Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 117.501
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202304866/3/A3

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2147, heeft de Afdeling de minister van Defensie opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, het gebrek in het besluit van 19 januari 2022 te herstellen of in plaats daarvan een gewijzigd of nieuw besluit te nemen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de motivering en het onderzoek van de minister niet toereikend waren om redelijkerwijs tot het standpunt te komen dat er onvoldoende waarborgen voor getrouwelijke plichtsvervulling waren. Zo heeft de minister niet voldoende onderzocht en gemotiveerd waarom en waarin de situatie van [appellant] zo anders is dan de situaties die naar voren komen in de overgelegde verklaringen van de zus, de ex-zwager van [partij B] en een luitenant-kolonel buiten dienst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3328
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304866/3/A3

202305128/3/R2

Bij tussenuitspraak van 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4756 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Heeze-Leende opgedragen om: - binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat is overwogen onder 11, de daar omschreven gebreken in het besluit van 22 mei 2023 (het oorspronkelijke besluit) tot vaststelling van het bestemmingsplan "Langstraat 15a, 17 en 17a Leende" te herstellen, en - de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij het herstelbesluit een nieuw gewijzigd bestemmingsplan vastgesteld. De raad heeft enkele planregels aangepast, de verbeelding gewijzigd en de plantoelichting aangevuld. Het herstelbesluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onderdeel van dit geding. De beroepen van [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] zijn van rechtswege mede gericht tegen het herstelbesluit. [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] hebben zienswijzen over het herstelbesluit naar voren gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3359
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305128/3/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202305128/3/R2

202305179/2/R2

Bij tussenuitspraak van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:786 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het onder 11.7 omschreven gebrek in het besluit van 20 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "’t Hout - De Hoefkens" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 11.7 geoordeeld dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt of ter plaatse van de woningen in het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd zonder dat [appellante] onevenredig wordt beperkt in haar bedrijfsmogelijkheden. Gelet op wat de Afdeling in overweging 11.7 van de tussenuitspraak heeft overwogen, is het beroep van [appellante] tegen het besluit van 20 juni 2023 gegrond. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om het gebrek te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat de raad het geconstateerde gebrek zou kunnen herstellen door bijvoorbeeld op basis van een akoestisch onderzoek alsnog deugdelijk te motiveren dat [appellante] niet in haar bedrijfsvoering wordt beperkt door de woningbouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3345
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305179/2/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202305179/2/R2

202306156/1/A2

Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat besloten dat de woning van [appellant A] en [appellant B] niet versterkt hoeft te worden. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van de vrijstaande woning met schuur aan de [locatie] in [woonplaats]. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft laten onderzoeken of de woning van [appellant A] en [appellant B] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied, tegenwoordig neergelegd in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen (TwG).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3351
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overige
  • uitspraakin de zaak202306156/1/A2

202306245/1/R1

Bij besluit van 23 september 2021 heeft het college [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd om tien geconstateerde overtredingen op het perceel [adres] in Bunde te beëindigen. Daarbij heeft het college vermeld dat, als [appellant] de last niet tijdig uitvoert, het college de last zal uitvoeren en de kosten daarvan op hem zal verhalen. appellant] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [adres] in Bunde. Dit pand is een gemeentelijk monument. Naar aanleiding van de bevindingen van een toezichthouder van de gemeente bij een inspectie van de woning op 10 maart 2021 heeft het college op 16 maart 2021 aan [appellant] laten weten dat het van plan is om handhavend op te treden vanwege achterstallig onderhoud aan het pand. Op 3 september 2021 heeft een controlebezoek plaatsgevonden waarbij de toezichthouder van de gemeente, de politie Eenheid Limburg, de GGD, Bureau Trajekt en een door de gemeente ingeschakelde constructeur de woning zijn binnengetreden. Naast de constatering dat [appellant] geen werkzaamheden aan het dak had verricht, is bij de controle gebleken dat over de oppervlakte van de gehele woning veel spullen waren opgeslagen en de woning ernstig was vervuild door onder meer dierenuitwerpselen. De toezichthouder heeft zijn bevindingen vastgelegd in een inspectierapport van 7 september 2021, voorzien van fotomateriaal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3352
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306245/1/R1

202306460/1/R2

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het exploitatieplan "Haven VIII Oost afronding" vastgesteld. Het exploitatieplan hoort bij het bestemmingsplan "BP Haven 8 Oost-afronding", dat ook is vastgesteld bij besluit van 22 juni 2023. Het bestemmingsplan maakt bedrijventerrein Haven 8 Oost-afronding planologisch mogelijk. De raad heeft het exploitatieplan vastgesteld om de noodzakelijke juridische basis te leggen voor het kostenverhaal. Daarnaast wil de raad met het exploitatieplan het tijdvak en de fasering bepalen en eisen en regels stellen. [appellante] is eigenaar van een perceel in het exploitatieplangebied. [appellante] betoogt dat een zonnepark een bouwwerk van algemeen nut is in de zin van artikel 4.1, aanhef en onder g van de planregels van het bestemmingsplan en dat de raad daarom rekening had moeten houden met de opbrengsten uit een zonnepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3353
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306460/1/R2

202307079/2/R2

Bij tussenuitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3382, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 26 september 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - administratieve herziening" te herstellen. Met het herstelbesluit heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - administratieve herziening" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De raad heeft in het kader van de Dienstenrichtlijn een onderzoek laten uitvoeren naar de geschiktheid en evenredigheid van artikel 10.1 van de planregels. De resultaten zijn neergelegd in de Deskundigennotitie [locatie 1]-[locatie 2]-[locatie 3] Helmond van 15 oktober 2025 van Ginder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3330
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307079/2/R2

202307942/1/R4

Bij besluit van 26 oktober 2020 hebben de minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister) de door [appellant A] te betalen CO2-vergoeding voor het kalenderjaar 2017 vastgesteld op € 15.531,20. [appellant A] en anderen exploiteren een glastuinbouwbedrijf op zes verschillende locaties in de gemeente Westland. [appellant A] en anderen drijven daarmee een inrichting die behoort tot de inrichtingen waarop een systeem van kostenverevening van toepassing is als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de Wm. Het gaat daarbij om verevening van kosten die zijn verbonden aan het in een kalenderjaar overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies (het CO2-emissieplafond). Indien de inrichtingen als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, gezamenlijk het CO2-emissieplafond overschrijden, dan is elk van die inrichtingen een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 15.52 van de Wm. Die vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule in artikel 3 van het Besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3344
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202307942/1/R4

202402010/1/A3

Bij besluit van 28 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [naam 1], geboren op [geboortedatum] 1986 in [plaats], Irak. Deze gegevens zijn ontleend aan een door hem afgelegde verklaring onder ede bij zijn vestiging in Nederland op 18 augustus 2004. [appellant] heeft op 11 januari 2022 verzocht om wijziging van zijn gegevens in de brp naar [naam 2], geboren op [geboortedatum] 1983 in [plaats], Irak. Ook heeft [appellant] verzocht om wijziging van de gegevens van zijn vader en moeder en opneming van gegevens van zijn partner. De rechtbank heeft geoordeeld dat de door [appellant] overgelegde documenten brondocumenten zijn. [appellant] heeft alleen geen consistente verklaringen afgelegd over hoe hij de documenten in Irak heeft verkregen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de openbare orde zich verzet tegen het verwerken van de door hem gewenste gegevens in de brp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3364
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202402010/1/A3

202402256/1/R4

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister) de door [appellante] te betalen CO2-vergoeding voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld op € 16.124,75. [appellante] exploiteert een glastuinbouwbedrijf op zes verschillende locaties in de gemeente Westland. [appellante] drijft daarmee een inrichting die behoort tot de inrichtingen waarop een systeem van kostenverevening van toepassing is als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de Wm. Het gaat daarbij om verevening van kosten die zijn verbonden aan het in een kalenderjaar overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies (het CO2-emissieplafond). Indien de inrichtingen als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, gezamenlijk het CO2-emissieplafond overschrijden, dan is elk van die inrichtingen een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 15.52 van de Wm. Die vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule in artikel 3 van het Besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3343
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202402256/1/R4
vorige pagina1234...11.751volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon