Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.14.0099/II

Voorstel van wet tot wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de inwerkingtreding van de Verordening (EU) nr. 258/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-protocol inzake vuurwapens), en tot vaststelling van uitvoervergunningen voor vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en maatregelen betreffende de invoer en doorvoer ervan(PbEU 2012, L94), met memorie van toelichting.

Kenmerk
W03.14.0099/II
Datum advies
5 juni 2014
Vindplaats
Kamerstukken II 2013/2014, 33 995, nr. 4
  • Justitie en Veiligheid
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Voorstel van wet tot wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de inwerkingtreding van de Verordening (EU) nr. 258/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-protocol inzake vuurwapens), en tot vaststelling van uitvoervergunningen voor vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en maatregelen betreffende de invoer en doorvoer ervan(PbEU 2012, L94), met memorie van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 22 april 2014, no.2014000766, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de inwerkingtreding van de Verordening (EU) nr. 258/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-protocol inzake vuurwapens), en tot vaststelling van uitvoervergunningen voor vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en maatregelen betreffende de invoer en doorvoer ervan(PbEU 2012, L94), met memorie van toelichting.

Het VN-protocol inzake vuurwapens heeft tot doel de samenwerking tussen de verdragspartijen te bevorderen, te vergemakkelijken en te intensiveren ten behoeve van de preventie, bestrijding en uitbanning van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie. Artikel 10 van het VN-protocol inzake vuurwapens verlangt van de verdragspartijen dat zij een effectief vergunnings- of autorisatiestelsel vaststellen of verbeteren voor de uitvoer, invoer en doorvoer van vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie. Daartoe bepaalt de verordening (zie noot 1) dat voor de uitvoer van de in bijlage I van de verordening opgesomde vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie een uitvoervergunning vereist is. (zie noot 2) De verordening voorziet daarnaast in vereenvoudigde procedures voor bepaalde gevallen van tijdelijke uitvoer of wederuitvoer. (zie noot 3) Ter uitvoering van de verordening wordt in de Wet wapens en munitie (Wwm) een specifieke verplichting tot het hebben van een vergunning voor de uitvoer van de in bijlage I opgesomde vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie opgenomen. Overtreding van dit voorschrift wordt strafbaar gesteld.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het voorstel, maar maakt onder meer opmerkingen over de reikwijdte van het voorgestelde artikel 20a en de voorgestelde delegatiebepaling. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het voorstel wenselijk is.

1. Delegatie aan de minister
In het voorgestelde artikel 20a, derde lid, van de Wwm wordt aan de minister een bevoegdheid gedelegeerd tot het stellen van nadere regels. Deze delegatiebepaling betreft de mogelijkheid die artikel 7, tweede lid, van de verordening biedt. Dit artikel bepaalt dat de lidstaten kunnen besluiten dat indien de exporteur van het geraadpleegde derde land van doorvoer geen bezwaren tegen de doorvoer heeft ontvangen, het derde land van doorvoer geacht wordt geen bezwaar daartegen te hebben.

Het is de Afdeling niet duidelijk waarom de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels bij de minister wordt neergelegd. De hiertoe op te stellen regels zijn naar het oordeel van de Afdeling niet van zodanig administratieve aard of dermate gedetailleerd dan wel aan veelvuldige wijziging onderhevig dat delegatie aan een minister gewenst is. (zie noot 4)

De Afdeling adviseert het voorstel gelet op het bovenstaande aan te passen.

2. Het voorgestelde artikel 20a, eerste lid
Ingevolge artikel 4 van de verordening is voor de uitvoer van vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie, opgesomd in bijlage I van de verordening, een uitvoervergunning vereist. Voor het doen uitgaan van wapens en munitie geldt krachtens artikel 14 Wwm een consentvereiste. Het begrip uitvoer in de zin van artikel 2, zesde lid, van de verordening betreft het verlaten van het douanegebied van de Europese Unie en omvat daarmee het begrip doen uitgaan als bedoeld in artikel 1, onder 7, Wwm dat slechts ziet op het verlaten van het grondgebied van Nederland. Een consentvergunning voor het doen uitgaan van wapens en munitie heeft geen toegevoegde waarde meer als voor diezelfde wapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie aan de voorwaarden voor een uitvoervergunning wordt getoetst. Om die reden wordt het voorgestelde artikel 20a ingevoerd. (zie noot 5)

De Afdeling merkt op dat in de tekst van het voorgestelde artikel 20a (en in de artikelsgewijze toelichting) ten onrechte artikel 13 Wwm wordt betrokken. Artikel 13 Wwm bevat geen regels voor het doen uitgaan van wapens en munitie, maar houdt een verbodsbepaling in voor de wapens en munitie die onder categorie I vallen. In artikel 13 Wwm zijn dan ook geen regels met betrekking tot een consentvereiste opgenomen, zoals in de artikelen 14 tot en met 16 en 20. Deze artikelen vallen onder paragraaf 4 van de Wwm die betrekking heeft op het binnenkomen en doen uitgaan van wapens en munitie van de categorieën II en III.

De Afdeling adviseert artikel 13 Wwm uit het voorgestelde artikel 20a te schrappen.

3. De geluiddemper
Voor zover artikel 13 Wwm ten behoeve van de geluiddemper in het voorgestelde artikel 20a is opgenomen, merkt de Afdeling het volgende op.

Geluiddempers vallen onder het begrip ‘onderdelen’ als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de verordening en staan op de lijst van bijlage I van de verordening. Dit brengt mee dat een geluiddemper op grond van de verordening kan worden uitgevoerd indien daarvoor een uitvoervergunning is verkregen. Krachtens de nationale regelgeving vallen geluiddempers in categorie I, onder 3o, van de Wwm. (zie noot 6) De indeling in deze categorie heeft tot gevolg dat op de geluiddemper artikel 13 Wwm van toepassing is en dat daarvoor, behoudens ontheffingen, een verbod geldt en geen systeem van consentverlening.

De Afdeling adviseert in het voorgestelde artikel 20a dan wel in een afzonderlijk artikel in de nieuwe paragraaf 4a van de Wwm, een aparte bepaling op te nemen voor geluiddempers. (zie noot 7)

4. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W03.14.0099/II

- In de considerans bij het voorstel "van de Europese Unie" schrappen.
- In artikel I, onderdeel A, het voorgestelde artikel 1, onder 13˚ "van de Europese Unie" schrappen.
- In artikel I, onderdeel E, het voorgestelde artikel 14 ook in het vijfde lid "in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen" vervangen door: in een andere lidstaat van de Europese Unie. [overeenkomstig het voorgestelde artikel 14, vierde lid].
- De wijziging van de aanduiding van de CDIU in artikel I, onderdelen G en I, van een toelichting voorzien en ook doorvoeren in artikel 20, derde lid, van de Wwm.
- In artikel I, onderdeel H, aan de voorgestelde paragraaf 4a na "Uitvoer van wapens en munitie" toevoegen: van bijlage I van verordening (EU) nr. 258/2012.


Nader rapport (reactie op het advies) van 16 juli 2014

Het voorstel tot wijziging van de Wet wapens en munitie (Wwm) geeft de Afdeling advisering, die de strekking van het voorstel onderschrijft, aanleiding tot het maken van enkele inhoudelijke opmerkingen. De Afdeling is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het voorstel wenselijk is.

1. Delegatie aan de minister
De Afdeling stelt de vraag waarom de er voor is gekozen de mogelijkheid die artikel 7, tweede lid, van de verordening (EU) nr. 258/2012 biedt voor het stellen van regels, te beleggen bij de minister. Artikel 7, tweede lid, van de verordening geeft aan lidstaten de bevoegdheid om te besluiten dat indien binnen 20 werkdagen nadat de exporteur van een vuurwapen schriftelijk heeft verzocht om een verklaring van geen bezwaar tegen de doorvoer van een vuurwapen, er geen bezwaren tegen de doorvoer worden ontvangen, het geraadpleegde derde land van doorvoer wordt geacht geen bezwaar te hebben tegen de doorvoer.

Op dit moment staat nog niet vast of van de geboden mogelijkheid in de verordening gebruik zal worden gemaakt. De meeste nadere regelgeving ten aanzien van het doen binnenkomen of uitgaan van wapens vindt plaats bij ministeriële regeling. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de mogelijkheid van vrijstelling op de consentvereiste (artikel 14, vierde lid Wwm) en nadere regels over de combinatie van verschillende consenten, vergunningen en verloven (artikel 40 Wwm). Het heeft thans de voorkeur om aan te sluiten bij dit regelingsniveau, om zo de inzichtelijkheid van de mogelijke uitzonderingen op de verplichtingen voor exporteurs van wapens en munitie zo groot mogelijk te houden.

2. Het voorgestelde artikel 20a, eerste lid, Wwm
De Afdeling merkt op dat in de tekst van het voorgestelde artikel 20a ten onrechte artikel 13 Wwm wordt betrokken, omdat artikel 13 Wwm geen betrekking heeft op het consentvereiste, en adviseert de opgenomen verwijzing naar artikel 13 Wwm uit het voorgestelde artikel 20a te schrappen. Dit advies is opgevolgd.

3. De geluiddemper
De Afdeling adviseert in het voorgestelde artikel 20a, dan wel in een afzonderlijk artikel in de nieuwe paragraaf 4a van de Wwm, een aparte bepaling op te nemen voor geluiddempers. Dit advies is opgevolgd. Aan het voorgestelde artikel 20a is een zevende lid toegevoegd over de uitvoer van geluiddempers.

Aan de redactionele kanttekeningen van de Afdeling is aandacht besteed.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Veiligheid en Justitie


(1) Verordening (EU) nr. 258/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012.
(2) Artikel 4 van de verordening.
(3) Artikel 9 van de verordening.
(4) Zie aanwijzingen 25 en 26 van de regelgeving.
(5) Zie de artikelsgewijze toelichting bij artikel 20a, tweede alinea.
(6) Artikel 2, eerste lid, Wwm.
(7) Vergelijk het voorgestelde artikel 55, eerste en derde lid, onder c, Wwm.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (docx, 72 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon