Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit WWB 2007 in verband met de meerjarige aanvullende uitkering, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W12.13.0411/III
- Datum advies
- 12 maart 2014
- Vindplaats
- Staatscourant
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit WWB 2007 in verband met de meerjarige aanvullende uitkering, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 19 november 2013, no.2013002369, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit WWB 2007 in verband met de meerjarige aanvullende uitkering, met nota van toelichting.
Naar aanleiding van een mededeling van de zijde van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat de voordracht zou worden ingetrokken, heeft de Afdeling advisering zich drie maanden onthouden van het uitbrengen van een advies. Nu de genoemde intrekking tot dusver is uitgebleven, adviseert de Afdeling alsnog.
Het ontwerpbesluit geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling geeft U in overweging dienovereenkomstig te besluiten.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, is de Afdeling van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege kan blijven.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W12.13.0411/III
- De in de toelichting omschreven mogelijke verlenging (zie noot 1) van de MAU na het eerste jaar tot uitdrukking brengen in de tekst van artikel 10a, tweede lid.
- Artikel II aanpassen nu de inwerkingtredingsdatum reeds is verstreken.
(1) Nota van toelichting, onder "Algemeen".
Nader rapport (reactie op het advies) van 18 april 2014
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Nadat het ontwerpbesluit bij de Afdeling advisering van de Raad van State aanhangig was gemaakt, is van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een onvoorziene bestuurlijke reactie ontvangen. Hoewel de VNG haar waardering uitspreekt voor het streven bij nieuwe verzoeken gemeenten snel helderheid te geven over de uitkeringsduur van de meerjarige aanvullende uitkering ( MAU), heeft zij ook bezwaren tegen het voorstel. De bezwaren van de VNG zijn voor een belangrijk deel toekomstgericht, zoals de wens een vangnet te behouden, de onzekerheid over een nieuwe vangnetconstructie, het optimaal functioneren van het nieuwe verdeelmodel en de zorgen over de periode 2015-2017.
Met de wijziging van de MAU was beoogd nieuw verzoekende gemeenten van dienst te zijn door tijdig helderheid te verschaffen over komende uitkeringsrechten in verband met de invoering van het nieuwe dan wel verbeterde objectief verdeelmodel. De bezwaren van de VNG geven aanleiding om nu af te zien van de beoogde wijziging van de MAU per 1 januari 2014. Dit betekent overigens niet dat het standpunt is verlaten dat het onwenselijk is om het nieuwe dan wel verbeterde verdeelmodel te belasten met de gevolgen van het oude en ingetrokken verdeelmodel. Wel is het -gelet op de aard van de bezwaren- meer aangewezen het overgangsrecht, behorend bij de invoering van het nieuwe dan wel verbeterde objectief verdeelmodel, voor reeds toegekende MAU-uitkeringen bij die invoering te regelen.
Daartoe gemachtigd door de ministerraad moge ik U verzoeken goed te vinden dat het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State buiten verdere behandeling wordt gelaten en dat het onderhavige nader rapport tezamen met het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het ontwerp-besluit en de daarbij behorende toelichting, zoals deze aan de Afdeling advisering van de Raad van State zijn voorgelegd, gelet op het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State, niet openbaar worden gemaakt.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid