Uitspraak BRS.25.000122
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:973
- Datum uitspraak
- 27 februari 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 28 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
- Hoger beroep
- Asiel
Toon inhoud
BRS.25.000122
ECLI:NL:RVS:2026:973
Datum uitspraak: 27 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 29 januari 2025 in zaak nr. NL24.48559 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 28 november 2024 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister een aanvullend terugkeerbesluit genomen.
Bij uitspraak van 29 januari 2025 heeft de rechtbank het door de appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard voor zover gericht tegen het besluit van 28 november 2024 en gegrond verklaard voor zover gericht tegen het aanvullend terugkeerbesluit van 17 januari 2025, en dat aanvullend terugkeerbesluit vernietigd.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. W.N. van der Voet, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop appellant heeft gereageerd.
Overwegingen
1. De minister heeft de Afdeling laten weten dat appellant met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van appellant heeft in zijn reactie niet laten weten dat hij nog contact heeft met appellant. Daaruit leidt de Afdeling af dat appellant niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft appellant geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J.P.G. van Bekhoven, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Bekhoven
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2026
959