Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.531
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202407010/1/R4

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Renkum het bestemmingsplan "De Hes-west 2024" vastgesteld. Op de grens van de gemeenten Renkum en Arnhem ligt de locatie "De Hes". Het plan ziet op het westelijke deel van De Hes, dat in de gemeente Renkum ligt. Het plan maakt de herontwikkeling van dit deel mogelijk tot een woonlocatie met ruim 300 woningen. [appellant sub 3] woont in Otterlo en verzet zich met name tegen het plan vanwege de gevolgen daarvan voor de in het plangebied aanwezige dassenburcht en dassenpopulatie. [appellant sub 1] woont in Arnhem en verzet zich met name tegen het plan vanwege de samenhang met de voorgenomen herontwikkeling van het oostelijke deel van De Hes, dat in Arnhem ligt. De Vereniging heeft tot doel het in de gemeente Renkum behouden respectievelijk bevorderen van een zo gunstig mogelijk woon- en leefmilieu en het in de gemeente Renkum behouden van het voor de zuidelijke Veluwezoom zo specifieke natuurschoon, het dorpskarakter en alles wat daar in de ruimste zin mee verband houdt. Zij kan zich niet met het plan verenigen omdat het twee gebouwen met een bouwhoogte boven de boomkroonhoogte mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5997
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202407010/1/R4

202407372/1/A2

Bij besluit van 13 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen op het verzoek van [appellante] tot herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2007 tot en met 2012 aan haar een compensatie van € 103.230,00 toegekend. [appellante] is erkend als gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft op 9 februari 2021 een verzoek gedaan tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2007 tot en met 2012. De Dienst Toeslagen heeft in het kader van de integrale beoordeling vastgesteld dat er sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen en heeft [appellante] een compensatiebedrag van € 103.230,00 toegekend. Dit bedrag heeft betrekking op de toeslagjaren 2007 tot en met 2010, met uitzondering van december 2010. Voor de maand december van 2010 en de jaren 2011 en 2012 heeft de Dienst Toeslagen geen compensatie toegekend. Het bezwaar van [appellante] tegen dit besluit heeft de Dienst Toeslagen ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5956
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407372/1/A2

202407377/1/A2

Bij besluit van 13 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Weda, onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,00, gelast de onzelfstandige bewoning van een woning zonder bezit van een omzettingsvergunning vóór 1 april 2024 ongedaan te maken en te houden. Weda is eigenaar van de woning aan de [locatie]. De Haagse Pandbrigade heeft de woning op 21 september 2023 gecontroleerd en geconstateerd dat de woning onzelfstandig werd bewoond door een samengesteld gezin, bestaande uit een vader en moeder, hun zwangere dochter en haar man. De dochter en de moeder hebben aan de HPB verklaard dat de dochter en haar man op zoek zijn naar een nieuwe woning. Ook is geconstateerd dat geen gezamenlijk ondertekend huurcontract aanwezig was en door de bewoners geen huisvestingsvergunning was aangevraagd. Het college heeft zich, gelet op het voorgaande, op het standpunt gesteld dat het gezin geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden vormde. Omdat Weda niet beschikte over een noodzakelijke omzettingsvergunning voor onzelfstandige bewoning door meer dan twee personen, handelde zij in strijd met artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023. Het college heeft Weda daarom een last onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6001
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407377/1/A2

202407565/1/R4

Bij besluit van 7 juli 2024 heeft het college zijn beslissing om op 27 juni 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 27 juni 2024 is aangetroffen naast de ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Jan Romeinstraat 119 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adres op het adreslabel op de doos staat. [appellant] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die de doos naast de ORAC heeft gezet. Zij stelt dat haar minderjarige dochter de doos in de portiek van het appartementengebouw waar zij woont heeft gezet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5977
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202407565/1/R4

202407587/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft drie minderjarige kinderen, geboren in 2012, 2014 en 2017. Zij verbleef blijkens de basisregistratie personen van 2017 tot 2022 in het buitenland. Bij terugkomst naar Nederland in 2022 zijn de kinderen onder toezicht gesteld. Zij verbleven dat jaar bij hun oma in Heemstede. In 2022 heeft [appellante] ingeschreven gestaan en gewoond in Heemstede, gemeente Bloemendaal, en vanaf 1 september 2022 in Apeldoorn. In november 2022 is [appellante] met de kinderen naar Portugal vertrokken, maar de kinderen moesten vanwege de ondertoezichtstelling terugkeren naar Nederland. Op 7 februari 2023 heeft [appellante] zich ingeschreven in de gemeente Bloemendaal. Op 29 mei 2023 heeft [appellante] de aanvraag om urgentieverklaring ingediend, omdat zij geen passende woning voor zichzelf en de kinderen had, maar op diverse adressen verbleef. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellante] ten tijde van de aanvraag nog niet minimaal twee jaar inwoner was van een van de gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5969
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202407587/1/A2

202407712/1/A2

Bij besluit van 7 juli 2022 heeft Sociale Banken Nederland een aanvraag van [appellant] om geldschulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen gedeeltelijk afgewezen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een aantal schulden. In geschil is of de minister terecht heeft geweigerd een schuld van € 3.050,00 aan [persoon 1] en een schuld van € 5.525,00 aan de [persoon 2] en [persoon 3] over te nemen. De rechtbank heeft overwogen dat op het verzoek van [appellant] de Wht van toepassing is, dat de rechter die bepalingen niet kan toetsen aan het rechtszekerheidsbeginsel, en dat de minister de schulden terecht niet heeft overgenomen, omdat niet is gebleken dat de schulden vóór 1 juni 2021 opeisbaar zijn geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5989
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407712/1/A2

202407933/1/R1

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de raad van de gemeente Nederweert het bestemmingsplan "Tiskeswej Fase 2" vastgesteld. Het plan voorziet in woningen in de kern Nederweert-Eind. [appellanten] betogen dat het aantal voorziene woningen niet overeenkomt met wat de raad heeft beoogd. In dat verband wijzen zij erop dat de raad heeft beoogd te voorzien in 44 woningen bestaande uit 10 of 12 vrijstaande woningen in de vrije sector en 2 of 4 geschakelde woningen in de vrije koopsector.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5993
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202407933/1/R1

202500413/1/A2

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen (lees: de minister van Financiën) de aanvraag van [appellant] om overname van zijn schuld bij Freo van € 53.500,00 afgewezen. Bij besluit van 30 juni 2023 heeft de minister van Financiën, in diens hoedanigheid van rechtsopvolger van de Belastingdienst/Toeslagen, het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 december 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5988
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500413/1/A2

202500447/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Drechterland van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier bepaald dat de Zuiderdijk en de Schellinkhouterdijk tussen Zuiderdijk 1 in Venhuizen en de Protonweg in Hoorn zijn verboden voor motorfietsen in het weekend van 1 april tot en met 31 oktober. De vereniging Motorrijders Actie Groep heeft eerder een procedure gevoerd over het besluit van 3 mei 2021. Die procedure heeft geleid tot een uitspraak van de Afdeling van 19 juni 2024. In die uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het college het verkeersbesluit onzorgvuldig heeft voorbereid. De Afdeling heeft het college opdracht gegeven een nieuw besluit op het bezwaar van de MAG te nemen. Naar aanleiding van de uitspraak van 19 juni 2024 heeft het college Valersi Geluidbureau opdracht gegeven om een geluidsonderzoek te verrichten. Valersi heeft op 7 november 2024 een geluidrapport aan het college overgelegd. Het college heeft het rapport ten grondslag gelegd aan het besluit van 17 december 2024. Tegen dat besluit hebben [appellant sub 2] en [appellant sub 1], twee omwonenden, beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5981
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500447/1/A2

202501291/1/A3

Bij besluit van 10 augustus 2023 heeft de burgemeester van Delft een aanvraag van Red Devil Hot Shot om verruiming van haar openingstijden afgewezen. Red Devil Hot Shot is een shotjes- en cocktailbar aan de Kromstraat 39a te Delft. Red Devil Hot Shot heeft op 30 november 2022 een aanvraag ingediend voor het verruimen van haar openingstijden in afwijking van de exploitatietijden die voor haar op grond van de Algemene plaatselijke verordening van Delft (hierna: APV) gelden. Red Devil Hot Shot wil op donderdag en vrijdag tot 03:00 uur geopend zijn in plaats van tot 01:00 uur en op zaterdag tot 03:00 uur in plaats van tot 02:00 uur. Deze aanvraag is door de burgemeester afgewezen. Volgens de burgemeester kan de verruiming niet worden toegestaan, omdat er veel meldingen zijn binnengekomen over Red Devil Hot Shot over geluidsoverlast in de avond en nacht en is het daarom aannemelijk dat de verruiming nadelige gevolgen zal hebben voor het woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5999
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501291/1/A3

202501435/1/A2

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland de subsidie aan ’t Smallert vastgesteld op nihil. Bij besluit van 4 april 2023 heeft het college de uitgekeerde voorschotten van € 74.127,67 teruggevorderd van ‘t Smallert. Het college is de Management Autoriteit Oost-Nederland van subsidies uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Het college heeft, op aanvraag van 18 juni 2020, aan Twentevis, ’t Smallert en twee andere bedrijven in totaal een subsidie van € 1.464.273,46 verleend voor het "Circulair samenwerkingsproject voor duurzame viskweek in Oost-Nederland". Het project is gericht op de ontwikkeling van een verwerkingsproces van visreststromen tot grondstof voor visvoer ten behoeve van circulair gekweekte forel. De projectperiode liep van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2023. Twentevis is de penvoerder van het project. Het bedrag van € 1.464.273,46 is onderverdeeld en verleend per subsidiepartner. De aan ’t Smallert verleende subsidie bedraagt € 293.452,28.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5954
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202501435/1/A2

202501481/1/R4

Bij besluit van 29 augustus 2024 heeft het college zijn beslissing om op 21 augustus 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. Het bestreden besluit is bekendgemaakt op 4 december 2024, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift uit artikel 6:7 en artikel 6:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is begonnen op 5 december 2024 en geëindigd op 15 januari 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5982
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202501481/1/R4

202502207/2/A3

appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2025 in zaak nr. 22/3746. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellante] tegen de afwijzing van haar klacht over de verwerking van haar persoonsgegevens door ManpowerGroup Netherlands B.V., ongegrond verklaard. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft de vertrouwelijke versie van Antwoorden Vragenlijst Bijlage 1 en het hele document ManpowerGoup’s Information Security Policy overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5939
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202502207/2/A3

202504363/1/A2

Bij beslissing van 14 februari 2025 heeft de examencommissie Marketing, Sales & Trade van de Hogeschool van Amsterdam vastgesteld dat [appellant] plagiaat heeft gepleegd bij een toetsonderdeel van het vak ‘Koers bepalen 1’. De examencommissie heeft het toetsresultaat ongeldig verklaard en de aanduiding ‘FR’ (fraude) geregistreerd. [appellant] studeert Commerciële Economie aan de Hogeschool van Amsterdam, waar hij in het studiejaar 2024-2025 het vak ‘Koers bepalen 1’ heeft gevolgd. Dit vak bestaat uit drie sprints van ieder twee weken. Tijdens iedere sprint moeten studenten een groepsopdracht maken. [appellant] heeft sprint 1 en sprint 2 samen met zijn groepje voltooid. De docent heeft in de werkhouding van [appellant] aanleiding gezien om hem uit zijn groepje te zetten en te bepalen dat hij sprint 3 zelfstandig moet maken.Op 15 januari 2025 heeft de examinator melding gemaakt van een vermoeden van fraude in de op 12 januari 2025 door [appellant] ingeleverde opdracht voor sprint 3. Deze opdracht vertoont voor 87% overeenkomsten met andere werken, waarvan 60% met het werk van het voormalige samenwerkingsgroepje van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5967
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504363/1/A2

202504488/1/A2

Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de Dienst Wegverkeer een aanvraag van [wederpartij] om een Nederlands rijbewijs afgewezen. [wederpartij] heeft in het verleden zijn Nederlandse rijbewijs omgewisseld voor een Tsjechisch rijbewijs, omdat hij toen in Tsjechië woonde en werkte. De geldigheid van het Tsjechische rijbewijs is door de Tsjechische autoriteiten opgeschort, omdat [wederpartij] niet volledig heeft voldaan aan alimentatieverplichtingen in Tsjechië. [wederpartij] woont inmiddels weer in Nederland en wenst in het bezit te komen van een Nederlands rijbewijs, omdat hij voor zijn werk een rijbewijs nodig heeft. De RDW heeft de aanvraag om een Nederlands rijbewijs afgewezen, omdat het Tsjechische rijbewijs nog steeds ongeldig is. Volgens de RDW is het op grond van Europese en nationale regelgeving daarom niet mogelijk om een Nederlands rijbewijs te verstrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5998
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504488/1/A2

202504903/1/A2

Bij beslissing van 31 augustus 2024 heeft de examencommissie Communicatie besloten dat het door [appellant] ingediende afstudeerrapport niet zal worden beoordeeld. Bij beslissing van 12 juni 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens van Hogeschool Inholland het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt sinds het studiejaar 2001-2002 de opleiding Communicatie VT aan Hogeschool Inholland. Hij is in het studiejaar 2023-2024 begonnen aan de afstudeeropdracht. Op 31 augustus 2024 heeft hij het rapport ingeleverd. De examencommissie heeft besloten het rapport niet te beoordelen, omdat hij niet aan alle ingangseisen voldeed. [appellant] betoogt dat het CBE ten onrechte tot de beslissing is gekomen dat de examencommissie het rapport terecht niet heeft beoordeeld. Hij voert daartoe aan dat hij wel voldeed aan de ingangseisen voor het afstuderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5953
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504903/1/A2

202504950/1/A2

Bij e-mail van 12 augustus 2025 heeft [appellant] de commissaris van de Koning van de provincie Gelderland verzocht om over te gaan tot indeplaatsstelling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem voor de huisvesting van statushouders. [appellant] heeft asiel aangevraagd in Nederland. Zijn aanvraag is goedgekeurd en hij beschikt sinds 11 november 2024 over een tijdelijke verblijfsvergunning. Op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet dragen burgemeester en wethouders zorg voor de voorziening in de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft [appellant] gekoppeld aan de gemeente Hattem. Dit betekent dat de gemeente Hattem zorg draagt voor een passende woning voor [appellant]. [appellant] heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van taakverwaarlozing aan de kant van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem, omdat hij nog geen woning heeft gekregen. De commissaris van de Koning heeft dit verzoek doorgezonden naar het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5912
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Andere zaken - Overige
  • uitspraakin de zaak202504950/1/A2

202505168/1/A2

Bij beslissing van 17 maart 2025 heeft de Commissie voor de examens van de Open Universiteit, namens de examinator, aan [appellante] meegedeeld dat haar tentamen Inleiding privaatrecht (RB0204) (hierna: het tentamen) is beoordeeld met het cijfer 5,3. [appellante] is het niet eens met de beslissing van 17 maart 2025 en is van mening dat haar een hoger cijfer toekomt. Het CBE heeft in de beslissing van 23 juli 2025 vooropgesteld dat het geen inhoudelijke (her)beoordeling van de antwoorden en het antwoordmodel kan geven, omdat dit gelet op artikel 7.61, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek buiten de reikwijdte van het administratief beroep valt. Het CBE heeft verder geoordeeld dat de examinator voldoende gemotiveerd heeft toegelicht waarom het antwoordmodel juist is en waarom de door [appellante] gegeven antwoorden niet juist gerekend kunnen worden. Naar oordeel van het CBE heeft [appellante] geen concrete voorbeelden gegeven waaruit blijkt dat de vraagstelling onvoldoende informatie bevat om deze juist te kunnen beantwoorden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5979
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505168/1/A2

202505348/1/A2

Bij beslissing van 12 mei 2025 heeft de examencommissie Rotterdam Academy (hierna: de examencommissie) de herkansing van het tentamen van de cursus Constructieleer - 2 (hierna: het tentamen) van [appellant] beoordeeld. Bij beslissing van 8 september 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens van Hogeschool Rotterdam het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt de opleiding Ad Maintenance & Mechanics (hierna: de opleiding). Hij heeft de herkansing van het tentamen niet gehaald. Hij haalde hiervoor het cijfer 4,9. Het gaat om een tentamen waarbij studenten de antwoorden digitaal invullen en papieren uitwerkingen bij de surveillant kunnen inleveren. Een examinator beoordeelt de digitale antwoorden en kan punten toekennen voor deelantwoorden of berekeningen die op papier zijn uitgewerkt. Op 2 juli 2025 heeft de examencommissie een schikkingsvoorstel aan [appellant] aangeboden. Op 4 juli 2025 heeft [appellant] dat voorstel afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5952
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505348/1/A2

202505445/1/A2

Bij beslissing van 20 augustus 2025 heeft de BSA-commissie, namens het Faculteitsbestuur, een bindend negatief studieadvies aan [appellante] gegeven. Bij beslissing van 15 oktober 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Vrije Universiteit Amsterdam het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 begonnen met de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Bij beslissing van 20 augustus 2025 heeft [appellante] een BNSA gekregen, omdat zij 24 studiepunten van het propedeutisch jaar heeft gehaald en daarmee niet heeft voldaan aan de studievoortgangsnorm van 42 studiepunten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5951
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505445/1/A2

202505487/1/A2

Bij beslissing van 28 augustus 2025 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam bepaald dat het instellingscollegegeld voor [appellant] € 15.800,00 bedraagt voor het studiejaar 2025-2026. Aan de beslissing heeft het CvB ten grondslag gelegd dat [appellant] in februari 2009 een bacheloropleiding heeft afgerond, waardoor hij niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 7.45a, eerste, tweede of zesde lid, gelezen in samenhang met artikel 7.46, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. [appellant] voldoet ook niet aan de voorwaarden om aanspraak te maken op het wettelijk collegegeld in verband met gelijktijdig gevolgde opleidingen. Ook is de overgangsregeling van artikel 21 van het Inschrijvingsbesluit Universiteit van Amsterdam 2025-2026 niet van toepassing, omdat [appellant] per 1 september 2025 de nominale duur van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid plus één extra jaar heeft verbruikt. [appellant] staat dan immers voor het vijfde jaar voor deze opleiding ingeschreven. Het CvB heeft [appellant] op 12 november 2025 op zijn verzoek uitgeschreven per 30 september 2025. [appellant] betoogt in beroep dat het instellingscollegegeld onevenredig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5914
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505487/1/A2

202206419/2/R4, 202206420/2/R4 en 202206421/2/R4

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat, naar aanleiding van een aanvraag van Vermilion, de geldigheidsduur van de opsporingsvergunning koolwaterstoffen Utrecht verlengd tot en met 31 december 2025. Vermilion bestrijdt in hoger beroep het oordeel van de rechtbank dat Utrecht, Zuid-Holland en de stichting belanghebbenden zijn bij het besluit van 15 maart 2021 en daarom in het besluit op bezwaar van 3 september 2021 ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard. Vermilion bestrijdt in hoger beroep ook het naar aanleiding van de rechtbankuitspraak genomen nieuwe besluit op bezwaar van 1 december 2022. Zij is het niet eens met het standpunt in dat besluit dat de opsporingsvergunning in het besluit 15 maart 2021 ten onrechte is verlengd, omdat de geldigheidsduur van de opsporingsvergunning op die datum al was verstreken en de Mijnbouwwet het niet mogelijk maakt om een verstreken opsporingsvergunning te verlengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5924
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202206419/2/R4, 202206420/2/R4 en 202206421/2/R4

202406573/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5935
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406573/1/V1

202505417/2/R1

Bij besluit van 18 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo One Solar, XAAM en [verzoeker] onder oplegging van dwangsommen gelast om de zonder omgevingsvergunning als kasdak geplaatste zonnepanelen en de op waterbassins drijvende zonnepanelen op de percelen aan de Muldersweg en Boskenweg in Velden te verwijderen en verwijderd te houden, en om het opwekken en terugleveren van energie in strijd met het Omgevingsplan gemeente Venlo te beëindigen en beëindigd te houden. Als One Solar en anderen niet tijdig aan de last over het plaatsen van de zonnepanelen voldoen, verbeuren zij een dwangsom van € 750.000,00 ineens. Als One Solar en anderen niet tijdig aan de last over het opwekken en terugleveren van energie voldoen, verbeuren zij een dwangsom van € 100.000,00 per constatering dat niet aan de last is voldaan, met een maximum van € 1.000.000,00. One Solar en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de in bezwaar gehandhaafde last onder dwangsom wordt geschorst, totdat is beslist op hun hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5937
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505417/2/R1

BRS.25.000917

Bij besluit van 6 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5917
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000917

BRS.25.002195 en BRS.25.002196

Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5948
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002195 en BRS.25.002196

202400309/2/A2

Bij brief van 19 november 2025 heeft [verzoekster] verzocht om wraking, onder vermelding van zaak nr. 202400309/1/A2. Met de behandeling van die zaak waren mr. B. Meijer, mr. C.H. Bangma en mr. H. Benek belast, respectievelijk als voorzitter en leden van de meervoudige kamer. De Afdeling laat het verzoek om wraking buiten behandeling zonder een zitting te houden, en overweegt daarover het volgende. Uit artikel 8:15 van de Awb volgt dat een verzoek om wraking moet worden ingediend voordat uitspraak is gedaan. Daarna is de zaak immers niet langer bij de rechter of rechters in behandeling. De brief van 19 november 2025 is ingediend op de dag waarop de uitspraak in de hoofdzaak openbaar is gemaakt (zie de uitspraak van 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5597). Dat [verzoekster] kennis had genomen van die uitspraak toen zij het verzoek indiende, blijkt al uit het feit dat zij in haar brief naar die uitspraak verwijst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5950
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Wraking
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202400309/2/A2

202503805/1/V3

Bij besluit van 21 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen als kennelijk ongegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5936
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503805/1/V3

BRS.24.000379

Bij besluit van 14 oktober 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5910
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000379

BRS.25.001035

Bij besluit van 26 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5893
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001035

BRS.25.001038

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5895
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001038

BRS.25.001040

Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5896
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001040

BRS.25.001281

Bij besluiten van 18 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5913
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001281

BRS.25.001361

De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 mei 2025 in zaak nr. NL25.10429.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5909
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001361

BRS.25.002029 en BRS.25.002046

Bij besluit van 16 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5901
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002029 en BRS.25.002046

BRS.25.002105

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5905
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002105

BRS.25.001187

Bij besluit van 19 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6405
Datum uitspraak
7 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001187

202406352/3/V2

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5931
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406352/3/V2

BRS.24.000376

Bij besluit van 7 oktober 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5882
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000376

BRS.25.001943

Bij besluit van 12 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5911
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001943

BRS.25.001947

Bij besluit van 20 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5892
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001947

BRS.25.002120

Bij besluit van 19 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5888
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002120

BRS.25.002148

Bij besluit van 11 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5889
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002148

BRS.25.002181

Bij besluit van 4 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5883
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002181

BRS.25.002186

Bij besluit van 2 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5884
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002186

BRS.25.002188

Bij besluit van 2 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5885
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002188

202402972/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 2 april 2024 in zaak nr. 23/972. De minister van Financiën heeft de vertrouwelijke versie van een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk. Het gaat om een besluit van 28 november 2022 over een inzageverzoek op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming van een minderjarig kind. Volgens de minister is [appellant] niet de wettelijke vertegenwoordiger van het minderjarige kind. Daarom heeft hij geen recht op inzage van de persoonsgegevens van dat kind. De bescherming van de rechten en vrijheden van het minderjarige kind wegen volgens de minister zwaarder dan het belang van [appellant] om kennisname van gegevens over dat kind.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5923
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202402972/2/A3

202303123/1/V1

Bij besluit van 10 januari 2022 heeft de staatsecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5899
Datum uitspraak
4 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202303123/1/V1

202307548/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5900
Datum uitspraak
4 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307548/1/V1

202504557/2/R2

Bij besluit van 19 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven aan Springplank040 een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van het pand aan de Cyclamenstraat 1 voor de huisvesting van voormalige dak- en thuislozen. Het gaat om 19 zelfstandige wooneenheden. [verzoeker] woont aan de [locatie] op ongeveer 100 m afstand van het bouwplan. Hij is het niet eens met de verleende vergunning en heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft zijn bezwaar bij het besluit van 20 maart 2024 niet-ontvankelijk verklaard, omdat [verzoeker] geen zicht heeft op het project en dit wat ruimtelijke uitstraling betreft volgens het college geen gevolgen van enige betekenis voor hem heeft. [verzoeker] heeft daartegen beroep ingesteld. Omdat [verzoeker] vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5898
Datum uitspraak
4 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202504557/2/R2

BRS.25.000817

Bij besluit van 18 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5825
Datum uitspraak
4 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000817

BRS.25.002255

Bij besluiten van 24 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5906
Datum uitspraak
4 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002255

202503418/2/R2

Bij besluit van 17 april 2025 heeft de raad van de gemeente Hilvarenbeek het "Omgevingsplan eerste wijziging Biest-Houtakker" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Hilvarenbeek vastgesteld. Het besluit betreft een verhuizing van regels van het bestemmingsplan "Kern Biest-Houtakker" naar het omgevingsplan van de gemeente Hilvarenbeek. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen aan de [locatie] in Biest-Houtakker. Naast hun perceel liggen gronden die in het bestemmingsplan "Kern Biest-Houtakker" de bestemmingen "Groen" en "Verkeer-Verblijfsgebied" hadden. Op deze gronden ligt een smalle, openbare weg, de Eekhof genaamd. Deze weg wordt gebruikt als één van de twee ontsluitingswegen voor de woonwijk die met het onherroepelijke bestemmingsplan "Beverakkers IV" mogelijk is gemaakt. Met het besluit tot wijziging is aan de gronden naast het perceel van [verzoeker A] en [verzoeker B] de functie "Openbaar gebied" toegekend. Deze functie maakt onder andere een weg voor gemotoriseerd verkeer mogelijk. [verzoeker A] en [verzoeker B] zijn het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5834
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202503418/2/R2

202505241/1/V1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5835
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202505241/1/V1

BRS.25.001041

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5819
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001041

BRS.25.001706

Bij besluit van 9 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5818
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001706

BRS.25.001725

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5808
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001725

BRS.25.001846 en BRS.25.001847

Bij besluit van 5 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5814
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001846 en BRS.25.001847

BRS.25.001862 en BRS.25.001864

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5815
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001862 en BRS.25.001864

BRS.25.002098 en BRS.25.002102

Bij besluiten van 21 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5813
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002098 en BRS.25.002102

BRS.25.002209

Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5832
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002209

202104045/1/A3

Bij besluit van 23 januari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe ontheffing verleend op grond van de Wet natuurbescherming voor het beheer van vogels en dieren ten behoeve van de luchtvaartveiligheid op Groningen Airport Eelde. Bij besluit van 23 januari 2020 heeft het college aan luchthaven GAE ontheffing verleend op grond van de Wnb voor het beheer van vogels en dieren ten behoeve van de luchtvaartveiligheid op GAE, geldend tot 31 december 2022. Voor de uitvoering van deze ontheffing zijn de volgende middelen aangewezen: geweren, honden, kastvallen, vangkooien, vangnetten, balchatri, en slag-, snij- of steekwapens. In bezwaar heeft het college de motivering aangevuld en de ontheffing gewijzigd in die zin dat de ontheffing niet langer ziet op een aantal nader genoemde diersoorten die niet zijn beschermd in de Wnb, op een andere grond worden beheerd en diersoorten die niet langer worden beheerd door GAE. Volgens het college is de ontheffing voor het beheer van vogels en dieren nodig in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing en de ontheffing leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de soorten genoemd in bijlage 2 bij de beslissing op bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5862
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • uitspraakin de zaak202104045/1/A3

202105275/1/R2

Bij besluit van 21 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray het wijzigingsplan "[locatie]" vastgesteld. Op het perceel aan de [locatie] in Wanssum wordt een dagactiviteitencentrum geëxploiteerd en zijn een woning en twee logiesappartementen aanwezig. Het perceel had in het bestemmingsplan "Wanssum" de bestemming "Wonen" en de aanduidingen "maatschappelijk" en "bed & breakfast". Het college heeft op verzoek van de exploitant gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan en het wijzigingsplan vastgesteld. Met het wijzigingsplan ontstaat de mogelijkheid om, naast de bestaande woning en het dagactiviteitencentrum, twee reguliere wooneenheden te realiseren voor al dan niet zorgbehoevenden in de twee bestaande appartementen, die eerst een logiesfunctie hadden. Met het wijzigingsplan wordt het aantal woningen binnen de woonbestemming uitgebreid van 1 naar 3 en vervalt de aanduiding "bed & breakfast". [appellanten] woont op het naastgelegen perceel aan de [woonlocatie] en houdt paarden. Hij is het niet eens met het plan, omdat hij vreest door de toename van het aantal woningen te worden belemmerd in de bereikbaarheid van zijn perceel en omdat volgens hem niet is voldaan aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 19.7 van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5863
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202105275/1/R2

202107671/1/A3

Bij besluit van 23 januari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe ontheffing verleend op grond van de Wet natuurbescherming voor het beheer van vogels en dieren ten behoeve van de luchtvaartveiligheid op Groningen Airport Eelde, geldend tot 31 december 2022. Voor de uitvoering van deze ontheffing zijn de volgende middelen aangewezen: geweren, honden, kastvallen, vangkooien, vangnetten, balchatri, en slag-, snij- of steekwapens. In bezwaar heeft het college de motivering aangevuld en de ontheffing gewijzigd in die zin dat de ontheffing niet langer ziet op een aantal nader genoemde diersoorten die niet zijn beschermd in de Wnb, op een andere grond worden beheerd en diersoorten die niet langer worden beheerd door GAE. Volgens het college is de ontheffing voor het beheer van vogels en dieren nodig in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing en de ontheffing leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de soorten genoemd in bijlage 2 bij de beslissing op bezwaar. In het hoger beroep ligt de vraag voor op grond van welke wettelijke bepaling het college aan luchthaven GAE een ontheffing mag verlenen voor het beheer van dieren op het luchthaventerrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5865
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202107671/1/A3

202203725/1/A2

Bij besluiten van 18 en 21 september 2018, 2 en 5 oktober 2018 en 28 en 29 mei 2020 heeft de Dienst Toeslagen de definitieve berekeningen kindgebonden budget van [appellante] over 2013 tot en met 2016 herzien en op nihil vastgesteld, het kindgebonden budget over 2017 definitief vastgesteld op nihil, het voorschot kindgebonden budget over 2018 opnieuw berekend op nihil en een totaalbedrag van € 6.865,00 van [appellante] teruggevorderd. [appellante] ontving van de Dienst Toeslagen op grond van de Wet kindgebonden budget kindgebonden budget voor haar dochter, evenals voorschotten daarvoor. Op 28 augustus 2018 heeft de Dienst Toeslagen bericht ontvangen van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb) dat [appellante] per 31 augustus 2009 geen recht meer heeft op kinderbijslag voor haar dochter, omdat [appellante] sinds die datum geen ingezetene meer is in de zin van artikel 2 van de Algemene Kinderbijslagwet. De Dienst Toeslagen heeft daarop de in het procesverloop van deze uitspraak vermelde besluiten genomen en deze besluiten in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5849
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202203725/1/A2

202203860/1/R4

Bij besluit van 26 april 2022 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" vastgesteld. Het plan voorziet in een planologisch kader voor de bouw van één woning op de gronden aan de Graafseweg ongenummerd in Wijchen. Naast het deelgebied aan de Graafseweg ongenummerd maakt ook een deelgebied aan de Boskant deel uit van het plangebied. In dit deelgebied wordt in het zuidelijke deel van het bestemmingsvlak de bestemming "Wonen - 1" vervangen door de bestemming "Agrarisch met waarden - 2". Hierdoor is in het plan niet meer voorzien in de mogelijkheid om aan de zuidzijde van dit deelgebied een woning te bouwen, omdat de bestemming "Agrarisch met waarden - 2" die mogelijkheid niet biedt. De raad heeft met het plan voorzien in de verplaatsing van een planologische mogelijkheid voor de bouw van één woning. Het landbouwbedrijf van [appellante] is gevestigd op het perceel dat grenst aan het deelgebied aan de Graafseweg ongenummerd. De in het plan voorziene woning aan de Graafseweg ongenummerd zal volgens haar leiden tot een onaanvaardbare beperking van haar bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5874
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202203860/1/R4

202206162/1/R2

Bij besluit van 24 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo een omgevingsvergunning verleend aan [appellant D] voor het veranderen en vergroten van de woning aan de [locatie] in Venlo. [appellant D] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Venlo. Hij wil zijn woning verbouwen en de bestaande aanbouw vervangen door een grotere aanbouw van (gedeeltelijk) twee verdiepingen. [appellant C] en [appellant A] en [appellant B] wonen allen vlakbij [appellant D]. Zij zijn het niet eens met de uitbreiding van de woning en vrezen dat hun woon- en leefklimaat en ook het karakter van de wijk wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5869
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202206162/1/R2

202206364/1/R3

Bij besluit van 17 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Opsterland de aanvraag van RetailPlan om het bestemmingsplan "Gorredijk Bedrijventerreinen" te herzien, om zo de vestiging van een supermarkt mogelijk te maken, afgewezen. RetailPlan is van plan om een of meerdere percelen ter hoogte van het perceel Badweg 38 en ten noordwesten daarvan in Gorredijk te kopen, om daar een supermarkt te kunnen realiseren. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Gorredijk Bedrijventerreinen" staat de vestiging van een supermarkt op deze locatie echter niet toe. Daarom heeft RetailPlan de raad verzocht om het bestemmingsplan te herzien. De raad heeft dit verzoek afgewezen. RetailPlan betoogt dat het besluit van de raad om haar verzoek tot herziening van het bestemmingsplan af te wijzen in strijd is met artikel 15, derde lid, onder b en c, van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5859
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202206364/1/R3

202207459/1/A3

Bij besluit van 23 december 2020 heeft de burgemeester van Haarlem voorschriften verbonden aan de door [appellant sub 1] aangekondigde demonstraties bij de abortuskliniek Beahuis & Bloemenhovekliniek in 2021. Deze voorschriften houden onder andere in dat de demonstranten alleen mogen demonstreren in vier aangewezen vakken. [appellant sub 1] demonstreert regelmatig bij de abortuskliniek. Dit gebeurt onder andere door bezoekers te benaderen en aan te spreken. In december 2020 heeft zij de burgemeester ervan op de hoogte gesteld dat zij in 2021 een aantal dagen per maand bij de abortuskliniek zal demonstreren. Om wanordelijkheden tijdens deze demonstraties te voorkomen, heeft de burgemeester met het besluit van 23 december 2020 bepaald dat de demonstraties alleen in vier aangewezen vakken zouden mogen plaatsvinden. Zij heeft hiertoe besloten omdat volgens haar bij eerdere demonstraties bezoekers herhaaldelijk werden aangesproken en achtervolgd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5681
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207459/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202207459/1/A3

202300010/1/A3

Bij besluit van 5 maart 2021 heeft de burgemeester van Haarlem voorschriften verbonden aan de door Pro Life Heemstede aangekondigde demonstraties bij de abortuskliniek Beahuis & Bloemenhovekliniek. Deze voorschriften houden onder andere in dat Pro Life Heemstede alleen mag demonstreren in één aangewezen vak. Pro Life Heemstede demonstreert regelmatig bij de abortuskliniek. Onderdeel daarvan is dat zij bezoekers van de abortuskliniek aanspreekt en folders aan hen uitdeelt. Naar aanleiding van een kennisgeving voor meerdere demonstraties in 2021 heeft de burgemeester voorschriften verbonden aan deze demonstraties om wanordelijkheden te voorkomen. Deze voorschriften bepaalden, voor zover hier relevant, dat de demonstraties plaats moesten vinden op de Claus Sluterweg op 25 meter van de ingang van het eigen terrein van de abortuskliniek, in het blauwe vak. Dit besluit is met het besluit op bezwaar van 29 juni 2021 gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5682
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300010/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300010/1/A3

202301681/1/A2

Bij besluit van 16 juni 2020 heeft de burgemeester van Utrecht aanvragen van [appellante] om verlenging van de aanwezigheidsvergunningen voor de speelautomatenhallen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht, afgewezen en de exploitatievergunningen voor beide speelautomatenhallen ingetrokken. Op 29 april 2019 heeft [bedrijf A], namens [appellante] bij de burgemeester aanvragen ingediend om de aanwezigheidsvergunningen voor de speelautomatenhallen aan de [locatie 1] en [locatie 2] te Utrecht te verlengen. Naar aanleiding van die aanvragen heeft de burgemeester advies gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob. Het LBB heeft op 19 december 2019 adviezen uitgebracht. Naar aanleiding van vragen van de burgemeester heeft het LBB op 21 januari 2020 en 28 februari 2020 aanvullende adviezen uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5850
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301681/1/A2

202301706/1/R2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch het bestemmingsplan "De Groote Wielen Noordoosthoek" vastgesteld. Het plan maakt de uitbreiding van de woonwijk De Groote Wielen ten noorden van Rosmalen mogelijk. Het plangebied van de Noordoosthoek heeft een oppervlakte van ongeveer 93 ha en heeft in de huidige situatie een overwegend agrarische bestemming. Op grond van de planregels kunnen er maximaal 3000 woningen worden gebouwd op gronden met de bestemming "Woongebied". Het plan is een zogenoemd "bestemmingsplan met verbrede reikwijdte".[appellant sub 1], [appellant sub 4] en [appellante sub 5] wonen aan de Deltalaan, ten zuiden van de Groote Wielenplas, in het bestaande deel van de wijk De Groote Wielen. Zij menen dat het plan hun woon- en leefklimaat aantast. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 1] in ’s-Hertogenbosch. Zijn beroepsgronden richten zich tegen de verkeersgevolgen van het plan. [appellant sub 3] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie 2] in Rosmalen met ongeveer 380 stuks melkvee met bijbehorend jongvee. Ook beschikt [appellant sub 3] over een recent verleende vergunning voor de oprichting van een Groen Gas mestvergistingsinstallatie. Zij vreest grote hinder van de toekomstige bewoners uit het woningbouwplan. Daarnaast verliest [appellant sub 3] een essentiële oppervlakte grond bij huis, waardoor de toekomstige bedrijfsvoering fors wordt bemoeilijkt en onder andere weidegang niet meer mogelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5851
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202301706/1/R2

202302311/1/A3

Bij besluit van 11 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [vergunninghouder] een vergunning verleend voor het plaatsen van een zomer- en winterterras aan de [locatie A] in Den Haag. Het college heeft aan [vergunninghouder] een vergunning verleend voor een zomer- en winterterras aan de [locatie A], waar op de begane grond verdieping van het hier gelegen pand de ijssalon "Bitterkoud koffie & ijs" is gevestigd. [appellant] woont boven de horeca-inrichting en stelt overlast te ondervinden van het terras.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5877
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302311/1/A3

202303955/1/A3

Bij besluit van 9 juni 2021 heeft de burgemeester van Groningen voorschriften verbonden aan de plaats van de demonstratie van Stichting Schreeuw om Leven op 11 juni 2021 bij het Centrum voor Seksuele Gezondheid Noord-Nederland in Groningen. Stichting Schreeuw om Leven demonstreert regelmatig bij het Centrum voor Seksuele Gezondheid Noord-Nederland, waarvan de abortuskliniek Stichting Stimezo Groningen onderdeel uitmaakt. De demonstranten spreken bezoekers aan en delen flyers uit. Naar aanleiding van een kennisgeving van een demonstratie op 11 juni 2021 heeft de burgemeester voorschriften verbonden aan deze demonstratie. Eén van deze voorschriften hield in dat niet gedemonstreerd mocht worden op de stoep voor het Centrum, vanaf de Verlengde Oosterstraat tot aan de Trompstraat. Dit besluit is met het besluit op bezwaar van 18 november 2021 gehandhaafd en ook de rechtbank heeft dit voorschrift in stand gelaten. Stichting Schreeuw om Leven is het daar niet mee eens en komt daarom tegen de rechtbankuitspraak in hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5683
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303955/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202303955/1/A3

202304093/1/R3

Bij besluit van 22 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de woning aan de achterzijde op het perceel [locatie A] in Wassenaar. [vergunninghouder] woont aan de [locatie A] in Wassenaar. Het college heeft haar een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het handelen in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Villawijken". De vergunning ziet op het uitbreiden van de woning aan de achterzijde. Meer specifiek gaat het om een aanbouw (veranda) en het aanbrengen van een 98 cm diep balkon met privacyscherm op de eerste verdieping. De aanbouw is vergund met een breedte van 7,41 m. Met de omgevingsvergunning is afgeweken van het bestemmingsplan, voor zover de diepte van de aanbouw meer dan 3 m bedraagt ten opzichte van de gevel waar deze tegenaan is geplaatst. [appellant] woont aan de [locatie B]. Aan de zijde van het perceel van [vergunninghouder] bevindt zich de keuken van [appellant], waarvan de buitenmuur 1,40 m uitsteekt ten opzichte van de achtergevel van [vergunninghouder].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5875
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304093/1/R3

202304104/1/R3

Bij besluit van 3 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de door [appellant A] aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen van een tuinbouwkas ten behoeve van de stalling van caravans op het perceel Wildersekade 90 in Rotterdam geweigerd. Omdat de aanvraag in strijd met het bestemmingsplan is, heeft het college beoordeeld of het een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan kon verlenen. Gedeputeerde staten hebben het college in dat kader medegedeeld dat de aanvraag in strijd met het provinciaal beleid is. Het college heeft de aanvraag daarom afgewezen vanwege strijd met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank heeft het door VOF Stalling 010 en anderen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 3 april 2020 vernietigd. Volgens de rechtbank heeft het college niet deugdelijk gemotiveerd dat het de mogelijkheid heeft overwogen om gemotiveerd van het provinciale beleid af te wijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5873
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304104/1/R3

202304193/1/R2

Bij besluit van 17 augustus 2021 heeft het college [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel aan de [locatie] in Heusden. [appellant] is samen met [partij] eigenaar van het perceel. Naast de vleesvarkenshouderij bevindt zich op het perceel sinds 1996 ook het bedrijf Pro Line Holding B.V., een bedrijf dat visvoer produceert en handelt in hengelsportbenodigdheden en visvoer. Op het perceel rust op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Asten 2016" de bestemming "Agrarisch-Agrarisch bedrijf" met de functieaanduiding "intensieve veehouderij". Op het perceel is één agrarisch bedrijf toegestaan. Verder is aan het agrarisch bedrijf ondergeschikte detailhandel als nevenactiviteit toegestaan. Vaststaat en niet in geschil is dat de activiteiten van Pro Line Holding B.V. op het perceel in strijd zijn met het bestemmingsplan. In 2007 zijn aan [appellant] een milieuvergunning en een bouwvergunning verleend. De milieuvergunning is verleend voor de uitbreiding van de varkenshouderij met een visvoermakerij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5871
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202304193/1/R2

202304390/1/R4

Bij besluit van 15 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort het verzoek van de [appellante] om handhavend op te treden tegen onder meer een gestelde overtreding van vergunningvoorschriften en het gesteld veroorzaken van hinder door [partij] h.o.d.n. [bedrijf] Amersfoort op het perceel [locatie 1] in Amersfoort, afgewezen. De panden van de [appellante] en [bedrijf] liggen op aangrenzende percelen aan de [locatie 1 en 2] in Amersfoort. Tussen de beide panden in ligt een vanaf de openbare weg toegankelijk verhard terrein van 12 á 13 m breed die deels tot het ene perceel en deels tot het andere perceel behoort. Op dit terrein zijn tegen elk van de beide panden aan parkeervakken voor schuin parkeren aangebracht. De parkeervakken op het perceel van de [appellante] en de parkeervakken op het perceel van [bedrijf] zijn bereikbaar via een tussen die parkeervakken gelegen strook (hierna: de middenstrook) die deels op het perceel van de [appellante] en deels op het perceel van [bedrijf] ligt. De middenstrook kent één - dus gedeelde - inrit vanaf de Joannes Tolliusstraat. De [appellante] heeft het college gevraagd om handhavend op te treden tegen [bedrijf], omdat [bedrijf] op de middenstrook, tussen haar eigen parkeerplaatsen en die van de [appellante] in, verplaatsbare paaltjes heeft geplaatst die via een koord met elkaar verbonden zijn, met daarbij ook een verplaatsbaar reclamebord. Hierdoor zijn de parkeerplaatsen die horen bij het pand van de [appellante] volgens haar niet of nauwelijks meer bereikbaar, omdat er tussen de paaltjes met koord en haar parkeerplaatsen te weinig manoeuvreerruimte voor auto's over is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5864
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304390/1/R4

202304470/1/R1

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borsele de aanvraag van [appellant B] voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van het bedrijfspand naar een bedrijfswoning aan de [locatie] in Kwadendamme buiten behandeling gesteld. [appellant A] en [appellant B] exploiteren op perceel [locatie] in Kwadendamme samen een kwekerij. Op 11 november 2021 heeft [appellant B] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de verbouw van hun bedrijfspand tot bedrijfswoning. Bij brief van 30 december 2021 heeft het college [appellant B] verzocht aanvullende gegevens aan te leveren en de beslistermijn opgeschort, totdat de gegevens zouden zijn ontvangen. De gevraagde gegevens zijn niet aangeleverd, waarop het college de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag buiten behandeling mocht stellen. [appellant A] en [appellant B] zijn het daarmee niet eens. Volgens [appellant A] en [appellant B] waren de opgevraagde gegevens niet nodig voor de beoordeling van de aanvraag en bovendien waren die gegevens al in het bezit van het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5861
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304470/1/R1

202304898/1/R2

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch het bestemmingsplan "Buitengebied, Maliskampsestraat 53" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de herbestemming van een voormalig agrarisch bedrijf aan de Maliskampsestraat 53 in Rosmalen. Het doel van het plan is om op deze locatie de bouw van vier vrijstaande woningen mogelijk te maken, geïnspireerd op de ordening van het Brabantse boerenerf. De gronden die de bestemming "Agrarisch" hadden in het bestemmingsplan "Buitengebied" krijgen in het plan de bestemming "Natuur" en de gronden die in het bestemmingsplan "Buitengebied" de bestemming "Agrarisch - Bedrijf" hadden, krijgen in het plan de bestemmingen "Verkeer" of "Wonen". Op twee andere locaties krijgt landbouwgrond de bestemming "Natuur" om te voorzien in de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. [appellant] woont aan de [locatie] in Rosmalen en kan zich niet met het plan verenigen. Volgens [appellant] wordt met de bouw van de woningen aan de Maliskampsestraat 53 niet de noodzakelijke kwaliteitsverbetering van het landschap gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5838
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202304898/1/R2

202305542/1/R1

Bij besluit van 11 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de woning op het perceel aan de [locatie 1] in Heerlen. [appellant] is eigenaar van een pand met op de begane grond een café op het perceel [locatie 1] in Heerlen. Op de bovengelegen verdiepingen zijn drie appartementen aanwezig. Aan de achterkant van het café is zonder omgevingsvergunning een biljartruimte gerealiseerd. [appellant] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd ter legalisering van deze situatie. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Op dat moment exploiteerde [appellant] het café. [wederpartij] woont op het naastgelegen perceel [locatie 2] en is het niet eens met de omgevingsvergunning voor de biljartruimte. Hij vindt dat zijn woongenot daardoor wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5860
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305542/1/R1

202305707/1/R1

Bij besluit van 14 februari 2023, zoals gewijzigd bij besluit van 11 juli 2023 (hierna: het besluit), heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Fastned vergunning verleend voor het realiseren van een energielaadpunt als basisvoorziening op verzorgingsplaats Haarrijn naast de rijksweg A2 in de gemeente Stichtse Vecht. Op verzorgingsplaats Haarrijn is al een vergunde en gerealiseerde basisvoorziening van Mister Green Fast Charging Network B.V. aanwezig met een looptijd die eindigt in september 2028. Verder is op Haarrijn een motorbrandstofverkooppunt van Shell aanwezig met een vergund en gerealiseerd aanvullend laadstation met een looptijd die eindigt in 2023. Ook heeft Fastned voor Haarrijn een vergunning voor een aanvullende voorziening voor elektrisch snelladen tot 2036. Dit laadstation is voorzien naast de basisvoorziening van Mister Green. Het hoger beroep van Fastned ziet op de geldigheidsduur van de Wbr-vergunning tot 24 september 2028. Volgens Fastned kan de aan de Wbr-vergunning verbonden voorwaarde dat de vergunning is verleend tot 24 september 2028 niet in stand blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5716
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202305707/1/R1

202305995/1/R2

Bij besluit van 12 mei 2022 heeft het college aan UPARQ Holding B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van garageboxen op het perceel Potlodenlaan 1 in Bergen op Zoom.UPARQ heeft op 21 april 2022 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het plaatsen van 108 garageboxen, inclusief technische ruimte en toiletruimte op het perceel. Het voorziene gebruik van de garageboxen is opslag door particulieren en zzp’ers, ook wel selfstorage. De garageboxen zijn in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Meilust Bedrijventerrein", op grond waarvan op het perceel de bestemming "Bedrijf" en de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 3" rusten. Allsafe exploiteert een bedrijf dat zich toelegt op de verhuur van opslagruimte en is gevestigd aan Potlodenlaan 3 in Bergen op Zoom, op hetzelfde bedrijventerrein als UPARQ. Zij kan zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5872
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305995/1/R2

202306212/1/A3

Bij besluit van 1 april 2020 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland voorschriften verbonden aan de door [appellante] aangemelde demonstratie bij de abortuskliniek aan de Sarphatistraat in Amsterdam op 2 april 2020. [appellante] demonstreert, als deelnemer aan de beweging ‘Pro Life Amsterdam’, regelmatig bij de abortuskliniek door daar te bidden, bezoekers aan te spreken en/of aan hen bloemen en folders uit te delen. Zij heeft de voorzitter laten weten dat zij van plan waren om op 2 april 2020 weer te demonstreren. Bij besluit van 1 april 2020, in stand gelaten bij besluit van 12 april 2021, heeft de voorzitter voorschriften verbonden aan de demonstratie. Het voorschrift dat hier relevant is, houdt in dat alleen gedemonstreerd mag worden aan de overzijde van de abortuskliniek en dat het niet is toegestaan om het gebouw, of bezoekers van het gebouw, te benaderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5684
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306212/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202306212/1/A3

202306294/1/A3

Bij besluit van 30 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een aanvraag van [wederpartij] om een standplaatsvergunning afgewezen. [wederpartij] exploiteert een suikerspinkraam, waarin zij, behalve suikerspinnen, ook popcorn en aanverwante producten verkoopt. Gedurende een reeks van jaren staat zij tijdens carnaval op de markt in ’s-Hertogenbosch. [wederpartij] heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een standplaatsvergunning op de markt tijdens carnaval voor de jaren 2023, 2024 en 2025. Dit heeft zij gedaan door een bod uit te brengen tijdens een door het college georganiseerde gesloten veiling. Het college heeft de aanvraag van [wederpartij] afgewezen, omdat zij niet het hoogste bod op de door haar gewenste standplaats heeft gedaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag van [wederpartij] niet kon afwijzen op deze grond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5876
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202306294/1/A3

202400099/1/R3

Bij besluit van 19 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan Cavern Vastgoed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een hostel aan de Eendrachtsstraat 136-138 in Rotterdam. Bij besluit van 8 februari 2022 heeft het college het door [persoon] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De omgevingsvergunning maakt de bouw van een hostel op het perceel mogelijk. [appellant] woont op de [locatie] in Rotterdam. Dit perceel ligt op enkele meters ten noorden van het perceel van het hostel. [appellant] vreest onder meer voor een toename van de parkeerdruk en een vermindering van de brandveiligheid in de omgeving door de bouw van het hostel. Voor [appellant] woonde [persoon] op de [locatie] in Rotterdam. Zijn huurovereenkomst is per 1 augustus 2022 beëindigd. De rechtbank heeft in haar uitspraak het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt daarbij dat [appellant] als opvolgend huurder in het door [persoon] ingestelde beroep ontvankelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5857
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400099/1/R3

202401083/1/R1

Bij besluit van 25 april 2023 heeft de minister aan Fastned een vergunning verleend voor het realiseren van een energielaadpunt als basisvoorziening op verzorgingsplaats De Abt naast de rijksweg A6 in de gemeente Noordoostpolder. Op verzorgingsplaats De Abt is al een verleende en gerealiseerde basisvoorziening energieoplaadpunt van Mister Green Fast Charging Network B.V. (Mister Green) aanwezig in de vorm van één laadpaal met twee laadplekken op de algemene parkeervoorziening aan de rechterzijde van de verzorgingsplaats. Daarnaast is op de verzorgingsplaats het benzinestation van EG Retail gevestigd, dat geëxploiteerd wordt door Esso. Met het besluit van 25 april 2023 heeft de minister de vergunning aan Fastned verleend. Het hoger beroep van Fastned ziet op de geldigheidsduur van de Wbr-vergunning tot 22 juli 2030. Volgens Fastned kan de aan de Wbr-vergunning verbonden voorwaarde dat de vergunning is verleend tot 22 juli 2030 niet in stand blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5717
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401083/1/R1

202401088/1/A3

Bij besluit van 9 mei 2022 heeft de minister het verzoek van [appellant] om verwijdering van zijn gegevens uit het Justitieel Documentatie Systeem afgewezen. [appellant] heeft onder invloed van alcohol, in een voor hem lastige tijd, een bloempot en een tuinbeeld van zijn buren vernield. Zijn buren hebben in eerste instantie aangifte gedaan van de vernieling maar deze aangifte later weer ingetrokken. Het Openbaar Ministerie heeft vervolgens de zaak geseponeerd. [appellant] heeft de minister verzocht om de registratie van het sepot in het JDS te verwijderen wegens persoonlijke omstandigheden. De gevolgen van de registratie, met name voor zijn werk, staan volgens [appellant] niet in verhouding tot het voorval. De minister heeft het verzoek van [appellant] afgewezen en zich op het standpunt gesteld dat de persoonlijke belangen van [appellant] niet opwegen tegen het belang om een volledig historisch overzicht te behouden. Daarbij zijn er geen bijzondere omstandigheden die de verwijdering van de registratie rechtvaardigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5839
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202401088/1/A3

202401275/1/A2

Bij besluit van 22 september 2023 heeft het Zorginstituut de vereveningsbijdrage voor het jaar 2022 voor Zorg en Zekerheid herberekend en voorlopig vastgesteld. Deze eerste voorlopige vaststelling heeft ertoe geleid dat Zorg en Zekerheid een bedrag moet terugbetalen. Zorg en Zekerheid heeft tegen het besluit van 22 september 2023 bezwaar gemaakt, omdat zij het niet eens is met de gehanteerde wijze van berekening van het aantal 18-jarigen waarvoor premie moet worden betaald. Volgens Zorg en Zekerheid heeft het Zorginstituut ten onrechte niet gerekend met het gerealiseerde aantal betalende verzekerden als bedoeld in artikel 3.19, eerste en tweede lid, van het Besluit en artikel 18, eerste lid, van de Regeling 2022. In plaats daarvan heeft het Zorginstituut gerekend met het aantal 18-jarige verzekerden op peildatum 30 juni 2022. Zorg en Zekerheid betoogt dat het Zorginstituut bij de voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2022 ten onrechte is uitgegaan van fictieve aantallen premiebetalende 18-jarige verzekerden in plaats van de werkelijke aantallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5856
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202401275/1/A2

202403620/1/A3

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bewonersvergunning parkeren van [appellant] ingetrokken. [appellant] woont op het adres [locatie] in Amsterdam. Het pand op dit adres is in verschillende gedeelten ingericht. Het bestaat uit woonruimte op de eerste etage, en bedrijfsruimte op de begane grond en in het souterrain. Voor elk gedeelte wordt afzonderlijk WOZ geheven. [appellant] heeft in 2007 een aanvraag gedaan voor de bewonersvergunning parkeren, die destijds is verleend en steeds halfjaarlijks automatisch is verlengd. Gedurende deze tijd was aan dat adres ook een bedrijfsvergunning parkeren toegewezen. Het besluit van 30 maart 2022 is gebaseerd op regelingen uit de Parkeerverordening 2013 en het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening 2022. Artikel 1, aanhef en onder a, van de Parkeerverordening bepaalt dat onder adres wordt begrepen ‘een adresseerbaar object’ zoals opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Op grond van artikel 6, eerste en vierde lid, van het Uitwerkingsbesluit mag per adres slechts één vergunning worden verleend, en dit aantal wordt verminderd met het aantal op hetzelfde adres verleende bedrijfsvergunningen. Het college heeft met de intrekking van de bewonersvergunning parkeren van [appellant] een voorheen abusievelijk genomen besluit willen herstellen. [appellant] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5868
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403620/1/A3

202404055/1/A2

Bij besluiten van 26 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad vergunningen verleend aan [wederpartij A] en [wederpartij B] voor het omgezet houden van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte onder aanvullende voorschriften. Op 2 april 2021 is de Verordening 2e wijziging Huisvestingsverordening Zaanstad 2021 in werking getreden. Per die datum geldt in de gemeente, op grond van artikel 3.1.2, eerste lid, van de Huisvestingsverordening gemeente Zaanstad 2021 niet alleen een vergunningplicht voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte, maar ook voor het omgezet houden van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte. Per 24 september 2021 is de zinsnede "en omgezet houden" vervangen door "of omgezet te houden". Met het oog op de wijziging van de Hvv hebben [wederpartij A] e.a. vergunningen aangevraagd voor het omgezet houden van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte voor enkele adressen in Zaandam. De rechtbank heeft geoordeeld, dat het college met de gegeven nadere motivering alsnog toereikend heeft gemotiveerd dat een omzettingsvergunningstelsel in de gemeente Zaanstad noodzakelijk en geschikt is om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van woning schaarste te bestrijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5870
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404055/1/A2

202405225/1/A2

Bij besluiten van 16 maart 2023 en 7 april 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen zeven aanvragen van [appellante] om overneming van private schulden afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft zeven aanvragen bij Sociale Banken Nederland ingediend om overname van schulden. De aanvragen zijn afgewezen met vermelding van een code die verwijst naar een afwijzingsgrond. [appellante] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank. Zij betoogt dat de openstaande schuld per direct opeisbaar is in het geval de rente en beleningskosten niet periodiek worden voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5848
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405225/1/A2

202405405/1/A2

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de minister van Financiën geweigerd om een private schuld van [appellante] over te nemen. In deze zaak gaat het om een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister verzocht om overname van een schuld aan Qander Consumer Finance van € 16.200,00. De minister heeft de afwijzing van deze aanvraag in bezwaar gehandhaafd. De minister heeft deze schuld niet overgenomen, omdat de hoofdsom van de lening niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar was. Uit de door de QCF verstrekte gegevens blijkt dat er twee geweigerde automatische incasso’s zijn geweest. De minister heeft slechts de achterstandsrente van € 0,97 vergoed. Van een hogere opeisbare betalingsachterstand in die periode zoals bedoeld in de Wht is volgens de minister geen sprake. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat haar lening bij QCF niet voor overname in aanmerking komt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5867
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405405/1/A2

202405454/1/A2

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR) het rijbewijs van [appellant] vanaf 7 juni 2023 ongeldig verklaard. Het CBR heeft zich in het besluit van 8 augustus 2023 op het standpunt gesteld dat [appellant] het bezwaar buiten de termijn heeft ingediend en het bezwaar daarom niet-ontvankelijk verklaard. Nadat [appellant] tegen dat besluit beroep heeft ingesteld bij de rechtbank, heeft het CBR het besluit van 8 augustus 2023 ingetrokken, vastgesteld dat het bezwaarschrift geen gronden van bezwaar bevat en [appellant] bij brief van 26 september 2023 verzocht deze voor 10 oktober 2023 aan te leveren. Het CBR heeft deze termijn vervolgens verlengd tot 16 november 2023. Het CBR heeft in het besluit van 24 november 2023 vastgesteld dat [appellant] geen gronden heeft ingediend en het bezwaar opnieuw niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het CBR, door na het instellen van beroep het oude besluit op bezwaar in te trekken en een nieuw te nemen, de bedoeling van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb heeft doorkruist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5837
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202405454/1/A2

202406112/1/R4

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft het college het wijzigingsplan "Buitengebied - Buitenplaats Kruisstraat" gewijzigd vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de bouw van drie vrijstaande woningen, de aanleg van een weg naar de woningen toe en de aanleg van een bos met publiek toegankelijke wandelpaden om de woningen heen, op een aantal percelen aan de oostkant van de Kruisweg in Tiel. In het wijzigingsplangebied ligt nu nog een open weiland. Het college duidt het geheel van de woningen, de weg en het bos aan als een buitenplaats. Het college heeft het wijzigingsplan vastgesteld met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 41.2 van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied". Op grond van het bestemmingsplan rust op het gehele wijzigingsplangebied de enkelbestemming "Agrarisch" met de gebiedsaanduiding "Overige zone - stedelijk uitloopgebied". [appellanten] woont aan de [locatie] in Tiel. Zijn perceel grenst aan de zuidwestzijde van het wijzigingsplangebied. [appellanten] kan zich niet met alle aspecten van het wijzigingsplan verenigen, omdat hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5845
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202406112/1/R4

202406556/1/A2

Bij besluit van 19 juli 2021 heeft de Dienst Toeslagen, in het kader van de herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van [appellante] voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2008, bepaald dat zij voor die jaren geen compensatie krijgt. De Dienst Toeslagen heeft aan zijn besluit van 19 juli 2021 ten grondslag gelegd dat bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2006 tot en met 2008 geen fouten zijn gemaakt. De Dienst Toeslagen heeft daar in het besluit van 26 maart 2024 aan toegevoegd dat de kinderopvangtoeslag voor deze jaren is gecorrigeerd naar aanleiding van veranderingen in de opvanguren en het toetsingsinkomen, dat voor deze jaren niet is gebleken van institutioneel vooringenomen handelen of van onterecht geweigerde verzoeken om een betalingsregeling en dat er, anders dan abusievelijk in een overzicht is vermeld, geen betalingen aan [kinderopvanginstelling] zijn gedaan. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat [appellante] niet met enig bewijs heeft onderbouwd dat zij voor de jaren 2006 tot en met 2008 betalingsregelingen heeft aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5847
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406556/1/A2

202406735/1/A2

Bij besluit van 23 november 2022 heeft de minister van Financiën een aanvraag van [appellante] om compensatie van een afgeloste geldschuld afgewezen. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Op 26 juni 2006 heeft zij bij Defam B.V. een lening van € 25.500,00 afgesloten, waarop zij op 6 maart 2021, met gebruikmaking van het compensatiebedrag dat zij van de Belastingdienst heeft ontvangen, € 11.015,83 heeft afgelost. [appellante] heeft de minister gevraagd om een deel van de schuld, gelijk aan deze aflossing, over te nemen en haar een bedrag van € 11.015,83 te betalen. De minister heeft geweigerd het door [appellante] betaalde deel van de schuld over te nemen, omdat de schuld bij Defam B.V. niet, vanwege betalingsachterstanden, vóór 1 juni 2021 opeisbaar is geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5844
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406735/1/A2

202500022/1/A2

Bij besluit van 5 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft de schuldhulpverlening aan [appellante] beëindigd. Bij besluit van 3 januari 2022 heeft het college [appellante] schuldhulpverlening op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening toegekend. In dit besluit is [appellante] een medewerkingsverplichting opgelegd. Bij besluit van 3 januari 2022 heeft het college [appellante] schuldhulpverlening op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening toegekend. In dit besluit is [appellante] een medewerkingsverplichting opgelegd. In het Plan van Aanpak van 4 maart 2022 is de afspraak opgenomen dat Salude Medisch Advies B.V. de belastbaarheid van [appellante] zal onderzoeken. Salude heeft [appellante] daarvoor uitgenodigd op 9, 24 en 30 juni 2022, maar zij is niet (tijdig) verschenen op deze afspraken. Bij brief van 21 juli 2022 heeft het college [appellante] bericht dat het nieuwe afspraken zal inplannen en dat als zij niet op één daarvan verschijnt, het college de schuldhulpverlening kan stoppen. Vervolgens is [appellante] uitgenodigd voor nieuwe afspraken op 25 augustus 2022 en 1 september 2022. Zij is ook op deze afspraken niet verschenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5843
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500022/1/A2

202500435/1/A2

Bij besluit van 15 februari 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellante] een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd en de geldigheid van haar rijbewijs geschorst. Op 8 december 2023 is [appellante] op een locatie waar zij alleen rechtsaf mocht slaan, linksaf geslagen, waardoor zij tegen de verplichte rijrichting inreed. Naar aanleiding van dit incident heeft de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant op 8 december 2023 aan het CBR een mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet, van het vermoeden dat [appellante] niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van de categorie motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. Naar aanleiding hiervan heeft het CBR bij het besluit van 15 februari 2024 aan [appellante] een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd en de geldigheid van haar rijbewijs tot de uitslag van het onderzoek geschorst. Het CBR heeft aan dit besluit, gehandhaafd bij het besluit van 25 april 2024, ten grondslag gelegd dat het vermoeden bestaat dat [appellante] niet (langer) over de vereiste rijvaardigheid beschikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5842
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500435/1/A2

202500609/1/R4

Bij besluit van 1 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan de Stichting Het Utrechts Landschap een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het ontwikkelen van een ecologische verbindingszone. De stichting wil een ecologische verbindingszone ontwikkelen tussen Stoutenburg en Juliusput om zo het Natuurnetwerk Nederland te versterken. Ook wil zij het voor de Gelderse Vallei kenmerkende kleinschalige cultuurlandschap herstellen door de ontwikkeling van natuur met hoge kwaliteit. Hiervoor heeft de stichting op 1 november 2021 een aanvraag ingediend voor het afwijken van het bestemmingsplan, ten behoeve van het ontwikkelen van natuur op vier agrarische percelen in de vorm van nat schraalland en rijk gemengd loofbos. [appellant] is eigenaar van naastliggende landbouwgrond en vreest dat hij door de ontwikkeling geconfronteerd wordt met een groter risico op ongewenste onkruiden, met name jakobskruiskruid. Ook vreest [appellant] dat zijn landbouwgrond waarde verliest en dat hij een deel van zijn subsidie van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid verliest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5841
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202500609/1/R4
vorige pagina1...151617...1.236volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon