grond van artikel 8, onder a, van de Vw 2000. Haar inburgeringstermijn is op 17 augustus 2018 gestart en zij moest, nadat de staatssecretaris deze termijn een aantal keer heeft verlengd, voor 13 augustus 2022 aan haar inburgeringsplicht voldoen. Omdat [appellante] niet op tijd aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de staatssecretaris haar een boete opgelegd. [appellante] betoogt dat het haar niet valt te verwijten dat zij niet op tijd aan haar inburgeringsplicht heeft voldaan. [appellante] voert daartoe aan dat zij drie maanden aaneengesloten ziek was, waardoor de staatssecretaris de inburgeringstermijn had moeten verlengen. In de bezwaarprocedure heeft zij haar medisch dossier overgelegd, waaruit volgens [appellante] volgt dat zij ernstige medische klachten had.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4221
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202405240/1/V6

202406840/1/V6

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de door [appellant] afgelegde verklaring ter verkrijging van het Nederlanderschap geweigerd te bevestigen. Op 22 september 2023 heeft [appellant] bij de Nederlandse ambassade in Paramaribo de optieverklaring afgelegd ter verkrijging van het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Bij besluit van 14 november 2023 heeft de minister geweigerd de optieverklaring te bevestigen. Volgens de minister voldoet [appellant] niet aan de vereisten van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder k, van de wet. De rechtbank heeft geoordeeld dat uit het formulier van de optieverklaring volgt dat [appellant] de optieverklaring op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder k, van de RWN heeft afgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de omvang van het geding zich dan ook beperkt tot de vraag of de minister terecht de optieverklaring op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder k, van de RWN niet heeft bevestigd. In beroep heeft [appellant] volgens de rechtbank geen gronden aangevoerd tegen het standpunt van de minister dat hij niet voldoet aan de vereisten van die bepaling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4234
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202406840/1/V6

202406890/1/R1

Bij besluit van 3 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het uitvoeren van lichte bedrijfsactiviteiten bestaande uit lichte handmatige recyclewerkzaamheden in een loods op het perceel [locatie 2] in Wieringerwaard. [appellant] woont op het perceel [locatie 1] in Wieringerwaard. Op het naastgelegen perceel [locatie 2] is op ongeveer 7 meter afstand een loods gelegen die in eigendom is van [gemachtigde A]. Deze loods dient als opslag voor het bedrijf van [partij] dat zich onder andere bezighoudt met recyclewerkzaamheden. Omdat het planologisch niet is toegestaan de loods voor recyclewerkzaamheden te gebruiken, heeft [partij] een aanvraag gedaan om een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4220
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406890/1/R1

202407283/1/V6

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] heeft de Pakistaanse nationaliteit en verblijft sinds 1993 op grond van een verblijfsvergunning in Nederland. De staatssecretaris heeft het verzoek op grond van artikel 7 van de Rijkswet op het Nederlanderschap in samenhang met paragraaf 3.5.1 van het beleid voor die bepaling in de Handleiding RWN, afgewezen. Volgens de staatssecretaris bestaat twijfel over de identiteit van [appellant]. Deze twijfel berust op een op 17 oktober 2008 door het Ministerie van Buitenlandse Zaken uitgevoerd verificatieonderzoek naar de geboorteakte van [appellant]. Dit onderzoek is verricht naar aanleiding van een eerder verzoek van [appellant] om naturalisatie, waarop de staatssecretaris afwijzend heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4214
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202407283/1/V6

202407438/1/A3

Bij besluit van 18 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen [appellant] uit de basisregistratie personen geschreven. Het college heeft naar aanleiding van een adresonderzoek naar het feitelijke woonadres van [appellant] geconcludeerd dat hij niet meer woonachtig is op het adres waar hij stond ingeschreven in de brp en hem daarom met het besluit van 18 januari 2023 uit de brp geschreven. [appellant] heeft op 8 maart 2023 verzocht om opnieuw te worden ingeschreven op het adres [locatie] in Amstelveen. Het college heeft dit verzoek met het besluit van 15 maart 2023 buiten behandeling gesteld, omdat [appellant] niet woonachtig zou zijn op dit adres. Met het besluit van 12 juni 2023 heeft het college het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het bezwaar tegen het uitschrijvingsbesluit niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat zou zijn ingediend. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college terecht het formulier verklaring adresgegevens niet als bezwaarschrift heeft aangemerkt. Het formulier voldoet niet aan de vereisten voor een bezwaarschrift.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4215
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202407438/1/A3

202500224/1/A3

Bij besluit van 10 juli 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam een machtiging tot het binnentreden in de woning van [appellante] afgegeven. [appellante] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] te Rotterdam. Samen met de eigenaar van de woning aan [locatie 2] vormt zij het ledenbestand van de Vereniging van Eigenaars [locatie 3]. Na een door [appellante] ingediend handhavingsverzoek is gebleken van bouwkundige gebreken aan het pand. Op 21 december 2022 is een last tot bestuursdwang opgelegd, waarna de VvE tijdelijke maatregelen heeft getroffen. Bij e-mail van 27 juni 2023 heeft een inspecteur van de gemeente aan [appellante] laten weten dat een extern bouwkundig bureau een inspectie zal doen en aan [appellante] gevraagd kenbaar te maken of zij op 10 juli 2023 of 11 juli 2023 daarbij aanwezig kan zijn. De inspecteur heeft in de e-mail erbij gezet dat de datum voor de inspectie niet vrijblijvend is. [appellante] heeft daarop gereageerd dat zij op beide data niet beschikbaar is. Zij wenst vooraf informatie over de kwalificatie en registraties van de onderzoeker te ontvangen, zal alleen een geregistreerd constructeur toelaten en geen derden waarmee zij geen afspraak heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4208
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500224/1/A3

202502015/1/A2

Bij beslissing van 12 november 2024 heeft de examencommissie Fontys Economie en Communicatie het verzoek van [appellant] om een herbeoordeling van of een derde kans voor zijn afstuderen afgewezen. [appellant] is op 1 september 2016 begonnen met de opleiding Commerciële Economie aan de Fontys Hogeschool Economie en Communicatie. Om de opleiding af te ronden heeft hij in het studiejaar 2022-2023 deelgenomen aan het afstudeertraject. Omdat [appellant] geen voldoende heeft gehaald voor zijn scriptie heeft hij in het studiejaar 2022-2023 niet kunnen afstuderen. Daarom heeft hij in het studiejaar 2023-2024 opnieuw deelgenomen aan het afstudeertraject. Op 23 mei 2024 is zijn scriptie beoordeeld met een 4,2. Na herstel van de scriptie, heeft [appellant] een 5,6 behaald. Hij heeft vervolgens zijn scriptie mogen verdedigen. Dit wordt het assessment genoemd. De examinatoren van de scriptie, de assessoren, hebben samen met een externe deskundige het assessment als onvoldoende beoordeeld en hebben daarom van de 5,6 die was toegekend voor de scriptie, één punt afgetrokken. Het uiteindelijke eindcijfer voor de scriptie van [appellant] is daarom op 3 oktober 2024 vastgesteld op een 4,6 en daarmee alsnog een onvoldoende.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4206
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502015/1/A2

202502903/1/R4

Bij besluit van 4 december 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden zijn beslissing om op 2 december 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening van de gemeente Leeuwarden aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 2 december 2024 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Willemskade in Leeuwarden. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een keukenbon, met daarop zijn adres, van een bij hem thuisbezorgde wokmaaltijd is aangetroffen. [appellant] betwist dat de aangetroffen huisvuilzak van hem afkomstig is. Een keukenbon met zijn adres in de huisvuilzak is volgens hem onvoldoende bewijs dat hij het was die de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden. Hij voert verder aan dat de huisvuilzak op grote afstand van zijn woning is aangetroffen en dat dit een locatie is die hij niet kent. Daarnaast stelt hij dat hij zijn huisvuil altijd op juiste wijze aanbiedt en geen vuilnis op straat gooit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4222
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202502903/1/R4

202407657/1/V3

Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4180
Datum uitspraak
2 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407657/1/V3

202500266/1/V1

Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellanten om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij verwijzingsuitspraak van 13 maart 2023 heeft de rechtbank het Hof van Justitie verzocht om bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de in die uitspraak gestelde vragen, de behandeling van het door appellanten tegen het besluit van 12 november 2020 ingestelde beroep geschorst en elke verdere beslissing aangehouden. Bij arrest van 17 oktober 2024, Ararat, ECLI:EU:C:2024:892, heeft het Hof de in de verwijzingsuitspraak gestelde vragen beantwoord. Appellanten zijn een vader, een moeder en hun twee dochters, geboren op [geboortedatum] 1995 en [geboortedatum] 1997. Zij hebben allen de Armeense nationaliteit. Zij hebben een aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen te krijgen. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat appellanten niet over een machtiging tot voorlopig verblijf beschikken en zij volgens haar niet in aanmerking komen voor vrijstelling van dit vereiste.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4178
Datum uitspraak
2 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500266/1/V1

202503904/1/V2

Bij besluit van 5 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4193
Datum uitspraak
2 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503904/1/V2

BRS.25.000028

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 9 januari 2025 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de minister daartegen aanhangig gemaakte beroep, voor zover gericht tegen de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel tot en met 2 januari 2025, gegrond verklaard en de minister opgedragen betrokkene schadeloos te stellen. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4604
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000028

202307519/1/V2.

Bij besluit van 26 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4182
Datum uitspraak
1 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307519/1/V2.

202405993/1/V1

Het geschil betreft een verzoek om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4181
Datum uitspraak
1 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405993/1/V1

202407736/1/V3

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4179
Datum uitspraak
1 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407736/1/V3

202503249/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4164
Datum uitspraak
1 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503249/1/V1

202503602/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4161
Datum uitspraak
1 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503602/1/V1

202504676/1/V3

Bij besluit van 6 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4169
Datum uitspraak
1 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504676/1/V3

BRS.25.000884

Bij besluit van 26 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4156
Datum uitspraak
1 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000884

BRS.25.000988

Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4155
Datum uitspraak
1 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000988

BRS.25.001095

Bij besluit van 16 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4165
Datum uitspraak
1 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001095

BRS.25.001169

Bij besluit van 3 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4157
Datum uitspraak
1 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001169

202403215/1/V2

Bij besluit van 17 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4159
Datum uitspraak
29 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403215/1/V2

202407917/1/V3

Bij besluit van 1 december 2024 heeft de Minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4160
Datum uitspraak
29 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407917/1/V3

202500760/1/V3

Bij besluiten van 25 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4162
Datum uitspraak
29 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500760/1/V3

202503969/2/V2

Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4172
Datum uitspraak
29 augustus 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503969/2/V2

202504183/1/V2

Bij besluit van 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4163
Datum uitspraak
29 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504183/1/V2

BRS.25.001056 en BRS.25.001150

Bij besluit van 24 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4143
Datum uitspraak
29 augustus 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001056 en BRS.25.001150

BRS.25.001174

Bij besluit van 6 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4166
Datum uitspraak
29 augustus 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001174

202402433/1/V3

Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat betrokkene geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft betrokkene ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2023 te verlaten. De staatssecretaris heeft dit besluit op 6 februari 2024 ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4148
Datum uitspraak
28 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402433/1/V3

202402963/1/V3

Bij besluit van 11 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4153
Datum uitspraak
28 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402963/1/V3

202403104/1/V3

Bij besluit van 17 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4146
Datum uitspraak
28 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403104/1/V3

202403883/1/V3

Bij besluit van 17 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4147
Datum uitspraak
28 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403883/1/V3

202404514/1/V3

Bij besluit van 20 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4151
Datum uitspraak
28 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404514/1/V3

202407491/1/V3

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4149
Datum uitspraak
28 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407491/1/V3

202501859/1/V3

Bij besluit van 25 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4150
Datum uitspraak
28 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501859/1/V3

202501899/1/V3

Bij besluit van 11 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4145
Datum uitspraak
28 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501899/1/V3

202502196/1/V3

Bij besluit van 11 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4152
Datum uitspraak
28 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502196/1/V3

202504063/1/V3

Bij besluit van 2 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4144
Datum uitspraak
28 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504063/1/V3

BRS.25.001077

Bij besluit van 5 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4080
Datum uitspraak
28 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001077

202404396/2/R1

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Koggenland het bestemmingsplan "Dwingel" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de Dwingel te De Goorn. Op de gronden was tot 2021 een school gevestigd. Die school is verhuisd naar een andere plek in de gemeente. Het plan voorziet in een gebouw voor een Huisartsenpraktijk onder één dak (hierna: HOED), een apotheek, 12 rug-aan-rug-woningen, 28 appartementen en de herinrichting van de openbare ruimte. Het is bedoeling dat in de HOED vier huisartspraktijken die thans nog zijn gevestigd in Ursem, Spierdijk, Berkhout en Avenhorn worden geconcentreerd. Het perceel van [verzoeker A] en [verzoeker B] ligt op ongeveer 30 m ten noordwesten van het plangebied. Hun woning staat bij de kruising van de wegen De Goorn en Dwingel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4078
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202404396/2/R1

202407340/1/V1

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4083
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407340/1/V1

202502080/1/V1

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4087
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502080/1/V1

202502291/1/V1

Bij besluit van 15 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4084
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502291/1/V1

202502539/1/A2 en 202502539/2/A2

Bij besluit van 15 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden verschillende verkeersmaatregelen medegedeeld die, voor zover van belang, inhouden dat de Kagerstraat bij de Zweilandlaan en de Eijmerspoelstraat op de Eijmerspoelbrug in Leiden fysiek worden afgesloten voor motorvoertuigen en wagens en deze paden worden aangewezen als fiets/bromfietspad (autoknips) en de Houtlaan in Leiden, tussen de Faljerilstraat en de Dieperpoellaan, als eenrichtingsweg wordt aangewezen, uitgezonderd bromfietsers en fietsers. [appellanten] wonen aan het [locatie] in het Houtkwartier in Leiden. Bij het verkeersbesluit heeft het college verschillende verkeersmaatregelen in deze wijk medegedeeld, waaronder de voornoemde autoknips en het aanwijzen van een eenrichtingsweg. De rechtbank heeft het door [appellanten] tegen het verkeersbesluit ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij daarbij geen belanghebbenden zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4053
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202502539/1/A2 en 202502539/2/A2

202504411/1/V1 en 202504411/2/V1

Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft de minister geweigerd om appellant ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek om medische redenen te verlenen, en een terugkeerbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4082
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504411/1/V1 en 202504411/2/V1

202504628/2/V2

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4085
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504628/2/V2

202504632/2/V2

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4086
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504632/2/V2

BRS.25.000413

Bij besluit van 25 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4068
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000413

BRS.25.000419

Bij besluit van 28 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4060
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000419

BRS.25.001013

Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4072
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001013

202102865/1/R2

Bij besluit van 31 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Halderberge het verzoek van [appellanten sub 1] om handhavend op te treden tegen de veehouderij van [vergunninghouder] aan de [locatie 1] in Oud Gastel afgewezen. [vergunninghouder] heeft een veehouderij aan de [locatie 1] in Oud Gastel. [appellanten sub 1] wonen aan de [locatie 2] naast de veehouderij en ervaren daarvan overlast. Zij hebben het college daarom verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij. Het college heeft zich in de kern op het standpunt gesteld dat sprake is van een overtreding, omdat de veehouderij te dicht bij de woning van [appellanten sub 1] ligt. Maar omdat volgens het college concreet zicht op legalisatie is vanwege een verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een nieuwe stal als vervanging van een deel van de eerdere stallen, is van handhavend optreden afgezien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4104
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202102865/1/R2

202200713/1/A2

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media het verzoek van SIO om aanvullende bekostiging voor 2020 deels toegekend. SIO is het bevoegd gezag van het Cornelius Haga Lyceum te Amsterdam. Deze school verzorgt sinds augustus 2017 voortgezet onderwijs op islamitische grondslag. SIO heeft de minister op 30 december 2020 verzocht om aanvullende bekostiging van ruim € 1,25 miljoen voor het jaar 2020. SIO baseert dit verzoek op de artikelen 86 en 104a van de Wet op het voortgezet onderwijs. SIO heeft op 7 juni 2021 een "masterplan" voor verbetering van de kwaliteit van het onderwijs aan het CHL bij de minister ingediend. De minister heeft het verzoek van SIO gedeeltelijk toegewezen. Hij heeft bij besluit van 29 juli 2021 een aanvullende bekostiging van € 518.489,50 toegekend, onder de voorwaarde dat de kwaliteit van het onderwijs binnen een jaar aan de eisen zou voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4115
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202200713/1/A2

202200716/1/A2

Bij besluit van 6 december 2020 heeft de staatssecretaris voor Funderend Onderwijs en Emancipatie het verzoek van SIO om aanvullende bekostiging voor 2019 deels toegewezen. SIO is het bevoegd gezag van het Cornelius Haga Lyceum te Amsterdam. Deze school verzorgt sinds augustus 2017 middelbaar onderwijs op islamitische grondslag. SIO heeft de minister op 8 augustus 2019 verzocht om aanvullende bekostiging voor het jaar 2019. SIO baseert dit verzoek op de artikelen 86 en 104a van de Wet op het voortgezet onderwijs. De minister heeft het verzoek van SIO gedeeltelijk toegewezen. Hij heeft bij besluit van 6 december 2020 voor het jaar 2019 een aanvullende bekostiging voor personeelskosten toegekend omdat het aantal leerlingen sterk is toegenomen. Hij heeft het verzoek om aanvullende bekostiging voor exploitatiekosten afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4116
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202200716/1/A2

202203029/2/A2, 202402569/1/A2, 202402570/1/A2, 202402575/1/A2, 202402577/1/A2 en 202405356/1/A2

Bij verschillende uitspraken heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de beroepen van [appellant], dan wel het beroep van [appellant] ongegrond verklaard of zijn verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. [appellant] heeft voor het jaar 2013 voorschotten huurtoeslag ontvangen. De Dienst Toeslagen heeft in 2015 de definitieve huurtoeslag voor 2013 op nihil vastgesteld. Dit betekent dat [appellant] de door hem ontvangen voorschotten moet terugbetalen. In dit kader heeft de Dienst Toeslagen verschillende beslissingen genomen over de verrekening van het verschuldigde bedrag met nog te ontvangen voorschotten en het in rekening brengen van invorderingsrente. In al deze zes zaken ligt een mededeling verrekening en/of een beslissing voor het in rekening brengen van invorderingsrente (rentebeschikking) aan de procedure ten grondslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4131
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202203029/2/A2, 202402569/1/A2, 202402570/1/A2, 202402575/1/A2, 202402577/1/A2 en 202405356/1/A2

202204694/1/R2

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Eersel het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening Meerven 6-6a te Vessem" vastgesteld. De provincie Noord-Brabant is eigenaar van de percelen aan de Meerven 6 en 6a in Vessem. Eerder waren op deze locatie een melkveehouderij en twee bedrijfswoningen aanwezig. Het bestemmingsplan voorziet in het omzetten van de bedrijfslocatie in agrarische gronden waarbij ter plaatse van de voormalige bedrijfswoningen is voorzien in een wijzigingsbevoegdheid om de bestemming van een deel van de gronden te wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor maximaal twee reguliere woningen. Hiervoor is artikel 4.5.1 in de planregels opgenomen. [appellant] heeft een veehouderij op het naastgelegen perceel en is het niet eens met deze wijzigingsbevoegdheid, onder meer omdat hij vreest voor de gevolgen voor zijn bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4102
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202204694/1/R2

202205372/1/R4

Bij drie afzonderlijke besluiten van 8 april 2022, met vorderingsnummer 5510405273, 5510405274 en 5510405275, heeft het college zijn beslissing om op 30 maart 2022 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van afval, op schrift gesteld. In elk van deze besluiten heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 154,00, voor rekening van Olympia komen. Olympia exploiteert een restaurant op het perceel Schiedamse Vest 2 in Rotterdam. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van twee dozen en een grijze afvalzak die op 30 maart 2022 zijn aangetroffen naast ondergrondse afvalcontainers ter hoogte van de Brandersplaats 1 en 3a in Rotterdam. Het is niet in geschil dat de twee dozen en grijze afvalzak vanuit het restaurant van Olympia verkeerd zijn aangeboden door ze naast de afvalcontainers te zetten. Het college heeft Olympia als overtreder aangemerkt van artikel 10 van de Afvalstoffenverordening, in samenhang gelezen met artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4129
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202205372/1/R4

202206812/1/R3

Bij besluit van 2 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht een omgevingsvergunning verleend aan Bluebirds in the Backyard voor het in afwijking van het bestemmingsplan gebruiken van een deel van het pand aan de Wijnstraat 153 in Dordrecht (hierna: het pand) voor detailhandel. De exploitant van Bluebirds heeft in april 2019 zowel een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik van een deel van het pand voor detailhandel als een DHW-vergunning aangevraagd. De gronden waarop het pand staat, hebben op grond van het bestemmingsplan "Historische Binnenstad" de bestemming "Horeca". [appellant] woont aan de [locatie] en heeft vanuit zijn woning zicht op de locatie. [appellant] kan zich niet verenigen met de vergunningen omdat deze volgens hem onzorgvuldig tot stand zijn gekomen. De rechtbank heeft de beroepen van [appellant] tegen de besluiten waarbij de omgevingsvergunning en de DHW-vergunning in stand zijn gebleven, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4111
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202206812/1/R3

202207214/1/R4

Bij besluit van 10 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht aan de Monumentenmaatschappij omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een verdieping met kap op een bestaand bedrijfsgebouw aan de Laan van Zuilenveld 10 in Oud Zuilen (hierna: het perceel) en voor het aanleggen van een uitweg op dat perceel. De Monumentenmaatschappij wil het bedrijfspand op het perceel in gebruik gaan nemen voor opslag en reparatie van antieke auto's en de opslag van historische bouwmaterialen en antiquiteiten en groothandel in antiquiteiten. Daarvoor wil zij het bedrijfspand vergroten door er een verdieping met kap op te plaatsen. Ook wil zij aan de noordelijke kant van het perceel een tweede uitweg vanaf het perceel naar de openbare weg realiseren. Het college heeft de hiervoor gevraagde omgevingsvergunning verleend. Volgens het college is het bouwplan en het beoogde gebruik in overeenstemming met het bestemmingsplan "Oud Zuilen en Op Buuren e.o." (hierna: het bestemmingsplan) en is er voor de uitweg geen weigeringsgrond uit de Algemene Plaatselijke Verordening 2014 (hierna: de APV) aan de orde. Daarom heeft het college de omgevingsvergunning voor het bouwen en het maken van een uitweg verleend en in bezwaar in stand gelaten. [appellant sub 1] en anderen zijn tegen die verlening van de omgevingsvergunning opgekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4123
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207214/1/R4

202207446/2/R1

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2344, heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek in deze zaak wordt heropend en dat partijen zullen worden uitgenodigd voor een nieuwe zitting. Op de percelen plaatselijk bekend als Heining 100 te Amsterdam, kadastraal bekend gemeente Sloten, sectie K, nummers 02354, 03435 en 03517 (hierna: de locatie) ligt het werkterrein van Evos. Zij exploiteert een op- en overslagbedrijf voor vloeibare energie en chemische producten. De locatie is vanaf 1975 door de rechtsvoorganger van Evos, Oiltanking Amsterdam B.V., en later door Evos aldus in gebruik geweest en dit gebruik duurt nog steeds voort. De gemeente Amsterdam is bloot eigenaar van de betreffende gronden. Het Havenbedrijf Amsterdam N.V. is economisch eigenaar van die gronden en heeft deze in erfpacht uitgegeven aan Evos. Ten gevolge van de betreffende bedrijfsactiviteiten op de locatie is de bodem op het zuidelijke deel ervan verontreinigd geraakt met (mobiele) minerale olie en vluchtige aromaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4122
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202207446/2/R1

202300932/1/R1

Bij besluit van 11 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort het verzoek van de Stichting om handhavend op te treden wegens overtreding van voorschrift 5.2, aanhef en onder a, opgenomen in de vergunning van 12 september 1997, verleend voor de exploitatie van het Circuit Park Zandvoort, afgewezen. De Stichting betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat op 22 juli 2020 wel een overtreding was begaan waartegen het college handhavend diende op te treden. Zij wijst erop dat op meetpunt 1 op 22 juli 2020 een waarde is gemeten van 77,6 dB(A). Uitgaande van een overdrachtsverzwakking van -26 dB(A) vermeerderd met 5 dB(A) vanwege tonaalgeluid, leidt dit volgens de Stichting tot een geluidsbelasting van 55,6 dB(A) op meetpunt 2a. Dat resulteert in een overschrijding van het ter plaatse toegestane maximum van 55 dB(A), aldus de Stichting. De rechtbank is volgens haar ten onrechte tot de conclusie gekomen dat niet is komen vast te staan dat de overdrachtsverzwakking tussen meetpunt 1 en meetpunt 2a -26 dB(A) is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4101
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300932/1/R1

202300952/1/A2

Bij besluit van 29 december 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag, het kindgebonden budget en de huurtoeslag voor [appellante] over 2021 opnieuw berekend en vastgesteld op nihil. Op [datum] 2013 is [appellante] gehuwd met [persoon]. Vanaf 20 maart 2018 stond [persoon] ingeschreven in de Basisregistratie personen (hierna: BRP) op het woonadres van [appellante], [locatie] in Zeist. [appellante] en [persoon] zijn toeslagpartners. Op 26 juli 2018 heeft de Dienst Toeslagen vanuit de BRP een melding ontvangen dat [persoon] per 25 juli 2018 geen geldige verblijfstitel meer heeft. Bij besluit van 29 december 2021, gehandhaafd bij besluit van 29 augustus 2022, heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag, huurtoeslag en het kindgebonden budget van [appellante] over 2021 opnieuw berekend en vastgesteld op nihil. De Dienst Toeslagen heeft zich daarbij gebaseerd op de gegevens die hij heeft ontvangen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Hieruit volgt dat [persoon] vanaf 25 juli 2018 verblijfscode 98 heeft, wat betekent dat hij geen rechtmatig verblijf heeft vanaf die datum. Op [datum] 2023 heeft de rechtbank de echtscheiding tussen [appellante] en [persoon] uitgesproken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4127
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202300952/1/A2

202301412/1/R1

Bij besluit van 15 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van zes appartementen aan de [locatie] in Maastricht. [vergunninghouder] is eigenaar van een kantoorpand en wil hierin zes appartementen maken. Hiervoor heeft hij een omgevingsvergunning nodig in afwijking van het bestemmingsplan. Het college heeft deze vergunning verleend. [appellante] woont naast dit pand en is het niet eens met de bouw van de zes appartementen. Zij vreest voor overlast en een aantasting van haar woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4090
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301412/1/R1

202302288/1/V1

Deze uitspraak gaat over de vraag of de zogeheten discretionaire bevoegdheid van artikel 14, eerste lid, van de Vw 2000 met een wijziging van het Vb 2000 uit 2019 is ingeperkt. Op grond van die bepaling is de minister bevoegd om ambtshalve en op aanvraag gebruik te maken van haar discretionaire bevoegdheid om een verblijfsvergunning te verlenen onder een andere beperking dan genoemd in artikel 3.4, eerste lid, van het Vb 2000. Die bevoegdheid was verder uitgewerkt in artikel 3.4, derde lid, van het Vb 2000 (oud). Appellant heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel ‘humanitair niet-tijdelijk’ ingediend. Hij wenst een verblijfsvergunning regulier wegens zijn gestelde schrijnende omstandigheden, dan wel op grond van artikel 8 van het EVRM. Hij heeft bij zijn aanvraag een beroep gedaan op vrijstelling van de leges op grond van artikel 3.34a, aanhef en onder k, van het VV 2000. Uit die bepaling volgt dat de minister vrijstelling van leges verleent, indien een vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning wegens schrijnende omstandigheden. De minister heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat appellant de leges niet heeft betaald en niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de leges niet kan betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4130
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202302288/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202302288/1/V1

202302401/1/A2

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs besloten een deel van de bekostiging van het Cornelius Haga Lyceum in te houden. SIO is het bevoegd gezag van het Cornelius Haga Lyceum te Amsterdam. Deze school verzorgt sinds augustus 2017 voortgezet onderwijs op islamitische grondslag. De Inspecteur-Generaal van het Onderwijs heeft in de jaren 2019 tot en met 2021 meermalen onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het onderwijs en het financieel beheer bij CHL. Deze onderzoeken hebben geleid tot een aantal herstelopdrachten aan CHL. In een rapport van 3 januari 2022 concludeert de inspecteur dat CHL niet aan alle herstelopdrachten heeft voldaan. Naar aanleiding daarvan heeft de minister de bekostiging voor het jaar 2022 eerst voor drie maanden gedeeltelijk opgeschort en vervolgens gedeeltelijk ingehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4118
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202302401/1/A2

202302701/1/A2

Bij besluit van 26 maart 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de vastgestelde vergoeding voor de toevoeging aan [wederpartij] met het kenmerk 1HX4633 ingetrokken en het aan zijn rechtsbijstandverlener uitgekeerde bedrag van € 3.358,98 bij hem teruggevorderd. Op 4 mei 2017 heeft de rechtsbijstandverlener van [wederpartij] namens hem een aanvraag om een toevoeging ingediend voor rechtsbijstand in een strafzaak. Bij besluit van 9 mei 2017, met kenmerk 1HX4633, is zijn aanvraag afgewezen. Daaraan heeft de raad ten grondslag gelegd dat het vastgestelde inkomen en vermogen van [wederpartij] de wettelijk vastgestelde financiële grenzen om in aanmerking te komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand, overschrijdt. Op 25 mei 2017 heeft [wederpartij] een verzoek om peiljaarverlegging ingediend. Daarin heeft hij te kennen gegeven dat hij door faillissement en beslaglegging geen inkomen heeft. Dit verzoek is met het besluit van 30 juni 2017 ingewilligd. De raad heeft alsnog gesubsidieerde rechtsbijstand toegekend onder oplegging van een eigen bijdrage van € 143,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4135
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202302701/1/A2

202302740/1/A2

Bij besluit van 23 november 2022 heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs de voor het jaar 2020 toegekende aanvullende bekostiging lager vastgesteld op € 339.800,40 en € 178.689 teruggevorderd. SIO is het bevoegd gezag van het Cornelius Haga Lyceum te Amsterdam. Deze school verzorgt sinds augustus 2017 voortgezet onderwijs op islamitische grondslag. De minister heeft bij besluit van 29 juli 2021 aan SIO een aanvullende bekostiging voor 2020 toegekend van € 518.489,50. Bij het primaire besluit, bevestigd bij het bestreden besluit, heeft hij deze aanvullende bekostiging lager vastgesteld op € 339.800,40 en het verschil van € 178.689,10 teruggevorderd. De minister stelt dat SIO de aan de bekostiging verbonden verplichtingen niet is nagekomen (artikel 4:49, eerste lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4117
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202302740/1/A2

202304111/1/R3

Bij besluit van 20 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een in- en uitrit aan de [locatie] in Rotterdam afgewezen. Op 7 mei 2020 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een in- en uitrit op en bij zijn perceel aan de [locatie]. De parkeerdruk in zijn straat is erg hoog, doordat de parkeerplekken in zijn straat vaak vol staan. Om die druk te verlagen en dichter bij huis te kunnen parkeren, wil [appellant] een in- en uitrit op en bij zijn perceel. Om die in- en uitrit te realiseren zal een stuk van een groenstrook verloren gaan. In het besluit van het college van 20 augustus 2020 heeft het college besloten de omgevingsvergunning op grond van artikel 2:12, tweede lid, aanhef en onder d, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 niet te verlenen in het belang van de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4100
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304111/1/R3

202304184/1/R2

Bij besluit van 29 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena een omgevingsvergunning verleend voor de uitbreiding van een bestaande fysiotherapiepraktijk aan de [locatie 1] in Dussen. [appellant sub 2] exploiteert aan de [locatie 2] in Dussen een fysiotherapiepraktijk op de begane grond van een appartementengebouw. Hij wil zijn fysiotherapiepraktijk uitbreiden naar de naastgelegen ruimte aan de [locatie 1]. Dit perceel heeft op grond van het bestemmingsplan "Kern Dussen" de bestemming "Wonen". Deze bestemming laat gebruik van gronden ten behoeve van een fysiotherapiepraktijk niet toe. [appellant sub 2] heeft daarom een omgevingsvergunning aangevraagd voor het in afwijking van het bestemmingsplan gebruiken van de ruimte aan de [locatie 1] als fysiotherapiepraktijk. [partijen] wonen aan de [locatie 3] op de eerste verdieping en recht boven de bestaande ruimte van de fysiotherapiepraktijk. Zij zijn het oneens met de omgevingsvergunning, omdat zij geluidhinder ondervinden van de fysiotherapiepraktijk, onder meer door het gebruik van fitnessapparaten. Zij hebben daarom beroep ingesteld tegen het besluit van 30 december 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4132
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304184/1/R2

202304200/1/A2

Bij besluit van 3 januari 2022 heeft de Inspecteur-Generaal van het Onderwijs een inspectierapport vastgesteld, waarin een kwaliteitsonderzoek naar het Cornelius Haga Lyceum is neergelegd. SIO is het bevoegd gezag van het CHL te Amsterdam. Deze school verzorgt sinds augustus 2017 voortgezet onderwijs op islamitische grondslag. De inspecteur heeft op 5, 6 en 13 oktober 2021 onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het onderwijs aan het CHL. In het onderzoeksrapport van 3 januari 2022 concludeert de inspecteur dat het onderwijs op alle afdelingen van het CHL (mavo, havo en vwo) "zeer zwak" is. Artikel 20, zesde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht merkt een dergelijke conclusie aan als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4048
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202304200/1/A2

202304261/1/A3

Bij besluit van 18 juni 2021 heeft de burgemeester van Leeuwarden [wederpartij] geweigerd een vergunning te verlenen voor de exploitatie van een seksinrichting. [wederpartij] heeft de burgemeester verzocht hem een vergunning te verlenen voor de exploitatie van een seksinrichting aan de [locatie] in Leeuwarden. De burgemeester heeft op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur geweigerd de vergunning af te geven. Aan dit besluit heeft de burgemeester twee adviezen van het Landelijk Bureau Bibob (hierna: LBB) van 24 november 2020 en 30 april 2021 ten grondslag gelegd. Volgens de burgemeester blijkt uit die adviezen dat [wederpartij] in relatie, een zogeheten zakelijk samenwerkingsverband, staat tot [persoon] en zijn concern. [persoon] heeft strafbare feiten gepleegd. Volgens de burgemeester bestaat daarom ernstig gevaar dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4128
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202304261/1/A3

202304356/1/R3

Bij besluit van 21 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het inkassen en verlengen van de kadeconstructie op de gemeentekade Delden aan de Kade in Delden, kadastraal bekend Stad-Delden, sectie B, nummers 331, 333 en 1013. [vergunninghoudster] heeft op 4 maart 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het inkassen en verlengen van de kadeconstructie op de gemeentekade in Delden. Daarnaast heeft van Oord op 10 augustus 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor een kraanfundering en de fundering van een losbunder met geheide palen op de gemeentekade. De werkzaamheden maken onderdeel uit van het project Verruiming Twentekanalen Fase 2. [appellant] en anderen hebben bezwaren tegen de bij de besluiten van 21 juli 2021 en 23 september 2021 verleende bouwvergunningen. Zij ervaren overlast van de veevoederfabriek For Farmers B.V., die van de kade gebruik maakt, en vrezen dat als gevolg van de kadevergroting en grotere kraancapaciteit de overlast verder zal toenemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4112
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304356/1/R3

202304482/1/V3 en 202304625/1/V3

Bij besluit van 7 juli 2022, aangevuld op 24 april 2023, heeft de minister van Asiel en Migratie een verzoek van appellant 1 om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod, afgewezen. Bij besluit van 5 december 2022 heeft de minister een aanvraag van appellant 2 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Deze uitspraak gaat in de eerste plaats over de vraag of het Unierecht, gelezen in samenhang met de uitleg daarvan in de arresten van het Hof van 6 juli 2023, ECLI:EU:C:2023:540, en 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:892, zo moet worden uitgelegd dat dit zich ertegen verzet dat een terugkeerbesluit wordt uitgevaardigd indien daarin onmiddellijk de verwijdering voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld vanwege het risico op schending van het beginsel van non-refoulement. Daarnaast gaat deze uitspraak over de vraag of een nationale wettelijke regeling waarbij illegaal in Nederland verblijvende derdelanders die, wegens een risico op schending van het non-refoulementbeginsel in het land van herkomst, voor onbepaalde tijd niet kunnen worden verwijderd en geen verblijfsrecht krijgen, en gedurende een periode van minstens tien jaar alleen bij wijze van uitzondering aanspraak kunnen maken op elementaire voorzieningen, verenigbaar is met de Terugkeerrichtlijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4046
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Verwijzingsuitspraak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304482/1/V3 en 202304625/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202304482/1/V3 en 202304625/1/V3

202304547/1/R2

Bij besluit van 29 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heusden geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor de aanleg van containervelden en een bufferbassin voor een boomkwekerij aan de [locatie] in Drunen voor een periode van 10 jaar. [appellante] wil voor de omzetting van een agrarisch bedrijf naar een boomkwekerij containervelden met waterbassins aanleggen aan de [locatie] in Drunen. Het gaat om drie containervelden van elk ongeveer 1 hectare (inclusief waterbassin). Het college heeft een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de aanleg hiervan afgewezen wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het college heeft de afwijzing in bezwaar gehandhaafd. Het initiatief van [appellante] past niet in het geldende bestemmingsplan "Heusden Buitengebied, 4e herziening", vastgesteld op 18 december 2018. Het college heeft geen aanleiding gezien om af te wijken van het bestemmingsplan. Het college heeft het initiatief namelijk in strijd met een goede ruimtelijke ordening geacht, onder meer vanwege de ernstige inbreuk op de openheid van het landschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4119
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304547/1/R2

202304993/1/A2

Bij brief van 11 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pekela aan LTC Oude Pekela meegedeeld dat de raad bij besluit van 5 november 2019 heeft bepaald per 1 januari 2021 te stoppen met de onderhoudssubsidies voor twee tennisclubs in de gemeente, waaronder LTC Oude Pekela. Het onderhoud van de banen van LTC Oude Pekela werd aanvankelijk gedaan en betaald door de gemeente. Het onderhoud is in 2000 overgedragen aan LTC Oude Pekela. Dit wordt door partijen de privatisering genoemd. Bij de privatisering is afgesproken dat de gemeente jaarlijks een onderhoudsbijdrage van fl. 11.500,00 zal betalen aan de tennisclub. De laatste jaren is het bedrag onveranderd € 5.775,00 geweest. De subsidie werd jaarlijks vastgesteld door de raad. Bij het vaststellen van de meerjarenbegroting 2021-2023 heeft de raad besloten om met ingang van 1 januari 2021 te stoppen met het verstrekken van de onderhoudssubsidie aan LTC Oude Pekela. Dit besluit is bij brief van 11 maart 2020 aan LTC Oude Pekela bekendgemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4125
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202304993/1/A2

202305236/1/R1

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Venray het bestemmingsplan "Oostrum-Oost" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een planologisch kader voor de bouw van maximaal 59 woningen aan de noordoostzijde van de kern Oostrum in de gemeente Venray. Project Ontwikkelings Gronden I is de beoogde ontwikkelaar van het plan. [appellant sub 1] is eigenaar van een perceel aan de noordzijde van het plangebied, kadastraal bekend gemeente Venray, sectie S, nummer 312, met adres [locatie] in Oostrum. Op dat perceel rust op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Oostrum" deels een woonbestemming en deels een agrarische bestemming. [appellant sub 1] exploiteert op dit adres de twee vennootschappen. De agrarische bedrijfsactiviteiten van Agrum vinden feitelijk plaats vanuit de locatie Zomp 10 in Oostrum.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4133
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202305236/1/R1

202306295/1/A3

Bij besluit van 11 november 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft op 13 oktober 2022 verzocht om afgifte van een VOG voor de functie van rijinstructeur bij [bedrijf]. De minister heeft die aanvraag afgewezen. Hij heeft zich daarbij gebaseerd op de Beleidsregels VOG-NP-RP 2022 en het algemene screeningsprofiel met de risicogebieden informatie, geld, diensten, zakelijke transacties, proces en personen. Uit het Justitieel Documentatiesysteem is naar voren gekomen dat [appellant] in 2019 en 2022 twee strafbeschikkingen opgelegd heeft gekregen voor het overschrijden van de maximumsnelheid en dat hij in 2021 is veroordeeld wegens bezit en/of verspreiding van kinderpornografie. Daarnaast blijkt uit het JDS dat [appellant] in 2005 is veroordeeld voor mensenhandel en in 2002 voor het aanzetten tot onvrijwillige prostitutie, meermalen gepleegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4126
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202306295/1/A3

202306489/1/R2

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Geertruidenberg het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" vastgesteld. Het plangebied heeft betrekking op het bedrijventerrein De Pontonnier in de gemeente Geertruidenberg, ten noorden van de kern Raamsdonksveer. In navolging van het geactualiseerde "Zonebeheerplan bedrijventerrein De Pontonnier Raamsdonksveer" van 7 september 2022 met een bijbehorende geluidverdeling voorziet het plan in een geluidszone, de 50 dB(A)-contour, voor het bedrijventerrein. Het geactualiseerde zonebeheerplan maakt onderdeel uit van het plan en is als bijlage 1 bij de planregels opgenomen. Met het voorliggende plan is de geluidszone enigszins vergroot ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan. Los van de gewijzigde geluidszone heeft het plan een conserverend karakter. De plantoelichting vermeldt dat de bestaande planologische situatie één-op-één is overgenomen. De maatschap is gevestigd op het perceel [locatie 1] in het buitengebied van Raamsdonksveer. De maatschap exploiteert daar een grondgebonden agrarisch bedrijf in de vorm van een melkveehouderij. Het perceel ligt gedeeltelijk binnen de geluidszone (50 dB(A)-contour) voor het bedrijventerrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4113
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306489/1/R2

202306816/1/R3

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de raad van de gemeente De Fryske Marren het bestemmingsplan "Tjerkgaast - [locatie A]" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Tjerkgaast - [locatie A]" (hierna: het bestemmingsplan) voorziet in een woonbestemming op het perceel met het adres [locatie A]. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied - Noord 2017" had het perceel de bestemming "Agrarisch", waarbij wonen als ondergeschikte functie aan een agrarisch bedrijf was toegestaan. Aangezien de eigenaren van het perceel in het plangebied niet langer een agrarisch bedrijf voeren, is met het bestemmingsplan aan het perceel deels de bestemming "Wonen - Voormalig boerderij" toegekend. Aan het overige deel van het perceel is de bestemming "Agrarisch" toegekend. [appellant] woont in de woning naast het plangebied op het perceel met het adres [locatie B]. Hij kan zich niet met het plan verenigen, omdat de planregels volgens hem onvoldoende rechtszeker zijn en het bestemmingsplan de door de raad beoogde mogelijkheden niet toelaat. Daarnaast vreest hij dat de met het plan beoogde activiteiten leiden tot aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4095
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202306816/1/R3

202307910/1/A2

Bij besluit van 17 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heiloo de bekostiging voor het nieuwe schoolgebouw van het Petrus Canisius College voor het jaar 2021 vastgesteld op € 154.157,00. Stichting PCC is het bevoegd gezag van het PCC, een brede scholengemeenschap (vmbo, havo, atheneum en gymnasium) voor voortgezet onderwijs op katholieke grondslag met vijf vestigingen in Alkmaar, Bergen en Heiloo. Omdat het schoolgebouw van het PCC in Heiloo aan vervanging toe was, zijn stichting PCC en het college in overleg getreden. Op 27 september 2012 hebben stichting PCC en de gemeente Heiloo een ‘Bekostigingsovereenkomst Nieuwbouw PCC Heiloo' met elkaar gesloten. Daarin is overeengekomen dat de gemeenteraad jaarlijks een bedrag voor huisvestingskosten betaalt aan het bevoegd gezag van het PCC. De bekostigingsovereenkomst komt erop neer dat de gemeente Heiloo vanaf 1 januari 2013 de uitkering die zij voor de bekostiging voor het PCC ontvangt uit het Gemeentefonds jaarlijks aan stichting PCC overmaakt. 4. De beheerstichting is eigenaar van het schoolgebouw. Stichting PCC en de beheerstichting hebben een huurovereenkomst met elkaar gesloten voor de nieuwe huisvesting. 5. De hoogte van de jaarbekostiging voor de jaren 2013 en 2014 is in de overeenkomst opgenomen. Voor de jaren 2015 tot en met 2020 heeft het college telkens een ‘beschikking jaarbekostiging nieuwbouw PCC Heiloo' genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4137
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202307910/1/A2

202400034/1/A2

Bij besluit van 27 juli 2021 heeft de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de door [appellant] aangevraagde subsidie in het kader van het Private Sector Investment Plus programma vastgesteld op € 5.700,00 en de aan hem reeds uitbetaalde voorschotten tot een bedrag van 605.482,00 teruggevorderd. [appellant] is een in Duitsland gevestigde ondernemer die in samenwerking met [partij], een lokale ondernemer in Afghanistan en directeur van European Poultry-Farming, een subsidie heeft aangevraagd in het kader van het Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Private Sector Investeringsprogramma 2009 voor het realiseren van een kippenfokkerij en -slachterij in Afghanistan (PSI-project). De doelstelling van het PSI-programma is, kort gezegd, het stimuleren van duurzame economische ontwikkeling door middel van het bevorderen van vernieuwende investeringen in de private sector in ontwikkelingslanden. Hiermee wordt beoogd een belangrijke bijdrage te leveren aan armoedevermindering door het creëren van economische bedrijvigheid, werkgelegenheid en inkomensverbetering. Het PSI-project is een investeringsproject dat wordt uitgevoerd door een Nederlandse of buitenlandse ondernemer of onderneming in samenwerking met een lokale ondernemer of onderneming in één van de ontwikkelingslanden waarvoor het PSI-programma is opengesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4136
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202400034/1/A2

202400226/1/R2

Bij besluit 20 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss aan de voetbalvereniging Overlangel-Keentse Sportvereniging (hierna: OKSV) een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ voor het gebruik van de locatie ’t Paviljoen aan de Kerkstraat 22a in Overlangel (hierna: de locatie) als noodhuisvesting. In afwachting van nieuwbouw op een andere locatie heeft het college bij besluit van 18 januari 2018 een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de activiteit ‘bouwen’ en de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ voor de noodhuisvesting op de locatie op het terrein van OKSV. De vergunning gold tot en met 1 februari 2020. Bij besluit van 26 januari 2018 heeft de burgemeester een exploitatievergunning verleend voor de tijdelijke noodhuisvesting tot 1 augustus 2022. De tijdelijke vergunningen zijn sindsdien tweemaal verlengd, onder toevoeging van een aantal voorschriften om geluiduitstraling naar de omgeving te beperken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4120
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400226/1/R2

202400380/1/R3

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de raad van de gemeente Delft het bestemmingsplan "TS-MS Station Delft" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van een nieuw transformator- en verdeelstation mogelijk op de locatie Kerkpolderweg aan de zijde van de Kruithuisweg. Het gaat om een nutsvoorziening van Stedin. Met het station wordt beoogd om de energievoorziening van de wijken Tanthof en een deel van de wijk Buitenhof te kunnen blijven garanderen en om in de toekomstige capaciteitsbehoefte van het pompstation van WarmtelinQ te voorzien. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] in Delft. Hij kan zich met name niet vinden in de gekozen locatie voor het transformator- en verdeelstation en de inpassing daarvan in de omgeving. [appellanten sub 3] wonen aan de [locatie 2] in Delft. Ook zij hebben voornamelijk bezwaren tegen de gekozen locatie voor het transformator- en verdeelstation en de inpassing daarvan in de omgeving. Natuurlijk Delfland is een vereniging die onder andere als doelstelling heeft het bijdragen aan de natuur- en landschapsbescherming in de ruimste zin.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4096
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202400380/1/R3

202400423/1/A3

Bij besluiten van 22 oktober 2021, 26 oktober 2021, 30 september 2021, 28 oktober 2021, 1 oktober 2021, 26 oktober 2021 en 11 oktober 2021 heeft het college gereageerd op verzoeken om informatie van [appellant]. [appellant] heeft het college, al dan niet met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob), bij zeven afzonderlijke brieven verzocht om stukken en/of informatie en/of gegevens en/of digitale bestanden. Het college heeft naar aanleiding van deze verzoeken zeven primaire besluiten genomen. Het college heeft de door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaren bij zeven afzonderlijke besluiten van 4 juli 2022 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de bezwaarschriften niet voldoen aan de in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde eis dat het adres in het bezwaarschrift moet worden vermeld. Volgens het college is het niet mogelijk gebleken om met [appellant] te corresponderen over de ingediende bezwaarschriften, omdat een (correct) adres in de bezwaarschriften ontbreekt. Bij drie van de zeven besluiten heeft het college de bezwaren van [appellant] bovendien niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen sprake is van een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4091
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400423/1/A3

202400424/1/A3

Bij besluit van 9 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Asten gereageerd op een verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid. Op 29 januari 2023 heeft [appellant] op grond van de Woo het volgende verzoek om informatie bij het college ingediend: "Met dit woo verzoek word gevraagd om alle gegevens te overleggen van het door gemeente asten gebruikte fototoestel (len) gebruikt bij controles op de kanaalweg, in sept 2017, 13 9 2018, 22 1 2019 op de terreinen P 1259, 1260, 1264. Zijnde gegevens waar aangeschafte toestellen aan moeten voldoen, opdracht(en) tot aanschaf, rekening(en), specificaties, gebruiksaanwijzing(en) gegevens van de geselecteerde instellingen wat betreft opgeslagen formaten, werkopdrachten met betrekking van gebruik, instructies gegeven door de opdrachtgever van controles mbt gebruik vast te leggen gegevens, instructies mbt "ontwijken" van vast te stellen, en te fotograferen aanwezige aanwijzingen op voornoemde terreinen. Kortom instructies vooraf gegeven wat wel, en wat niet vast te leggen en te archiveren."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4093
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400424/1/A3

202400425/1/A3

Bij besluit van 21 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Asten gereageerd op een verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid (hierna: de Woo). Op 14 oktober 2022 heeft [appellant] een Woo-verzoek bij het college ingediend. Bij het besluit van 21 november 2022 heeft het college het verzoek op grond van artikel 4.6 van de Woo buiten behandeling gesteld. [appellant] heeft tegen dit besluit rechtsreeks beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat [appellant] met zijn Woo-verzoek kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie in de zin van artikel 4.6 van de Woo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4092
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400425/1/A3

202400426/1/A3

Bij besluit van 12 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Asten gereageerd op een verzoek om informatie van [appellant] van 25 augustus 2021. Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 12 april 2022 herroepen voor zover het verzoek van [appellant] over de gedoogbrieven is afgehandeld als een herhaald verzoek om informatie, het verzoek over de gedoogbrieven afgewezen en het besluit voor het overige in stand gelaten. Op 25 augustus 2021 heeft [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur het volgende verzoek ingediend: "Bij deze verzoeken wij u om de volgende gegevens te verstrekken die betrekking hebben op grondstukken sectie p 1259-1260-1264; In het rapport van 28 september 2017 staat dat:- deze opstallen in 1994 zijn gedoogd door de gemeente someren; -dit gebouw is door de gemeente someren in 1994 gedoogd toen het perceel werd overgedragen naar de gemeente asten. Graag ontvangen wij de gedoogbrieven van 1994, met daarbij de gegevens van de overdracht van de percelen van de gemeente someren naar de gemeente asten in 1994."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4094
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400426/1/A3

202400509/1/R1

Bij besluit van 12 december 2023 heeft de raad van de gemeente Venray het bestemmingsplan "Woningbouw Zompgraaf Oostrum" vastgesteld. Het plan maakt het mogelijk om, aangrenzend aan de noordzijde van de kern Oostrum, op enkele verspreid liggende percelen aan de Geysterseweg en de Van Broekhuizenstraat, in totaal 6 vrijstaande woningen, 2 woningen in de vorm van een tweekapper en 3 aaneengebouwde woningen te realiseren. Het gaat in totaal dus om 11 woningen, waarvan er al één eerder positief is bestemd. [appellant B] is eigenaar van een perceel aan de [locatie] in Oostrum, kadastraal bekend gemeente Venray, sectie S, nummer 312. Op dat perceel rust op grond van het daar geldende bestemmingsplan "Oostrum" deels een woonbestemming en deels een agrarische bestemming. [appellant B] woont op dit adres en exploiteert vanuit dit adres de twee vennootschappen. [appellant B] en andere betogen dat hun perceel S 312 ook gedeeltelijk een agrarische bestemming heeft voor de teelt van gewassen en dat op deze gronden ook feitelijk gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4134
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202400509/1/R1

202401270/1/A3

Bij besluit van 26 juli 2022 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens besloten de klacht van [appellant] niet in behandeling te nemen. [appellant] heeft op 14 mei 2021 een inzageverzoek bij de korpschef ingediend. Bij besluit van 15 juni 2021 heeft de korpschef dit verzoek gedeeltelijk toegewezen. Op 28 april 2022 heeft [appellant] een klacht ingediend bij de AP omdat hij van de korpschef geen kopieën van zijn dossier met politiegegevens heeft gekregen en omdat ze bij de inzage hebben gezien dat de namen van politieagenten onleesbaar waren gemaakt en er oude stukken in het dossier zaten die langer dan de toegestane termijn zijn bewaard. De AP heeft deze klacht niet in behandeling genomen met als reden dat uit de klacht van [appellant] niet blijkt dat hij een formeel verzoek tot inzage heeft ingediend bij de politie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4089
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202401270/1/A3

202401291/1/A3

Bij besluit van 13 juli 2022 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellant] om inzage in zijn politiegegevens deels afgewezen. [appellant] heeft verzocht om inzage in zijn politiegegevens. Met zijn verzoek wenst hij inzage te krijgen in alle gegevens die over hem zijn verwerkt. De korpschef heeft zijn verzoek gedeeltelijk afgewezen om te voorkomen dat inzage nadelige gevolgen kan hebben voor het politieonderzoek of de strafvervolging en om de vrijheden en rechten van derden te beschermen. Vervolgens heeft [appellant] wederom verzocht om inzage. Met dit verzoek heeft hij inzage verzocht in alle gegevens die vanaf 29 april 2022 over hem zijn verwerkt uit politiesystemen, dossiers en alle nieuwe onderzoeken waar zijn gegevens in zijn verwerkt. De korpschef heeft zijn verzoek opnieuw gedeeltelijk afgewezen om te voorkomen dat inzage nadelige gevolgen heeft voor het politieonderzoek. Uiteindelijk heeft de korpschef zijn twee eerdere besluiten ingetrokken en een nieuw besluit genomen waarin hij het inzageverzoek van [appellant] gedeeltelijk heeft ingewilligd en in een aanvullende motivering heeft kenbaar heeft gemaakt waarom [appellant] geen inzage heeft gekregen in bepaalde politiegegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4088
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202401291/1/A3

202401423/1/R3

Bij besluit van 3 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam Zeebries onder oplegging van een last onder dwangsom gelast om de overtreding met betrekking tot het paviljoen aan de Zeekant 111 te Hoek van Holland (hierna: het perceel) te beëindigen. Op 24 juni 2020 heeft een inspecteur van de gemeente geconstateerd dat onder het strandpaviljoen drie zeecontainers waren ingegraven zonder omgevingsvergunning. Wegens deze overtreding van artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo heeft het college aan Zeebries een last onder dwangsom opgelegd om de overtreding binnen tien weken te beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4121
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401423/1/R3

202402563/1/A2

Bij besluit van 17 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellant sub 2] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen op het adres [locatie 1] in Rotterdam (hierna: de woning). [appellant sub 2] is eigenaar van de woning en heeft op 2 juni 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen. Het college heeft de vergunning verleend. [appellant sub 3] woont op het adres [locatie 2] in Rotterdam en heeft in bezwaar onder meer aangevoerd dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op de buurt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4114
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402563/1/A2

202403695/1/A2

Bij besluit van 29 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een boete opgelegd van € 10.000,00 voor het in gebruik geven van een woning aan een persoon die niet over een huisvestingsvergunning beschikte. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Den Haag. Inspecteurs van de Haagse Pandbrigade hebben de woning op 11 november 2022 voor een controle bezocht. De inspecteurs hebben geconstateerd dat de woning door een persoon werd bewoond. Er was op dat moment geen huisvestingsvergunning voor het adres van de woning aangevraagd of afgegeven. Van de controle is een inspectierapport opgemaakt. Volgens het college is voor de verhuur van de woning een huisvestingsvergunning nodig, omdat de woning minder dan 185 huurpunten - namelijk 158 huurpunten - heeft. Op basis van de resultaten van de inspectie van de Haagse Pandbrigade heeft het college geconcludeerd dat de woning in strijd met artikel 8, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 en in strijd met artikel 2:2, tweede lid, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 in gebruik is gegeven zonder de benodigde huisvestingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4138
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202403695/1/A2

202404221/1/A2

Bij besluit van 2 september 2022 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag voor [appellant] over het jaar 2021 vastgesteld op € 610,00. In hoger beroep is uitsluitend in geschil of, zoals de rechtbank heeft overwogen, de Dienst Toeslagen terecht aan [appellant] geen proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase heeft toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4097
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404221/1/A2

202404225/1/A2

Bij besluit van 6 april 2022 heeft de inspecteur van de Belastingdienst de tegemoetkoming specifieke zorgkosten voor [appellant] over het jaar 2017 vastgesteld op € 2.473,00. In geschil is of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het besluit van 25 juli 2022 zorgvuldig tot stand is gekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4098
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404225/1/A2

202404228/1/A2

Bij besluit van 21 april 2022 heeft de inspecteur van de Belastingdienst de tegemoetkoming specifieke zorgkosten voor [appellant] over het jaar 2020 vastgesteld op € 428,00. In geschil is of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het besluit van 25 juli 2022 zorgvuldig tot stand is gekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4099
Datum uitspraak
27 augustus 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404228/1/A2
vorige pagina1...202122...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon