Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.311
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202400123/1/A3

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft de burgemeester van Waadhoeke aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Tzummarum. Naar aanleiding van een anonieme melding en een netmeting door Liander heeft de politie de woning op 24 maart 2021 doorzocht. Bij het onderzoek zijn in de aanbouw van de woning 2.200 gram henneptoppen en een koolstoffilter, met daaraan gekoppeld een luchtslang, aangetroffen. De politie heeft een bestuurlijke rapportage opgemaakt. De burgemeester heeft bij het besluit van 15 juli 2021 op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd van € 25.000,00 met een duur van drie jaar. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om een last onder dwangsom op te leggen voor de overtreding van artikel 3 van de Opiumwet. Volgens de rechtbank is de last wel te verstrekkend omdat ongeclausuleerd is gelast ook de artikelen 2, 10a en 11a van de Opiumwet niet te overtreden. Er is in de woning alleen een overschrijding van de toegestane hoeveelheid hennep gevonden en er zijn voorwerpen aangetroffen die nodig zijn om hennep te laten groeien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3677
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202400123/1/A3

202401073/1/R2

Het 'leasen van stikstofruimte' met een natuurvergunning is mogelijk voor projecten die tijdelijk stikstof uitstoten. Maar omdat dit een vorm van extern salderen is, moet worden voldaan aan de voorwaarden die daarvoor gelden. De vraag blijft wel of de saldogever, na afloop van de leaseperiode, een nieuwe natuurvergunning nodig heeft voor het hele project. De uitspraak gaat over de natuurvergunning die het college van gedeputeerde staten van Gelderland heeft verleend voor het uitbreiden van een geitenhouderij in Hurwenen. Het bedrijf heeft een natuurvergunning, maar wil de bestaande stallen verlengen. Ook schakelt de geitenhouderij over van natuurlijke ventilatie naar mechanische ventilatie. Hoewel het aantal geiten niet toeneemt, leidt de mechanische ventilatie wel tot een toename van stikstofuitstoot. Dat is een tijdelijke toename, omdat het bedrijf de stallen op termijn wil voorzien van luchtwassers, waardoor stikstofuitstoot later weer zal dalen. Het bedrijf heeft aangegeven dat de tijdelijke toename van de stikstofneerslag wordt gemitigeerd door ‘stikstofruimte te leasen’ van een geitenhouderij in Rossum. De rechtbank Gelderland vernietigde de natuurvergunning. De geitenhouderij kwam tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Net als de rechtbank oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak in de uitspraak van vandaag dat niet aan de voorwaarden voor extern salderen wordt voldaan. Zo is het leasen van de benodigde stikstofruimte in een civiele overeenkomst vastgelegd en ontbreekt een bestuursrechtelijke borging dat de stikstofruimte niet dubbel wordt ingezet. Ook ontbreekt een beoordeling in het kader van het zogeheten additionaliteitsvereiste. Het college van gedeputeerde staten moet nu opnieuw beslissen op de aanvraag van de geitenhouderij. Voor de rechtspraktijk gaat de Afdeling bestuursrechtspraak in hoe aan de voorwaarden voor extern salderen kan worden voldaan bij het leasen van stikstofruimte met een natuurvergunning van een saldogever. Dat staat in de overwegingen 9.4 tot en met 9.6 van de uitspraak. In overweging 9.7 wordt overwogen dat daarbij de vraag kan opkomen of de saldogever, na afloop van de leaseperiode, een nieuwe natuurvergunning nodig heeft voor het hele project. De Afdeling bestuursrechtspraak kan die vraag in deze zaak niet beantwoorden, omdat dat om een beoordeling vraagt van de natuurvergunning van de saldogever die in deze zaak niet voorlag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3685
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202401073/1/R2

202401297/4/R3

Bij tussenuitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3990 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Den Haag opgedragen binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak het daar omschreven gebrek in het besluit van de raad van 14 december 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" te herstellen. Bij besluit van 29 januari 2026 heeft de raad het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 18.9 geoordeeld dat de raad onvoldoende in kaart heeft gebracht wat de gevolgen zijn van de voorziene ontwikkeling voor de parkeerdruk in de directe omgeving van het plangebied, met name de wijk Voorburg Noord. Dat de wijk Voorburg Noord in de gemeente Leidschendam-Voorburg ligt, ontslaat de raad niet van zijn verplichting eventuele negatieve gevolgen voor die wijk in kaart te brengen en, desgewenst in samenspraak met de gemeente Leidschendam-Voorburg, zorg te dragen voor een aanvaardbare uitkomst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3672
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401297/4/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202401297/4/R3

202401993/1/R2

Bij besluit van 7 januari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het verzoek van MOB en Leefmilieu om de natuurvergunning van 7 mei 2019 van de [appellante sub 1] voor het in werking hebben en exploiteren van een geitenhouderij aan de [locatie] in Borger in te trekken, afgewezen. Aan [appellante sub 1] is op 7 mei 2019 een natuurvergunning verleend voor het uitbreiden van de veestapel van 620 volwassen en 250 opfokgeiten met een ammoniakemissie van 1378 kg/jaar naar 1235 volwassen geiten met een ammoniakemissie van 2346,50 kg/jr. MOB en Leefmilieu hebben verzocht om intrekking van deze natuurvergunning op grond van artikel 5.4, eerste lid, onder c, en het tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens MOB en Leefmilieu ligt aan de vergunning geen toereikende passende beoordeling ten grondslag. Ook worden volgens MOB en Leefmilieu onvoldoende passende maatregelen genomen om verslechtering of verstoring te voorkomen van de natuurwaarden in onder meer het Natura 2000-gebied Drouwenerzand. Het college heeft bij het besluit van 2 juni 2022 de afwijzing van het verzoek om intrekking van de natuurvergunning gehandhaafd. Volgens het college is de intrekking van de natuurvergunning niet nodig en ook onevenredig, omdat de verwachting is dat op termijn de instandhoudingsdoelen in de betrokken Natura 2000-gebieden zullen worden gehaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3651
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202401993/1/R2

202402902/1/R2

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda [wederpartij] opgedragen om de bewoning van het pand aan de [locatie] in Breda in strijd met het geldende bestemmingsplan te beëindigen en beëindigd te houden en de badkamer te verwijderen en verwijderd te houden. [wederpartij] is sinds 2013 eigenaar van het pand en staat sinds 2015 ingeschreven als bewoner van het pand. Hij gebruikt het pand voor zijn bedrijfsactiviteiten en woont daar. Het college heeft [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, omdat het bestemmingsplan wonen op de begane grond niet toestaat. [wederpartij] is het daar niet mee eens. Volgens hem woont hij niet op de begane grond, maar op de entresol wat volgens hem een verdieping is. In hoger beroep gaat het alleen over de vraag of het oordeel van de rechtbank over de uitleg van de planregels juist is en meer in het bijzonder de uitleg van het begrip "verdieping".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3675
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402902/1/R2

202403022/1/R3

Bij besluit van 12 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee aan VAVO B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van twee woningen en de aanleg van een uitweg ten behoeve van vier parkeerplaatsen aan [locatie 1] en [locatie 2] in Stellendam. Het college heeft de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo verleend. Met het besluit van 14 oktober 2021 heeft het college het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen op enkele punten aangepast. Zo heeft het, na een wijziging van de aanvraag, een tweede uitweg aan de omgevingsvergunning toegevoegd. Ook heeft het college een tweede nader welstandsadvies aan het besluit ten grondslag gelegd. De woningen worden gerealiseerd op percelen die tot december 2020 samen met de aangrenzende percelen één aangesloten kadastraal perceel vormde. Op de plek waar de woningen worden gerealiseerd stond eerst een bijgebouw van de woning aan [locatie 3]. [appellant A] en [appellant B] wonen op [locatie 4] in Stellendam, in de directe omgeving van de percelen waarop de woningen en de uitwegen worden gerealiseerd. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat en een negatieve invloed van de uitwegen op de verkeersveiligheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3658
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403022/1/R3

202403405/1/R1

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Heemskerk geweigerd het ontwerpwijzigingsplan voor het perceel [adres 1] in Heemskerk vast te stellen. 2. [appellant] woont op het perceel [adres 1] in Heemskerk. Dit perceel is kadastraal bekend als [perceelnummer 1] Heemskerk en heeft een oppervlakte van ongeveer 970 m². [appellant] heeft op 26 september 2023 het college verzocht toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid zoals neergelegd in artikel 3.6.2 van het geldende bestemmingsplan "Partiële herziening Heemskerk Buitengebied - 2017" (het bestemmingsplan) door te voorzien in een wijziging van de huidige bestemming "Agrarisch - Tuindersgebied" naar de bestemming "Tuinderswoningen". Daartoe heeft het college een ontwerpwijzigingsplan ter inzage gelegd. Vervolgens heeft het college op 14 mei 2024 geweigerd om het wijzigingsplan vast te stellen. Volgens het college voldoet het ontwerpwijzigingsplan niet aan de wijzigingsvoorwaarden als bedoeld in artikel 3.6.2, onder b en f, van de regels van het bestemmingsplan. Daartoe stelt het college dat de agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse niet volledig zijn beëindigd. Verder stelt het college zich in het bestreden besluit op het standpunt dat [appellant] niet voornemens is om de aanwezige bebouwing te slopen, waardoor niet het gehele agrarische bouwvlak kan worden verwijderd en er een te groot oppervlak aan bijgebouwen op het perceel achterblijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3681
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403405/1/R1

202404214/1/A2

De Afdeling heeft bij uitspraak van 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:954, het hoger beroep van SSWT gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 11 mei 2021 vernietigd, de bij de rechtbank ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten van de minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 4 juni 2019 vernietigd en de minister opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen nieuwe besluiten te nemen en deze op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De minister is in de nieuwe besluiten voor alle drie de projecten teruggekomen van zijn standpunt dat door SSWT meermaals dezelfde praktijkopleiding is gedeclareerd. De minister handhaaft in die besluiten wel zijn standpunt dat niet op basis van facturen maar op basis van de werkelijke interne kosten gedeclareerd had moeten worden en dat SSWT in haar administratie onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt van welke organisatie de gedeclareerde facturen afkomstig zijn, door wie deze facturen zijn betaald en wat de onderlinge verhouding tussen die organisaties is. SSWT heeft daarom niet voldaan aan het vereiste van artikel 16, eerste lid, van de Subsidieregeling ESF 2007-2013 (Subsidieregeling), aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3653
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202404214/1/A2

202405077/1/R4

Bij besluit van 12 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug aan Wildeland B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een stallencomplex op het perceel Buurtweg 12 in Doorn (het perceel) voor een paardenhouderij en voor het kappen van 26 eiken. Op het perceel was voorheen een melkrundveehouderij en paardenhouderij gevestigd, waarvoor het college op 8 juni 2016 aan Wildeland een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft verleend. In 2017 is de melkrundveehouderij beëindigd. Wildeland heeft bij het college een aanvraag ingediend om de paardenhouderij uit te breiden. Voor de omschakeling zal gebruik worden gemaakt van een bestaande stal en daarnaast zal een nieuw stallencomplex worden opgericht. De nieuwe bebouwing bestaat onder meer uit twee stallen, vier paddocks, een rijbak, en op de verdieping acht toiletten, een kantine, een zadelkamer en opslagruimte. [appellante] woont op het perceel [locatie] in Leersum. Haar perceel grenst aan de achterzijde aan het weiland achter het nieuwe stallencomplex. Voor de bouw van het stallencomplex moeten 26 eiken worden gekapt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3683
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405077/1/R4

202405113/1/A3

Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo) ingewilligd. Bij brief van 5 oktober 2022 heeft [appellant] de minister op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van documenten over geuite bezwaren van derde-belanghebbenden tegen de openbaarmaking van documenten bij deelbesluiten over een eerder Woo-verzoek van [appellant]. Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de minister een lijst van deelbesluiten en de daartegen gemaakte bezwaren van derde-belanghebbenden openbaar gemaakt. De minister heeft het daartegen gemaakte bezwaar van [appellant] bij besluit van 22 juni 2023 ongegrond verklaard. De minister heeft daarbij een deel van het bezwaar van [appellant] opgevat als een aanvullend Woo-verzoek, en bij een afzonderlijk besluit op dezelfde dag documenten openbaar gemaakt. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard, omdat naar het oordeel van de rechtbank de minister alle ten tijde van het verzoek aanwezige documenten heeft verstrekt, en het bezwaar terecht heeft opgevat als een nader Woo-verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3664
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405113/1/A3
vorige pagina1...232425...12.532volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon