Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.569
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202304754/1/A2

Bij besluit van 30 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] een boete opgelegd van € 10.000,00 voor het in gebruik geven van een woning aan een persoon die niet over een huisvestingsvergunning beschikte. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Den Haag, die hij sinds 17 februari 2021 verhuurt. Voor de verhuur van de woning moet de huurder in het bezit zijn van een huisvestingsvergunning. Ten tijde van een controle op 24 juni 2021 bleek dit niet het geval te zijn. Na aanvraag is de vergunning op 27 december 2021 alsnog verleend. Omdat [appellant] meer woonruimten in Den Haag verhuurt, is hij aangemerkt als bedrijfsmatig verhuurder. Het college heeft hem daarom op grond van Bijlage II van de Huisvestingsverordening een boete van € 10.000,00 opgelegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de keuze voor een boete in plaats van een waarschuwing of dwangsom, onder verwijzing naar de Verordening en het daarop gegronde beleid, goed heeft gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1165
Datum uitspraak
19 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304754/1/A2

202305109/1/A3

Bij brief van 7 november 2022 heeft de stichting beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek van de stichting van 2 september 2021 op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob). De stichting heeft de minister verzocht om openbaarmaking van informatie over de implementatie van de vijfde anti-witwasrichtlijn ("AMLD5"). Op 7 november 2022 heeft de stichting beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek. Op dezelfde dag heeft de minister het verzoek afgewezen. Daarop heeft de stichting bij brief van 9 november 2022 haar beroep ingetrokken, en met een beroep op artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) aan de rechtbank verzocht om de minister te veroordelen in de bij haar in beroep opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1125
Datum uitspraak
19 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202305109/1/A3

202305367/1/A2

Bij besluit van 17 augustus 2020 heeft e raad voor rechtsbijstand de aan [appellant] verleende toevoeging in de kosten van rechtsbijstand ingetrokken en het aan zijn rechtsbijstandverlener uitbetaalde bedrag van € 1.012,75 teruggevorderd. [appellant] heeft in 1980 de stichting opgericht met als doel het geven van waarborgen aan opdrachtgevers voor de nakoming van bouw- en garantieverplichtingen van ondernemers, door het verstrekken van garantie- en waarborgcertificaten. Op 8 december 2003 heeft De Nederlandsche Bank de stichting aangemerkt als verzekeraar en een aanwijzing gegeven, omdat de stichting een schadeverzekeringsbedrijf uitoefende zonder de benodigde vergunning. Er volgden verschillende rechtszaken. [appellant] en de stichting hebben bij de rechtbank Gelderland geprocedeerd tegen de curatoren in het faillissement van de stichting. Bij vonnis van 12 juli 2017 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, uitsluitend [appellant] en niet de stichting veroordeeld in de proceskosten van de wederpartijen van in totaal € 26.468,23.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1163
Datum uitspraak
19 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202305367/1/A2

202306573/1/R4

Bij besluit van 15 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zutphen aan [appellant] en anderen een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende de horeca-activiteiten te (doen) staken en gestaakt te (laten) houden, onder dreiging van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- ineens, en inhoudende het terras, bestaande uit vier tuintafels, te (doen) verwijderen en verwijderd te (laten) houden, onder dreiging van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per keer met een maximum van € 15.000,-. Op het perceel [locatie 1] in Zutphen is een groothandel in visproducten gevestigd. De bedrijfsactiviteiten zijn uitgebreid met een viswinkel, gevestigd aan de [locatie 2] in Zutphen. [appellant] is eigenaar van beide percelen en runt de groothandel. De viswinkel wordt geëxploiteerd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B]. [appellant] en anderen geven klanten van de viswinkel de gelegenheid om de in de viswinkel gebakken en verkochte viswaar direct buiten de winkel aan vier tuintafels te nuttigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1154
Datum uitspraak
19 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306573/1/R4

202307036/1/A2

Bij besluit van 6 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een tegemoetkoming in planschade van € 33.075,00 toegekend. Bij brief van 28 juni 2018 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om tegemoetkoming in planschade die hij in de vorm van waardevermindering van de woning heeft geleden als gevolg van de planologische besluitvorming ten behoeve van een windturbine op het terrein aan de [locatie 2] in afwijking van de ter plaatse geldende beheersverordening Vlietzone. De windturbine staat op ongeveer 550 meter van de woning. [appellant] was van 3 juli 1989 tot 8 januari 2018 eigenaar van de woning aan [locatie 1]. [partij] heeft met de gemeente Den Haag een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening gesloten, waarbij zij zich heeft verbonden om eventuele door het college toe te kennen tegemoetkomingen in planschade als gevolg van de planologische besluitvorming voor haar rekening te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1131
Datum uitspraak
19 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202307036/1/A2

202307171/1/A2

Bij besluit van 15 december 2020 heeft de minister geweigerd DHL voor haar post- en pakketbezorgers een landelijke vrijstelling te verlenen van een aantal bepalingen uit het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. DHL is actief op de Nederlandse markt voor binnenlandse standaardpakketbezorgdiensten. Zij houdt zich bezig met het afleveren en ophalen van pakketten, zowel bij servicepunten als bij consumenten thuis. DHL heeft de minister verzocht om een vrijstelling van bepaalde verkeersregels, zodat haar bezorgers met hun busjes mogen parkeren en rijden op plaatsen waar dat volgens het RVV 1990 niet is toegestaan, zoals stoepen en fietspaden. De bezorgers die op hun routes van deur naar deur gaan hoeven dan niet steeds naar een parkeerplaats te zoeken om een pakket te kunnen afleveren of ophalen. De minister heeft geweigerd die vrijstelling te verlenen, omdat de dienstverlening van DHL niet is aan te merken als een openbare of daarmee gelijk te stellen dienst. In geschil is of de minister in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld door te weigeren een vrijstelling aan DHL te verlenen, terwijl hij wel een vrijstelling aan PostNL Holding B.V. heeft verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1161
Datum uitspraak
19 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202307171/1/A2

202307265/1/A2

Bij besluit van 26 januari 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het verzoek van [appellant] om hem voor te dragen voor herstel van zijn registratie in het BIG-register, afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg heeft [appellant] op 31 maart 2015 bij wijze van tuchtrechtelijke maatregel doorgehaald in het BIG-register van artsen vanwege onder meer seksueel grensoverschrijdend gedrag. Na een eerdere procedure over een verzoek om herstel van zijn inschrijving heeft [appellant] op 25 maart 2021 opnieuw een verzoek gedaan, dat heeft geleid tot de hier bestreden besluitvorming. Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft [appellant] verklaringen van een psychiater en een psycholoog overgelegd. In deze zaak is in geschil of voldoende is gebleken van een veranderd gedragspatroon van [appellant]. De minister heeft advies ingewonnen bij het CTG over het verzoek van [appellant]. Het CTG heeft geadviseerd om het verzoek van [appellant] toe te wijzen. Daarnaast heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ongevraagd advies uitgebracht op grond van artikel 36, tweede lid, van de Gezondheidswet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1164
Datum uitspraak
19 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202307265/1/A2

202307744/1/A2

Bij besluit van 4 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Laren een aanvraag van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 21 april 1994 eigenaar van een perceel, kadastraal bekend gemeente Laren, sectie E, nr. 274, gelegen nabij de Tafelbergweg 32 in Laren. Bij brief van 14 juni 2019 heeft [appellant] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade die hij, in de vorm van waardevermindering van het perceel, heeft geleden door de inwerkingtreding op 18 juni 2014 van het bij raadsbesluit van 24 april 2013 vastgestelde bestemmingsplan Laren Noord. Volgens [appellant] had het perceel onder het voorheen geldende bestemmingsplan De Kolonie meer bouw- en gebruiksmogelijkheden. Onder het oude bestemmingsplan had het perceel de bestemming "Gebied met landschappelijke waarde en agrarische doeleinden" met een aanduiding voor volkstuinen. Onder het nieuwe bestemmingsplan is de bestemming "Bos".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1160
Datum uitspraak
19 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202307744/1/A2

202307766/1/A2

Bij besluit van 16 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede een aanvraag van [persoon C], [persoon D] en [appellant B] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [persoon D] en [appellant B] zijn sinds 28 december 2012 eigenaar van het perceel aan de [locatie A] in Wijk bij Duurstede (hierna: het perceel). Het perceel bevindt zich in het buitengebied van Wijk bij Duurstede en bestaat uit grasland en een boomgaard met een wagenschuur. Op 7 mei 2015 is het bestemmingsplan Buitengebied 2015 in werking getreden. Hiermee is de bestemming van twee delen van het perceel, die een gezamenlijke grootte van 1.456 m2 hebben, gewijzigd. Voorheen hadden de delen een bestemming voor wonen. In het nieuwe bestemmingsplan hebben zij een agrarische bestemming gekregen. Volgens [persoon D] en [appellant B] is de waarde van het perceel verminderd als gevolg van de bestemmingswijziging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1180
Datum uitspraak
19 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202307766/1/A2

202400573/1/R1

Bij besluit van 18 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloten tot intrekking van de containerlocaties met de nummers 100, 101 en 102 in de Bilderdijkstraat in Rotterdam. In de gemeente Rotterdam worden de aanwezige halfverdiepte afvalcontainers waar mogelijk vervangen door ondergrondse containers. Het college heeft bij besluit van 18 december 2023 de locaties Bilderdijkstraat ter hoogte van de nummers 110, 178 en 196 (locatienummers 100, 101 en 102) als locaties voor halfverdiepte containers ingetrokken. Deze zijn inmiddels verwijderd. [appellant] woont aan de [locatie], nabij de verwijderde containers. Hij is het niet eens met het verwijderen van de containers en heeft tegen het besluit tot intrekking rechtstreeks beroep ingesteld. Ter vervanging van de containers op de ingetrokken locaties heeft het college bij eerdere besluiten van 8 juni 2022 en 1 september 2023 de locaties Bilderdijkstraat ter hoogte van nummer 7 en Van Lennepstraat ter hoogte van nummer 51 als locaties voor ondergrondse restafvalcontainers aangewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1137
Datum uitspraak
19 maart 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202400573/1/R1
vorige pagina1...879880881...12.657volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon