Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.103
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202107889/1/V2

Bij besluit van 4 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. De vreemdeling is een etnisch Arabier (Ahwazi) met de Iraanse nationaliteit. Deze procedure gaat over zijn tweede asielaanvraag. Een eerder besluit van 19 december 2018 op deze aanvraag is vernietigd, omdat de staatssecretaris niet deugdelijk had gemotiveerd waarom de vreemdeling door zijn deelname aan pro-Ahwazi demonstraties in Nederland niet in de negatieve belangstelling van de Iraanse autoriteiten is komen te staan. De staatssecretaris heeft op 4 november 2021 een nieuw besluit genomen. Daarin stelt hij zich op het standpunt dat geloofwaardig is dat de vreemdeling in Nederland aan ten minste één demonstratie tegen het Iraanse regime heeft meegedaan. Omdat daardoor bij terugkeer naar Iran een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM dreigt, zal de staatssecretaris de vreemdeling niet uitzetten naar Iran. Toch heeft de staatssecretaris de asielaanvraag afgewezen, omdat er sprake is van misbruik van recht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2230
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107889/1/V2

202107942/1/V1

Bij besluit van 10 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. De vreemdeling is geboren op [geboortedatum] 1994, heeft de Syrische nationaliteit en wil bij zijn vader, referent, verblijven in het kader van nareis. Referent heeft in 2016 voor het eerst een mvv-aanvraag in het kader van nareis ingediend voor zijn vrouw, hun dochter en de vreemdeling. De vreemdeling was toen 22 jaar oud. De staatssecretaris heeft deze aanvraag bij besluit van 27 maart 2017 ingewilligd en meegedeeld dat de mvv’s 90 dagen geldig zijn. Vaststaat dat de gezinsleden de mvv’s niet hebben opgehaald en dat deze dus niet meer geldig zijn. Op 20 mei 2020 heeft referent vervolgens de huidige mvv-aanvraag in het kader van nareis ingediend voor de genoemde gezinsleden. De staatssecretaris heeft alleen de aanvraag voor de vreemdeling afgewezen. De vrouw en dochter van referent verblijven al bij referent in Nederland. Omdat de vreemdeling ten tijde van de huidige mvv-aanvraag 26 jaar oud was, heeft de staatssecretaris opnieuw beoordeeld of hij in aanmerking komt voor nareis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2146
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107942/1/V1

202200852/1/A2

Bij besluit van 31 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 20.500,- wegens het zonder vergunning onttrekken van de woning aan de [locatie] te Amsterdam aan de woningvoorraad. [appellant] was ten tijde hier van belang eigenaar van de woning aan de [locatie] te Amsterdam. De woning, die een oppervlak heeft van 48 m2, bestaat uit een woonkamer, slaapkamer, keuken en badkamer. Naar aanleiding van een melding woonfraude hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam op 4 april 2019 een administratief onderzoek naar de woning ingesteld en de woning bezocht. Uit het administratief onderzoek bleek dat er op het adres twee personen staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Het gaat om [appellant] en [persoon]. Uit het rapport van bevindingen dat van het bezoek van 4 april 2019 is opgemaakt blijkt dat de toezichthouders in de woning twee toeristen aantroffen, een man en een vrouw. De vrouw heeft verklaard dat het contact met Robert via de mail van airbnb is gelopen, dat zij een code heeft gekregen van het sleutelkastje voor de sleutel van de voordeur en dat zij niemand heeft ontmoet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2240
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200852/1/A2

202201671/1/A3

Bij besluit van 31 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rheden aan [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd die inhoudt dat [appellant sub 1] het door hem geplaatste hek nabij [locatie] in Velp moet weghalen. [appellant sub 1] is eigenaar van het perceel [locatie] in Velp. Hij verhuurt het pand dat op het perceel staat. Het perceel ligt op de hoek van de Hoofdstraat en de Wilhelminastraat. Op die hoek ligt een pleintje, waarvan een groot deel op het perceel van [appellant sub 1] ligt. [appellant sub 1] heeft in 2018 een hek geplaatst om zijn perceel af te scheiden. Het college heeft een last onder dwangsom opgelegd, omdat [appellant sub 1] in strijd zou handelen met artikel 2:10A, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden. Op grond van dat artikel is het verboden zonder voorafgaande vergunning van het college een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Volgens het college is het pleintje een openbare plaats in de zin van de APV. [appellant sub 1] heeft het hek verwijderd en, in afwachting van de procedure, ook verwijderd gehouden. Hij wil het hek, of een andere afscheiding, weer terugplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2239
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201671/1/A3

202202686/1/A3

Bij besluit van 17 januari 2020 heeft de Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport Register Administratie namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloten om eiser niet op te nemen in het Register Kraanmachinisten. [appellant] heeft op 24 december 2019 examen gedaan als machinist autolaadkraan. Bij dit examen zit een praktijkgedeelte, waarbij de kandidaat onder meer drie zogenoemde ‘knock-out’ opdrachten moet uitvoeren. Een onvoldoende voor één van die opdrachten heeft meteen tot gevolg dat de kandidaat niet met een positief advies kan worden voorgedragen voor registratie in het Register Kraanmachinisten. [appellant] heeft één van de knock-out opdrachten, waarbij hij buiten zicht een last moest plaatsen met behulp van een portofoon, niet op de voorgeschreven wijze kunnen uitvoeren omdat hij niet kan horen en spreken. Om die reden is hij volgens de examinator formeel niet geslaagd. Uit het verslag van de examinator en het beoordelingsformulier blijkt echter ook dat de opdracht, toen bleek dat [appellant] geen portofoon kon gebruiken, met gebruik van handsignalen is uitgevoerd. De aangepaste knock-out opdracht heeft [appellant] met goed resultaat volbracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2227
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202202686/1/A3

202203062/2/R1

Deze conclusie van staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer gaat over de toepassing van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht bij opvolgende besluiten over ruimtelijke plannen. De zaak waarin deze conclusie wordt gevraagd gaat over één beroep tegen het besluit van 27 januari 2022 van de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Renesse’ en verschillende beroepen tegen het besluit van 23 maart 2023, waarbij de raad het bestemmingsplan ‘Renesse’ op onderdelen gewijzigd heeft vastgesteld. Het vaststellen van opvolgende bestemmingsplannen kan onder de Wet ruimtelijke ordening leiden tot uiteenlopende vragen over de toepassing van artikel 6:19 van de Awb. De toepassing van artikel 6:19 van de Awb komt onder de Omgevingswet in een ander licht te staan. Is er aanleiding om de rechtspraak over de toepassing van artikel 6:19 van de Awb in bestemmingsplanzaken onder de Wro (op onderdelen) aan te passen? Bestaat er aanleiding om de toepassing van artikel 6:19 Awb te veranderen in zaken die gaan over de wijziging van een omgevingsplan?

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2238
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Conclusie
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202203062/2/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203062/2/R1

202203923/1/A2

Bij besluit van 7 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam de aanvraag van het Cuypersgenootschap om de portiekflats aan de Oost-Sidelinge 17-87 te Rotterdam als gemeentelijk monument aan te wijzen afgewezen. Het college kan, op grond van artikel 3, eerste lid, van de Monumentenverordening Rotterdam 2010, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak, niet zijnde een rijksmonument, aanwijzen als gemeentelijk monument. Bij brief van 7 december 2019 heeft het Cuypersgenootschap het college gevraagd om vier portiekflats aan de Oost-Sidelinge 17-87 te Overschie aan te wijzen als gemeentelijk monument. Deze portiekflats zijn gebouwd in 1948 en eigendom van Woonstad Rotterdam. In de aanvraag staat dat de woonblokken belangrijk zijn in het kader van de wederopbouw van Rotterdam en als een goed en gaaf behouden voorbeeld van naoorlogse systeembouw met een architectuur- en cultuurhistorische waarde voor Rotterdam moeten worden beschouwd. Aangezien bijna alle vergelijkbare woningbouw inmiddels is gesloopt, hebben de blokken een zeldzaamheidswaarde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2231
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202203923/1/A2

202204749/1/R1

Bij uitspraak van 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1682, heeft de Afdeling een door de stichting ingesteld hoger beroep gegrond verklaard, het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Veere van 11 mei 2020 tot het verlenen van een omgevingsvergunning eerste fase gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Het college heeft in februari 2018 aan B’s Onroerend Goed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zogenoemd vitaliteitshotel op de locatie. De omgevingsvergunning zag op het gedeeltelijk slopen van bestaande opstallen, het handelen in strijd met het bestemmingsplan "Kom Domburg" en het aanleggen of veranderen van een uitweg. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft die vergunning in haar uitspraak van 20 januari 2020 vernietigd. Het college heeft met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank bij besluit van 11 mei 2020 de omgevingsvergunning opnieuw verleend. De Afdeling heeft de omgevingsvergunning vernietigd, omdat uit de overgelegde berekening ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het project niet is gebleken dat de vergunde activiteiten niet leiden tot aantasting van het nabijgelegen Natura 2000-gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2225
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204749/1/R1

202204795/1/A2

Bij besluit van 22 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda een aanvraag van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is eigenaar van de burgerwoning aan de [locatie 1] en de bedrijfswoningen aan de [locatie 2] en de [locatie 3] te Galder. Bij brief van 18 november 2015, aangevuld bij brief van 29 april 2016, heeft hij het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van de inwerkingtreding van onder andere het bij raadsbesluit van 21 april 2011 vastgestelde bestemmingsplan Hazeldonk (hierna: het nieuwe bestemmingsplan) en een bij besluit van 8 mei 2013 verleende omgevingsvergunning (hierna: de omgevingsvergunning). Deze planologische maatregelen zijn genomen ten behoeve van het realiseren van drie windturbines met een tiphoogte van 149 m op het bedrijventerrein Hazeldonk (hierna: het plangebied). De afstand van de woningen tot de dichtstbijzijnde windturbine is 355 m ([locatie 1]), 400 m ([locatie 2]) en 510 m ([locatie 3]).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2224
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204795/1/A2

202205312/1/A2

Bij besluit van 4 mei 2021 heeft de Dienst Wegverkeer de aanvraag van [appellant] voor de afgifte van een Nederlands kentekenbewijs afgewezen. [appellant] is eigenaar van een Saab 95 met kenteken [...]. Hij heeft voor dit voertuig een Nederlands kentekenbewijs aangevraagd. [appellant] heeft bij de aanschaf van dit voertuig een buitenlands kentekenbewijs gekregen en het chassisplaatje, waarop het VIN [...] is vermeld. Achter de rechtervoorstoel is dit nummer ook ingeslagen. [appellant] heeft op een gegeven moment achter de bestuurdersstoel een ander VIN aangetroffen, [...]. Over dit VIN zat een verflaag. [appellant] heeft dit nummer tevoorschijn gehaald, door te schuren en met gebruik van een staalborstel. Het nummer [...] is volgens [appellant] niet door de fabrikant ingeslagen omdat dit niet op de plek zit waar het VIN zou moeten staan en het plaatje waarop het nummer staat met andere nagels gemonteerd is dan het door de fabrikant aangebrachte plaatje. [appellant] stelt zich op het standpunt dat het nummer [...] het originele VIN is, en heeft verzocht om een Nederlands kentekenbewijs met dit VIN af te geven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2229
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202205312/1/A2
vorige pagina1...1.0451.0461.047...12.411volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon