Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.238
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202406664/1/V2

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem meegedeeld dat hij in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Appellant heeft de Syrische nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1989. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen, omdat appellant op 11 juni 2012 in Syrië traditioneel is gehuwd met [partner], geboren op [geboortedatum] 1999, en hij dat huwelijk direct heeft geconsummeerd. Dat wil zeggen dat appellant seksuele gemeenschap heeft gehad met zijn huwelijkspartner. Op dit moment verblijven de huwelijkspartner en hun kinderen in Syrië. Het gaat de minister niet om het huwelijk zelf, maar om het feit dat appellant dat huwelijk heeft geconsummeerd met zijn huwelijkspartner die op dat moment dertien jaar oud was. De rechtbank is de minister hierin gevolgd. De Afdeling toetst in deze uitspraak of de rechtbank dat juist heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3818
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406664/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202406664/1/V2

202407768/1/A2

Bij besluiten van 8 september 2023 en 13 oktober 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand aanvragen van [wederpartij] om een reguliere toevoeging afgewezen. Deze uitspraak gaat over de uitleg van artikel 2 van de Subsidieregeling pakket rechtsbijstand herstelregelingen kinderopvangtoeslag 2023 (Subsidieregeling). In geschil is wat onder de in dat artikel bedoelde procedures moet worden verstaan. [wederpartij] is erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de raad op 7 september 2023 en 10 oktober 2023 verzocht om verlening van toevoegingen voor rechtsbijstand ten behoeve van het indienen van een aanvraag bij het college van burgemeesters en wethouders van Hengelo (het college) voor brede ondersteuning op grond van artikel 2.21 van de Wht en het maken van bezwaar tegen de gedeeltelijke afwijzing van die aanvraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3795
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202407768/1/A2

202408004/1/V2

Bij besluit van 23 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem meegedeeld dat hij in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Appellant heeft de Syrische nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1987. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen, omdat appellant op 1 januari 2014 in Syrië traditioneel is gehuwd met [partner], geboren op [geboortedatum] 2001, en hij dat huwelijk direct heeft geconsummeerd. Dat wil zeggen dat appellant seksuele gemeenschap heeft gehad met zijn huwelijkspartner. Op dit moment verblijven de huwelijkspartner en hun kinderen in Syrië. Het gaat de minister niet om het huwelijk zelf, maar om het feit dat appellant dat huwelijk heeft geconsummeerd met zijn huwelijkspartner die op dat moment dertien jaar oud was. De rechtbank is de minister hierin gevolgd. De Afdeling toetst in deze uitspraak of de rechtbank dat juist heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3643
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202408004/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202408004/1/V2

202500252/1/V1

Bij besluit van 11 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkenen zijn een vader en moeder en hun drie kinderen met de Armeense nationaliteit. De hoofdpersoon en haar zusje zijn geboren op [geboortedatum] 2003 en [geboortedatum] 2004 in Armenië. In 2014 zijn zij samen met hun ouders naar Nederland gekomen. In Nederland is op 4 april 2018 hun broertje geboren. In 2014, 2016 en 2017 hebben betrokkenen asielaanvragen ingediend die niet hebben geleid tot de door hen beoogde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de vader van 9 september 2015 tot 30 oktober 2015 uitstel van vertrek verleend krachtens artikel 64 van de Vw 2000. In 2016 en 2018 heeft de vader opvolgende aanvragen ingediend voor uitstel van vertrek die niet hebben geleid tot dat door hem beoogde uitstel. De moeder heeft in 2015 tevergeefs verzocht om uitstel van vertrek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3812
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500252/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202500252/1/V1

202500915/1/A2

Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de kosten van € 52.607,73 van de door het college toegepaste bestuursdwang op [wederpartij] verhaald. Het college heeft bij besluit van 14 november 2019 aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd om het achterstallige woningonderhoud aan de panden op de [locatie 1]-[locatie 2] in Den Haag te verhelpen. Het college heeft daarvoor een termijn gesteld. Op 1 februari 2021 heeft een inspecteur geconstateerd dat de gebreken niet waren verholpen binnen de daarvoor gestelde termijn. Op 2 maart 2021 heeft het college daarom aan [wederpartij] een last onder bestuursdwang opgelegd. Het college heeft het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar bij besluit van 7 juni 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Met de in het procesverloop van deze uitspraak vermelde kostenbeschikking van 11 oktober 2022 heeft het college de kosten voor de toegepaste bestuursdwang verhaald op [wederpartij].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3798
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500915/1/A2

202501754/1/A2

Bij besluit van 22 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hengelo een aanvraag van [appellant] om brede ondersteuning gedeeltelijk ingewilligd. Deze uitspraak gaat over de zogenoemde brede ondersteuning voor erkende slachtoffers van de toeslagenaffaire. De ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start na de problemen die zij als gevolg van de toeslagenproblematiek hebben ervaren. Uitgangspunt is daarbij dat de betrokkene en zijn eventuele gezinsleden zo snel en zo goed als mogelijk hun leven weer op de rit krijgen. [appellant] en zijn echtgenote zijn erkend als gedupeerden van de toeslagenaffaire. Zij hebben zich op 17 november 2022 bij het college gemeld voor brede ondersteuning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3794
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501754/1/A2

202503347/1/A3

Bij besluit van 29 november 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [dochter] om haar geslachtsnaam te wijzigen in [naam moeder], de geslachtsnaam van haar [moeder], toegewezen. [dochter] heeft op 10 oktober 2023, toen zij al meerderjarig was, de minister verzocht om haar geslachtsnaam te wijzigen van [achternaam appellant] naar de naam van haar moeder. Ze wordt namelijk dagelijks geconfronteerd met haar verleden door haar achternaam. [dochter] heeft in haar verzoek toegelicht dat zij in haar jeugd trauma’s heeft opgelopen door met name de rol van de vader in het gezin. De minister heeft het verzoek van [dochter] toegewezen. [appellant] is het hier niet mee eens. De minister heeft in bezwaar de geslachtsnaamwijziging van [dochter] in stand gelaten. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister het verzoek van [dochter] terecht heeft ingewilligd. Hij voert hiertoe aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat er aanknopingspunten zouden zijn om te twijfelen aan de handelingsbekwaamheid van [dochter].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3807
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503347/1/A3

202503532/1/A2

Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen zijn beslissing op schrift gesteld om op 8 april 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen door het voertuig van [appellante] met kenteken […] (het voertuig) weg te slepen en in bewaring te stellen en de kosten hiervan op [appellante] te verhalen. Op 25 maart 2024 heeft het college vanwege de opbouw van een kermis onderborden laten plaatsen bij de E4-borden aan de Broekweg in Vlaardingen (de locatie). Op de onderborden staat dat parkeren verboden is van 8 april 2024 08:00 uur tot 15 april 2024 15:00 uur en dat de wegsleepregeling van kracht is. Het voertuig stond volgens de takelkaart op 8 april 2024 om 11:55 uur op de locatie. Het voertuig is daarom weggesleept en overgebracht naar een opslagloods van takel- en bergingsbedrijf A. Barendregt in Rhoon (de opslaglocatie Barendregt). De opslaglocatie Barendregt is niet als bewaarplaats aangewezen in artikel 3 van de Wegsleepverordening Vlaardingen, zoals die gold van 13 juli 2018 tot en met 23 juli 2025. Het college heeft de kosten van het wegslepen op [appellante] verhaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3819
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503532/1/A2

202504682/1/R1

Bij besluit, bekendgemaakt op 14 juli 2025, heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloten tot intrekking van de containerlocaties met de nummers 1000, 1001 en 1002 in de Bilderdijkstraat ter hoogte van de nummers 110, 178 en 196. Bij het besluit heeft het college de locaties voor halfverdiepte afvalcontainers ter hoogte van Bilderdijkstraat 110, 178 en 196 ingetrokken. Deze containers zijn inmiddels verwijderd. [appellant] woont aan de [locatie], nabij de locatie waar de containers ter hoogte van huisnummer 196 stonden. [appellant] is het niet eens met het verwijderen van deze containers en het beroep beperkt zich daarom tot deze locatie. Ter vervanging van de containers op de ingetrokken locaties heeft het college bij eerdere besluiten van 8 juni 2022 en 1 september 2023 de locaties Bilderdijkstraat ter hoogte van nummer 7 en Van Lennepstraat ter hoogte van nummer 51 als locaties voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) aangewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3811
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504682/1/R1

202505744/1/R1

Bij besluit van 25 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Castricum het verzoek van [appellant] tot het wijzigen van de clusterplaats voor minicontainers aan de Goudenregenlaan/Berkenlaan in Castricum afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Castricum, op de hoek van die laan en de Goudenregenlaan. Aan de Goudenregenlaan, direct ten oosten van zijn perceel, bevindt zich een clusterplaats voor minicontainers. [appellant] stelt overlast door de clusterplaats te ondervinden vanwege stank, onjuist geplaatste containers en het verlies van parkeerplaatsen. [appellant] probeert al jaren, in ieder geval vanaf 2012, het gemeentebestuur ertoe te bewegen om de clusterplaats aan te passen dan wel om de locatie te wijzigen. [appellant] heeft een alternatieve locatie aangedragen op de noordelijke stoep van de Berkenlaan, maar volgens het college is deze locatie minder geschikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3810
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505744/1/R1
vorige pagina1...567...12.524volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon