Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.991
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202202153/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan [appellant] verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor de vaartuigen Tourist en Belle ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd, met als einddata 1 maart 2024 en 1 maart 2026. [appellant] is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3858
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202153/1/A3

202202160/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan JoMart verleende exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor het vaartuig Henry Schmitz ambtshalve gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd, met als einddatum 1 maart 2028. JoMart is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3867
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202160/1/A3

202202163/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Rederij Aemstelland gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Rederij Aemstelland had twee exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Elisabeth en Monne de Miranda. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024 of 1 maart 2030. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor het vaartuig Monne de Miranda verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3860
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202163/1/A3

202202180/1/A3

Bij vijf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan Rederij de Nederlanden verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor vijf vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij de besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen voor de vaartuigen Jacob van Lennep, Bredero, Hildebrand en Multatuli verlengd met twee jaar. Rederij de Nederlanden is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3866
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202180/1/A3

202202233/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de voor onbepaalde tijd aan de stichting verleende exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor het vaartuig Avanti ambtshalve gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd, met als einddatum 1 maart 2030. De stichting is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure is begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3846
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202233/1/A3

202202263/1/R2

Bij besluit van 31 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Gilze en Rijen het bestemmingsplan "Tussen de Leijen" vastgesteld. In paragraaf 1.1 van de plantoelichting staat dat binnen de gemeente Gilze en Rijen de komende jaren een sterke plaatselijke en regionale behoefte is aan de realisatie van nieuwe woningen. Beschikbare inbreidingslocaties in de bebouwde kommen van Gilze en Rijen kunnen niet voorzien in de totale behoefte. Om toch aan de behoefte tegemoet te kunnen komen, wil de gemeente Gilze en Rijen de kern Rijen aan de noordoostzijde uitbreiden met een nieuwe woonwijk. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan geldt voor deze gronden grotendeels de bestemming "agrarisch", wat betekent dat de nieuwe woonwijk daar in planologische zin niet is toegestaan. Daarom heeft de raad het bestemmingsplan "Tussen de Leijen" vastgesteld. Binnen het plangebied worden maximaal 375 woningen mogelijk gemaakt. [appellante] ligt op zo’n 410 m afstand van het plangebied. [appellante] heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan, omdat zij vreest in haar bedrijfsvoering te worden belemmerd door de komst van de woonwijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3828
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202202263/1/R2

202204366/1/R3

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Noordwijk het exploitatieplan "Bronsgeest" vastgesteld. Het exploitatieplan heeft betrekking op de gronden die op de verbeelding van het bestemmingsplan "Bronsgeest 2021" de bestemming "Woongebied - Uit te werken" hebben gekregen. Deze gronden bestaan momenteel voornamelijk uit bollenvelden. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om deze gronden te transformeren naar een woongebied. De gemeente heeft kosten gemaakt voor het opstellen van het bestemmingsplan "Bronsgeest 2021". Ook zullen kosten worden gemaakt om de woningen en openbare voorzieningen te kunnen realiseren. Het exploitatieplan vormt de basis om deze exploitatiekosten te kunnen verhalen. TGH Ontwikkeling en Beleggingen B.V. is eigenaar van een deel van de gronden waar woningbouw mogelijk wordt gemaakt. TGH is van plan zelf woningen te bouwen op haar gronden. De gemeente is eigenaar van de rest van de gronden waar het exploitatieplan op ziet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3869
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202204366/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202204366/1/R3

202204461/1/R3

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Noordwijk het bestemmingsplan "Bronsgeest 2021" vastgesteld. Het plangebied bestaat op dit moment grotendeels uit bollenvelden. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om een deel van deze gronden te transformeren tot een woonwijk met maximaal 350 woningen. Verder loopt er een aantal bestaande wegen door het plangebied, staat in het plangebied al een aantal woningen en is er een tenniscomplex met een schaatsbaan. Ook valt een deel van een landgoed binnen het plangebied. Deze bestaande functies zijn als zodanig in het plan bestemd. Tot slot is aan een gedeelte van de gronden dat voor de bollenteelt in gebruik blijft, de bestemming "Agrarisch - Bollenteelt" toegekend. [appellant sub 7] voert aan dat er binnen de gemeente geen maatschappelijk draagvlak is om de gronden binnen Bronsgeest te bebouwen. Het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en de meerderheid van de inwoners van de gemeente is tegen het bebouwen van Bronsgeest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3874
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202204461/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202204461/1/R3

202205884/1/A3

Bij besluit van 2 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere aan [wederpartij] medegedeeld dat zijn parkeervergunning voor 2020 geldig blijft tot en met 31 maart 2021. De gemeenteraad heeft op 10 december 2020 de Parkeerverordening gemeente Veere 2021 en het Uitvoeringsbesluit Parkeren Gemeente Veere 2021 vastgesteld. Op grond van het Uitvoeringsbesluit 2021 kunnen aan bewoners ten hoogste twee parkeervergunningen op kenteken worden verstrekt. Voor hun bezoek kunnen bewoners gebruik maken van de Visite-app, waarin zij de kentekens van de visite registreren. Verblijfsaccommodaties kunnen gebruik maken van de Accommodatie-app, waarin accommodaties de kentekens van overnachtingsgasten registreren. Het college heeft bij brief van 2 december 2020 aan bewoners, onder wie ook [wederpartij], medegedeeld dat de bestaande parkeervergunningen voor de kern Veere, die zijn uitgegeven voor het jaar 2020, tot en met 31 maart 2021 geldig blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3829
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205884/1/A3

202206638/1/R3

Bij besluit van 21 september 2022 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Leeuwarden de Zuidlanden, bouw woning ten zuiden [locatie]" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op een onbebouwd perceel aan de Wergeasterdyk te Goutum. [partij] is eigenaar van dit perceel en wil op het perceel een woning bouwen. Het bestemmingsplan maakt deze woning mogelijk. [appellant] woont aan de [locatie] te Goutum, op gronden grenzend aan het perceel. Hij kan zich niet met het plan verenigen en heeft daarom beroep ingesteld. [appellant] vreest dat hij overlast zal ondervinden door de komst van de woning op het perceel. Op dit moment is het perceel onbebouwd en is sprake van een rustige omgeving. Door de komst van de woning zal er geluidhinder optreden, onder andere door de aanwezigheid van personen op het perceel, aan- en afrijdend verkeer en het gebruik van warmtepompen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3830
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202206638/1/R3

202206735/1/A2

Bij besluit van 25 augustus 2021 is een verzoek van [appellante] om herziening van een besluit van 2 december 2020 afgewezen. Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Op 24 november 2020 heeft [appellante] een aanvraag ingediend tot het verlenen van erkenning van beroepskwalificaties om te kunnen werken als gastouder in de kinderopvang. Zij heeft haar in Canada behaalde opleidingstitels overgelegd en zich op het standpunt gesteld dat zij een geslaagd beroep kan doen op de Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties kinderopvangpersoneel. Bij besluit van 2 december 2020 is deze aanvraag afgewezen. Volgens dat besluit heeft de regeling betrekking op opleidingstitels die zijn behaald in de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, zodat de opleidingstitels die door [appellante] zijn behaald in Canada niet onder de reikwijdte van de regeling vallen. [appellante] heeft op 2 maart 2021 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 2 december 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3877
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202206735/1/A2

202206930/1/R3

Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland besloten om de raad een aanwijzing te geven als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Deze houdt in dat de raad voor de locatie Bronsgeest binnen één jaar na de bekendmaking van de proactieve aanwijzing een herziening op het bestemmingsplan vast moet stellen, zodat op die locatie minimaal 240 sociale huurwoningen mogelijk worden gemaakt. Het college stelt zich op het standpunt dat het plangebied van het bestemmingsplan "Bronsgeest 2021" ruimte biedt aan minimaal 240 sociale huurwoningen. Gelet op het tekort aan sociale huurwoningen heeft het college besloten om een proactieve aanwijzing te geven. De proactieve aanwijzing houdt in dat het bestemmingsplan "Bronsgeest 2021" moet worden herzien, zodat alsnog in de realisatie van minimaal 240 sociale huurwoningen op die locatie wordt voorzien. De gemeenteraad, Werkgroep Behoud van Bronsgeest , [appellant sub 3] en [appellant sub 4] zijn het allen niet eens met het besluit van het college en hebben daartegen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3870
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202206930/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202206930/1/R3

202207046/1/R3

Bij besluit van 24 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Katwijk aan In den Blauwen Bock een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van verlichte gevelreclame op het perceel Badstraat 9 in Katwijk. In den Blauwen Bock is eigenaar van het pand op het perceel. Op de begane grond is een café gevestigd en op de verdiepingen daarboven een hotel. In den Blauwen Bock heeft tussen de tweede en derde verdieping van het pand een lichtreclame aangebracht, bestaande uit de tekst 'Beach Hotel Katwijk'. De letters zijn aangebracht op een aluminium plaat. In de letters is LED-verlichting aangebracht. Op 20 augustus 2019 heeft In den Blauwen Bock hiervoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Het college heeft, mede op basis van het advies van de stadsbouwmeester van Katwijk van 23 augustus 2019, de gevraagde omgevingsvergunning verleend. In het besluit op bezwaar heeft het college, gelet op de bezwaren van [partij] en het naar aanleiding daarvan gevraagde advies van de stadsbouwmeester van 14 januari 2020, alsnog geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3818
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207046/1/R3

202207204/1/A2

Bij het besluit van 5 november 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand [wederpartij] een reistijdvergoeding toegekend van 0,5 punt (tegen een tarief van € 121,50 per punt) op basis van een totale reisafstand van 99 km. Het geschil tussen [wederpartij] en de raad ziet op de hoogte van deze reistijdvergoeding. Uit de werkinstructie Reistijdvergoeding Binnenland volgt dat een rechtsbijstandverlener de declaratie voor de verleende rechtsbijstand kan indienen via MijnRvR, waarbij de reisafstand automatisch wordt berekend op basis van de postcode via de Application Programming Interface Google Distance Matrix van Google Maps. [wederpartij] is in het kader van de rechtsbijstand, waarvoor de toevoeging is verleend twee keer van zijn kantoor in Tilburg naar het aanmeldcentrum in ’s-Hertogenbosch gereisd. De raad heeft de afstand van de heen- en terugreis vastgesteld op 49,6 kilometer, waardoor de totale afstand is vastgesteld op 99 kilometer. Dit betekent dat [wederpartij] 0,5 punt krijgt als reistijdvergoeding. [wederpartij] vindt dat de raad ten onrechte is uitgegaan van een reisafstand van 49,6 kilometer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3878
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202207204/1/A2

202300028/1/A2

Bij besluit van 14 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een boete van € 20.500,- opgelegd. [appellante] is eigenaresse van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. De woning bestaat uit vier bouwlagen en twaalf kamers en heeft een oppervlak van 242 m2. Op het adres stonden vijf personen ingeschreven in de basisregistratie personen. Naar aanleiding van een melding woonfraude hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning op 19 juni 2019 bezocht. Van dit bezoek hebben zij een rapport opgesteld. Daarin is vermeld dat één van de bewoners, [persoon A], heeft verklaard dat in de woning acht personen wonen. Zij werken of lopen stage bij [appellante], die eigenaar is van de woning. Volgens [persoon A] heeft iedereen een eigen kamer, die ook op slot kan. Iedereen heeft ook een eigen huurcontract. De benedenverdieping wordt gedeeld. Ook de twee badkamers en drie toiletten worden gedeeld. Volgens het college is een deel van de woning in strijd met de Huisvestingswet 2014 onttrokken aan de bestemming tot bewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3783
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300028/1/A2

202300287/1/A2

Bij besluit van 2 juli 2021 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het besluit van 24 juni 2019, waarin het CBR aan [appellant] een verklaring van rijgeschiktheid voor rijbewijscategorie B heeft verleend, ingetrokken. Op 24 juni 2019 heeft het CBR aan [appellant] een verklaring van geschiktheid afgegeven als bedoeld in artikel 97, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen. [appellant] heeft volgens het CBR tijdens zijn praktijkexamen aan de examinator gemeld dat hij Asperger heeft. Asperger is een autismespectrumstoornis. Het viel de examinator verder op dat [appellant] opvallend afwijkend (rij)gedrag vertoonde tijdens het praktijkexamen. De examinator heeft hiervan melding gemaakt bij het CBR. Naar aanleiding van die melding heeft het CBR het besluit van 24 juni 2019 ingetrokken. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het CBR het besluit van 24 juni 2019 had mogen intrekken, omdat het CBR niet had mogen afgaan op de melding van de examinator. De examinator is immers geen onafhankelijk specialist of arts.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3875
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202300287/1/A2

202300443/1/A2

Bij besluit van 17 maart 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aan [appellant] verleende toevoeging voor rechtsbijstand ingetrokken. [appellante] is tijdens haar echtscheidingsprocedure bijgestaan door Glaudemans op basis van een toevoeging verleend door de raad. Door toedoen van haar ex-partner kwam zij niet in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Om toch te kunnen voorzien in haar levensonderhoud en dat van haar twee kinderen heeft zij zich genoodzaakt gezien om twee geldleningen af te sluiten, samen ter waarde van € 20.500,00 bij [naam B.V.]. Volgens [appellante] kon zij niet terecht bij andere financiële instellingen. De leningen zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst waarin de hoofdsom, de verschuldigde rente, de looptijd, en de opeisbaarheid zijn opgenomen. De directeur van de B.V. was toentertijd haar vader. Naast deze leningen ontving [appellante] een uitkering op grond van de Participatiewet. Het maximale bedrag wat [appellante] aan leenbijstand zou kunnen krijgen is € 10.732,00. [appellante] heeft daar niet volledig gebruik van gemaakt, maar dit is wel het bedrag waar de raad rekening mee heeft gehouden bij de berekening van het resultaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3865
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202300443/1/A2

202300522/1/R1

Bij besluit van 25 juni 2021 heeft het college [appellant sub 1] onder oplegging van een dwangsom gelast om de keetunit ten behoeve van de verkoop van auto’s van het perceel [locatie 1] in Heemskerk voor 23 augustus 2021 te (laten) verwijderen en verwijderd te (laten) houden en de verkoop van auto’s op dat perceel te (laten) staken en gestaakt te (laten) houden. Het perceel [locatie 1] in Heemskerk ligt op het bedrijventerrein De Houtwegen. Op het perceel staan een woning met een berging en een werkplaats. In de werkplaats verricht [appellant sub 1] reparaties aan auto’s. Niet in geschil is dat [appellant sub 1] op het perceel ook auto’s in - en verkoopt, van en aan particulieren (hierna: de handel in auto’s). De auto’s staan uitgestald op het perceel en worden via de website Marktplaats te koop aangeboden. Op het perceel stond ten tijde van het besluit van 25 juni 2021 een keetunit met daarop een bord met de tekst "Beta Occasions in- verkoop gebruikte auto’s". [appellant sub 1] huurt het perceel van [appellante sub 2A] die eigenaar is. [appellante sub 2B] heeft een groothandel in consumptieaardappelen, groenten en fruit op het perceel [locatie 2] dat tegenover het perceel ligt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3831
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300522/1/R1

202300776/1/A2

Bij besluit van 6 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bestuurlijke boete van € 18.000,00 aan [appellant] opgelegd, wegens omzetting van de woning aan de [locatie]in Amsterdam in onzelfstandige woonruimte zonder de daarvoor benodigde vergunning. Bij besluit van 9 september 2020 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Deze zaak gaat over omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, in de zin van artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingwet 2014. Toezichthouders van de gemeente Amsterdam hebben de woning ter controle op 8 oktober 2019 bezocht. Op dat moment stonden er vier personen ingeschreven op het adres van de woning in de basisregistratie personen en waren er drie personen in de woning aanwezig die ten overstaan van de toezichthouders verklaringen hebben afgelegd. De toezichthouders hebben deze verklaringen en andere bevindingen neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport en een beeldverslag. Daaruit volgt onder meer dat de bewoners van de woning ieder een eigen kamer in de woning hadden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3824
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202300776/1/A2

202300777/1/A2

Bij besluit van 4 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bestuurlijke boete van € 6.000,00 aan [appellant] opgelegd wegens omzetting van de woning aan de [locatie] in Amsterdam in onzelfstandige woonruimte zonder de daarvoor benodigde vergunning. Deze zaak gaat over omzetting van de woning in onzelfstandige woonruimte, in de zin van artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingwet 2014. Toezichthouders van de gemeente Amsterdam hebben de woning ter controle op 4 juli 2019 bezocht. Zij hebben hun bevindingen neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport (hierna: het rapport) en een beeldverslag. Ten tijde van het huisbezoek stonden er vier personen ingeschreven op het adres van de woning in de basisregistratie personen, te weten [partij 1], [partij 2], [partij 3] en [partij 4]. Tijdens het huisbezoek waren [partij 2] en [partij 1] aanwezig. [partij 2] heeft ten overstaan van de toezichthouders verklaard dat de hierboven genoemde personen die in de brp staan ingeschreven allen in de woning wonen en dat [partij 3] en [partij 4] hoofdbewoners zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3864
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300777/1/A2

202302767/1/R3

Bij besluit van 21 februari 2023 heeft raad van de gemeente Smallingerland het bestemmingsplan "Drachten - De Drift" vastgesteld. De raad heeft het bestemmingsplan "Drachten - De Drift" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een appartementengebouw met maximaal 25 woningen op het terrein van de voormalige Ambachtsschool aan De Drift in Drachten. De toegestane maximale bouwhoogte is 11 m. Ook maakt het plan het mogelijk om aan de noordzijde van het appartementengebouw parkeervoorzieningen te realiseren. Aan de oostzijde van het appartementsgebouw is voorzien in een groenbestemming. [appellant] woont in de nabijheid, aan de oostzijde van het terrein en kan zich niet verenigen met de in het plan mogelijk gemaakte bebouwing, omdat hierdoor zijn woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt aangetast. Ook stelt [appellant] dat er alternatieven bestaan voor de door de raad gewenste ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3833
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202302767/1/R3

202303934/1/R4

Bij besluit van 20 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden een verzoek van [appellant] om handhaving afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie] te Vianen (hierna: de woning) nabij passantenhaven Blankenborch (hierna: de passantenhaven). Tussen de woning en de aanlegsteiger van de passantenhaven liggen een fietspad en een groenstrook. Op grond van artikel 6.1, aanhef en onder c, van de regels van het bestemmingsplan is het gebruik van de aanlegsteiger in de passantenhaven voor aaneengesloten nachtverblijf in een vaartuig toegestaan voor de duur van maximaal 3x24 uur. Onder verwijzing naar deze planregel heeft [appellant] het college op 15 september 2022 verzocht om handhavend op te treden tegen een zeilboot die tegenover de woning aan de aanlegsteiger lag en die volgens [appellant] toen al enige maanden permanent werd bewoond door [persoon]. In april 2024 heeft het college bestuursdwang toegepast en de zeilboot uit de passantenhaven laten verwijderen. [appellant] vreest dat [persoon] de overtreding hervat of herhaalt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3876
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303934/1/R4

202304399/1/R4

Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren aan Beheersmaatschappij Steenbel B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de eerste verdieping van een voormalig bankfiliaal naar een appartement op het perceel Voorstraat 18 te Nederhorst den Berg. Om het gebruik van de eerste verdieping als appartement mogelijk te maken, heeft het college met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚ van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 4, aanhef en onder 4 en 9 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht de gevraagde omgevingsvergunning aan Steenbel verleend. [appellante] woont naast het perceel, aan de Voorstraat 20 in Nederhorst den Berg. Zij stelt zich op het standpunt dat met het verlenen van de omgevingsvergunning een onevenredige inbreuk wordt gemaakt op haar privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3819
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304399/1/R4

202304569/1/A3

Bij besluit van 15 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een verzoek van [appellant] om verstrekking van stukken op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) afgewezen. [appellant] is verdacht geweest van bijstandsfraude. Hij heeft het college gevraagd om alle informatie over degene die de melding van bijstandsfraude heeft gedaan. Het college heeft geweigerd deze informatie aan [appellant] te verstrekken. Volgens het college is de informatie direct te herleiden tot de melder. Het belang van verstrekking van de gewenste gegevens weegt niet zwaarder dan de privacy van de melder. Daarbij moeten burgers in volledige vrijheid en vertrouwelijkheid kunnen communiceren met de overheid en worden brieven van burgers vertrouwelijk behandeld. Openbaarmaking van de melding kan voor burgers een drempel opwerpen om zich in de toekomst tot de overheid te wenden en een melding te doen. Hierdoor zou niet alleen de desbetreffende burger benadeeld worden, maar zou ook de gemeente in haar functioneren geschaad worden omdat signalen uit de samenleving haar niet meer bereiken, aldus het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3823
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202304569/1/A3

202305816/1/V6

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voormalige vennoten van vennootschap onder firma [vennootschap] een boete opgelegd van € 16.000,00 wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, voor zover het bezwaar zag op de hoogte van de boete, en de boete vastgesteld op € 12.000,00. Op 16 mei 2019 hebben arbeidsinspecteurs van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een controle verricht bij de VOF. Zij hebben daarbij in de keuken van de VOF een vreemdeling aangetroffen. De inspecteurs hebben op 4 december 2020 op ambtsbelofte een boeterapport opgemaakt. Daarin hebben zij geconstateerd dat de VOF in de periode van 1 november 2018 tot en met 30 april 2019 de Wav heeft overtreden door twee vreemdelingen werkzaamheden te laten verrichten zonder dat de VOF over tewerkstellingsvergunningen beschikte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3879
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202305816/1/V6

202305900/1/R1

Bij besluit van 19 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam aan [vennoot A] een bouwstop en een last onder dwangsom opgelegd vanwege het bouwen van een bouwwerk in afwijking van een eerder verleende omgevingsvergunning. [appellante] is eigenaar van het perceel [locatie] in Edam. Op 24 december 2019 is een aanvraag ingediend bij het college voor de bouw van een schapenstal op dit perceel. Het college heeft de gevraagde vergunning bij besluit van 23 november 2020 aan [appellante] verleend. Nadat het college een melding had ontvangen dat het bouwwerk afwijkt van de bouwtekeningen, is het college op 15 februari 2022 gaan kijken bij de bouwwerkzaamheden. In het verslag van deze controle staat - kort gezegd - dat de toezichthouders hebben geconstateerd dat in afwijking van de bouwtekeningen wordt gebouwd. Het college is vervolgens een handhavingsprocedure gestart. Het college heeft bij besluit van 1 september 2022 de bouwstop gehandhaafd en aanvullend artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo en artikel 5.17 van de Wabo hieraan ten grondslag gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3826
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305900/1/R1

202306088/1/A2

Bij besluit van 22 december 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de toevoeging voor rechtsbijstand in de echtscheidingsprocedure van [appellant] ingetrokken. De raad heeft [appellant] in 2021 rechtsbijstand verleend tijdens zijn echtscheidingsprocedure middels een toevoeging. Na afloop van de echtscheidingsprocedure heeft de raad de toevoeging ingetrokken, omdat het resultaat van die procedure meer bedroeg dan de helft van het drempelbedrag, namelijk € 61.645,20. [appellant] is het daarmee niet eens. Volgens hem heeft er in 2009/2010 een soortgelijke procedure plaatsgevonden, waarin de toevoeging niet is ingetrokken. [appellant] heeft van het resultaat direct een huis gekocht, omdat de hoofdverblijfplaats van zijn dochter bij hem zou zijn. Hij wilde zijn dochter naar dezelfde school laten gaan als voor de scheiding. Hij zag zich genoodzaakt het hele bedrag hiervoor te gebruiken vanwege de stijgende huizenprijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3863
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202306088/1/A2

202306089/1/A2

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer opgelegd. Op 5 oktober 2022 heeft de politie een mededeling gedaan van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid, dan wel de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, zoals vereist voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. Volgens een bij deze mededeling gevoegd mutatierapport van 5 oktober 2022 heeft [appellant] op die dag op de A12 de maximumsnelheid met 27 kilometer per uur overschreden, bij het wisselen van rijbaan herhaaldelijk geen richting aangegeven en rechts ingehaald. [appellant] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. Hij heeft bij brief van 20 september 2023, als aangevuld bij brief van27 juli 2024, de gronden van het hoger beroep aangevoerd. In die laatste brief heeft hij ook een verzoek om schadevergoeding ingediend. De Afdeling zal hierna de gronden van het hoger beroep bespreken en afsluiten met een conclusie. Zij merkt op voorhand op dat zij slechts een oordeel kan geven over de rechtmatigheid van de EMG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3832
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202306089/1/A2

202306505/1/A3

Bij uitspraak van 16 mei 2023, in zaak nrs. 202206886/1/A3 en 202206886/2/A3 (ECLI:NL:RVS:2023:1897) heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het verzoek van [verzoekster] om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Awb) afgewezen en, met toepassing van artikel 8:86 van de Awb het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 november 2022, in zaak nr. 21/4847 (ECLI:NL:RBAMS:2022:6765) ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling. Volgens haar heeft de voorzieningenrechter een inhoudelijk onjuist oordeel gegeven. [verzoekster] vraagt de Afdeling opnieuw naar de door haar aangeleverde stukken te kijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3820
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Herziening
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202306505/1/A3

202307125/1/R4

Bij besluit van 1 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 21 juni 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 21 juni 2023 is aangetroffen naast een aangewezen inzamelvoorziening ter plaatse van Nassauplein nr. 20. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam- en adresgegevens op een adreslabel op de doos zijn aangetroffen. [appellant] voert aan zeker te weten dat hij de doos niet verkeerd heeft aangeboden en dat hij ten onrechte als overtreder is aangemerkt. [appellant] vermoedt dat de doos bij het weggooien klem is gaan zitten in de vuilcontainer en vervolgens door iemand anders eruit gehaald is. [appellant] stelt dat als hij had gemerkt dat de doos klem zou zitten, hij de doos uit de vuilcontainer zou hebben gehaald en weer mee zou hebben genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3862
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202307125/1/R4

202307308/1/A2

Bij besluit van 1 november 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding van [appellant] in mindering gebracht door toegekende proceskosten in hoger beroep. Hierdoor is de vergoeding die [appellant] toe zou komen op nihil gesteld. [appellant] is advocaat en heeft op basis van een toevoeging rechtsbijstand verleend in een beroepsprocedure. Na afloop van de procedure heeft hij de raad verzocht om vaststelling van de vergoeding voor de door hem verleende rechtsbijstand. Een bedrag van € 903,64 is vervolgens aan [appellant] uitbetaald. De rechtzoekende is echter in hoger beroep gegaan waarin een andere advocaat haar heeft bijgestaan. De Afdeling heeft het hoger beroep gegrond verklaard en aan rechtzoekende een proceskostenvergoeding toegekend voor beide procedures van € 1.496,00. De proceskostenvergoedingen zijn aan de andere advocaat uitgekeerd, die vervolgens het bedrag heeft overgemaakt naar rechtzoekende. Vervolgens heeft de raad de toegekende proceskostenvergoeding in mindering gebracht op de aan [appellant] toegekende vergoeding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3861
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202307308/1/A2

202307721/1/R3

Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Emmen, Centrum-Oost, Parallelweg 36" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt 12 grondgebonden woningen mogelijk in een gebied langs de Parallelweg en de Veenkampenweg in Emmen, aangeduid als Parallelweg 36. B.T. Beheer is de eigenaar van gronden binnen het plangebied en wil de mogelijk gemaakte woningen realiseren. Op deze gronden waren voorheen een oud kantoorpand en een parkeerterrein aanwezig, en is een plantsoen aanwezig. Dit is het Generaal Maczekplantsoen, waarop een lindeboom aanwezig is. In het vorige bestemmingsplan "Emmen, Centrum-Oost" had het plantsoen nog een groenbestemming. [appellant] woont aan de Veenkampenweg 4, dicht bij het plantsoen. Hij kan zich niet vinden in het nieuwe bestemmingsplan. [appellant] betoogt dat het bestemmingsplan onvoldoende betekenis toekent aan de archeologische waarden in het gebied en onvoldoende waarborgt dat deze waarden niet worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3821
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202307721/1/R3

202400637/1/A3

Bij brief van 16 juli 2020 hebben Lovers en anderen bezwaar gemaakt tegen de rangschikking op basis waarvan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besluiten heeft genomen tot wijziging van exploitatievergunningen voor de passagiersvaart. Lovers en anderen hebben tegen die rangschikking bezwaar gemaakt. Omdat het college volgens Lovers en anderen daarop geen besluit heeft genomen, hebben zij beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3850
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400637/1/A3

202401171/1/A3

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de minister [appellant] te kennen gegeven het verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid dat hij in behandeling heeft nog te zullen afhandelen, maar verdere verzoeken van [appellant] op grond van deze wet niet meer te zullen behandelen. [appellant] heeft de minister op 15 maart 2023 met een beroep op de Woo verzocht alle stukken over de realisatie van de Afdeling Intensief Toezicht in de Penitentiaire Inrichting Arnhem-Zuid in de periode 1 juli 2022 tot en met 5 maart 2023 openbaar te maken. De minister heeft in zijn besluit van 23 maart 2023 te kennen gegeven dat hij heeft vastgesteld dat [appellant] inmiddels dertig verzoeken op grond van de Woo heeft ingediend. De minister heeft deze verzoeken in eerste instantie in behandeling genomen en een zoekslag gedaan op de gevraagde documenten. De minister verwijst naar een besluit dat hij 11 mei 2022 op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens heeft genomen, waarin hij heeft geconstateerd dat [appellant] destabiliserend gedrag veroorzaakte in detentie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3822
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401171/1/A3

202403065/1/A2

Bij beslissing van 3 oktober 2023 heeft de examencommissie van de faculteit Techniek, Bestuur en Management (hierna: de examencommissie) het verzoek van [appellant] om maatwerkvoorzieningen bij het afleggen van tentamens deels toegewezen en voor het overige afgewezen. Bij beslissing van 3 april 2024 heeft het college van beroep voor de examens van de Technische Universiteit Delft het hiertegen door [appellant] ingestelde administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft aan de beslissing van 3 april 2024 ten grondslag gelegd dat [appellant] geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het administratief beroep. Bij beslissing van 30 januari 2024 heeft het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft de inschrijving van [appellant] met ingang van 1 februari 2024 beëindigd en hem de toegang tot de voorzieningen van de universiteit ontzegd. Volgens het college betekent dit dat hij geen tentamens meer mag afleggen en dat hij het met het administratief beroep beoogde doel - tentamens afleggen met de gevraagde maatwerkvoorzieningen - niet meer kan bereiken. [appellant] is het niet eens met deze beslissing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3873
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403065/1/A2

202403698/1/A2

Bij beslissing van 27 februari 2024 heeft de examencommissie van de Faculteit TIS een oordeel gegeven over een door [appellante] behaald cijfer en een verzoek om herkansing afgewezen. Bij beslissing van 29 mei 2024 heeft het college van beroep voor de examens van De Haagse Hogeschool het hiertegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] heeft samen met vijf medestudenten aan het project TOT (B-PROJTOT-19) gewerkt. Dit project bestaat uit diverse onderdelen, waarbij de groep een eindproduct moet afleveren. Naast het eindproduct worden studenten ook individueel beoordeeld. Voor het behalen van een voldoende voor deze onderwijseenheid is vereist dat het eindproject en de individuele onderdelen met een voldoende worden beoordeeld. [appellante] heeft uiteindelijk voor het onderdeel ‘Individueel Tekenwerk’ een 3,8 behaald. [appellante] heeft verzocht om gebruik te mogen maken van de mogelijkheid van een deelherkansing in plaats van een volledige herkansing. In beroep is in geschil of [appellante] aanspraak had op een extra herkansing van het onderdeel individueel tekenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3872
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403698/1/A2

202403904/1/A2

Bij beslissing van 27 februari 2024 heeft de examencommissie van de Faculteit TIS een oordeel gegeven over een door [appellant] behaald cijfer en een verzoek om herkansing afgewezen. Bij beslissing van 29 mei 2024 heeft het college van beroep voor de examens van De Haagse Hogeschool het hiertegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft samen met vijf medestudenten aan het project TOT (B-PROJTOT-19) gewerkt. Dit project bestaat uit diverse onderdelen, waarbij de groep een eindproduct moet afleveren. Naast het eindproduct worden studenten ook individueel beoordeeld. Voor het behalen van een voldoende voor deze onderwijseenheid is vereist dat het eindproject en de individuele onderdelen met een voldoende worden beoordeeld. [appellant] heeft uiteindelijk voor het onderdeel Individueel Tekenwerk een 3,0 behaald. [appellant] heeft verzocht om gebruik te mogen maken van de mogelijkheid van een deelherkansing in plaats van een volledige herkansing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3871
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403904/1/A2

202404565/1/A2

Bij uitspraak van 17 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2900) heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen de beslissing van het college van bestuur van de Radboud Universiteit ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Tevens heeft hij de Afdeling verzocht hem schadevergoeding toe te kennen. [verzoeker] heeft een nader stuk ingediend. Hij voert in zijn verzoek aan dat hij vrijstelling genoot voor de deadline op 1 juni 2023 voor het inleveren van de benodigde documenten en dat alleen de universiteit zijn verblijfsvergunning kon aanvragen en hij niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3857
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Herziening
  • Schadevergoeding
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404565/1/A2

202302112/1/V1

Bij besluit van 28 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3805
Datum uitspraak
24 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302112/1/V1

202303258/1/V1

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3804
Datum uitspraak
24 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303258/1/V1

202303517/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 1 juni 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. I. Mercanoglu, advocaat in Almelo, hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 9 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3797
Datum uitspraak
24 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303517/1/V1

202303917/1/V2

Bij besluit van 5 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 14 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.E.J.M. Bartels, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3795
Datum uitspraak
24 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303917/1/V2

202404257/2/R1

Bij besluit van 22 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Venlo het bestemmingsplan "Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl" vastgesteld. [verzoeker] en anderen zijn omwonenden. Kort gezegd vrezen zij nadelige gevolgen van de nieuwe zorgfunctie. Daarom hebben zij beroep ingesteld tegen de vaststelling van het plan en de verlening van de omgevingsvergunning. Ook hebben zij de voorzieningenrechter gevraagd de voorlopige voorziening te treffen dat de besluiten worden geschorst totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Het plan en de omgevingsvergunning maken de herontwikkeling mogelijk van het landhuis Moubis en omliggende gronden tot een woon-zorghuis met 32 appartementen / studio's, waarvan 1 logeerkamer, aan de Waterloostraat 28 te Steyl. Symphony Estates is initiatiefnemer van de ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3800
Datum uitspraak
24 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202404257/2/R1

202404632/2/R1

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Ouder-Amstel het bestemmingsplan "Gijsbrechtkwartier" vastgesteld. Het plan maakt een transformatie mogelijk van een manege naar een woongebied met 34 woningen, waarvan 33 nieuwe woningen en de omzetting van een bestaande dienstwoning naar een burgerwoning. [verzoekers] zijn omwonenden. Kort gezegd vrezen zij nadelige gevolgen van de nieuwe woonbestemming. Daarom hebben zij beroep ingesteld tegen de vaststelling van het plan. Ook hebben zij de voorzieningenrechter gevraagd de voorlopige voorziening te treffen dat het plan wordt geschorst totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Vilarem I is initiatiefnemer van de ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3801
Datum uitspraak
24 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202404632/2/R1

202405313/2/V2

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 15 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3796
Datum uitspraak
24 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405313/2/V2

202405535/2/R2

Bij besluit van 29 augustus 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan RWE Windpower Netherlands B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het aanpassen van een bestaand schouwpad naast de Kleine Karolinapolder te Dinteloord, gemeente Steenbergen. In haar uitspraak van 12 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1446 heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtsgevolgen van de omgevingsvergunning die het college heeft verleend voor de bouw van windpark Karolinapolder in stand blijven. Daarmee is die omgevingsvergunning voor onder andere de activiteit 'bouwen' van windpark Karolinapolder onherroepelijk van kracht geworden. De omgevingsvergunning waar het in deze zaak om gaat, heeft alleen betrekking op het aanpassen van een bestaand schouwpad om de bouw van het windpark mogelijk te maken. Na de bouwfase zal het schouwpad worden gebruikt voor onderhoud en in geval van eventuele calamiteiten. De vereniging kan zich niet vinden in de verleende omgevingsvergunning. Zij komt onder meer op tegen de gang van zaken rondom de publicatie en de datum van inwerkingtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3799
Datum uitspraak
24 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405535/2/R2

202405773/1/V2

Bij besluit van 18 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3803
Datum uitspraak
24 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405773/1/V2

BRS.24.000313

Bij besluit van 30 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3771
Datum uitspraak
24 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000313

202404387/1/R2

Groen en Heem heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit omtrent vaststelling van het bestemmingsplan "Eurocircuit". Deze zaak gaat over het tweede beroep van Groen en Heem tegen het uitblijven van een besluit over het plan "Eurocircuit". Deze zaak gaat over het tweede beroep van Groen en Heem tegen het uitblijven van een besluit over het plan "Eurocircuit". In de uitspraak van 20 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4872, heeft de Afdeling op een eerder beroep van Groen en Heem en anderen over hetzelfde ontwerpplan geoordeeld dat het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit moet worden vernietigd. De raad is toen opgedragen om uiterlijk op 16 mei 2024 een besluit vast te stellen en dit vervolgens op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. In die uitspraak heeft de Afdeling tevens bepaald dat de raad aan Groen en Heem en anderen een dwangsom verbeurt voor elke dag waarmee de raad deze termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom € 100,00 per dag bedraagt, met een maximum van €15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3802
Datum uitspraak
24 september 2024
  • Vereenvoudigde behandeling
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404387/1/R2

202203412/1/V2

Bij besluit van 21 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3778
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203412/1/V2

202303264/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 26 april 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3786
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303264/1/V1

202303704/1/V3

Bij besluit van 17 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3779
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303704/1/V3

202303831/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.A. Krikke, advocaat te Bussum, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 16 juni 2023 in zaak nr. NL23.6100. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een nader stuk ingediend. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de staatssecretaris te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. De staatssecretaris (nu: de minister van Asiel en Migratie) heeft een schriftelijke reactie gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3791
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303831/1/V1

202304313/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3768
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304313/1/V1

202304676/1/V2

Bij besluit van 20 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3780
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304676/1/V2

202304961/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 11 juli 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.A. Krikke, advocaat in Bussum, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3789
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304961/1/V1

202306047/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 29 augustus 2023 in zaak nr. NL23.21220. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een nader stuk ingediend. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de staatssecretaris (nu: de minister van Asiel en Migratie) te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3792
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306047/1/V1

202400272/1/V2

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 14 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3794
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400272/1/V2

202400411/1/V2

Bij besluit van 28 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 22 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3793
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400411/1/V2

202405428/2/V3

Bij besluit van 3 mei 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 21 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3788
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405428/2/V3

202405669/1/V1 en 202405669/2/V1

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 29 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3790
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405669/1/V1 en 202405669/2/V1

202405919/1/V1 en 202405919/2/V1

Bij besluit van 3 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3809
Datum uitspraak
23 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405919/1/V1 en 202405919/2/V1

202405932/2/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2024 heeft de commissie Bindend Studie Advies (hierna: de BSA-commissie) namens het CvB aan [verzoeker] een bindend negatief studieadvies gegeven voor de bacheloropleiding Bedrijfskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens van de Vrije Universiteit Amsterdam .

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3798
Datum uitspraak
21 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202405932/2/A2

202002468/3/V3

Bij uitspraak van 20 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4789, heeft de Afdeling het onderzoek heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over de door de vreemdeling in deze zaak gevorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; hierna: de Staat) aangemerkt als partij in deze procedure. Partijen hebben niet verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een nadere zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3775
Datum uitspraak
20 september 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202002468/3/V3

202303038/1/V2

Bij besluiten van 23 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 14 april 2023 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3784
Datum uitspraak
20 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303038/1/V2

202306963/1/V2

Bij besluit van 28 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3777
Datum uitspraak
20 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306963/1/V2

BRS.24.000254

Bij besluit van 18 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3759
Datum uitspraak
20 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000254

202202803/1/V1

Bij besluit van 16 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3761
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202803/1/V1

202204491/1/V2

Bij besluit van 22 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen, geweigerd haar ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, bepaald dat zij Nederland onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3762
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204491/1/V2

202302169/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3763
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302169/1/V1

202302223/1/V2 en 202302223/2/V2

Bij besluit van 29 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3764
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302223/1/V2 en 202302223/2/V2

202401776/3/V2

Bij besluit van 10 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3774
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202401776/3/V2

202402038/2/R1

Bij besluit van 10 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland een omgevingsvergunning aan Vodafone Libertel B.V. verleend, voor de realisatie van een zendmast aan de Verseputseweg, bij het sportveld te Kerkwerve. De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteit bouwen en gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan omdat niet ten dienste wordt gebouwd van de bestemming "Sport" en omdat de in het bestemmingsplan neergelegde maximale bouwhoogte wordt overschreden. De zendmast is inmiddels gebouwd. Vodafone heeft aangegeven dat de zendmast naar verwachting medio november 2024 in gebruik zal worden genomen. [verzoekster] woont aan de [locatie] in Kerkwerve, op een afstand van ongeveer 500 m tot de locatie van de zendmast. [verzoekster] is het niet eens met de locatie van de zendmast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3769
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402038/2/R1

202404999/1/V3 en 202404999/2/V3

Bij besluit van 16 februari 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3765
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404999/1/V3 en 202404999/2/V3

202405433/2/V2

Bij besluit van 28 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nu de minister, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3766
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405433/2/V2

202405503/1/V2 en 202405503/2/V2

Bij besluit van 24 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3773
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405503/1/V2 en 202405503/2/V2

202405647/2/A3

Het verzoek van Nederlands Instituut Publieke Veiligheid richt zich tegen de uitspraak van 26 juli 2024 van de rechtbank Oost-Brabant. Het NIPV heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat het geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat op het hoger beroep is beslist. Het NIPV heeft aangevoerd dat het alsnog openbaar maken van de gevraagde informatie tot onomkeerbare gevolgen leidt die de hogerberoepsprocedure zinledig maakt. Het NIPV wijst er verder op dat [appellant] desgevraagd niet heeft willen aangeven welk onderwerp voor haar van belang is en waarom zij over de betreffende verslagen in de genoemde periode wil beschikken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3782
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405647/2/A3

202405658/2/V3

Bij besluit van 29 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3772
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405658/2/V3

202405702/2/V1

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aan [verzoekster] verleende erkenning als referent ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3767
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405702/2/V1

202405873/2/V3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 10 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3785
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405873/2/V3

202405898/2/V2

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 22 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3787
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405898/2/V2

BRS.24.000323

Bij besluit van 27 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3713
Datum uitspraak
19 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000323

202204888/1/V1

Bij besluit van 20 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3741
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202204888/1/V1

202206583/1/V2

Bij besluit van 17 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3740
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206583/1/V2

202304670/1/V3

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3739
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202304670/1/V3

202306263/1/V1

Bij besluit van 30 november 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3731
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306263/1/V1

202306346/1/V2

Bij besluit van 12 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3738
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306346/1/V2

202403422/1/R3 en 202403422/2/R3

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Hof van Twente het bestemmingsplan "Goor, herziening Lintelerweg 4" vastgesteld. Op de gronden in het plangebied is speeltuin en kinderboerderij het Kukelnest gevestigd. Omdat het Kukelnest plannen heeft om het terrein anders in te richten dan mogelijk op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Goor", heeft de raad het plan vastgesteld. [verzoeker] woont tegenover het plangebied en vreest, in het bijzonder door de ruimere bebouwingsmogelijkheden voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Daarom heeft [verzoeker] beroep ingesteld. [verzoeker] betoogt dat het plan voorziet in te ruime bebouwingsmogelijkheden voor zowel gebouwen, erfafscheidingen als overige bouwwerken. Daarmee leidt het plan ook tot een te grote toename van de hoeveelheid verharding. Deze toegestane mogelijkheden zijn in strijd met de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het plan en de goede ruimtelijke ordening, zo betoogt [verzoeker]. Daarbij is volgens hem onvoldoende gemotiveerd wat de noodzaak is van deze ruime bebouwingsmogelijkheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3696
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202403422/1/R3 en 202403422/2/R3

202404647/2/V3

Bij besluit van 31 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3737
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404647/2/V3

202405322/1/V2 en 202405322/3/V2

Bij besluit van 2 december 2022, aangevuld bij besluit van 12 december 2022, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3736
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405322/1/V2 en 202405322/3/V2

202405372/2/V2

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3735
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405372/2/V2

202405450/1/V3 en 202405450/2/V3

Bij besluit van 20 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3734
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405450/1/V3 en 202405450/2/V3

BRS.24.000034

Bij besluit van 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3712
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000034

202107204/1/R4

Bij besluit van 21 september 2021 heeft de raad van de gemeente Dinkelland het bestemmingsplan "Buitengebied, partiële herziening [locatie] Oud Ootmarsum" vastgesteld. Op de [locatie] in Oud Ootmarsum bevindt zich een veehouderij waar met name varkens worden gehouden. [vergunninghouder] wil deze veehouderij uitbreiden. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning maken deze uitbreiding mogelijk. Het plan voorziet in een vergroting van het bestaande bouwvlak van 16.103 m² naar 27.028 m². De omgevingsvergunning voorziet in het oprichten van één nieuwe stal en de realisatie van een mestsilo. De nieuwe stal is vergund met een gecombineerd luchtwassysteem conform stalsysteem BWL 2009.12.V4. De omgevingsvergunning voorziet verder in de uitbreiding van de bestaande veestapel met 6.612 gespeende biggen, 2.472 vleesvarkens, 458 (opfok)zeugen, 4 vrouwelijk jongvee en 8 zoogkoeien, waarvan het merendeel zal worden gehouden in de nieuwe stal. MOB en Leefmilieu zijn het niet eens met de uitbreiding van de veehouderij. Zij vrezen met name dat de uitbreiding zal leiden tot negatieve gevolgen voor het Natura 2000-gebied "Springendal & Dal van de Mosbeek". D

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3758
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202107204/1/R4

202200314/1/R3

Bij besluit van 7 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerkwartier aan Stichting MTB-Zuidhorn een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een mountainbikeroute door het Johan Smitpark en het Waterpark nabij het perceel Sportlaan I in Zuidhorn. Stichting MTB-Zuidhorn wil een mountainbikeroute aanleggen die loopt door het Johan Smitpark en het Waterpark. De route wordt in twee fasen gerealiseerd. De in deze procedure aan de orde zijnde fase bestaat uit een nieuw aan te leggen singletrack met een lengte van ongeveer 4,6 km, zijnde een smal en vaak slingerend pad met een maximale breedte van 60 cm dat in één richting wordt bereden. Een deel van de route zal, vanwege de natte ondergrond, semi-verhard worden uitgevoerd door middel van het aanbrengen van betongranulaat. Er worden twee bruggetjes gebouwd. Het college heeft voor het project een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wabo verleend. De Stichting is het niet eens met de verlening van de vergunning. Zij vreest dat het gebruik van de MTB-route leidt tot aantasting van de gebruiksmogelijkheden en de natuurwaarden van het Johan Smitpark en het Waterpark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3756
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200314/1/R3

202201233/1/R3

Bij besluit van 24 september 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat zijn beslissing om op 17 september 2020 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het zonder vergunning uitvoeren van ontgrondingswerkzaamheden in de Verdronken Zwarte Polder ter hoogte van Nieuwvliet-Bad in de gemeente Sluis, op schrift gesteld. Roompot heeft Aannemingsbedrijf Reimerswaal B.V. de opdracht gegeven om werkzaamheden uit te voeren in de Verdronken Zwarte Polder, een buitendijks gelegen sluftergebied, voor de aanleg van een strandbrug. Reimerswaal is op 14 september 2020 begonnen met het uitvoeren van deze werkzaamheden. Tijdens een controle op 17 september 2020 heeft een toezichthouder van de afdeling Handhaving van Rijkswaterstaat geconstateerd dat met een hydraulische kraan zand werd afgegraven, dat met behulp van diverse tractoren voorzien van een kiepwagen werd afgevoerd. Ook werd geconstateerd dat met behulp van een zandschuiver zand werd afgegraven door dit zand te verplaatsen. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat met deze werkzaamheden de hoogteligging van de Verdronken Zwarte Polder werd veranderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3742
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202201233/1/R3

202201237/1/R3

Bij besluit van 24 september 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat zijn beslissing om op 17 september 2020 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het zonder vergunning uitvoeren van ontgrondingswerkzaamheden in de Verdronken Zwarte Polder ter hoogte van Nieuwvliet-Bad in de gemeente Sluis, op schrift gesteld. Reimerswaal is in opdracht van Roompot Projects B.V. op 14 september 2020 aangevangen met het uitvoeren van werkzaamheden in de Verdronken Zwarte Polder, een buitendijks gelegen sluftergebied, voor de aanleg van een strandbrug. Tijdens een controle op 17 september 2020 heeft een toezichthouder van de afdeling Handhaving van Rijkswaterstaat geconstateerd dat met een hydraulische kraan zand werd afgegraven, dat met behulp van diverse tractoren voorzien van een kiepwagen werd afgevoerd. Ook werd geconstateerd dat met behulp van een zandschuiver zand werd afgegraven door dit zand te verplaatsen. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat met deze werkzaamheden de hoogteligging van de Verdronken Zwarte Polder werd veranderd dan wel dat de bodem daarvan werd verlaagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3743
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202201237/1/R3

202203002/1/R4

Bij besluit van 23 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Scherpenzeel aan Goed Vast Goed Beheer B.V. een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van het bestemmingsplan en van de bouwvergunning van 7 juli 2004 door het verbouwen van de verdieping van het bijgebouw op het achterste deel van het perceel Dorpsstraat 283 in Scherpenzeel tot twee zelfstandige appartementen en het laten bewonen van deze appartementen. Goed Vast Goed is eigenaar van het perceel. Aan de voorzijde van het langgerekte perceel staat een hoofdgebouw en op het achterste deel, los van het hoofdgebouw, staat het bijgebouw waar deze procedure over gaat. Dit bijgebouw heeft een begane grond en één verdieping en was aanvankelijk gebouwd zonder de daarvoor vereiste vergunning. Later, op 7 juli 2004, is die vergunning alsnog verleend ter legalisatie van het reeds gebouwde bijgebouw. Aan deze vergunning is onder meer het voorschrift verbonden dat de verdieping ongeschikt moet zijn voor gebruik.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3751
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203002/1/R4

202204971/1/R3

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Hoeksche Waard het bestemmingsplan "Hofstraat Westmaas" vastgesteld. Het plan voorziet in een bestemmingswijziging voor het schiereiland aan de westoever van het meer de Binnenbedijkte Maas. Dit schiereiland kent onder het geldende plan "Mijnsheerenland/Westmaas" de bestemmingen "Bedrijf" en "Recreatie". In het nieuwe plan krijgt een groot deel van het schiereiland de bestemming "Wonen". Daarmee wordt de bouw van vijf vrijstaande eengezinswoningen mogelijk gemaakt, op de plaatsen waar nu een bedrijventerrein en een kampeerterrein aanwezig zijn. [appellant] en anderen wonen in de Nieuwstraat, een straat aan de dijk aan de westkant van het schiereiland. Zij kijken over de camping uit op de Binnenmaas. Zij vinden dat de raad het plan onvoldoende heeft gemotiveerd, de belangen onjuist zijn afgewogen en dat de door de raad beoogde uitzichtplaats op het meer vanaf het schiereiland onvoldoende is geborgd. Daarom zijn zij het oneens met het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3752
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202204971/1/R3

202204981/1/R2

Bij besluit van 28 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch het verzoek van de vereniging om de op 20 september 2017 verleende omgevingsvergunning voor het windpark De Rietvelden in te trekken afgewezen. Windpark De Rietvelden is een windpark dat bestaat uit vier windturbines. WP De Rietvelden B.V. en Coöperatieve vereniging Bossche Windmolen West U.A. zijn de exploitanten van het windpark. Windturbines 1 tot en met 3 zijn gerealiseerd op het gezoneerde industrieterrein De Rietvelden ten zuiden van de rijksweg A59. Windturbine 4 is ten noorden van de A59 in agrarisch gebied tussen de bedrijventerreinen De Vutter en Treurenburg gerealiseerd. De windturbines hebben een maximale ashoogte van 125 meter, een rotordiameter van 122 meter (ofwel een maximale tiphoogte van 186 meter) en een maximaal vermogen van 3,7 MW. De vereniging komt op voor de belangen van haar leden, zijnde bewoners uit Engelen, de Gemaalweg/Engelsedijk en Kruiskamp. De vereniging verzet zich tegen de plaatsing van windturbines van windpark De Rietvelden en windpark Treurenburg in ’s-Hertogenbosch.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3745
Datum uitspraak
18 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204981/1/R2
vorige pagina1...118119120...1.270volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon