Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017.
- Kenmerk
- W04.19.0229/I
- Datum aanhangig
- 17 juli 2019
- Datum vastgesteld
- 4 september 2019
- Datum advies
- 4 september 2019
- Datum publicatie
- 21 oktober 2019
- Vindplaats
- Staatscourant 2019, nr. 54136
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 17 juli 2019, no.2019001459, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot uitvoering van de Ambtenarenwet 2017 (Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017), met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 26 september 2019
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een aantal aanpassingen van ondergeschikte aard te doen.
Allereerst worden in een nieuw onderdeel e van artikel 2 toezichthouders als bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemd. Dit betreft milieutoezichthouders op het niveau van de centrale overheid. Hiervoor worden op structurele basis werknemers van particuliere instanties ingehuurd. Net als voor de reeds in artikel 2 genoemde toezichthouders op decentraal niveau is het van belang dat de Ambtenarenwet 2017 op hen van toepassing is, omdat zij openbaar gezagtaken hebben. Daarnaast behoren tot de reeds in artikel 2 genoemde toezichthouders op decentraal niveau onder meer al de milieutoezichthouders bij decentrale overheden. Die toezichthouders worden ook op grond van artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen, maar dan op grond van het derde lid. Milieutoezichthouders op het niveau van de centrale overheid, als bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn om deze redenen aan artikel 2 toegevoegd.
Daarnaast zijn er nog enkele formulieren voor het afleggen van de eed of de belofte toegevoegd aan de bijlage bij artikel 5. Artikel 6, onderdeel b, is verduidelijkt dat de functies, behorende tot de topmanagementgroep, bij ministeriële regeling worden aangewezen.
Ten slotte zijn in de nota van toelichting enkele redactionele verbeteringen aangebracht.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties