Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.139
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202406904/1/R4

Het bestemmingsplan ‘Kayersmolen-Noord’ van de gemeente Apeldoorn is definitief. Dat betekent dat de gemeente door kan met de plannen voor de bouw van 470 woningen op een voormalig bedrijventerrein in Apeldoorn. 'Stichting gebouw 055' was tegen het bestemmingsplan in beroep gekomen. Zij beheert 'Gebouw 055', een multifunctioneel zalencentrum aan de Condorweg. Volgens haar zijn de gebruiksmogelijkheden van het zalencentrum in het bestemmingsplan ten onrechte beperkt. Het pand is alleen bestemd voor kerkelijke activiteiten, terwijl doordeweeks de zalen worden verhuurd voor andere activiteiten. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de stichting in haar uitspraak op dit punt geen gelijk gegeven. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft de stichting op een ander punt wel gelijk. De gemeenteraad heeft namelijk bij de voorbereiding van het bestemmingsplan niet beoordeeld of een milieueffectrapportage nodig was. Tijdens de lopende procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de gemeenteraad dit alsnog gedaan en besloten dat geen milieueffectrapportage gemaakt hoeft te worden. Hiermee heeft de gemeenteraad alsnog aan deze wettelijke eis voldaan. Omdat ook de inhoudelijke bezwaren van de stichting tegen deze beslissing niet slagen, komt de Afdeling bestuursrechtspraak tot de conclusie dat de gemeenteraad hiermee het geconstateerde gebrek in het bestemmingsplan alsnog heeft hersteld. Daarom laat de Afdeling bestuursrechtspraak 'de rechtsgevolgen van het besluit in stand', zoals dat heet. Dat betekent dat het bestemmingsplan met de uitspraak van vandaag definitief is geworden en dat de gemeente Apeldoorn verder kan met de herontwikkeling van Kayersmolen-Noord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2277
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202406904/1/R4

202406952/1/A3

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete opgelegd van € 15.750,00 wegens overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit). Werknemers van [appellante] waren op 19 oktober 2021 bezig met het laden van bundels stalen profielen in een zeecontainer. Daarbij heeft een arbeidsongeval plaatsgevonden. Het slachtoffer had de opdracht gekregen om samen met een collega in de zeecontainer te gaan staan om de bundels stalen profielen te begeleiden in de zeecontainer. Zij hadden inmiddels één bundel stalen profielen in de container geladen. Om de volgende bundel vanuit de container te begeleiden gebruikte de collega van het slachtoffer een afstandshouder om de bundel op zijn plek te duwen. Het slachtoffer zag dat de bundel aan zijn kant niet goed op zijn plek zakte en wilde met zijn handen de bundel aanduwen. Hij maakte geen gebruik van een afstandshouder. Opeens klapten de bovenste stukken van twee profielen in elkaar, waardoor het slachtoffer met zijn linker middel- en ringvinger tussen twee stalen profielen bekneld raakte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2251
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406952/1/A3

202407389/1/A3

Bij besluit van 3 september 2020 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete van € 2.700,00 opgelegd wegens het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet (de Arbowet). [appellante] heeft op 24 september 2019 op een dak van een stal in Nieuwerkerk asbesthoudende dakbedekking (golfplaten) verwijderd. Tijdens deze werkzaamheden heeft een arbeidsinspecteur van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een inspectie uitgevoerd. Daarover heeft de inspecteur een boeterapport opgemaakt waaruit volgt dat [appellante] tijdens de werkzaamheden uitsluitend een mobiele torenkraan met werkbak heeft gebruikt voor het vervoer van personen naar het dak. De minister heeft hiervoor aan [appellante] een boete opgelegd, omdat een mobiele torenkraan alleen bestemd is voor het vervoer van goederen. Volgens de minister heeft [appellante] artikel 16, tiende lid, van de Arbowet en artikel 7.18, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit) overtreden. De mobiele torenkraan mag bij uitzondering alleen ingezet worden voor het vervoer van personen, als een plaats moeilijk bereikbaar is met een middel dat wel bestemd is voor het vervoer van personen, zoals een hoogwerker of verreiker.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2297
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202407389/1/A3

202407796/1/R1

Bij besluit van 13 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas aan [appellant] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren/herstellen van twee stallen op het perceel Lange Heide te Maasbree, kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie R, nummer 426 (het perceel). [appellant] is eigenaar van het aan zijn woonperceel grenzende perceel aan de Lange Heide. De twee stallen op dat perceel zijn in 1973 met een bouwvergunning opgericht. [appellant] heeft in 2020 bouwwerkzaamheden verricht aan de op dat moment in slechte staat verkerende stallen. [appellant] wil de stallen gaan gebruiken voor de stalling van agrarische vervoermiddelen van derden. Het college heeft hiervoor bij besluit van 13 april 2021 een tijdelijke omgevingsvergunning verleend. [partij A] en [partij B] hebben bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning. Dat bezwaar heeft er toe geleid dat het college de omgevingsvergunning bij besluit op bezwaar van 4 oktober 2021 heeft herroepen en alsnog heeft geweigerd om omgevingsvergunning te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2145
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202407796/1/R1

202407811/1/A3

Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de burgemeester van Hengelo het gehele pand en het bijbehorende erf aan de [locatie] in Hengelo gesloten voor drie maanden. [appellant] is eigenaar van een pand aan de [locatie] in Hengelo. Dit pand heeft de bestemming ‘wonen en bedrijvigheid’. Naar aanleiding van meerdere overlastmeldingen heeft de politie het pand en het terrein aan de [locatie] onderzocht. In de naar aanleiding daarvan opgemaakte bestuurlijke rapportage van 13 december 2022 staat dat de politie op het terrein een hennepgeur kon waarnemen en dat zij in het pand kweekbakken, potgrond met wortelresten en een ingerichte hennepkwekerij, verdeeld over 9 kweekruimtes, heeft aangetroffen met op dat moment 80 hennepmoederplanten en 47 stekken, als ook andere hennepgerelateerde goederen, zoals ventilatoren, luchtafzuigers en schakelborden. Ook is vermeld dat er indicatoren waren voor tenminste één eerdere oogst en dat er sprake was van diefstal van stroom. Het geheel is geduid als een bedrijfsmatige, professioneel ingerichte hennepkwekerij. [appellant] is het niet eens met de sluiting. Volgens hem is de situatie niet zodanig ernstig dat tot sluiting van de woning voor drie maanden kon worden overgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2306
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202407811/1/A3

202500369/1/R3 en 202500372/1/R3

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Emmen, Delftlanden 3.0" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in maximaal 328 woningen, waarvan 248 grondgebonden woningen en maximaal 80 appartementen (Delftlanden fase I). Daarnaast voorziet het plan in een actualisatie van het vorige bestemmingsplan "Emmen, Delftlanden", dat is vastgesteld op 30 januari 2020. Het plangebied ligt ten zuidwesten van de kern Emmen. Het plangebied wordt in het noorden begrensd door het Noordbargerbos en de Rondweg, aan de oostzijde door de Nieuw-Amsterdamsestraat en het bedrijvenpark Waanderveld en in het westen door de Sleenerstroom. In het zuiden vormt Delftlanden een overgang naar het open landbouwgebied in het beekdal van de Sleenerstroom. Het besluit hogere waarden voorziet voor een deel van de nieuwe woningen in een hogere grenswaarde in verband met het geluid dat ontstaat door wegverkeerslawaai van twee provinciale wegen. 4. [appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] wonen in het plangebied. Zij kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen, omdat zij vrezen voor een onaanvaardbare aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 4] zijn het ook niet eens met het besluit hogere waarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2282
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202500369/1/R3 en 202500372/1/R3

202500468/1/R4

Bij besluit van 6 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Woerden geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen om een bed and breakfast-appartement te realiseren in een kapberg op het adres [locatie] in Woerden. [appellante] wil een bed and breakfast-appartement realiseren in een kapberg op haar perceel aan de [locatie] in Woerden. Op dit perceel is het bestemmingsplan "Landelijk gebied Woerden, Kamerik, Zegveld" van toepassing. Volgens het bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming "Agrarisch - Landschappelijke Waarden" en hebben de gronden ter plaatse van de kapberg de aanduiding "cultuurhistorisch waardevol bijgebouw". Het realiseren van de bed and breakfast is in strijd met artikel 3.1, aanhef en onder j, van de planregels. Op grond van deze planbepaling mag op gronden met de bestemming "Agrarisch - Landschappelijke Waarden" namelijk alleen een bed and breakfast worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding "recreatief nachtverblijf toegestaan" en die aanduiding is er niet ter plaatse van de kapberg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2283
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500468/1/R4

202500875/1/A3

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de burgemeester van Breda de woning van [appellant A] voor een maand gesloten. [appellant A] woont met haar dochters en haar zoon aan de [locatie] in Breda. Zij huurt de woning van woningcorporatie Laurentius. In december 2022 is naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem-melding (MMA-melding) een onderzoek ingesteld naar een gekwalificeerde diefstal. De politie heeft de twee verdachten stelselmatig geobserveerd. Tijdens het onderzoek zijn in drie bij een postpakketdienst aangeboden pakketten verschillende verdovende middelen aangetroffen. Op 31 januari 2023 is waargenomen dat de twee verdachten in een auto zaten. Zij stonden geparkeerd naast een andere auto die op naam van [appellant A] staat en op dat moment werd bestuurd door haar zoon. Een van de verdachten stapte in de auto van [appellant A]. De politie heeft waargenomen dat in de achterbak van de auto van [appellant A] verschillende postpakketten lagen en dat die pakketten werden overgeladen in de auto van de twee verdachten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2281
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202500875/1/A3

202501232/1/A2

Bij besluit van 21 februari 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard. [appellant] is op 1 oktober 2023 door de politie staande gehouden voor rijden onder invloed. Uit het ademalcoholgehalte werd een waarde van 780 µg/l gemeten (een alcoholpromillage van 1,794). Op basis daarvan heeft het CBR opgedragen een onderzoek te laten doen naar het alcoholgebruik door [appellant]. [appellant] is op 16 december 2023 onderzocht door P.J. van Dalen, psychiater. Uit de rapportage van dat onderzoek volgt dat tijdens de laatste aanhouding van 1 oktober 2023 geen stoornis in alcoholgebruik volgens DSM-5 kan worden vastgesteld. Wel kan op basis van alle relevante gegevens de diagnose alcoholmisbruik worden gesteld. Aannemelijk is dat het alcoholmisbruik is gestopt sinds 2 oktober 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2252
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202501232/1/A2

202501252/1/A2

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over het jaar 2022 definitief berekend, op € 0,00 vastgesteld en het betaalde voorschot inclusief rente van € 2.708,00 teruggevorderd. Bij besluit van 4 februari 2023 heeft [appellant] een voorschot huurtoeslag voor het jaar 2022 ontvangen van € 2.653,00. Op 6 december 2023 heeft de Dienst Toeslagen van de inspecteur van de Belastingdienst de inkomens- en vermogensgegevens vanuit de Basisregistratie Inkomen (BRI) verkregen. Het inkomen van [appellant] over het jaar 2022 is vastgesteld op € 16.312,00 en zijn vermogen op € 34.815,00. De Dienst Toeslagen heeft met het besluit van 10 januari 2024 de huurtoeslag voor het jaar 2022 op nihil gesteld, omdat het eigen vermogen van [appellant] op 1 januari 2022, de peildatum, te hoog was. Het terug te betalen bedrag bestaat uit het voorschot van € 2.653,00 met € 55,00 rente. Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2279
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501252/1/A2

202501545/1/A3

Bij besluit van 25 juni 2024 heeft de burgemeester van Apeldoorn de aan [appellant sub 2] verleende gedoogverklaring en vergunning alcoholvrij bedrijf ingetrokken. De burgemeester heeft daarbij het verzoek van [appellant sub 2] tot wijziging en verlenging van de gedoogverklaring en wijziging van de vergunning, geweigerd. [appellant sub 2] exploiteerde de coffeeshop in Apeldoorn. De burgemeester heeft daartoe aan [appellant sub 2] een vergunning verleend op grond van artikel 2:33A van de Algemene plaatselijke verordening 2014 (hierna: de APV). Daarnaast heeft de burgemeester aan [appellant sub 2] een gedoogverklaring verleend. Daarbij past de burgemeester het Coffeeshopbeleid 2013 (het Coffeeshopbeleid) en de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie toe. De rechtbank heeft overwogen dat de burgemeester bevoegd was de vergunning en gedoogverklaring in te trekken vanwege het belang van de bescherming van de openbare orde, veiligheid en (volks)gezondheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2303
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202501545/1/A3

202501676/1/A2

Bij besluit van 5 juli 2021 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie over de jaren 2007 tot en met 2012. [appellante] heeft zich op 6 februari 2020 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen heeft dit verzoek voorgelegd aan de Commissie van Wijzen (CvW). De CvW is in haar advies van 6 april 2021 tot de conclusie gekomen dat in de jaren 2007 tot en met 2012 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid. In de periode vanaf het jaar 2007 tot aan de stopzetting van de kinderopvangtoeslag per 16 september 2010 hebben slechts reguliere correcties plaatsgevonden en voor de periode na 26 september 2010 is er geen kinderopvangtoeslag meer aangevraagd. De Dienst Toeslagen heeft onder verwijzing naar dit advies het verzoek om compensatie van [appellante] afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2293
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501676/1/A2

202501770/1/V6

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft de minister van Werk en Participatie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aanvraag van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht afgewezen. [appellant] is een 47-jarige vrouw uit Marokko. Zij heeft wegens haar medische en psychische problematiek om ontheffing van de inburgeringsplicht gevraagd. [appellant] heeft psychische klachten, waardoor zij niet tegen druk, stress, spanning en lawaai kan. [appellant] heeft daarnaast een verminderd concentratievermogen en kan niet goed slapen. De minister heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen, omdat zij volgens het medisch advies van Argonaut van 20 december 2023 (het medisch advies) niet uitbehandeld is voor haar psychische klachten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2272
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202501770/1/V6

202501806/1/A2

De burgemeester van Den Haag heeft een handhavingsverzoek van een exploitant van een seksbedrijf in Den Haag tegen exploitanten van twee sekswebsites terecht afgewezen. De exploitant van het seksbedrijf had de burgemeester gevraagd om handhavend op te treden tegen de exploitanten van de sekswebsites omdat via die weg sekswerkers de mogelijkheid zouden hebben om te adverteren voor hun diensten, zonder dat de exploitanten van de websites daarvoor een vergunning hebben. Daarmee zouden zij in strijd handelen met de Algemeen Plaatselijke Verordening van de gemeente, aldus de exploitant. Die eist namelijk dat seksbedrijven over een APV-vergunning beschikken. Volgens de burgemeester zijn de exploitanten van de websites niet aan te merken als een seksbedrijf en overtreden zij de APV dus niet. Daarom heeft hij het handhavingsverzoek afgewezen. In de APV van Den Haag staat dat een seksbedrijf een vergunning moet hebben. Centrale vraag in deze zaak was of de sekswebsites zijn aan te merken als seksbedrijf. De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat dit niet het geval is. De APV geeft een uitgebreide uitleg wat onder een seksbedrijf moet worden verstaan. Hieruit valt naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak niet af te leiden dat de gemeente Den Haag heeft beoogd om ook de exploitatie van sekswebsites onder het begrip ‘seksbedrijf’ te brengen. Zij noemt daarvoor in de uitspraak meerdere redenen. Een daarvan is dat er diverse vergunningsvoorschriften in de APV staan, zoals sluitingstijden en hygiënemaatregelen, die expliciet zijn toegesneden op fysieke locaties. Net als eerder de rechtbank Den Haag komt de Afdeling bestuursrechtspraak dus tot de conclusie dat de burgemeester het handhavingsverzoek terecht heeft afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2250
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501806/1/A2

202502078/1/V6

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [wederpartij] een boete opgelegd van € 12.000,00 wegens een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. In het op ambtsbelofte opgemaakte boeterapport van 14 september 2023, met kenmerk 2246690/03, staat het volgende. Op 14 december 2022 heeft [wederpartij] bij de Nederlandse Arbeidsinspectie gemeld dat zij [persoon A], een persoon met de Angolese nationaliteit, zonder tewerkstellingsvergunning heeft laten werken bij [bedrijf A]. [persoon A] had ook geen gecombineerde vergunning voor deze werkzaamheden. [persoon A] heeft van 14 november 2022 tot en met 11 december 2022 gewerkt. De arbeidsinspecteurs hebben [wederpartij] in de werkgeversketen aangemerkt als uitlener en [bedrijf A] als inlener. Dit betekent dat [wederpartij] artikel 2, eerste lid, van de Wav heeft overtreden. Bij het opleggen van de boete is de minister uitgegaan van normale verwijtbaarheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2267
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502078/1/V6

202502086/1/V6

Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [wederpartij] een boete opgelegd van € 40.000,00 wegens vijf overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid Vreemdelingen (Wav) en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. In het op ambtsbelofte opgemaakte boeterapport van 23 maart 2023, met kenmerk 2201967/03, staat het volgende. Op 8, 9 en 10 februari 2022 heeft [wederpartij] bij de Nederlandse Arbeidsinspectie gemeld dat zij vijf personen heeft laten werken bij vier inleners zonder dat zij over de vereiste tewerkstellingsvergunningen beschikte. Ook hadden de betrokkenen geen gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2266
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502086/1/V6

202502185/1/A2

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellante] om overname van haar schulden bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (het UWV), [gerechtsdeurwaarders] en Intrum Nederland afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). [appellante] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft verzocht om overname van drie schulden. De eerste is een schuld bij het UWV van € 131.872,58; de tweede een schuld bij [bedrijf] van € 158.602,60; de derde een schuld bij Intrum Nederland van € 3.519,67. Het geschil in hoger beroep gaat nog alleen over de schuld bij Intrum Nederland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2264
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502185/1/A2

202502230/1/R2

Bij besluit van 9 juli 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland de aanvraag van de maatschap voor een vergunning op grond van artikel 2.7, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) afgewezen. De maatschap exploiteert een veehouderij met kaasmakerij aan de [locatie] in Zoeterwoude. Voor het bedrijf is op 24 oktober 1995 een vergunning op grond van de Wet milieubeheer (milieuvergunning) verleend voor het houden van 72 melk- en kalfkoeien, 35 stuks vrouwelijk jongvee, 180 vleesvarkens en 20 kippen. Daarna is op 7 oktober 2009 een milieuvergunning verleend voor het houden van 204 melk- en kalfkoeien, 81 stuks vrouwelijk jongvee en 1.152 vleesvarkens en 20 schapen. De maatschap heeft voor deze bedrijfssituatie ook een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 aangevraagd. Het college heeft die aanvraag op 24 mei 2011 afgewezen, omdat er voor de aangevraagde situatie geen natuurvergunning nodig was (de positieve weigering). De maatschap heeft vervolgens de uitbreiding van de melkveestapel gerealiseerd. De uitbreiding van het aantal vleesvarkens heeft niet plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2258
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202502230/1/R2

202502316/7/R4

Bij uitspraak van 13 november 2025, in zaak nr. 202502316/6/R4, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het beroep van de coöperatie tegen het besluit van 20 februari 2025 van de minister van Defensie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening tot vaststelling van het inpassingsplan "Radar Herwijnen" ongegrond verklaard. Een beroep kan alleen zonder zitting ongegrond worden verklaard als dat ‘kennelijk’ het geval is (artikel 8:54 van de Awb). Die term ‘kennelijk’ betekent dat er geen twijfel mogelijk is over de uitkomst van het beroep. Als tegen zo’n ‘kennelijk’-uitspraak verzet wordt ingesteld, moet de rechter die op dat verzet beslist beoordelen: (a) of terecht is geoordeeld dat het beroep ongegrond is en (b) of daar geen twijfel over mogelijk is. Daarbij neemt de rechter alle argumenten van de indiener mee die te maken hebben met de redenen waarom het beroep ongegrond is. Dat kunnen ook nieuwe feiten of nieuwe argumenten zijn die daar over gaan. In haar uitspraak van 13 november 2025 heeft de Afdeling geoordeeld dat de coöperatie geen belanghebbende is bij de vaststelling van het inpassingsplan. Omdat zij een zienswijze heeft ingediend, kan zij wel beroep instellen tegen het inpassingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2330
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Verzet
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202502316/7/R4

202502343/1/A3

Bij besluit van 31 maart 2023 heeft de burgemeester van Maastricht de woning aan [locatie] voor drie maanden gesloten. [appellant] woonde aan [locatie] in Maastricht. Naar aanleiding van een verklaring van een persoon die in de buurt was aangehouden heeft de politie zijn woning doorzocht. Daarvan heeft de politie een bestuurlijke rapportage opgesteld. Daarin staat dat de politie 1596 gram hennep en hash in de woning heeft aangetroffen. Verder is er een vuurwapen aangetroffen. Op basis van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester bij besluit van 31 maart 2023 op grond van artikel 13b van de Opiumwet gelast de woning voor drie maanden te sluiten. Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de burgemeester het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Daartegen heeft [appellant] beroep ingesteld. Bij uitspraak van 17 augustus 2023 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van [appellant] om een voorlopige voorziening afgewezen. Vervolgens is de woning van [appellant] gesloten voor de duur van drie maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2256
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202502343/1/A3

202503013/1/A2

Bij besluit van 15 april 2022 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd om [appellant] op grond van de Catshuisregeling een compensatie van € 30.000,00 toe te kennen. [appellant] heeft zich gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en heeft een verzoek om herbeoordeling van kinderopvangtoeslag gedaan. Naar aanleiding van dat verzoek heeft de Dienst Toeslagen onderzocht of in het kader van de zogenoemde lichte toets aanleiding bestaat om [appellant] het forfaitaire bedrag van € 30.000,00, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de Wet hersteloperatie Toeslagen (Wht), toe te kennen. Ingevolge die bepaling kent de Dienst Toeslagen dat forfaitaire bedrag toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor een herstelmaatregel en daarvoor vóór 1 januari 2024 een aanvraag heeft ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2255
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503013/1/A2

202503118/1/R1

Bij besluit van 6 mei 2024 heeft het college aan [appellanten] een last onder dwangsom opgelegd wegens het verbouwen en gebruiken van twee stallen op het perceel Lange Heide te Maasbree, kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie R, nummer 426 (het perceel), zonder te beschikken over een daarvoor vereiste omgevingsvergunning. [appellanten] zijn in 2020 begonnen met de verbouwing van twee op het perceel aanwezige in slechte staat verkerende stallen. [appellanten] willen de stallen gaan gebruiken voor de stalling van agrarische vervoermiddelen van derden. Het college heeft hiervoor bij besluit van 13 april 2021 een tijdelijke omgevingsvergunning verleend. Na verlening van de omgevingsvergunning hebben [appellanten] de werkzaamheden voortgezet. Ook hebben zij toen zonnepanelen op de daken van de stallen geplaatst. Bij besluit op bezwaar van 4 oktober 2021 heeft het college deze omgevingsvergunning herroepen en alsnog geweigerd om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2296
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503118/1/R1

202503284/1/V6

Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (het verzoek) afgewezen. [appellant] stelt de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben. Hij verblijft meer dan twintig jaar in Nederland en heeft sinds 15 juni 2007 een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet (Ranov). Op 1 februari 2021 heeft [appellant] het verzoek ingediend. Ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit heeft [appellant] een aantal documenten overgelegd. Daarnaast heeft de minister in deze naturalisatieprocedure enkele documenten uit het vreemdelingendossier van [appellant] betrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2274
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202503284/1/V6

202503388/1/V6

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (het naturalisatieverzoek) afgewezen. [appellant] heeft op 6 maart 2023 het naturalisatieverzoek ingediend. De minister heeft dit verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (de RWN), omdat ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde. [appellant] is namelijk binnen de rehabilitatietermijn van vijf jaar als bedoeld in de Handleiding RWN meerdere keren strafrechtelijk veroordeeld voor misdrijven. Volgens de minister doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die maken dat hij in afwijking van het beleid in de Handleiding RWN toch het Nederlanderschap aan [appellant] moet verlenen. Daarnaast heeft de minister het naturalisatieverzoek afgewezen op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN, omdat [appellant] niet als voldoende ingeburgerd kan worden beschouwd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het naturalisatieverzoek op deze beide grondslagen mocht afwijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2253
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202503388/1/V6

202503430/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam geweigerd een exploitatievergunning te verlenen aan Panda Pizza. Panda Pizza heeft op 30 januari 2023 een exploitatievergunning aangevraagd voor de activiteiten ‘verstrekken en/of afhalen van direct voor consumptie geschikte etenswaren’ en ‘verstrekken niet-alcoholhoudende drank, zoals koffie, thee en frisdranken’ op de begane grond van het pand aan de Vierambachtsstraat 122 (het pand). A.R.P. Randstad C.V. is eigenaar van het pand. Volgens de rechtbank slagen de gronden die Panda Pizza en anderen in beroep tegen het Horecagebiedsplan hebben aangevoerd niet. Zij heeft onder meer geoordeeld dat het Horecagebiedsplan het Omgevingsplan niet op onaanvaardbare wijze doorkruist. Panda Pizza en anderen betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de afweging die is gemaakt in het Horecagebiedsplan generiek en niet locatie-specifiek is, wat voor een woon-leefklimaatafweging wel zou moeten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2304
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202503430/1/A2

202503444/1/V6

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (het naturalisatieverzoek), afgewezen. [appellant] stelt dat hij uit Sierra Leone komt. Vanaf 1 juni 2001 had hij een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Met ingang van 15 juni 2007 had [appellant] een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet (Ranov). [appellant] heeft eerder, op 27 oktober 2017, een naturalisatieverzoek ingediend. Dit naturalisatieverzoek heeft de minister afgewezen, omdat hij twijfel had over de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De reden voor deze twijfel was dat [appellant] geen gelegaliseerde geboorteakte en buitenlands reisdocument had overgelegd. Daarnaast volgt uit een taalanalyse van 9 augustus 2019 (de taalanalyse) uitgevoerd door het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT) dat [appellant] eenduidig te herleiden is tot de taalgemeenschap in Guinee en dus niet tot de taalgemeenschap in Sierra Leone. Het hoger beroep van [appellant] in die procedure heeft de Afdeling met de uitspraak van 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2566, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2280
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202503444/1/V6

202503886/1/A2

Bij besluit van 3 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten een verplicht fietspad ingesteld op de Chopinlaan en op de Berliozlaan. [appellant] en anderen wonen in de wijk Adegeest in Voorschoten. Het college heeft besloten om in die wijk op twee punten verplichte fietspaden te realiseren door het plaatsen van borden. Door het aanbrengen van deze zogenoemde knippen wordt zowel de Chopinlaan (tussen de Diepenbrocklaan en de Händellaan) als de Berliozlaan (tussen de Bizetlaan en de Richard Wagnerlaan) op die punten afgesloten voor motorvoertuigen. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met het besluit. Zij vrezen dat het aanbrengen van de knippen tot een toename van het gemotoriseerd verkeer in hun directe woonomgeving zal leiden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2275
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503886/1/A2

202505178/1/V6

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Guinee en geboren te zijn op [geboortedatum] 1984 in [plaats], Guinee. [appellant] heeft sinds 2007 een verblijfsvergunning regulier op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. Op 7 januari 2022 heeft [appellant] het verzoek ingediend. Ter staving van zijn identiteit en nationaliteit heeft hij een consulaire identiteitskaart overgelegd, afgegeven op 17 juni 2016 door de Guinese ambassade in Brussel, en een Guinees paspoort, afgegeven op 29 augustus 2016 door de Guinese ambassade. Verder heeft hij een uittreksel uit het geboorteregister van Guinee met een kopie van een ‘Jugement supplétif’ (een rechterlijke beslissing ter vervanging van een geboorteakte) overgelegd, afgegeven op 29 december 2016.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2273
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202505178/1/V6

202505731/1/A2

Bij uitspraak van 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3853, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 11 juni 2024 in zaak nrs. 24/2258 en 24/2267 vernietigd, het besluit van de staatssecretaris van 19 maart 2024 vernietigd, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van wat in de uitspraak van de Afdeling is overwogen en bepaald dat tegen het nieuwe besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. [appellant] heeft op 23 november 2023 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor de functie van begeleider gehandicaptenzorg bij Samen100Care B.V. in Waddinxveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2263
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202505731/1/A2

202506154/1/R1

Bij besluit van 14 november 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht onder meer de locatie Van Speijkstraat ter hoogte van nummer 6 in Utrecht aangewezen voor het plaatsen van een bovengrondse container voor groente, fruit en etensresten (gfe-container). Onder meer is de locatie Van Speijkstraat tegenover nummer 6, op de hoek met de M.H. Trompstraat aangewezen (locatie 4.09). De gfe-containers zijn volgens de bij het besluit behorende Beantwoording zienswijzen bedoeld voor bewoners van hoogbouw, appartementen, bovenwoningen en woningen op de begane grond zonder tuin. De betreffende huishoudens hebben nu geen kliko (140 liter), maar maken voor het apart inleveren van het gfe-afval meestal gebruik van een zogenoemde citybin (40 liter). Vanaf de plaatsing van de gfe-containers zullen de citybins niet meer worden geleegd. De gfe-container vervangt dus de citybin. Tuinafval mag en past niet in de gfe-container. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellant sub 2] wonen in de directe nabijheid van locatie 4.09. Zij zijn het niet eens met de plaatsing van een gfe-container op deze locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2270
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202506154/1/R1

202506209/1/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2025 heeft de directeur van Fontys Educatie het resultaat van het 21+ toelatingsonderzoek (het onderzoek) van [appellant] vastgesteld op ‘Niet Behaald’. [appellant] heeft deelgenomen aan een toelatingsonderzoek voor de lerarenopleiding Geschiedenis aan de Fontys Hogeschool (de opleiding). Het toelatingsonderzoek bestaat uit een capaciteitentoets en een taaltoets. Om voor het onderzoek te slagen, moet de kandidaat zowel de capaciteitentoets als de taaltoets met een positief resultaat afronden. De capaciteitentoets is behaald bij een totaalscore van 4 of hoger. appellant] heeft voor de capaciteitentoets een totaalscore van 3,6 behaald. Dit betekent dat hij het onderzoek niet heeft behaald en dus niet is toegelaten tot de opleiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2254
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506209/1/A2

2026001/1/TW

Bij beslissing van 19 december 2025 heeft de minister van Defensie toestemming verleend voor de uitoefening van bijzondere bevoegdheden onder de operatienaam […]. Op 11 december 2025 heeft de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) de minister verzocht om toestemming voor de inzet van de hackbevoegdheid (artikel 45 van de Wiv 2017). Het gaat om het verkennen van technische kenmerken van geautomatiseerde werken (artikel 45, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wiv 2017) en het binnendringen in geautomatiseerde werken (artikel 45, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wiv 2017). De toestemming is verzocht voor de duur van drie maanden met ingang van 20 december 2025. Het verzoek betreft de verlenging van een eerder gegeven toestemming voor de inzet van voormelde bevoegdheden. Er is bij dit verzoek toepassing gegeven aan het bepaalde in hoofdstuk 2 van de Tw. De minister heeft op 19 december 2025 toestemming gegeven voor de verzochte inzet. Deze toestemming is vervolgens ter toetsing voorgelegd aan de TIB, zoals is bepaald in artikel 36, eerste lid, van de Wiv 2017.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2939
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Andere zaken - Overige
  • uitspraakin de zaak2026001/1/TW

2026002/1/TW

Bij beslissing van 19 december 2025 heeft de minister van Defensie toestemming verleend voor de uitoefening van bijzondere bevoegdheden onder de operatienaam […]. Op 11 december 2025 heeft de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) de minister verzocht om toestemming voor de inzet van de hackbevoegdheid (artikel 45 van de Wiv 2017). Het gaat om het verkennen van technische kenmerken van geautomatiseerde werken (artikel 45, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wiv 2017) en het binnendringen in geautomatiseerde werken (artikel 45, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wiv 2017). De toestemming is verzocht voor de duur van drie maanden met ingang van 29 december 2025. Het verzoek betreft de verlenging van een eerder gegeven toestemming voor de inzet van voormelde bevoegdheden. Er is bij dit verzoek toepassing gegeven aan het bepaalde in hoofdstuk 2 van de Tw. De minister heeft op 19 december 2025 toestemming gegeven voor de verzochte inzet. Deze toestemming is vervolgens ter toetsing voorgelegd aan de TIB, zoals is bepaald in artikel 36, eerste lid, van de Wiv 2017.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2940
Datum uitspraak
22 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Andere zaken - Overige
  • uitspraakin de zaak2026002/1/TW

202400888/1/V3

Bij besluit van 6 december 2022, aangevuld op 24 augustus 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2206
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400888/1/V3

202401354/1/V2

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2207
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401354/1/V2

202600942/2/R4

Bij besluit van 11 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lopik geweigerd om aan [wederpartij] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een bedrijfswoning op het perceel [locatie] in Polsbroek. [wederpartij] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een bedrijfswoning op het perceel. Op grond van het ten tijde van belang ter plaatse geldende bestemmingsplan "Eerste herziening bestemmingsplan Landelijk gebied" was één bedrijfswoning op het perceel toegestaan. In artikel 1.11 van de planregels is een ‘bedrijfswoning’ gedefinieerd als: "een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein voor (het gezin van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming, noodzakelijk is". Het college heeft de gevraagde vergunning geweigerd, omdat de noodzaak voor een bedrijfswoning ontbreekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2148
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600942/2/R4

BRS.25.000747

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2169
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000747

BRS.26.000979

Bij besluit van 17 februari 2025, aangevuld bij besluit van 9 januari 2026, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2166
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000979

BRS.26.001200

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2168
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001200

BRS.26.001210

Bij besluit van 27 november 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 16 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2149
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001210

BRS.26.001394

Bij besluit van 27 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2151
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001394

BRS.26.001660 en BRS.26.001661

Bij besluit van 4 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2161
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001660 en BRS.26.001661

BRS.26.001752

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2165
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001752

BRS.26.001929

Bij besluit van 17 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2203
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001929

202401742/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 februari 2024 in zaak nr. 22/6459. Die zaak gaat over het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie over het aantal aanwezigen in kerkelijke gebouwen in de periode van 14 april 2020 tot 26 oktober 2020. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de zienswijzen kennis zal nemen. De zienswijzen bevatten privacygevoelige informatie zoals namen, e-mailadressen en telefoonnummers. Verder staat in de zienswijzen en bijbehorende bijlagen informatie uit de documenten die de minister niet openbaar heeft gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2337
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401742/2/A3

202504816/1/A2

Bij besluit van 27 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht zijn beslissing op schrift gesteld om op dezelfde datum spoedeisende bestuursdwang toe te passen door de auto van [appellante] met kenteken […] weg te slepen en in bewaring te stellen. Het hiertegen door [appellante] gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 13 juli 2023 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2351
Datum uitspraak
21 april 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504816/1/A2

202204773/1/V1

Bij besluit van 19 augustus 2021 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33. Bij uitspraak van 13 juli 2022 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Oukil, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Het COa en appellant hebben nadere stukken ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2172
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202204773/1/V1

202302945/1/V1

Bij besluit van 12 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen. Bij besluit van 22 september 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 14 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2173
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202302945/1/V1

202402148/1/V2

Bij besluit van 8 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 5 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.P.J.W.M. Govers, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld. Appellant heeft nadere stukken ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2171
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402148/1/V2

202406282/1/V1

Appellanten hebben beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvragen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2158
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406282/1/V1

202406812/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 14 oktober 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 29 januari 2026 heeft de minister de aanvraag van appellant ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2175
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406812/1/V1

202504628/1/V2

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 8 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.A. Hardoar, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2176
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504628/1/V2

202504632/1/V2

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 8 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.A. Hardoar, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2174
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504632/1/V2

BRS.24.000429

Bij besluit van 12 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2133
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000429

BRS.25.001623

Bij besluit van 5 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om vervanging of vernieuwing van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2137
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001623

BRS.26.000037

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2131
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000037

BRS.26.001263

Bij besluit van 16 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2136
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001263

BRS.26.001641

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2143
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001641

BRS.26.001644 en BRS.26.001645

Bij besluit van 19 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten en hem gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2153
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001644 en BRS.26.001645

BRS.26.001839

Bij besluiten van 18 juli 2023 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2140
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001839

202206902/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 oktober 2022 in zaak nr. 21/4136. In die zaak gaat het over het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Het gaat om documenten 1 tot en met 9A in de door de minister ingediende ‘Inventarislijst zienswijzen’. Ten eerste gaat het om ongeschoonde versies van de zienswijzen van derden via e-mail, waarin de persoonsgegevens van de behandelende ambtenaren en de bij de Wob-stukken betrokken ambtenaren en de individuele e-mailadressen van twee Tweede Kamerleden zijn opgenomen. Volgens de minister is dat privacygevoelige informatie die bovendien ook is opgenomen in één of meer documenten waarvan de openbaarmaking het voorwerp van het geschil is. Ten tweede gaat het om de bijlagen van deze zienswijzen. Dat zijn de aan de derden verstrekte versies van de Wob-stukken, waarin de te weigeren passages transparant zijn gekaderd. Met een oordeel over de geheimhouding van deze stukken zou volgens de minister vooruitgelopen worden op het oordeel in de bodemprocedure. Ten derde is in de zienswijze met nummer 4 een passage gelakt, omdat daarin een gesuggereerde motivering van het Wob-besluit van de minister is opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2154
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206902/2/A3

202401622/2/A3

de Autoriteit Persoonsgegevens heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. De AP heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de in het procesverloop onder A t/m F genoemde ongeschoonde stukken kennis zal nemen. De stukken bevatten informatie die de AP heeft opgevraagd in het kader van een door haar ingesteld onderzoek naar de wijze waarop het college op verschillende plaatsen in de binnenstad van Enschede bezoekerstellingen heeft gedaan. Die tellingen vonden plaats in de periode van 25 mei 2018 tot en met 30 april 2020. Volgens de AP bevatten de stukken in de eerste plaats bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan haar zijn vertrekt, waarvan bovendien een deel intellectueel eigendom is van PFM Netherlands B.V. Ook heeft de AP toegelicht dat kennisneming van de ongeschoonde stukken kan leiden tot aantasting van de belangen die zijn gediend met het effectief houden van toezicht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2200
Datum uitspraak
20 april 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401622/2/A3

BRS.26.000854

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een inreisverbod tegen appellant uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2124
Datum uitspraak
17 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000854

BRS.26.001097

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant de toegang tot Nederland geweigerd en haar een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2112
Datum uitspraak
17 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001097

BRS.26.001125 en BRS.26.001127

Bij besluit van 8 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2111
Datum uitspraak
17 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001125 en BRS.26.001127

BRS.26.001277

Bij besluit van 1 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd betrokkene ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2113
Datum uitspraak
17 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001277

BRS.26.001349

Bij besluit van 4 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2119
Datum uitspraak
17 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001349

BRS.26.001397

Bij besluit van 12 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2108
Datum uitspraak
17 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001397

BRS.26.001426

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat zij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2134
Datum uitspraak
17 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001426

BRS.26.001428

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat hij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2135
Datum uitspraak
17 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001428

BRS.26.001527 en BRS.26.001528

Bij besluit van 17 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2132
Datum uitspraak
17 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001527 en BRS.26.001528

BRS.26.001618

Bij besluit van 24 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2144
Datum uitspraak
17 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001618

BRS.26.001621 en BRS.26.001622

Bij besluit van 4 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2114
Datum uitspraak
17 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001621 en BRS.26.001622

BRS.26.001631

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2117
Datum uitspraak
17 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001631

202500287/1/V1

Bij besluit van 16 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2159
Datum uitspraak
16 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500287/1/V1

202600202/2/R4

Bij besluit van 4 juni 2025 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan WPS een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2, onder 35, aanhef en onder 5 a en b, van Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (de EVOA). In de periode van 5 mei tot en met 20 november 2019 heeft het inmiddels failliete Turner Waste Intermediate B.V. in totaal 2.097.300 kilogram afvalstoffen, bestaande uit aluminiumhydroxide filterkoek, (de afvalstoffen) met vrachtwagentransporten laten overbrengen van de productielocatie van Malvé N.V. in België, naar de op- en overslaglocatie van WPS in Stein. Daar zijn de vrachtwagenladingen met afvalstoffen verzameld en samengevoegd tot één partij afvalstoffen, die in maart 2020 per schip naar Nancyport in Frankrijk is overgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2126
Datum uitspraak
16 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202600202/2/R4

BRS.26.000796

Bij brief van 25 maart 2026 heeft verzoeker de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht om herziening van de uitspraak van 12 januari 2026 in zaak nr. BRS.25.001898, ECLI:NL:RVS:2026:106.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2031
Datum uitspraak
16 april 2026
  • Herziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000796

BRS.26.001163

Bij besluit van 18 december 2025 heeft het het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bepaald dat het de verstrekkingen aan betrokkene krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 beëindigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2030
Datum uitspraak
16 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001163

BRS.26.001413 en BRS.26.001414

Bij besluit van 10 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2032
Datum uitspraak
16 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001413 en BRS.26.001414

BRS.26.001431

Bij besluit van 9 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2147
Datum uitspraak
16 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001431

BRS.26.001577

Bij besluit van 3 april 2024, aangevuld bij besluit van 10 oktober 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2115
Datum uitspraak
16 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001577

BRS.26.001708 en BRS.26.001709

Bij besluiten van 13 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2146
Datum uitspraak
16 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001708 en BRS.26.001709

202301951/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 13 februari 2023 van de rechtbank Gelderland. Bij die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk van 27 oktober 2021, waarbij het college het verzoek van [appellant] om zijn gegevens in de basisregistratie personen (brp) te wijzigen heeft afgewezen, ongegrond verklaard. [appellant] heeft gevraagd om wijziging van zijn gegevens in de brp. Het college heeft zich op de zitting nogmaals op het standpunt gesteld dat [appellant] geen procesbelang meer heeft bij het hoger beroep. [appellant] woont niet meer in de gemeente Harderwijk. Volgens het college is het niet alleen niet bevoegd om de gegevens van [appellant] in de brp te wijzigen, maar kan het dat ook niet, omdat de gegevens zich in een andere gemeente bevinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2238
Datum uitspraak
16 april 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202301951/1/A3

202307448/1/A3

[appellant] heeft de burgemeester van Amersfoort verzocht maatregelen te treffen tegen het gedrag van zijn medebewoner. Zijn verzoek ziet op een tijdelijk huisverbod en een gedragsaanwijzing. [appellant] heeft de burgemeester verzocht maatregelen te treffen tegen het gedrag van zijn medebewoner. Zijn verzoek ziet op een tijdelijk huisverbod en een gedragsaanwijzing. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester niet bevoegd was om een gedragsaanwijzing op te leggen. Voor zover [appellant] heeft betoogd dat de burgemeester dat wel was, heeft de rechtbank opgemerkt dat [appellant] eerst gebruik had moeten maken van buurtbemiddeling of een gesprek onder begeleiding van een derde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2239
Datum uitspraak
16 april 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307448/1/A3

202404137/1/A3

In de uitspraak van 26 juni 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld dat in het mutatierapport van de politie van 30 september 2020 alleen professionele indrukken, meningen of conclusies zijn opgenomen. Het is een weergave van de indrukken en conclusies van de politieambtenaren die zijn afgegaan op een melding van ruzie in de woning. De gegevens in het mutatierapport zijn gebaseerd op hoe de politieambtenaren nadat de melding is gedaan de situatie hebben ervaren en hoe zij hebben gehandeld. De korpschef heeft de gegevens daarom niet hoeven wijzigen. In de uitspraak van 26 juni 2024 heeft de Afdeling geoordeeld dat in het mutatierapport van de politie van 30 september 2020 alleen professionele indrukken, meningen of conclusies zijn opgenomen. Het is een weergave van de indrukken en conclusies van de politieambtenaren die zijn afgegaan op een melding van ruzie in de woning. De gegevens in het mutatierapport zijn gebaseerd op hoe de politieambtenaren nadat de melding is gedaan de situatie hebben ervaren en hoe zij hebben gehandeld. De korpschef heeft de gegevens daarom niet hoeven wijzigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2237
Datum uitspraak
16 april 2026
  • Herziening
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202404137/1/A3

202600282/2/R2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 2 december 2025 tot vaststelling van het Natura 2000-beheerplan Nieuwkoopse Plassen & De Haeck 2025-2031. Het Natura 2000-beheerplan Nieuwkoopse Plassen & De Haeck 2025-2031 is een plan als bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van de Omgevingswet (Ow). In het beheerplan zijn de instandhoudings- en passende maatregelen beschreven die volgens het college nodig zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen in het Natura 2000-gebied. Het beroep van [appellant] is gericht tegen het gehele beheerplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2045
Datum uitspraak
16 april 2026
  • Vereenvoudigde behandeling
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202600282/2/R2

202204023/1/V3

Bij besluit van 5 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2052
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204023/1/V3

202400965/5/R3

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Rijnpark-Hoogewaard West, Koudekerk aan den Rijn" vastgesteld. Deze zaak gaat over het plan om een nieuw bedrijventerrein mogelijk te maken ten zuidoosten van de kern van Koudekerk aan den Rijn. In het oostelijke deel van het plangebied lag in het verleden een cementfabriek, en in het westelijke deel een manege. Ten behoeve van deze ontwikkeling heeft de raad bij besluit van 14 november 2024 het bestemmingsplan vastgesteld. Dat besluit is eerder bij uitspraak van 1 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1801, door de voorzieningenrechter van de Afdeling geschorst, omdat het bestemmingsplan er niet aan in de weg stond dat het plangebied volledig kon worden verhard en de realisatie van de beoogde 3100 m² aan waterberging niet in de planregels was geborgd. [appellante sub 2] en anderen betogen dat zij wateroverlast zullen krijgen als gevolg van de omgevingsvergunning van 31 januari 2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2125
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202400965/5/R3

202500817/1/V3

Bij besluit van 29 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2050
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500817/1/V3

202501447/2/R2

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Alphen-Chaam het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Alphen-Chaam 2023" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Verder heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2001
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202501447/2/R2

202501570/1/V2

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2025
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501570/1/V2

202600433/1/R2 en 202600433/2/R2

Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena het handhavingsverzoek van [partijen] niet-ontvankelijk verklaard. De last onder dwangsom gaat over een bouwwerk (de schuilschuur) op het perceel [locatie 1] in Hank. In 1988 heeft het college een vergunning verleend voor de bouw van een schuilschuur met een omvang van 18 m2, maar de schuilschuur is 40,5 m2 groot. Ook zijn er in de schuilschuur onder meer een keukenblok en een bed aanwezig. Op grond van de last dient [verzoekster] de schuilschuur af te breken naar 18 m2 en de woonvoorzieningen (het bed en het keukenblok) te verwijderen. Volgens het college is de schuilschuur te groot en mag er ook niet in verbleven worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2027
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202600433/1/R2 en 202600433/2/R2

BRS.25.002382

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2017
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002382

BRS.25.002390

Bij besluit van 9 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1998
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002390

BRS.25.002559

Bij besluit van 11 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1611
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002559

BRS.26.000878

Bij besluit van 26 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2011
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000878

BRS.26.001167

Bij besluit van 25 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2019
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001167

BRS.26.001275

Bij besluit van 18 juli 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bepaald dat het verzoeker overplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2004
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001275

BRS.26.001311 en BRS.26.001415

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2016
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001311 en BRS.26.001415

BRS.26.001371

Bij besluit van 4 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2000
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001371
vorige pagina1...111213...1.252volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon