Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.258
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.000460

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:522
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000460

202401508/2/V3

Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 15 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:532
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401508/2/V3

202404578/1/V3

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:517
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404578/1/V3

202405413/1/V1

Bij besluit van 29 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:516
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405413/1/V1

202405953/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:518
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405953/1/V1

202407386/3/R2

Bij besluit van 15 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Cranendonck het bestemmingsplan "Rubenslaan 1, Budel" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een appartementencomplex mogelijk op de gronden aan de Rubenslaan 1 in Budel. Het complex bestaat uit 3 bouwlagen voor in totaal 12 appartementen (sociale huurwoningen), bedoeld voor starters en senioren. De woningbouwcorporatie Stichting WoCom is initiatiefnemer van deze ontwikkeling en zal de woningen gaan verhuren. [verzoeker] woont tegenover het plangebied op de gronden aan de [locatie] in Budel. Hij vreest onder meer voor een "parkeerstraat" en aantasting van zijn privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:510
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202407386/3/R2

202504599/1/V2

Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:519
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504599/1/V2

202506209/2/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2025 heeft de directeur van Fontys Educatie (hierna: de directeur) het resultaat van het 21+ toelatingsonderzoek van [verzoeker] vastgesteld op ‘Niet Behaald’. [verzoeker] wil met zijn verzoek om een voorlopige voorziening te bereiken dat hij hangende het beroep de opleiding kan (blijven) volgen. Hij heeft bij e-mail van 28 januari 2026 aan de voorzieningenrechter laten weten dat op 30 januari 2026 een examen gepland is en onomkeerbare studievertraging ontstaat als hij daaraan niet kan deelnemen. Hij heeft gelet op deze spoed verzocht om een schriftelijke afhandeling van zijn verzoek. Het CBE heeft daarop bij e-mail van 28 januari 2026 gereageerd. Hieruit blijkt niet dat het CBE bezwaren heeft tegen de schriftelijke behandeling van het verzoek. De voorzieningenrechter doet daarom uitspraak zonder zitting. [verzoeker] voldoet niet aan de vooropleidingseisen van de opleiding en heeft een 21+ toelatingstoets van het instellingsbestuur, als bedoeld in artikel 7.29 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, afgenomen om de opleiding te kunnen volgen. [verzoeker] heeft tegen de uitslag van het toelatingsonderzoek administratief beroep ingesteld en het CBE verzocht om gedurende de behandeling daarvan hem het onderwijs te laten volgen, om studievertraging te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:531
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506209/2/A2

202600026/2/R4

Bij besluit van 5 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor renovatie van de woning aan de [locatie] in Maarn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:785
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600026/2/R4

BRS.25.001721

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:442
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001721

BRS.25.002586

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:445
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002586

BRS.26.000020

Bij besluit van 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:446
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000020

BRS.26.000063

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:433
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000063

BRS.26.000117

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:443
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000117

BRS.26.000136

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:436
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000136

BRS.26.000404 en BRS.26.000405

Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:439
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000404 en BRS.26.000405

202505434/2/R4

Bij besluit van 19 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan Stichting Regionale Ambulance Voorziening Provincie Utrecht (RAVU) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan ten behoeve van een ambulancepost aan de Middelhoefseweg, nabij huisnummer 10, in Amersfoort. De Middelhoefseweg is een doodlopende weg die ongeveer 90 m ten zuiden van de locatie aansluit op de provinciale wegen N199 en N221. De locatie is een vrijwel volledig verhard parkeerterrein. Ingevolge het bestemmingsplan "Birkhoven-Bokkeduinen" (het bestemmingsplan) geldt op de locatie de bestemming "Maatschappelijke doeleinden" met de subbestemming "levensbeschouwelijk en religieuze voorzieningen" en de bestemming "Verblijfsdoeleinden". Binnen deze bestemmingen is een ambulancepost niet toegestaan. De nieuwbouw van de ambulancepost is voorzien buiten het bouwblok dat op de plankaart is aangegeven. Om de ambulancepost op de locatie mogelijk te maken, heeft het college de omgevingsvergunning niet alleen verleend voor de activiteit bouwen, maar ook voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. SOS heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 19 juni 2024 te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:447
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202505434/2/R4

202505456/1/R3 en 202505456/2/R3

Bij besluit van 18 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse een last onder dwangsom opgelegd aan [verzoeker]. Daarin wordt [verzoeker] gelast wordt om de bewoning van het bedrijfspand op de [locatie 1] in Lisse (hierna: het bedrijfspand) te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoeker] woont in het bedrijfspand. Het bedrijfspand staat op gronden waarvoor de bestemming "Bedrijventerrein" is toegekend in het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Lisse". Volgens het college is bewoning op deze bestemming niet toegestaan en overtreedt [verzoeker] daardoor artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Daarom heeft het college een last onder dwangsom opgelegd aan [verzoeker] waarin gelast wordt om de bewoning van het bedrijfspand te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoeker] komt op tegen het opleggen van de last onder dwangsom, onder meer omdat het college volgens hem gerechtvaardigde verwachtingen bij hem heeft gewekt dat hij in het bedrijfspand mocht wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:448
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505456/1/R3 en 202505456/2/R3

BRS.25.001112

Bij besluit van 15 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:420
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001112

BRS.26.000062

Bij besluit van 5 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij besluit van 15 december 2025 heeft de minister de termijn van de aan betrokkene opgelegde maatregel van bewaring verlengd met ten hoogste drie maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:419
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000062

BRS.26.000431 en BRS.26.000432

Bij besluit van 7 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:437
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000431 en BRS.26.000432

202205662/1/R4

Bij besluit van 6 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om de omgevingsvergunning van 21 september 2011 van de woningcorporatie Stichting Mitros (nu: Stichting Woonin, hierna: Mitros) in te trekken en handhavend op te treden tegen Mitros, afgewezen. Bij besluit van 21 september 2011 heeft het college aan Mitros op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo een omgevingsvergunning verleend voor het verwijderen van asbesthoudende materialen en het vervangen van gevelkozijnen en dakkapellen in een groot aantal woningen in Utrecht. Voorafgaand aan dit besluit, op 22 juni 2011, hebben de gemeente Utrecht en Mitros een convenant gesloten. Daarbij is, samengevat, overeengekomen dat een groot deel van de asbestinventarisaties na de verlening van de omgevingsvergunning, voor het uitvoeren van de werkzaamheden, worden uitgevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:462
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205662/1/R4

202301706/4/R2

Bij uitspraak van 3 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5851, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan op het beroep in een zaak waarbij [verzoeker] partij was. In die zaak heeft [verzoeker] verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit één rechterlijke instantie bestaat zonder voorafgaande bezwaarprocedure, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste twee jaar redelijk. De termijn begint op het moment van ontvangst van het beroepschrift door de Afdeling, en niet, zoals [verzoeker] veronderstelt, bij het indienen van een zienswijze tegen een ontwerpbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:491
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202301706/4/R2

202302028/1/R4

Bij besluit van 6 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk het handhavingsverzoek van [appellante] met betrekking tot de door haar gehuurde woning aan de [locatie] in Hoevelaken gedeeltelijk toegewezen. Bij brief van 4 mei 2020 heeft [appellante] het college verzocht om handhavend op te treden tegen de Alliantie vanwege de bouwkundige staat van de woning aan de [locatie] in Hoevelaken. [appellante] diende het verzoek met name in vanwege problemen met het binnenklimaat van de woning. Ten tijde van het handhavingsverzoek huurde [appellante] de woning van de Alliantie. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het onderzoek van De Keurder zorgvuldig is en dat het college daar zijn besluit van 12 januari 2021 op mocht baseren. Op basis van het onderzoek van De Keurder kan niet worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan artikel 3.26 van het Bouwbesluit 2012. Zo ontbreken de gehanteerde meetmethodes en meetresultaten in het rapport. Het college heeft het besluit van 12 januari 2021 in zoverre onzorgvuldig voorbereid, aldus [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:488
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302028/1/R4

202302754/1/R3

Bij besluit van 21 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen aan KPN B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de vervanging van een telecommast op de Van Limburg Stirumweg 8 in Oranjewoud. De omgevingsvergunning staat toe dat op het perceel een telecommast wordt gebouwd met daaromheen een hekwerk van 2,2 m hoog. Deze telecommast zal een bestaande telecommast op het perceel vervangen. De positie van de telecommast verplaatst daarbij naar het westen van het perceel. Door de vergunde telecommast te bouwen op deze nieuwe locatie voldoet deze niet aan de bouwregels uit het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Beschermd Dorpsgezicht Het Oranjewoud" (hierna: het bestemmingsplan). Het hekwerk is daarnaast hoger dan in het bestemmingsplan is toegestaan. De omgevingsvergunning staat deze afwijkingen van het bestemmingsplan toe. [appellant] heeft bezwaren tegen de verplaatsing van de telecommast omdat deze dichter bij zijn woning komt. Dit leidt volgens hem tot een hoger risico op gezondheidsschade en een vermindering van zijn uitzicht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:486
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302754/1/R3

202303217/1/A3

Bij besluit van 7 april 2020 heeft de burgemeester van Nijmegen een vergunning op grond van de Drank- en horecawet voor een horeca-inrichting geweigerd, de op 22 juli 2014 verleende vergunning ingetrokken en aan [appellanten sub 2] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellant sub 2A] is sinds 2014 eigenaar en exploitant van [bedrijf] aan de [locatie] in Nijmegen. Op 22 juli 2014 heeft de burgemeester aan [appellant sub 2A] een vergunning op grond van de DHW verleend. Vanaf 1 juli 2018 vormen [appellanten sub 2] een vennootschap onder firma (geregistreerd op 30 augustus 2018). De vennootschap onder firma heeft op 21 november 2019 een aanvraag ingediend voor een vergunning op grond van de DHW. Op 22 november 2019 heeft een controle in het café plaatsgevonden, waarvan de toezichthouder op 29 november 2019 een proces-verbaal heeft opgesteld. Mede op basis van dit proces-verbaal heeft de burgemeester de vergunning van 2014 ingetrokken, de gevraagde vergunning geweigerd en een last onder bestuursdwang opgelegd. De last houdt in dat het café per 1 mei 2020 moet sluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:482
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303217/1/A3

202303749/1/R1

Bij besluit van 23 september 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de op 13 september 2016 verleende vergunning op grond van de Waterwet van Tata Steel Packaging (Tata Steel) gewijzigd. Tata Steel heeft op 17 september 2021 een aanvraag ingediend om wijziging van de aan haar op 13 september 2016 verleende vergunning op grond van de Waterwet. Aanleiding voor deze aanvraag is dat het vergunde additief RONASTAN, dat Tata Steel gebruikt in het productieproces, niet langer beschikbaar is. Zij wil in plaats daarvan het alternatieve additief QUAKERTIN toepassen. Dit alternatieve additief wordt op dezelfde wijze als het vergunde additief toegepast. De minister heeft bij besluit van 23 september 2021 positief beslist op de aanvraag van Tata Steel. De minister heeft hieraan ten grondslag gelegd dat Tata Steel met het nieuwe additief voldoet aan de best beschikbare technieken (BBT) conclusies. Met het alternatieve additief zal de aard van de chemische gevolgen volgens de minister niet veranderen en daarmee ook niet de ecologische effecten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:487
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202303749/1/R1

202303801/1/R1

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard het verzoek om handhaving van [appellante] afgewezen met betrekking tot, onder andere, het storten van grond op het perceel aan de [locatie 1] in Gendt. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Gendt. Haar perceel grenst aan dat van [partij] aan de [locatie 1]. [appellante] heeft het college verzocht handhavend op te treden wegens, onder andere, het storten van grond op het perceel aan de [locatie 1]. Het college heeft het verzoek van [appellante] opgevat als een verzoek om handhavend op te treden wegens het storten van grond in strijd met het Bbk en wegens gebruik van gronden in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het college heeft aan de in het besluit van 22 februari 2022 neergelegde afwijzing ten grondslag gelegd dat het aanvoeren van grond op 31 december 2021 is gemeld bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem. De hoeveelheid gestorte grond is in overeenstemming met deze melding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:463
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303801/1/R1

202303815/1/A3

Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft de burgemeester van Echt-Susteren een last onder bestuursdwang aan THT-Group opgelegd, strekkende tot sluiting van de bedrijfsruimten met bijhorende percelen aan de adressen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Echt, voor de duur van twaalf maanden. THT-Group is actief in het uitvoeren van sloopprojecten en asbestsaneringen en huurder van de bedrijfsruimte aan de [locatie 3] in Echt. Op 29 juli 2021 hebben medewerkers van de politie een onderzoek verricht in de bedrijfsruimten aan de adressen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Van dit onderzoek is een bestuurlijke rapportage opgemaakt. In deze bestuurlijke rapportage is te lezen dat in de bedrijfsruimten aan de [locatie 1] en [locatie 2] gezamenlijk een nettogewicht van 211.615,4 gram hennep en 13.479 gram hasj, groeimiddelen voor planten, materialen die worden gebruikt voor de opbouw van hennepplantages, goederen voor het verpakken van hennep en promotiemateriaal voor een coffeeshop zijn aangetroffen. Ook is tussen de bedrijfsruimte [locatie 2] en [locatie 3] een doorgang in de vorm van een gat in de muur gevonden. In de bedrijfsruimte aan de [locatie 3] zijn geen drugs of daaraan gerelateerde goederen aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:484
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202303815/1/A3

202304226/1/A3

Bij besluit van 4 maart 2021 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens het verzoek van [appellant] om corrigerende maatregelen te treffen afgewezen. De gemeente Wageningen hanteert voor het innen van de parkeerbelasting op de parkeerterreinen Olympiaplein en Stadsbrink een systeem van kentekenparkeren. Dit houdt in dat een parkeerder via de parkeerautomaat of mobiele telefoon het kenteken van zijn auto registreert. Voor het eerste uur parkeren hoeft geen parkeerbelasting betaald te worden. Als een parkeerder aangeeft langer dan een uur te gaan parkeren, dan moet hij vooraf de parkeerbelasting voldoen. De controle op betaling van parkeerbelasting vindt plaats met gebruik van zogenoemde ‘handhelds’ door handhavers van de gemeente die kentekens van geparkeerde voertuigen invoeren. Als geen parkeerbelasting is verschuldigd, of als de parkeerbelasting van een gecontroleerd voertuig is betaald, worden de ingevoerde kentekengegevens na 48 uur verwijderd. Als de verschuldigde parkeerbelasting niet is betaald, dan worden de gegevens van de kentekenhouder opgevraagd voor het opleggen van een naheffingsaanslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:490
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304226/1/A3

202304734/2/R3

Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2066, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twintig weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 14 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "[locatie] te Leek" te herstellen, met inachtneming van wat over dat gebrek in de tussenuitspraak is overwogen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 5.4, geoordeeld dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in strijd met artikel 3:2 van de Awb is genomen. Daartoe overwoog de Afdeling dat de raad van de gemeente Westerkwartier het plan niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft voorbereid, omdat in het akoestisch onderzoek dat aan het plan ten grondslag lag ten onrechte niet is uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad ervoor gekozen om met de nadere motivering van 3 september 2025 te onderbouwen waarom het plan niet zal leiden tot een onaanvaardbare geluidbelasting ter plaatse van de woning, en dus niet tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat, van [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:492
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202304734/2/R3

202304782/1/R4

Met het bestemmingsplan ‘Pavijen I-IV (ged.), herzien milieucategorieën’ wil de gemeente Culemborg de ‘zware bedrijvigheid’ verminderen op een deel van het bestaande bedrijventerrein Pavijen. De gemeenteraad heeft deze aanpassing doorgevoerd vooruitlopend op het plan om van het gebied rond het station van Culemborg een woon- en werkomgeving te maken. Enkele bedrijven die nu op die locatie zitten zijn het niet eens met dit bestemmingsplan en kwamen hiertegen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De verlaging van de zogenoemde milieucategorie is volgens hen uitsluitend ingegeven door nog onzekere en onvoldoende concrete plannen voor woningbouw in en rondom het stationsgebied. Legaal bestaand gebruik wordt in beginsel in het bestemmingsplan bestemd. Als nieuwe planologische inzichten daarvoor aanleiding geven en het belang bij de nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen, kan uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening daarvan worden afgezien. In dat geval kan het bestaande legale gebruik onder het overgangsrecht worden gebracht als de gemeenteraad aannemelijk maakt dat dit gebruik op termijn zal worden beëindigd. Met het overgangsrecht wordt namelijk beoogd een tijdelijke situatie te overbruggen. In de uitspraak constateert de Afdeling bestuursrechtspraak dat de gemeente nog geen bestemmingsplan heeft vastgesteld of omgevingsvergunning heeft verleend om de woningbouw rondom het stationsgebied planologisch mogelijk te maken. Er is dus geen concreet planologisch besluit op grond waarvan aannemelijk is dat de bestaande bedrijfsactiviteiten daadwerkelijk op termijn zullen worden beëindigd. De gemeenteraad heeft toegelicht dat om praktische redenen is gekozen om dit bestemmingsplan vast te stellen vooruitlopend op de woningbouw, in de verwachting dat op korte termijn een omgevingsplan zou worden vastgesteld voor het stationsgebied. Maar praktische overwegingen zijn geen toereikende motivering om bestaand legaal gebruik weg te bestemmen en onder het overgangsrecht te brengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:493
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202304782/1/R4

202305380/1/A3

De minister van Justitie en Veiligheid ging te ver met het stellen van twee beperkende voorschriften aan een re-enactment evenement tijdens het jaarlijkse Bevrijdingsfestival in Brielle. De uitspraak gaat over de toestemming die de korpschef van politie verleende voor een zogenoemd re-eanctment evenement tijdens het Bevrijdingsfestival in Brielle. Onderdeel daarvan is een 'Mock-battle' over de oorlogsjaren in Brielle in 1940-1945. Tijdens dit evenement wordt militaire gebeurtenissen uit die tijd zo historisch mogelijk nagespeeld. Stichting Bevrijdingsfestival Brielle vroeg op grond van de Wet wapens en munitie toestemming om acteurs in burgerkleding wapens te laten dragen tijdens de Mock-battle en daarbij ook Nazi-attributen te tonen. De korpschef, en later de minister, stelde daaraan enkele voorschriften, maar die beperken volgens de organisatie te veel. Doel van de Wet wapens en munitie is om de openbare orde en veiligheid te waarborgen door illegaal wapenbezit te bestrijden en legaal wapenbezit zo veel mogelijk te beheersen. Dat betekent dat de minister ook alleen met dat doel voor ogen voorschriften mag stellen. Het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak is dat de minister bij twee voorschriften daarbij te ver ging. Zo stelde de minister beperkingen aan het tonen van Nazi-attributen omdat hij ongeregeldheden en gevoelens van angst en onrust bij het publiek wilde voorkomen. Maar dat is naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak een algemeen belang van openbare orde en legt geen verband met het specifieke doel dat de Wet wapens en munitie wil beschermen. De stichting krijgt op dit punt dus gelijk. In een ander voorschrift verbood de minister het dragen van wapens door acteurs in burgerkleding uit de jaren '40 en '45 tijdens de Mock-battle. Op de rechtszitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak in oktober jongstleden heeft de minister laten weten dat dit voorschrift te ver gaat en dat hij daartegen geen bezwaar meer heeft als de wapens direct na afloop van de Mock-battle worden ingenomen en acteurs met wapens zich niet mengen met publiek. Ook op dit punt krijgt de stichting gelijk. Een laatste voorschrift waartegen de stichting zich verzette blijft wel in stand. Dat voorschrift eist dat het evenement moet plaatsvinden volgens het reglement van het Landelijk Platform Levende Geschiedenis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:461
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202305380/1/A3

202400068/1/R3

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Feijenoord" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de wijk Feijenoord in Rotterdam. Dit is een actualiserend bestemmingsplan met een overwegend conserverend karakter. Op een aantal locaties voorziet het plan in de mogelijkheid woningen te realiseren. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] en [appellant sub 2] aan de [locatie 2] in Rotterdam. Beide percelen liggen in het plangebied. Zij zijn het met name niet eens met de begrenzing van het bestemmingsplan "Feijenoord". [appellant sub 2] betoogt dat Wijkraad Feijenoord te weinig inspraak heeft gehad bij de planvorming. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat ten onrechte geen woonbestemming is toegekend aan het in september 2023 opgeleverde gebouw aan de Persoonsdam 158 tot en met 200 in Rotterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:489
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202400068/1/R3

202400159/1/A3

Bij brieven van 24 december 2020 hebben verweerders, voor zover in hoger beroep aan de orde, het verzoek van [appellant] om verstrekking van documenten gedeeltelijk ingewilligd. Bij brief van 12 mei 2020 heeft [appellant] onder vermelding van de Algemene verordening gegevensbescherming, de sectorale wetten die van toepassing zijn op de convenantpartners van het Regionale Informatie- en Expertisecentrum Noord-Nederland en de Wet openbaarheid van bestuur verzocht om verstrekking van documenten over hem die berusten bij het RIEC Noord-Nederland. Bij brieven van 24 december 2020 hebben verweerders dat verzoek gedeeltelijk ingewilligd door een overzicht te verstrekken van de aanwezige persoonsgegevens van [appellant]. Verweerders hebben het verzoek afgewezen voor zover om inzage of openbaarmaking van bestuurlijke documenten wordt verzocht. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt, en beroep ingesteld tegen het niet-tijdig besluiten op het bezwaar. Tijdens die procedure hebben [appellant] en verweerders ingestemd met het instellen van rechtstreeks beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:483
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202400159/1/A3

202400277/1/A2

Bij besluit van 26 april 2021 heeft het Commissariaat voor de Media Stichting Berkelland Lokaal (SBL) aangewezen als lokale publieke media-instelling in de gemeente Berkelland en de aanvraag van RMC hiervoor afgewezen. RMC was voor de periode van 8 maart 2016 tot en met 8 maart 2021 aangewezen als publieke media-instelling voor de gemeenten Berkelland (Berkelland) en Oost Gelre (Oost Gelre). Voor de aansluitende periode vanaf 8 maart 2021 heeft RMC bij het commissariaat een nieuwe aanvraag ingediend. Het commissariaat heeft deze aanvraag toegestuurd aan de raden van Berkelland en Oost Gelre, met het verzoek een gezamenlijk advies uit te brengen over de vraag of RMC voldoet aan de eisen van artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet 2008. Ook SBL heeft een aanvraag ingediend voor dezelfde periode. In tegenstelling tot de aanvraag van RMC ziet deze aanvraag alleen op een aanwijzing voor Berkelland. Het commissariaat heeft deze aanvraag voorgelegd aan de raad van Berkelland met het verzoek advies uit te brengen over de vraag of SBL aan de eisen voldoet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:481
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400277/1/A2

202400986/1/A3

Bij besluit van 3 maart 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] om een Nederlands paspoort voor zijn minderjarige dochter niet in behandeling genomen. [appellant] heeft op 10 augustus 2021 bij de Nederlandse ambassade in Nairobi een aanvraag voor een Nederlands paspoort ingediend voor zijn minderjarige dochter [dochter]. Bij de aanvraag heeft [appellant] een kopie van een Somalische geboorteakte, een kopie van een Somalische identiteitsbevestiging, een kopie van een Somalisch geboortebewijs van het ziekenhuis, een consulaire verklaring van geboorte, afgegeven door de Somalische ambassade in Brussel, en een huwelijksakte overgelegd. Uit de huwelijksakte blijkt dat [appellant] op [datum] 2017 in Kenia is getrouwd met [partner]. Uit de geboorteakte blijkt dat [dochter] op [geboortedatum] 2021 in Somalië is geboren en dat zij de dochter van [appellant] en [partner] is. [appellant] en [partner] zijn beiden in Somalië geboren. [appellant] heeft in 2007 het Nederlanderschap verkregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:468
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202400986/1/A3

202401794/1/A3

Bij brief van 27 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft een verzoek van de Stichting voor het wijzigen van de straatnaam Coudenhovelaan in Delft afgewezen. De Stichting heeft op 4 juli 2022 een verzoek gedaan voor het wijzigen van de straatnaam Coudenhovelaan in Delft in verband met de verplichtingen die het college volgens de Stichting op grond van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide (hierna: Genocideverdrag) heeft. Volgens de Stichting wekt het in stand houden van deze straatnaam genocide in de hand. Het college heeft deze aanvraag van de Stichting met een brief van 27 september 2022 afgewezen. Het college heeft het bezwaar van de Stichting hiertegen niet-ontvankelijk verklaard, omdat de Stichting geen belanghebbende is, haar verzoek daarom niet is aan te merken als een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb en de afwijzing daarvan dus ook geen besluit is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:473
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202401794/1/A3

202401878/1/A3

Bij besluit van 23 februari 2024 heeft de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp aan [appellante] een nieuw huisverbod opgelegd voor een periode van tien dagen, tot 4 maart 2024. De burgemeester heeft dit huisverbod opgelegd naar aanleiding van een incident dat op 26 januari 2024 heeft plaatsgevonden. [appellante] heeft [zoon] in het bijzijn van de politie met een houten blok of stok van dertig centimeter lang op zijn hoofd geslagen. Zij is voor mishandeling aangehouden. Bij [zoon] is geen letsel geconstateerd, maar hij heeft wel aangifte gedaan. Deze strafzaak tegen [appellante] is uiteindelijk geseponeerd. Omdat er na afloop van de termijn van tien dagen nog geen netwerkgesprek met [zoon] en [appellante] heeft plaatsgevonden waardoor er geen veiligheidsafspraken tot stand zijn gekomen, heeft de burgemeester het huisverbod verlengd voor de duur van achttien dagen, tot 24 februari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:469
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202401878/1/A3

202401885/1/A3

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp het op 27 januari 2024 opgelegde huisverbod verlengd met achttien dagen tot 24 februari 2024. De burgemeester heeft dit huisverbod opgelegd naar aanleiding van een incident dat op 26 januari 2024 heeft plaatsgevonden. [appellante] heeft [zoon] in het bijzijn van de politie met een houten blok of stok van dertig centimeter lang op zijn hoofd geslagen. Zij is voor mishandeling aangehouden. Bij [zoon] is geen letsel geconstateerd, maar hij heeft wel aangifte gedaan. Deze strafzaak tegen [appellante] is uiteindelijk geseponeerd. [appellante] woont samen met haar zoon [zoon] van achttien jaar in een woning in Delfgauw. Omdat er na afloop van de termijn van tien dagen nog geen netwerkgesprek met [zoon] en [appellante] heeft plaatsgevonden waardoor er geen veiligheidsafspraken tot stand zijn gekomen, heeft de burgemeester het huisverbod verlengd voor de duur van achttien dagen, tot 24 februari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:470
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202401885/1/A3

202401888/1/A3

Bij besluit van 4 maart 2024 heeft de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp het huisverbod verlengd met achttien dagen tot 22 maart 2024. De burgemeester heeft dit huisverbod opgelegd naar aanleiding van een incident dat op 26 januari 2024 heeft plaatsgevonden. [appellante] heeft [zoon] in het bijzijn van de politie met een houten blok of stok van dertig centimeter lang op zijn hoofd geslagen. Zij is voor mishandeling aangehouden. Bij [zoon] is geen letsel geconstateerd, maar hij heeft wel aangifte gedaan. Deze strafzaak tegen [appellante] is uiteindelijk geseponeerd. Omdat er na afloop van de termijn van tien dagen nog geen netwerkgesprek met [zoon] en [appellante] heeft plaatsgevonden waardoor er geen veiligheidsafspraken tot stand zijn gekomen, heeft de burgemeester het huisverbod verlengd voor de duur van achttien dagen, tot 24 februari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:480
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202401888/1/A3

202401889/1/A3

Bij besluit van 27 januari 2024 heeft de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp aan [appellante] een huisverbod opgelegd als bedoeld in de Wet tijdelijk huisverbod voor een periode van tien dagen, tot 6 februari 2024. [appellante] woont samen met haar zoon [zoon], geboren op [geboortedatum] 2005 en ten tijde in geding achttien jaar, in een woning in Delfgauw. Het huisverbod omvatte ook een verbod voor [appellante] om contact op te nemen met [zoon]. Dit besluit is gebaseerd op het door een hulpofficier van justitie opgemaakte Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld. De burgemeester heeft dit huisverbod opgelegd naar aanleiding van een incident dat op 26 januari 2024 heeft plaatsgevonden. De politie kreeg een melding dat [zoon] weigerde [appellante] toegang tot de woning te geven. In het bijzijn van de politie is er een ruit gebroken en kon [appellante] de woning betreden. In de woning kregen [appellante] en [zoon] ruzie en [appellante] heeft vervolgens [zoon] met een houten blok of stok van dertig centimeter lang op zijn hoofd geslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:471
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202401889/1/A3

202402057/1/A3

Bij besluit van 12 januari 2023 heeft de minister van Justitie en Veiligheid [appellant] te kennen gegeven dat hij zijn verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet open overheid (Woo) niet in behandeling neemt. [appellant] heeft de minister op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van alle correspondentie en data, zowel schriftelijk als digitaal, en verslagen van telefoongesprekken van het departement van Justitie en Veiligheid met hem sinds 23 januari 2015. [appellant] merkt in zijn verzoek op dat de minister hem telefonisch te kennen heeft gegeven dat geen brieven aan hem zijn gestuurd. De minister heeft het verzoek van [appellant] niet in behandeling genomen, omdat hij misbruik van recht heeft gemaakt. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek niet in behandeling heeft hoeven nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:496
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402057/1/A3

202402275/1/A3

Bij besluit van 2 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [appellante] om haar adresgegevens in de basisregistratie personen (brp) te corrigeren afgewezen. Op 17 augustus 2022 heeft [appellante] een aanvraag ingediend waarbij zij het college op grond van artikel 2.58 van de Wet basisregistratie personen (Wet brp) verzoekt met betrekking tot haar adresgegeven een correctie toe te passen over de periode 27 maart 2008 tot 11 augustus 2008. Hiertoe verwijst zij naar verschillende stukken waaruit zou volgen dat zij in die periode aan de [locatie] in Rotterdam heeft gewoond. Bij het besluit van 2 september 2022 heeft het college het verzoek van [appellante] afgewezen. Met het besluit van 17 februari 2023 heeft het college de afwijzing van het verzoek gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:464
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202402275/1/A3

202402283/1/R3

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [aanvrager van de vergunning] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een extra bouwlaag op haar woning aan de [locatie 1] in Den Haag. [aanvrager van de vergunning] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van een extra bouwlaag voor drie studentenwoningen (met eigen huisnummers) op de woning aan de [locatie 1] in Den Haag. Het gaat om de activiteit ‘bouwen’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo. Het college heeft de omgevingsvergunning bij besluit van 22 februari 2021 verleend. Volgens het college past het bouwplan binnen het geldende bestemmingsplan "Laakwijk - Schipperskwartier" en heeft de welstandscommissie positief over het bouwplan geadviseerd. [belanghebbende A] en [belanghebbende B], die achter de woning wonen aan de [locatie 2] in Den Haag, hebben bezwaar gemaakt tegen de verlening van de omgevingsvergunning. Het college heeft dit bezwaar bij besluit van 19 juli 2021 ongegrond verklaard, maar aan de verleende omgevingsvergunning drie extra voorwaarden verbonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:494
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402283/1/R3

202402745/1/A3

Bij besluit van 19 mei 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de paspoortaanvraag die [appellant A] en [appellant B] hebben ingediend voor hun minderjarige dochter [dochter] afgewezen. [appellant A] en [appellant B] zijn op [datum] 2007 met elkaar getrouwd in Egypte. [appellant A] heeft op [datum] 2010 het Nederlanderschap verkregen. [appellant B] heeft wel de Egyptische, maar niet de Nederlandse nationaliteit. Op 3 januari 2022 hebben [appellant A] en [appellant B] bij de Nederlandse ambassade in Egypte een paspoort aangevraagd voor hun minderjarige dochter [dochter], die op [geboortedatum] 2012 in Saoedi-Arabië is geboren. Aan deze aanvraag hebben [appellant A] en [appellant B] een Egyptische geboorteakte gehecht, waarop staat vermeld dat [appellant A] en [appellant B] haar ouders zijn. De minister heeft de aanvraag om een paspoort voor [dochter] buiten behandeling gesteld, omdat [appellant A] en [appellant B] geen gelegaliseerde en vertaalde Saoedische geboorteakte hebben overgelegd. Volgens de minister kan het Nederlanderschap van [dochter] niet worden vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:498
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202402745/1/A3

202402859/2/R4

Bij brief, ingekomen op 28 januari 2026, en aangevuld op dezelfde datum hebben [verzoekers] verzocht om wraking van staatsraad mr. B.P.M. van Ravels (de staatsraad) als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202402859/1/R4.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:535
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Wraking
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402859/2/R4

202403724/1/A2

Bij besluiten van 4 februari 2022 heeft de deken van de Orde van Advocaten Den Haag de door [appellant sub 1] e.a. en [appellant sub 2] gemaakte bezwaren tegen het verzoek om de financiële kengetallen over de periode 2019/2020 aan te leveren niet-ontvankelijk verklaard. In het kader van proactief, structureel, risico gestuurd en uniform financieel toezicht heeft het dekenberaad op aandringen van het College van Toezicht in 2016 besloten dat een lokale deken bij wijze van pilot start met het opvragen van financiële gegevens bij alle kantoren in één arrondissement (ook wel ‘de uitvraag’ genoemd). Het gaat om gegevens over de (vlottende) activa en (vlottende) passiva uit de balans en om gegevens uit de staat van baten en lasten (hierna: de financiële kengetallen). Op basis van de door middel van de pilot opgedane ervaring, heeft het dekenberaad besloten om met ingang van 2020 jaarlijks bij alle advocatenkantoren in alle arrondissementen de financiële kengetallen door de lokale dekens te laten opvragen. De rechtbank heeft overwogen dat het verzoek om de financiële kengetallen aan te leveren geen besluit is waartegen bezwaar en beroep openstaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:460
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403724/1/A2

202404217/1/R1

Bij besluit van 23 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning verleend aan Woningstichting Eigen Haard voor het realiseren van een gebouw met daarin zestien studio’s op het perceel Sint Willibrordusstraat 43A in Amsterdam en het transformeren van de bestaande voormalige brandweerkazerne naar tien woningen op het perceel Van Ostadestraat 341 in Amsterdam. De nieuwbouw bestaat uit een begane grond met een gemeenschappelijke woonkamer en keuken, een ruimte voor het personeel (kantoor/verblijf) en een inpandige fietsenstalling voor bewoners. Op de vier verdiepingen daarboven komen op elke verdieping vier studio’s met een eigen badkamer. De studio’s variëren van 32 m2 tot 34,6 m2 gebruiksoppervlakte. [appellant A], [appellant B] en anderen kunnen zich niet verenigen met de aangevallen uitspraak. De Afdeling gaat ervanuit dat [appellant A] en anderen enerzijds en [appellant B] anderzijds zich niet kunnen verenigen met de uitspraak van de rechtbank voor zover die betrekking heeft op de door hen afzonderlijk aangevoerde gronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:474
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404217/1/R1

202404369/1/R4

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Apeldoorn het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2]" vastgesteld. Het plan betreft de verplaatsing van het bosbouwbedrijf gevestigd op [locatie 1] in Hoog Soeren naar [locatie 2] in Wenum Wiesel. Op [locatie 1] komt ruimte voor in totaal vier geschakelde schuurwoningen en twee vrijstaande woningen. Daarnaast maakt het plan aan de overzijde van het perceel een twee-onder-één-kap woning mogelijk. [appellant] woont op het naast gelegen perceel, [locatie 3]. Hij kan zich niet verenigen met het plan voor zover het extra woningen mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:479
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404369/1/R4

202404429/1/A2

Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de kosten van spoedeisende bestuursdwang van € 1.386,90 op [appellant] verhaald. Op 20 mei 2022 is in de kelder van het pand aan de [locatie] in Rotterdam een hennepkwekerij aangetroffen. Vanwege de gevaren voor de omgeving en omwonenden is spoedeisende bestuursdwang toegepast en is de hennepkwekerij direct ontmanteld. Volgens de rechtbank heeft het college [appellant] terecht aangemerkt als overtreder, als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, van het bepaalde in artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, zoals die bepaling ten tijde van de besluitvorming luidde. [appellant] had ten tijde van de overtreding een huurovereenkomst en een overeenkomst voor de levering van energie voor de woning afgesloten en was, ondanks dat hij destijds al geruime tijd in detentie zat, in de basisregistratie personen nog steeds op dat adres ingeschreven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:465
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404429/1/A2

202405116/1/R3

Bij besluit van 22 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ten behoeve van het bestemmingsplan "Mallegat" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Bij besluit van 11 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Mallegat" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van een woontoren (Mallegatplot) met een hoogte van 76 m en maximaal 193 appartementen aan de Persoonshaven in de wijk Feijenoord in Rotterdam. Ten noorden van het plangebied ligt verzorgingshuis De Steenplaat en ten zuiden ervan het Mallegatpark. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de rivier de Nieuwe Maas, en aan de westzijde van het plangebied staan woningen aan de Persoonshaven. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 1] in Rotterdam, op een afstand van ongeveer 70 m tot het plangebied. [appellant sub 3] woont aan de [locatie 2] in Rotterdam op ongeveer 1,1 km tot het plangebied. [appellant sub 3] heeft een zienswijze over het ontwerpplan naar voren gebracht. [appellant sub 2] en [appellant sub 3] vrezen dat de voorziene ontwikkeling leidt tot een verslechtering van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:495
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405116/1/R3

202405682/1/A3

Bij uitspraak van 4 juli 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep wegens het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege ongegrond verklaard. [appellant] heeft in augustus 2020 een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ingediend. Omdat ingebrekestellingen niet hebben geresulteerd in een besluit, heeft hij de inspecteur op 29 januari 2021 verzocht om hem van rechtswege de maximale bestuurlijke dwangsom uit te betalen. De inspecteur heeft bij brief van 5 februari 2021 geweigerd een dwangsombeschikking als bedoeld in artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht te nemen. [appellant] heeft volgens de inspecteur namelijk een Wob-verzoek ingediend en in dat soort zaken is paragraaf 4.1.3.2 van de Awb niet van toepassing, zodat op grond van artikel 15 van de Wob geen dwangsom verschuldigd kan zijn in verband met het niet tijdig beslissen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:458
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405682/1/A3

202406392/1/A2

Bij brief van 10 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden geweigerd een besluit te nemen op een verzoek van [appellant] om de Veelschrijversrichtlijn gemeente Molenlanden 2019 in te trekken of aan te passen. [appellant] woont aan de Nolweg in Schelluinen naast een melkveehouderij. In 2015 heeft de melkveehouderij een nieuwe stal gebouwd. Volgens het college heeft [appellant] vanaf de voorbereidingen voor die nieuwe stal in 2013 veel klachten en (handhavings)verzoeken bij het college ingediend over de bedrijfsvoering van de melkveehouderij. [appellant] heeft het college primair verzocht om de Veelschrijversrichtlijn in te trekken. Subsidiair heeft hij het college verzocht de van toepassing verklaring van de Veelschrijversrichtlijn op het ‘kader handelswijze dossier Nolweg, Schelluinen’ in te trekken en dat dossier te vernietigen. Het college heeft het primaire verzoek alsnog afgewezen, omdat het belang van handhaving van de Veelschrijversrichtlijn zwaarder weegt dan het belang van [appellant] om die richtlijn in te trekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:478
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202406392/1/A2

202407679/1/A2

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs de aanvraag van OMO om een cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs in aanmerking te brengen voor bekostiging, afgewezen. OMO voert primair aan dat de bij haar aanvraag overgelegde prognose van het aantal leerlingen voldoende behoefte aan haar aanbod, als bedoeld in de beleidsregel, van IGVO aantoont. Het maken van een onderscheid tussen IB CP en IB DP-leerlingen is op grond van de beleidsregel niet vereist. Daarnaast wordt IB CP sinds kort bekostigd aangeboden in Nederland, zodat de staatssecretaris niet uit kan gaan van een aandeel van 10 procent van IB CP-leerlingen, welk percentage de staatssecretaris uit de weinige beschikbare data heeft afgeleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:467
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202407679/1/A2

202408075/1/A3

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de burgemeester van Den Haag de woning aan de [locatie] in Den Haag voor drie maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellant] huurde een woning aan de [locatie] in Den Haag. De burgemeester heeft [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor drie maanden ingaande 11 juli 2023 om 11:00 uur en eindigend op 11 oktober 2023 om 11:00 uur, op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De sluiting van de woning berust op een op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage van de politie van 30 mei 2023. In de bestuurlijke rapportage van 30 mei 2023 staat dat in de periode van 15 december 2022 tot en met 24 mei 2023 diverse incidenten hebben plaatsgevonden, waaronder aan drugs gerelateerde overlast. Het onderzoek van de politie doet de burgemeester ernstig vermoeden dat in de woning structureel wordt gehandeld in verdovende middelen en/of verdovende middelen worden verstrekt. De burgemeester baseert zich daarbij op de verklaringen van buurtbewoners die bij de politie meldingen hebben gemaakt van aan drugshandel gerelateerde overlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:477
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202408075/1/A3

202500326/1/A3

Bij brief van 26 augustus 2022 heeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers een klacht van [appellante] over de reconstructie van de grenzen van het perceel aan [locatie] in Barneveld afgewezen. [appellante] is op 12 juni 2020 eigenaar geworden van het perceel aan [locatie] in Barneveld, dat sinds 1926 in eigendom is van haar familie. [appellante] heeft op 11 januari 2022 om een grensreconstructie verzocht, omdat zij een schutting wil plaatsen op het perceel en het haar niet duidelijk is waar de perceelgrenzen precies lopen. Op 15 februari 2022 heeft de gevraagde grensreconstructie plaatsgevonden. Tijdens deze grensreconstructie is vastgesteld dat de noord- en westgrens van het perceel niet correct zijn weergegeven op de kadastrale kaart en dat deze daarom moet worden herzien. Bij brief van 26 augustus 2022 heeft de bewaarder [appellante] te kennen gegeven dat de grenscorrectie goed is uitgevoerd en heeft hij de klacht van [appellante] over de grenscorrectie afgewezen. [appellante] heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:497
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500326/1/A3

202502474/1/A2

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. appellant] is dakloos geworden nadat hij in 2023 is gescheiden van zijn ex-partner. Hij heeft tijdelijke opvang gekregen in de noodopvang, maar deze plek is volgens hem niet passend gelet op zijn medische problematiek. Hij heeft daarom een urgentieverklaring aangevraagd om met voorrang in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:466
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502474/1/A2

202502764/1/A2

Bij besluit van 1 januari 2024 heeft de raad de aan [appellante] verleende toevoeging ingetrokken. Op 4 februari 2021 heeft [partij] namens [appellante] bij de raad een aanvraag ingediend om toevoeging voor rechtsbijstand voor de echtscheidingsprocedure van [appellante]. Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de raad deze aanvraag ingewilligd. Bij aanvraag van 25 september 2023 heeft [partij] de raad verzocht om vergoeding van de door haar verleende rechtsbijstand aan [appellante] en daarbij een financieel resultaat vermeld van € 30.000,00. Bij brief van 21 november 2023 heeft de raad [appellante] geïnformeerd over het voornemen om de toevoeging in te trekken. Hierop heeft [appellante] een zienswijze naar voren gebracht. Bij besluit van 1 januari 2024 heeft de raad de toevoeging ingetrokken. De raad heeft het daartegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. Bij de beslissing om de toevoeging in te trekken is volgens de raad leidend dat [appellante] een vordering met betrekking tot een geldsom heeft die boven het drempelbedrag ligt. In de door [appellante] naar voren gebrachte omstandigheden heeft de raad geen zwaarwegende omstandigheden gezien die zich verzetten tegen de vordering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:476
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202502764/1/A2

202502811/1/A3

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de burgemeester van Hillegom de woning aan de [locatie] in Hillegom voor zes maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellante] huurde een woning aan de [locatie] in Hillegom. De burgemeester heeft [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet overeenkomstig de door hem vastgestelde Beleidsregel Damoclesbeleid gemeente Hillegom - 2023. De sluiting is ingegaan op 27 juni 2024 om 10:00 uur. Met het besluit van 24 september 2024 heeft de burgemeester de sluitingsduur teruggebracht naar drie maanden, waardoor de sluiting is geëindigd op 27 september 2024 om 11:00 uur en [appellante] weer terug kon naar haar woning. Niet in geschil is dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. In hoger beroep staat alleen de evenredigheid van de woningsluiting ter discussie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:475
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202502811/1/A3

202503035/1/A2

Bij besluit van 13 april 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [partij] verleende toevoeging ingetrokken. Op 26 augustus 2019 heeft [appellant] namens [partij] bij de raad een aanvraag ingediend om een toevoeging voor rechtsbijstand voor een arbeidsgeschil van [partij]. Bij besluit van 30 augustus 2019 heeft de raad deze aanvraag ingewilligd. Bij vonnis van 12 januari 2022 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant [partij] in het gelijk gesteld en, voor zover hier van belang, de voormalige werkgever van [partij] veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon en de proceskosten van [partij]. De raad heeft bij het besluit van 4 oktober 2022 het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 13 april 2022 herroepen en de aan [partij] verstrekte toevoeging in stand gelaten. De raad heeft vastgesteld dat [partij] naar aanleiding van de gevoerde procedure een geldbedrag van € 16.370,27 heeft gekregen. Dit bedrag ligt boven het drempelbedrag van € 15.873,50 en dit zou in beginsel betekenen dat op grond van artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wrb, de toevoeging wordt ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:472
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202503035/1/A2

202503326/1/A2

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Staphorst de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante] is eigenares van de vrijstaande woning aan de [locatie] te Staphorst. Op 31 mei 2023 heeft [appellante] een tegemoetkoming in planschade aangevraagd. Volgens haar is de woning door een op 3 oktober 2019 verleende en op 27 november 2019 in werking getreden omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan in waarde verminderd. De vergunning is verleend voor het windpark Staphorst en maakt de realisatie van drie windturbines mogelijk. De rechtbank heeft geoordeeld dat de planologische ontwikkeling voor [appellante] voorzienbaar was. Volgens haar volgt uit de conceptnotitie, opgesteld door WDS, dat er een plan is om 3 tot 4 windturbines in een nog te bepalen opstelling te realiseren in het aangewezen gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:457
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202503326/1/A2

202504991/1/A2

Bij beslissing van 12 juni 2025 heeft de examencommissie van het Talland College aan [appellante] het cijfer voor het Centraal Examen vmbo wiskunde, eerste tijdvak, vastgesteld en bekend gemaakt. [appellante] heeft in het schooljaar 2024-2025 een vmbo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan het Talland College Alkmaar gevolgd. Zij heeft in 2025 het centraal examen wiskunde, eerste tijdvak, afgelegd. Op 12 juni 2025 heeft de examencommissie haar bericht dat zij het vak niet heeft gehaald. [appellante] is tegen de vaststelling van het cijfer opgekomen. De examencommissie heeft op 3 juli 2025 besloten dat er geen herbeoordeling plaatsvindt. Bij e-mail van 7 juli 2025 heeft de examencommissie laten weten dat zij de mogelijkheden voor een herbeoordeling heeft verkend. De conclusie is dat er geen aanleiding is voor een herbeoordeling door een andere corrector. De Handreiking hoe te handelen inzake een geschil bij of na vaststelling van de score voor het Centraal Examen biedt daarvoor geen ruimte. Wel heeft de eerste examinator opnieuw naar de antwoorden gekeken en geen aanleiding gezien over te gaan tot aanpassing van de puntenscore.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:485
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504991/1/A2

202505552/1/A2

Bij beslissing van 2 juni 2025 heeft de examencommissie van de Faculteit der Bètawetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam het cijfer 0,0 toegekend aan een door [appellante] gemaakte opdracht en een waarschuwing gegeven wegens fraude. [appellante] volgt de bachelor Artificial Intelligence aan de VU. Voor het vak Computational Intelligence heeft zij vijf opdrachten moeten maken. Bij de examinator van het vak is het vermoeden gerezen dat zij bij opdracht 3 gebruik heeft gemaakt van kunstmatige intelligentie, terwijl dit niet was toegestaan. Aan dit vermoeden heeft de examinator ten grondslag gelegd dat in de door [appellante] gegeven antwoorden de termen "Thought for 4 seconds", "Thought for 5 seconds" en "Thought for 7 seconds" staan, terwijl dit, gelet op de vraagstelling, niet passend is en deze termen mogelijk duiden op de tijd, waarbinnen de antwoorden door kunstmatige intelligentie zijn gegenereerd. De examinator heeft daarom op 29 april 2024 melding van een vermoeden van fraude bij de examencommissie gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:459
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505552/1/A2

202505839/1/A2

Bij beslissing van 2 juli 2025 hebben examinatoren van de bacheloropleiding Bedrijfskunde een door [appellant] afgelegd tentamen beoordeeld met ‘Onder Verwacht Niveau’. Het tentamen waarvoor bij beslissing van 2 juli 2025 een onvoldoende beoordeling is gegeven, betreft de presentatie van [appellant] als onderdeel van het vak Smart Solutions Semester. De examinatoren hebben aan deze beslissing onder meer ten grondslag gelegd dat de uitvoering en vorm van de presentatie niet aan de vereisten voldoen. Het CBE heeft zich op het standpunt gesteld dat de onderwijs- en examenregeling (OER) geen verplichting bevat voor het opnemen van de presentatie. Tijdens de presentatie waren twee door de examencommissie aangewezen examinatoren aanwezig. Daarmee acht het CBE dat de zorgvuldigheid en betrouwbaarheid van de beoordeling is gewaarborgd. Tot slot komt het door de examencommissie gedane schikkingsvoorstel overeen met wat [appellant] zelf heeft voorgesteld. Het CBE acht het onder deze omstandigheden moeilijk te begrijpen dat [appellant] niet met het voorstel van de examencommissie heeft ingestemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:405
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505839/1/A2

202505839/2/A2

Bij beslissing van 2 juli 2025 hebben examinatoren van de bacheloropleiding Bedrijfskunde een door [verzoeker] afgelegd tentamen beoordeeld met ‘Onder Verwacht Niveau’. Bij beslissing van 19 november 2025 heeft het college van beroep voor de examens van Saxion Hogeschool zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het door [verzoeker] daartegen ingestelde administratief beroep, voor zover dat de inhoudelijke beoordeling van het tentamen betreft, en voor het overige dat beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:406
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505839/2/A2

202405132/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door haar toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:427
Datum uitspraak
27 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405132/1/V1

202501739/1/V2

Bij besluit van 2 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:426
Datum uitspraak
27 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501739/1/V2

202504810/1/V3

Bij besluiten van 11 april 2025 en 15 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:425
Datum uitspraak
27 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504810/1/V3

BRS.25.002074

Bij brief van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:414
Datum uitspraak
27 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002074

BRS.26.000133

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft zij geweigerd betrokkene ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem opgedragen om Nederland binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:440
Datum uitspraak
27 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000133

202501857/1/V3

Bij besluit van 24 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:413
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501857/1/V3

BRS.25.000701

Bij besluit van 16 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd om ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van betrokkene achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:390
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000701

BRS.25.000879

Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:396
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000879

BRS.25.001850 en BRS.25.001854

Bij besluiten van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:380
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001850 en BRS.25.001854

BRS.25.002484

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2025 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:404
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002484

BRS.25.002692

Bij besluit van 16 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:309
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002692

BRS.25.002704

Bij besluit van 16 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:392
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002704

BRS.26.000022 en BRS26000023

Bij besluit van 29 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:395
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000022 en BRS26000023

BRS.26.000150

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:397
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000150

202401020/1/V2

Bij besluiten van 2 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat betrokkene geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en zijn aanvraag om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000, waaruit een duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:412
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401020/1/V2

202504732/2/R4

Bij onderscheiden besluiten van 14 november 2022 heeft het college aan [verzoeker] en anderen een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik van het pand aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] en [locatie 4] in Haalderen ten behoeve van kamerverhuur te staken en gestaakt te houden, het gebruik van (een gedeelte van) dit pand als tattoo shop te (laten) staken en gestaakt te houden en de overtreding van artikel 1a, tweede lid, 1b, tweede lid, en 1b, derde lid, van de Woningwet te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoeker] en anderen zijn eigenaren van het pand aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] en [locatie 4] in Haalderen. Aan dit pand is ook het huisnummer [locatie 5] toegekend. Het college heeft onder meer handhavend opgetreden tegen het gebruik van dat pand ten behoeve van kamerverhuur vanwege strijd met het bestemmingsplan "Herstelplan komplannen Lingewaard" (het herstelplan). Volgens het college wordt kamerverhuur ook niet beschermd door het overgangsrecht van het herstelplan. Het college heeft aan de last, voor zover deze ziet op gebruik van het pand ten behoeve van kamerverhuur, een dwangsom verbonden van € 12.500,00 ineens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:407
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504732/2/R4

202600099/1/A2

Bij besluit van 21 oktober 2025 heeft de Eexamencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam de aanvraag van [verzoeker] om bij tentamens gebruik te mogen maken van een voorleeshulp (met koptelefoon) en een digitale wettenbundel afgewezen [verzoeker] volgt sinds 1 september 2025 de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft bij de examencommissie vanwege Non-Verbal Learning Disabilities (NLD) verschillende tentamenvoorzieningen aangevraagd. Het verzoek om gebruik te maken van een voorleeshulp (met koptelefoon) is afgewezen, omdat dit alleen wordt toegestaan bij een visuele beperking. Het verzoek om gebruik te maken van een digitale wettenbundel is afgewezen, omdat het leren werken met wettenbundels en de systematiek hiervan doorgronden een van de pijlers gedurende de hele rechtenstudie is. Daarnaast biedt gebruik van een digitale wettenbundel volgens de examencommissie een niet te rechtvaardigen voordeel tegenover andere studenten. [verzoeker] heeft op 9 februari 2026 en 23 februari 2026 tentamens, waarbij hij gebruik wenst te maken van de tentamenvoorzieningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:416
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600099/1/A2

BRS.25.002037

Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister de aan betrokkene verleende verblijfsvergunningen asiel voor onbepaalde en bepaalde tijd ingetrokken. Daarnaast heeft de minister bepaald dat betrokkene Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:383
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002037

BRS.25.002251

Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:382
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002251

BRS.25.002533

Bij besluit van 27 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:386
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002533

BRS.25.002565

Bij besluit van 1 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:378
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002565

BRS.25.002628

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:384
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002628

BRS.26.000077

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de staatssecretaris Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:399
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000077

BRS.26.000434

Bij besluit van 28 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:417
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000434

202600196/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Utrecht van 13 januari 2026, waarbij het verzoek van de politieke groepering ORDA buiten behandeling is gesteld. ORDA heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wenst ORDA vermeld te worden op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Utrecht op 18 maart 2026. ORDA is bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:512
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600196/1/A2

202600197/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam van 29 december 2025, waarbij het verzoek van de politieke groepering ORDA buiten behandeling is gesteld. ORDA heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wenst ORDA vermeld te worden op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Amsterdam op 18 maart 2026. ORDA is bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:514
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600197/1/A2

202600199/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Maastricht van 23 december 2025, waarbij het verzoek van de politieke groepering ORDA buiten behandeling is gesteld. ORDA heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wenst ORDA vermeld te worden op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Maastricht op 18 maart 2026. ORDA is bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:513
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600199/1/A2

202303509/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:387
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303509/1/V1

202406705/1/V3

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:388
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406705/1/V3

202504974/1/V3

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:389
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504974/1/V3

BRS.25.001042

Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd om hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem voorlopig uitstel van vertrek verleend in afwachting van de ambtshalve beoordeling of uitzetting krachtens artikel 64 van de Vw 2000 achterwege moet blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:320
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001042

BRS.25.001630

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:322
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001630

BRS.25.002224

Bij besluit van 6 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:306
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002224

BRS.25.002718

Bij besluit van 8 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:321
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002718
vorige pagina1...151617...1.243volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon