Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.666
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202402490/1/A2

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem het verzoek van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant sub 1] heeft, mede namens zijn twee broers, het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade. Volgens [appellant] zijn de vier onroerende zaken minder waard geworden als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan "Binnenstad en De Veentjes - 2012" op 22 augustus 2013, omdat de gebruiks-, exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden van de onroerende zaken zijn beperkt. De vier onroerende zaken zijn gevestigd in drie panden. De onroerende zaken aan de [locatie 3] en [locatie 4] zijn gevestigd in één pand. De begane grond van dit pand ([locatie 3]) heeft een commerciële functie. De eerste etage van dit pand ([locatie 4]) wordt gebruikt als woning. Het pand aan de [locatie 1] bestaat uit een begane grond en een eerste etage. De begane grond wordt commercieel gebruikt, de eerste etage als woning. Het pand aan de [locatie 2] beslaat alleen de begane grond. Dit pand heeft een commerciële functie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1439
Datum uitspraak
2 april 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202402490/1/A2

202402558/1/A2

Bij besluit van 20 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven een aanvraag van [appellante] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] verbleef na een relatiebreuk in de gemeentelijke noodopvang. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat zij COPD heeft en zij het, als gevolg van de stoffige omgeving in de noodopvang, erg benauwd kreeg. Aan de afwijzing van de aanvraag heeft het college ten grondslag gelegd dat niet is voldaan aan de algemene voorwaarden van artikel 4 van de Huisvestingsverordening Eindhoven 2020. Het college heeft zich ook op het standpunt gesteld dat [appellante] niet voldoet aan de criteria voor maatschappelijke en medische urgentie. Daarnaast heeft het college de hardheidsclausule van artikel 14 van de Huisvestingsverordening niet toegepast, omdat de situatie van [appellante] zich niet dusdanig onderscheid van andere woningzoekenden, die in vergelijkbare omstandigheden verkeren, dat sprake is van een uiterst bijzonder geval van schrijnende sociaal-maatschappelijke problematiek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1452
Datum uitspraak
2 april 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402558/1/A2

202402732/1/V2

Bij brief van 16 januari 2024 heeft de vreemdeling de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag van 13 april 2022 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdeling heeft tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag beroep ingesteld bij de rechtbank. De vreemdeling heeft de Chinese nationaliteit. Hij heeft verklaard dat hij van 2009 tot 2014 en van 2018 tot zijn vertrek in februari 2022 in Oekraïne heeft gewoond. De vreemdeling is op 5 mei 2012 gehuwd met een Oekraïense vrouw en zij hebben een zoon. De vreemdeling is op 7 maart 2022 samen met zijn vrouw en kind Nederland ingereisd. De vreemdeling heeft op 13 april 2022 een asielverzoek ingediend in de centrale aanmeldlocatie in Ter Apel. Zijn vrouw en kind maken geen deel uit van deze procedure. Partijen zijn het erover eens dat de vreemdeling in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de richtlijn tijdelijke bescherming, omdat de vreemdeling voor 24 februari 2022 met zijn Oekraïense vrouw en kind in Oekraïne verbleef.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1473
Datum uitspraak
2 april 2025
  • Verwijzingsuitspraak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402732/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402732/1/V2

202403671/1/R2

Bij besluit van 16 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss ten behoeve van het bestemmingsplan "Wijziging 1 bestemmingsplan Midden-Noord-Oss 2012" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. De zaak gaat over het besluit hogere waarden dat het college van Oss heeft genomen om de realisering van 28 woningen en 24 zorgappartementen mogelijk te maken waarin het plan voorziet. Om de appartementen mogelijk te maken acht het college een hogere waarde van max 60 dB nodig voor de zuidgevel, 58dB voor de westgevel, 56 dB voor de noordgevel en 59 dB voor de oostgevel, vanwege de Hertogensingel. Deze hogere waarden passen volgens het college binnen het gemeentelijk geluidsbeleid. Tegen het wijzigingsplan hebben drie andere partijen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1433
Datum uitspraak
2 april 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403671/1/R2

202403708/1/A2

Bij besluiten van 3 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk aanvragen van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Op 1 maart 1990 heeft [appellante B] de percelen met een dubbel woonhuis en schuren aan de [locatie 1] en [locatie2] in Cuijk in eigendom verkregen. [appellant A] is op 25 november 2009 eigenaar geworden van het perceel en de daarop gelegen woning aan de [locatie 1]. De percelen liggen op een bedrijventerrein. Beiden hebben op 6 maart 2019 een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade ingediend. Zij stellen planschade te hebben geleden door het op 16 december 2013 vastgestelde en op 19 maart 2014 in werking getreden en onherroepelijk geworden bestemmingsplan "Bedrijventerrein Cuijk". Volgens hen zijn hun woningen in waarde gedaald doordat deze in het nieuwe bestemmingsplan zijn bestemd als bedrijfswoning, terwijl de woningen voorheen als reguliere woningen konden worden gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1419
Datum uitspraak
2 april 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403708/1/A2

202403862/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de minister van Financiën geweigerd een private schuld van [appellante] over te nemen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. In hoofdstuk 4 van de Wht is geregeld onder welke voorwaarden gedupeerden in aanmerking komen voor het overnemen en betalen van private schulden. Uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wht volgt dat het bij schulden die worden overgenomen moet gaan om geldschulden die zijn ontstaan na 31 december 2005, die vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren en niet zijn voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan. In artikel 4.1, derde lid, is opgenomen welke geldschulden en kosten worden overgenomen. Dat is, zoals bepaald in artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, onder meer een private schuld die is vastgelegd in een notariële akte die is verleden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021, of waarvan blijkt uit een rechterlijke uitspraak indien de daaraan voorafgaande ingebrekestelling of dagvaarding of het daaraan voorafgaande verzoekschrift dateert van voor 1 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1435
Datum uitspraak
2 april 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403862/1/A2

202404038/1/A2

Bij besluit van 21 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal aan de vennootschap een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 18.700,00, vermeerderd met de wettelijke rente. De vennootschap is eigenaar van het pand aan de [locatie 1]/[locatie 2] in Veenendaal. Voorheen was in dit pand een horecabedrijf gevestigd, maar sinds de vennootschap het pand in 2012 heeft gekocht, heeft het leeg gestaan. Zowel de vennootschap als haar huurder hebben geprobeerd om de horeca weer op te starten, maar dat is niet gelukt, onder meer omdat de burgemeester om verschillende redenen heeft geweigerd de benodigde exploitatievergunning te verlenen. Ondertussen heeft het college bij besluit van 24 november 2015 het wijzigingsplan "[locatie 1] en [locatie 3]" vastgesteld. In dit plan wordt de in het bestemmingsplan "Centrum" voor deze percelen opgenomen bestemming gewijzigd waardoor horeca daar niet is toegestaan, terwijl dat op grond van het bestemmingsplan nog wel mogelijk was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1443
Datum uitspraak
2 april 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202404038/1/A2

202404116/1/A2

Bij besluit van 28 december 2021 heeft de Dienst het voorschot zorgtoeslag van [appellante] voor het jaar 2022 vastgesteld op nihil. [appellante] heeft voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget ontvangen voor het jaar 2020. Bij de definitieve berekening heeft de Dienst [persoon] aangemerkt als toeslagpartner van [appellante]. De Dienst heeft vervolgens de zorgtoeslag en het kindgebonden budget van [appellante] vastgesteld op nihil, omdat het gezamenlijk toetsingsinkomen van [appellante] en [persoon] te hoog is om hiervoor in aanmerking te komen. De Dienst heeft daarom een bedrag van € 548,00 (inclusief wettelijke rente à € 11,00) teruggevorderd. De Dienst heeft om deze reden ook het voorschot zorgtoeslag van [appellante] voor het jaar 2022 herzien en vastgesteld op € 334,00. Volgens de Dienst was [persoon] in de periode tussen 1 januari 2022 en 15 september 2022 de toeslagpartner van [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1441
Datum uitspraak
2 april 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404116/1/A2

202404771/1/A2

Bij besluit van 9 juni 2023 heeft de Dienst de huurtoeslag van [appellant] over het jaar 2021 herzien, vastgesteld op nihil en de teveel ontvangen huurtoeslag inclusief rente teruggevorderd. [appellant] heeft over het jaar 2021 een voorschot huurtoeslag ten bedrage van € 2.918,00 ontvangen. Bij besluit van 11 november 2022 heeft de Dienst de huurtoeslag over dit jaar definitief vastgesteld. Deze vaststelling is gebaseerd op een toetsingsinkomen over 2021 van € 0,00. Op 10 mei 2023 heeft de Dienst een melding uit de Basisregistratie Inkomen ontvangen dat het toetsingsinkomen van [appellant] over het jaar 2021 € 112,00 bedraagt en dat hij een rendementsgrondslag heeft van € 101.246,00. De Dienst heeft op grond van deze melding op 9 juni 2023 een herziene definitieve berekening huurtoeslag over het jaar 2021 gemaakt en de huurtoeslag van [appellant] vastgesteld op nihil.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1434
Datum uitspraak
2 april 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404771/1/A2

202405387/1/V6

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verzoek van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht afgewezen. Op basis van medische adviezen van Argonaut van 22 april 2022 en 10 oktober 2022 heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat [appellant] in staat is om binnen vijf jaar aan de inburgeringsplicht te voldoen. De staatssecretaris heeft het verzoek van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht daarom afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1414
Datum uitspraak
2 april 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405387/1/V6
vorige pagina1...864865866...12.667volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon