Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202406002/2/V1

Uitspraak 202406002/2/V1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4456
Datum uitspraak
18 september 2025
Inhoudsindicatie
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202406002/2/V1.
Datum uitspraak: 18 september 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

Bij uitspraak van 5 september 2024 in zaak nr. NL24.22825 heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, het daartegen door betrokkene ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft betrokkene, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 13 augustus 2025 heeft de minister de aanvraag van betrokkene afgewezen.

Betrokkene heeft op verzoek van de Afdeling een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1.       Op 4 februari 2025 heeft de Afdeling in zaken nrs. 20240074/1/V3 en 202400375/1/V3 zitting gehouden over de beslistermijn in asielzaken waarin eerst een onderzoek in het kader van de Dublinverordening heeft plaatsgevonden. Het hoger beroep in deze zaak valt onder de reikwijdte van de rechtsvragen die aan de orde zijn gekomen tijdens de genoemde zitting. De Afdeling heeft op 26 februari 2025 beslist om de behandeling van de zittingszaken aan te houden in afwachting van haar einduitspraak na het antwoord van het Hof van Justitie op de prejudiciële vragen die de Afdeling heeft gesteld op 8 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4125, bij het Hof bekend onder nr. C-662/23) en 10 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2829, bij het Hof bekend onder nr. C-489/24). De Afdeling heeft bij brief van 16 september 2025 aan partijen laten weten dat zij het hoger beroep van betrokkene in deze zaak aanhoudt in afwachting van de uitkomst van de zittingszaken.

2.       Het besluit van 13 augustus 2025 wordt, gelet op artikel 6:20, derde lid, in samenhang gelezen met artikel 6:24 van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. Betrokkene heeft bij bericht van 2 september 2025 laten weten dat hij het niet eens is met dat besluit, dat hij daartegen bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, beroep heeft ingesteld en dat hij daartegen beroepsgronden heeft gericht.

3.       De Afdeling ziet in dit geval aanleiding om het van rechtswege ontstane beroep tegen het besluit van 13 augustus 2025, krachtens artikel 6:20, vierde lid, van de Awb, te verwijzen naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle. De Afdeling acht het passend dat de rechtbank het beroep tegen dat besluit toetst en dat tegen dat oordeel hoger beroep openstaat. De rechtbank is er namelijk op ingericht om in eerste aanleg asielbesluiten te toetsen en zitting te houden in dit soort zaken. Hiermee wordt ook recht gedaan aan de in afdeling 4 van hoofdstuk 7 van de Vw 2000 neergelegde functie van de hogerberoepsrechter.

4.       De Afdeling verwijst het beroep naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verwijst het beroep tegen het besluit van 13 augustus 2025, V-[…], naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.

w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Pronk
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2025

1028


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon