Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.849
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202305455/1/R1

Bij besluit van 22 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een stal tot woonhuis op het perceel [locatie] in Epe. Op 27 januari 2021 is door [partij] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van een stal tot woonhuis op het perceel [locatie] in Epe. Het college heeft in het besluit van 22 maart 2021 een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een stal tot woonhuis op het perceel. Landgoed Tongeren is grondeigenaar van het perceel. Op enig moment is de tenaamstelling van de omgevingsvergunning gewijzigd en op naam van Landgoed Tongeren komen te staan. Het college heeft het door de stichting tegen de verleende omgevingsvergunning gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende is. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar van de stichting terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dit omdat de stichting onvoldoende feitelijke werkzaamheden uitvoert om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4163
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305455/1/R1

202305456/1/R1

Bij brief van 24 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe een verzoek om handhaving van de stichting tegen diverse overtredingen op het perceel [locatie] in Epe buiten behandeling gelaten. De stichting heeft verzocht om handhavend op te treden tegen diverse overtredingen op het perceel [locatie] in Epe. Op dit perceel is [partij A] gevestigd. [partij B] en [partij C] zijn eigenaar van [partij A]. Bij brief van 24 november 2021 heeft het college het verzoek om handhaving van de stichting tegen diverse overtredingen buiten behandeling gelaten. Het college heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat de stichting geen belanghebbende is. In het besluit van 20 juni 2022 heeft het college het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college het bezwaar van de stichting terecht niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4164
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305456/1/R1

202305606/3/R3

De gemeenteraad van Leiden heeft de tekortkomingen in het bestemmingsplan ‘Watergeuskade’ succesvol hersteld. Dat volgt uit deze uitspraak. Dat betekent dat het bestemmingsplan dat een woonwerkgebied met maximaal 350 woningen en 7000 m² aan bedrijvigheid mogelijk maakt langs de Trekvliet, nu definitief is. Enkele omwonenden waren tegen het bestemmingsplan in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij zijn bang voor verlies van hun woongenot. In juni 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak al een zogenoemde tussenuitspraak in deze zaak, waarin zij de omwonenden gedeeltelijk gelijk gaf. In die tussenuitspraak droeg zij de gemeenteraad op om binnen twintig weken de geconstateerde tekortkomingen in het bestemmingsplan te herstellen. Zo moest de gemeenteraad motiveren waarom voor de sportvoorzieningen in het gebied voldoende parkeerplekken zijn en in het plan borgen dat in het gebied geen onaanvaardbare windhinder ontstaat. In de einduitspraak van vandaag oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de gemeenteraad erin is geslaagd om de tekortkomingen in het plan te herstellen. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren tegen het zogenoemde 'herstelbesluit' dan ook ongegrond. Dit betekent dat de gemeente Leiden door kan met de plannen voor dit gebied langs de Trekvliet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4159
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305606/3/R3

202305714/1/R4

Bij besluit van 13 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de begunstigingstermijn als bepaald in het besluit van 4 december 2019 verlengd tot 1 augustus 2020. Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft het college het verzoek van [appellant] om een invorderingsbeschikking afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie 1] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 2] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 1] en [locatie 2], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 1]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4023
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305714/1/R4

202306123/1/R2

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3e actualisatie" vastgesteld. In het bestemmingsplan "Buitengebied, tweede actualisatie" uit 2018 is de mogelijkheid opgenomen voor de oprichting van parapluhooibergen. In de tussenuitspraak van 30 januari 20202, ECLI:NL:RVS:2020:317, heeft de Afdeling met toepassing van de bestuurlijke lus de raad de opdracht gegeven om te motiveren waarom het aantal parapluhooibergen uit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is en waarom geen gebruiksregels in het plan zijn opgenomen voor parapluhooibergen. Hierop heeft de raad met het besluit van 24 september 2020 ter uitvoering van de tussenuitspraak het plan gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in een actualisatie voor het buitengebied van de gemeente Sint-Michielsgestel. Beoogd wordt om een aantal concrete, nieuwe ontwikkelingen planologisch in te passen en een aantal gebreken in de verbeelding van concrete bestemmingen te herstellen. De plantoelichting vermeldt dat er 30 concrete bouwinitiatieven in het buitengebied zijn opgenomen in dit plan. De raad heeft er bewust voor gekozen om deze los van elkaar staande, nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen van verschillende initiatiefnemers te verzamelen in één nieuw bestemmingsplan. Hierdoor kan het bestemmingsplanproces efficiënter worden doorlopen en worden de kosten per initiatiefnemer beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4129
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306123/1/R2

202306418/1/R4

Bij besluiten van 30 april 2019 en 23 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de verzoeken van [appellant sub 1] om handhavend op te treden afgewezen. Bij besluit van 22 augustus 2019 heeft het college het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden toegewezen. [appellant sub 1] is eigenaar van het pand [locatie A] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie B] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie A] en [locatie B], en de door [appellant sub 1] gesloopte achtergevel van [locatie A]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant sub 1] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3935
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306418/1/R4

202306737/1/R4

[wederpartij] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe op zijn verzoek om handhavend op te treden van 19 december 2022 tegen de aanwezigheid van een woonwagen op het adres [locatie] in IJzendoorn. [wederpartij] heeft beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op zijn handhavingsverzoek van 19 december 2022. Volgens [wederpartij] heeft het college de brief van 9 februari 2023 (de verdagingsbrief), waarin het college [wederpartij] heeft laten weten dat hij de beslissing met twaalf weken uitstelt en uiterlijk 9 mei 2023 een besluit zal nemen, niet tijdig verzonden en de beslistermijn daarom niet verlengd. [wederpartij] heeft verklaard de verdagingsbrief op 17 februari 2023, na het verstrijken van de beslistermijn, te hebben ontvangen. Het college heeft met de brief van 9 mei 2023 gereageerd op het handhavingsverzoek. De rechtbank heeft overwogen dat het college de verzending van de verdagingsbrief niet aannemelijk heeft gemaakt en dat het ook niet aannemelijk heeft gemaakt naar welk adres het college de brief heeft verstuurd. Zij twijfelt niet aan de verklaring van [wederpartij] dat hij de verdagingsbrief op 17 februari 2023 heeft ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4115
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306737/1/R4

202306942/2/R1

Bij tussenuitspraak van 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2530, heeft de Afdeling het college van gedeputeerde staten van Utrecht opgedragen om binnen zes maanden na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van overwegingen 5.3 en 5.4 de daar omschreven gebreken in het besluit van 19 september 2023 tot goedkeuring van het projectplan "Dijkversterking Wijk bij Duurstede - Amerongen" te herstellen, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen. De Afdeling heeft geconcludeerd dat het hoogheemraadschap de gevolgen van het projectplan met betrekking tot perceel F587 onvoldoende heeft onderzocht en daarbij is uitgegaan van onjuiste uitgangspunten. Hierdoor heeft het onvoldoende zicht gekregen op de gevolgen voor de waterhuishouding op het perceel van [appellant]. [appellant] betoogt dat de door de Afdeling in de tussenuitspraak onder 5.3 geconstateerde gebreken niet zijn hersteld. Hij voert aan dat de hydrologische gevolgen nog steeds niet voldoende deugdelijk in kaart zijn gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4124
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202306942/2/R1

202307116/1/R3

Bij besluit van 23 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel het verzoek van [appellant sub 2] om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning bouwen van een aanbouw op het perceel [locatie 1] in Capelle aan den IJssel door [partij], afgewezen. [appellant sub 2] woont op [locatie 2] in Capelle aan den IJssel, naast [partij]. [appellant sub 2] heeft het college bij brief van 1 oktober 2020 verzocht om handhavend op te treden tegen de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo en artikel 21.2.2, aanhef en onder a, van de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Middelwatering", omdat het maximaal toegestane oppervlak aan bijbehorende bouwwerken op het perceel van [partij] zou worden overschreden. Bij besluit van 23 november 2020 heeft het college het verzoek van [appellant sub 2] afgewezen. Het college heeft later geconstateerd dat de veranda, in strijd met het bestemmingsplan, deels buiten het bouwvlak is gebouwd. Bij besluit van 26 mei 2021 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van de veranda en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4150
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307116/1/R3

202307854/1/R3

Het bestemmingsplan ‘Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust’ van de gemeente Losser is definitief. Dat volgt uit deze uitspraak. Dit betekent dat de aanleg van de natuurbegraafplaats in het Lutterzand in Losser door mag gaan. Het gaat om een natuurbegraafplaats van ruim elf hectare in een bosgebied van ongeveer achttien hectare in het Lutterzand. Natuurbegraven houdt in dat overledenen op een organische manier worden begraven, wat onder meer betekent dat de overledene wordt begraven met uitsluitend duurzame materialen, die zonder problemen worden opgenomen door de natuur, en dat het graf niet wordt geruimd. Camping Dennenlust ligt in de buurt van de beoogde natuurbegraafplaats. De camping is bang dat door de komst van een natuurbegraafplaats minder gasten de camping zullen boeken. Zij vindt het niet wenselijk dat bezoekers tijdens hun verblijf worden geconfronteerd met een rouwstoet of begrafenisceremonie. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak geeft de camping geen gelijk. Naar haar oordeel heeft de gemeenteraad bij zijn besluit de belangen van de camping voldoende meegewogen. De ruimtelijke gevolgen die de bezoekers van de camping ondervinden door de natuurbegraafplaats zullen beperkt blijven, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. De bezwaren van de camping zijn dan ook ongegrond. Daarmee kan de aanleg van de natuurbegraafplaats doorgaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4125
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202307854/1/R3
vorige pagina1...383940...12.585volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon