Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.835
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202400825/3/V3

Bij besluit van 23 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:664
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400825/3/V3

201805874/7 en 201805874/8/R2

Uitspraak over de inpassingsplannen 'Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat West' en 'Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost' en uitvoeringsbesluiten die provinciale staten van Noord-Brabant hebben vastgesteld. De plannen en besluiten maken verschillende projecten langs de A59 tussen Waalwijk en Den Bosch mogelijk. Het gaat om de aanleg van parallelwegen, twee ecologische verbindingszones en een snelfietsroute. Met de plannen verdwijnen ook vier op- en afritten van en naar de A59. In november 2021 deed de Afdeling bestuursrechtspraak een tussenuitspraak in deze zaak. Daarin oordeelde zij dat de provincie gebruikt heeft gemaakt van zogenoemde externe saldering om de schadelijke gevolgen van de plannen voor de beschermde natuurgebieden in de buurt te verminderen. Hoewel dat is toegestaan, zijn daar wel voorwaarden aan verbonden. De provincie had onvoldoende gemotiveerd dat aan die voorwaarden is voldaan. Het kwam erop neer dat de ‘stikstofwinst’ die is behaald door agrarische bedrijven op te kopen, alleen mag worden ingezet als er nog andere maatregelen ter vermindering van de stikstofneerslag op een Natura 2000-gebied worden genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:625
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak201805874/7 en 201805874/8/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201805874/7 en 201805874/8/R2

202103242/1/A3

In een e-mail van 1 september 2020 heeft de Nationaal Coördinator Groningen namens de minister een samenvatting gemaakt over het telefoongesprek dat diezelfde dag tussen [appellant] en de NCG was gevoerd. Bij besluit van 21 september 2020 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 2 april 2021 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. Verder heeft [appellant] een verzoek om schadevergoeding ingediend. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de e-mail van 1 september 2020 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:745
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202103242/1/A3

202103835/1/A2

[verzoeker] heeft de rechtbank op 24 juli 2020 verzocht om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, op grond van art. 8:88, eerste lid, van de Awb, te veroordelen tot vergoeding van schade. [verzoeker] stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2002 en de Guinese nationaliteit te hebben. [verzoeker] stelt immateriële en materiële schade te hebben geleden, omdat de staatssecretaris te lang heeft getalmd gevolgen te verbinden aan het feit dat hij [verzoeker] blijkens de uitspraak van de rechtbank van 31 augustus 2019 tijdens de asielprocedure ten onrechte als meerderjarige heeft aangemerkt. Hierdoor had [verzoeker] geen toegang tot specifieke voorzieningen voor minderjarigen, zoals onderwijs en speciale opvang en begeleiding voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Uit de uitspraak van de rechtbank van 31 augustus 2018 volgt dat de staatssecretaris jegens [verzoeker] onrechtmatig heeft gehandeld door hem in de periode van 15 maart 2018 tot 12 november 2019 als meerderjarig te beschouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:613
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202103835/1/A2

202105226/1/A3

Bij besluit van 16 september 2019 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellant] om rectificatie van een mutatierapport op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens afgewezen. [appellant] heeft per brief aan de korpschef verzocht om rectificatie van het mutatierapport dat is opgesteld naar aanleiding van een demonstratie op de Dam in Amsterdam op 30 juni 2019. Hij stelt dat in het mutatierapport onjuistheden zijn opgenomen. [appellant] heeft zijn verzoek gebaseerd op de Wpg en de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Op 25 juli 2019 heeft een klachtbehandelaar het mutatierapport aan [appellant] voorgelezen. Op 20 augustus 2019 heeft [appellant] inzage gekregen in een gelakte versie van het mutatierapport. Bij brief van 29 augustus 2019 heeft de korpschef aan [appellant] te kennen gegeven dat de AVG niet van toepassing is op zijn verzoek, dat zijn verzoek niet volledig is en hem verzocht om zijn verzoek aan te vullen met de politiegegevens die hij gerectificeerd wil hebben. De korpschef heeft vervolgens het rectificatieverzoek afgewezen omdat [appellant] niet heeft aangegeven welke politiegegevens gerectificeerd zouden moeten worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:621
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202105226/1/A3

202106640/1/R1

Bij besluit van 21 februari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de verzoeken van de VvE om handhavend op te treden tegen de dakkapel op het naburige pand van Naarden Vastgoed Ontwikkeling B.V. aan de Nassaukade 72 te Amsterdam afgewezen. De VvE heeft het college verzocht om handhavend op te treden, omdat er op de rechterzijgevel van het pand een dakkapel is geplaatst in afwijking van de in juni 2015 verleende omgevingsvergunning. Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat na onderzoek niet is vastgesteld dat de dakopbouw in strijd is met de omgevingsvergunning. Aanvankelijk heeft het college het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard onder de overweging dat er bij nader inzien weliswaar een afwijking van de omgevingsvergunning is, maar die afwijking gering is. Het hiertegen ingestelde beroep is door de rechtbank bij uitspraak van 29 juni 2018 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft het daartegen ingestelde hoger beroep bij uitspraak van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1724, gegrond verklaard en het besluit waarbij het bezwaar ongegrond was verklaard vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:637
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106640/1/R1

202107649/1/R3

Bij besluit van 13 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Het Hogeland het bestemmingsplan "Agro-logistieke weg nabij Warffum" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de aanleg van een agro-logistieke weg ten zuidoosten van Warffum, langs het spoor en het Delthepad tussen de Kloosterweg en Westerhornseweg. Aanleiding voor de aanleg van de weg is de wens om het (zwaar) verkeer te verminderen dat nu door het historische dorp Warffum, over de Oosterstraat, gaat. Met de aanleg van de agro-logistieke weg verliezen [appellante] en anderen een deel van hun gronden ten zuiden van de spoorweg die voor het telen van pootaardappelen worden gebruikt. [appellante] en anderen kunnen zich niet met de aanleg van de agro-logistieke weg verenigen vanwege de financiële gevolgen voor het bedrijf. Zij vinden dat de noodzaak voor de aanleg van de agro-logistieke weg niet is aangetoond en dat er, als die al nodig is, goede alternatieve locaties voor de weg zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:622
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202107649/1/R3

202107958/1/R2

Bij besluit van 14 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een corridor tussen de vrijstaande woning en een bijgebouw op zijn perceel [locatie] te Roosendaal. Volgens de rechtbank heeft het college terecht gesteld dat de aanvraag om omgevingsvergunning in strijd is met het bestemmingsplan, omdat de toegestane inhoud van het hoofdgebouw door het realiseren van de corridor ruimschoots overschreden zal worden. De rechtbank oordeelt dat de beoogde corridor voldoet aan de definitie van een bijbehorend bouwwerk zoals opgenomen in artikel 1.39 van de planregels, waardoor getoetst moet worden aan artikel 24.2.3. van de planregels voor bijbehorende bouwwerken. Dit artikel bevat geen maximale inhoudsmaten. De rechtbank is van mening dat de corridor tevens een bijbehorend bouwwerk is, zijnde een uitbreiding van het hoofdgebouw. Om deze reden moet ook getoetst worden aan artikel 24.2.2, dat ziet op hoofdgebouwen. Op grond van artikel 24.2.2, onder e, van de planregels mag de inhoud van de woning niet meer bedragen dan 750 m3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:626
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202107958/1/R2

202108152/1/R4

Bij besluit van 11 november 2021 heeft de raad van de gemeente Oldebroek het bestemmingsplan "Oosterwolde, Oostendorperstraatweg" vastgesteld. Het plan geeft een juridisch-planologische basis voor de bouw van twaalf woningen in zes woonblokken aan de Oostendorperstraatweg 81-83 in Oosterwolde en een nieuwe ontsluitingsweg tussen de Oostendorperstraatweg en de Wijnbergenerve. [appellant] exploiteert een garagebedrijf aan de [locatie 1]. Hij vindt dat het zuidelijkste bouwvlak (voor woonblok A) te dicht bij zijn garagebedrijf ligt. Hij verwacht door de woningbouw te worden beperkt in zijn bedrijfsmogelijkheden. Daarnaast kan een goed woon- en leefklimaat in en bij de woningen in dat blok niet worden gegarandeerd. Hij verwacht op den duur van de bewoners klachten te krijgen over zijn bedrijfsvoering, met name over stank en geluid. NOM is de initiatiefnemer van de ontwikkeling. Het bestemmingsplan is volgens haar zonder woonblok A financieel niet uitvoerbaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:617
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202108152/1/R4

202200046/1/R2

Bij besluit van 25 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalre [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het gebruik van het pand aan de [locatie] in Waalre voor recreatief verblijf als Bed & Breakfast (hierna: B&B) via Airbnb te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden. [appellant] woont aan de [locatie] in Waalre. Nadat het college had geconstateerd dat de zolderkamer van de woning via Airbnb als B&B werd verhuurd aan derden, heeft het college een last onder dwangsom opgelegd om dat gebruik te beëindigen. Inmiddels heeft het college [appellant] een omgevingsvergunning verleend, waarna de last onder dwangsom is ingetrokken. Op dit moment is er dus geen last onder dwangsom meer. [appellant] heeft zijn bezwaar tegen de last onder dwangsom niet ingetrokken. In een eerdere uitspraak over deze last onder dwangsom heeft de Afdeling bepaald dat het college inhoudelijk had moeten beslissen op het bezwaar van [appellant] (zie de uitspraak van de Afdeling van 16 juni 2021 [ECLI:NL:RVS:2021:1286]). Dit heeft het college gedaan in het besluit van 2 november 2021. Deze uitspraak gaat alleen over het nieuwe besluit op bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:631
Datum uitspraak
14 februari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200046/1/R2
vorige pagina1...1.1711.1721.173...12.384volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon