Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.893
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202206906/1/R4

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland de bij besluit van 16 juli 2009 aan N+P verleende omgevingsvergunning voor de activiteit milieu ambtshalve gewijzigd. Het heeft voorschrift 1.1.4 van die omgevingsvergunning vervangen door voorschrift 1.1.1 en verder zijn de voorschriften 1.1.2 tot en met 1.1.14 toegevoegd aan de omgevingsvergunning van 16 juli 2009. N+P exploiteert op het perceel Waalhavenweg 50, vlakbij de Rotterdamse wijk Heijplaat een afvalverwerkingsbedrijf dat zich bezighoudt met het op- en overslaan en sorteren/bewerken van bouw- en sloopafval, bedrijfsafval en grof huishoudelijk afval. In het besluit van 16 juli 2009 is voor het afvalverwerkingsbedrijf een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend (hierna: de omgevingsvergunning). Vanaf 2015 is de inname en sortering van plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken de hoofdactiviteit van het afvalverwerkingsbedrijf geworden. De vele klachten van inwoners uit de wijk Heijplaat over vliegenoverlast zijn voor het college de aanleiding geweest om het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen onderzoek te laten verrichten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4261
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202206906/1/R4

202206939/1/R4

Bij besluit van 2 november 2021 heeft het college een last onder dwangsom opgelegd vanwege het rooien van een houtwal op het perceel, kadastraal bekend als gemeente Bergen (L), sectie P, nummer 44. [appellant] pacht een perceel dat is gelegen in de buurt van de adressen Beekheuvel 2 en 2a in Siebengewald. Op dit perceel was een houtwal van ongeveer 120 m lang aanwezig. Op 31 oktober 2018 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat de volledige houtwal is gerooid zonder te beschikken over een omgevingsvergunning daartoe. Vervolgens heeft het college [appellant] in de gelegenheid gesteld om vrijwillig tot herplant over te gaan. Deze vrijwillige herplant bleef uit en om die reden heeft het college bij besluit van 2 november 2021 handhavend opgetreden. Daarbij is bepaald dat [appellant] van rechtswege een dwangsom verbeurt van € 1.000,- per week, met een maximum van € 30.000,-, voor iedere week dat na 1 maart 2022 blijken mocht dat voornoemde herplantplicht niet volledig is uitgevoerd en/of gebleken is dat meer dan 10% van de aan te planten beplanting het niet overleefd heeft en deze beplanting niet binnen de termijn van 1 jaar na de constatering hiervan is herplant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4270
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206939/1/R4

202300439/1/R4

Bij besluit van 20 september 2022 heeft de raad van de gemeente Overbetuwe de aanvraag van [appellant] om een bestemmingsplan vast te stellen voor wijziging van de bestemming van het perceel [locatie] in Elst (hierna: het perceel) afgewezen. [appellant] is eigenaar van het perceel. In 2002 heeft hij een voormalige bedrijfswoning van een in het verleden op het perceel gevestigd fruitteeltbedrijf als burgerwoning in gebruik genomen. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan "De Pas" staat gebruik van het pand als woning echter niet toe, omdat het perceel in dat bestemmingsplan een recreatieve bestemming heeft. [appellant] heeft de raad daarom op 28 januari 2021 gevraagd de bestemming van het perceel te wijzigen naar een woonbestemming. Bij het besluit van 20 september 2022 heeft de raad dat geweigerd. Over wijziging van de bestemming van het perceel naar een woonbestemming zijn eerder procedures bij de Afdeling gevoerd. In een op 21 april 2009 vastgesteld bestemmingsplan had de raad het perceel een woonbestemming gegeven. De Afdeling heeft dat plan echter, bij uitspraak van 24 maart 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL8740, vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4268
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202300439/1/R4

202300542/1/R2

Bij besluit van 15 december 2022 heeft de raad van de gemeente Loon op Zand het bestemmingsplan "Van Lier Park" vastgesteld. Het plan voorziet ter plaatse van de gronden waarop voorheen een schoenenfabriek was gevestigd in de ontwikkeling van circa 92 woningen. [appellante] en anderen zijn gevestigd op het perceel Klokkenlaan 9, aan de oostzijde van het plangebied. Zij vrezen dat hun bedrijfsactiviteiten, waaronder (de exploitatie van) een transportbedrijf, als gevolg van het plan op onaanvaardbare wijze zal worden belemmerd. [appellante] en anderen betogen dat de voorwaardelijke verplichting om een tuinmuur c.q. geluidsscherm te realiseren niet effectief is om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de voorziene woningen te verzekeren. Volgens [appellante] en anderen heeft de raad onvoldoende gemotiveerd dat een scherm van 2 meter voldoende is, terwijl dat scherm geen effect zal hebben op de hoger gelegen verdiepingen en de appartementen. Zij vrezen ook hierdoor in hun bedrijfsvoering te worden beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4258
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300542/1/R2

202301260/1/A2

Bij besluit van 10 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bestuurlijke boete van € 12.000,00 opgelegd aan [appellant] wegens omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, zonder de daarvoor benodigde vergunning. [appellant] is huurder van de woning aan de [locatie A] in Amsterdam. Op 29 juli 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht om de woonsituatie te controleren. Het college heeft op basis van de bevindingen van de toezichthouders geconcludeerd dat de woning is omgezet in onzelfstandige woonruimte, zonder de daarvoor benodigde vergunning. Dat is in strijd met artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014. Het college heeft [appellant] als overtreder aangemerkt, omdat hij de woning aan meerdere huishoudens heeft verhuurd. Het college heeft daarom bij het besluit van 10 december 2020 aan hem een boete van € 12.000,00 opgelegd. [appellant] heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4284
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301260/1/A2

202302493/1/R2

Bij besluit van 23 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een voedselbos met poel op het perceel [locatie] in Udenhout. De omgevingsvergunning heeft betrekking op de aanplant van een zogeheten voedselbos van ongeveer een halve hectare en de aanleg van een poel. Het voedselbos moet onderdeel gaan uitmaken van een gesloten ecosysteem en bestaat uit 500 struiken en bomen die bedoeld zijn voor de oogst van fruit en noten. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het voedselbos past binnen de op het perceel rustende bestemming "Agrarisch met Waarden" van het bestemmingsplan Buitengebied De Zandleij 2012. De uitleg van de rechtbank, dat met het enkele gebruik van de grond om te komen tot het voedselbos reeds sprake is van bodemexploitatie als bedoeld in de bestemmingsomschrijving, is te beperkt, aldus appellanten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4276
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302493/1/R2

202302962/1/A2

Bij besluit van 15 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bestuurlijke boete van € 6.000,00 opgelegd aan [wederpartij]. In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling of aan [wederpartij] een boete mocht worden opgelegd en zo ja, hoe hoog die boete moet zijn. Volgens het college moet hij een boete van € 3.000,00 betalen. Volgens de rechtbank hoeft [wederpartij] geen boete te betalen. [wederpartij] is huurder van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. Bij besluit van 23 juli 2020 is aan hem een vergunning toegekend om de woning onder voorwaarden te gebruiken voor vakantieverhuur. Een van die voorwaarden is dat hij elke periode van vakantieverhuur vooraf bij de gemeente meldt (de meldplicht). Het college heeft op basis van onderzoek geconcludeerd dat de woning in september 2020 is verhuurd zonder voorafgaande melding. Bij het besluit van 23 januari 2023 heeft het college de boete gematigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4280
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302962/1/A2

202303008/1/A2

Bij besluit van 10 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bestuurlijke boete van € 6.000,00 opgelegd aan [appellant sub 2]. [appellant sub 2] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. Bij besluit van 14 juli 2020 is aan [appellant sub 2] een vergunning toegekend om de woning onder voorwaarden te gebruiken voor vakantieverhuur. Een van die voorwaarden is dat zij elke periode van vakantieverhuur vooraf bij de gemeente meldt (de meldplicht). Het college heeft op basis van onderzoek geconcludeerd dat de woning een of meerdere keren verhuurd is in augustus en mogelijk in september 2020, zonder dat [appellant sub 2] daarvan vooraf melding heeft gedaan. In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling of aan [appellant sub 2] een boete mocht worden opgelegd en zo ja, hoe hoog die boete moet zijn. Volgens het college moet zij een boete van € 3.000,00 betalen. Volgens de rechtbank hoeft [appellant sub 2] geen boete te betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4281
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202303008/1/A2

202303034/1/A2

Bij besluit van 21 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een bestuurlijke boete van € 12.570,00 opgelegd wegens omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, zonder de daarvoor benodigde vergunning. [appellant] is eigenaar van een pand aan de [locatie] in Amsterdam. Het pand bestaat uit twee gedeeltes: de begane grond en de bovenverdiepingen. Deze uitspraak gaat over de bovenverdiepingen van het pand. Toezichthouders van de gemeente Amsterdam hebben de woning op 16 november 2021 ter controle bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport en een beeldverslag. Uit het rapport volgt dat de woning op dat moment werd bewoond door [persoon A], [persoon B] en [persoon C], dat hun namen op een huurovereenkomst voor de woning staan en dat zij elkaar niet kenden voordat ze de woning betrokken. Volgens het college is sprake van bedoelde omzetting, omdat [appellant] de woning aan meer dan het aantal toegestane personen in gebruik heeft gegeven, die de aanwezige wezenlijke voorzieningen met elkaar moeten delen en die geen gezamenlijke huishouding voeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4285
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303034/1/A2

202303409/1/A2

Bij besluit van 18 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een bestuurlijke boete van € 12.000,00 opgelegd. [appellant] is eigenaar van de woning aan het [locatie A] in Amsterdam. Naar aanleiding van verschillende meldingen over de woning, waaronder een melding van overlast, is onderzoek verricht naar het gebruik van de woning. Toezichthouders van de gemeente Amsterdam hebben de woning op 6 oktober 2020 bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport. Daarin staat dat de toezichthouders drie personen in de woning hebben aangetroffen, [persoon A], [persoon B] en [persoon C]. Uit de verklaringen van deze drie personen, zoals opgenomen in het rapport, volgt dat er zes personen in de woning woonden, maar dat drie van hen, Italianen, de dag voorafgaand aan het bezoek van de toezichthouders zijn vertrokken vanwege onenigheid met [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4210
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303409/1/A2

202303887/1/R4

Bij besluit van 15 november 2021 is het college overgegaan tot invordering van de door Vroomshoop verbeurde dwangsom van € 32.500,00. Vroomshoop is gevestigd aan de Havenstraat 5 in Vroomshoop. Op het terrein van Vroomshoop bevindt zich een uitgegraven opslagtank voor dieselolie met een inhoud van 2.000 liter. Tijdens een controle op 3 juni 2021 heeft een toezichthouder van de Omgevingsdienst, onder andere, geconstateerd dat deze opslagtank door Vroomshoop op eigen initiatief uit de grond verwijderd is. Vroomshoop betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college moest afzien van de invordering van last twee en drie omdat ten tijde van het besluit op 29 juni 2021 duidelijk was dat Vroomshoop hieraan evident niet kon voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4282
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303887/1/R4

202304707/1/R1

Bij besluit van 13 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een bijgebouw in de achtertuin van het perceel [locatie] te Amsterdam. [appellant] woont op de benedenverdieping van het pand aan de [straat] en heeft in zijn achtertuin een bijgebouw geplaatst. Het bijgebouw is 6 meter breed en 4 meter diep. Op 22 juli 2021 heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd om zijn bijgebouw te legaliseren. Aan het gehele perceel is op grond van het ten tijde van belang geldende bestemmingsplan "Museumkwartier Valeriusbuurt" een woonbestemming toegekend. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning op grond van artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 2.12 van de Wabo geweigerd. Volgens het college is de aanvraag in strijd met de artikelen 19.2.1 en 19.4.2 van de planregels. Het bijgebouw is namelijk deels buiten het bouwvlak gesitueerd. Daarnaast kan het bijgebouw door de aangebrachte voorzieningen worden gebruikt voor primaire woonfuncties, waardoor het niet langer ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4269
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304707/1/R1

202304728/1/A2

[appellant] komt op tegen de definitieve vaststelling op nihil van de huurtoeslag over 2021, de herziening van het voorschot huurtoeslag over 2022, en de terugvordering van de uitgekeerde voorschotten van respectievelijk € 3.205,- en € 2.136,-. [appellant] betoogt dat de besluiten in strijd zijn met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Daarnaast voert hij aan dat vanwege concentratie- en informatieverwerkingsproblematiek niet van hem gevraagd kon worden dat hij zelf de regelgeving van de huurtoeslag bijhoudt. [appellant] was er namelijk van uit gegaan dat de koppeling van de vermogensgrens voor de huurtoeslag en het heffingsvrije vermogen in box 3 was behouden, terwijl deze koppeling was losgelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4469
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304728/1/A2

202304948/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 6 juli 2023 van de rechtbank Zeeland-­West-­Brabant. [appellant] heeft om uitstel van de zitting verzocht omdat hij van de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek om toestemming voor verlenging van de behandeltermijn van een bezwaar had ontvangen en hij de dienst in de gelegenheid wilde stellen voorafgaand aan de zitting te besluiten op dat bezwaar. De rechtbank heeft dit verzoek bij e-mail van 31 mei 2023 afgewezen, omdat zij de zitting wilde gebruiken om met [appellant] te bespreken of en welke bezwaar- en beroepsprocedures er bij de Belastingdienst/Toeslagen en de rechtbank nog liepen over zijn recht op zorg- en huurtoeslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4412
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304948/1/A2

202305320/1/A2

Bij besluiten van 31 december 2020 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over 2018 en 2019 en de huurtoeslag over 2019 definitief op nihil vastgesteld en een bedrag van in totaal € 6.677,00 aan te veel betaalde voorschotten teruggevorderd. [appellant] is het hier niet mee eens. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen het recht op deze toeslagen terecht heeft herzien, dat de toeslagen zijn betaald aan [appellant] en mochten worden teruggevorderd. [appellant] betoogt allereerst dat zij voor 2019 geen huurtoeslag heeft aangevraagd. De rechtbank is op dit betoog ingegaan in overwegingen 3 en 3.1., die erop neerkomen dat de aanvraag die [appellant] voor 2018 heeft gedaan op grond van de Awir ook geldt voor daaropvolgende jaren. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom deze gemotiveerde beoordeling van de rechtbank onjuist zou zijn. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel berust.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4473
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202305320/1/A2

202306066/1/A2

[appellant] heeft op 26 juni 2022 bezwaar gemaakt tegen de definitieve berekening van de zorgtoeslag, het kindgebonden budget en de huurtoeslag over 2019 en 2020, en de herziening van de vaststelling van het kindgebonden budget in 2019. De relevante beschikkingen dateren van 31 juli 2020, 2 oktober 2020 en 3 september 2021. De Dienst Toeslagen heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingediend. [appellant] is het hier niet mee eens. Hij stelt dat hij meteen bezwaar heeft gemaakt, zodra hij zich realiseerde dat hij op een zwarte lijst van de Belastingdienst stond. Op grond van artikel 6:7 van de Aw is de termijn voor het maken van bezwaar zes weken. Als buiten die termijn bezwaar wordt gemaakt, is dat bezwaar niet-ontvankelijk en wordt het niet inhoudelijk beoordeeld. Dit is alleen anders als degene die te laat bezwaar heeft gemaakt, daarvan geen verwijt kan worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4470
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202306066/1/A2

202306373/1/A3

Bij besluit van 22 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bewonersparkeervergunning van [appellante] ingetrokken. [appellante] was in het bezit van een bewonersparkeervergunning voor haar auto. Zij beschikt ook over een parkeerplaats in een gedeelde garage. Omdat in het vergunningengebied waar zij woont slechts één vergunning per adres wordt verleend, verminderd met het aantal stallingsplaatsen van auto’s waarover iemand kan beschikken, heeft [appellante] volgens het college geen recht meer op de vergunning. Het college heeft die vergunning daarom ingetrokken en dat besluit in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank is het college hierin gevolgd. Dat [appellante] feitelijk geen gebruik maakt van haar parkeerplaats in de garage omdat haar auto te groot is voor de parkeerlift, komt volgens de rechtbank voor eigen rekening en risico. Ook is geen sprake van een uitzonderlijk schrijnende situatie, zodat het college niet op grond van de hardheidsclausule de intrekking achterwege moest laten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4262
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202306373/1/A3

202307216/1/A2

[appellante] komt op tegen de vaststelling en terugvordering van de huurtoeslag over 2018. De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van [appellante] voor dat jaar op nihil gesteld, omdat zij blijkens de basisregistratie inkomen voordeel had genoten uit sparen en beleggen. Dat voordeel was deels afkomstig van de voormalige echtelijke woning van [appellante], waarvan zij op 1 januari 2018 nog mede-eigenaar was. [appellante] betoogt dat zij feitelijk niet over dit vermogen beschikte, omdat ze feitelijk al was uitgekocht door haar ex-partner. Alleen de akte van verdeling is pas in oktober 2018 gepasseerd, zodat alleen de juridische eigendom tot dat moment nog deels bij haar lag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4474
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202307216/1/A2

202307793/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit. Zij bestaan uit [appellant], zijn echtgenote en hun kinderen. [appellant] verblijft in Turkije en zijn echtgenote en kinderen verblijven in Iran. Op 29 november 2022 heeft [appellant] de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij tussen 2006 en 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het Ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en van hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4289
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307793/1/V6

202307794/1/V6

Bij besluit van 2 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Op 31 december 2022 heeft [appellant] de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij tussen 2006 en 2008 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; hierna: de Kamerbrief). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het Ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en van hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De minister heeft niet beoordeeld of [appellant] daadwerkelijk als bewaker van ASG heeft gewerkt voor de Nederlandse krijgsmacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4288
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307794/1/V6

202400789/1/R3

Bij besluit van 18 december 2023 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "Kerkstraat 1-2, Oude Wetering" vastgesteld. NU Projectontwikkeling wil op de locatie elf koopwoningen bouwen. Eén blok met drie woningen is voorzien in het bebouwingslint aan de Kerkstraat, de andere woningen komen daarachter te liggen. Deze ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan "Oude Wetering". Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, heeft de raad het bestemmingsplan "Kerkstraat 1-2, Oude Wetering" vastgesteld. [appellant A] en [appellant B] wonen op het perceel [locatie 1]. Daar is ook het bedrijf van [appellant A] en de praktijk van [appellant B] gevestigd. [appellant C] en [appellant D] wonen op het perceel [locatie 2]. Beide percelen grenzen aan het plangebied. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon-, leef- en ondernemersklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4277
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202400789/1/R3

202404355/1/A2

Bij beslissing van 12 april 2024 heeft de examencommissie van Tilburg School of Economics and Management geconcludeerd dat [appellant] plagiaat heeft gepleegd bij zijn proposal voor de thesis van de masteropleiding Finance. De examencommissie heeft daarom de thesis proposal ongeldig verklaard en bepaalt dat [appellant] vanaf het eerste semester van het studiejaar 2024/2025 weer een nieuwe thesis proposal mag schrijven. [appellant] volgt sinds 1 september 2023 de masteropleiding Finance aan de Tilburg School of Economics and Management. Onderdeel van deze masteropleiding is het schrijven van een master thesis. Voordat een student hiermee kan beginnen, moet hij eerst een "go" krijgen van de scriptiecoördinator op zijn thesis proposal. In de thesis proposal geeft de student een toelichting op het door hem gekozen onderwerp, de door hem geformuleerde onderzoeksvraag en de voorgestelde onderzoeksmethode van zijn master thesis. [appellant] hoeft voor het behalen van zijn masterdiploma alleen nog zijn master thesis met een positief resultaat af te ronden. [appellant] heeft op 1 maart 2024 zijn thesis proposal ingeleverd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4273
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404355/1/A2

202404997/1/A2

Bij beslissing van 19 januari 2024 heeft het college van bestuur van de Universiteit Leiden het verzoek van [appellant] tot restitutie van het collegegeld gedeeltelijk afgewezen. [appellant] stond in de periode van 1 september 2020 tot 1 november 2023, verdeeld over verschillende tijdvakken, ingeschreven voor de masteropleiding ‘Political Science’. Hij heeft verzocht om restitutie van het door hem betaalde collegegeld. De reden van dit verzoek is onder meer dat [appellant] geen gebruik heeft gemaakt van de onderwijsvoorzieningen. Door de coronapandemie was de universiteit periodes gesloten en was het onderwijs inadequaat. Daarbij kon hij niet deelnemen aan het onderwijs vanwege zijn psychische problemen. Het college heeft het verzoek van [appellant] gedeeltelijk afgewezen, voor zover dat betrekking heeft op het collegegeld dat hij heeft betaald voor studiejaren voorafgaand aan dat van 2023-2024. Het college heeft het betaalde collegegeld voor het studiejaar 2023-2024 wel gerestitueerd. Reden daarvoor is de door [appellant] overgelegde doktersverklaring van 6 december 2023. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4275
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404997/1/A2

202300495/1/V3

Bij besluit van 17 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4227
Datum uitspraak
22 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300495/1/V3

202304171/1/V1

Bij besluit van 6 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4229
Datum uitspraak
22 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304171/1/V1

202403619/2/R3

Bij besluit van 11 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen" vastgesteld. Het plan voorziet in een mogelijkheid voor het houden van evenementen in recreatiegebied De Groene Ster, nabij Leeuwarden, waaronder drie muziekevenementen van in totaal 12 dagen, die gedurende de dag-, avond,- en nachtperiode mogen plaatsvinden. Voorheen werd hiervoor gebruik gemaakt van een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan, wat volgens de raad geen wenselijke situatie was. Met dit plan is beoogd een overkoepelende regeling voor evenementen in de Groene Ster op te stellen, die voor nu en voor toekomstige evenementen kan worden gebruikt. De stichting en Vereniging Milieudefensie Afdeling Leeuwarden en 190 natuurlijke personen richten zich in het bijzonder tegen de mogelijkheid om in dit gebied meerdaagse muziekevenementen te houden. Zij vrezen dat deze muziekevenementen leiden tot een aantasting van de natuurwaarden en flora- en fauna in het aangrenzende Natura 2000-gebied Groote Wielen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4231
Datum uitspraak
22 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202403619/2/R3

202403727/2/R4

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad van de gemeente Maasdriel het bestemmingsplan "Parapluplan Klimaat 2023" vastgesteld. Het plan geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Maasdriel. Met het parapluplan worden klimaatregels toegevoegd aan alle bestemmingsplannen. [verzoekster] en andere zijn eigenaren van gronden binnen het plangebied en kunnen zich niet verenigen met het plan. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst. De raad heeft zich in zijn brief van 10 oktober 2024 op het standpunt gesteld dat hij, mede gelet op de beroepsgronden van [verzoekster] en andere, tot de conclusie is gekomen dat het bestemmingsplan reparatie dan wel wijziging behoeft. Uit die brief volgt dat door de raad daartoe een nader besluit wordt voorbereid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4235
Datum uitspraak
22 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403727/2/R4

202403933/2/R2

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Wonen op de Donk Den Dungen" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van 43 woningen mogelijk op de locatie Donksestraat 19 in het centrumgebied van Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel. Op die locatie is een agrarisch bedrijf gevestigd; namelijk een veehouderij en een kleinschalig graafmachineverhuurbedrijf. Dit agrarische bedrijf wordt gesaneerd ten behoeve van de beoogde woningbouw. Het plangebied ligt in het westen van de kern Den Dungen en op ongeveer 60 meter van de kerk, het dorpshart van Den Dungen. De directe omgeving van het gebied wordt gevormd door agrarische gronden aan de westzijde, woningen aan de noord- en oostzijde en niet-agrarische bedrijvigheid in de vorm van een landbouwmechanisatiebedrijf en een kantoorpand aan de zuidzijde. [verzoekster] is eigenaresse van het kantoorpand op het perceel [locatie] aan de zuidzijde van het plangebied. Zij heeft geen bezwaren tegen de beoogde woningbouw. Maar zij kan zich niet vinden in het plan, voor zover het betreft de keuze van de locatie voor de beoogde ontsluitingsweg voor het bouwverkeer van de Bosscheweg naar de woningbouwlocatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4228
Datum uitspraak
22 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403933/2/R2

202405525/1/V3

Bij besluit van 8 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4204
Datum uitspraak
22 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405525/1/V3

202405663/1/V3

Bij besluit van 20 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4230
Datum uitspraak
22 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405663/1/V3

202203711/4/R4

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Lopik het bestemmingsplan "Eerste herziening bestemmingsplan Landelijk gebied". [verzoeker] betoogt dat het bestemmingsplan ook zou moeten zien op de percelen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Lopik. Hij verzoekt de voorzieningenrechter om een voorziening te treffen die daarin voorziet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4208
Datum uitspraak
21 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202203711/4/R4

202203711/5/R4

Bij uitspraak van 31 augustus 2022 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van 8 maart 2022, waarbij het bestemmingsplan "Landelijk gebied" is vastgesteld, gedeeltelijk geschorst. [verzoeker] heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van het bestemmingsplan "Landelijk gebied", onder meer omdat onvoldoende rekening is gehouden met zijn bestaande rechten en het huidige gebruik op het perceel met detailhandelbestemming. Onder dit bestemmingsplan mag hij namelijk niet langer vuurwerk opslaan en verkopen op het perceel aan de [locatie 3]. De voorzieningenrechter heeft hierin aanleiding gezien om bij uitspraak van 31 augustus 2022 een voorlopige voorziening te treffen. Nadat de voorlopige voorziening was getroffen, is tussen [verzoeker] en de raad onenigheid ontstaan over de vraag op welke percelen de schorsing precies ziet. [verzoeker] stelt dat de schorsing alleen ziet op het perceel dat door hem wordt aangeduid als [locatie 3] en dus alleen op het perceel met de detailhandelbestemming, en alleen voor zover dat perceel zijn eigendom is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4209
Datum uitspraak
21 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202203711/5/R4

202404342/1/V3

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4205
Datum uitspraak
21 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404342/1/V3

202404631/1/V3

Bij besluit van 27 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4206
Datum uitspraak
21 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404631/1/V3

202405381/1/V3

Bij besluit van 4 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4220
Datum uitspraak
21 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405381/1/V3

202405417/1/V3 en 202405417/2/V3

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4207
Datum uitspraak
21 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405417/1/V3 en 202405417/2/V3

202405755/1/V3

Bij besluit van 19 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4221
Datum uitspraak
21 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405755/1/V3

202405846/1/V3 en 202405846/2/V3

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4222
Datum uitspraak
21 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405846/1/V3 en 202405846/2/V3

202405934/1/V3.

Bij besluit van 17 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4223
Datum uitspraak
21 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405934/1/V3.

202406061/1/V3

Bij besluit van 13 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4224
Datum uitspraak
21 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406061/1/V3

202304563/1/R4

Bij besluit van 14 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [partij A] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een uitbouw op de verdieping aan de achterzijde van het pand aan de [locatie] in Utrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4511
Datum uitspraak
21 oktober 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304563/1/R4

202302518/1/V3

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, en het tegen de vreemdeling uitgevaardigde inreisverbod niet opgeheven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4191
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302518/1/V3

202304679/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D. van Elp, advocaat in Utrecht, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 27 juni 2023 in zaak nr. NL23.14473.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4192
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304679/1/V1

202404458/2/R3

Bij besluit van 28 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Hof van Twente het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023" vastgesteld. Het plan voorziet onder meer in een mogelijkheid voor verblijfsrecreatie op het perceel [locatie 1] in Markelo, in de vorm van een kleinschalige camping voor ten hoogste 25 kampeermiddelen en zes plattelandsappartementen. Er is op basis van dit plan inmiddels een omgevingsvergunning verleend voor de plattelandsappartementen en voor een gebouw ten behoeve van sanitaire voorzieningen. In het voorheen geldende plan was aan deze gronden een agrarische bestemming toegekend. [verzoeker] woont aan de [locatie 2] in Markelo. Zijn gronden liggen ten oosten en ten noordoosten van [locatie 1] en grenzen aan dat perceel. Hier houdt en fokt hij springpaarden. [verzoeker] kan zich niet verenigen met de ontwikkelingen die mogelijk zijn gemaakt aan de [locatie 1], omdat hij vreest dat dit leidt tot een aantasting van de mogelijkheden van zijn paardenhouderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4198
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202404458/2/R3

202405233/1/A2 en 202405233/2/A2

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft op 25 januari 2023 een urgentieverklaring aangevraagd. In zijn aanvraag heeft hij uiteengezet dat hij op 22 augustus 2020 het slachtoffer is geweest van een liquidatiepoging voor de woning van zijn ouders. In de avond van 13 juli 2022 is voor deze woning een explosief ontploft nadat hij was opgeroepen om een getuigenverklaring bij de rechtbank af te leggen over de liquidatiepoging van 2020. Volgens [appellant] is het voor hem en zijn ouders niet veilig dat hij bij zijn ouders woont, hij is daarom dakloos. Door zijn dakloosheid voelt hij zich extra kwetsbaar. Bij besluit van 13 maart 2023 heeft het college de aanvraag van [appellant] afgewezen op grond van artikel 2.10.5, eerste lid, aanhef en onder f, van de Huisvestingsverordening 2020 (hierna: de verordening). Volgens het college gaat het om een veiligheidsprobleem in het kader van de openbare orde en veiligheid, waardoor dit een aangelegenheid is voor de politie en justitie. Een zelfstandige woning is in deze situatie geen substantieel deel van de oplossing voor het probleem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4197
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405233/1/A2 en 202405233/2/A2

202405377/1/V3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de staatsecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4201
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405377/1/V3

202405858/2/V3

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4213
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405858/2/V3

202406060/1/V3 en 202406060/2/V3

Bij besluit van 13 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4202
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406060/1/V3 en 202406060/2/V3

202406072/1/V3 en 202406072/2/V3

Bij besluit van 6 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4203
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406072/1/V3 en 202406072/2/V3

202406203/2/V3

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4218
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406203/2/V3

202406205/2/V3.

Bij besluiten van 20 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4217
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406205/2/V3.

202406275/2/V2.

Bij besluit van 21 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4216
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406275/2/V2.

202406343/1/V2 en 202406343/2/V2

Bij besluit van 2 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4215
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406343/1/V2 en 202406343/2/V2

202406356/1/A3 en 202406356/2/A3

Uit het dossier blijkt dat sprake is van een zeer snel oplopende escalatie, bestaande uit ernstige ruzies tussen beide ouders. Bij deze ruzies is een aantal keren de politie bij [verzoeker] en [partij A] thuis geweest. Ook zijn er meldingen bij Veilig Thuis Haaglanden gedaan. Verder hebben [verzoeker] en [partij A] hulpverlening om de problemen in de relationele sfeer op te lossen, maar die heeft niet mogen baten. Dat heeft tot gevolg dat er ernstige zorgen zijn ontstaan over het welzijn en de veiligheid van de zoon. Ook is gebleken dat de school zich eveneens ernstig zorgen maakt over het welzijn en de veiligheid van de zoon. Daarvoor heeft de school bij instanties aandacht gevraagd. Vervolgens heeft er op 21 september 2024 na een woordenwisseling een incident plaatsgevonden, dat heeft geleid tot een aangifte van [partij A] tegen [verzoeker].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4255
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202406356/1/A3 en 202406356/2/A3

BRS.24.000350

Bij besluit van 9 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4178
Datum uitspraak
18 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000350

202404400/1/V1

Bij besluit van 31 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4200
Datum uitspraak
21 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404400/1/V1

202303405/1/V1

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4185
Datum uitspraak
17 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303405/1/V1

202305959/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 22 augustus 2023 in zaak nr. NL23.21221.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4186
Datum uitspraak
17 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305959/1/V1

202403370/1/V2

Bij besluit van 28 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4187
Datum uitspraak
17 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403370/1/V2

202403450/1/V2

Bij besluit van 8 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4188
Datum uitspraak
17 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403450/1/V2

202404109/1/A3 en 202404109/2/A3

Bij besluit van 9 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag aan [verzoeker] geweigerd. [verzoeker] heeft op 18 oktober 2023 een VOG aangevraagd voor de functie van wijkraadslid bij de gemeente Rotterdam. In het besluit van 9 januari 2024 heeft de staatssecretaris de aanvraag afgewezen, omdat volgens hem sprake is van een risico voor de samenleving. De reden daarvoor is dat [verzoeker] op 22 januari 2020 is veroordeeld wegens oplichting, meerdere malen gepleegd, poging tot oplichting, meerdere malen gepleegd, valsheid in geschrifte, meerdere malen gepleegd en het doen van valse aangifte, wetende dat het strafbare feit niet is gepleegd. De staatssecretaris heeft het besluit in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft de staatssecretaris in zijn standpunt gevolgd. [verzoeker] betoogt dat het door het gemeentebestuur gekozen screeningsprofiel evident onjuist is. Het screeningsprofiel geldt voor leden van algemeen vertegenwoordigende organen waar hoge integriteitseisen gelden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4138
Datum uitspraak
17 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202404109/1/A3 en 202404109/2/A3

202405718/1/V2

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4199
Datum uitspraak
17 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405718/1/V2

202405917/1/V3

Bij besluit van 19 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4189
Datum uitspraak
17 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405917/1/V3

202406013/1/V3 en 202406013/2/V3

Bij besluit van 28 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4190
Datum uitspraak
17 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406013/1/V3 en 202406013/2/V3

202406047/2/V2

Bij besluit van 11 juni 2024, gewijzigd bij besluit van 1 juli 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4219
Datum uitspraak
17 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406047/2/V2

202306276/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 13 september 2023 in zaak nr. NL23.21691.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4135
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306276/1/V1

202307155/3/R1

Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het uitwerkingsplan "Food Center Amsterdam - 1e uitwerking" vastgesteld. Het uitwerkingsplan heeft betrekking op een gedeelte van het terrein van Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat (hierna: het FCA-terrein). Het is gebaseerd op de bestemming "Bedrijventerrein - Uit te werken" van het op 1 juni 2016 vastgestelde bestemmingsplan "Food Center Amsterdam (2e herstelbesluit)". Met het uitwerkingsplan wil het college nieuwe bedrijfsbebouwing mogelijk maken op de gronden van het noordelijke deel van het FCA-terrein die inmiddels vrij van bebouwing zijn. Het college heeft bij besluiten van 27 juni 2024 en 16 juli 2024 omgevingsvergunningen verleend voor de bouw van een levensmiddelengroothandel en een bedrijfsverzamelgebouw op die gronden. Bidfood heeft bezwaar tegen die twee besluiten gemaakt. Daarop is nog niet beslist. Marktkwartier draagt zorg voor de herontwikkeling van het FCA-terrein. Bidfood heeft een bedrijfsvestiging op het FCA-terrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4130
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202307155/3/R1

202404846/1/R2 en 202404846/2/R2

Bij besluit van 4 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het aanbouwen van een praktijkruimte aan de woning aan het [locatie 1] in Riethoven. Het bouwplan voorziet in een aanbouw aan de westzijde van de woning op het perceel, met aan de achterzijde een overkapping. [partij] is eigenaresse van de woning en is voornemens om haar praktijk voor energetische therapie en coaching in de aanbouw te gaan uitoefenen. [verzoeker] woont in de naastgelegen woning aan het [locatie 2] in Riethoven. De aanbouw is voorzien op ongeveer 0,5 m van de woning van [verzoeker].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4129
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404846/1/R2 en 202404846/2/R2

202405377/3/V3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4136
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405377/3/V3

202405921/2/V2

Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4137
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405921/2/V2

202406000/1/V3

Bij besluit van 6 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4139
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406000/1/V3

202406311/1/V3 en 202406311/2/V3

Bij besluit van 9 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4193
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406311/1/V3 en 202406311/2/V3

202102875/1/R2 en 202102903/1/R2

Bij besluit van 15 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heusden voor het bestemmingsplan "Nassau Dwarsstraat, Vlijmen" hogere grenswaarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld voor nieuwe woningen aan de Nassau Dwarsstraat. Het bestemmingsplan wijzigt de bestemming van een perceel aan de Nassau Dwarsstraat in Vlijmen van "Agrarisch" naar "Wonen" en "Tuin" en maakt de bouw van twee vrijstaande woningen mogelijk. Het perceel is in eigendom van de gemeente. Op ongeveer 200 meter ten noorden van het plangebied ligt de A59. Het besluit hogere waarden is genomen met het oog op de vaststelling van het bestemmingsplan, omdat is gebleken dat voor de in het plan voorziene woningen niet kan worden voldaan aan de op grond van de Wgh geldende voorkeursgrenswaarde. Het plangebied grenst aan de percelen Nassau Dwarsstraat 3 en [locatie]. [appellant sub 1] woont in een historische boerderij aan de [locatie] en vreest dat de bouw van twee woningen zorgt voor een aantasting van de natuur- en cultuurhistorische waarden, de 19e-eeuwse uitstraling en de belevingswaarde van de boerderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4177
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • RO - Noord-Brabant
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202102875/1/R2 en 202102903/1/R2

202107810/4/R3

Bij tussenuitspraak van 13 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1060, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de raad van de gemeente Noordwijk opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omgeschreven gebreken in het besluit van 30 november 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Middengebied-Landschapspark" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 11.2 overwogen dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt dat er voldaan werd aan de voorwaarden van paragraaf 2.2., categorie 4, van de Nota Parkeernormen 2020 en dat er om die reden getoetst moest worden aan de Nota parkeren en stallen Noordwijk 2013. Ook heeft de Afdeling onder 11.3 overwogen dat in zowel de Parkeernota 2013 als de Parkeernota 2020 het uitgangspunt is dat er op eigen terrein in de parkeerbehoefte moet worden voorzien. Beide parkeernota’s bevatten onder voorwaarden uitzonderingsmogelijkheden. De Afdeling heeft overwogen dat de raad onvoldoende gemotiveerd heeft dat er werd voldaan aan deze uitzonderingsvoorwaarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4158
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202107810/4/R3

202202164/1/A3

Bij besluit van 22 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 69.000,00. [appellante] exploiteert een nagel- en beautysalon in [plaats]. Op 18 oktober 2017 hebben arbeidsinspecteurs van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een werkplekcontrole uitgevoerd. Tijdens deze controle zijn de woning en de auto van [vennoot] doorzocht. Daarbij zijn diverse bescheiden in beslag genomen, waaronder handgeschreven overzichten van uren en verdiensten. [appellante] heeft op vordering loonstrookjes en andere bescheiden overgelegd. De uit deze onderzoeken naar voren gekomen bevindingen zijn neergelegd in een door een arbeidsinspecteur op ambtseed opgemaakt boeterapport van 18 december 2019. De overgelegde loonstrookjes komen volgens het boeterapport niet overeen met de handgeschreven overzichten. Volgens de staatssecretaris kan daarom bij elf werknemers van [appellante] niet worden vastgesteld of is voldaan aan de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4172
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202202164/1/A3

202202728/1/R3

Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "Irenelaan 3a, Kaag" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van 11 woningen mogelijk in het westelijke deel van het plangebied, een voormalig campingterrein aan de Irenelaan 3a in Kaag. Het campingterrein ligt al enige jaren braak en wordt gebruikt als openbaar groen. Aan de oostzijde binnen het plangebied liggen 12 kavels, waarvan 11 bebouwd met recreatiewoningen en een onbebouwde kavel. Verder staat zowel in de noordwesthoek als in de zuidwesthoek een recreatiewoning. Aan de zuidzijde staat een toiletgebouw. [appellant sub 2], [appellant sub 4] en anderen en [appellante sub 3] wonen allemaal in de omgeving van het plangebied. De Dorpsraad is een vereniging die als doel heeft het bevorderen en bestendigen van de belangen van de inwoners van Kaag en Buitenkaag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4145
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202202728/1/R3

202202834/1/A3

Bij drie afzonderlijke besluiten van 11 september 2020 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: - aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 67.000,00 wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; - aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 11.250,00 wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet; - aan [appellant] een waarschuwing "preventieve stillegging van werk" gegeven wegens overtreding van de Wml. [appellant] exploiteert het [eenmansbedrijf] in [plaats], dat zich bezighoudt met onder meer import en export van slachtafvalproducten. Op 14 maart 2019 hebben arbeidsinspecteurs van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een controle bij het bedrijf verricht naar de naleving van de Wml en de Atw. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [appellant] zowel artikel 18b, tweede lid, van de Wml als artikel 4:3 van de Atw heeft overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4173
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202202834/1/A3

202202876/1/R3

Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het plaatsen van een tuinhuis en een schutting op de percelen met kadastrale nummers F2581 en F2594, behorend bij het perceel aan de [locatie 1] in Numansdorp, afgewezen. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie 2] in Numansdorp. Verschillende eigenaren van de woningen aan de Goudvink hebben enkele jaren geleden aan de achterzijde van hun bestaande tuin tuinhuizen en schuttingen gebouwd. [appellant] heeft op 13 november 2017 een verzoek ingediend bij het college om handhavend op te treden tegen het plaatsen van erfafscheidingen en tuinhuizen op de percelen grenzend aan de [locatie 3], [locatie 1], [locatie 4], [locatie 5], [locatie 6] en [locatie 7] in Numansdorp. Bij besluit van 22 maart 2018 heeft het college het verzoek om handhaving afgewezen, omdat de tuinhuizen en schuttingen op grond van artikel 2, aanhef en onderdeel 3, onderscheidenlijk onderdeel 12, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht niet omgevingsvergunningplichtig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4151
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202876/1/R3

202203162/1/A3

Bij besluit van 6 december 2018 heeft de burgemeester van Amsterdam een verzoek van [appellante] om beëindiging van de uitwisseling en verwerking van haar persoonsgegevens in het kader van de treiteraanpak afgewezen. [appellante] is op 13 mei 2015 opgenomen in de zogenaamde treiteraanpak. Met deze aanpak heeft de gemeente Amsterdam in samenwerking met meerdere partners, waaronder de politie, het Openbaar Ministerie, woningbouwcorporaties en Jeugdbescherming Amsterdam, een werkwijze ontwikkeld om bijzondere gevallen van ernstige overlast en intimidatie in de woonomgeving tegen te gaan. [appellante] is in de aanpak opgenomen naar aanleiding van een brief van omwonenden over een uit de hand gelopen ruzie tussen haar en een buurvrouw, [buurvrouw]. Nadat er geen meldingen meer werden gedaan en de overlast gestopt leek te zijn, werd eind juni 2016 het dossier van [appellante] gesloten. Daarna kwamen er opnieuw meldingen van overlast. In december 2016 werd [appellante] verdacht van mishandeling van [buurvrouw]. Op 12 januari 2017 is het treiterdossier van [appellante] heropend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4150
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202203162/1/A3

202203434/1/A2

Bij besluit van 23 februari 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen een aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling van een woning afgewezen. [appellant] was sinds 1997 gedeeltelijk eigenaar en vanaf 22 mei 2002 volledig eigenaar van de woning aan de [locatie] te [plaats] [postcode]. [appellant] heeft de woning verkocht en op 15 juni 2020 geleverd voor een bedrag van € 565.000,-. Bij besluit van 23 februari 2021 heeft het Instituut vastgesteld dat het onbevoegd is om de aanvraag van [appellant] in behandeling te nemen. [appellant] was nog in onderhandeling met de Nederlandse Aardolie Maatschappij N.V. (NAM) over schadevergoeding van de waardedaling van de woning. Om deze reden is de aanvraag van [appellant] afgewezen. In bezwaar is gebleken dat [appellant] de procedure bij de NAM heeft beëindigd, zodat het Instituut alsnog inhoudelijk op de aanvraag kon beslissen. Bij besluit van 9 juni 2021 heeft het Instituut aan [appellant] een schadevergoeding van € 15.805,64 te vermeerderen met wettelijke rente toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4152
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202203434/1/A2

202204136/1/A3

Bij besluit van 16 oktober 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub 1] een boete van € 168.750,00 opgelegd wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. [appellante sub 1] is een dienstverlenend bedrijf dat verschillende activiteiten verricht, met name in de sociale dienstverlening. Werknemers van [appellante sub 1] werkten via [bedrijf A] in de 24-uurs thuiszorg. Arbeidsinspecteurs van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben bij [bedrijf A] een onderzoek uitgevoerd naar de naleving van de Wml. Volgens het boeterapport heeft [appellante sub 1] 23 werknemers onderbetaald in (een gedeelte van) de onderzoeksperiode 1 maart 2015 tot en met 31 augustus 2015. Dit is een overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wml. Verder heeft [appellante sub 1] voor zestien werknemers niet de door de inspecteurs gevorderde bescheiden verstrekt die nodig waren om te berekenen of in de onderzoeksperiode aan die werknemers het verschuldigde minimumloon was betaald. De rechtbank heeft de boete gematigd tot een bedrag van € 144.500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4174
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202204136/1/A3

202204602/1/A2

Bij besluit van 16 november 2020 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland het Natuurbeheerplan 2021 (hierna: het natuurbeheerplan) vastgesteld. Het natuurbeheerplan beschrijft de beleidsdoelen en subsidiemogelijkheden voor de ontwikkeling van natuur en beheer van (agrarisch) natuur en landschapselementen en vormt het inhoudelijk toetsingskader voor het beoordelen van subsidieaanvragen. Het natuurbeheerplan bestaat uit drie kaarten: de beheertypekaart, de ambitiekaart en de vaarlandtoeslagkaart. [wederpartij sub 3] is enig aandeelhouder van Ilperzigt B.V.. Ilperzigt B.V. is eigenaar van het perceel met het kenmerk LMR02N1125, gelegen nabij de Kanaalweg 29 te Landsmeer. [appellant sub 1] is eigenaar van het perceel met het kenmerk [...] aan de [locatie] te Landsmeer. Zowel het perceel van Ilperzigt B.V. als het perceel van [appellant sub 1] is opgenomen in de beheertypekaart en heeft de aanduiding ‘Leefgebied open grasland’. [wederpartij sub 3] en [appellant sub 1] hebben in beroep aangevoerd dat zij door de vaststelling van het natuurbeheerplan worden belemmerd in de ontwikkeling van ruimtelijke activiteiten, zoals woningbouw, op hun percelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4159
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • Natuurbescherming
  • Provinciale verordening
  • uitspraakin de zaak202204602/1/A2

202204762/4/A3

Bij twee brieven, ingekomen op 3 september 2024, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. C.H.M. van Altena en mr. C.H. Bangma, als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202204762/1/A3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4180
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202204762/4/A3

202205070/1/A2

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft et bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [appellante] verleende toevoeging ingetrokken. Op 25 januari 2018 heeft Van Damme namens [appellante] bij de raad een aanvraag ingediend om een toevoeging voor rechtsbijstand voor de echtscheidingsprocedure van [appellante]. Bij besluit van 1 februari 2018 heeft de raad deze aanvraag ingewilligd. Bij beschikking van 24 juli 2019 heeft de rechtbank Noord-Holland, voor zover hier van belang, de echtscheiding uitgesproken en de wijze van verdeling van de gemeenschap van goederen gelast, waarbij zij onder andere heeft bepaald dat de echtelijke woning wordt verkocht en de overwaarde wordt verdeeld tussen [appellante] en haar ex-partner. Bij aanvraag van 25 januari 2021 heeft Van Damme de raad verzocht om vergoeding van de door hem verleende rechtsbijstand aan [appellante] en daarbij een financieel resultaat vermeld van € 58.229,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4160
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205070/1/A2

202206290/1/A2

Bij besluit van 30 november 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding van € 8.252,00, inclusief wettelijke rente, voor waardedaling van haar woning toegekend. Op 2 juli 1999 heeft [appellante] samen met haar toenmalige echtgenoot de eigendom van de woning aan [locatie] te Adorp verkregen. Beiden beschikten voor 50% over de eigendom van de woning. Sinds 25 maart 2011 heeft [appellante] de volledige eigendom van de woning. [appellante] heeft op 23 oktober 2020 een aanvraag om vergoeding van schade, bestaande uit de waardedaling van haar woning, ingediend bij het Instituut. Het Instituut heeft bij besluit van 30 november 2020 een schadevergoeding van € 7.944,33, te vermeerderen met de wettelijke rente (€ 307,67), toegekend voor de waardedaling van de woning. Dit besluit heeft het Instituut bij besluit van 9 februari 2021 gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4153
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202206290/1/A2

202206903/1/A3

Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft de burgemeester van Schiedam aan [wederpartij] ingevolge artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod voor de duur van tien dagen opgelegd, met ingang van 7 oktober 2022 om 21:16 uur tot 17 oktober 2022 om 21:16 uur. Ten tijde van het besluit van 7 oktober 2022 woonde [wederpartij] samen met zijn toenmalige partner en twee kinderen in Schiedam. Op 7 oktober 2022 heeft de broer van achterblijfster een melding gedaan van huiselijk geweld. Naar aanleiding van deze melding zijn door het Centrum voor Dienstverlening en de politie in totaal drie Risicotaxatie-instrumenten Huiselijk Geweld opgesteld. Op basis daarvan heeft de burgemeester een huisverbod aan [wederpartij] opgelegd voor de duur van tien dagen. Ondanks dat de verklaringen van [wederpartij] en achterblijfster niet overeenkomen, zou een huisverbod de noodzakelijke rust kunnen bieden tussen beiden, aldus de burgemeester. De rechtbank heeft geconstateerd dat er alleen vaststaat dat er sprake is van ruzies tussen partijen sinds een maand. Naar het oordeel van de rechtbank is dit op zichzelf onvoldoende voor een huisverbod.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4154
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202206903/1/A3

202207009/1/A3

Bij twee afzonderlijke besluiten van 2 december 2020 heeft de minister van Justitie en Veiligheid [appellant sub 1] ingeschreven als tolk op B2-niveau en het verzoek van [appellant sub 1] tot hernieuwde inschrijving als tolk op C1-niveau afgewezen. De minister heeft het verzoek van [appellant sub 1] om herinschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers als tolk op C1-niveau in de talen Nederlands-Arabisch (Syrisch-Libanees), Nederlands-Arabisch (Palestijns-Jordaans) en Nederlands-Arabisch (Irakees) afgewezen. In plaats daarvan heeft de minister [appellant sub 1] in deze talen ingeschreven als tolk op B2-niveau. Volgens de minister voldoet [appellant sub 1] niet aan de voorwaarden om als tolk op C1-niveau ingeschreven te worden. [appellant sub 1] heeft niet objectief aangetoond de taalvaardigheid van het Nederlands op C1-niveau te beheersen. De minister baseert zich in zijn besluit op het advies van de Commissie beëdigde tolken en vertalers van 24 november 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4144
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207009/1/A3

202300238/1/R1

Bij besluit van 30 april 2020 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aan [vergunninghouder] een watervergunning verleend voor het plaatsen van een beschoeiing langs een waterloop bij het perceel [locatie 1] in Breezand. De watervergunning is verleend voor een oeverbescherming die gedeeltelijk bestaat uit betonnen elementen en gedeeltelijk uit hardhout. Voor de beschoeiing moest een deel van de waterloop worden gedempt. De maatschap exploiteert een bloembollenkwekerij aan de [locatie 2] in Breezand. Zij is eigenaar van een perceel aan de overzijde van de waterloop. Zij vreest dat haar perceel door de beschoeiing zal afkalven en dat het door haar uit te voeren onderhoud van de waterloop wordt bemoeilijkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4162
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Water
  • uitspraakin de zaak202300238/1/R1

202300876/1/A3

Bij besluit van 24 december 2021 heeft de korpschef van politie de toestemming onthouden aan Nederlandse Veiligheidsgroep B.V. om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. [appellant] heeft op 15 februari 2021 een strafbeschikking van € 200,- opgelegd gekregen wegens bedreiging. [appellant] heeft de strafbeschikking voldaan. De bedreiging bestond uit het sturen van bedreigende berichten aan een verkoper via Marktplaats naar aanleiding van de koop van een iPhone, die volgens [appellant] ondeugdelijk was. De korpschef heeft daarom aan Nederlandse Veiligheidsgroep de toestemming onthouden om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. De korpschef acht [appellant] niet betrouwbaar om beveiligingswerkzaamheden te verrichten. Juist als beveiligingsmedewerker zou [appellant] moeten instaan voor de veiligheid van personen en goederen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4140
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202300876/1/A3

202301660/1/A2

Bij besluit van 14 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag bestuursdwang toegepast door het voertuig van [appellant] met kenteken [...] weg te slepen en in bewaring te stellen en de kosten hiervan op [appellant] te verhalen. Op 8 april 2022 heeft het college aan de Mr. P. Droogleever Fortuynweg borden laten plaatsen met daarop de mededeling dat een parkeerverbod geldt en een wegsleepregeling van kracht is. Het parkeerverbod is ingegaan op 14 april 2022 en geëindigd op 22 april 2022. Na het plaatsen van de borden heeft het college een kentekenlijst laten opstellen van de motorvoertuigen die stonden geparkeerd in de zone waarin het parkeerverbod zou gaan gelden. Op die kentekenlijst is het kenteken van het voertuig niet aanwezig. Op 14 april 2022 heeft een buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente geconstateerd dat het voertuig in de zone van het tijdelijk parkeerverbod is geparkeerd. Naar aanleiding daarvan is het besluit van 14 april 2022 genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4163
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202301660/1/A2

202301752/1/R1

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weesp de aanvraag van Crystal Vastgoed B.V. om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een hotel op de tweede verdieping van het bedrijfspand gelegen aan de Pampuslaan 42 in Weesp buiten behandeling gelaten. Omdat de aanvraag volgens het college onvolledig was en Crystal Vastgoed B.V. op verzoek van het college niet tijdig alle gevraagde gegevens alsnog had overgelegd, heeft het college de aanvraag niet in behandeling te nemen. Naar aanleiding van het bezwaar van Crystal Vastgoed B.V. heeft het college de gevraagde vergunning geweigerd. De reden hiervoor is een negatief stedenbouwkundig advies over het hotelconcept. Het college is niet bereid een hotel toe te staan op een bedrijventerrein waar bedrijven met een milieucategorie 3.1 zijn toegestaan. Volgens Crystal Vastgoed B.V. was het college niet bevoegd de omgevingsvergunning te weigeren omdat zij op 29 juli 2021 al een vergunning van rechtswege heeft verkregen. De rechtbank is het op dit punt niet eens met Crystal Vastgoed B.V..

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4141
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301752/1/R1

202302052/1/R1

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen aan [appellante A] een last onder dwangsom opgelegd. [appellante A] is eigenaar van het pand aan de [locatie] in Heerlen (hierna: het pand). In het pand verblijven arbeidsmigranten. In het dwangsombesluit heeft het college gesteld dat het gebruik van het pand in strijd is met het op 26 januari 2022 door de raad vastgestelde voorbereidingsbesluit ter voorbereiding van het paraplubestemmingsplan "Woningsplitsing en kamerbewoning" en met artikel 2.1, eerste lid aanhef en onder c, van de Wabo. Het college heeft [appellante A] onder oplegging van een dwangsom opgedragen het strijdige gebruik te beëindigen. Bij het besluit op bezwaar heeft het college de motivering van het dwangsombesluit aangepast. Het college is tot de conclusie gekomen dat het gebruik van het pand moet worden aangemerkt als het verstrekken van logies in plaats van kamerverhuur. Omdat het gebruik voor logies in strijd is met het bestemmingsplan, heeft het college geen reden gezien om in het besluit op bezwaar in te gaan op de bezwaren van [appellante A] tegen het moeten beëindigen van het gebruik van het pand voor kamerverhuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4147
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302052/1/R1

202302158/1/A3

Bij besluit van 16 februari 2023 heeft de burgemeester van Den Haag het aan [wederpartij] opgelegde huisverbod en contactverbod met [achterblijfster] met 18 dagen verlengd tot 9 maart 2023 14:59 uur. Ten tijde van het besluit van 16 februari 2023 woonde [wederpartij] samen met achterblijfster in Den Haag. Op 9 februari 2023 hebben de buren van [wederpartij] een melding gedaan van huiselijk geweld. Naar aanleiding van deze melding is de politie ter plaatse geweest. De politie heeft geconstateerd dat achterblijfster zichtbaar letsel in haar gezicht had. Naar aanleiding van het incident heeft de burgemeester aan [wederpartij] een huisverbod en een contactverbod met achterblijfster opgelegd van 9 februari 2023 14:59 uur tot 16 februari 2023 14:59 uur. Bij het besluit van 16 februari 2023 heeft de burgemeester het huis- en contactverbod met 18 dagen verlengd. De rechtbank laat het huisverbod in stand en heeft het contactverbod tussen [wederpartij] en achterblijfster per direct opgeheven. In hoger beroep is alleen nog in geschil of de burgemeester het contactverbod mocht opleggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4155
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202302158/1/A3

202302219/1/A3

Bij besluit van 27 augustus 2021 heeft de commandant van de Koninklijke Marechaussee de door hem aan Menzies Security Services B.V. verleende toestemming om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten, ingetrokken. De commandant heeft eerder bij besluit van 28 januari 2020 aan Menzies toestemming verleend om [appellant] werkzaamheden te laten verrichten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. [appellant] is als verdachte aangemerkt wegens (het treffen van voorbereidingshandelingen voor) de invoer van verdovende middelen via Schiphol, hetgeen strafbaar is gesteld op grond van artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet. Bij het besluit van 13 januari 2022 heeft de commandant de intrekking gehandhaafd. De commandant heeft zich daarbij gebaseerd op het proces-verbaal van 10 augustus 2021 en het proces-verbaal van 22 november 2021. De commandant heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] niet beschikt over de vereiste betrouwbaarheid om beveiligingswerkzaamheden te verrichten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4143
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202302219/1/A3

202302795/1/R3

Bij besluit van 22 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borne [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om bepaalde materialen, een platte wagen, een container en een hekwerk/poort op het perceel Veldovenweg ong. in Borne te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel. Bij een inspectie in december 2019 is gebleken dat op het perceel een container met een oppervlakte van ongeveer 6 m² en een hoogte van 2,2 m is geplaatst en er een poort/hekwerk met een lengte van 6 m en hoogte van 2 m staat. Uit inspecties van 9 april 2020 en 15 april 2020 is gebleken dat op het perceel de container, het hekwerk en een platte wagen staan en verschillende materialen liggen. Het college heeft [appellant] bij besluit van 22 december 2020 gelast de container, het hekwerk, de platte wagen en de vermelde materialen te verwijderen, omdat dit alles zonder omgevingsvergunning in strijd is met de regels van het bestemmingsplan "Algemene herziening Borne, Hertme en Zenderen" aanwezig is en de container zonder omgevingsvergunning voor het bouwen daarvan is geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4164
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302795/1/R3

202302805/1/R1

Bij besluit van 2 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen geweigerd aan Diton Vastgoed B.V. een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van de uitoefening van een tuinbouwbedrijf en het verbreden van een bestaande in- en uitrit op het perceel Meerlandenweg 28 te Amstelveen. Diton is projectontwikkelaar en ook eigenaar van het perceel. Op het perceel rust op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Legmeerpolder" de bestemming "Agrarisch - Glastuinbouw". Op 22 oktober 2020 heeft Diton een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een agrarisch verwerkingsbedrijf en het veranderen van een bestaande in- en uitrit op het perceel. Hierna heeft Diton een nieuwe aanvraag ingediend voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf. Het college heeft de aangevraagde vergunning bij besluit van 2 juli 2021 geweigerd, omdat volgens het college niet aannemelijk was dat aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 werd voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4156
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302805/1/R1

202302874/1/R1

Bij besluit van 3 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan CA Properties een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen, vergroten en gedeeltelijk vernieuwen van het pand aan de Keizersgracht 410 in Amsterdam om daarin drie woningen, bergingen en kantoorruimte te realiseren. CA Properties heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het veranderen, vergroten en gedeeltelijk vernieuwen van het pand om daarin drie woningen, bergingen en kantoorruimte te realiseren. De aanvraag heeft betrekking op de activiteiten bouwen van een bouwwerk en gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en onder c, van de Wabo. Verder heeft de aanvraag betrekking op het wijzigen van een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo. Aan het besluit heeft het college, mede op basis van het advies van het Landelijk Bureau Bibob van 23 oktober 2018, ten grondslag gelegd dat feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde vergunning een strafbaar feit is gepleegd op grond van artikel 3, zesde lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4169
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302874/1/R1

202303021/1/R1

Bij besluit van 1 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van het gebouw aan de [locatie] in Amsterdam. [appellant] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het wijzigen en verhogen van de aanbouw aan de achterzijde van het gebouw op het perceel en het intern wijzigen van dat gebouw ten behoeve van de woonfunctie. Het pand op het perceel is een rijksmonument en bevindt zich in een gebied dat is aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht. Verder ligt het perceel in de bufferzone rondom de grachtengordel die in 2010 is geplaatst op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Het pand is in het bestemmingsplan "Zuidelijke binnenstad" aangeduid als een zogeheten ‘orde 1’ pand. Het bouwplan is in strijd met de voor het perceel geldende bestemming "Gemengd 1". De aanbouw overschrijdt de in het bestemmingsplan voorgeschreven maximale goot- en bouwhoogte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4149
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303021/1/R1

202303739/1/R1

Bij besluit van 11 maart 2021 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Rivierenland aan de gemeente Molenlanden een watervergunning verleend voor het kappen en planten van bomen op de stadswallen in Nieuwpoort. De gemeente Molenlanden heeft gelet op artikel 3.2 van de Keur Waterschap Rivierenland 2014 een vergunning aangevraagd voor het kappen en planten van bomen op de stadswallen in Nieuwpoort nabij dijkpaalnummer AW 251. Door het kappen en planten van bomen op de stadswallen worden werkzaamheden verricht in een waterstaatswerk of een daartoe behorende beschermingszone die de stabiliteit van dat werk kunnen aantasten. Omdat [appellante] in bezwaar geen belangen heeft gesteld die van waterstaatkundige aard zijn en het college van mening is dat de vergunning verenigbaar is met de in de Waterwet gestelde doelstellingen en belangen, heeft het college bij besluit op bezwaar van 4 juni 2021 de verleende watervergunning in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4146
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Kappen
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202303739/1/R1

202303822/1/A2

Bij besluit van 3 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Op 28 januari 2016 is het bestemmingsplan Parklaan vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een aanpassing van de bestaande weginfrastructuur, waaronder de aanleg van de Parklaan en aanpassing van de Bennekomseweg. Uit de toelichting volgt dat de Parklaan een verbinding vormt tussen de woongebieden Enkaterrein, Kazerneterreinen en de Spoorzone en deze woningbouwontwikkelingen ontsluit naar de N224 en de A12. Het wegvak van de Parklaan loopt langs het perceel van [appellant] aan de [locatie]. Op 22 juli 2019 heeft [appellant] verzocht om tegemoetkoming in planschade die hij in de vorm van waardevermindering van zijn perceel heeft geleden door de inwerkingtreding van het bestemmingsplan op 31 januari 2019. Hij schat de waardevermindering van zijn perceel op € 150.000,-.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4165
Datum uitspraak
16 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303822/1/A2
vorige pagina1...113114115...1.269volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon