Uitspraak 202406705/2/V3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:4400
- Datum uitspraak
- 16 september 2025
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.
- Hoger beroep
- Regulier
Toon inhoud
202406705/2/V3.
Datum uitspraak: 16 september 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 7 oktober 2024 in zaak nr. NL23.35227 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.
Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 7 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist.
2. Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Gelet op de belangen die de minister en verzoeker naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2025
846