Uitspraak BRS.25.002308 en BRS.25.002311
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:6250
- Datum uitspraak
- 22 december 2025
- Inhoudsindicatie
- Bij e-mail van 27 juli 2023 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bevestigd dat het een verzoek van betrokkene om eenmalige ontheffing van de op hem rustende meldplicht, mondeling heeft afgewezen.
- Voorlopige voorziening / hoofdzaak
- Asiel
Toon inhoud
BRS.25.002308 en BRS.25.002311
ECLI:NL:RVS:2025:6250
Datum uitspraak: 22 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 13 november 2025 in zaak nr. 25/4323 in het geding tussen:
[de betrokkene]
en
het COa.
Procesverloop
Bij e-mail van 27 juli 2023 heeft het COa bevestigd dat het een verzoek van betrokkene om eenmalige ontheffing van de op hem rustende meldplicht, mondeling heeft afgewezen.
Bij besluit van 4 februari 2025 heeft het COa het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar opnieuw niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 13 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat het COa binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Ook heeft het de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene, vertegenwoordigd door dr. M. Visscher, medewerker van Stichting Gave in Harderwijk, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak namelijk terecht overwogen dat het COa de strekking van de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5363, heeft miskend door het bezwaar van betrokkene opnieuw niet-ontvankelijk te verklaren. Zij heeft terecht overwogen dat uit die uitspraak volgt dat het COa het bezwaar inhoudelijk moet behandelen, waarbij het moet motiveren waarom het verzoek om ontheffing van de meldplicht destijds is afgewezen en moet ingaan op het beroep van betrokkene op artikel 6 van de Grondwet.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De voorzieningenrechter van de Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af.
3. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
voorzieningenrechter
w.g. Hanrath
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2025
392