Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.563
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.25.001591 en BRS.25.001693

Bij besluit van 16 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5221
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001591 en BRS.25.001693

202404175/1/A2

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft Zuidweg & Partners namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aan [appellant] verleende schuldhulp beëindigd. Zuidweg en Partners heeft namens het college de schuldhulpverlening aan [appellant] beëindigd, omdat hij niet de gevraagde stukken heeft aangeleverd. Op 20 mei 2022 heeft Zuidweg in een e-mail aan [appellant] de mogelijkheden voor het voortzetten van het schuldhulptraject opgesomd. Hierop heeft [appellant] niet gereageerd. Hierna heeft Zuidweg [appellant] diverse keren expliciet in de gelegenheid gesteld om alsnog te reageren. Ook hierop heeft [appellant] niet gereageerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5299
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404175/1/A2

202406118/1/A2

Bij brieven van 30 augustus 2022 en 1 november 2022 heeft [appellant] het college van burgemeester en wethouders van Roermond verzocht om een straatgenoot, die zijn hond volgens [appellant] niet-aangelijnd over straat laat lopen, te verbieden een hond te houden dan wel te verplichten om naar het platteland te verhuizen. Het college heeft bij brief van 29 november 2022 gereageerd dat het college geen bevoegdheid heeft om de door [appellant] gevraagde maatregelen te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5291
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202406118/1/A2

202407885/1/A2

Bij besluit van 14 juli 2023 heeft het dagelijks bestuur van het waterschap Aa en Maas het verzoek van [appellant] om toekenning van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen afgewezen. [appellant] heeft het waterschap op 24 juni 2023 in gebreke gesteld, omdat het waterschap nog niet had beslist op zijn bezwaar. De ingebrekestelling is door het waterschap ontvangen op 29 juni 2023. Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het waterschap alsnog beslist op het bezwaar van [appellant]. Dit besluit is per e-mail aan [appellant] gestuurd. Omdat het waterschap vergeten was om hierin een beroepsclausule op te nemen, heeft het waterschap op 13 juli 2023 nogmaals het besluit op bezwaar aan [appellant] gestuurd, deze keer mét beroepsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5296
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407885/1/A2

202500103/1/A2

Bij besluit van 30 november 2023 heeft de raad van de gemeente Winterswijk een deel van de Hanekampweg in Winterswijk Meddo aan de openbaarheid onttrokken. De raad heeft bij besluit van 30 november 2023 een deel van de Hanekampweg in Winterswijk Meddo aan de openbaarheid onttrokken. In geschil is of de raad dit mocht doen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de raad de wegonttrekking voldoende heeft gemotiveerd. Uit de nota onder het besluit volgt dat het onttrokken deel van de Hanekampweg een functie had in de bereikbaarheid van de daaraan gelegen bedrijfspercelen, maar deze functie is vervallen omdat deze bedrijven zijn verplaatst. De bedrijfspercelen van [appellante] blijven vanaf de openbare weg bereikbaar. De bedrijfsvoering van [appellante] wordt door de wegonttrekking daarom niet in onevenredige mate verstoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5289
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202500103/1/A2

202502047/1/A2

Bij besluit van 24 november 2023 heeft hhet Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] een onderzoek naar zijn alcoholgebruik opgelegd en zijn rijbewijs geschorst. Het CBR heeft [appellant] een onderzoek naar zijn alcoholgebruik opgelegd, omdat hij volgens de politie op 12 november 2023 onder invloed van teveel alcohol een auto heeft bestuurd en een aanrijding heeft veroorzaakt. [appellant] is na het ongeval door de politie op de bestuurdersstoel aangetroffen. Na een positieve alcoholtest is hij meegenomen naar het bureau, waar hij een uur later heeft verklaard dat hij de auto niet heeft bestuurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5293
Datum uitspraak
31 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202502047/1/A2

202307643/1/V2

Bij besluit van 27 december 2022, aangevuld bij besluit van 10 augustus 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. Ook heeft hij geweigerd betrokkene ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem opgedragen om Nederland binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5223
Datum uitspraak
30 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307643/1/V2

202407733/1/V3

Bij besluit van 11 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5224
Datum uitspraak
30 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407733/1/V3

202504378/1/V2

Bij besluit van 29 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5225
Datum uitspraak
30 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504378/1/V2

202504379/1/V2

Bij besluit van 29 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5226
Datum uitspraak
30 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504379/1/V2

BRS.25.001439

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5168
Datum uitspraak
30 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001439

BRS.25.001605

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5167
Datum uitspraak
30 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001605

202500263/1/V3

Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie van Asiel een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5172
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500263/1/V3

202500649/1/V3

Bij besluit van 29 december 2024 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5174
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500649/1/V3

BRS.25.000790

Bij brief van 6 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5150
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000790

BRS.25.001476 en BRS.25.001481

Bij besluit van 24 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5165
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001476 en BRS.25.001481

BRS.25.001507

Bij besluit van 29 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5149
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001507

BRS.25.001527

Bij besluit van 16 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5156
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001527

BRS.25.001548 en BRS.25.001550

Bij besluit van 12 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5127
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001548 en BRS.25.001550

BRS.25.001593

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5170
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001593

202104694/1/R2 en 202104695/1/R2

Bij besluit van 10 april 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (1) op verzoek van Vattenfall de maximale NOx-emissie van de DM33 en de HWC 4 en HWC 5 in de Nbw-vergunning van 15 september 2015 gecorrigeerd (besluitonderdeel 1), en (2) aan Vattenfall een natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming verleend voor de bouw en exploitatie van een biomassacentrale en voor de wijziging van de aardgasgestookte centrales DM33 en DM34 en van de vijf hulpwarmteketels van de inrichting aan de Overdiemerweg 35 in Diemen (besluitonderdeel 2). MOB en Natuurmonumenten betogen in hoger beroep dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak ten onrechte voorbij is gegaan aan hun betoog dat de jaarvracht NOx in de vergunning van 2015 niet voldoende naar beneden is bijgesteld. De bijgestelde jaarvracht is volgens MOB en Natuurmonumenten geen realistische weergave van de werkelijkheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5185
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202104694/1/R2 en 202104695/1/R2

202107943/1/R4

Bij besluit van 8 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder een verzoek van [appellant] afgewezen. [appellant] is sinds 2008 eigenaar van de woningen aan [12 locaties] in Den Helder. De woningen zijn gesitueerd in woongebouwen uit de jaren ’30, die nadien met een bouwvergunning zijn gesplitst en verbouwd. Op 9 mei 2017 heeft het college het saneringsprogramma wegverkeerslawaai "project Binnenhaven-Zuidstraat (N250)" vastgesteld. Dit is een saneringsprogramma als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de Wgh. De woningen maken geen deel uit van het saneringsprogramma, omdat het college de woningen niet vóór 1 januari 2007 heeft gemeld op grond van artikel 88, eerste lid, van de Wgh, zoals op grond van artikel 89, eerste lid van de Wgh was vereist. [appellant] betoogt dat de brief van het college van 27 juni 2018 geen besluit is op zijn eerdere verzoek van 2 mei 2018. [appellant] voert aan dat die brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, omdat die brief geen rechtsmiddelenclausule bevat. Daarnaast wijst [appellant] erop dat hij na 27 juni 2018 met de gemeente heeft gecorrespondeerd over zijn verzoek van 2 mei 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5188
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202107943/1/R4

202202463/1/A3

Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Jachthaven Schellingwoude een last onder dwangsom opgelegd. Jachthaven Schellingwoude heeft een omgevingsvergunning voor het gebruik van het water langs de Schellingwouderdijk voor een jachthaven met ligplaatsen van recreatie- en zeilschepen. Jachthaven Schellingwoude verhuurt de gronden voor het permanent neerleggen van onder meer woonboten. Short Stay Manager bemiddelt in opdracht van de eigenaren van de woonboten en verhuurt deze aan toeristen. De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van een overtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Verordening op het binnenwater 2010 en dat het college in beginsel verplicht was om over te gaan tot handhaving. Volgens de rechtbank is Jachthaven Schellingwoude wel ten onrechte aangemerkt als overtreder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5205
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202463/1/A3

202202968/1/R2

Bij besluit van 10 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas een omgevingsvergunning verleend aan [partij] voor het gebruiken van een perceel aan de [locatie 1] in Baarlo voor detailhandel. [appellanten] wonen op de [locatie 2] in Baarlo. Eerder woonden zij op de [locatie 3], dus naast het perceel waarom het in deze zaak gaat. Ten tijde van het besluit op bezwaar, dus op 11 november 2020, was dat al niet meer het geval. De vraag is daarom of zij nog belang hebben bij de uitkomst van deze zaak (procesbelang). [appellanten] zijn niet op de zitting verschenen, maar hebben die dag wel een brief gestuurd. Daarin staat over deze vraag: "Zij hebben onverkort gebruiksaanspraken op de bedrijfswoning en gebruiken die ook daadwerkelijk nog, maar zonder daar te wonen."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5190
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202202968/1/R2

202301220/1/R4

Bij besluit van 4 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een woning op het perceel [locatie] in Amersfoort. [appellante] is eigenaresse van de woning. Op grond van het bestemmingsplan "Soesterkwartier" geldt op het perceel de bestemming " Wonen - 1". [appellante] heeft op 15 december 2021 bij het college een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het verbouwen van de woning tot vier zelfstandige wooneenheden die uit meerdere ruimten bestaan, te weten twee studio’s op de begane grond en twee studio’s op de eerste etage met daarboven elk een slaapkamer onder de kap van de woning. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bouwplan geen betrekking heeft op aaneen gebouwde woningen, maar op gestapelde woningen en dat het bouwplan daarom in strijd is met artikel 17.2.1, aanhef en onder a, van de regels van het bestemmingsplan (hierna: de planregels). [appellante] voert aan dat de vier studio’s woningen zijn als bedoeld in het bestemmingsplan en dat uit het bestemmingsplan niet volgt dat aaneen gebouwde woningen niet mogen worden gestapeld, maar grondgebonden moeten zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5037
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301220/1/R4

202303261/1/A3

Bij besluit van 19 februari 2021 heeft de minister van Justitie en Veiligheid aan [appellant] een meldplicht opgelegd voor de duur van zes maanden. De minister heeft op grond van artikel 2, eerste en tweede lid, van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding aan [appellant] een meldplicht voor zes maanden opgelegd. [appellant] moest zich vanaf 22 februari 2021 tweemaal per week melden op het bureau van de politie aan de Hoefkade in Den Haag. De minister heeft deze maatregel opgelegd omdat [appellant] onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld voor het begaan van terroristische misdrijven en volgens de minister een acute dreiging vormt voor de nationale veiligheid. De minister heeft zich mede gebaseerd op een bestuurlijke rapportage van de politie-eenheid Den Haag van 14 januari 2021. Tegen het besluit van 19 februari 2021 heeft [appellant] beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister zich op de bestuurlijke rapportage mocht baseren, omdat deze inzichtelijk en concludent is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5184
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303261/1/A3

202304059/1/R1

Bij besluit van 6 oktober 2022, verzonden 17 oktober 2022, heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda De Eland gelast de overtredingen van artikel 55b van de Wet bodembescherming, in samenhang gelezen met artikel 37, tweede lid, en 39a, van de Wbb op het perceel Aardenhoek 10 te Breda te beëindigen en beëindigd te houden. Bij besluit van 26 april 2023 heeft het college het daartegen door De Eland gemaakte bezwaar, onder aanvulling van de motivering met betrekking tot de hoogte van de dwangsom, ongegrond verklaard. Bij besluit van 3 mei 2023 is het college overgegaan tot invordering van de door De Eland verbeurde dwangsommen met een totale hoogte van € 25.000,00. De Eland heeft op het perceel Aardenhoek 10 in Breda een chemische wasserij geëxploiteerd. Er is geconstateerd dat op het perceel sprake is van een bodemverontreiniging met perchloorethyleen die is veroorzaakt door deze wasserij. De exploitatie van de wasserij is gestaakt. De Eland verhuurt het perceel thans aan een textieldrukkerij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5187
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304059/1/R1

202305113/1/A3

Bij besluit van 5 februari 2021 hebben de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Justitie en Veiligheid de aanvraag van Outernet tot aanwijzing als teler aan de Liesboslaan in Breda afgewezen. Het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen is een uitwerking van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen, die als doel heeft de productie, levering en verkoop van hennep of hasjiesj te reguleren in deelnemende gemeenten door telers aan te wijzen. In de tien deelnemende gemeenten mochten tien aangewezen telers de hennep of hasjiesj telen. Zij konden hiervoor een aanvraag indienen van 1 juli 2020 tot en met 28 juli 2020. Outernet heeft een aanvraag ingediend tot aanwijzing als teler voor in totaal 51 locaties, waaronder de locatie aan de Liesboslaan in Breda. Alle locaties behalve de Liesboslaan zijn op 27 november 2020 door de ministers afgewezen. Op 20 oktober 2020 is door de burgemeester van Breda een positief advies uitgebracht over de aanvraag voor de Liesboslaan. De aanvraag voor de Lieboslaan heeft vervolgens meegedaan aan de loting voor de selectie van telers en op basis van die loting heeft de notaris aan de aanvraag het rangnummer 9 toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5183
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202305113/1/A3

202305376/1/R1

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Kess Corporation een last onder dwangsom opgelegd wegens het bouwen in afwijking van een aan haar verleende omgevingsvergunning voor onder meer het aanbrengen van drie afvoerbuizen aan de achterzijde van de linker zijgevel van het gebouw aan de Jan Pieter Heijestraat 110 in Amsterdam. Kess Corporation is eigenaar van het pand aan de Jan Pieter Heijestraat 112 en de bedrijfsruimte aan de Jan Pieter Heijestraat 110-begane grond in Amsterdam. Bij besluit van 8 oktober 2012 heeft het college aan de voormalige huurder van de bedrijfsruimte een omgevingsvergunning verleend voor het aanbrengen van drie afvoerbuizen aan de achterzijde van de linker zijgevel van het pand aan de Jan Pieter Heijestraat 110. Kess Corporation verhuurt de bedrijfsruimte op 110 en 112 begane grond sinds 1 juli 2017 aan Cohones B.V. die daar een café-restaurant exploiteert. De rechtbank heeft geoordeeld dat Kess Corporation overtreder is en dat het college handhavend mocht optreden. Over het beroep op het vertrouwensbeginsel heeft de rechtbank overwogen dat onvoldoende blijkt dat er sprake is geweest van een toezegging dat niet handhavend zou worden opgetreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5198
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305376/1/R1

202306220/1/R3

Bij besluit van 26 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp de bij besluit van 7 mei 1974 verleende bouwvergunning voor de bouw van een bedrijfswoning op het perceel [locatie], ingetrokken. In mei 1974 heeft het college aan de toenmalige eigenaar van het perceel een bouwvergunning verleend voor de bouw van een bedrijfswoning ten behoeve van een varkenshouderij. De bedrijfswoning is niet gerealiseerd. [appellant] is sinds 2015 eigenaar van het perceel. Hij heeft het college verzocht om een afschrift van de destijds verleende bouwvergunning. Na diverse zoekpogingen in het archief heeft het college de vergunning gevonden en op 9 maart 2021 aan [appellant] overhandigd, tegelijk met het voornemen om deze vergunning in te trekken. Het college heeft de omgevingsvergunning vervolgens ingetrokken. [appellant] is het niet eens met het in bezwaar in stand gelaten intrekkingsbesluit. Hij wil een bedrijfswoning bouwen bij de inmiddels op het perceel gevestigde paardenfokkerij. De rechtbank heeft overwogen dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat het college vooringenomen is geweest bij de totstandkoming van het besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5186
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306220/1/R3

202306969/1/A2

Bij besluit van 6 juli 2020 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] om een overtreding van de Wet normering topinkomens te beëindigen en besloten om de last onder dwangsom openbaar te maken. De stichting Helicon Opleidingen was het bevoegd gezag van meerdere vmbo- en mbo-scholen. [appellant] was in dienst van Helicon sinds 1983 en sinds 1997 was hij lid van het college van bestuur. Naar aanleiding van interne conflicten in het college van bestuur in 2014 is het dienstverband van [appellant] beëindigd op initiatief van de raad van toezicht van Helicon. Hiertoe hebben [appellant] en Helicon op 23 oktober 2014 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Hierin staat dat het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2015 en dat [appellant] meerdere vergoedingen ontvangt. Hij was op dat moment 62 jaar en Helicon en [appellant] waren het eens dat de kans dat hij nieuw werk kon vinden, nihil was. Overeengekomen is dat [appellant] een vergoeding krijgt van € € 397.524,00. In een rapport van 27 mei 2019 heeft de inspectie geconcludeerd dat de vergoedingen ten gunste van [appellant] de normen van de Wnt overschrijden met een (bruto) bedrag van € 137.524,00. De inspectie heeft erop aangestuurd dat [appellant] dit bedrag terugbetaalt aan Helicon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5202
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306969/1/A2

202307702/1/R3

Bij besluit van 27 september 2023 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Leeuwarden-Dorhoutstraat Potmargepark" vastgesteld. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning maken de bouw van twee appartementencomplexen in 4 tot 5 bouwlagen mogelijk op het perceel aan de Dorhoutstraat 1 t/m 87. De Parkhovelocatie ligt op 21 m afstand van de rivier de Potmarge. Ten noorden van de Parkhovelocatie bevindt zich het woonzorgcentrum Parkhoven. Ten westen van de Parkhovelocatie worden 24 grondgebonden woningen ontwikkeld op het perceel aan de Smedingstraat 2 t/m 48. De ontwikkeling van deze beide locaties wordt door de raad en het college als één project beschouwd, dat bekend staat onder de naam "Potmargepark". [partij] is de ontwikkelaar van beide projecten. [appellant] woont aan [locatie] op ongeveer 35 m van de Parkhovelocatie. Hij betoogt dat de woningbouw in strijd is met de Ontwikkelingsvisie Potmarge (hierna: de Potmargevisie) en vreest dat zijn woon- en leefklimaat als gevolg van de ontwikkelingen onevenredig wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5191
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202307702/1/R3

202400185/1/R3

Bij besluit van 12 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden het wijzigingsplan "Wijzigingsplan Leeuwarden Woningbouw Potmarge op de ‘Smedinglocatie’" vastgesteld. Het wijzigingsplan en de omgevingsvergunning maken de bouw van 24 grondgebonden woningen mogelijk op het perceel aan de Smedingstraat 2 t/m 48. Op dit perceel bevonden zich vroeger kassen. Ten oosten van de Smedinglocatie bevindt zich het woonzorgcentrum Parkhoven. Ten westen van het plangebied bevindt zich aan de straat De Tuinderij een woonwagenterrein. Ten zuidoosten van de Smedinglocatie worden 44 appartementen ontwikkeld op de locatie Parkhove. De ontwikkeling van deze beide locaties wordt door het college als één project beschouwd, dat bekend staat onder de naam "Potmargepark’’. [partij] is de ontwikkelaar van beide projecten. [appellant] woont aan [locatie] op ongeveer 50 m van de Smedinglocatie. Hij betoogt dat de woningbouw in strijd is met de Ontwikkelingsvisie Potmarge (hierna: de Potmargevisie) en vreest dat zijn woon- en leefklimaat als gevolg van de ontwikkelingen onevenredig wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5193
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202400185/1/R3

202400320/1/A2

Bij besluit van 27 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellant] een compensatie toe te kennen. [appellant] heeft zich op 27 januari 2021 gemeld bij de Dienst Toeslagen voor een compensatie voor aanvragers van kinderopvangtoeslag. Hij heeft daarbij te kennen gegeven nooit kinderopvangtoeslag te hebben aangevraagd of ontvangen. Met het doen van de melding wil hij bereiken dat hij een excuusbrief van de Belastingdienst ontvangt, omdat hij stelt te zijn geraakt door de hardheid waarmee toepassing werd gegeven aan het wettelijk stelsel bij de uitvoering van toeslagen. [appellant] betoogt dat de Dienst Toeslagen het besluit van 9 september 2021 niet heeft mogen baseren op het advies van de bezwaarschriftenadviescommissie, omdat de leden van die commissie door de Dienst Toeslagen worden betaald en daarom niet onafhankelijk zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5195
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400320/1/A2

202400557/1/A3

Bij brief van 19 juli 2022 heeft de staatssecretaris voor Cultuur en Media een verzoek van [appellante] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid niet ingewilligd. Bij brief van 6 juni 2022 heeft [appellante] een Woo-verzoek ingediend. Daarin heeft zij verzocht om openbaarmaking van een lijst, waarop van ieder jaar sinds de inwerkingtreding in 1997 van de op artikel 67, derde lid, van de Successiewet 1956 gebaseerde Cultuurgoedregeling, de door de Staat in het kader van die regeling verworven voorwerpen zijn vermeld met het betreffende inventarisnummer van de Rijkscollectie en vermelding van het museum of de instelling waaraan het betreffende voorwerp in bruikleen is gegeven. Bij de brief van 19 juli 2022 heeft de staatssecretaris dit verzoek niet ingewilligd, omdat artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen op de verzochte informatie van toepassing is en artikel 8.8 van de Woo toepassing van artikel 4.1 en artikel 5.7 van de Woo uitsluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5182
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400557/1/A3

202401011/1/R3

Bij besluit van 30 november 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Groningen de aanvraag van Wintermolen B.V. om omgevingsvergunning voor de activiteit gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan ten behoeve van de oprichting en exploitatie van twee windturbines tussen de Middenweg en de Noorderdijk in Uithuizermeeden op de percelen, kadastraal bekend als gemeente Uithuizermeeden, sectie H, nummers 32 en 177, buiten behandeling gesteld. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat de aanvraag betrekking heeft op een gebied waar een windpark wordt gerealiseerd, namelijk het windpark Eemshaven-West. Hiervoor is in 2020 door het college de Notitie Reikwijdte en Detailniveau vastgesteld als vertrekpunt voor het opstellen van het MER voor het door Vattenfall te ontwikkelen windpark Eemshaven-West. In december 2021 heeft Vattenfall een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor de realisering en exploitatie van 16 windturbines in het gebied ten westen van de percelen van Wintermolen B.V.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5189
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401011/1/R3

202402718/1/A3

Bij besluit van 10 juli 2023 heeft de korpschef van politie een aanvraag van BIC Security B.V. te Breda om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te mogen laten verrichten voor dat bedrijf afgewezen. Op 5 januari 2023 heeft BIC Security B.V. toestemming verzocht als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. De korpschef heeft de toestemming onthouden, omdat [appellant] volgens de korpschef niet beschikt over de betrouwbaarheid die nodig is voor het te verrichten beveiligerswerk. Bij zijn beoordeling heeft de korpschef de b-grond uit paragraaf 3.3 van de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: de Beleidsregels) toegepast. De korpschef heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat [appellant] op 26 november 2022 illegaal 111 kilo professioneel vuurwerk heeft ingevoerd. Daarnaast heeft de korpschef het afgeven van tegenstrijdige verklaringen en de houding en het gedrag van [appellant] tijdens en na zijn staandehouding en andere contacten met de politie meegewogen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5199
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202402718/1/A3

202402720/1/A3

Bij besluit van 9 juni 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [appellant] voor een verklaring omtrent gedrag afgewezen. Op 24 maart 2023 heeft [appellant] een VOG aangevraagd, omdat hij een chauffeurspas bij [bedrijf] in [plaats] wil krijgen. [appellant] heeft deze pas nodig om als taxichauffeur te kunnen werken. De minister heeft de aanvraag beoordeeld met toepassing van het screeningsprofiel ‘Taxibranche; chauffeurskaart’. De minister heeft de aanvraag afgewezen. Hij heeft aan dat besluit vijf justitiële gegevens uit het strafblad van [appellant] ten grondslag gelegd die vallen binnen de terugkijktermijn van vijf jaar. Het gaat onder meer om poging tot diefstal, een rijontzegging en het overschrijden van de maximumsnelheid. Volgens de minister vormen deze strafbare feiten, indien herhaald, een belemmering voor een behoorlijke uitoefening van de functie van taxichauffeur. Daarom is voldaan aan het objectieve criterium van de beleidsregels en kan de VOG worden geweigerd. Toetsing aan het subjectieve criterium van de beleidsregels geeft de minister geen aanleiding om toch een VOG af te geven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5204
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202402720/1/A3

202403486/1/R2

Bij besluit van 29 september 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant de aanvraag van [partij] voor een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (hierna: de natuurvergunning) voor het wijzigen van een pluimveehouderij met mestverwerkingsinstallatie aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Nistelrode, gemeente Bernheze, geweigerd. De rechtsvoorganger van BioValue B.V., [partij], heeft op 2 november 2020 een natuurvergunning aangevraagd voor de wijziging van een veehouderij met mestverwerkingsinstallatie aan de [locatie 1] en [locatie 2]. De aanvraag heeft betrekking op het beëindigen van de varkenshouderij, het houden van 103.652 legkippen, het verhogen van de capaciteit van de mestverwerking en het plaatsen van een nieuwe luchtwasser. De rechtbank heeft het beroep van BMF gegrond verklaard. De rechtbank heeft vastgesteld dat in 1999 en 2008 milieuvergunningen aan [bedrijf] zijn verleend en op 25 februari 2010 een gedeelte van de milieuvergunning uit 2008 is ingetrokken. De rechtbank heeft vastgesteld dat de referentiesituatie voor de natuurvergunning uit 2015 bestond uit de in 1999 en 2008 verleende milieuvergunningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5192
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202403486/1/R2

202403532/1/A2

Bij besluit van 17 november 2022 heeft de staatssecretaris besloten dat de woning van [appellant] niet voor een beoordeling in aanmerking komt. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] te [plaats]. Het gaat om een vrijstaande woning die in 1908 in Jugendstil is gebouwd. De woning heeft geen (licht) verhoogd risico bij aardbevingen, waardoor de woning niet is opgenomen in het versterkingsprogramma van de Nationaal Coördinator Groningen. [appellant] heeft op 22 oktober 2022 een aanvraag ingediend bij het Loket Opname op Verzoek. Vanaf 2 maart 2020 is het LOOV van de NCG geopend. Eigenaren die zich zorgen maken over de veiligheid van hun woning kunnen een opname aanvragen. Deze mogelijkheid is specifiek bedoeld voor woningen die niet zijn opgenomen in het versterkingsprogramma van de NCG, maar wel in een van de aardbevingsgemeenten staan. Als een aanvraag voldoet aan de voorwaarden, laat de NCG een opname uitvoeren om te bepalen of er aanleiding is om de woning te beoordelen. Als dat het geval is, voegt de betreffende gemeente het adres van de woning toe aan het (jaarlijks op te stellen) plan van aanpak, waarin staat welke woningen dat jaar moeten worden onderzocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5196
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202403532/1/A2

202405049/4/V6

De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. De minister heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat zij een beperkte kennisneming noodzakelijk acht om de bij het onderzoek geraadpleegde bronnen en de gebruikte onderzoeksmethoden en -technieken te beschermen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5162
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405049/4/V6

202405275/1/A3

Bij besluit van 8 november 2022 heeft het Uwv het inzageverzoek afgewezen. [appellant] heeft gevraagd om inzage in zijn door het Uwv verwerkte persoonsgegevens in medische stukken. Het Uwv heeft al voor het besluit van 8 november 2022 inzage gegeven en heeft bij het besluit van 3 april 2023 een kopie verstrekt van de medische documenten waarin de persoonsgegevens van [appellant] voorkomen. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat er nog persoonsgegevens zijn verwerkt in medische stukken die hij niet heeft ontvangen. Enkele in beroep genoemde documenten bleek [appellant] al in bezit te hebben, er is niet verzocht om informatie over met de huisarts gedeelde gegevens en omdat [appellant] heeft verzocht om inzage in verwerkte persoonsgegevens in medische stukken, hoefde het Uwv geen inzage te geven in het niet-medische rapport van 4 maart 2021 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. [appellant] kan contact opnemen met het Uwv om inzage te krijgen in niet-medische stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5200
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202405275/1/A3

202406690/1/A2

Bij besluit van 8 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhaving met betrekking tot de woning aan de [locatie] in Utrecht, waarvan [partij] eigenaar is, afgewezen. [appellant] heeft op 27 januari 2021, onder verwijzing naar een eerder verzoek, het college verzocht handhavend op te treden in verband met de bouw van afzonderlijke wooneenheden in de woning. Het college heeft dat verzoek bij het besluit van 8 april 2021, gehandhaafd bij het besluit van 24 augustus 2021, afgewezen. Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat uit het rapport van een inspectie op 7 juli 2021 volgt dat er weliswaar twee appartementen in de woning aanwezig zijn, maar dat slechts één van de appartementen wordt bewoond. Volgens het college was daarom geen sprake van overtreding van het verbod om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in het toen geldende artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014 en artikel 3.1.2, aanhef en onder d, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5194
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202406690/1/A2

202406848/1/R4

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om het met het bestemmingsplan "Soesterkwartier" strijdige gebruik van de woning aan de [locatie] in Amersfoort (hierna: de woning) te beëindigen en beëindigd te houden. [appellante] is eigenaresse van de woning die uit drie bouwlagen bestaat. Bij besluit van 6 juli 2023 heeft het college aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van de constructie van de woning. Toezichthouders van de gemeente hebben op 16 september 2023 een controle uitgevoerd bij de woning. In het rapport van die controle staat: "Controle nav verleende vergunning […]. Controle van tevoren niet aangekondigd. Aannemer op locatie aanwezig, 2 man keuken aan het plaatsen en 1 man in ruimte voorzijde aanwezig. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [appellante] een overtreding heeft begaan door zonder vergunning meerdere zelfstandige woningen in de woning te realiseren en te gebruiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5197
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202406848/1/R4

202501536/1/A2

Bij besluiten van 29 november 2022 en 7 december 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verzoeken van [appellante] om een tegemoetkoming in schade die wilde zwijnen hebben toegebracht aan de door haar gepachte gronden, afgewezen. [appellante] exploiteert een biologisch landbouwbedrijf in [plaats] en is actief in de akker- en tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren. Zij pacht een aantal percelen met snijmais en grasland van Brabant Water N.V. op grond van een erfpachtakte van 19 december 2008 en een pachtovereenkomst van 10 juni 2020. [appellante] heeft het college verzocht haar op grond van artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming tegemoet te komen in de schade die wilde zwijnen hebben aangericht aan haar gepachte percelen met snijmais en grasland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5203
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501536/1/A2

202502172/1/A2

Bij beslissing van 1 oktober 2024 heeft de opleidingsmanager van het Zadkine Gezondheid en Welzijn College [appellant] per 30 september 2024 uitgeschreven. [appellant] is in februari 2024 ingestroomd in het eerste jaar van de opleiding Gespecialiseerd pedagogisch medewerker kinderopvang BOL, niveau 4. Aan het begin van zijn tweede studiejaar is hij wegens een negatief bindend studieadvies met terugwerkende kracht van de opleiding uitgeschreven. Naar aanleiding van het door hem daartegen gemaakte bezwaar heeft de adjunct-directeur deze beslissing ingetrokken. Gelijktijdig met de intrekking heeft de adjunct-directeur laten weten dat zij voornemens is om [appellant] wegens wangedrag van het Zadkine te verwijderen. Op 29 november 2024 is [appellant] van de onderwijsinstelling verwijderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5201
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502172/1/A2

202502332/2/R4

D&K Electronics B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 30 januari 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dreumel, Industrieweg". De raad heeft een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk. Het betreft de anterieure overeenkomst tussen de ontwikkelaars van het plan en de gemeente.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5054
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202502332/2/R4

202503040/1/R4

Bij besluit van 9 december 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem zijn beslissing om op 28 november 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening gemeente Gorinchem 2024 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 28 november 2024 is aangetroffen op straat ter hoogte van de [locatie 1] in Gorinchem. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de kartonnen doos staan. [appellant] betoogt dat het college ten onrechte de kosten van de toepassing van spoedeisende bestuursdwang op hem verhaalt. De kartonnen doos is afkomstig van zijn restaurant op de [locatie 2] in Gorinchem. [appellant] betwist niet dat hij de kartonnen doos op straat heeft neergezet, maar stelt daarvoor een goede reden te hebben gehad. Hij heeft namelijk een afspraak met de ASVZ, een instelling die mensen met een verstandelijke beperking ondersteunt, om op deze locatie elke donderdag oud papier en/of karton neer te zetten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5181
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503040/1/R4

202503234/1/R4

Bij besluit van 2 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 21 april 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een platte kartonnen doos met daarbij papierafval en plastic verpakkingsmateriaal die op 21 oktober 2025 zijn aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer ter hoogte van het [locatie] in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] dit afval verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adresgegevens op het verpakkingsmateriaal staan. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellant] het afval verkeerd heeft aangeboden door dit naast de ondergrondse papiercontainer te plaatsen. Het college heeft hem dan ook terecht als overtreder aangemerkt. [appellant] vindt het niet terecht dat de kosten voor de toepassing van bestuursdwang voor zijn rekening komen. Hij voert aan dat het niet mogelijk was om zijn afval op de gebruikelijke wijze te deponeren in een papiercontainer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5180
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503234/1/R4

202503403/1/R4

Bij besluit van 20 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen zijn beslissing om op 17 februari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Nijmegen 2022 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak, die op 17 februari 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Nijmegen. Het is niet in geschil dat [appellante] de huisvuilzak daar verkeerd heeft aangeboden door hem naast de container te plaatsen. Het college heeft haar dan ook terecht als overtreder aangemerkt. [appellante] betoogt dat het college er redelijkerwijs van had moeten afzien te bepalen dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor haar rekening komt. Zij voert aan dat de container vol was en dat er ook al andere zakken naast stonden. Volgens haar was zij daarom genoodzaakt de huisvuilzak naast de container te zetten. [appellante] licht toe dat de containers regelmatig vol of geblokkeerd zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5179
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503403/1/R4

202503888/1/R4

Bij besluit van 10 juni 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 27 mei 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een platgemaakte doos, die op 27 mei 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de [locatie] in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de platgemaakte doos van hem afkomstig is, maar stelt dat hij de platgemaakte doos niet naast de ondergrondse papiercontainer heeft aangeboden. Dat zijn naam en adres op het adreslabel stonden is volgens hem daarvoor onvoldoende bewijs. [appellant] stelt verder dat het college in het besluit ten onrechte veronderstelt dat ander afval dat naast de ondergrondse papiercontainer stond ook van hem afkomstig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5178
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503888/1/R4

202504245/1/A2

Bij besluit van 13 januari 2025 heeft de examinator van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit van Amsterdam het tentamen Contractenrecht van [appellante] met een onvoldoende beoordeeld. Bij besluit van 18 juli 2025 heeft het CBE het door [appellante] hiertegen gemaakte administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit. In het studiejaar 2024-2025 heeft zij op 19 december 2024 het tentamen Contractenrecht gemaakt. Op 13 januari 2025 is aan haar bekendgemaakt dat het tentamen met een onvoldoende is beoordeeld. Op 20 maart 2025 heeft in opdracht van het CBE een gesprek plaatsgevonden tussen [appellante] en de examinator. Dit heeft niet geresulteerd in een minnelijke schikking. Het CBE heeft vooropgesteld dat het slechts kan toetsen of de beoordeling van het tentamen in inhoudelijk opzicht niet kennelijk onredelijk is en of deze beoordeling op juiste wijze tot stand is gekomen. Het is niet aan hem om zelf een (uitvoerige) inhoudelijke beoordeling van het tentamen te verrichten. Het CBE heeft vervolgens geconcludeerd dat de beoordeling geen tekortkomingen kent in procedureel opzicht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5177
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504245/1/A2

202504408/1/A2

Bij besluit van 10 februari 2025 heeft de examinator van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit van Amsterdam het tentamen Contractenrecht van [appellante] met een onvoldoende beoordeeld. [appellante] volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit. In het studiejaar 2024-2025 heeft zij op 20 januari 2025 een extra tentamengelegenheid gekregen voor het vak Contractenrecht. Op 10 februari 2025 is aan haar bekendgemaakt dat het tentamen met een onvoldoende is beoordeeld. Op 3 april 2025 heeft in opdracht van het CBE een gesprek plaatsgevonden tussen [appellante] en de examinator. Dit heeft niet geresulteerd in een minnelijke schikking. Het CBE heeft vooropgesteld dat het slechts kan toetsen of de beoordeling van het tentamen in inhoudelijk opzicht niet kennelijk onredelijk is en of deze beoordeling op juiste wijze tot stand is gekomen. Het is niet aan hem om zelf een (uitvoerige) inhoudelijke beoordeling van het tentamen te verrichten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5056
Datum uitspraak
29 oktober 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504408/1/A2

202504796/1/V3

Bij besluit van 28 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5163
Datum uitspraak
28 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504796/1/V3

BRS.24.000472

Bij besluit van 10 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5131
Datum uitspraak
28 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000472

BRS.25.001468 en BRS.25.001469

Bij besluit van 21 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5130
Datum uitspraak
28 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001468 en BRS.25.001469

BRS.25.001524

Bij besluit van 25 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5144
Datum uitspraak
28 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001524

202403299/2/V3

Bij besluit van 20 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5147
Datum uitspraak
27 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403299/2/V3

202405048/1/V2

Bij besluit van 3 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5148
Datum uitspraak
27 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405048/1/V2

202406137/1/V1

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken. Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5152
Datum uitspraak
27 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406137/1/V1

202407633/1/V3

Bij besluit van 19 juli 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellant om haar een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5151
Datum uitspraak
27 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407633/1/V3

202407866/1/V3

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 23 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep, voor zover gericht tegen de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel, gegrond verklaard en voor het overige ongegrond, de wijziging van de tenuitvoerlegging van de maatregel met ingang van die dag bevolen en de minister opgedragen betrokkene schadeloos te stellen. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M.S. Dunants Maurits, advocaat in Leeuwarden, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5153
Datum uitspraak
27 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407866/1/V3

202503503/2/R1

Bij besluit van 26 april 2025 heeft het college besloten tot opheffing en wijziging van locaties voor het aanbieden van afval door middel van minicontainers aan de Lookwatering 3 tot en met 13 in Den Hoorn. Aanbiedlocatie CJ-8 voor de minicontainers van de Lookwatering 8 tot en met 13 ligt aan het einde van een doodlopend gedeelte van de weg Lookwatering. De weg gaat daar over in een fietspad en ligt langs een waterloop. Het voertuig dat het in de containers aangeboden afval inzamelt, moet om terug te kunnen rijden, keren bij de aanbiedlocatie. Daarvoor werd gebruik gemaakt van het perceel aan de [locatie 1]. De eigenaar van dat perceel heeft echter laten weten dit gebruik niet langer toe te staan en het perceel te zullen afsluiten met een hek. Daardoor kan er niet meer worden gekeerd bij de aanbiedlocatie en zou het inzamelvoertuig achteruit moeten rijden over ongeveer 300 m. Het college acht dat niet wenselijk en heeft daarom besloten tot opheffing en wijziging van de aanbiedlocatie. Volgens het college is achteruitrijden verkeersonveilig en niet toegestaan volgens de Inrichtingscriteria inzamelvoorzieningen. [verzoeker] en anderen wonen aan de [locatie 2] tot en met [locatie 3]. Zij zijn het niet eens met de opheffing van de aanbiedlocatie, omdat zij daardoor worden aangewezen op de verder van hun woningen gelegen aanbiedlocatie aan de Victoria.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5137
Datum uitspraak
27 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503503/2/R1

202505281/1/V3

Bij besluit van 29 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5143
Datum uitspraak
27 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202505281/1/V3

202505311/1/V3

Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. Bij uitspraak van 5 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van dezelfde datum heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraken heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I. Petkovski, advocaat in Apeldoorn, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5154
Datum uitspraak
27 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202505311/1/V3

BRS.25.000681

Bij brief van 11 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5123
Datum uitspraak
27 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000681

BRS.25.000734

Bij besluit van 3 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5122
Datum uitspraak
27 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000734

BRS.25.001529

Bij besluit van 25 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 7 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. I.M. Zuidhoek, advocaat in Gieten, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5145
Datum uitspraak
27 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001529

202404332/1/A2

Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft de Nationale ombudsman een zevental documenten geheel dan wel gedeeltelijk openbaar gemaakt. Bij besluit van 23 november 2022 heeft de Nationale ombudsman het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 30 mei 2024, waarin het door [appellant] tegen het besluit van 23 november 2022 ingestelde beroep ongegrond is verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5173
Datum uitspraak
27 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202404332/1/A2

202304003/1/V1

Bij besluiten van 8 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5135
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202304003/1/V1

202501734/1/V1

Betrokkenen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5136
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501734/1/V1

202501737/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5138
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501737/1/V1

202502746/1/V1

Appellant en referent hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5139
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502746/1/V1

202502750/1/V1

Appellant en referent hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5140
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502750/1/V1

202502751/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvragen om hun een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5141
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502751/1/V1

202503172/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5142
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503172/1/V1

202504388/2/A3

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de burgemeester van Tiel [bedrijf] met ingang van 10 juli 2024 gesloten voor de duur van drie maanden wegens overtreding van de Opiumwet. [verzoeker] exploiteert naar hij zelf heeft gesteld al dertig jaar in Tiel een coffeeshop onder de naam [bedrijf]. Daarvoor is een exploitatievergunning verleend. Ook heeft de burgemeester een gedoogverklaring afgegeven, die onder meer inhoudt dat de handelsvoorraad softdrugs niet groter dan 500 g mag zijn. Volgens de burgemeester is bij een controle van 16 november 2023 geconstateerd dat een handelsvoorraad van 840 g aanwezig was. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester [bedrijf] een waarschuwing gegeven. Bij een controle van 1 juni 2024 hebben toezichthouders volgens de burgemeester geconstateerd dat een handelsvoorraad softdrugs van ruim 1550 g aanwezig was. Daarmee heeft [bedrijf] de gedoogvoorwaarden en artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet overtreden. De burgemeester heeft om die reden besloten [bedrijf] te sluiten voor de duur van drie maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5133
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202504388/2/A3

202505286/2/A3

Bij besluit van 11 december 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland op aanvraag van [melkveebedrijf] besloten een maatwerkbesluit te verlenen voor het gebruik van een geweer in een jachtveld dat niet voldoet aan de in de wet gestelde eisen. [melkveebedrijf] heeft het college verzocht een maatwerkbesluit te nemen om populatiebeheer van verschillende soorten ganzen, de bruine rat en de vos, door de faunabeheereenheid mogelijk te maken in een jachtveld dat niet aan de vereisten uit de wet voldoet. Dit jachtveld ligt aan de Overdiemerweg in Diemen, vlak naast de autosnelweg A1. Uit de wet volgt dat een jachtveld minimaal 40 ha moet zijn, terwijl het aangevraagde jachtveld kleiner is. Buiten dat de autosnelweg dichtbij is, ligt het jachtveld naast het Amsterdam Rijnkanaal en zijn er fietspaden aanwezig. Het college heeft het maatwerkbesluit genomen, omdat het van mening is dat, ondanks belemmeringen, nog steeds veilig geschoten kan worden als een bepaalde schietrichting wordt gehanteerd. Daarbij moet de faunabeheereenheid rekening houden met de ligging van de A1, het fietspad en het Amsterdam Rijnkanaal in verband met valhagel en aangeschoten ganzen die uit de lucht vallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5120
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505286/2/A3

BRS.25.001277 en BRS.25.001498

Bij besluit van 28 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5107
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001277 en BRS.25.001498

BRS.25.001470 en BRS.25.001499

Bij besluit van 28 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5108
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001470 en BRS.25.001499

BRS.25.001557

Bij besluit van 12 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5109
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001557

BRS.25.001681

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De minister heeft op 10 juni 2025 een aanvullend besluit genomen. Bij uitspraak van 20 oktober 2025 heeft de rechtbank het door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5146
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001681

202203584/4/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 3 mei 2022 in zaak nr. 21/4035. Daarin is de weigering van een verklaring van geen bezwaar aan de orde. De Afdeling heeft bij tussenuitspraak van 21 mei 2025 de minister opgedragen het gebrek in het besluit op bezwaar te herstellen. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen. Voor een effectieve taakuitvoering van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst is het volgens de minister van belang dat de informatie niet wordt gedeeld. Het stuk bevat informatie van bronnen van de AIVD. Verstrekking van de informatie zou daarnaast de nationale veiligheid kunnen schaden omdat inzicht wordt gegeven in de werkwijze en het actuele kennisniveau van de AIVD.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5047
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202203584/4/A3

202300231/3/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 november 2022 in zaak nr. 21/5990 en 21/5988. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de ongelakte stukken kennis zal nemen. Het gaat om werkinstructies en de bijlagen bij een Woo-besluit van 29 augustus 2023. Wat betreft de werkinstructies is de minister van mening dat ten aanzien persoonsgegevens en een webadres naar een intern systeem gewichtige redenen bestaan. Bij de bijlagen van het Woo-besluit heeft de minister verwezen naar de uitzonderingsgronden uit de Woo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5114
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202300231/3/A3

202307311/2/R2

Bij besluit van 2 oktober 2020 heeft hhet college van gedeputeerde staten van Fryslâ aan Chasing the Hihat een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleend voor de jaarlijkse organisatie van het festival Eilân op Terschelling. De natuurvergunning is verleend voor de periode 15 augustus tot en met 30 september voor de jaren 2021-2025. Het college heeft een natuurvergunning verleend aan Chasing the Hihat voor het organiseren van het jaarlijks terugkerende festival Eilân op Terschelling in de periode 2021-2025. Het festival is een meerdaags muziekevenement met maximaal 12.000 bezoekers bij Hee op Terschelling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5206
Datum uitspraak
24 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202307311/2/R2

202402507/1/V3

Bij besluit van 2 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5048
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402507/1/V3

202402785/1/V2

Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5115
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402785/1/V2

202406286/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5117
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406286/1/V1

202504597/1/V3

Bij besluit van 2 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5118
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504597/1/V3

202505314/1/V3

Bij besluit van 10 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5119
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202505314/1/V3

BRS.25.000499

Bij besluit van 23 augustus 2023, aangevuld bij besluit van 4 oktober 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5038
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000499

BRS.25.001216

Bij besluit van 9 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5043
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001216

BRS.25.001389

Bij besluiten van 28 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5039
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001389

BRS.25.001391

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5106
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001391

BRS.25.001597 en BRS.25.001642

Bij besluit van 19 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5116
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001597 en BRS.25.001642

BRS.25.001660

Bij besluit van 13 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5128
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001660

202300780/4/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 20 december 2022 in zaak nr. 22/3080. Daarin is de weigering van een verklaring van geen bezwaar op veiligheidsniveau A aan de orde. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen. Voor een effectieve taakuitvoering van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: de AIVD) is het volgens de minister van belang dat de informatie niet wordt gedeeld. Het stuk bevat informatie van bronnen van de AIVD. Verstrekking van de informatie zou daarnaast de nationale veiligheid kunnen schaden omdat inzicht wordt gegeven in de werkwijze en het actuele kennisniveau van de AIVD.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5049
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300780/4/A3

202304866/4/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­Holland van 21 juni 2023 in zaak nr. 22/1158. Daarin heeft de rechtbank geoordeeld dat de verklaring van geen bezwaar op veiligheidsmachtigingsniveau B ingetrokken blijft. De Afdeling heeft bij tussenuitspraak van 21 mei 2025 de minister opgedragen het gebrek in het besluit op bezwaar te herstellen. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen. Voor een effectieve taakuitvoering van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst is het volgens de minister van belang dat de informatie niet wordt gedeeld. Het stuk bevat informatie van bronnen van de AIVD. Verstrekking van de informatie zou daarnaast de nationale veiligheid kunnen schaden omdat inzicht wordt gegeven in de werkwijze en het actuele kennisniveau van de AIVD.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5050
Datum uitspraak
23 oktober 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304866/4/A3

202406673/1/V1

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ (hierna: de kennisgeving) van 7 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van betrokkene te hebben gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5051
Datum uitspraak
22 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406673/1/V1

202407211/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5053
Datum uitspraak
22 oktober 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407211/1/V1
vorige pagina1...111213...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon