Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.564
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202407464/1/V1

Betrokkenen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 9 december 2024 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 januari 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4747
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407464/1/V1

202407468/1/V1

Referent heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 21 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door referent ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 29 september 2025 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft referent, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4737
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407468/1/V1

202407470/1/V1

Referent, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 11 december 2024 in zaak nr. NL24.41577. De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend. Referent heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij referent opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4745
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407470/1/V1

202407672/1/V1

Referent heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 10 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door referent ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 29 september 2025 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft referent, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4732
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407672/1/V1

202502019/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 11 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 29 september 2025 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N.M. Weteling, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4741
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502019/1/V1

202502051/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 17 maart 2025 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 augustus 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Cetinkaya-Ahmad, advocaat in Den Haag, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4746
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502051/1/V1

202502146/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 17 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellanten ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 juni 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. H.J. Janse, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4734
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502146/1/V1

202502336/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 27 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 november 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.J. Janse, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4731
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502336/1/V1

202502607/1/V1

Referent heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 11 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door referent ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 1 april 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft referent, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4735
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502607/1/V1

202502666/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 7 mei 2025 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 januari 2027 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. P.L.M. Stieger, advocaat in 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4733
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502666/1/V1

202503061/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 2 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister voor 30 november 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.J. Janse, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4730
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503061/1/V1

202505245/2/V2

Bij besluit van 16 oktober 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 29 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4751
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505245/2/V2

BRS.25.000752

Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4701
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000752

BRS.25.001329

Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4700
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001329

BRS.25.001331

Bij besluit van 21 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. Ook heeft zij geweigerd om verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 25 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4739
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001331

BRS.25.001336

Bij besluit van 20 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4699
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001336

202302394/1/R1

Bij besluit van 30 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een erfafscheiding aan de [locatie] in Heemskerk. [partij] heeft een erfafscheiding geplaatst op een plek waar voorheen een pad liep waarvan [appellant sub 1] en [appellant sub 2] jarenlang gebruik hebben gemaakt. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn het niet eens met de afsluiting van dit pad, omdat het pad volgens hen een openbare weg in de zin van de Wegenwet is. Volgens hen is de afsluiting zonder toestemming van de gemeenteraad in strijd met de Algemene plaatselijke verordening (APV). [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het pad geen openbare weg in de zin van de Wegenwet is en daarom artikel 2:10 van de APV niet is overtreden met de afsluiting van het pad. Volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] werd dit pad door veel bewoners en familie en vrienden van bewoners gebruikt en kan niet worden gezegd dat het pad geen grote, onbepaalde publieksgroep dient of geen functie vervult voor het afwikkelen van het openbare verkeer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4744
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202302394/1/R1

202406792/1/A2

[appellante] heeft bij de woningcorporatie Stichting Thuisvester verzocht om een urgentieverklaring. Vervolgens heeft zij vanwege het uitblijven van een reactie op haar verzoek om een urgentieverklaring beroep ingesteld bij de rechtbank. Drie dagen daarna heeft Thuisvester haar bericht dat zij een urgentieverklaring krijgt. Volgens haar heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucphen een dwangsom verbeurd, omdat niet tijdig op haar verzoek was beslist door Thuisvester.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4904
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202406792/1/A2

202407380/1/A2

[appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd op medische gronden. Hij is dakloos en heeft na een auto-ongeluk in 2022 te kampen met medische en psychische klachten, die invloed hebben op zijn dagelijkse functioneren. Het college heeft bij besluit van 21 december 2023 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van artikel 2.10.8, eerste lid, sub b van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. Volgens het college is de medische en psychische problematiek onvoldoende zwaarwegend en voldoet [appellant] niet aan de eis van een minimale behandelduur van zes maanden bij een psychiater of GGZ-instelling. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4887
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202407380/1/A2

202501413/1/A2

[appellante] woont samen met haar twee meerderjarige kinderen in een eengezinswoning die uit drie verdiepingen bestaat. Zij wil verhuizen naar een gelijkvloerse woning, omdat zij vanwege lichamelijke beperkingen niet meer lopend de trap op kan om de slaapkamer en de badkamer te bereiken. Zij wil geen traplift laten plaatsen, omdat dit voor haar een te grote psychische impact heeft. Ook wil zij met haar kinderen blijven wonen. Zij betoogt dat het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven desnoods toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4903
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501413/1/A2

202502000/1/A2

[appellant] verbleef ten tijde van belang in Amersfoort. Hij heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat hij na zijn scheiding graag een zelfstandige woning wil in de nabijheid van zijn kinderen die in Utrecht wonen. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 17 januari 2024 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd, omdat niet wordt voldaan aan verschillende voorwaarden uit artikel 28, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023. Het college heeft aan de afwijzing onder meer ten grondslag gelegd dat [appellant] niet aangemerkt kan worden als ingezetene en dat hij niet kan aantonen dat hij eerst zelf naar een oplossing heeft gezocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4905
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502000/1/A2

202503025/1/A2

Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het maken van bezwaar of het instellen van beroep zes weken. Die termijn is eveneens van toepassing voor het instellen van hoger beroep, zo volgt uit artikel 6:24 van de Awb. De Afdeling heeft het hogerberoepschrift pas op 27 mei 2025 ontvangen en daarmee is het ruimschoots te laat ingediend. [appellant] heeft daarover verklaard dat de uitspraak van de rechtbank naar zijn voormalige adres was verzonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4902
Datum uitspraak
3 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503025/1/A2

202402680/1/V3

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4721
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402680/1/V3

202406686/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4720
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406686/1/V1

202407337/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4719
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407337/1/V1

202407347/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4712
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407347/1/V1

202407450/1/V1

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4718
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407450/1/V1

202407817/1/V3

Bij besluit van 9 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4723
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407817/1/V3

202407896/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4708
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407896/1/V1

202500898/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4706
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500898/1/V1

202501003/1/V1

Referent heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4710
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501003/1/V1

202502041/2/R1

Bij besluit van 13 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Gulpen-Wittemhet bestemmingsplan "Woningbouw Kleinveldjesweg Wijlre" vastgesteld. Het plan maakt het realiseren van zes levensloopbestendige woningen mogelijk. Het plangebied heeft betrekking op de locatie [locatie 1] in Wijlre, kadastraal bekend als Wijlre, sectie D, nummers 4041 en 4152 (gedeeltelijk). [partij is de initiatiefneemster van het plan en tevens eigenaresse van de betreffende gronden. [verzoeker] woont in de directe nabijheid van het plangebied op het adres [locatie 2] in Wijlre. Hij kan zich niet verenigen met het plan. [verzoeker] betoogt dat het bestemmingsplan in strijd met het verbod van vooringenomenheid van artikel 2:4 van de Awb en artikel 28 van de Gemeentewet is vastgesteld, omdat raadslid [persoon] zich had behoren te onthouden van deelname aan de beraadslaging en stemming over het besluit tot vaststelling van dit plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4702
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202502041/2/R1

202502165/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4713
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502165/1/V1

202502171/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4716
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502171/1/V1

202502277/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4703
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502277/1/V1

202502328/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4707
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502328/1/V1

202502430/1/V3

Bij besluit van 18 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4714
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502430/1/V3

202503099/1/V2

Bij besluit van 21 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4711
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503099/1/V2

202503591/1/V2

Bij besluit van 5 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4722
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503591/1/V2

202504178/1/V2

Bij besluit van 27 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4717
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504178/1/V2

202504696/1/V3

Bij besluit van 31 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4704
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504696/1/V3

202504710/2/A3

Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de burgemeester van Susteren onder aanzegging van bestuursdwang gelast het lokaal aan de [locatie] te Susteren te sluiten voor de duur van zes maanden. Archimede Holding, waarvan [persoon A] directeur is, is bestuurder en enig aandeelhouder van Archimede Trading, Archimede Real Estate en 2Clever Homeshopping. Archimede Real Estate is eigenaar van het pand. Archimede Trading exploiteert in het pand een onderneming die zich bezighoudt met handel, distributie, im- en export van tuinbouwproducten, electromaterialen en alle aanverwante producten, en het exploiteren van internetwinkels en homeshopping-sites van uiteenlopende producten. 2Clever Homeshopping exploiteert vanuit het pand een (web)shop in consumentengoederen. Op 10 september 2024 heeft een controle in het pand plaatsgevonden. De politie heeft de situatie ter plaatse opgenomen en een bestuurlijke rapportage opgesteld. Daarin wordt geconcludeerd dat [persoon A] wist of ernstige redenen had te vermoeden dat de ter plaatse te koop aangeboden en voorhanden zijnde voorwerpen bestemd waren voor de beroeps- of bedrijfsmatige dan wel grootschalige hennepteelt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4641
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504710/2/A3

202504766/1/V3

Bij besluit van 10 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 21 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.E.M. de Vries, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4753
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504766/1/V3

BRS.25.000451 en BRS.25.000486

Bij besluit van 25 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4635
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000451 en BRS.25.000486

BRS.25.000561

Bij besluit van 27 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4633
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000561

BRS.25.001160 en BRS.25.001167

Bij besluit van 6 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4628
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001160 en BRS.25.001167

BRS.25.001162 en BRS.25.001165

Bij besluit van 6 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4630
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001162 en BRS.25.001165

BRS.25.001313

Bij besluit van 14 december 2024 heeft de minister appellant opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij mondelinge uitspraak van 20 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D. Matadien, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4614
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001313

202302374/1/A2

De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 3.3 tot en met 3.7 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daaraan nog het volgende toe. Het gaat in deze zaak nog om compensatie op grond van de Wet herstel toeslagen van kosten van rechtsbijstand van [appellant] in een procedure over kinderopvangtoeslag. Het gaat in dit hoger beroep om toeslagjaar 2010.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4886
Datum uitspraak
2 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202302374/1/A2

202400984/1/V3

Bij besluiten van 2 juni 2021 en van 3 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkenen verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4673
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400984/1/V3

202404769/1/V1

Bij besluit van 16 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4668
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404769/1/V1

202407590/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4671
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407590/1/V1

202407898/1/V1.

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4672
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407898/1/V1.

202500025/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4674
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500025/1/V1

202500028/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4676
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500028/1/V1

202500082/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4677
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500082/1/V1

202500566/1/V1

[appellante 2] heeft, mede voor haar minderjarige kinderen, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4679
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500566/1/V1

202500940/2/R3

Bij besluit van 17 december 2024 heeft de raad van de gemeente Leiden het bestemmingsplan "Schipholweg 66-128" vastgesteld. Het plan ziet op het gebied tussen de Schipholweg en de spoorlijn Leiden-Amsterdam, gelegen tussen de Dellaertweg en Schipholweg 130 in. Hier staan nu drie kantoorgebouwen: Schipholweg 66, Schipholweg 68 en Schipholweg 70-128. Deze drie gebouwen zullen gesloopt worden om plaats te maken voor één nieuw gebouw bestaande uit een plint met drie torens er op. Deze torens worden maximaal 62, 73 en 90 meter hoog. In dit gebouw komen maximaal 580 woningen, ongeveer 13.000 m2 kantoorruimte, overige functies zoals maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, detailhandel en horeca en parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen en ruimte voor logistiek. [verzoekster sub 1] en [verzoeker sub 2] kunnen zich niet verenigen met de in het plan voorziene hoogbouw. [verzoekster sub 1] en [verzoeker sub 2] zijn de eigenaar van [pand]’, gelegen aan de [locatie 1], respectievelijk de eigenaar van de aangrenzende woning, gelegen aan de [locatie 2].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4639
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202500940/2/R3

202501163/1/V1

Appellanten hebben beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4681
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501163/1/V1

202501358/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4680
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501358/1/V1

202501762/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4682
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501762/1/V1

202502049/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4683
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502049/1/V1

202502089/1/V3

Bij besluit van 27 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4687
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502089/1/V3

202502138/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4689
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502138/1/V1

202502168/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4696
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502168/1/V1

202502174/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4694
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502174/1/V1

202502503/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4684
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502503/1/V1

202502511/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4675
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502511/1/V1

202502697/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4678
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502697/1/V1

202502839/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4693
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502839/1/V1

202502886/1/V1

Appellant en betrokkene hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4695
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502886/1/V1

202502952/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4692
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502952/1/V1

202503283/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4691
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503283/1/V1

202503425/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4686
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503425/1/V1

202504377/1/V2

Bij besluit van 25 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4690
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202504377/1/V2

202505106/1/V2 en 202505106/2/V2

Bij besluit van 13 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4685
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505106/1/V2 en 202505106/2/V2

202505140/1/V3

Bij besluit van 25 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4688
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202505140/1/V3

BRS.25.000134

Bij brief van 7 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4617
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000134

BRS.25.000760

Bij besluiten van 23 april 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en hem in vreemdelingenbewaring gesteld. Bij uitspraak van 16 juni 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellant ingestelde beroepen ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat in Berkel en Rodenrijs, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4618
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000760

BRS.25.001173

Bij besluit van 6 augustus 2024 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 1 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door N.B. Swart, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4598
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001173

BRS.25.001263

Bij besluit van 7 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 2 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4616
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001263

202202653/3/R4

Bij tussenuitspraak van 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4267, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Lingewaard opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 10 maart 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Lingewaard, [locatie], Gendt" te herstellen. Het plan beoogt te voorzien in legalisatie van de woonsituatie aan de [locatie] te Gendt met persoonsgebonden overgangsrecht voor de huidige bewoners, [partij] en zijn partner. Hij is eigenaar van de woning, die planologisch als bedrijfswoning is verbonden met het loonbedrijf van [appellant] en met welk bedrijf [partij] geen binding meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4649
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202202653/3/R4

202207342/1/R1

Bij besluit van 19 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Renkum aan [appellant] een bouwstop en een last onder dwangsom opgelegd vanwege het bouwen van een bouwwerk op het perceel [locatie 1] te Oosterbeek in afwijking van een eerder verleende omgevingsvergunning van 2 oktober 2017 voor het bouwen van een paardenstal en een buitenbak. [appellant] is sinds 2018 eigenaar van het perceel [locatie 1] te Oosterbeek. Aan de rechtsvoorganger van [appellant] is op 2 oktober 2017 een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een paardenstal en een buitenbak op dit perceel, welke omgevingsvergunning op naam is gesteld van [appellant]. Deze omgevingsvergunning is naast de activiteiten "bouwen" en "aanleggen" ook verleend voor het "gebruik in strijd met het bestemmingsplan" omdat het perceel ter plaatse van de paardenstal een agrarische bestemming heeft maar de paardenstal wordt gebruikt ten dienste van de naastgelegen woning aan de [locatie 2].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4650
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207342/1/R1

202300445/1/R2

Bij besluit van 3 november 2022 heeft de raad van de gemeente Moerdijk het bestemmingplan "Randweg Klundert" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de aanleg van een nieuwe randweg ten zuiden van Klundert mogelijk. De raad wil hiermee de smalle straten in het centrum van Klundert ontlasten, waar nu veel verkeer rijdt. [appellant sub 1], [appellant sub 2], en [appellanten sub 3] komen op tegen dit besluit. Volgens hen zijn het nut en de noodzaak van de randweg onvoldoende aangetoond. Ook vrezen zij dat het bestemmingsplan leidt tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat en/of hun bedrijfsvoering zal belemmeren. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellanten sub 3] betogen dat het nut en de noodzaak van de nieuwe randweg onvoldoende zijn aangetoond. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat, anders dan de raad stelt, er onder de inwoners van Klundert weinig draagvlak is voor de randweg. Ook betogen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] dat de verkeerskundige onderbouwing van de randweg gebrekkig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4644
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300445/1/R2

202301208/1/A3

Bij besluit van 6 mei 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het door [appellante] gemaakte bezwaar tegen de verkorting van de geldigheidsduur van haar coronaherstelbewijs niet-ontvankelijk verklaard. Op 1 juni 2021 is de Tijdelijke wet coronatoegangsbewijzen in werking getreden. Daarmee werden tijdelijke regels gesteld over de inzet van coronatoegangsbewijzen bij de bestrijding van covid-19. Een coronatoegangsbewijs kon worden verkregen door volledige vaccinatie, na een negatieve test en na herstel van covid-19. In de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 waren de voorwaarden opgenomen waaronder een coronatoegangsbewijs geldig was voor deelname aan een activiteit of toegang tot een voorziening waarvoor het coronatoegangsbewijs was voorgeschreven. Tot 8 februari 2022 had het coronaherstelbewijs een geldigheidsduur van 365 dagen. Daarna werd door wijziging van de Trm de geldigheidsduur van het coronaherstelbewijs teruggebracht tot 180 dagen. [appellante] had een coronatoegangsbewijs op basis van herstel (coronaherstelbewijs) en heeft bezwaar gemaakt tegen de verkorting van de geldigheidsduur ervan. De minister heeft dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4645
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202301208/1/A3

202301527/1/R4

Bij besluit van 7 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond opnieuw aan [partij], initiatiefneemster van Ponyhof Femke, een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een rijhal met paardenstalling en bijbehorende voorzieningen op het perceel [locatie 1] te Roermond. [partij] heeft met de aanvraag om een omgevingsvergunning beoogd een al gerealiseerde rijhal met paardenstalling te legaliseren. Bij besluit van 12 december 2017 heeft het college deze omgevingsvergunning verleend. Bij uitspraak van 31 juli 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2623) heeft de Afdeling dit besluit vernietigd omdat het college voor de beoordeling van de welstand niet kon volstaan met een verwijzing naar een stempeladvies van de Commissie Beeldkwaliteit. Verder heeft de Afdeling met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat tegen het nieuwe besluit slechts beroep bij haar kan worden ingesteld. Met het besluit van 7 april 2020 heeft het college opnieuw een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen, het uitvoeren van werken en het afwijken van het bestemmingsplan "[locatie 1], Ponyhof Femke".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4651
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301527/1/R4

202301730/1/A3

Bij besluit van 19 februari 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam aan [appellant] een huisverbod opgelegd als bedoeld in de Wet tijdelijk huisverbod voor de periode van tien dagen, tot 1 maart 2023 15:03. [appellant] heeft een relatie met [persoon]. [appellant] verblijft regelmatig in de woning van [persoon] in Rotterdam. De burgemeester heeft op grond van artikel 2 van de Wth een huisverbod opgelegd aan [appellant] voor de duur van tien dagen, te weten van 19 februari 2023 tot 1 maart 2023. De burgemeester heeft dit huisverbod opgelegd naar aanleiding van een incident tussen [appellant] en [persoon] dat in de nacht van 19 februari 2023 heeft plaatsgevonden. De burgemeester heeft het tijdelijk huisverbod verlengd met achttien dagen, tot 19 maart 2023, onder meer omdat na afloop van de termijn van tien dagen nog geen hulpverlening was opgestart. [appellant] kan zich niet verenigen met de aan hem opgelegde huisverboden en heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4655
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202301730/1/A3

202302014/4/R2

Bij tussenuitspraak van 17 juli 2024 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Oosterhout opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 20 december 2023 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 20 december 2023, waarbij het bestemmingsplan "Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 34 ([locatie A])" opnieuw en gewijzigd is vastgesteld, is genomen in strijd met artikel 3.78, tweede lid, onder a, onder II, van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, in samenhang gelezen met artikel 4, onder d, van de beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit 2023 Noord-Brabant. De reden hiervoor is dat de raad ten onrechte toepassing heeft gegeven aan de beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant (hierna: de oude beleidsregel). De raad heeft hierdoor de inlevering van 3.500 kg aan fosfaatrechten ingebracht als fysieke tegenprestatie die is gericht op het versterken van de omgevingskwaliteit, terwijl fosfaatrechten op grond van de nieuwe beleidsregel niet meer als fysieke tegenprestatie mogen worden ingebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4661
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202302014/4/R2

202302309/1/A3

Bij besluit van 11 april 2022 heeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers het verzoek van [appellant] tot herstel in de zin van artikel 7t van de Kadasterwet afgewezen. Op 18 maart 2022 heeft [appellant] een verzoek tot herstel in de zin van artikel 7t van de Kadasterwet ingediend. Volgens hem is de kadastrale oostgrens van de percelen 3296 en 3297 onjuist geregistreerd in de Basisregistratie Kadaster. Hij stelt dat de oostgrens gelijk is aan de oevergrens van de Vecht. Hierdoor is bij de splitsing in 2019 de kadastrale noordgrens van perceel 3296, die grenst aan de zuidgrens van perceel 3297, verkeerd ingemeten en ligt perceel 3296 van 650 m² nu verkeerd. De bewaarder heeft dit verzoek afgewezen omdat er geen verschil is tussen de gegevens in het brondocument, het relaas van bevindingen, sectie A, archiefnummer 412, uit 1973, en de gegevens in de BRK. Volgens de bewaarder loopt de oostgrens niet gelijk aan de oevergrens van de Vecht. De bewaarder heeft zijn besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4653
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202302309/1/A3

202302616/1/R2

Bij besluit van 20 juli 2021 heeft het van college burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen aan [partij]]) een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een loods en het wijziging van de inrichting aan de [locatie] in Rijen. [partij] voert een intensieve veehouderij in de vorm van een pluimveehouderij op het perceel. [partij] heeft op 21 juli 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het uitbreiden van een loods ten behoeve van houtverbranding en mestverwerking en voor het wijzigen van de inrichting. Het project is volgens het college in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied", omdat de maximale goot- en bouwhoogte en de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens worden overschreden. De Groene Koepel en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bestemmingsplan de verwerking van mest afkomstig van de kippen en de verbranding van biomassa binnen de inrichting rechtstreeks toestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4652
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302616/1/R2

202305788/1/R1

Bij besluit van 3 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Babylon een last onder bestuursdwang opgelegd om alle containers ter inzameling van kleding binnen de gemeente Den Haag die door of namens Babylon zijn geplaatst, uiterlijk op dinsdag 10 januari 2023 te verwijderen en verwijderd te houden. Babylon houdt zich bezig met de inzameling van kleding. Zij doet dit door het plaatsen van kledingcontainers op verschillende locaties, zoals bij scholen. Op 21 en 22 december 2022 heeft het college geconstateerd dat op 14 locaties binnen de gemeente Den Haag kledingcontainers van Babylon stonden. Volgens het college handelt Babylon hiermee in strijd met artikel 6 van de Afvalstoffenverordening 2010. Het college heeft daarom bij besluit van 3 januari 2023 aan Babylon een last onder bestuursdwang opgelegd om de kledingcontainers binnen vijf werkdagen te verwijderen. Op 13 januari 2023 heeft het college geconstateerd dat twee kledingcontainers van Babylon niet verwijderd waren en is het overgegaan tot het toepassen van bestuursdwang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4665
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202305788/1/R1

202305916/1/R2

Bij besluit van 16 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard geweigerd aan [appellant] een legaliserende omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een gaashekwerk op het perceel [locatie 1] in Valkenswaard. Deze zaak gaat over een door het college geweigerde omgevingsvergunning voor het in 2014 geplaatste gaashekwerk op het perceel. Het hekwerk dient als erfafscheiding en staat aan beide zijden van het perceel op de erfgrenzen met [locatie 2] en [locatie 3]. Het hekwerk met een hoogte van 1,80 m is deels gesitueerd voor de voorgevel van de woning. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college zich in het besluit op bezwaar ten onrechte op het advies van de Adviescommissie voor de bezwaarschriften heeft gebaseerd. [appellant] heeft hierover aangevoerd dat de bezwaarschriftencommissie niet onafhankelijk is. Verder is het advies van de bezwaarschriftencommissie volgens [appellant] niet volledig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4656
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305916/1/R2

202306104/1/R3

Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade van [appellant A] afgewezen. Bij besluit van 8 december 2021 heeft het college het verzoek van [appellant A] en [appellante B] om handhavend op te treden ten aanzien van de landschappelijke inpassing van het zonnepaneelveld Appelscha-Hoog, gelegen aan de Tilgrupsweg afgewezen. [appellant A] en [appellante B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat wat betreft de breedte van de groenstrook geen sprake is van een overtreding waartegen het college handhavend had moeten optreden. Zij voeren aan dat in bijlage 1 bij de planregels een donkergroene en lichtgroene beplantingsrand is ingetekend die de bestaande beplantingstrook op het perceel van de golfbaan en de nieuwe beplantingstrook in het plangebied, op het perceel van het zonnepaneelveld, aanduiden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4662
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306104/1/R3

202306184/1/R1

Bij besluit van 27 maart 2023 heeft de verenigde vergadering van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard (hierna: het algemeen bestuur) het projectplan "Dijkversterking Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard (KIJK)" vastgesteld. De dijk aan de oostzijde van de Hollandsche IJssel is een primaire waterkering. De dijk voldoet niet aan de huidige wettelijke norm voor waterveiligheid en moet daarom worden versterkt. Versterking is volgens het hoogheemraadschap het meest urgent voor het dijktraject van 10,5 km tussen Gouderak en Krimpen aan den IJssel. Met het oog op versterking van dat dijktraject heeft het algemeen bestuur het projectplan opgesteld. Naast de hoofddoelstelling van een veilige dijk is doel van het projectplan een leefbare dijk, waarmee wordt gedoeld op een veilige weginrichting, behoud van bereikbaarheid op de dijk en naleving van de spelregels uit het ruimtelijke kwaliteitskader. Het dijktraject is in het projectplan onderverdeeld in dijkvakken. Bij een aantal dijkvakken wordt de dijk niet versterkt, omdat het voorland daar voldoet aan de veiligheidsnorm.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4657
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202306184/1/R1

202306891/1/R1

Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft het college locaties aangewezen voor ondergrondse (rest-)afvalcontainers voor het aanbieden van huishoudelijk restafval voor de kernen Maarssenbroek en Kockengen. Daarbij is locatie RE499 en RE500 ter hoogte van de woning Pauwenkamp 210 in Maarssen aangewezen voor het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers. [appellant] en anderen wonen aan de Pauwenkamp. Vanuit de voorzijde van hun woningen kijken zij uit op de locatie. Hun percelen zijn bij het besluit aangewezen als percelen waarvan de huishoudens gebruik moeten gaan maken van de ORAC’s op de aangewezen locatie. Zij kunnen zich niet met de aanwijzing van deze locatie verenigen. Zij vrezen dat hun woon- en leefklimaat zal worden aangetast bij het gebruik en het legen van de ORAC’s. Volgens [appellant] en anderen zijn er geschikte alternatieve locaties, die het college had moeten aanwijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4654
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306891/1/R1

202307363/1/R1

Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft het college onder meer de locatie aan de Abel Tasmanstraat nabij entrees 2-166 en 1-53 in Alphen aan den Rijn aangewezen voor de plaatsing van afvalcontainers. Het college heeft de locatie aangewezen voor de plaatsing van vijf containers voor de inzameling van huishoudelijk afval. [appellant] woont aan de [locatie] in Alphen aan den Rijn in het appartementencomplex dat zich naast de aangewezen locatie bevindt. Hij kan zich niet met het besluit van het college verenigen en heeft daarom daartegen beroep ingesteld. [appellant] betoogt dat de locatie nadelig is voor het straatbeeld. Volgens hem springen de afvalcontainers op de aangewezen locatie teveel in het oog. Volgens hem heeft het college hier onvoldoende rekening mee gehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4663
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202307363/1/R1

202307535/1/A2

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om de splitsing van een woning zonder in het bezit te zijn van een woningvormingsvergunning ongedaan te maken en te houden. [appellante] is sinds 2020 eigenaar van een zelfstandige woning op de tweede verdieping aan de [locatie] in Den Haag. Inspecteurs van de Haagse Pandbrigade hebben op 14 maart 2022 een controle in de woning uitgevoerd. Tijdens deze controle is geconstateerd dat de woning op de tweede verdieping in twee zelfstandige woningen is gesplitst. Er was op dat moment geen woningvormingsvergunning voor het adres van de woning aangevraagd of afgegeven. Op basis van de resultaten van het onderzoek heeft het college geconcludeerd dat de woning op de tweede verdieping, zonder dat hiervoor een woningvormingsvergunning is verleend, is gesplitst, terwijl een woningvormingsvergunning op grond van artikel 5:2, aanhef en onder c, van de Hvv wel verplicht was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4646
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202307535/1/A2

202401321/1/A3

Bij besluit van 25 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan de stichting medegedeeld dat haar woonboot in het belang van de ordening moet worden verwijderd en aan haar een last onder bestuursdwang opgelegd. Het college heeft bij het besluit van 25 april 2023 de stichting verplicht de woonboot [woonboot] aan de [locatie] binnen een week op een andere plek af te meren omdat de woonboot de werking van de naastgelegen sluis verhinderde. Als de stichting de woonboot niet op tijd zou weghalen, dan zou het college de woonboot verwijderen. De woonboot is vervolgens op 17 mei 2023 door Nautisch Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte Amsterdam weggesleept en in bewaring genomen. Het college heeft bij het besluit van 30 oktober 2023 het bezwaar van de stichting tegen deze last onder bestuursdwang ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college bevoegd was de woonboot weg te slepen en in bewaring te nemen. Gelet op de beginselplicht tot handhaving heeft het college ook van deze bevoegdheid gebruik moeten maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4642
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401321/1/A3

202402150/1/R1

Bij besluit van 27 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer de locatie aangewezen voor de plaatsing van een zogenoemde GF-zuil voor de inzameling van groente- en fruitafval en voor vier ondergrondse afvalcontainers voor de inzameling van onderscheidenlijk restafval, textiel, oud papier, en incontinentiemateriaal. [appellant] en anderen wonen allen aan de H.J.Ph. Fesevurstraat tegenover of schuin tegenover de aangewezen locatie. Zij kunnen zich niet met het besluit verenigen en hebben hier daarom beroep tegen ingesteld. [appellant] en anderen voeren aan dat het college de beleidsregels voor zover die betrekking hebben op de te maken belangenafweging niet had mogen toepassen bij de totstandkoming van het aanwijzingsbesluit. Zij wijzen erop dat in de beleidsregels enerzijds het belang van het betrekken van bewoners bij de besluitvorming wordt benadrukt maar anderzijds is aangegeven dat de mogelijkheid om tegemoet te komen aan individuele bezwaren van bewoners beperkt is. Volgens hen is dit tegenstrijdig en ontmoedigt dit belanghebbenden om een zienswijze uit te brengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4664
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202402150/1/R1

202402294/1/R1

Bij besluit van 4 maart 2024 heeft het dagelijks bestuur van Avri de locatie aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse container voor de inzameling van incontinentiemateriaal en luiers. [appellant] en anderen wonen nabij de aangewezen locatie en kunnen zich hier niet mee verenigen. [appellant] en anderen voeren aan dat de aangewezen locatie ongeschikt is voor de plaatsing van de INCO-container vanwege de verkeersaantrekkende werking. Volgens [appellant] en anderen zal door de plaatsing van de INCO-container de verkeersstroom toenemen met vrachtwagens en met mensen die hun afval komen wegbrengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4666
Datum uitspraak
1 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202402294/1/R1
vorige pagina1...151617...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon