Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.933
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202504600/2/V2

Bij besluit van 15 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4481
Datum uitspraak
22 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504600/2/V2

202504646/2/V2

Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 11 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker heeft nadere stukken ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4471
Datum uitspraak
22 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504646/2/V2

202504793/1/V3

Bij besluit van 31 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij mondelinge uitspraak van 19 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B.A. Palm, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4472
Datum uitspraak
22 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504793/1/V3

202504982/2/V2

Bij besluit van 25 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4508
Datum uitspraak
22 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504982/2/V2

202504985/2/V2

Bij besluit van 25 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4506
Datum uitspraak
22 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504985/2/V2

202504986/2/V2

Bij besluit van 25 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4505
Datum uitspraak
22 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504986/2/V2

202505058/1/V1 en 202505058/2/V1

Bij besluit van 18 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4480
Datum uitspraak
22 september 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505058/1/V1 en 202505058/2/V1

BRS.25.000347

Op 26 september 2024 heeft de minister een eerder genomen terugkeerbesluit aangevuld. Bij uitspraak van 4 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4440
Datum uitspraak
22 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000347

BRS.25.000581

Bij mondelinge uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4442
Datum uitspraak
22 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000581

BRS.25.000596

Bij besluit van 18 april 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij mondelinge uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. A. Jankie, advocaat in Den Haag, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4443
Datum uitspraak
22 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000596

BRS.25.000718

Bij besluit van 30 mei 2025 heeft de minister appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij mondelinge uitspraak van 16 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D. van Elp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4444
Datum uitspraak
22 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000718

BRS.25.000783

Bij besluit van 10 juni 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 24 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4445
Datum uitspraak
22 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000783

202400341/2/R2

Bij besluit van 29 december 2021 heeft de minister voor Natuur en Stikstof aan vier vissers die vissen met vaartuigen WR 16, WR 141, WR 161 en WR 225, natuurvergunningen op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming verleend voor het vissen op spiering met pelagische sleepnetten op acht locaties in de Waddenzee. De vergunningen gelden voor de jaren 2021 tot en met 2026, steeds in de periode van 15 september tot 1 maart. Bij besluiten van 10 juni 2025 heeft de staatssecretaris aan de vier vissers (gewijzigde) natuurvergunningen verleend voor het vissen op spiering met pelagische sleepnetten op acht locaties in de Waddenzee. De vergunningen gelden vanaf 1 oktober 2025 tot en met 2031, steeds in de periode van 1 oktober tot 1 maart. In deze zaak is de vraag aan de orde of uit de passende beoordeling voor de natuurvergunningen die aan de vier vissers zijn verleend de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden Waddenzee en IJsselmeer niet worden aangetast zoals bedoeld in artikel 2.8, derde lid, van de Wnb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4461
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202400341/2/R2

202406479/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Bij uitspraak van 24 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellanten ingestelde beroep gegrond verklaard en bepaald dat de minister van Asiel en Migratie voor 1 maart 2025 alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4479
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406479/1/V1

202500923/1/V1

Bij besluit van 22 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 14 mei 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 21 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. H.H.R. Bruggeman, advocaat in Leiderdorp, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4470
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500923/1/V1

202503941/1/V3

Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4464
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503941/1/V3

202503942/1/V3

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 11 maart 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4465
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503942/1/V3

202503945/1/V3

Bij besluit van 17 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 24 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4468
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503945/1/V3

202503946/1/V3

Bij besluit van 22 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4466
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503946/1/V3

202503947/1/V3

Bij besluit van 11 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4467
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503947/1/V3

202503971/1/V3

Bij besluit van 15 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 13 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B. Aydin, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4469
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503971/1/V3

202505139/2/V2.

Bij besluit van 19 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4477
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505139/2/V2.

BRS.25.000135

Bij besluit van 18 januari 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 5 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. L.J. Meijering, advocaat in Assen, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4402
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000135

BRS.25.001241

Bij besluit van 28 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkenen verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en een aanvraag voor verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd voor betrokkenen 1 en 2 afgewezen. Bij besluit van 29 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4404
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001241

202502813/3/R1

Onder meer het college van B&W, KLM en andere, easyJet en andere en de Stichting en anderen hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat van 6 mei 2025 tot wijziging van het Luchthavenverkeersbesluit Schiphol in verband met de invoering van een maximaal vliegtuigbewegingen voor het etmaal en wijziging van het maximaal aantal vliegtuigbewegingen voor de nacht. De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het gaat in de eerste plaats om een brief van 16 april 2025 van de Eurocommissaris voor Duurzaam Transport en Toerisme aan de minister. In de tweede plaats gaat het om een brief van 22 mei 2025 van de minister aan deze Eurocommissaris. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Volgens de minister heeft de correspondentie tussen de Eurocommissaris en de minister plaatsgevonden in het vertrouwen dat de inhoud niet naar buiten zal worden gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4460
Datum uitspraak
19 september 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502813/3/R1

202401168/1/V1

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ (hierna: de kennisgeving) van 20 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van betrokkene te hebben gewijzigd. Bij besluit van 11 oktober 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 26 januari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4449
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401168/1/V1

202404540/1/V3

Bij besluit van 2 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van 3 april 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 16 november 2023 in zaak nr. NL23.12654 heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4492
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404540/1/V3

202405968/1/V1

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ (hierna: de kennisgeving) van 15 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van appellant te hebben gewijzigd. Bij besluit van 15 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 26 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.I.T. Sopacua, advocaat in Heerlen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4450
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405968/1/V1

202406002/2/V1

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4456
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406002/2/V1

202406477/1/R1

Bij besluit van 10 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag onder meer de locatie 14B-12 in de Stille Veerkade nabij huisnummer 12 in Den Haag aangewezen voor de plaatsing van een of meerdere ondergrondse restafvalcontainers. Bij de keuze van een locatie voor een ORAC moet het college een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het locatieplan. Daarbij heeft het college beleidsruimte. De Afdeling beoordeelt, aan de hand van de beroepsgronden, of de nadelige gevolgen van de aanwijzing van de locatie niet onevenredig zijn in verhouding tot de met de aanwijzing te dienen doelen. Daarbij beoordeelt zij of het college de locatie geschikt heeft mogen achten voor de plaatsing van de ORAC.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4507
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202406477/1/R1

202406827/1/V1

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4455
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406827/1/V1

202407883/1/V3

Bij besluit van 7 december 2024 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 23 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep, voor zover gericht tegen de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel, gegrond verklaard en voor het overige ongegrond, de wijziging van de tenuitvoerlegging van de maatregel met ingang van die dag bevolen en de minister opgedragen betrokkene schadeloos te stellen. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. F.H. Bruggink, advocaat in Den Haag, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4451
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407883/1/V3

202407957/1/V3

Bij besluit van 7 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 23 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep, voor zover gericht tegen de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel, gegrond verklaard en voor het overige ongegrond, de wijziging van de tenuitvoerlegging van de maatregel met ingang van die dag bevolen en de minister opgedragen betrokkene schadeloos te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4448
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407957/1/V3

202501643/3/R4

Bij besluit van 27 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lochem aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een loods op het perceel [locatie] in Joppe, gemeente Lochem. Op het perceel staat onder meer een bedrijfswoning waarin [partij] woont. Uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat [partij] op het perceel een eenmanszaak heeft ingeschreven die zich bezighoudt met het telen van voedergewassen en met groothandel in landbouwmachines, werktuigen en tractoren. [partij] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een loods met een grondoppervlak van 1.300 m². Tussen partijen is niet in geschil dat op grond van het bestemmingsplan het perceel niet mag worden gebruikt voor de groothandel van [partij]. Volgens [partij] voert hij op het perceel alleen kantoorwerkzaamheden uit voor zijn groothandel en staat zijn handelswaar bij een bedrijf in Lochem waar hij mee samenwerkt. [verzoeker] vreest echter dat de loods geheel of gedeeltelijk in strijd met het bestemmingsplan zal worden gebruikt voor de groothandel in landbouwmachines, werktuigen en tractoren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4447
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501643/3/R4

202502696/1/V1

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4454
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502696/1/V1

202502986/2/R2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu voor de intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan [verzoekster] afgewezen. De zaak gaat over een verzoek van MOB en Leefmilieu aan het college om de natuurvergunning van [verzoekster] die vlakbij het Natura 2000-gebied ‘Groote Peel' is gevestigd, in te trekken, dan wel passende maatregelen te treffen om de stikstofdepositie te beperken. Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat het het intrekken of beperken van vergunningen van individuele veehouderijen te ver vindt gaan. Het college hecht veel belang aan de rechtszekerheid die de veehouderijen ontlenen aan hun vergunning of milieutoestemming en wijst op landelijke en provinciale maatregelen die worden genomen om de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied te verminderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4405
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202502986/2/R2

202504624/1/V2 en 202504624/2/V2

Bij besluit van 9 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4453
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504624/1/V2 en 202504624/2/V2

202504713/1/V3

Bij uitspraak van 15 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4452
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504713/1/V3

202505137/2/V3

Bij besluit van 20 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4478
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505137/2/V3

BRS.25.000015

Bij besluit van 11 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4391
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000015

BRS.25.001178

Bij besluit van 30 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4394
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001178

BRS.25.001182

Bij besluit van 24 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4388
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001182

BRS.25.001194

Bij besluit van 23 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4386
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001194

BRS.25.001198

Bij besluit van 9 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4387
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001198

BRS.25.001283

Bij besluiten van 18 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4459
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001283

202202444/1/A3

Bij besluit van 23 juni 2021 heeft de burgemeester van Amersfoort de woning aan de [locatie] in Amersfoort voor drie maanden gesloten. Op 6 mei 2021 heeft de politie de woning van [appellant] aan de [locatie] in Amersfoort binnengetreden. In de bestuurlijke rapportage van 7 juni 2021 staat onder meer dat in de woning 682,31 gram amfetamine is aangetroffen, verdeeld over dertien gripzakjes in de vriezer en één zakje onder het topdekmatras. Ook zijn er twee kleine digitale weegschalen en naar schatting meer dan 100 lege gripzakjes gevonden in de keuken en de slaapkamer. Ook staat in de rapportage dat er in maart en april 2021 vier meldingen bij de politie zijn binnengekomen van drugshandel en (ook nachtelijke) bedrijvigheid vanuit de woning, die met veel beveiligingscamera’s en twee grote gevaarlijke honden bewaakt wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4401
Datum uitspraak
18 september 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202202444/1/A3

202407016/1/V1

Bij besluiten van 22 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4399
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407016/1/V1

202501143/2/R4

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer besloten tot invordering van twee volgens het college door [verzoekster] verbeurde dwangsommen van in totaal € 4.500,00. Het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermeldt dat [verzoekster] is gevestigd op het bedrijfsperceel aan de [locatie] in Vijfhuizen en daar onder meer handelt in auto’s, auto-onderdelen en metaal. [vennoot A] en [vennoot B] zijn de vennoten van [verzoekster]. Bij besluit van 30 augustus 2024 heeft het college [verzoekster] zes lasten onder dwangsom opgelegd om verweten overtredingen op het perceel te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoekster] heeft bezwaar gemaakt tegen het invorderingsbesluit van 23 juli 2025 en heeft de rechtbank verzocht om hangende dat bezwaar het besluit van 23 juli 2025 te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4403
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501143/2/R4

202502359/1/V3

Bij besluit van 1 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4383
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502359/1/V3

202503612/2/V1

Bij formulier gedateerd op 11 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene geïnformeerd dat hij de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening beëindigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4398
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202503612/2/V1

202503639/2/V1

Bij formulier gedateerd op 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene geïnformeerd dat hij de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 13 juni 2023 beëindigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4397
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202503639/2/V1

202503853/1/V3

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4396
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503853/1/V3

202504546/1/V2

Bij besluit van 13 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4395
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504546/1/V2

BRS.25.000771

Bij besluit van 14 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4377
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000771

BRS.25.000785

Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4379
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000785

BRS.25.001223

Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4373
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001223

BRS.25.001290

Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4384
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001290

202202632/1/R3

Bij besluit van 8 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerveld het wijzigingsplan "Nieuwbouw koloniewoningen Hooiweg Noord" vastgesteld. De bevoegdheid voor het vaststellen van het wijzigingsplan is neergelegd in het bestemmingsplan "Beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord". In het bestemmingsplan is de planlocatie aangewezen als "wro-zone - wijzigingsgebied 4". Binnen deze gebiedsaanduiding is het mogelijk om de agrarische bestemming onder een aantal voorwaarden te wijzigen in de bestemming "Wonen - Koloniewoningen". Het wijzigingsplan "Nieuwbouw koloniewoningen Hooiweg Noord" maakt de ontwikkeling van acht nieuwbouwwoningen mogelijk. De acht bestemmingsvlakken met de nieuwe bestemming "Woning - Koloniewoningen" hebben betrekking op percelen van ongeveer 20 m diep en 37 m breed en deze vlakken zijn aan drie zijden omgeven door bestemmingsvlakken met de bestemming "Agrarisch".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4407
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202202632/1/R3

202204366/2/R3

Bij tussenuitspraak van 25 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3869, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Noordwijk opgedragen om binnen 18 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 31 mei 2022, waarbij het exploitatieplan "Bronsgeest" is vastgesteld, te herstellen. In overweging 10 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het beroep van TGH een gebrek in het besluit van 31 mei 2022 aan het licht heeft gebracht. De Afdeling heeft de raad vervolgens in de gelegenheid gesteld om dit gebrek te herstellen. De raad heeft bij besluit van 19 december 2024 het exploitatieplan gewijzigd vastgesteld. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft het beroep van TGH tegen het besluit van 31 mei 2022 van rechtswege ook betrekking op het besluit van 19 december 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4413
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202204366/2/R3

202204461/3/R3

Bij tussenuitspraak van 25 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3874, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Noordwijk opgedragen om binnen 18 weken na verzending van die uitspraak, met inachtneming van wat daarin onder 12.4, 13.3, 13.5, 21.3, 24.1 en 37 is overwogen, de gebreken in het besluit van de raad van 22 februari 2022, waarbij het bestemmingsplan "Bronsgeest 2021" is vastgesteld, te herstellen. De beroepen van [appellant sub 2], [appellant sub 3] en het college van gedeputeerde staten hebben op grond van artikel 6:19 van de Awb van rechtswege mede betrekking op het herstelbesluit. Wat [appellant sub 2] en [appellant sub 3] als zienswijze naar voren hebben gebracht, zal de Afdeling aanmerken als de gronden van het beroep van rechtswege tegen het herstelbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4415
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202204461/3/R3

202205850/1/R4

Bij besluit van 5 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het verzoek van de stichting om handhavend op te treden tegen de verkoop van vislood in de winkels Decathlon in Breda en Fauna Hengelsport in Raamsdonksveer, afgewezen. De stichting zet zich in om het gebruik van lood door sportvissers te voorkomen. Vislood is een (doorgaans loden) accessoire dat aan een vislijn wordt bevestigd om deze te verzwaren. Volgens de stichting leidt het gebruik van vislood tot schade voor de volksgezondheid en het milieu en is de verkoop daarvan in strijd met artikel 9.2.1.2 van de Wet milieubeheer. De stichting heeft bij brief van 25 juli 2020 verzocht om handhavend op te treden tegen de verkoop van vislood in twee winkels. Bij het besluit van 5 februari 2021 heeft de staatssecretaris het handhavingsverzoek afgewezen. Bij het besluit van 9 juni 2021 heeft de staatssecretaris de afwijzing in stand gelaten. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat niet handhavend kan worden opgetreden omdat er geen overtreding is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4414
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205850/1/R4

202207481/1/R3

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [belanghebbende] voor het bouwen van een tweelaagse aanbouw aan de achterzijde van de woning en een constructieve doorbraak van een draagmuur op de begane grond op de locatie [locatie A] te Rotterdam. De omgevingsvergunning maakt de bouw van een tweelaagse aanbouw aan de achterzijde van de woning op dit adres en een constructieve doorbraak van een draagmuur op de begane grond mogelijk. [appellant sub 2] en anderen wonen aan de [locatie B] en [locatie C] en zijn het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning omdat de aanbouw hun woongenot aantast. Het college betoogt dat de rechtbank bij haar oordeel dat het college onvoldoende heeft onderbouwd waarom de uitbouw in twee lagen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, niet heeft onderkend dat de uitbouw in twee lagen in overeenstemming is met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4432
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207481/1/R3

202300899/1/R3 en 202301231/1/R3

Bij besluit van 11 september 2020 heeft college van burgemeester en wethouders van Westland aan [partij] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een keerwandconstructie met trap op het perceel [locatie 1] in Monster. [appellant] woont op het adres [locatie 2] in Monster, naast het perceel van [partij] aan [locatie 1]. [partij] heeft op zijn perceel een keerwand gerealiseerd. Volgens [appellant] is deze keerwand in afwijking van de in 2018 verleende omgevingsvergunning gerealiseerd. [appellant] heeft het college verzocht om daartegen handhavend op te treden. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de keerwand inderdaad in afwijking van de omgevingsvergunning is gerealiseerd, en heeft [partij] in de gelegenheid gesteld om alsnog een legaliserende omgevingsvergunning aan te vragen. Dat heeft [partij] gedaan. Het college heeft deze omgevingsvergunning verleend en heeft vervolgens het verzoek om handhavend op te treden tegen de keerwand afgewezen. [appellant] is het daar niet mee eens. Volgens hem mocht het college de omgevingsvergunning niet verlenen en moet het wel handhavend optreden tegen de keerwand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4406
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300899/1/R3 en 202301231/1/R3

202302920/1/A2

Bij besluit van 5 februari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand het verzoek van [appellant sub 2] om in de toevoeging 4NS9759 meer dan 27 uren te mogen besteden, afgewezen. [appellant sub 2] heeft [partij] bijgestaan in een huurgeschil. [partij] dreigde door de woningcorporatie uit zijn huis te worden gezet omdat hij stelselmatig overlast zou hebben veroorzaakt die ontruiming en ontbinding zou rechtvaardigen. Omdat de zaak volgens [appellant sub 2] feitelijk complex is door de omvang en het vele overleg dat noodzakelijk is, heeft hij op 13 januari 2020 en op 10 februari 2020 aanvragen bij de raad ingediend voor 11 respectievelijk 13 extra uren verleende rechtsbijstand. De raad voor rechtsbijstand heeft beide aanvragen voor extra uren afgewezen. Aan de handhaving daarvan in het besluit van 14 mei 2020 heeft de raad ten grondslag gelegd dat [appellant sub 2] zich met het verzoek om toekenning van extra uren beroept op een uitzonderingssituatie, waardoor het aan hem is om aannemelijk te maken dat sprake is van een bewerkelijke zaak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4418
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202302920/1/A2

202303418/1/R3

Bij afzonderlijke besluiten van 18 november 2020 heeft het college de aanvraag van [appellant] om omgevingsvergunning voor het bouwen van acht woningen en het splitsen van de bestaande woning op het perceel Boekelosestraat 255 in Enschede, buiten behandeling gesteld, en de aanvraag van [appellant] om omgevingsvergunning voor het bouwen van een multifunctioneel gebouw met acht woonhuizen op de verdieping op het perceel buiten behandeling gesteld. Op 30 juni 2020 heeft de raad van Enschede de beheersverordening "Boekelosestraat 255-257 (2020)" vastgesteld en bepaald dat deze op 9 juli 2020 in werking treedt. Op 7 juli 2020 en 8 juli 2020 heeft [appellant] aanvragen om omgevingsvergunning ingediend. Volgens het college bevatten de beide aanvragen onvoldoende gegevens om deze inhoudelijk te kunnen beoordelen. Het college heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld om de aanvragen binnen twaalf weken aan te vullen met de ontbrekende gegevens. Bij de besluiten van 18 november 2020 heeft het college de beide aanvragen buiten behandeling gesteld, omdat het de gegevens die [appellant] alsnog heeft ingediend nog altijd onvoldoende achtte om de aanvragen inhoudelijk te kunnen beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4426
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303418/1/R3

202303564/1/A2

Bij besluit van 22 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [partijen] een bestuurlijke boete opgelegd van € 11.600,00 voor het onttrekken van woonruimte aan de woonruimtevoorraad alsmede het niet voldoen aan de voorwaarde om vooraf melding te doen van de toeristische verhuur. In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling of aan [partijen] een boete mocht worden opgelegd en zo ja, hoe hoog die boete moet zijn. Volgens het college moeten zij een boete van € 3.000,00 betalen. Volgens de rechtbank hoeven zij geen boete te betalen. [partijen] zijn eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. Op 10 november 2020 heeft een toezichthouder digitaal onderzoek gedaan naar de woning. Hieruit is gebleken dat de woning werd aangeboden voor vakantieverhuur en dat er in augustus 2020 een recensie is achtergelaten. Op basis hiervan heeft het college geconcludeerd dat de woning in die maand is verhuurd aan toeristen zonder vergunning en zonder dat vooraf melding van de verhuur is gedaan. Het college beschouwt dit als administratieve overtredingen en heeft een boete van € 11.600,00 aan [partijen] opgelegd voor het overtreden van artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4419
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202303564/1/A2

202303789/1/R3

Bij besluit van 8 april 2021 heeft het college aan de gemeente Den Haag een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een sportkooi op een terrein bij de Houtrustweg, tegenover de Zeezwaluwstraat 295 in Den Haag. Met het besluit van 8 april 2021 heeft het college aan de gemeente Den Haag een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een sportkooi op het terrein bij de Houtrustweg, tegenover de Zeezwaluwstraat 295 in Den Haag. De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteiten "bouwen" en "handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening" als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [appellant] en anderen wonen in een appartementencomplex aan de [locatie] in Den Haag, tegenover de locatie waar de sportkooi is geplaatst. Zij stellen dat het gebruik van de sportkooi, die inmiddels in gebruik is genomen, leidt tot geluidsoverlast en overlast door hangjongeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4420
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303789/1/R3

202303898/1/R2

Bij besluit van 17 december 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan Nautisch Centrum B.V. een vergunning als bedoeld in artikel 2.7. tweede lid, van de Wet natuurbescherming verleend voor het exploiteren en wijzigen van een betoncentrale aan de Veerstraat 42 in Boxmeer. Nautisch Centrum B.V. is eigenaar van een betoncentrale aan de Veerstraat 42 in Boxmeer. Voor het in werking hebben van de betoncentrale is op 14 januari 1992 een Hinderwetvergunning verleend. Op 9 juni 1996 is verder een melding als bedoeld in artikel 8.19 van de Wet milieubeheer gedaan. Nautisch Centrum B.V. heeft een natuurvergunning aangevraagd voor de exploitatie en wijziging van de betoncentrale en laad- en loswal met bijbehorende opslagfaciliteiten grenzend aan de rivier de Maas. De wijziging heeft betrekking op het vervangen van de installatie van de betoncentrales en de sloop en herbouw van een loods met kantoor en werkplaats. De exploitatie bestaat uit de productie van 60.000 m3 betonmortel per jaar, met de daarbij behorende transportbewegingen voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van betonmortel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4431
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202303898/1/R2

202304542/1/R3

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren aan Stichting Oud Lemmer omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een "akenbank" aan de Prinsessekade in Lemmer. De Stichting wil aan de Prinsessekade in Lemmer, bij de hoek met de Tramhaven, een "akenbank" bij het water plaatsen. Dit is een (artistiek) kunstwerk in de vorm van een opengewerkte achtersteven van een Lemsteraak, dat ook fungeert als zitbank. Het gaat om een metalen bouwwerk van 1,4 m hoog en met een grondplaat met een breedte van 2,4 m en een lengte van 3 m. De akenbank komt in de plaats van twee hier eerder aanwezige zitbanken. [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college de gevraagde omgevingsvergunning had moeten weigeren omdat er geschiktere locaties voor de akenbank zijn, die ook voor de Stichting aanvaardbaar zouden moeten zijn. [appellant] en anderen hebben op de zitting naar voren gebracht dat een verschuiving van de akenbank met enkele meters al een oplossing zou kunnen bieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4421
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304542/1/R3

202304702/1/R3

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf aan [vergunninghoudster] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van bedrijfsverzamelgebouw nr. 3 en het wijzigen van de positie van gebouw 2 aan de Industrieweg in Appelscha. Bedrijfsplanning Bollenstreek wil op de locatie Industrieweg 8U1 t/m 8U12 in Appelscha een nieuw bedrijfsverzamelgebouw realiseren bij twee al bestaande bedrijfsverzamelgebouwen. Hiervoor heeft [vergunninghoudster] in haar opdracht een omgevingsvergunning aangevraagd. Dit nieuwe bedrijfsverzamelgebouw is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Bedrijventerrein" omdat het gedeeltelijk buiten het daarin aangewezen bouwvlak is geprojecteerd. Voor deze afwijking heeft het college mede omgevingsvergunning voor de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening verleend, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2o, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4422
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304702/1/R3

202304731/1/R3

Bij besluit van 8 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen activiteiten op het perceel van [appellant sub 2] aan de [locatie 1] in Boksum onder meer afgewezen voor zover het gaat om de zonder omgevingsvergunning gerealiseerde omheining van een paardenbak, om de aanleg en het gebruik van die paardenbak, en om het in gebruik hebben van een mestopslag. [appellant sub 2] houdt bij zijn woonboerderij op het perceel enkele paarden, waarvoor zes paardenboxen aanwezig zijn. Op het perceel is ook een paardenbak aanwezig. Elders op het perceel is ook mestopslag aanwezig. [partij] woonde aan de [locatie 2] in Boksum, vlak naast de paardenbak. Hij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen onder meer de paardenbak en de mestopslag. Het college heeft het verzoek, na enige aanpassingen aan de mestopslag en na het alsnog verlenen van een omgevingsvergunning voor de omheining van de paardenbak, in zoverre afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4427
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304731/1/R3

202305755/1/R3

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Noordwijk besloten het bestemmingsplan "Gooweg perceel D2059 - Noordwijkerhout" niet vast te stellen. De erven van [appellante] zijn eigenaar van het perceel met de kadastrale aanduiding "Noordwijkerhout D 2059" dat ligt aan de westzijde van de [locatie] in Noordwijkerhout. Het perceel heeft op dit moment een agrarische bestemming. Op 29 september 2018 heeft [appellante] een verzoek ingediend om het bestemmingsplan "Buitengebied 2015" te wijzigen om op het perceel vier Greenportwoningen te kunnen realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken voorzag het ontwerp van het bestemmingsplan "Gooweg perceel D2059 - Noordwijkerhout" in de wijziging van de agrarische bestemming van het perceel naar een woonbestemming. De raad heeft het bestemmingsplan niet vastgesteld. De erven van [appellante] betogen dat de raad ten onrechte niet heeft onderbouwd waarom het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, zodat de raad het besluit om het plan niet vast te stellen onzorgvuldig heeft voorbereid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4423
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305755/1/R3

202305998/1/R3

Bij besluit van 1 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Teylingen het bestemmingsplan "Loosterweg 16, Voorhout" vastgesteld. Het plan wijzigt de bestemming van het perceel Loosterweg 16 in Voorhout. De bedrijfswoning aan de voorzijde van het perceel wordt omgezet naar een burgerwoning met een aangepaste kavel. Verder krijgen de omliggende gronden de bestemming "Agrarisch - Bollenteelt - bollenzone 1". Deze gronden hadden eerst de bestemming "Bedrijf - Agrarisch handels- en exportbedrijf" onder het bestemmingsplan "Buitengebied Teylingen". Stek was eigenaar van de kadastrale percelen waarop het bestemmingsplan betrekking heeft en heeft deze bij koopovereenkomst op 1 augustus 2022 verkocht aan [appellanten sub 1], onder voorwaarde dat Stek zorgdraagt voor een bestemmingsplanherziening. Hiertoe heeft Stek op 10 oktober 2022 een anterieure overeenkomst met de gemeente afgesloten. [appellanten sub 1] en Stek komen op tegen de vaststelling van het bestemmingsplan, omdat de raad ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan volgens hen ten onrechte het bestemmingsvlak "Wonen - 1" heeft verkleind van 1.000 m² naar 750 m² en het bestemmingsvlak "Tuin - 1" van 400 m² naar 250 m².

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4424
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305998/1/R3

202306054/1/A3

Bij besluit van 24 augustus 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe een aanvraag van Snavelhof voor het doden van de vos met behulp van een lichtbak afgewezen. Snavelhof is een bedrijf dat sinds 1994 (sier)vogels en ander kleinvee verhandelt, importeert en exporteert. Eén van de onderdelen van de bedrijfsvoering is het fokken van bijzondere dieren, zoals flamingo’s. Volgens Snavelhof wordt de levende have in het bedrijf met enige regelmaat aangevallen door onder andere vossen. Ondanks voorzorgsmaatregelen om de vos buiten het verblijf van de dieren te houden, dringt de vos toch binnen. Op 11 februari 2021 is een vos bij extreme sneeuwval het verblijf van de flamingo’s binnengedrongen, waarbij enkele flamingo’s zijn dood gebeten. Volgens Snavelhof is de schade inmiddels meer dan € 100.000,-, mede omdat de flamingo’s na de aanval niet meer durven te broeden. Snavelhof wil bij het bestrijden van de vos deze in de nachtelijke uren gedurende alle seizoenen bejagen en daarbij gebruik maken van een lichtbak, waar de vossen aangetrokken door het licht op af komen en makkelijker af te schieten zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4425
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202306054/1/A3

202306229/1/R1

Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer het verzoek van [appellant sub 1] om een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op haar verzoek om handhaving van 1 november 2021 afgewezen. [appellant sub 1] woont op het perceel [locatie] in Zwaanshoek. Zij heeft op 1 november 2021 een verzoek om handhaving gedaan. Dat verzoek gaat over erfafscheidingen in de omgeving van haar perceel. Het college heeft op 14 december 2021 de wettelijke termijn van acht weken om te beslissen op de aanvraag verlengd tot 21 februari 2022. Op 4 maart 2022 heeft [appellant sub 1] het college in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op het handhavingsverzoek. Op 14 april 2022 heeft zij het verzoek om handhaving ingetrokken. Daarbij heeft zij het college verzocht nog een besluit te nemen op de ingebrekestelling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4412
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306229/1/R1

202306637/1/R2

Bij besluit van 13 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert [appellant] gelast om de zonder omgevingsvergunning geplaatste woonunit/stacaravan op het perceel [locatie] in Zundert te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat er geen sprake is van een overtreding. Volgens [appellant] kan de stacaravan namelijk vergunningvrij worden opgericht. Hij heeft hierover aangevoerd dat de stacaravan een bouwwerk, geen gebouw zijnde, is die past in het bestemmingsplan. Verder heeft [appellant] aangevoerd dat de stacaravan een bijbehorend bouwwerk is bij de al op het perceel aanwezige akkerschuur, die als hoofdgebouw moet worden aangemerkt. Uit het feit dat het college voor deze schuur in 1999 een bouwvergunning heeft verleend volgt volgens [appellant] dat het college de bouw van de schuur noodzakelijk achtte voor de uitvoering van de bestemming. Omdat de stacaravan in het achtererfgebied van de akkerschuur is geplaatst, is de stacaravan volgens [appellant] vergunningvrij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4411
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306637/1/R2

202306912/1/R1

Bij besluit van 25 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de op die dag opgelegde mondelinge bouwstop schriftelijk bevestigd en [appellanten] onder oplegging van een dwangsom gelast de bouwwerkzaamheden in de tuin van het perceel [locatie 1] in Amsterdam gestaakt te houden. [appellanten] woont in de woning aan de [locatie 1]. Op 19 mei 2022 heeft een toezichthouder een controle uitgevoerd in de tuin van het perceel en geconstateerd dat daar bouwwerkzaamheden werden verricht ten behoeve van het plaatsen van een zwembad/jacuzzi zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning was verleend. Er was een betonnen plaat gestort onder het maaiveld, waarop een constructie is gemaakt voor het plaatsen van een jacuzzi met een afdekplaat eroverheen, met een afmeting van 5,2 m x 3,3 m. Het college heeft de bouwstop en last onder dwangsom opgelegd ter voorkoming van voortzetting van de werkzaamheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4409
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306912/1/R1

202400470/1/R2

Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan "Oud Herlaer en Haanwijk" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Oud Herlaer en Haanwijk" voorziet in de realisatie van het ‘Brabants Buitenmuseum Out Herlaer’ op het adres Oud Herlaer 1, de realisatie van permanente horeca-activiteiten ter plaatse van het hoofdhuis van landgoed Haanwijk aan de Haanwijk 1 en de omzetting van de bestemming "Agrarisch", inclusief bedrijfswoning in "Wonen" ter plaatse van Sterrenbos 1. [appellant] woont aan de [locatie]. Zijn woning ligt ten oosten van het plangebied, tussen de kruisingen van de Venstraat met de Dooibroek en de Venstraat met de Ruimel. Hij kan zich niet met het plan verenigen omdat hij vreest voor beperking van de bereikbaarheid van zijn perceel. [appellant] betoogt dat door het plan zijn perceel verminderd bereikbaar zal zijn. Hij voert aan dat zijn perceel, door maatregelen die zijn neergelegd in een convenant tussen de Stichting Het Noord-Brabants Landschap, de gemeente Sint-Michielsgestel en omwonenden, zeer slecht bereikbaar wordt voor bezoekers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4433
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400470/1/R2

202401328/3/R2

Bij tussenuitspraak van 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2425, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Son en Breugel, opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze uitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 21 december 2023, waarbij het bestemmingsplan "Son Zuid; Boslaan 63" is vastgesteld, te herstellen. Bij besluit van 3 juli 2025 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Son Zuid; Boslaan 63" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in overweging 9.3. en 10. van de tussenuitspraak overwogen dat artikel 2 in samenhang met artikel 1.29 van de planregels rechtsonzeker is. Volgens artikel 1.29 kan het peil op twee manieren worden bepaald, namelijk door de hoogte van het maaiveld + 0,1 m dan wel de bovenkant van de afgewerkte vloer. In de planregels wordt echter niet verduidelijkt wanneer uitgegaan moet worden van het maaiveld + 0,1 m of van de bovenkant van de afgewerkte vloer. Het besluit van 21 december 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Son Zuid; Boslaan 63" is in zoverre in strijd met de rechtszekerheid genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4435
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202401328/3/R2

202404515/1/R1

Bij besluit van 16 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brummen besloten om de locatie Charlotte van Bourbonlaan / Gravin van Burenlaan in het Wilhelminapark te Eerbeek aan te wijzen als locatie voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] en anderen betogen dat de belangen van de omwonenden onvoldoende zijn gewogen. Er is sprake van een politiek besluit en bovendien is zonder inhoudelijke reden een wijziging van de voorgenomen locatie van de ORAC naar de uiteindelijk gekozen locatie doorgevoerd. Daarbij is ten onrechte rekening gehouden met een door de bewonersvereniging BBEZ ingenomen standpunt, terwijl een uitgevoerde handtekeningenactie als uitkomst had dat de ondertekenaars tegen de plaatsing van een ORAC midden in het Wilhelminapark zijn. Plaatsing buiten c.q. bij de uitgang van het park heeft hun voorkeur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4430
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202404515/1/R1

202404737/1/R1

Bij besluit van 19 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de locatie ter hoogte van de Van Huutstraat 3W te Apeldoorn aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse container voor restafval en een bovengrondse container voor bio-afval (GF). Bij het besluit is de locatie ter hoogte van de Van Huutstraat 3W in Apeldoorn aangewezen voor het plaatsen van de afvalcontainers (locatie BB 149). De beoogde locatie ligt naast de woning van [appellanten] aan de [locatie]. De GF-container kan alleen gebruikt worden door de bewoners van Van Huutstraat 3A tot en met 3W. De woningen 3A tot en met 3R zijn bestaande woningen. De woningen 3S tot en met 3W worden op dit moment gebouwd. [appellanten] zijn het niet eens met de plaatsing van de afvalcontainers op de aangewezen locatie en hebben daarom beroep ingesteld. [appellanten] stellen zich op het standpunt dat de in het besluit voorziene afvalcontainers overbodig zijn. De gebruikers van de beoogde GF-container hebben of krijgen immers hun eigen minicontainer. Met betrekking tot de ORAC voeren zij aan dat een andere container voor restafval zich zeer dicht in de buurt bevindt, namelijk bij het Caterplein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4417
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202404737/1/R1

202405288/1/A2

Bij besluit van 22 juli 2022 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei aan [appellant sub 1] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 12.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente. [appellant sub 1] stelt dat hij schade heeft geleden door het op 22 september 2016 door de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu vastgestelde en op 19 november 2016 in werking getreden inpassingsplan "Windpark De Drentse Monden en Oostermoer". Dit plan maakt de aanleg van een windpark bestaande uit 45 windturbines inclusief netaansluiting en bijbehorende (nuts)voorzieningen planologisch mogelijk binnen het grondgebied van de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Stadskanaal en Vlagtwedde. De windturbines kunnen een maximale ashoogte van 145 m en een maximale rotordiameter van 131 m krijgen. De tiphoogte kan maximaal 210,5 m bedragen. Ten noorden van het perceel ligt de zogeheten noordelijke lijnopstelling (windturbines OM 1.1 tot en met OM 1.7) en haaks daarop een tweede noordelijke lijnopstelling van windturbines. De dichtstbijzijnde turbine is gelegen op een afstand van ongeveer 1,2 km van de woning van [appellant sub 1].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4410
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202405288/1/A2

202405289/1/A2

Bij besluit van 28 januari 2021 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei aan [appellant sub 1] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 10.700,00, vermeerderd met de wettelijke rente. [appellant sub 1] is sinds 4 oktober 1993 eigenaar van het perceel en de daarop gelegen woning en bijgebouwen aan de [locatie 1] in Gasselternijveenschemond (hierna: het perceel). Hij heeft op 30 juli 2019 een aanvraag om een tegemoetkoming ingediend bij de minister. [appellant sub 1] stelt dat hij schade heeft geleden door het op 22 september 2016 door de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu vastgestelde en op 19 november 2016 in werking getreden inpassingsplan "Windpark De Drentse Monden en Oostermoer".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4408
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202405289/1/A2

202405422/1/A2

Bij besluit van 8 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hulst aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Op 29 april 2016 heeft [appellant] het pand aan de [locatie] in Hulst gekocht van [persoon]. Het pand is sinds 1973 een rijksmonument. Op 12 mei 2016 heeft het college [persoon] gelast om tijdelijke maatregelen te treffen ter ondersteuning van de voorgevel om daarmee het acute gevaar voor de veiligheid van voorbijgangers en mogelijke gebruikers van het pand weg te nemen. [appellant] heeft als nieuwe eigenaar van het pand de tijdelijke maatregelen uitgevoerd. De Erfgoedvereniging Heemschut en de RCE hebben op 8 januari 2020 respectievelijk 31 maart 2022 het college verzocht om handhavend op te treden tegen de zeer slechte staat van onderhoud van het pand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4429
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405422/1/A2

202405424/1/A2

Bij besluit van 8 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hulst een aanvraag van [appellant] voor een incidentele subsidie afgewezen. Het rijksmonument [locatie] in Hulst bestaat uit drie onderdelen: een voorhuis, een koetshuis en een stadstuin. [appellant] heeft op 29 april 2016 het voorhuis gekocht. Het voorhuis verkeert in zeer slechte staat. Op 16 september 2022 heeft [appellant] bij het college een aanvraag om een incidentele subsidie ter hoogte van € 1.880.616,19 ingediend voor de restauratie van het voorhuis. Het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat het er bewust voor heeft gekozen om geen subsidieregeling voor (de restauratie van) rijksmonumenten in het leven te roepen. Het college heeft [appellant] gewezen op de subsidiemogelijkheden op rijksniveau.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4428
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202405424/1/A2

202406164/1/R1

Bij besluit van 3 september 2024 heeft college van burgemeester en wethouders van Lelystad onder meer de locatie ter hoogte van Punter 10 16 te Lelystad aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] en anderen betogen dat ten onrechte niet van te voren over de voorziene locatie met hen overleg heeft plaatsgevonden. Ook stellen zij zich op het standpunt dat zij ten onrechte niet op de hoogte zijn gebracht van het ontwerpbesluit in een andere procedure met betrekking tot een eerder geplande locatie en de zienswijzen van omwonenden over die locatie. Bovendien wijzen [appellant] en anderen erop dat er in de reactie die het college op hun zienswijze heeft toegestuurd, geen beroepsclausule is opgenomen. Tot slot voeren [appellant] en anderen aan dat college onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de ORAC op de beoogde locatie wordt geplaatst, mede gezien de gevolgen daarvan voor het uitzicht vanuit hun woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4434
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202406164/1/R1

202504295/1/A2

Bij beslissing van 15 januari 2025 heeft de examencommissie van de Academie Gezondheid en Vitaliteit van de HAN University of Applied Sciences het (deel)tentamen voor het vak ‘Functioneren in de praktijk; Waarde(n)volle Zorg leerjaar 2’ (hierna: de stage) van [appellante] beoordeeld. [appellante] volgt de opleiding ‘Verpleegkundige - Academie Gezondheid en Vitaliteit’ aan de HAN University of Applied Sciences. Zij heeft de stage niet gehaald. Zij haalde hiervoor het cijfer 5,0. De stage begon op 18 november 2024 en duurde 32 werkdagen. [appellante] betoogt dat de stagebeoordeling onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat op drie punten van de stagebeoordelingsprocedure is afgeweken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4416
Datum uitspraak
17 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504295/1/A2

202405147/1/V2

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ (hierna: de kennisgeving) van 29 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (hierna: de AVIM) laten weten de geboortedatum van betrokkene te hebben gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4381
Datum uitspraak
16 september 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405147/1/V2

202406705/2/V3

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4400
Datum uitspraak
16 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406705/2/V3

202400867/1/V3

Bij besluit van 2 januari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4371
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400867/1/V3

202404169/2/V1

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4370
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404169/2/V1

202501832/1/V3

Bij besluit van 7 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4357
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501832/1/V3

202502854/1/V3

Bij besluit van 2 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4368
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502854/1/V3

202504847/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4366
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504847/1/V1

202504849/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4365
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504849/1/V1

202504851/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4364
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504851/1/V1

202504923/2/V2

Bij besluit van 13 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4382
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504923/2/V2

202407583/1/A2

Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Bij besluit van 5 januari 2024 heeft de CSG het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond.verklaard. [appellant] heeft op 24 mei 2023 een aanvraag om een uitkering uit het schadefonds ingediend. Hij heeft in het aanvraagformulier vermeld dat hij slachtoffer is geworden van een poging tot moord of doodslag. Aan de in bezwaar gehandhaafde afwijzing van deze aanvraag heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. [appellant] heeft weliswaar fors letsel opgelopen bij een schietincident, maar volgens de CSG is onvoldoende duidelijk wat de aanleiding, de toedracht en de omstandigheden waren waaronder dit heeft plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4385
Datum uitspraak
15 september 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202407583/1/A2

202406419/1/V2

Bij besluit van 29 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4369
Datum uitspraak
12 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406419/1/V2

202503371/2/V1

Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4367
Datum uitspraak
12 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503371/2/V1
vorige pagina1...515253...1.260volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon