Uitspraak 202407670/1/R1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4443
- Datum uitspraak
- 29 juli 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere het wijzigingsplan "Park Fort den Haak - wijzigingsplan Sport" vastgesteld. De Fort den Haakweg is de verbindingsweg tussen het dorp Vrouwenpolder en het strand. Het wijzigingsplan voorziet in een kwaliteitsverbetering van het sportcomplex aan het noordelijke deel van die weg. Onderdeel daarvan is de bouw van enkele nieuwe woningen. Er worden drie bouwmogelijkheden opgenomen voor vrijstaande woningen die worden georiënteerd op deze weg. [appellant] is eigenaar van de woningen aan de [locatie A] en [locatie B] (hierna: de woningen). Daarover is in de plantoelichting vermeld dat de bestaande 2-onder-1-kap woningen [locatie A] en [locatie B] in Vrouwenpolder in de toekomst wellicht worden gesloopt en vervangen door twee vrijstaande woningen. [appellant] betoogt dat het in deze zaak voorliggende wijzigingsplan voor de woningen ten onrechte niet voorziet in recreatieve verhuur aan derden.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- RO - Zeeland
Toon inhoud
202407670/1/R1.
Datum uitspraak: 29 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant A] en [appellant B] (hierna: [appellant]), wonende in [woonplaats] onderscheidenlijk [woonplaats],
appellant,
en
het college van burgemeester en wethouders van Veere,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft het college het wijzigingsplan "Park Fort den Haak - wijzigingsplan Sport" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 juli 2026, waar [appellant], bijgestaan door mr. N.J.M. Beelaerts van Blokland, advocaat in Den Haag, en het college, vertegenwoordigd door J.G. Wondergem en mr. P.I. Izeboud, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een wijzigingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het wijzigingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerp van het wijzigingsplan is op 21 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Toetsingskader
2. Met het bestaan van de wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan mag de planologische aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming binnen het gebied waarover de wijzigingsbevoegdheid gaat in beginsel als een gegeven worden beschouwd als is voldaan aan de in het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden. Dit neemt niet weg dat het bij het vaststellen van een wijzigingsplan gaat om een bevoegdheid en niet om een plicht. Het feit dat is voldaan aan de wijzigingsvoorwaarden die in een bestemmingsplan zijn opgenomen, doet niets af aan de plicht van het college van burgemeester en wethouders om in de besluitvorming over de vaststelling van een wijzigingsplan ook na te gaan of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, wijziging van de oorspronkelijke bestemming gerechtvaardigd is.
Inleiding
3. De Fort den Haakweg is de verbindingsweg tussen het dorp Vrouwenpolder en het strand. Het wijzigingsplan voorziet in een kwaliteitsverbetering van het sportcomplex aan het noordelijke deel van die weg. Onderdeel daarvan is de bouw van enkele nieuwe woningen. Er worden drie bouwmogelijkheden opgenomen voor vrijstaande woningen die worden georiënteerd op deze weg. [appellant] is eigenaar van de woningen aan de [locatie A] en [locatie B] (hierna: de woningen). Daarover is in de plantoelichting vermeld dat de bestaande 2-onder-1-kap woningen [locatie A] en [locatie B] in Vrouwenpolder in de toekomst wellicht worden gesloopt en vervangen door twee vrijstaande woningen.
[appellant] betoogt dat het in deze zaak voorliggende wijzigingsplan voor de woningen ten onrechte niet voorziet in recreatieve verhuur aan derden.
Recreatieve verhuur aan derden
4. [appellant] betoogt dat het wijzigingsplan voor de woningen aan de [locatie A] en [locatie B] ten onrechte niet voorziet in recreatieve verhuur aan derden. Volgens hem is dat gebruik legaal aangevangen onder gelding van het bestemmingsplan "Vrouwenpolder" van 29 januari 1986. Dat plan voorzag in ‘huisvesting van personen’, waar volgens hem ook recreatieve verhuur aan derden onder valt. Dat gebruik wordt met het wijzigingsplan ten onrechte opnieuw onder het overgangsrecht gebracht, aldus [appellant]. Volgens hem ontbreekt in het wijzigingsplan ten onrechte een positieve bestemming van recreatieve verhuur aan derden.
4.1. Het bestemmingsplan "Park Fort den Haak" van 8 juni 2017 (het moederplan) voorzag voor de woningen in de bestemming "Wonen" met de aanduidingen "wetgevingzone - wijzigingsgebied 1" en "twee-aaneen" en aanduidingen voor een bouwvlak en een maximale goothoogte van 5 m. Op grond van artikel 14.1, onder a, van de planregels mochten de woningen gebruikt worden voor wonen.
Het wijzigingsplan is opgesteld op basis van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 23.2.1, onder a, aanhef en onder 2, van de planregels van het moederplan.
In de bijlage bij deze uitspraak zijn deze planregels van het moederplan opgenomen. Deze bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.
4.2. De wijzigingsbevoegdheid uit het moederplan maakt het mogelijk om ter plaatse van de gronden met de aanduiding "wro-zone-wijzigingsgebied 1" de bestemming te wijzingen, voor zover hier van belang, ten behoeve van de realisatie van een aantal woningen. Daarbij is in artikel 23.2.1, onder a, onder 2, van de regels van het moederplan vermeld dat voor de realisatie van de nieuwe woningen artikel 14 (Wonen) van de planregels van het moederplan van overeenkomstige toepassing is.
Daargelaten of het gebruik van de woningen aan de [locatie A] en [locatie B] voor recreatieve verhuur aan derden voor een tweede keer onder het gebruiksovergangsrecht wordt gebracht, overweegt de Afdeling dat de wijzigingsbevoegdheid zoals vervat in artikel 23.2.1 van de regels van het moederplan niet voorziet in de mogelijkheid voor het college om te voorzien in het gebruik van de gronden voor recreatieve verhuur aan derden.
Dit betekent dat het betoog van [appellant] niet kan slagen, omdat het college op grond van artikel 23.2.1 van de regels van het moederplan niet bevoegd was om in het wijzigingsplan te voorzien in recreatieve verhuur aan derden.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond.
6. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.S.S. Hupkes, griffier.
w.g. Meijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hupkes
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2026
635
BIJLAGE
Het bestemmingsplan "Park Fort den Haak" van 8 juni 2017
Artikel 14 Wonen
14.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen,
(…)
23.2.1 Wijzigingsbevoegdheid - 1
a. Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de gronden met de gebiedsaanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 1' de bestemmingen, bouwvlakken en aanduidingen wijzigen ten behoeve van de de realisatie van een aantal nieuwe woningen, de herontwikkeling van de tennisbanen, de realisatie van volkstuinen, de uitbreiding van de schietbaan, aanpassing van de begrenzing van de bestemming 'Verkeer' en/of verplaatsing van een zendmast, met inachtneming van de volgende regels:
1. de wijzigingsbevoegdheid dient in één keer voor het hele wijzigingsgebied te worden toegepast;
2. voor de realisatie van nieuwe woningen gelden de volgende regels:
- het totaal aantal woningen bedraagt ten hoogste 3;
- de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 5 m;
- de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 10 m;
- artikel 14 (Wonen) van de regels is van overeenkomstige toepassing;
(…)
Vernieuwen sportcomplex en bouw woningen aan Fort den Haakweg Vrouwenpolder
Uitspraak over het wijzigingsplan ‘Park Fort den Haak - wijzigingsplan Sport’ dat het college van burgemeester en wethouders van Veere heeft vastgesteld. De Fort den Haakweg is de verbindingsweg tussen het dorp Vrouwenpolder en het strand. Het wijzigingsplan maakt het mogelijk om enkele woningen te bouwen aan die weg en om het sportcomplex dat ook aan die weg ligt, op te knappen. De eigenaar van twee woningen aan de Fort den Haakweg is tegen het bestemmingsplan in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Hij vindt dat het wijzigingsplan de mogelijkheid had moeten bieden dat zijn woningen recreatief kunnen worden verhuurd. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 13 juli 2026 op zitting behandeld.