Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.962
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404002/1/R1

Bij besluit van 14 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemstede aan De Blekerij B.V. een omgevingsvergunning verleend voor een gebouw met op de begane grond detailhandel en daarboven zes appartementen aan de [locatie] in Heemstede. Het bouwplan aan de [locatie] bestaat uit een gebouw met op de begane grond detailhandel met een oppervlakte van 303 m² met daarboven 6 appartementen. Op het voorerf zijn vijf parkeerplaatsen voorzien. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] wonen naast het bouwplan. Zij zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning, omdat volgens hen niet wordt voorzien in de parkeerbehoefte. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning heeft mogen verlenen. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het bouwplan niet in voldoende parkeerplaatsen voorziet. Volgens hen is het bouwplan in strijd met de parkeerregels omdat er onvoldoende parkeerplaatsen zijn voorzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3490
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404002/1/R1

202404263/1/R3

Bij besluit van 30 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van zijn woning aan de [locatie] in Wolvega. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Wolvega en wil zijn woning verbouwen. Hij heeft daarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo aangevraagd. De aanvraag had betrekking op een bouwplan waarin de woning werd voorzien van een zogenoemd lessenaarsdak. Deze aanvraag is afgewezen op grond van een negatief welstandsadvies van Hûs en Hiem van 15 april 2020. [appellant] is opgekomen tegen de afwijzing van de aanvraag om de omgevingsvergunning en vervolgens tegen de instandhouding van die afwijzing in bezwaar. De rechtbank heeft overwogen dat de eisen uit de welstandsnota over dat de bebouwing overwegend één bouwlaag moet zijn en over de hoogte van de noklijn buiten toepassing dienen te blijven omdat die de welstandstoets te buiten gaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3501
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404263/1/R3

202404863/1/R3

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Staphorst het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Esch 0 Staphorst" vastgesteld. Voor de gronden in het plangebied, ook bekend als De Esch 0 in Staphorst, gold voorheen de bestemming "Agrarisch". Met het bestemmingsplan is de bestemming met name gewijzigd in "Bedrijventerrein" om een bedrijventerrein met de nadruk op kleinschalige ontwikkeling met meer lichte bedrijven mogelijk te maken. De Esch 0 ligt aan de Rijksweg A28, ten zuidwesten van de kern van Staphorst en ten noorden van het al bestaande industrieterrein De Esch. [appellant] woont aan [locatie] in Staphorst en betoogt dat het plangebied waarop het bedrijventerrein wordt voorzien beschikbaar moet blijven voor eventuele nieuwe op- en afritten, zodat het centrum van Staphorst een goede aansluiting houdt op de A28 en goed toegankelijk blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3480
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202404863/1/R3

202405883/1/R1

Uitspraak over het bestemmingsplan ‘Olympiaweg tussen 1 en 17’ van de gemeente Alkmaar. Dit bestemmingsplan is met deze uitspraak definitief geworden. Dat betekent dat de gemeente door mag gaan met het plan dat een zogenoemd ‘snelweghotel’ van Van der Valk mogelijk maakt met maximaal 150 hotelkamers met bijbehorende voorzieningen, zoals een restaurant, vergader- en congresruimten en diverse wellness faciliteiten. Twee omwonenden kwamen tegen het plan in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij vrezen voor hun privacy, omdat er vanuit het hotel zicht zal zijn op en in hun woning. Ook zijn ze bang voor nog meer wateroverlast op hun perceel met de bouw van het hotel. Die bezwaren verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak ongegrond in de uitspraak van vandaag. Wel hebben de omwonenden een punt dat niet schriftelijk was vastgelegd dat het plan overeenstemt met afspraken die daarover binnen de regio zijn gemaakt. In de Omgevingsverordening van de provincie staat dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals in dit geval ‘in de vorm van een hotel’, als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Daaraan was naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak in eerste instantie niet voldaan. Maar de gemeenteraad van Alkmaar heeft dit alsnog hersteld nadat het bestemmingsplan was vastgesteld. En daarmee is het beroep van de omwonenden op dit punt weliswaar gegrond, maar ziet de Afdeling bestuursrechtspraak aanleiding om de ‘rechtsgevolgen van het vaststellen van het bestemmingsplan in stand te laten’. Daardoor is het bestemmingsplan definitief en deze rechtszaak ‘finaal beslecht’.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3503
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405883/1/R1

202406610/1/A3

Bij besluit van 14 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn naar aanleiding van het verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. [appellant] heeft het college op 16 februari 2021 op grond van de Wob verzocht om documenten openbaar te maken over - kort gezegd - de Multifunctionele Accommodatie (MFA) aan de Spoorlaan in Zwammerdam in in de periode van 27 februari 2020 tot 16 februari 2021. Het college heeft bij het besluit van 14 april 2021 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt met toepassing van de uitzonderingsgronden in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en onder e, van de Wob. Het college heeft dit bij het besluit van 30 september 2021, onder aanvulling van de motivering, gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3498
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202406610/1/A3

202406839/1/R3

In De Lier wil de gemeente Westland 323 woningen mogelijk maken in Molensloot-Oost. De gemeenteraad stelde daarvoor het bestemmingsplan ‘Havenbuurt te De Lier’ vast, maar Vereniging Groepswonen Initiatief De Lier is het hier niet mee eens. De vereniging zet zich in voor het ontwikkelen van gebouwen die geschikt zijn voor gezamenlijke bewoning door ouderen in De Lier. Zij vindt dat het bestemmingsplan ook geclusterde woningen voor ouderen mogelijk had moeten maken. Ook voert de vereniging aan dat de gronden waarop de woningen komen ten onrechte aan BPD Ontwikkeling B.V. zijn verkocht, waarvoor de vereniging zich ook had gemeld om te kopen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de bezwaren van de vereniging ongegrond verklaard. Dat betekent dat de gemeente door kan gaan met het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3497
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406839/1/R3

202407989/1/A2

Bij besluit van 9 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem [appellant] met ingang van 23 oktober 2020 ambtshalve uitgeschreven uit de Basisregistratie personen (Brp) en ingeschreven in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). [appellant] heeft op 15 juni 2020 aangifte van adreswijziging gedaan. Daarbij heeft hij met ingang van 9 juni 2020 het briefadres van de doorstroomvoorziening van IrisZorg aan de [locatie] in Arnhem opgegeven. Voorwaarde voor het gebruik van dat briefadres is dat [appellant] ingeschreven blijft als bezoeker van de doorstroomvoorziening. Vervolgens heeft het college na onderzoek vastgesteld dat [appellant] niet langer op de doorstroomvoorziening van IrisZorg verbleef. Het college heeft hem daarom op 9 december 2020 met ingang van 23 oktober 2020 ambtshalve uitgeschreven uit de Brp en ingeschreven in de RNI. Het bezwaar hiertegen heeft het college onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie van 22 juni 2021 vanwege het ontbreken van proces-belang niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3486
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202407989/1/A2

202500079/1/A3

Bij besluit van 11 april 2023 heeft de staatssecretaris voor Rechtsbescherming een verzoek van [appellante] om rectificatie van twee rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming over haar zoon gedeeltelijk toegewezen. [appellante] wenst het gezag over haar oudste zoon terug te krijgen en het contact met hem te herstellen. Zij voert daartoe verschillende procedures, onder andere bij de familierechter over het hervatten van de omgangsregeling met hem. Volgens [appellante] wordt steeds teruggegrepen op de in haar ogen grotendeels onjuiste informatie in de rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) van 3 mei 2018 en 15 oktober 2018 over haar oudste zoon. [appellante] heeft daarom op 26 januari 2023 de staatssecretaris verzocht om rectificatie, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), van deze rapporten. Bij besluit van 11 april 2023 heeft de staatssecretaris het rectificatieverzoek van [appellante] voor een deel gehonoreerd en de bedoelde rapporten aangepast, omdat verschillende onjuistheden zijn geconstateerd. Over de klachten over het handelen of nalaten van de RvdK zelf heeft de staatssecretaris aangegeven dat de AVG-procedure daar niet voor is bedoeld. Bij besluit van 24 april 2023 heeft de staatssecretaris het besluit van 11 april 2023 herzien door nog enkele documenten bij te voegen. Bij besluit van 14 augustus 2023 heeft de staatssecretaris het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3763
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202500079/1/A3

202500234/1/A3

Bij besluit van 31 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn naar aanleiding van een verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. [appellant] heeft het college op 24 januari 2022 op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om documenten openbaar te maken over - kort gezegd - de Multifunctionele Accommodatie aan de Spoorlaan in Zwammerdam in de periode vanaf 16 februari 2021. Het college heeft bij het besluit van 31 augustus 2022 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Op dat moment was de Woo in werking getreden, wat betekent dat de Woo van toepassing is op het verzoek van [appellant]. Het college heeft toepassing gegeven aan de uitzonderingsgronden in artikel 5.1, eerste lid, onder c en artikel 5.1, tweede lid, onder b, e en f, van de Woo. Het college heeft bij het besluit van 20 oktober 2023 meer documenten openbaar gemaakt. De rechtbank heeft, voor zover van belang, geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd hoe de zoekslag is uitgevoerd. Het is volgens de rechtbank niet duidelijk in welke systemen en op basis van welke zoektermen het college heeft gezocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3494
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500234/1/A3

202500453/1/A3

Bij besluit van 20 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie buiten behandeling gelaten. [appellant] heeft het college - kort samengevat - verzocht om openbaarmaking van documenten over de werking en organisatie van het Programma- en Projectteam Werven van de gemeente Utrecht. Voor de voorgeschiedenis en wat partijen verdeeld houdt, verwijst de Afdeling naar de uitspraak van de rechtbank, onder 2 tot en met 5. De rechtbank heeft geoordeeld dat de hoorplicht in de bezwaarfase niet is geschonden en dat [appellant] recht heeft op een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3289
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500453/1/A3

202500469/1/A3

Bij besluit van 9 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] laten weten dat het geen besluit hoeft te nemen op zijn verzoek om openbaarmaking van documenten omdat de gewenste documenten al openbaar zijn en niet bij de gemeente Utrecht berusten. [appellant] heeft - kort samengevat - verzocht om openbaarmaking van historische informatie over kelders in de binnenstad van Utrecht over de periode tot 1990 (UTR 23/85) en alle schetsen/tekeningen/plattegronden die in de jaren negentig zijn gemaakt van kelders aan de Oudegracht in Utrecht (UTR 23/88). Het college heeft de informatie gedeeltelijk openbaar gemaakt. De rechtbank heeft die besluiten in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de hoorplicht in de bezwaarfase niet is geschonden en dat [appellant] recht heeft op een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3279
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500469/1/A3

202500470/1/A3

Bij (deel)besluit van 10 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht geweigerd om informatie betreffende onderdeel 1 en 2 van het openbaarmakingsverzoek van [appellant] openbaar te maken. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend. Het besluit op bezwaar is van 16 november 2022. Gelet op het feit dat binnen zes weken beroep ingesteld moet worden, had het beroep uiterlijk op 28 december 2022 bij de rechtbank binnen moeten zijn. De rechtbank heeft het pro forma beroepschrift van de gemachtigde van [appellant] echter op 29 december 2022 per e-mailbericht ontvangen. Het beroep is dus te laat ingediend, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3280
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500470/1/A3

202500473/1/A3

Bij (deel)besluiten van 12 juli 2021 en 14 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beslist op het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten. [appellant] heeft - kort samengevat - verzocht om openbaarmaking van documenten over de diepte van funderingen van Utrechtse werfkelders inclusief alle onderzoeksrapportages. Het college heeft één riooltekening uit de jaren ’80 aangetroffen en openbaar gemaakt. De zoekslag heeft verder geen documenten opgeleverd. De rechtbank heeft de besluitvorming van het college in stand gelaten. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3283
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500473/1/A3

202500482/1/A3

Bij besluit van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beslist op het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten en heeft het college besloten om de gevraagde documenten gedeeltelijk openbaar te maken. [appellant] heeft het college - kort samengevat - verzocht om openbaarmaking van documenten die door Crux aan de gemeente zijn overgelegd in het kader van werkzaamheden aan het wervengebied in Utrecht, documenten over de nieuw te bouwen (damwand)constructie en documenten over [locatie] (hoogte-, deformatie- en trillingsdata) in grafieken. Voor de voorgeschiedenis en wat partijen verdeeld houdt, verwijst de Afdeling naar de uitspraak van de rechtbank, onder 1.1 tot en met 1.4. De rechtbank heeft geoordeeld dat de hoorplicht in de bezwaarfase niet is geschonden, dat het niet ongeloofwaardig is dat er niet meer documenten onder het college berusten en dat [appellant] recht heeft op een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3282
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500482/1/A3

202500507/1/A3

Bij besluit van 16 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beslist op het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten. [appellant] heeft - kort samengevat - verzocht om openbaarmaking van informatie over schades aan werfkelders in het centrum van Utrecht. De drie zaken gaan over rapportages van het bedrijf Crux en schademeldingen sinds 2010 (UTR 22/5930), inspectierapporten over gebreken en lekkages (UTR 23/49) en schetsen, tekeningen en plattegronden van werfkelders vanaf het jaar 2000 (UTR 23/89). Het college heeft de informatie gedeeltelijk openbaar gemaakt. De rechtbank heeft die besluiten in stand gelaten. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3267
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500507/1/A3

202501930/1/A3

Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen auto’s aan de Jos van Aalderenlaan afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Hoogeveen. Bij brief van 16 maart 2023 heeft [appellant] het college verzocht om handhavend op te treden tegen auto’s die geparkeerd staan op het verharde deel van de groenstrook voor de oprit aan de [locatie 2] in Hoogeveen. Daarnaast heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen het door zijn buren met hoge snelheid rijden over het trottoir en het fietspad voor de oprit. Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college het verzoek van [appellant] afgewezen. Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens het college bestaat er in dit geval geen bestuursrechtelijke bevoegdheid om tegen de gestelde overtredingen op te treden. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3485
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202501930/1/A3

202502256/1/A2.

Bij besluiten van 16 en 18 mei 2022 heeft de Dienst Toeslagen geen compensatie toegekend aan [appellante] voor de toeslagjaren 2011, 2013 en 2014 in het kader van de hersteloperatie toeslagen. [appellante] heeft in de jaren 2011, 2013 en 2014 gebruikgemaakt van een gastouderbureau voor kinderopvang. Zij heeft daarvoor voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen. Die voorschotten zijn later deels teruggevorderd. In het kader van de zogenoemde integrale beoordeling op de voet van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) heeft de Dienst Toeslagen geconcludeerd dat [appellante] bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2011, 2013 en 2014 vooringenomen is behandeld. Volgens de Dienst Toeslagen heeft [appellante] echter geen recht op compensatie, omdat zij in die jaren evident geen recht had op kinderopvangtoeslag. Uit een rapport van een arbeidsdeskundige van het UWV van 20 november 2006 volgt dat [appellante] toen 80-100% arbeidsongeschikt was en dat het volgen van een re-integratietraject niet aan de orde was, omdat zij daartoe niet in staat was. Niet gebleken is dat [appellante] daarna wel een re-integratietraject heeft gevolgd of inkomsten uit werk heeft gehad. Gelet op het destijds geldende artikel 1.6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen had zij volgens de Dienst Toeslagen daarom geen recht op kinderopvangtoeslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3477
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502256/1/A2.

202502428/1/A3

Bij besluit van 20 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [ouder] om de geslachtsnaam van het kind [kind] , kind van haar en [appellant] en geboren op [geboortedatum] 2009, te wijzigen in [naam 2], toegewezen. Op 18 augustus 2022 heeft [ouder] een verzoek ingediend voor de wijziging van de achternaam van het kind van [naam 1], de achternaam van de vader, naar [naam 2], de achternaam van de moeder. [ouder] heeft het eenhoofdig gezag over het kind en is de enige wettelijke vertegenwoordiger. Het kind heeft de instemmingsverklaring "Instemmingsverklaring kind 12 jaar en ouder" ondertekend. [appellant] heeft desgevraagd laten weten het hiermee niet eens te zijn. Het kind heeft in de verklaring van 8 februari 2023 aangegeven de reactie van de vader te hebben gelezen en bij het standpunt te blijven dat het zijn achternaam wil wijzigen. Bij besluit van 20 maart 2023 heeft de staatssecretaris dit verzoek toegewezen, omdat aan de voorwaarden voor wijziging van de achternaam uit artikel 3 van het Besluit geslachtsnaamwijziging is voldaan. Bij besluit van 6 september 2023 is de staatssecretaris bij de toewijzing gebleven. Bij Koninklijk Besluit van 21 november 2023 is de achternaam van het kind gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3764
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202502428/1/A3

202503153/1/R1

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Adriaan van Erk Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw, in afwijking van de geldende bestemmingsplannen, van 37 nieuwbouwwoningen, inclusief parkeer- en perceelvoorzieningen in het kader van het project Weespersluis, deelplan 2B3-2 (E), op de locaties Fort Nieuwersluisstraat 35 tot en met 45 (oneven), Fort Veldhuissingel 72 tot en met 78 (even), Veldhuishof Noord 2 tot en met 22 (even) en Veldhuishof Zuid 1 tot en met 27 (oneven) in Weesp. De initiatiefnemer herontwikkelt een landbouwgebied tussen Weesp en Muiden in de Bloemendalerpolder tot een nieuwe woonwijk, genaamd "Weespersluis", met 2.750 woningen met bijbehorende commerciële en maatschappelijke voorzieningen, groen- en recreatiegebied en ontsluitingen. Het project is verdeeld in een aantal gebiedsdelen en fasen. Het voorliggende bouwplan heeft betrekking op deelplan 2B3-2 (E). Het gaat om 37 nieuwbouwwoningen. Stichting Flora & Faunabescherming komt op voor de natuurbelangen en kan zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank. Zij vreest als gevolg van het realiseren van het bouwplan aantasting van de natuur, de leefomgeving, het milieu en de landschappelijke waarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3505
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503153/1/R1

202504032/1/R3

Bij besluit van 15 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo geweigerd om aan Holland Steen een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van 22 short stay-appartementen in het kantoorgebouw aan het Stationsplein 20 in Almelo. Holland Steen is eigenaar van het kantoorgebouw. De studio’s hebben een oppervlakte van maximaal 20 m2, met een aantal grotere appartementen, voornamelijk bedoeld voor expats. Nadat medewerkers van de gemeente negatief hebben geadviseerd over dat bouwplan, heeft Holland Steen in juni 2023 tekeningen voor een gewijzigd bouwplan laten opstellen en ingediend bij het college. Dit gewijzigde bouwplan betreft het realiseren van elf appartementen met een oppervlakte van 43 tot 60 m2. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning geweigerd. Het college wil niet meewerken aan het afwijken van het bestemmingsplan "Centrum", omdat het college aan het behoud van een kantoorfunctie in het gebouw de voorkeur geeft, en omdat niet is voldaan aan de voorwaarden over de gebruiksoppervlakte uit de Beleidsregels "Kamerbewoning, inwoning, woningsplitsing, herbestemmen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en verkleining oppervlaktemaat voor woningen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3499
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202504032/1/R3

202504238/1/R4

Bij besluit van 22 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 11 april 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een blauwe huisvuilzak die op 11 april 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (hierna: de container) ter hoogte van de [locatie], in Rotterdam. Het is niet in geschil dat [appellante] de huisvuilzak daar heeft aangeboden door hem naast de container te zetten. [appellante] vindt het echter niet terecht dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor haar rekening komen. Zij voert aan dat zij geen mogelijkheid had om de huisvuilzak op de juiste wijze aan te bieden, doordat de container te vol was. Volgens [appellante] komt het in haar buurt regelmatig voor dat inwoners s hun afval vanwege volle containers niet kwijt kunnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3500
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504238/1/R4

202504474/1/V6

Bij besluit van 25 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (het verzoek) afgewezen. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag (artikel 1F) op [appellant] van toepassing is. Hieraan ligt ten grondslag dat [appellant] tussen 1981 en 1992 in hoge functies voor de Afghaanse veiligheidsdienst KhAD/WAD heeft gewerkt. Dit maakt dat er ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Daarnaast heeft [appellant] een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat dit verblijfsrecht een tijdelijk karakter heeft. Daarom bestaan er bedenkingen tegen zijn verblijf in Nederland voor onbepaalde tijd, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de RWN. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep van [appellant] op het actualiteitsvereiste uit het arrest van het Hof van Justitie van 9 februari 2023, S, E en C, ECLI:EU:C:2023:77, niet slaagt, omdat de verlening van het Nederlanderschap niet onder de reikwijdte van het Unierecht valt, maar geregeld is in het nationale recht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3481
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202504474/1/V6

202504955/1/A3

Bij besluit van 16 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer het verzoek van [appellant] om zijn burgerlijke staat in de Basisregistratie Personen (Brp) te wijzigen, afgewezen. [appellant] heeft op 26 juni 2024 het college verzocht om zijn burgerlijke staat in de Brp te wijzigen van alleenstaande naar weduwnaar. Hij stelt namelijk dat hij op 26 juli 2007 in Amsterdam een geregistreerd partnerschap is aangegaan met [overledene]. [overledene] is op [...] 2013 overleden. Bij dit verzoek heeft hij de volgende bewijsstukken overgelegd: Beschikking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 6 september 2007 over zijn aanvraag verblijfsdocument; Zijn schriftelijke verklaring die hij van de Belastingdienst informatie heeft ontvangen dat [overledene] zijn toeslagenpartner is, omdat hij getrouwd of geregistreerde partners is. Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat er geen bewijsstukken zijn overgelegd als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet basisregistratie personen waaruit blijkt dat er sprake is geweest van een geregistreerd partnerschap. Bij besluit van 5 november 2024 heeft het college dat besluit gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3765
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202504955/1/A3

202506156/1/A2

Bij besluiten van 16 oktober 2024 en 14 januari 2025 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven respectievelijk aan [appellante] en haar dochter ieder een uitkering van € 2.500,00 toegekend. [appellante] heeft op 27 mei 2024 voor zichzelf en op 23 december 2024 voor haar dochter, geboren op [geboortedatum] 2022, een uitkering bij het Schadefonds aangevraagd, omdat zij vanaf maart 2023 tot en met begin 2024 slachtoffer is geworden van meerdere mishandelingen en bedreigingen met geweld door haar ex-partner en haar dochter hierbij steeds aanwezig was. Het Schadefonds heeft bij besluit van 16 oktober 2024 [appellante] aangemerkt als slachtoffer van stelselmatig huiselijk geweld en bij besluit van 14 januari 2025 haar dochter aangemerkt als slachtoffer van de waarneming hiervan. Beiden hebben daarom op grond van letselcategorie 2 een uitkering van € 2.500,00 gekregen vanwege psychisch letsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3475
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202506156/1/A2

202600852/1/A2

Bij beslissing van 28 november 2025 heeft de directeur onderwijs en student support aan [appellante] meegedeeld dat zij zal worden afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). [appellante] is een studente uit Irak. Sinds september 2023 volgt zij de masteropleiding Business Administration, die Saxion Hogeschool aanbiedt in samenwerking met Greenwich University. Omdat zij een verblijfsvergunning heeft met als verblijfsdoel "studie" moet zij elk studiejaar voldoen aan de norm die voortvloeit uit de Wet Modern Migratiebeleid (de Momi-norm). Deze norm bedraagt 50% van het in dat jaar te halen aantal studiepunten. Indien een student niet voldoet aan de Momi-norm, moet het college dit aan de IND melden, tenzij sprake is van persoonlijke omstandigheden als gevolg waarvan onvoldoende studievoortgang kon worden geboekt. Aan de beslissing van 28 november 2025 ligt ten grondslag dat [appellante] in het studiejaar 2024-2025 de Momi-norm niet heeft gehaald. [appellante] heeft hier geen verschoonbare reden voor. Dat zij in Irak door haar oma is opgevoed en na het overlijden van haar oma naar Nederland is gekomen om bij haar familieleden in Nederland te zijn, valt niet onder de bijzondere familieomstandigheden, zoals bedoeld in artikel 7.51 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (de Whw) en artikel 6.5 van de Gedragscode Internationale Student.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3482
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600852/1/A2

202600881/1/A2

Bij beslissing van 1 juli 2025 heeft de examencommissie van Scalda (de examencommissie) het cijfer voor het centraal examen Wiskunde B havo 2025, tweede tijdvak (het CE), vastgesteld. Dit is op 2 juli 2025 aan [appellant] bekendgemaakt. Bij beslissing van 7 juli 2025 heeft de examencommissie het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij beslissing van 8 september 2025 heeft de Commissie van Beroep voor de Examens van Scalda het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft in het schooljaar 2024-2025 een havo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan Scalda gevolgd. Hij heeft op 19 juni 2025 het CE afgelegd. [appellant] komt op tegen de vaststelling van het cijfer voor het CE. De CBE heeft zich op het standpunt gesteld dat de examencommissie bij de vaststelling van het cijfer van het CE niet in strijd met het recht heeft gehandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3508
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600881/1/A2

202503690/1/V1

Bij besluit van 22 september 2023 heeft het COA de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 3.183,62. Bij uitspraak van 27 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Habib-Portier, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3442
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503690/1/V1

BRS.25.002660

Bij besluit van 3 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3412
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002660

BRS.25.002750

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3422
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002750

BRS.26.001501

Bij besluiten van 14 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3260
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001501

BRS.26.002049

Bij besluit van 26 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3417
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002049

BRS.26.002578

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3415
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002578

BRS.26.002597

Bij besluit van 4 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3421
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002597

BRS.26.002683

Bij besluit van 10 april 2026 heeft de minister vanAsiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3429
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002683

BRS.26.002857

Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3414
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002857

BRS.26.002925

Bij besluit van 23 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3462
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002925

202304224/6/A2

Bij brief van 4 juni 2026 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. E.J. Daalder als lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, belast met de behandeling van de zaak nr. 202304224/5/A2. [verzoeker] heeft in zijn verzoek geen gronden vermeld, waarom de staatsraad volgens hem de indruk heeft gewekt vooringenomen of partijdig te zijn. Hij heeft verzocht om een termijn van zes maanden voor het indienen van de gronden. Het verzoek om wraking is dus niet gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3469
Datum uitspraak
16 juni 2026
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304224/6/A2

202407299/1/V1.

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3436
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407299/1/V1.

202504654/2/R3

Bij besluit van 19 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Ommen het bestemmingsplan "Wonen Ommen, herziening [perceel]" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om het bestaande 110/10 kV-transformatorstation aan [perceel] uit te breiden. Dit transformatorstation is in beheer bij Enexis Netbeheerder B.V. Het transformatorstation moet worden uitgebreid om de huidige en toekomstige energievoorziening te kunnen garanderen en het toenemend aantal duurzame energieprojecten nu en in de toekomst aan te kunnen sluiten op het energienet. De uitbreiding is voorzien buiten de grenzen van het bestaande transformatorstation, direct ten noorden daarvan, op gronden die onder het vorige bestemmingsplan een groenbestemming hadden. Op het uitbreidingsperceel zijn twee modulaire gebouwen met daarin een middenspanningsinstallatie voorzien. In het kader van de uitbreiding wordt binnen het al aanwezige transformatorstation voorzien in de vervanging van drie bestaande 20, 20 en 16,5 MVA-transformatoren door drie nieuwe transformatoren van elk 50 MVA. [verzoekers] wonen in de omgeving van het transformatorstation en zijn het niet eens met de uitbreiding daarvan. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3423
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202504654/2/R3

202505249/1/V2.

Bij besluit van 23 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3435
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505249/1/V2.

202505250/1/V2.

Bij besluit van 23 april 2025, aangevuld bij besluit van 29 april 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3434
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505250/1/V2.

202505648/2/R3

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde aan Over Vastgoed Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een supermarkt met daarboven 20 appartementen op het perceel [locatie] in Ter Apel. Over Vastgoed Ontwikkeling B.V. is eigenaar van het perceel. Met de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan "Ter Apel Dorp". Door deze nieuwe ontwikkeling neemt op zichzelf beschouwd de parkeerbehoefte toe. [verzoeker] is eigenaar van het perceel [locatie] in Ter Apel, waar nu een PLUS supermarkt is gevestigd. Dit perceel ligt ten zuiden van het perceel waarop het bouwplan betrekking heeft. Daar tussenin ligt op het Molenplein een parkeerterrein dat mede in gebruik is bij bezoekers van de PLUS supermarkt. [verzoeker] vreest dat de parkeersituatie op het Molenplein verslechtert als gevolg van de verlening van de omgevingsvergunning en heeft daarom beroep ingesteld tegen het besluit van 5 maart 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3420
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202505648/2/R3

202600049/2/R3

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de raad van de gemeente Twenterand het bestemmingsplan "Vriezenveen Woongebied en Bedrijven PH Wilhelminastraat M656 en M657" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een twee-onder-een-kapwoning met een bouwhoogte van maximaal 9,5 m en een goothoogte van 6 m op het perceel M657 aan de Wilhelminastraat in Vriezenveen mogelijk. [partij] is de initiatiefnemer van de woningbouwontwikkeling. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen aan de [locatie] in Vriezenveen. Hun achtertuin is gericht naar het plangebied. Zij komen op tegen het bestemmingsplan vanwege de gevolgen van de twee-onder-een-kapwoning voor hun woonsituatie. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3424
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202600049/2/R3

BRS.24.000477

Bij mondelinge uitspraak van 3 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3392
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000477

BRS.26.001357

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3409
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001357

BRS.26.002100

Bij besluit van 5 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3402
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002100

BRS.26.002216

Bij besluit van 31 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3401
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002216

BRS.26.002624

Bij besluit van 11 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migrtie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3400
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002624

BRS.26.002653

Bij besluiten van 26 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3391
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002653

BRS.26.002670

Bij besluit van 3 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3410
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002670

BRS.26.002877

Bij besluiten van 10 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3432
Datum uitspraak
15 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002877

202501498/1/V1

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3425
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501498/1/V1

202600984/2/R4

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de raad van de gemeente Barneveld het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22I Diverse locaties LBV+I als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Barneveld (het wijzigingsbesluit) gewijzigd vastgesteld. Het wijzigingsbesluit ziet op de locaties [locatie 1] in Barneveld en de [locatie 2] in Stroe. Het verzoek om voorlopige voorziening ziet uitsluitend op de locatie [locatie 1]. Het wijzigingsbesluit houdt in zoverre in dat er een functieverandering plaatsvindt van agrarisch bedrijf naar meerdere woonfuncties. De aanwezige bedrijfswoning wordt een reguliere woning, waarbij een agrarische nevenactiviteit wordt toegestaan. [Verzoeker A] woont aan de [locatie 3] en [verzoeker B] woont aan de [locatie 4], alwaar ook [verzoekster] gevestigd is. Het verzoek strekt tot schorsing van het wijzigingsbesluit voor zover betrekking hebbend op de locatie [locatie 1] in Barneveld. Verzoekers stellen dat zij spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorlopige voorziening. Zij voeren hiertoe aan dat rechtstreekse en onomkeerbare schade ontstaat door inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3407
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202600984/2/R4

BRS.25.001087

Bij besluiten van 19 mei 2023 en 9 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000 (artikel 9-document), afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3317
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001087

BRS.26.000509

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3385
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000509

BRS.26.001164

Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratiebetrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3387
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001164

BRS.26.002097

Bij besluit van 30 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3388
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002097

BRS.26.002428

Bij besluit van 29 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3379
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002428

BRS.26.002518

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij binnen vier weken de Europese Unie moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3321
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002518

BRS.26.002866

Bij besluit van 13 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3413
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002866

BRS.26.002898

Bij besluit van 5 november 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3418
Datum uitspraak
12 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002898

202601264/3/R1

Bij besluit van 17 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert het verzoek van [verzoeker] om handhavend op te treden tegen het gebruik van het parkeerterrein aan de Parallelweg in Weert als tijdelijk busstation afgewezen. [verzoeker] woont aan de [locatie] in Weert. Tegenover zijn woning ligt aan de andere zijde van de Parallelweg een parkeerterrein. De gronden van het parkeerterrein liggen in het plangebied van de bestemmingsplannen "Woongebieden 2019" en "Binnenstad 2017". In beide bestemmingsplannen is aan de gronden van het parkeerterrein een verkeersbestemming toegekend. In het verzoek om handhaving waarmee deze procedure begonnen is, stelt [verzoeker] dat de NS sinds enige jaren het parkeerterrein inricht als een tijdelijk busstation als er door werkzaamheden aan het spoor geen personenvervoer per trein door Weert mogelijk is. Volgens [verzoeker] ondervindt hij ernstige milieuhinder om zijn woning door dit gebruik, met name geluidhinder en een afname van de luchtkwaliteit door fijnstof afkomstig van de dieselmotoren van de bussen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3389
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202601264/3/R1

202601389/2/A3

Bij besluit van 8 december 2023 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het verzoek van [wederpartij] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) deels toegewezen. [wederpartij] heeft de minister op 29 augustus 2023 verzocht om informatie openbaar te maken op grond van de Woo. Het verzoek gaat over alle documenten die betrekking hebben op het onderzoek dat door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is uitgevoerd naar een incident op een varkensbedrijf op of nabij 24 augustus 2021 waar veel varkens bij zijn omgekomen. Het Openbaar Ministerie heeft een zienswijze gegeven over de voorgenomen openbaarmaking door de minister. De minister heeft besloten om de gevraagde informatie gedeeltelijk openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3319
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202601389/2/A3

202601475/2/A3

Bij besluit van 9 december 2025 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland het verzoek van elf gemeenten ingewilligd en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee op grond van artikel 99 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) de aanwijzing gegeven binnen twee maanden een gemeenschappelijke regeling te treffen. Alle twaalf in het procesverloop genoemde gemeenten werkten sinds 2015 in het kader van de regionale volkshuisvesting samen in het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam. Een aantal jaar geleden heeft de gemeente Ridderkerk geconstateerd dat de samenwerking leidde (en nog altijd leidt) tot een disproportionele druk op de (sociale) woningmarkt in haar gemeente. Zij is voornemens om een eigen, lokaal woonruimtebemiddelingssysteem te gaan gebruiken, om de positie van de Ridderkerkse woningzoekenden te versterken. Het gemeentebestuur heeft daarom in 2025 geweigerd een nieuwe bestuursovereenkomst voor het samenwerkingsverband te ondertekenen en het is ook niet overgegaan tot vaststelling van de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3320
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202601475/2/A3

BRS.25.000156

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3293
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000156

BRS.25.001230

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3313
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001230

BRS.26.001432

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3308
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001432

BRS.26.001683

Bij besluit van 29 december 2025 heeft het COA de vreemdeling overgeplaatst naar een Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3285
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001683

BRS.26.002342

Bij besluiten van 19 mei 2023 en 9 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000 (artikel 9-document), afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3314
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002342

BRS.26.002390

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3251
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002390

BRS.26.002575

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3309
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002575

BRS.26.002654

Bij besluit van 28 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3380
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002654

BRS.26.002662

Bij besluit van 28 augustus 2025 heeft de minister van asiel en migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten (terugkeerbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3316
Datum uitspraak
11 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002662

202600920/2/A2

Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen de aanvraag van [verzoekster] om een urgentieverklaring afgewezen. [verzoekster] woont samen met haar vier minderjarige kinderen in een appartement in Vlaardingen. Zij heeft een urgentieverklaring aangevraagd wegens geweld en bedreiging. [verzoekster] heeft aangegeven dat zij wegens psychisch geweld is gevlucht voor haar vader. Haar vader is volgens [verzoekster] nog steeds naar haar op zoek en is in de buurt van haar woning gezien. Zij voelt zich hierdoor niet meer veilig. Daarnaast wijst [verzoekster] erop dat de huidige woning te klein is voor het gezin en dat er sprake is van lichamelijke en psychische klachten die samenhangen met haar woonsituatie. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag mocht afwijzen omdat [verzoekster] niet voldoet aan de voorwaarden die in artikel 3.4.6 van de verordening worden genoemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3299
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202600920/2/A2

BRS.26.001004

Bij besluit van 4 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3275
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001004

BRS.26.001777

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 7 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van verzoeker te hebben gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3290
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001777

BRS.26.002194

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3298
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002194

BRS.26.002205

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3288
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002205

BRS.26.002404

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3278
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002404

BRS.26.002532

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3296
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002532

BRS.26.002633

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3297
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002633

BRS.26.002682

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3273
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002682

202203584/3/A3

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2149, heeft de Afdeling de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, het gebrek in het besluit van 27 augustus 2021 te herstellen of in plaats daarvan een gewijzigd of nieuw besluit te nemen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de motivering en het onderzoek van de minister niet toereikend waren om redelijkerwijs tot het standpunt te komen dat er onvoldoende waarborgen voor getrouwelijke plichtsvervulling waren. Zo heeft de minister niet voldoende onderzocht en gemotiveerd waarom en waarin de situatie van [appellante] zo anders is dan de situatie die naar voren komt in de verklaring van haar toenmalige zwager.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3326
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202203584/3/A3

202300780/3/A3

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2148, heeft de Afdeling de minister van Defensie opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, het gebrek in het besluit van 16 mei 2022 te herstellen of in plaats daarvan een gewijzigd of nieuw besluit te nemen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de motivering en het onderzoek van de minister niet toereikend waren om redelijkerwijs tot het standpunt te komen dat er onvoldoende waarborgen voor getrouwelijke plichtsvervulling waren. Zo heeft de minister niet voldoende onderzocht en gemotiveerd waarom en waarin de situatie van [appellant] zo anders is dan de situatie die naar voren komt in de verklaring van zijn toenmalige zwager. Daarmee is ook niet voldoende gemotiveerd dat hieruit volgt dat er gezien het samenstel van omstandigheden onvoldoende waarborgen zijn dat [appellant] onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen vanwege het risico van ongewenste beïnvloeding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3329
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300780/3/A3

202300902/1/R4

In het besluit van 1 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Blaricum aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de verdieping gelegen op het [perceel] in Blaricum. Het college heeft op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2, van de Wabo aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan "Kom Beschermd Dorpsgezicht" bouwen van een aan- en opbouw aan de achterzijde van de woning aan het [perceel] in Blaricum. [wederpartij] was tot aan zijn overlijden eigenaar van de naastgelegen woning aan de [locatie 1] in Blaricum. [wederpartij] was het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen sprake is van een zeer onredelijke of ongewenste situatie als bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregels Planologische Afwijking Blaricum 2011 (beleidsregels), zodat geen vergunning kon worden verleend met de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3358
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300902/1/R4

202301184/1/A3

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van Gedeputeerde Staten de aanvraag van [appellante] van een omgevingsvergunning afgewezen. [appellante] heeft op 13 november 2020 een vergunning aangevraagd op grond van de destijds geldende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het bouwen van een bouwwerk, het verrichten van werk of werkzaamheden, het handelen in strijd met het bestemmingsplan en het veranderen van een inrichting en handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het college heeft naar aanleiding van deze aanvraag een onderzoek gestart als bedoeld in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Het college heeft het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om een advies gevraagd. Het LBB heeft een advies uitgebracht op 31 januari 2022. Het college heeft op basis van dit advies de aanvraag van [appellante] afgewezen, omdat volgens het college ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen (artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet Bibob; de b-grond). De rechtbank is het college hierin gevolgd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3347
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202301184/1/A3

202303496/1/R4

Bij besluiten van 13 augustus 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg, voor zover van belang, aan [appellant A] als drijver van de inrichtingen aan de [locatie 1] in Brunssum en de [locatie 2] in Roermond (de inrichtingen), onder aanzegging van kostenverhaal een aantal lasten onder bestuursdwang opgelegd. Het college heeft deze besluiten ook aan [appellant B] als eigenaar van de inrichtingen bekend gemaakt. De inrichtingen worden gedreven door [appellant A] op grond van omgevingsvergunningen die bij besluiten van 27 mei 2008 aan een andere drijfster zijn verleend (de vergunningen). [appellant B] is eigenaar van de inrichtingen. In de inrichtingen vindt onder andere opslag plaats van PMD-afval. Dit afval behoort tot de categorie gemengde verpakkingen die in de Europese afvalstoffenlijst (Eural) wordt aangeduid met Euralcode 15 01 06. Volgens het college is binnen de inrichtingen alleen de acceptatie en opslag van niet-geuremitterende afvalstoffen met Euralcode 15 01 06 vergund.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3331
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303496/1/R4

202304239/1/R3

Bij besluit van 2 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,00 ineens gelast de op kadastraal perceel 112, sectie E, aan de Laan van Heemstede in Puttershoek (het perceel) geplante bomen te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel nr. 112, sectie E aan de Laan van Heemstede in Puttershoek. Dit perceel wordt gebruikt door [partij C] en [partij D]. Zij hebben op het perceel 17 bomen geplant. [partijen] hebben het college verzocht handhavend op te treden tegen het planten van deze bomen, omdat volgens hen de bomen afbreuk doen aan het open polderlandschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3335
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304239/1/R3

202304430/1/A3

Bij besluit van 15 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht een verzoek van [naam A] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen en haar persoonsgegevens ambtshalve gewijzigd. [appellante] stond ingeschreven in de brp als [naam A], geboren op [geboortedatum A] 1985 in Sihai, China, op basis van een verklaring die zij onder ede heeft afgelegd. Zij heeft het college op 22 mei 2021 verzocht haar persoonsgegevens in de brp te wijzen naar [naam B], geboren op [geboortedatum B] 1979 in Fuzhou, China.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3337
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202304430/1/A3

202304583/1/R1

Bij besluit van 21 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Ruimer Leven B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het herstellen van de fundering, het intern verbouwen en het maken van een uitbouw aan de achterzijde van het pand op de begane grond, het maken van een kelder onder het gebouw en de uitbouw en het maken van een koekoek aan de voor- en achterzijde op het adres [locatie] in Amsterdam. Het bouwplan voorziet onder meer in de bouw van een kelder onder de woning op het perceel. Op de kelder zal aan de achterkant op de begane grond een uitbouw met een diepte van 2,5 m worden gebouwd. Het bouwplan is op meerdere onderdelen in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Stadion- en Beethovenbuurt 2012". In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vergunde uitbouw aan de achterzijde van de woning op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3334
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304583/1/R1

202304866/3/A3

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2147, heeft de Afdeling de minister van Defensie opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, het gebrek in het besluit van 19 januari 2022 te herstellen of in plaats daarvan een gewijzigd of nieuw besluit te nemen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de motivering en het onderzoek van de minister niet toereikend waren om redelijkerwijs tot het standpunt te komen dat er onvoldoende waarborgen voor getrouwelijke plichtsvervulling waren. Zo heeft de minister niet voldoende onderzocht en gemotiveerd waarom en waarin de situatie van [appellant] zo anders is dan de situaties die naar voren komen in de overgelegde verklaringen van de zus, de ex-zwager van [partij B] en een luitenant-kolonel buiten dienst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3328
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304866/3/A3

202305128/3/R2

Bij tussenuitspraak van 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4756 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Heeze-Leende opgedragen om: - binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat is overwogen onder 11, de daar omschreven gebreken in het besluit van 22 mei 2023 (het oorspronkelijke besluit) tot vaststelling van het bestemmingsplan "Langstraat 15a, 17 en 17a Leende" te herstellen, en - de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij het herstelbesluit een nieuw gewijzigd bestemmingsplan vastgesteld. De raad heeft enkele planregels aangepast, de verbeelding gewijzigd en de plantoelichting aangevuld. Het herstelbesluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onderdeel van dit geding. De beroepen van [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] zijn van rechtswege mede gericht tegen het herstelbesluit. [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] hebben zienswijzen over het herstelbesluit naar voren gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3359
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305128/3/R2

202305179/2/R2

Bij tussenuitspraak van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:786 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het onder 11.7 omschreven gebrek in het besluit van 20 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "’t Hout - De Hoefkens" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 11.7 geoordeeld dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt of ter plaatse van de woningen in het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd zonder dat [appellante] onevenredig wordt beperkt in haar bedrijfsmogelijkheden. Gelet op wat de Afdeling in overweging 11.7 van de tussenuitspraak heeft overwogen, is het beroep van [appellante] tegen het besluit van 20 juni 2023 gegrond. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om het gebrek te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat de raad het geconstateerde gebrek zou kunnen herstellen door bijvoorbeeld op basis van een akoestisch onderzoek alsnog deugdelijk te motiveren dat [appellante] niet in haar bedrijfsvoering wordt beperkt door de woningbouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3345
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305179/2/R2

202306156/1/A2

Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat besloten dat de woning van [appellant A] en [appellant B] niet versterkt hoeft te worden. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van de vrijstaande woning met schuur aan de [locatie] in [woonplaats]. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft laten onderzoeken of de woning van [appellant A] en [appellant B] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied, tegenwoordig neergelegd in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen (TwG).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3351
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overige
  • uitspraakin de zaak202306156/1/A2

202306245/1/R1

Bij besluit van 23 september 2021 heeft het college [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd om tien geconstateerde overtredingen op het perceel [adres] in Bunde te beëindigen. Daarbij heeft het college vermeld dat, als [appellant] de last niet tijdig uitvoert, het college de last zal uitvoeren en de kosten daarvan op hem zal verhalen. appellant] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [adres] in Bunde. Dit pand is een gemeentelijk monument. Naar aanleiding van de bevindingen van een toezichthouder van de gemeente bij een inspectie van de woning op 10 maart 2021 heeft het college op 16 maart 2021 aan [appellant] laten weten dat het van plan is om handhavend op te treden vanwege achterstallig onderhoud aan het pand. Op 3 september 2021 heeft een controlebezoek plaatsgevonden waarbij de toezichthouder van de gemeente, de politie Eenheid Limburg, de GGD, Bureau Trajekt en een door de gemeente ingeschakelde constructeur de woning zijn binnengetreden. Naast de constatering dat [appellant] geen werkzaamheden aan het dak had verricht, is bij de controle gebleken dat over de oppervlakte van de gehele woning veel spullen waren opgeslagen en de woning ernstig was vervuild door onder meer dierenuitwerpselen. De toezichthouder heeft zijn bevindingen vastgelegd in een inspectierapport van 7 september 2021, voorzien van fotomateriaal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3352
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306245/1/R1

202306460/1/R2

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het exploitatieplan "Haven VIII Oost afronding" vastgesteld. Het exploitatieplan hoort bij het bestemmingsplan "BP Haven 8 Oost-afronding", dat ook is vastgesteld bij besluit van 22 juni 2023. Het bestemmingsplan maakt bedrijventerrein Haven 8 Oost-afronding planologisch mogelijk. De raad heeft het exploitatieplan vastgesteld om de noodzakelijke juridische basis te leggen voor het kostenverhaal. Daarnaast wil de raad met het exploitatieplan het tijdvak en de fasering bepalen en eisen en regels stellen. [appellante] is eigenaar van een perceel in het exploitatieplangebied. [appellante] betoogt dat een zonnepark een bouwwerk van algemeen nut is in de zin van artikel 4.1, aanhef en onder g van de planregels van het bestemmingsplan en dat de raad daarom rekening had moeten houden met de opbrengsten uit een zonnepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3353
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306460/1/R2

202307079/2/R2

Bij tussenuitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3382, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 26 september 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - administratieve herziening" te herstellen. Met het herstelbesluit heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - administratieve herziening" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De raad heeft in het kader van de Dienstenrichtlijn een onderzoek laten uitvoeren naar de geschiktheid en evenredigheid van artikel 10.1 van de planregels. De resultaten zijn neergelegd in de Deskundigennotitie [locatie 1]-[locatie 2]-[locatie 3] Helmond van 15 oktober 2025 van Ginder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3330
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307079/2/R2

202307942/1/R4

Bij besluit van 26 oktober 2020 hebben de minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister) de door [appellant A] te betalen CO2-vergoeding voor het kalenderjaar 2017 vastgesteld op € 15.531,20. [appellant A] en anderen exploiteren een glastuinbouwbedrijf op zes verschillende locaties in de gemeente Westland. [appellant A] en anderen drijven daarmee een inrichting die behoort tot de inrichtingen waarop een systeem van kostenverevening van toepassing is als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de Wm. Het gaat daarbij om verevening van kosten die zijn verbonden aan het in een kalenderjaar overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies (het CO2-emissieplafond). Indien de inrichtingen als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, gezamenlijk het CO2-emissieplafond overschrijden, dan is elk van die inrichtingen een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 15.52 van de Wm. Die vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule in artikel 3 van het Besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3344
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202307942/1/R4

202402010/1/A3

Bij besluit van 28 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [naam 1], geboren op [geboortedatum] 1986 in [plaats], Irak. Deze gegevens zijn ontleend aan een door hem afgelegde verklaring onder ede bij zijn vestiging in Nederland op 18 augustus 2004. [appellant] heeft op 11 januari 2022 verzocht om wijziging van zijn gegevens in de brp naar [naam 2], geboren op [geboortedatum] 1983 in [plaats], Irak. Ook heeft [appellant] verzocht om wijziging van de gegevens van zijn vader en moeder en opneming van gegevens van zijn partner. De rechtbank heeft geoordeeld dat de door [appellant] overgelegde documenten brondocumenten zijn. [appellant] heeft alleen geen consistente verklaringen afgelegd over hoe hij de documenten in Irak heeft verkregen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de openbare orde zich verzet tegen het verwerken van de door hem gewenste gegevens in de brp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3364
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202402010/1/A3

202402256/1/R4

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister) de door [appellante] te betalen CO2-vergoeding voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld op € 16.124,75. [appellante] exploiteert een glastuinbouwbedrijf op zes verschillende locaties in de gemeente Westland. [appellante] drijft daarmee een inrichting die behoort tot de inrichtingen waarop een systeem van kostenverevening van toepassing is als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de Wm. Het gaat daarbij om verevening van kosten die zijn verbonden aan het in een kalenderjaar overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies (het CO2-emissieplafond). Indien de inrichtingen als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, gezamenlijk het CO2-emissieplafond overschrijden, dan is elk van die inrichtingen een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 15.52 van de Wm. Die vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule in artikel 3 van het Besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3343
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202402256/1/R4
vorige pagina1...101112...1.260volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon